Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Arrest van --
← Terug naar "Uittreksel uit arrest nr. 56/2012 van 19 april 2012 Rolnummer 5314 In zake : de vordering tot schorsing van de artikelen 174/1 en 313 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, zoals gewijzigd bij de artikelen 28 en 33 van de wet van 2 Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters R. Henneuse en M. Bossuyt, en de rechter(...)"
Uittreksel uit arrest nr. 56/2012 van 19 april 2012 Rolnummer 5314 In zake : de vordering tot schorsing van de artikelen 174/1 en 313 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, zoals gewijzigd bij de artikelen 28 en 33 van de wet van 2 Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters R. Henneuse en M. Bossuyt, en de rechter(...) Uittreksel uit arrest nr. 56/2012 van 19 april 2012 Rolnummer 5314 In zake : de vordering tot schorsing van de artikelen 174/1 en 313 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, zoals gewijzigd bij de artikelen 28 en 33 van de wet van 2 Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters R. Henneuse en M. Bossuyt, en de rechter(...)
GRONDWETTELIJK HOF GRONDWETTELIJK HOF
Uittreksel uit arrest nr. 56/2012 van 19 april 2012 Uittreksel uit arrest nr. 56/2012 van 19 april 2012
Rolnummer 5314 Rolnummer 5314
In zake : de vordering tot schorsing van de artikelen 174/1 en 313 van In zake : de vordering tot schorsing van de artikelen 174/1 en 313 van
het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, zoals gewijzigd bij de het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, zoals gewijzigd bij de
artikelen 28 en 33 van de wet van 28 december 2011 houdende diverse artikelen 28 en 33 van de wet van 28 december 2011 houdende diverse
bepalingen, ingesteld door Guy Kleynen. bepalingen, ingesteld door Guy Kleynen.
Het Grondwettelijk Hof, Het Grondwettelijk Hof,
samengesteld uit de voorzitters R. Henneuse en M. Bossuyt, en de samengesteld uit de voorzitters R. Henneuse en M. Bossuyt, en de
rechters E. De Groot, L. Lavrysen, A. Alen, J.-P. Snappe, J.-P. rechters E. De Groot, L. Lavrysen, A. Alen, J.-P. Snappe, J.-P.
Moerman, E. Derycke, J. Spreutels, T. Merckx-Van Goey, P. Nihoul en F. Moerman, E. Derycke, J. Spreutels, T. Merckx-Van Goey, P. Nihoul en F.
Daoût, bijgestaan door de griffier F. Meersschaut, onder Daoût, bijgestaan door de griffier F. Meersschaut, onder
voorzitterschap van voorzitter R. Henneuse, voorzitterschap van voorzitter R. Henneuse,
wijst na beraad het volgende arrest : wijst na beraad het volgende arrest :
I. Onderwerp van de vordering en rechtspleging I. Onderwerp van de vordering en rechtspleging
Bij verzoekschrift dat aan het Hof is toegezonden bij op 17 februari Bij verzoekschrift dat aan het Hof is toegezonden bij op 17 februari
2012 ter post aangetekende brief en ter griffie is ingekomen op 20 2012 ter post aangetekende brief en ter griffie is ingekomen op 20
februari 2012, heeft Guy Kleynen, wonende te 1150 Brussel, februari 2012, heeft Guy Kleynen, wonende te 1150 Brussel,
Albatroslaan 17, een vordering tot schorsing ingesteld van de Albatroslaan 17, een vordering tot schorsing ingesteld van de
artikelen 174/1 en 313 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen artikelen 174/1 en 313 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen
1992, zoals gewijzigd bij de artikelen 28 en 33 van de wet van 28 1992, zoals gewijzigd bij de artikelen 28 en 33 van de wet van 28
december 2011 houdende diverse bepalingen (bekendgemaakt in het december 2011 houdende diverse bepalingen (bekendgemaakt in het
Belgisch Staatsblad van 30 december 2011, vierde editie). Belgisch Staatsblad van 30 december 2011, vierde editie).
