Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Arrest van --
← Terug naar "Uittreksel uit arrest nr. 84/2012 van 28 juni 2012 Rolnummer 5202 In zake : de prejudiciële vraag over artikel 161ter, § 5, van de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven, gesteld door d Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters M. Bossuyt en R. Henneuse, en de rechter(...)"
Uittreksel uit arrest nr. 84/2012 van 28 juni 2012 Rolnummer 5202 In zake : de prejudiciële vraag over artikel 161ter, § 5, van de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven, gesteld door d Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters M. Bossuyt en R. Henneuse, en de rechter(...) Uittreksel uit arrest nr. 84/2012 van 28 juni 2012 Rolnummer 5202 In zake : de prejudiciële vraag over artikel 161ter, § 5, van de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven, gesteld door d Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters M. Bossuyt en R. Henneuse, en de rechter(...)
GRONDWETTELIJK HOF GRONDWETTELIJK HOF
Uittreksel uit arrest nr. 84/2012 van 28 juni 2012 Uittreksel uit arrest nr. 84/2012 van 28 juni 2012
Rolnummer 5202 Rolnummer 5202
In zake : de prejudiciële vraag over artikel 161ter, § 5, van de wet In zake : de prejudiciële vraag over artikel 161ter, § 5, van de wet
van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische
overheidsbedrijven, gesteld door de Raad van State. overheidsbedrijven, gesteld door de Raad van State.
Het Grondwettelijk Hof, Het Grondwettelijk Hof,
samengesteld uit de voorzitters M. Bossuyt en R. Henneuse, en de samengesteld uit de voorzitters M. Bossuyt en R. Henneuse, en de
rechters A. Alen, J.-P. Snappe, E. Derycke, J. Spreutels en P. Nihoul, rechters A. Alen, J.-P. Snappe, E. Derycke, J. Spreutels en P. Nihoul,
bijgestaan door de griffier F. Meersschaut, onder voorzitterschap van bijgestaan door de griffier F. Meersschaut, onder voorzitterschap van
voorzitter M. Bossuyt, voorzitter M. Bossuyt,
wijst na beraad het volgende arrest : wijst na beraad het volgende arrest :
I. Onderwerp van de prejudiciële vraag en rechtspleging I. Onderwerp van de prejudiciële vraag en rechtspleging
Bij arrest nr. 214.927 van 5 september 2011 in zake het Vrij Syndicaat Bij arrest nr. 214.927 van 5 september 2011 in zake het Vrij Syndicaat
voor het Openbaar Ambt (VSOA) en Roland Vermeulen tegen de Belgische voor het Openbaar Ambt (VSOA) en Roland Vermeulen tegen de Belgische
Staat, tussenkomende partij : de NMBS-Holding, waarvan de expeditie Staat, tussenkomende partij : de NMBS-Holding, waarvan de expeditie
ter griffie van het Hof is ingekomen op 9 september 2011, heeft de ter griffie van het Hof is ingekomen op 9 september 2011, heeft de
Raad van State de volgende prejudiciële vraag gesteld : Raad van State de volgende prejudiciële vraag gesteld :
« Schendt artikel 161ter, § 5, van de wet van 21 maart 1991 « Schendt artikel 161ter, § 5, van de wet van 21 maart 1991
betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven, betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven,
ingevoegd bij wet van 22 maart 2002 en gewijzigd bij wetten van 24 ingevoegd bij wet van 22 maart 2002 en gewijzigd bij wetten van 24
december 2002 en 9 juli 2004 en bij koninklijk besluit van 18 oktober december 2002 en 9 juli 2004 en bij koninklijk besluit van 18 oktober
2004, artikel 23 van de Grondwet, doordat het de vertegenwoordiging 2004, artikel 23 van de Grondwet, doordat het de vertegenwoordiging
van de vakorganisaties in het strategisch comité van de NMBS-Holding van de vakorganisaties in het strategisch comité van de NMBS-Holding
laat afhangen van het feit of zij al dan niet zitting hebben in de laat afhangen van het feit of zij al dan niet zitting hebben in de
Nationale Paritaire Commissie bij dit overheidsbedrijf, terwijl de Nationale Paritaire Commissie bij dit overheidsbedrijf, terwijl de
voorwaarden om zitting te hebben in de laatstgenoemde commissie niet voorwaarden om zitting te hebben in de laatstgenoemde commissie niet
door de wet, maar door reglementaire bepalingen uitgevaardigd door de door de wet, maar door reglementaire bepalingen uitgevaardigd door de
organen van de NMBS-Holding zijn vastgesteld ? ». organen van de NMBS-Holding zijn vastgesteld ? ».
