← Terug naar "Uittreksel uit arrest nr. 56/2012 van 19 april 2012 Rolnummer 5314 In zake : de vordering
tot schorsing van de artikelen 174/1 en 313 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, zoals gewijzigd
bij de artikelen 28 en 33 van de wet van 2 Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters R. Henneuse en
M. Bossuyt, en de rechter(...)"
Uittreksel uit arrest nr. 56/2012 van 19 april 2012 Rolnummer 5314 In zake : de vordering tot schorsing van de artikelen 174/1 en 313 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, zoals gewijzigd bij de artikelen 28 en 33 van de wet van 2 Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters R. Henneuse en M. Bossuyt, en de rechter(...) | Uittreksel uit arrest nr. 56/2012 van 19 april 2012 Rolnummer 5314 In zake : de vordering tot schorsing van de artikelen 174/1 en 313 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, zoals gewijzigd bij de artikelen 28 en 33 van de wet van 2 Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters R. Henneuse en M. Bossuyt, en de rechter(...) |
---|---|
GRONDWETTELIJK HOF | GRONDWETTELIJK HOF |
Uittreksel uit arrest nr. 56/2012 van 19 april 2012 | Uittreksel uit arrest nr. 56/2012 van 19 april 2012 |
Rolnummer 5314 | Rolnummer 5314 |
In zake : de vordering tot schorsing van de artikelen 174/1 en 313 van | In zake : de vordering tot schorsing van de artikelen 174/1 en 313 van |
het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, zoals gewijzigd bij de | het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, zoals gewijzigd bij de |
artikelen 28 en 33 van de wet van 28 december 2011 houdende diverse | artikelen 28 en 33 van de wet van 28 december 2011 houdende diverse |
bepalingen, ingesteld door Guy Kleynen. | bepalingen, ingesteld door Guy Kleynen. |
Het Grondwettelijk Hof, | Het Grondwettelijk Hof, |
samengesteld uit de voorzitters R. Henneuse en M. Bossuyt, en de | samengesteld uit de voorzitters R. Henneuse en M. Bossuyt, en de |
rechters E. De Groot, L. Lavrysen, A. Alen, J.-P. Snappe, J.-P. | rechters E. De Groot, L. Lavrysen, A. Alen, J.-P. Snappe, J.-P. |
Moerman, E. Derycke, J. Spreutels, T. Merckx-Van Goey, P. Nihoul en F. | Moerman, E. Derycke, J. Spreutels, T. Merckx-Van Goey, P. Nihoul en F. |
Daoût, bijgestaan door de griffier F. Meersschaut, onder | Daoût, bijgestaan door de griffier F. Meersschaut, onder |
voorzitterschap van voorzitter R. Henneuse, | voorzitterschap van voorzitter R. Henneuse, |
wijst na beraad het volgende arrest : | wijst na beraad het volgende arrest : |
I. Onderwerp van de vordering en rechtspleging | I. Onderwerp van de vordering en rechtspleging |
Bij verzoekschrift dat aan het Hof is toegezonden bij op 17 februari | Bij verzoekschrift dat aan het Hof is toegezonden bij op 17 februari |
2012 ter post aangetekende brief en ter griffie is ingekomen op 20 | 2012 ter post aangetekende brief en ter griffie is ingekomen op 20 |
februari 2012, heeft Guy Kleynen, wonende te 1150 Brussel, | februari 2012, heeft Guy Kleynen, wonende te 1150 Brussel, |
Albatroslaan 17, een vordering tot schorsing ingesteld van de | Albatroslaan 17, een vordering tot schorsing ingesteld van de |
artikelen 174/1 en 313 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen | artikelen 174/1 en 313 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen |
1992, zoals gewijzigd bij de artikelen 28 en 33 van de wet van 28 | 1992, zoals gewijzigd bij de artikelen 28 en 33 van de wet van 28 |
december 2011 houdende diverse bepalingen (bekendgemaakt in het | december 2011 houdende diverse bepalingen (bekendgemaakt in het |
Belgisch Staatsblad van 30 december 2011, vierde editie). | Belgisch Staatsblad van 30 december 2011, vierde editie). |
Bij hetzelfde verzoekschrift vordert de verzoekende partij eveneens de | Bij hetzelfde verzoekschrift vordert de verzoekende partij eveneens de |
vernietiging van dezelfde wetsbepalingen. | vernietiging van dezelfde wetsbepalingen. |
(...) | (...) |
II. In rechte | II. In rechte |
(...) | (...) |
B.1.1. De vordering tot schorsing heeft betrekking op artikel 28 en | B.1.1. De vordering tot schorsing heeft betrekking op artikel 28 en |