Bij hetzelfde verzoekschrift vordert de verzoekende partij eveneens de Bij hetzelfde verzoekschrift vordert de verzoekende partij eveneens de
vernietiging van dezelfde wetsbepalingen. vernietiging van dezelfde wetsbepalingen.
(...) (...)
II. In rechte II. In rechte
(...) (...)
B.1.1. De vordering tot schorsing heeft betrekking op artikel 28 en B.1.1. De vordering tot schorsing heeft betrekking op artikel 28 en
artikel 33 van de wet van 28 december 2011 houdende diverse artikel 33 van de wet van 28 december 2011 houdende diverse
bepalingen, die artikel 174/1 en artikel 313 van het Wetboek van de bepalingen, die artikel 174/1 en artikel 313 van het Wetboek van de
inkomstenbelastingen 1992 (WIB 1992) respectievelijk invoegen en inkomstenbelastingen 1992 (WIB 1992) respectievelijk invoegen en
vervangen. vervangen.
Die artikelen bepalen : Die artikelen bepalen :
«

Art. 174/1.§ 1. Er wordt uitsluitend in het voordeel van de Staat

«

Art. 174/1.§ 1. Er wordt uitsluitend in het voordeel van de Staat

een bijkomende heffing op roerende inkomsten ingevoerd, gelijkgesteld een bijkomende heffing op roerende inkomsten ingevoerd, gelijkgesteld
met de personenbelasting, ten laste van de belastingplichtigen die met de personenbelasting, ten laste van de belastingplichtigen die
interesten en dividenden ontvangen waarvan het totale netto bedrag interesten en dividenden ontvangen waarvan het totale netto bedrag
hoger is dan 13.675 euro. hoger is dan 13.675 euro.
Deze heffing wordt vastgelegd op 4 pct. van het deel van de dividenden Deze heffing wordt vastgelegd op 4 pct. van het deel van de dividenden
en interesten bedoeld in artikel 17, § 1, 1° en 2°, dat het totale en interesten bedoeld in artikel 17, § 1, 1° en 2°, dat het totale
netto bedrag van 13.675 euro overschrijdt. netto bedrag van 13.675 euro overschrijdt.
Het netto bedrag van het inkomen wordt bepaald overeenkomstig artikel Het netto bedrag van het inkomen wordt bepaald overeenkomstig artikel
22, § 1. 22, § 1.
De dividenden en interesten onderworpen aan een tarief van 10 of 25 De dividenden en interesten onderworpen aan een tarief van 10 of 25
pct. en de in artikel 171, 3°quinquies, bedoelde inkomsten uit pct. en de in artikel 171, 3°quinquies, bedoelde inkomsten uit
spaardeposito's worden niet onderworpen aan deze heffing. spaardeposito's worden niet onderworpen aan deze heffing.
Om te beoordelen of de grens van 13.675 euro is overschreden, worden Om te beoordelen of de grens van 13.675 euro is overschreden, worden
in eerste instantie de dividenden en interesten waarop de heffing niet in eerste instantie de dividenden en interesten waarop de heffing niet
van toepassing is, berekend. De dividenden bedoeld in artikel 171, 2°, van toepassing is, berekend. De dividenden bedoeld in artikel 171, 2°,
f, moeten evenwel niet worden meegerekend. f, moeten evenwel niet worden meegerekend.
§ 2. De in artikel 261 bedoelde schuldenaars van de roerende § 2. De in artikel 261 bedoelde schuldenaars van de roerende
voorheffing moeten aan het centraal aanspreekpunt dat door de voorheffing moeten aan het centraal aanspreekpunt dat door de
Nationale Bank van België wordt gehouden, de gegevens toezenden met Nationale Bank van België wordt gehouden, de gegevens toezenden met
betrekking tot de dividenden en interesten bedoeld in artikel 17, § 1, betrekking tot de dividenden en interesten bedoeld in artikel 17, § 1,
1° en 2°, en met identificatie van de verkrijgers van de inkomsten. 1° en 2°, en met identificatie van de verkrijgers van de inkomsten.