(...) (...)
III. In rechte III. In rechte
(...) (...)
Ten aanzien van de in het geding zijnde bepaling Ten aanzien van de in het geding zijnde bepaling
B.1. Artikel 161ter, § 5, van de wet van 21 maart 1991 betreffende de B.1. Artikel 161ter, § 5, van de wet van 21 maart 1991 betreffende de
hervorming van sommige economische overheidsbedrijven (hierna : wet hervorming van sommige economische overheidsbedrijven (hierna : wet
van 21 maart 1991) bepaalt : van 21 maart 1991) bepaalt :
« Het strategisch comité bestaat uit : « Het strategisch comité bestaat uit :
1° de tien leden van de raad van bestuur; 1° de tien leden van de raad van bestuur;
2° vier leden van het directiecomité, bij wie de gedelegeerd 2° vier leden van het directiecomité, bij wie de gedelegeerd
bestuurder van de N.M.B.S. Holding niet is inbegrepen; bestuurder van de N.M.B.S. Holding niet is inbegrepen;
3° zes leden die de vakorganisaties vertegenwoordigen zetelend in de 3° zes leden die de vakorganisaties vertegenwoordigen zetelend in de
Nationale Paritaire Commissie. Nationale Paritaire Commissie.
De zetels worden aan deze vakorganisaties toegewezen overeenkomstig De zetels worden aan deze vakorganisaties toegewezen overeenkomstig
hun respectieve vertegenwoordiging in de Nationale Paritaire Commissie hun respectieve vertegenwoordiging in de Nationale Paritaire Commissie
opgericht bij de N.M.B.S. Holding. opgericht bij de N.M.B.S. Holding.
Indien een vakorganisatie meer dan één vertegenwoordiger heeft, wordt Indien een vakorganisatie meer dan één vertegenwoordiger heeft, wordt
elke taalrol vertegenwoordigd. elke taalrol vertegenwoordigd.
Deze leden worden benoemd door de Koning bij een besluit vastgesteld Deze leden worden benoemd door de Koning bij een besluit vastgesteld
na overleg in de Ministerraad, op voorstel van de representatieve na overleg in de Ministerraad, op voorstel van de representatieve
vakorganisaties. vakorganisaties.
De vertegenwoordigers van de vakorganisaties worden benoemd voor een De vertegenwoordigers van de vakorganisaties worden benoemd voor een
hernieuwbare termijn van zes jaar. hernieuwbare termijn van zes jaar.
Zij worden afgezet door de Koning, bij een besluit vastgesteld na Zij worden afgezet door de Koning, bij een besluit vastgesteld na
overleg in de Ministerraad. overleg in de Ministerraad.
Het strategisch comité telt evenveel Franstaligen als Het strategisch comité telt evenveel Franstaligen als
Nederlandstaligen ». Nederlandstaligen ».
Wat het strategisch comité betreft Wat het strategisch comité betreft
B.2.1. Artikel 161ter, § 1, van de wet van 21 maart 1991, zoals B.2.1. Artikel 161ter, § 1, van de wet van 21 maart 1991, zoals
ingevoegd bij de wet van 22 maart 2002, voorziet in de oprichting van ingevoegd bij de wet van 22 maart 2002, voorziet in de oprichting van
verschillende comités door de raad van bestuur van de NMBS-Holding, verschillende comités door de raad van bestuur van de NMBS-Holding,
waarvan het onder meer de samenstelling en de bevoegdheden bepaalt. waarvan het onder meer de samenstelling en de bevoegdheden bepaalt.
Eén van die comités betreft het strategisch comité dat Eén van die comités betreft het strategisch comité dat
adviesbevoegdheid heeft over bepaalde aangelegenheden ten aanzien van adviesbevoegdheid heeft over bepaalde aangelegenheden ten aanzien van
de raad van bestuur. de raad van bestuur.