artikel 33 van de wet van 28 december 2011 houdende diverse | artikel 33 van de wet van 28 december 2011 houdende diverse |
bepalingen, die artikel 174/1 en artikel 313 van het Wetboek van de | bepalingen, die artikel 174/1 en artikel 313 van het Wetboek van de |
inkomstenbelastingen 1992 (WIB 1992) respectievelijk invoegen en | inkomstenbelastingen 1992 (WIB 1992) respectievelijk invoegen en |
vervangen. | vervangen. |
Die artikelen bepalen : | Die artikelen bepalen : |
« Art. 174/1.§ 1. Er wordt uitsluitend in het voordeel van de Staat |
« Art. 174/1.§ 1. Er wordt uitsluitend in het voordeel van de Staat |
een bijkomende heffing op roerende inkomsten ingevoerd, gelijkgesteld | een bijkomende heffing op roerende inkomsten ingevoerd, gelijkgesteld |
met de personenbelasting, ten laste van de belastingplichtigen die | met de personenbelasting, ten laste van de belastingplichtigen die |
interesten en dividenden ontvangen waarvan het totale netto bedrag | interesten en dividenden ontvangen waarvan het totale netto bedrag |
hoger is dan 13.675 euro. | hoger is dan 13.675 euro. |
Deze heffing wordt vastgelegd op 4 pct. van het deel van de dividenden | Deze heffing wordt vastgelegd op 4 pct. van het deel van de dividenden |
en interesten bedoeld in artikel 17, § 1, 1° en 2°, dat het totale | en interesten bedoeld in artikel 17, § 1, 1° en 2°, dat het totale |
netto bedrag van 13.675 euro overschrijdt. | netto bedrag van 13.675 euro overschrijdt. |
Het netto bedrag van het inkomen wordt bepaald overeenkomstig artikel | Het netto bedrag van het inkomen wordt bepaald overeenkomstig artikel |
22, § 1. | 22, § 1. |
De dividenden en interesten onderworpen aan een tarief van 10 of 25 | De dividenden en interesten onderworpen aan een tarief van 10 of 25 |
pct. en de in artikel 171, 3°quinquies, bedoelde inkomsten uit | pct. en de in artikel 171, 3°quinquies, bedoelde inkomsten uit |
spaardeposito's worden niet onderworpen aan deze heffing. | spaardeposito's worden niet onderworpen aan deze heffing. |
Om te beoordelen of de grens van 13.675 euro is overschreden, worden | Om te beoordelen of de grens van 13.675 euro is overschreden, worden |
in eerste instantie de dividenden en interesten waarop de heffing niet | in eerste instantie de dividenden en interesten waarop de heffing niet |
van toepassing is, berekend. De dividenden bedoeld in artikel 171, 2°, | van toepassing is, berekend. De dividenden bedoeld in artikel 171, 2°, |
f, moeten evenwel niet worden meegerekend. | f, moeten evenwel niet worden meegerekend. |
§ 2. De in artikel 261 bedoelde schuldenaars van de roerende | § 2. De in artikel 261 bedoelde schuldenaars van de roerende |
voorheffing moeten aan het centraal aanspreekpunt dat door de | voorheffing moeten aan het centraal aanspreekpunt dat door de |
Nationale Bank van België wordt gehouden, de gegevens toezenden met | Nationale Bank van België wordt gehouden, de gegevens toezenden met |
betrekking tot de dividenden en interesten bedoeld in artikel 17, § 1, | betrekking tot de dividenden en interesten bedoeld in artikel 17, § 1, |
1° en 2°, en met identificatie van de verkrijgers van de inkomsten. | 1° en 2°, en met identificatie van de verkrijgers van de inkomsten. |
Wanneer de verkrijger van de inkomsten kiest voor een inhouding van de | Wanneer de verkrijger van de inkomsten kiest voor een inhouding van de |
bijkomende heffing op roerende inkomsten, bovenop de roerende | bijkomende heffing op roerende inkomsten, bovenop de roerende |
voorheffing, wordt het bedrag van die inkomsten niet medegedeeld aan | voorheffing, wordt het bedrag van die inkomsten niet medegedeeld aan |
het centraal aanspreekpunt. | het centraal aanspreekpunt. |
Wanneer de verkrijger van de inkomsten niet kiest voor de inhouding | Wanneer de verkrijger van de inkomsten niet kiest voor de inhouding |
van bijkomende heffing op roerende inkomsten, wordt die bijkomende | van bijkomende heffing op roerende inkomsten, wordt die bijkomende |