Wanneer de verkrijger van de inkomsten kiest voor een inhouding van de Wanneer de verkrijger van de inkomsten kiest voor een inhouding van de
bijkomende heffing op roerende inkomsten, bovenop de roerende bijkomende heffing op roerende inkomsten, bovenop de roerende
voorheffing, wordt het bedrag van die inkomsten niet medegedeeld aan voorheffing, wordt het bedrag van die inkomsten niet medegedeeld aan
het centraal aanspreekpunt. het centraal aanspreekpunt.
Wanneer de verkrijger van de inkomsten niet kiest voor de inhouding Wanneer de verkrijger van de inkomsten niet kiest voor de inhouding
van bijkomende heffing op roerende inkomsten, wordt die bijkomende van bijkomende heffing op roerende inkomsten, wordt die bijkomende
heffing in voorkomend geval gevestigd op het moment van de berekening heffing in voorkomend geval gevestigd op het moment van de berekening
van de personenbelasting op basis van de gegevens uit de aangifte, van de personenbelasting op basis van de gegevens uit de aangifte,
eventueel aangevuld met de bij het aanspreekpunt gemelde gegevens die eventueel aangevuld met de bij het aanspreekpunt gemelde gegevens die
niet waren aangegeven. niet waren aangegeven.
Het centraal aanspreekpunt zendt, wat een welbepaalde Het centraal aanspreekpunt zendt, wat een welbepaalde
belastingplichtige betreft, de informatie die nodig is voor de juiste belastingplichtige betreft, de informatie die nodig is voor de juiste
toepassing van dit artikel met betrekking tot de hier beoogde toepassing van dit artikel met betrekking tot de hier beoogde
inkomsten, toe aan de bevoegde operationele fiscale administratie die inkomsten, toe aan de bevoegde operationele fiscale administratie die
erom verzoekt. Wanneer, met betrekking tot een belastingplichtige, het erom verzoekt. Wanneer, met betrekking tot een belastingplichtige, het
totaal van alle tijdens een jaar medegedeelde roerende inkomsten totaal van alle tijdens een jaar medegedeelde roerende inkomsten
13.675 euro overschrijdt, zendt het centraal aanspreekpunt de 13.675 euro overschrijdt, zendt het centraal aanspreekpunt de
inlichtingen betreffende die belastingplichtige automatisch toe aan de inlichtingen betreffende die belastingplichtige automatisch toe aan de
bevoegde operationele fiscale administratie. bevoegde operationele fiscale administratie.
De Koning bepaalt de modaliteiten voor het toezenden van de informatie De Koning bepaalt de modaliteiten voor het toezenden van de informatie
aan het centraal aanspreekpunt door de schuldenaars van de roerende aan het centraal aanspreekpunt door de schuldenaars van de roerende
voorheffing en aan de operationele fiscale administraties door het voorheffing en aan de operationele fiscale administraties door het
centraal aanspreekpunt. centraal aanspreekpunt.
§ 3. De inhoudingen aan de bron van de heffing worden geregeld bij de § 3. De inhoudingen aan de bron van de heffing worden geregeld bij de
bepalingen van toepassing in Titel VI inzake roerende voorheffing bepalingen van toepassing in Titel VI inzake roerende voorheffing
behalve wanneer hiervan wordt afgeweken. behalve wanneer hiervan wordt afgeweken.
De Koning kan bijzondere regels vastleggen met betrekking tot de De Koning kan bijzondere regels vastleggen met betrekking tot de
inhouding aan de bron van de heffing. inhouding aan de bron van de heffing.
De bepalingen van Titel VII zijn van toepassing op de heffing behalve De bepalingen van Titel VII zijn van toepassing op de heffing behalve
wanneer hiervan wordt afgeweken ». wanneer hiervan wordt afgeweken ».