De parlementaire voorbereiding van de wet van 22 maart 2002 vermeldt : De parlementaire voorbereiding van de wet van 22 maart 2002 vermeldt :
« Wat betreft het strategisch comité stelt de Regering zich tot doel « Wat betreft het strategisch comité stelt de Regering zich tot doel
de personeelsvertegenwoordigers van de onderneming te betrekken bij de de personeelsvertegenwoordigers van de onderneming te betrekken bij de
uitwerking voor de N.M.B.S., de onderhandeling en de opvolging van de uitwerking voor de N.M.B.S., de onderhandeling en de opvolging van de
uitvoering van het meerjarige investeringsplan en bij de uitvoering van het meerjarige investeringsplan en bij de
onderhandeling en de opvolging van de uitvoering van het onderhandeling en de opvolging van de uitvoering van het
beheerscontract. De oprichting van een strategisch comité, bestaande beheerscontract. De oprichting van een strategisch comité, bestaande
uit de leden van de raad van bestuur en zes leden die de uit de leden van de raad van bestuur en zes leden die de
vakorganisaties vertegenwoordigen die zijn aangesloten bij een vakorganisaties vertegenwoordigen die zijn aangesloten bij een
organisatie die zetelt in de Nationale Arbeidsraad, beantwoordt aan organisatie die zetelt in de Nationale Arbeidsraad, beantwoordt aan
deze doelstelling. deze doelstelling.
Artikel 7, § 5 [lees : artikel 161ter, § 5] regelt de samenstelling Artikel 7, § 5 [lees : artikel 161ter, § 5] regelt de samenstelling
van het strategisch comité. van het strategisch comité.
De federale Regering is daarbij van oordeel dat zij de samenstelling De federale Regering is daarbij van oordeel dat zij de samenstelling
van het strategisch comité binnen strikte grenzen moet houden en dat van het strategisch comité binnen strikte grenzen moet houden en dat
slechts een beperkt aantal vakorganisaties toegang mag hebben [...] » slechts een beperkt aantal vakorganisaties toegang mag hebben [...] »
(Parl. St., Kamer, 2000-2001, DOC 50-1422/001, pp. 9-10). (Parl. St., Kamer, 2000-2001, DOC 50-1422/001, pp. 9-10).
B.2.2. Artikel 54 van de programmawet van 9 juli 2004 heeft de wijze B.2.2. Artikel 54 van de programmawet van 9 juli 2004 heeft de wijze
waarop het strategisch comité van de NMBS-Holding wordt samengesteld, waarop het strategisch comité van de NMBS-Holding wordt samengesteld,
gewijzigd. De vertegenwoordiging van de vakorganisaties in het gewijzigd. De vertegenwoordiging van de vakorganisaties in het
strategisch comité wordt gebaseerd op hun vertegenwoordiging in de strategisch comité wordt gebaseerd op hun vertegenwoordiging in de
Nationale Paritaire Commissie bij de NMBS-Holding en niet langer op Nationale Paritaire Commissie bij de NMBS-Holding en niet langer op
hun aansluiting bij een interprofessionele organisatie die zitting hun aansluiting bij een interprofessionele organisatie die zitting
heeft in de Nationale Arbeidsraad en hun respectieve heeft in de Nationale Arbeidsraad en hun respectieve
vertegenwoordiging in de NMBS. Een overgangsregel bepaalt dat elk van vertegenwoordiging in de NMBS. Een overgangsregel bepaalt dat elk van
de drie vakorganisaties die zijn aangesloten bij een de drie vakorganisaties die zijn aangesloten bij een
interprofessionele organisatie die in de Nationale Arbeidsraad zitting interprofessionele organisatie die in de Nationale Arbeidsraad zitting
heeft, tot de telling van 2008, recht heeft op minstens één heeft, tot de telling van 2008, recht heeft op minstens één
vertegenwoordiger in het strategisch comité. vertegenwoordiger in het strategisch comité.