heffing in voorkomend geval gevestigd op het moment van de berekening | heffing in voorkomend geval gevestigd op het moment van de berekening |
van de personenbelasting op basis van de gegevens uit de aangifte, | van de personenbelasting op basis van de gegevens uit de aangifte, |
eventueel aangevuld met de bij het aanspreekpunt gemelde gegevens die | eventueel aangevuld met de bij het aanspreekpunt gemelde gegevens die |
niet waren aangegeven. | niet waren aangegeven. |
Het centraal aanspreekpunt zendt, wat een welbepaalde | Het centraal aanspreekpunt zendt, wat een welbepaalde |
belastingplichtige betreft, de informatie die nodig is voor de juiste | belastingplichtige betreft, de informatie die nodig is voor de juiste |
toepassing van dit artikel met betrekking tot de hier beoogde | toepassing van dit artikel met betrekking tot de hier beoogde |
inkomsten, toe aan de bevoegde operationele fiscale administratie die | inkomsten, toe aan de bevoegde operationele fiscale administratie die |
erom verzoekt. Wanneer, met betrekking tot een belastingplichtige, het | erom verzoekt. Wanneer, met betrekking tot een belastingplichtige, het |
totaal van alle tijdens een jaar medegedeelde roerende inkomsten | totaal van alle tijdens een jaar medegedeelde roerende inkomsten |
13.675 euro overschrijdt, zendt het centraal aanspreekpunt de | 13.675 euro overschrijdt, zendt het centraal aanspreekpunt de |
inlichtingen betreffende die belastingplichtige automatisch toe aan de | inlichtingen betreffende die belastingplichtige automatisch toe aan de |
bevoegde operationele fiscale administratie. | bevoegde operationele fiscale administratie. |
De Koning bepaalt de modaliteiten voor het toezenden van de informatie | De Koning bepaalt de modaliteiten voor het toezenden van de informatie |
aan het centraal aanspreekpunt door de schuldenaars van de roerende | aan het centraal aanspreekpunt door de schuldenaars van de roerende |
voorheffing en aan de operationele fiscale administraties door het | voorheffing en aan de operationele fiscale administraties door het |
centraal aanspreekpunt. | centraal aanspreekpunt. |
§ 3. De inhoudingen aan de bron van de heffing worden geregeld bij de | § 3. De inhoudingen aan de bron van de heffing worden geregeld bij de |
bepalingen van toepassing in Titel VI inzake roerende voorheffing | bepalingen van toepassing in Titel VI inzake roerende voorheffing |
behalve wanneer hiervan wordt afgeweken. | behalve wanneer hiervan wordt afgeweken. |
De Koning kan bijzondere regels vastleggen met betrekking tot de | De Koning kan bijzondere regels vastleggen met betrekking tot de |
inhouding aan de bron van de heffing. | inhouding aan de bron van de heffing. |
De bepalingen van Titel VII zijn van toepassing op de heffing behalve | De bepalingen van Titel VII zijn van toepassing op de heffing behalve |
wanneer hiervan wordt afgeweken ». | wanneer hiervan wordt afgeweken ». |
« Art. 313.De aan de personenbelasting onderworpen |
« Art. 313.De aan de personenbelasting onderworpen |
belastingplichtigen zijn ertoe gehouden in hun jaarlijkse aangifte in | belastingplichtigen zijn ertoe gehouden in hun jaarlijkse aangifte in |
de voormelde belasting de inkomsten van roerende goederen en kapitalen | de voormelde belasting de inkomsten van roerende goederen en kapitalen |
bedoeld in artikel 17, § 1, alsmede de in artikel 90, 6° en 11°, | bedoeld in artikel 17, § 1, alsmede de in artikel 90, 6° en 11°, |
bedoelde diverse inkomsten, te vermelden behalve wanneer het gaat om | bedoelde diverse inkomsten, te vermelden behalve wanneer het gaat om |
in artikel 171, 2°ter, bedoelde interesten en dividenden die zijn | in artikel 171, 2°ter, bedoelde interesten en dividenden die zijn |
onderworpen aan de inhouding aan de bron van de heffing bedoeld in | onderworpen aan de inhouding aan de bron van de heffing bedoeld in |
artikel 174/1. | artikel 174/1. |
De roerende voorheffing en de inhouding aan de bron van de heffing | De roerende voorheffing en de inhouding aan de bron van de heffing |
bedoeld in artikel 174/1 op de aldus niet aangegeven inkomsten wordt | bedoeld in artikel 174/1 op de aldus niet aangegeven inkomsten wordt |