«

Art. 313.De aan de personenbelasting onderworpen

«

Art. 313.De aan de personenbelasting onderworpen

belastingplichtigen zijn ertoe gehouden in hun jaarlijkse aangifte in belastingplichtigen zijn ertoe gehouden in hun jaarlijkse aangifte in
de voormelde belasting de inkomsten van roerende goederen en kapitalen de voormelde belasting de inkomsten van roerende goederen en kapitalen
bedoeld in artikel 17, § 1, alsmede de in artikel 90, 6° en 11°, bedoeld in artikel 17, § 1, alsmede de in artikel 90, 6° en 11°,
bedoelde diverse inkomsten, te vermelden behalve wanneer het gaat om bedoelde diverse inkomsten, te vermelden behalve wanneer het gaat om
in artikel 171, 2°ter, bedoelde interesten en dividenden die zijn in artikel 171, 2°ter, bedoelde interesten en dividenden die zijn
onderworpen aan de inhouding aan de bron van de heffing bedoeld in onderworpen aan de inhouding aan de bron van de heffing bedoeld in
artikel 174/1. artikel 174/1.
De roerende voorheffing en de inhouding aan de bron van de heffing De roerende voorheffing en de inhouding aan de bron van de heffing
bedoeld in artikel 174/1 op de aldus niet aangegeven inkomsten wordt bedoeld in artikel 174/1 op de aldus niet aangegeven inkomsten wordt
noch met de personenbelasting verrekend, noch terugbetaald ». noch met de personenbelasting verrekend, noch terugbetaald ».
B.1.2. Die wet is bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad op 30 B.1.2. Die wet is bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad op 30
december 2011 en de bestreden bepalingen zijn van toepassing op de december 2011 en de bestreden bepalingen zijn van toepassing op de
inkomsten die zijn toegekend of betaalbaar gesteld vanaf 1 januari inkomsten die zijn toegekend of betaalbaar gesteld vanaf 1 januari
2012 (artikel 38). De vordering tot schorsing is dus binnen de 2012 (artikel 38). De vordering tot schorsing is dus binnen de
termijnen ingesteld. termijnen ingesteld.
B.2.1. De verzoeker verantwoordt zijn belang om in rechte te treden, B.2.1. De verzoeker verantwoordt zijn belang om in rechte te treden,
door aan te voeren dat hij, in onverdeeldheid met zijn echtgenote en door aan te voeren dat hij, in onverdeeldheid met zijn echtgenote en
zijn kinderen, houder is van een effectenportefeuille bij een zijn kinderen, houder is van een effectenportefeuille bij een
Belgische bank. Belgische bank.
De Ministerraad betwist het belang van de verzoeker niet De Ministerraad betwist het belang van de verzoeker niet
uitdrukkelijk, maar merkt op dat de bestreden bepalingen niet alle uitdrukkelijk, maar merkt op dat de bestreden bepalingen niet alle
roerende inkomsten beogen en dat, gelet op artikel 127 van het WIB roerende inkomsten beogen en dat, gelet op artikel 127 van het WIB
1992, een onderscheid dient te worden gemaakt tussen het bedrag van de 1992, een onderscheid dient te worden gemaakt tussen het bedrag van de
inkomsten die de verzoeker ontvangt en dat van de inkomsten die zijn inkomsten die de verzoeker ontvangt en dat van de inkomsten die zijn
echtgenote ontvangt. echtgenote ontvangt.
B.2.2. Aangezien de vordering tot schorsing ondergeschikt is aan het B.2.2. Aangezien de vordering tot schorsing ondergeschikt is aan het
beroep tot vernietiging, dient de ontvankelijkheid van dat laatste, en beroep tot vernietiging, dient de ontvankelijkheid van dat laatste, en
met name wat het bestaan van het vereiste belang betreft, reeds bij met name wat het bestaan van het vereiste belang betreft, reeds bij
het onderzoek van de vordering tot schorsing te worden betrokken. het onderzoek van de vordering tot schorsing te worden betrokken.
B.2.3. De hoedanigheid van belastingplichtige in de personenbelasting B.2.3. De hoedanigheid van belastingplichtige in de personenbelasting
van de verzoekende partij, houder van roerende inkomsten die kunnen van de verzoekende partij, houder van roerende inkomsten die kunnen
worden beoogd door de door haar bestreden bepalingen, volstaat voor worden beoogd door de door haar bestreden bepalingen, volstaat voor
haar om te doen blijken van het belang om die te betwisten. haar om te doen blijken van het belang om die te betwisten.