De parlementaire voorbereiding vermeldt : De parlementaire voorbereiding vermeldt :
« De voorgestelde wijziging sterkt ertoe de samenstelling van het « De voorgestelde wijziging sterkt ertoe de samenstelling van het
strategisch comité te bepalen op basis van de samenstelling van de strategisch comité te bepalen op basis van de samenstelling van de
Nationale Paritaire Commissie bedoeld in artikel 13 van voornoemde wet Nationale Paritaire Commissie bedoeld in artikel 13 van voornoemde wet
van 23 juli 1926 eerder dan op de samenstelling van de Nationale van 23 juli 1926 eerder dan op de samenstelling van de Nationale
Arbeidsraad. Er wordt echter een overgangssysteem georganiseerd met Arbeidsraad. Er wordt echter een overgangssysteem georganiseerd met
behoud van de huidige samenstelling van het strategisch comité tot de behoud van de huidige samenstelling van het strategisch comité tot de
telling in 2008. Er wordt een telsysteem uitgewerkt dat objectief is telling in 2008. Er wordt een telsysteem uitgewerkt dat objectief is
en voor alle vakbonden dezelfde criteria hanteert. De telling moet op en voor alle vakbonden dezelfde criteria hanteert. De telling moet op
een onbetwistbaar niet-discriminerende, transparante en correcte wijze een onbetwistbaar niet-discriminerende, transparante en correcte wijze
verlopen » (Parl. St., Kamer, 2003-2004, DOC 51-1138/001 en verlopen » (Parl. St., Kamer, 2003-2004, DOC 51-1138/001 en
51-1139/001, p. 37). 51-1139/001, p. 37).
De in het geding zijnde bepaling laat aldus de vertegenwoordiging van De in het geding zijnde bepaling laat aldus de vertegenwoordiging van
de vakorganisaties in het strategisch comité afhangen van het feit of de vakorganisaties in het strategisch comité afhangen van het feit of
zij al dan niet in de Nationale Paritaire Commissie zitting hebben. zij al dan niet in de Nationale Paritaire Commissie zitting hebben.
Wat de Nationale Paritaire Commissie betreft Wat de Nationale Paritaire Commissie betreft
B.3.1. Krachtens artikel 30, § 1, van de wet van 21 maart 1991 wordt B.3.1. Krachtens artikel 30, § 1, van de wet van 21 maart 1991 wordt
in elk autonoom overheidsbedrijf een paritair comité opgericht. Dat in elk autonoom overheidsbedrijf een paritair comité opgericht. Dat
artikel is niet van toepassing op de NMBS-Holding. De aan het in artikel is niet van toepassing op de NMBS-Holding. De aan het in
voormelde paragraaf 1 bedoelde paritair comité opgedragen bevoegdheden voormelde paragraaf 1 bedoelde paritair comité opgedragen bevoegdheden
worden bij de NMBS-Holding uitgeoefend door de Nationale Paritaire worden bij de NMBS-Holding uitgeoefend door de Nationale Paritaire
Commissie, bedoeld in artikel 13 van de wet van 23 juli 1926 « Commissie, bedoeld in artikel 13 van de wet van 23 juli 1926 «
betreffende N.M.B.S. Holding en haar verbonden vennootschappen » betreffende N.M.B.S. Holding en haar verbonden vennootschappen »
(artikel 30, § 6, van de wet van 21 maart 1991). (artikel 30, § 6, van de wet van 21 maart 1991).
Bij artikel 1 van de wet van 21 april 1965 werd het vijfde lid van Bij artikel 1 van de wet van 21 april 1965 werd het vijfde lid van
artikel 13 van de wet van 23 juli 1926 als volgt vervangen : artikel 13 van de wet van 23 juli 1926 als volgt vervangen :
« Het statuut van het personeel voorziet in het bestaan van een « Het statuut van het personeel voorziet in het bestaan van een
Nationale Paritaire Commissie, voorgezeten door de Minister tot wiens Nationale Paritaire Commissie, voorgezeten door de Minister tot wiens
bevoegdheid de spoorwegen behoren of door zijn gemachtigde, en bevoegdheid de spoorwegen behoren of door zijn gemachtigde, en
bestaande uit twintig leden. Tien leden worden benoemd door de raad bestaande uit twintig leden. Tien leden worden benoemd door de raad
van beheer. De overige tien leden worden, volgens de nadere regelen van beheer. De overige tien leden worden, volgens de nadere regelen
welke het statuut vaststelt, benoemd door de organisaties die onder de welke het statuut vaststelt, benoemd door de organisaties die onder de
in het statuut vastgestelde voorwaarden geacht worden, de meest in het statuut vastgestelde voorwaarden geacht worden, de meest
representatieve voor het gezamenlijke personeel te zijn, zowel op het representatieve voor het gezamenlijke personeel te zijn, zowel op het
interne vlak van de Maatschappij als op het nationale en interne vlak van de Maatschappij als op het nationale en
interprofessionele vlak ». interprofessionele vlak ».