noch met de personenbelasting verrekend, noch terugbetaald ». | noch met de personenbelasting verrekend, noch terugbetaald ». |
B.1.2. Die wet is bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad op 30 | B.1.2. Die wet is bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad op 30 |
december 2011 en de bestreden bepalingen zijn van toepassing op de | december 2011 en de bestreden bepalingen zijn van toepassing op de |
inkomsten die zijn toegekend of betaalbaar gesteld vanaf 1 januari | inkomsten die zijn toegekend of betaalbaar gesteld vanaf 1 januari |
2012 (artikel 38). De vordering tot schorsing is dus binnen de | 2012 (artikel 38). De vordering tot schorsing is dus binnen de |
termijnen ingesteld. | termijnen ingesteld. |
B.2.1. De verzoeker verantwoordt zijn belang om in rechte te treden, | B.2.1. De verzoeker verantwoordt zijn belang om in rechte te treden, |
door aan te voeren dat hij, in onverdeeldheid met zijn echtgenote en | door aan te voeren dat hij, in onverdeeldheid met zijn echtgenote en |
zijn kinderen, houder is van een effectenportefeuille bij een | zijn kinderen, houder is van een effectenportefeuille bij een |
Belgische bank. | Belgische bank. |
De Ministerraad betwist het belang van de verzoeker niet | De Ministerraad betwist het belang van de verzoeker niet |
uitdrukkelijk, maar merkt op dat de bestreden bepalingen niet alle | uitdrukkelijk, maar merkt op dat de bestreden bepalingen niet alle |
roerende inkomsten beogen en dat, gelet op artikel 127 van het WIB | roerende inkomsten beogen en dat, gelet op artikel 127 van het WIB |
1992, een onderscheid dient te worden gemaakt tussen het bedrag van de | 1992, een onderscheid dient te worden gemaakt tussen het bedrag van de |
inkomsten die de verzoeker ontvangt en dat van de inkomsten die zijn | inkomsten die de verzoeker ontvangt en dat van de inkomsten die zijn |
echtgenote ontvangt. | echtgenote ontvangt. |
B.2.2. Aangezien de vordering tot schorsing ondergeschikt is aan het | B.2.2. Aangezien de vordering tot schorsing ondergeschikt is aan het |
beroep tot vernietiging, dient de ontvankelijkheid van dat laatste, en | beroep tot vernietiging, dient de ontvankelijkheid van dat laatste, en |
met name wat het bestaan van het vereiste belang betreft, reeds bij | met name wat het bestaan van het vereiste belang betreft, reeds bij |
het onderzoek van de vordering tot schorsing te worden betrokken. | het onderzoek van de vordering tot schorsing te worden betrokken. |
B.2.3. De hoedanigheid van belastingplichtige in de personenbelasting | B.2.3. De hoedanigheid van belastingplichtige in de personenbelasting |
van de verzoekende partij, houder van roerende inkomsten die kunnen | van de verzoekende partij, houder van roerende inkomsten die kunnen |
worden beoogd door de door haar bestreden bepalingen, volstaat voor | worden beoogd door de door haar bestreden bepalingen, volstaat voor |
haar om te doen blijken van het belang om die te betwisten. | haar om te doen blijken van het belang om die te betwisten. |
B.2.4. Uit het beperkte onderzoek van de ontvankelijkheid van het | B.2.4. Uit het beperkte onderzoek van de ontvankelijkheid van het |
beroep tot vernietiging waartoe het Hof in het kader van de vordering | beroep tot vernietiging waartoe het Hof in het kader van de vordering |
tot schorsing is kunnen overgaan, blijkt niet dat het beroep tot | tot schorsing is kunnen overgaan, blijkt niet dat het beroep tot |
vernietiging - en dus de vordering tot schorsing - onontvankelijk moet | vernietiging - en dus de vordering tot schorsing - onontvankelijk moet |
worden geacht. | worden geacht. |
B.3. Naar luid van artikel 20, 1°, van de bijzondere wet van 6 januari | B.3. Naar luid van artikel 20, 1°, van de bijzondere wet van 6 januari |
1989 op het Grondwettelijk Hof dient aan twee grondvoorwaarden te zijn | 1989 op het Grondwettelijk Hof dient aan twee grondvoorwaarden te zijn |
voldaan opdat tot schorsing kan worden besloten : | voldaan opdat tot schorsing kan worden besloten : |
- de middelen die worden aangevoerd, moeten ernstig zijn; | - de middelen die worden aangevoerd, moeten ernstig zijn; |