B.2.4. Uit het beperkte onderzoek van de ontvankelijkheid van het B.2.4. Uit het beperkte onderzoek van de ontvankelijkheid van het
beroep tot vernietiging waartoe het Hof in het kader van de vordering beroep tot vernietiging waartoe het Hof in het kader van de vordering
tot schorsing is kunnen overgaan, blijkt niet dat het beroep tot tot schorsing is kunnen overgaan, blijkt niet dat het beroep tot
vernietiging - en dus de vordering tot schorsing - onontvankelijk moet vernietiging - en dus de vordering tot schorsing - onontvankelijk moet
worden geacht. worden geacht.
B.3. Naar luid van artikel 20, 1°, van de bijzondere wet van 6 januari B.3. Naar luid van artikel 20, 1°, van de bijzondere wet van 6 januari
1989 op het Grondwettelijk Hof dient aan twee grondvoorwaarden te zijn 1989 op het Grondwettelijk Hof dient aan twee grondvoorwaarden te zijn
voldaan opdat tot schorsing kan worden besloten : voldaan opdat tot schorsing kan worden besloten :
- de middelen die worden aangevoerd, moeten ernstig zijn; - de middelen die worden aangevoerd, moeten ernstig zijn;
- de onmiddellijke uitvoering van de bestreden maatregel moet een - de onmiddellijke uitvoering van de bestreden maatregel moet een
moeilijk te herstellen ernstig nadeel kunnen berokkenen. moeilijk te herstellen ernstig nadeel kunnen berokkenen.
Daar de twee voorwaarden cumulatief zijn, leidt de vaststelling dat Daar de twee voorwaarden cumulatief zijn, leidt de vaststelling dat
één van die voorwaarden niet is vervuld tot verwerping van de één van die voorwaarden niet is vervuld tot verwerping van de
vordering tot schorsing. vordering tot schorsing.
B.4. Zoals de Ministerraad opmerkt, bevat de vordering tot schorsing B.4. Zoals de Ministerraad opmerkt, bevat de vordering tot schorsing
geen uitdrukkelijke uiteenzetting van het moeilijk te herstellen geen uitdrukkelijke uiteenzetting van het moeilijk te herstellen
ernstig nadeel dat de verzoekende partij aanvoert om die vordering te ernstig nadeel dat de verzoekende partij aanvoert om die vordering te
motiveren. Het verzoekschrift bevat evenwel een « tiende middel dat motiveren. Het verzoekschrift bevat evenwel een « tiende middel dat
specifiek is voor de vordering tot schorsing » en dat verwijst naar « specifiek is voor de vordering tot schorsing » en dat verwijst naar «
onherstelbare gevolgen voor de belastingplichtigen die [...] het onherstelbare gevolgen voor de belastingplichtigen die [...] het
slachtoffer zijn » van de maatregelen waarin de bestreden bepalingen slachtoffer zijn » van de maatregelen waarin de bestreden bepalingen
voorzien en waarvan kan worden aangenomen, mogelijkheid waarop de voorzien en waarvan kan worden aangenomen, mogelijkheid waarop de
Ministerraad wijst, dat het de elementen bevat die de verzoekende Ministerraad wijst, dat het de elementen bevat die de verzoekende
partij aanvoert om het moeilijk te herstellen ernstig nadeel aan te partij aanvoert om het moeilijk te herstellen ernstig nadeel aan te
tonen dat zou voortvloeien uit de onmiddellijke toepassing van de tonen dat zou voortvloeien uit de onmiddellijke toepassing van de
bestreden bepalingen. bestreden bepalingen.