De memorie van toelichting vermeldt : De memorie van toelichting vermeldt :
« Het gezagslichaam dat bevoegd is om de statuten van het personeel op « Het gezagslichaam dat bevoegd is om de statuten van het personeel op
te maken, te weten de beheerraad handelend met de toestemming van de te maken, te weten de beheerraad handelend met de toestemming van de
Nationale Paritaire Commissie, uitgedrukt, zoals voorgeschreven, bij Nationale Paritaire Commissie, uitgedrukt, zoals voorgeschreven, bij
meerderheid van twee derden der stemmen, is het best in staat om [...] meerderheid van twee derden der stemmen, is het best in staat om [...]
de voorwaarden te bepalen waaraan de personeelsorganisaties moeten de voorwaarden te bepalen waaraan de personeelsorganisaties moeten
voldoen om als de meest representatieve te kunnen worden beschouwd met voldoen om als de meest representatieve te kunnen worden beschouwd met
het oog op de aanwijzing van de vertegenwoordigers van het personeel het oog op de aanwijzing van de vertegenwoordigers van het personeel
in de Nationale Paritaire Commissie » (Parl. St., Kamer, 1964-1965, in de Nationale Paritaire Commissie » (Parl. St., Kamer, 1964-1965,
1028, nr. 1, p. 2). 1028, nr. 1, p. 2).
Bij artikel 7 van het koninklijk besluit van 30 september 1992 Bij artikel 7 van het koninklijk besluit van 30 september 1992
houdende goedkeuring van het eerste beheerscontract van de Nationale houdende goedkeuring van het eerste beheerscontract van de Nationale
Maatschappij der Belgische Spoorwegen en tot vaststelling van Maatschappij der Belgische Spoorwegen en tot vaststelling van
maatregelen met betrekking tot deze Maatschappij worden, in artikel 13 maatregelen met betrekking tot deze Maatschappij worden, in artikel 13
van de wet van 23 juli 1926, « de leden 1 tot 5 [...] opgeheven ». van de wet van 23 juli 1926, « de leden 1 tot 5 [...] opgeheven ».
B.3.2. Volgens het Vrij Syndicaat voor het Openbaar Ambt zou er ten B.3.2. Volgens het Vrij Syndicaat voor het Openbaar Ambt zou er ten
gevolge van de opheffing van het vijfde lid van artikel 13 geen gevolge van de opheffing van het vijfde lid van artikel 13 geen
wettelijke regeling meer bestaan inzake de samenstelling van de wettelijke regeling meer bestaan inzake de samenstelling van de
Nationale Paritaire Commissie. Nationale Paritaire Commissie.
De NMBS-Holding daarentegen is van oordeel dat die opheffing op een De NMBS-Holding daarentegen is van oordeel dat die opheffing op een
vergissing zou berusten en dat het koninklijk besluit als onwettig zou vergissing zou berusten en dat het koninklijk besluit als onwettig zou
moeten worden beschouwd, in zoverre het het vijfde lid van artikel 13 moeten worden beschouwd, in zoverre het het vijfde lid van artikel 13
opheft, vermits de Koning daarmee de bevoegdheden die in artikel 2, § opheft, vermits de Koning daarmee de bevoegdheden die in artikel 2, §
1, van de wet van 21 maart 1991 werden bepaald, te buiten zou zijn 1, van de wet van 21 maart 1991 werden bepaald, te buiten zou zijn
gegaan, zodat het met toepassing van artikel 159 van de Grondwet gegaan, zodat het met toepassing van artikel 159 van de Grondwet
buiten toepassing zou moeten worden gelaten. buiten toepassing zou moeten worden gelaten.