- de onmiddellijke uitvoering van de bestreden maatregel moet een | - de onmiddellijke uitvoering van de bestreden maatregel moet een |
moeilijk te herstellen ernstig nadeel kunnen berokkenen. | moeilijk te herstellen ernstig nadeel kunnen berokkenen. |
Daar de twee voorwaarden cumulatief zijn, leidt de vaststelling dat | Daar de twee voorwaarden cumulatief zijn, leidt de vaststelling dat |
één van die voorwaarden niet is vervuld tot verwerping van de | één van die voorwaarden niet is vervuld tot verwerping van de |
vordering tot schorsing. | vordering tot schorsing. |
B.4. Zoals de Ministerraad opmerkt, bevat de vordering tot schorsing | B.4. Zoals de Ministerraad opmerkt, bevat de vordering tot schorsing |
geen uitdrukkelijke uiteenzetting van het moeilijk te herstellen | geen uitdrukkelijke uiteenzetting van het moeilijk te herstellen |
ernstig nadeel dat de verzoekende partij aanvoert om die vordering te | ernstig nadeel dat de verzoekende partij aanvoert om die vordering te |
motiveren. Het verzoekschrift bevat evenwel een « tiende middel dat | motiveren. Het verzoekschrift bevat evenwel een « tiende middel dat |
specifiek is voor de vordering tot schorsing » en dat verwijst naar « | specifiek is voor de vordering tot schorsing » en dat verwijst naar « |
onherstelbare gevolgen voor de belastingplichtigen die [...] het | onherstelbare gevolgen voor de belastingplichtigen die [...] het |
slachtoffer zijn » van de maatregelen waarin de bestreden bepalingen | slachtoffer zijn » van de maatregelen waarin de bestreden bepalingen |
voorzien en waarvan kan worden aangenomen, mogelijkheid waarop de | voorzien en waarvan kan worden aangenomen, mogelijkheid waarop de |
Ministerraad wijst, dat het de elementen bevat die de verzoekende | Ministerraad wijst, dat het de elementen bevat die de verzoekende |
partij aanvoert om het moeilijk te herstellen ernstig nadeel aan te | partij aanvoert om het moeilijk te herstellen ernstig nadeel aan te |
tonen dat zou voortvloeien uit de onmiddellijke toepassing van de | tonen dat zou voortvloeien uit de onmiddellijke toepassing van de |
bestreden bepalingen. | bestreden bepalingen. |
B.5. De verzoekende partij voert in hoofdzaak aan dat de bestreden | B.5. De verzoekende partij voert in hoofdzaak aan dat de bestreden |
bepalingen rechtsonzekerheid tot stand brengen voor de verkrijgers van | bepalingen rechtsonzekerheid tot stand brengen voor de verkrijgers van |
dividenden en interesten die, rekening houdend met de maatregelen tot | dividenden en interesten die, rekening houdend met de maatregelen tot |
uitvoering van die bepalingen genomen door zowel de FOD Financiën als | uitvoering van die bepalingen genomen door zowel de FOD Financiën als |
de bankinstelling waar de verzoekende partij klant is, ertoe leidt dat | de bankinstelling waar de verzoekende partij klant is, ertoe leidt dat |
al die inkomsten worden onderworpen aan de bijkomende heffing van 4 | al die inkomsten worden onderworpen aan de bijkomende heffing van 4 |
pct. die bij het voormelde artikel 174/1 is ingevoerd, en dat de | pct. die bij het voormelde artikel 174/1 is ingevoerd, en dat de |
bankgegevens van de verkrijgers worden meegedeeld aan het in diezelfde | bankgegevens van de verkrijgers worden meegedeeld aan het in diezelfde |
bepaling bedoelde « centraal aanspreekpunt », zonder het die | bepaling bedoelde « centraal aanspreekpunt », zonder het die |
verkrijgers mogelijk te maken om na te gaan of zij, gelet op hun | verkrijgers mogelijk te maken om na te gaan of zij, gelet op hun |
persoonlijke situatie, de heffing al dan niet zijn verschuldigd en | persoonlijke situatie, de heffing al dan niet zijn verschuldigd en |
zonder ermee rekening te houden dat de belasting slechts verschuldigd | zonder ermee rekening te houden dat de belasting slechts verschuldigd |
is boven een bepaalde inkomstendrempel. Een dergelijke maatregel zou | is boven een bepaalde inkomstendrempel. Een dergelijke maatregel zou |
niet evenredig zijn, gelet op het beperkte bedrag van de in het geding | niet evenredig zijn, gelet op het beperkte bedrag van de in het geding |