B.5. De verzoekende partij voert in hoofdzaak aan dat de bestreden B.5. De verzoekende partij voert in hoofdzaak aan dat de bestreden
bepalingen rechtsonzekerheid tot stand brengen voor de verkrijgers van bepalingen rechtsonzekerheid tot stand brengen voor de verkrijgers van
dividenden en interesten die, rekening houdend met de maatregelen tot dividenden en interesten die, rekening houdend met de maatregelen tot
uitvoering van die bepalingen genomen door zowel de FOD Financiën als uitvoering van die bepalingen genomen door zowel de FOD Financiën als
de bankinstelling waar de verzoekende partij klant is, ertoe leidt dat de bankinstelling waar de verzoekende partij klant is, ertoe leidt dat
al die inkomsten worden onderworpen aan de bijkomende heffing van 4 al die inkomsten worden onderworpen aan de bijkomende heffing van 4
pct. die bij het voormelde artikel 174/1 is ingevoerd, en dat de pct. die bij het voormelde artikel 174/1 is ingevoerd, en dat de
bankgegevens van de verkrijgers worden meegedeeld aan het in diezelfde bankgegevens van de verkrijgers worden meegedeeld aan het in diezelfde
bepaling bedoelde « centraal aanspreekpunt », zonder het die bepaling bedoelde « centraal aanspreekpunt », zonder het die
verkrijgers mogelijk te maken om na te gaan of zij, gelet op hun verkrijgers mogelijk te maken om na te gaan of zij, gelet op hun
persoonlijke situatie, de heffing al dan niet zijn verschuldigd en persoonlijke situatie, de heffing al dan niet zijn verschuldigd en
zonder ermee rekening te houden dat de belasting slechts verschuldigd zonder ermee rekening te houden dat de belasting slechts verschuldigd
is boven een bepaalde inkomstendrempel. Een dergelijke maatregel zou is boven een bepaalde inkomstendrempel. Een dergelijke maatregel zou
niet evenredig zijn, gelet op het beperkte bedrag van de in het geding niet evenredig zijn, gelet op het beperkte bedrag van de in het geding
zijnde fiscale opbrengst, het beperkte aantal betrokken zijnde fiscale opbrengst, het beperkte aantal betrokken
belastingplichtigen, de schade die die maatregel aan de economie van belastingplichtigen, de schade die die maatregel aan de economie van
het land kan aanrichten, de kosten die hij met zich meebrengt en het het land kan aanrichten, de kosten die hij met zich meebrengt en het
feit dat hij de belastingplichtigen ertoe zal aanzetten zich te wenden feit dat hij de belastingplichtigen ertoe zal aanzetten zich te wenden
tot beleggingen die niet aan de bestreden maatregel zijn onderworpen. tot beleggingen die niet aan de bestreden maatregel zijn onderworpen.
B.6. De schorsing van een wetsbepaling door het Hof moet het mogelijk B.6. De schorsing van een wetsbepaling door het Hof moet het mogelijk
maken te vermijden dat, voor de verzoekende partij, een ernstig nadeel maken te vermijden dat, voor de verzoekende partij, een ernstig nadeel
voortvloeit uit de onmiddellijke toepassing van de bestreden normen, voortvloeit uit de onmiddellijke toepassing van de bestreden normen,
nadeel dat niet of moeilijk zou kunnen worden hersteld in geval van nadeel dat niet of moeilijk zou kunnen worden hersteld in geval van
een vernietiging van die normen. een vernietiging van die normen.
Uit artikel 22 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Uit artikel 22 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het
Grondwettelijk Hof blijkt dat, om te voldoen aan de tweede voorwaarde Grondwettelijk Hof blijkt dat, om te voldoen aan de tweede voorwaarde
van artikel 20, 1°, van die wet, de persoon die een vordering tot van artikel 20, 1°, van die wet, de persoon die een vordering tot
schorsing instelt, in zijn verzoekschrift concrete en precieze feiten schorsing instelt, in zijn verzoekschrift concrete en precieze feiten
moet uiteenzetten waaruit voldoende blijkt dat de onmiddellijke moet uiteenzetten waaruit voldoende blijkt dat de onmiddellijke
toepassing van de bepalingen waarvan hij de vernietiging vordert, hem toepassing van de bepalingen waarvan hij de vernietiging vordert, hem
een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen. een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen.