De Ministerraad is van oordeel dat, ondanks zijn opheffing, het vijfde De Ministerraad is van oordeel dat, ondanks zijn opheffing, het vijfde
lid van artikel 13 zou moeten worden geacht nog steeds uitwerking te lid van artikel 13 zou moeten worden geacht nog steeds uitwerking te
hebben, in zoverre het de samenstelling van de Nationale Paritaire hebben, in zoverre het de samenstelling van de Nationale Paritaire
Commissie regelt. Commissie regelt.
Ten aanzien van de prejudiciële vraag Ten aanzien van de prejudiciële vraag
B.4.1. Het Hof wordt ondervraagd over de bestaanbaarheid met artikel B.4.1. Het Hof wordt ondervraagd over de bestaanbaarheid met artikel
23 van de Grondwet van artikel 161ter, § 5, van de wet van 21 maart 23 van de Grondwet van artikel 161ter, § 5, van de wet van 21 maart
1991, doordat de in het geding zijnde bepaling de vertegenwoordiging 1991, doordat de in het geding zijnde bepaling de vertegenwoordiging
van de vakorganisaties in het strategisch comité van de NMBS-Holding van de vakorganisaties in het strategisch comité van de NMBS-Holding
laat afhangen van het feit of zij al dan niet zitting hebben in de laat afhangen van het feit of zij al dan niet zitting hebben in de
Nationale Paritaire Commissie bij die Holding, terwijl de voorwaarden Nationale Paritaire Commissie bij die Holding, terwijl de voorwaarden
om zitting te hebben in die Commissie niet door de wet, maar door om zitting te hebben in die Commissie niet door de wet, maar door
reglementaire bepalingen uitgevaardigd door de organen van de reglementaire bepalingen uitgevaardigd door de organen van de
NMBS-Holding zouden zijn vastgesteld. NMBS-Holding zouden zijn vastgesteld.
B.4.2. Het staat niet aan het Hof uitspraak te doen over de vraag of B.4.2. Het staat niet aan het Hof uitspraak te doen over de vraag of
artikel 13, vijfde lid, van de wet van 23 juli 1926 al dan niet wettig artikel 13, vijfde lid, van de wet van 23 juli 1926 al dan niet wettig
door het voormelde koninklijk besluit van 30 september 1992 zou zijn door het voormelde koninklijk besluit van 30 september 1992 zou zijn
opgeheven. opgeheven.
B.5.1. Artikel 23 van de Grondwet bepaalt : B.5.1. Artikel 23 van de Grondwet bepaalt :
« Ieder heeft het recht een menswaardig leven te leiden. « Ieder heeft het recht een menswaardig leven te leiden.
Daartoe waarborgen de wet, het decreet of de in artikel 134 bedoelde Daartoe waarborgen de wet, het decreet of de in artikel 134 bedoelde
regel, houdend met de overeenkomstige plichten, de economische, regel, houdend met de overeenkomstige plichten, de economische,
sociale en culturele rechten, waarvan ze de voorwaarden voor de sociale en culturele rechten, waarvan ze de voorwaarden voor de
uitoefening bepalen. uitoefening bepalen.
Die rechten omvatten inzonderheid : Die rechten omvatten inzonderheid :
1° het recht op arbeid en op de vrije keuze van beroepsarbeid in het 1° het recht op arbeid en op de vrije keuze van beroepsarbeid in het
raam van een algemeen werkgelegenheidsbeleid dat onder meer gericht is raam van een algemeen werkgelegenheidsbeleid dat onder meer gericht is
op het waarborgen van een zo hoog en stabiel mogelijk op het waarborgen van een zo hoog en stabiel mogelijk
werkgelegenheidspeil, het recht op billijke arbeidsvoorwaarden en een werkgelegenheidspeil, het recht op billijke arbeidsvoorwaarden en een
billijke beloning, alsmede het recht op informatie, overleg en billijke beloning, alsmede het recht op informatie, overleg en
collectief onderhandelen; collectief onderhandelen;
[...] ». [...] ».