Die persoon moet met name het bestaan van het risico van een nadeel, Die persoon moet met name het bestaan van het risico van een nadeel,
de ernst ervan en het verband tussen dat risico en de toepassing van de ernst ervan en het verband tussen dat risico en de toepassing van
de bestreden bepalingen aantonen. de bestreden bepalingen aantonen.
B.7. Het door de verzoekende partij aangevoerde nadeel kan niet als B.7. Het door de verzoekende partij aangevoerde nadeel kan niet als
ernstig en moeilijk te herstellen worden beschouwd, in zoverre het een ernstig en moeilijk te herstellen worden beschouwd, in zoverre het een
financieel nadeel betreft dat kan worden hersteld in geval van de financieel nadeel betreft dat kan worden hersteld in geval van de
vernietiging van de bestreden maatregelen. vernietiging van de bestreden maatregelen.
Bovendien levert de verzoekende partij geen enkel bewijs van een Bovendien levert de verzoekende partij geen enkel bewijs van een
nadeel dat verbonden is aan een eventuele schending van het fiscaal nadeel dat verbonden is aan een eventuele schending van het fiscaal
bankgeheim, voordat het Hof zich zal hebben uitgesproken over het bankgeheim, voordat het Hof zich zal hebben uitgesproken over het
beroep tot vernietiging. Overigens koppelt zij de elementen van het beroep tot vernietiging. Overigens koppelt zij de elementen van het
door haar aangevoerde nadeel aan maatregelen tot uitvoering van de door haar aangevoerde nadeel aan maatregelen tot uitvoering van de
door haar bestreden bepalingen, zodat dat nadeel, in de door haar bestreden bepalingen, zodat dat nadeel, in de
veronderstelling dat het vaststaat en als ernstig en moeilijk te veronderstelling dat het vaststaat en als ernstig en moeilijk te
herstellen zou kunnen worden beschouwd, niet als zodanig voortvloeit herstellen zou kunnen worden beschouwd, niet als zodanig voortvloeit
uit de bestreden bepalingen. uit de bestreden bepalingen.
Ten slotte kunnen de algemene beschouwingen die de verzoekende partij Ten slotte kunnen de algemene beschouwingen die de verzoekende partij
formuleert in verband met de algemene gevolgen die de bestreden formuleert in verband met de algemene gevolgen die de bestreden
bepalingen of de uitvoering ervan op het vlak van de rechtsonzekerheid bepalingen of de uitvoering ervan op het vlak van de rechtsonzekerheid
zouden hebben voor het gedrag van de belastingplichtigen of voor de zouden hebben voor het gedrag van de belastingplichtigen of voor de
Belgische economie in het algemeen, niet de elementen vormen van het Belgische economie in het algemeen, niet de elementen vormen van het
risico op een moeilijk te herstellen ernstig nadeel dat bij de risico op een moeilijk te herstellen ernstig nadeel dat bij de
bijzondere wet van 6 januari 1989 is bedoeld. bijzondere wet van 6 januari 1989 is bedoeld.
B.8. Aangezien niet vaststaat dat de onmiddellijke uitvoering van de B.8. Aangezien niet vaststaat dat de onmiddellijke uitvoering van de
bestreden bepalingen een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan bestreden bepalingen een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan
veroorzaken, dient niet te worden nagegaan of de in het in het kader veroorzaken, dient niet te worden nagegaan of de in het in het kader
van de vordering tot schorsing aangevoerde middelen als ernstig kunnen van de vordering tot schorsing aangevoerde middelen als ernstig kunnen
worden beschouwd. worden beschouwd.
Om die redenen, Om die redenen,
het Hof het Hof
verwerpt de vordering tot schorsing. verwerpt de vordering tot schorsing.
Aldus uitgesproken in het Frans en het Nederlands, overeenkomstig Aldus uitgesproken in het Frans en het Nederlands, overeenkomstig
artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het
Grondwettelijk Hof, op de openbare terechtzitting van 19 april 2012. Grondwettelijk Hof, op de openbare terechtzitting van 19 april 2012.
De griffier, De griffier,
F. Meersschaut F. Meersschaut
De voorzitter, De voorzitter,
R. Henneuse R. Henneuse
^