B.5.2. Die grondwetsbepaling verbiedt de bevoegde wetgever niet aan de B.5.2. Die grondwetsbepaling verbiedt de bevoegde wetgever niet aan de
Regering machtigingen te verlenen, voor zover die machtigingen Regering machtigingen te verlenen, voor zover die machtigingen
betrekking hebben op het aannemen van maatregelen waarvan het betrekking hebben op het aannemen van maatregelen waarvan het
onderwerp door de bevoegde wetgever is aangegeven (arrest nr. 135/2010 onderwerp door de bevoegde wetgever is aangegeven (arrest nr. 135/2010
van 9 december 2010, B.15, en arrest nr. 151/2010 van 22 december van 9 december 2010, B.15, en arrest nr. 151/2010 van 22 december
2010, B.4). 2010, B.4).
B.6. In het eerste lid, 3°, van artikel 161ter, § 5, wordt bepaald dat B.6. In het eerste lid, 3°, van artikel 161ter, § 5, wordt bepaald dat
het strategisch comité, van werknemerszijde, bestaat uit zes leden die het strategisch comité, van werknemerszijde, bestaat uit zes leden die
de vakorganisaties vertegenwoordigen die zitting hebben in de de vakorganisaties vertegenwoordigen die zitting hebben in de
Nationale Paritaire Commissie. In het tweede lid wordt nader bepaald Nationale Paritaire Commissie. In het tweede lid wordt nader bepaald
dat de zetels voor de vakorganisaties worden toegewezen overeenkomstig dat de zetels voor de vakorganisaties worden toegewezen overeenkomstig
hun vertegenwoordiging in de Nationale Paritaire Commissie. hun vertegenwoordiging in de Nationale Paritaire Commissie.
Weliswaar heeft de wetgever de concrete samenstelling van het Weliswaar heeft de wetgever de concrete samenstelling van het
strategisch comité niet rechtstreeks bepaald, toch heeft hij, door een strategisch comité niet rechtstreeks bepaald, toch heeft hij, door een
verband te leggen met de samenstelling van een ander paritair orgaan verband te leggen met de samenstelling van een ander paritair orgaan
en door erin te voorzien dat de vertegenwoordiging binnen de Nationale en door erin te voorzien dat de vertegenwoordiging binnen de Nationale
Paritaire Commissie bepalend is voor de samenstelling van het Paritaire Commissie bepalend is voor de samenstelling van het
strategisch comité, zelf het onderwerp aangegeven wat de wettelijke strategisch comité, zelf het onderwerp aangegeven wat de wettelijke
basis inzake de samenstelling van het strategisch comité bij de basis inzake de samenstelling van het strategisch comité bij de
NMBS-Holding betreft. NMBS-Holding betreft.
Artikel 23 van de Grondwet vereist niet dat de wetgever zelf de Artikel 23 van de Grondwet vereist niet dat de wetgever zelf de
voorwaarden zou bepalen op grond waarvan vakorganisaties als de meest voorwaarden zou bepalen op grond waarvan vakorganisaties als de meest
representatieve voor het personeel van de NMBS-Holding dienen te representatieve voor het personeel van de NMBS-Holding dienen te
worden beschouwd. worden beschouwd.
Daaruit volgt dat de in het geding zijnde bepaling niet onbestaanbaar Daaruit volgt dat de in het geding zijnde bepaling niet onbestaanbaar
is met artikel 23 van de Grondwet. is met artikel 23 van de Grondwet.
B.7. De prejudiciële vraag dient ontkennend te worden beantwoord. B.7. De prejudiciële vraag dient ontkennend te worden beantwoord.
Om die redenen, Om die redenen,
het Hof het Hof
zegt voor recht : zegt voor recht :
Artikel 161ter, § 5, van de wet van 21 maart 1991 betreffende de Artikel 161ter, § 5, van de wet van 21 maart 1991 betreffende de
hervorming van sommige economische overheidsbedrijven schendt artikel hervorming van sommige economische overheidsbedrijven schendt artikel
23 van de Grondwet niet. 23 van de Grondwet niet.
Aldus uitgesproken in het Nederlands en het Frans, overeenkomstig Aldus uitgesproken in het Nederlands en het Frans, overeenkomstig
artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het
Grondwettelijk Hof, op de openbare terechtzitting van 28 juni 2012. Grondwettelijk Hof, op de openbare terechtzitting van 28 juni 2012.
De griffier, De griffier,
F. Meersschaut F. Meersschaut
De voorzitter, De voorzitter,
M. Bossuyt M. Bossuyt
^