zijnde fiscale opbrengst, het beperkte aantal betrokken | zijnde fiscale opbrengst, het beperkte aantal betrokken |
belastingplichtigen, de schade die die maatregel aan de economie van | belastingplichtigen, de schade die die maatregel aan de economie van |
het land kan aanrichten, de kosten die hij met zich meebrengt en het | het land kan aanrichten, de kosten die hij met zich meebrengt en het |
feit dat hij de belastingplichtigen ertoe zal aanzetten zich te wenden | feit dat hij de belastingplichtigen ertoe zal aanzetten zich te wenden |
tot beleggingen die niet aan de bestreden maatregel zijn onderworpen. | tot beleggingen die niet aan de bestreden maatregel zijn onderworpen. |
B.6. De schorsing van een wetsbepaling door het Hof moet het mogelijk | B.6. De schorsing van een wetsbepaling door het Hof moet het mogelijk |
maken te vermijden dat, voor de verzoekende partij, een ernstig nadeel | maken te vermijden dat, voor de verzoekende partij, een ernstig nadeel |
voortvloeit uit de onmiddellijke toepassing van de bestreden normen, | voortvloeit uit de onmiddellijke toepassing van de bestreden normen, |
nadeel dat niet of moeilijk zou kunnen worden hersteld in geval van | nadeel dat niet of moeilijk zou kunnen worden hersteld in geval van |
een vernietiging van die normen. | een vernietiging van die normen. |
Uit artikel 22 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het | Uit artikel 22 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het |
Grondwettelijk Hof blijkt dat, om te voldoen aan de tweede voorwaarde | Grondwettelijk Hof blijkt dat, om te voldoen aan de tweede voorwaarde |
van artikel 20, 1°, van die wet, de persoon die een vordering tot | van artikel 20, 1°, van die wet, de persoon die een vordering tot |
schorsing instelt, in zijn verzoekschrift concrete en precieze feiten | schorsing instelt, in zijn verzoekschrift concrete en precieze feiten |
moet uiteenzetten waaruit voldoende blijkt dat de onmiddellijke | moet uiteenzetten waaruit voldoende blijkt dat de onmiddellijke |
toepassing van de bepalingen waarvan hij de vernietiging vordert, hem | toepassing van de bepalingen waarvan hij de vernietiging vordert, hem |
een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen. | een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen. |
Die persoon moet met name het bestaan van het risico van een nadeel, | Die persoon moet met name het bestaan van het risico van een nadeel, |
de ernst ervan en het verband tussen dat risico en de toepassing van | de ernst ervan en het verband tussen dat risico en de toepassing van |
de bestreden bepalingen aantonen. | de bestreden bepalingen aantonen. |
B.7. Het door de verzoekende partij aangevoerde nadeel kan niet als | B.7. Het door de verzoekende partij aangevoerde nadeel kan niet als |
ernstig en moeilijk te herstellen worden beschouwd, in zoverre het een | ernstig en moeilijk te herstellen worden beschouwd, in zoverre het een |
financieel nadeel betreft dat kan worden hersteld in geval van de | financieel nadeel betreft dat kan worden hersteld in geval van de |
vernietiging van de bestreden maatregelen. | vernietiging van de bestreden maatregelen. |
Bovendien levert de verzoekende partij geen enkel bewijs van een | Bovendien levert de verzoekende partij geen enkel bewijs van een |
nadeel dat verbonden is aan een eventuele schending van het fiscaal | nadeel dat verbonden is aan een eventuele schending van het fiscaal |
bankgeheim, voordat het Hof zich zal hebben uitgesproken over het | bankgeheim, voordat het Hof zich zal hebben uitgesproken over het |
beroep tot vernietiging. Overigens koppelt zij de elementen van het | beroep tot vernietiging. Overigens koppelt zij de elementen van het |
door haar aangevoerde nadeel aan maatregelen tot uitvoering van de | door haar aangevoerde nadeel aan maatregelen tot uitvoering van de |
door haar bestreden bepalingen, zodat dat nadeel, in de | door haar bestreden bepalingen, zodat dat nadeel, in de |
veronderstelling dat het vaststaat en als ernstig en moeilijk te | veronderstelling dat het vaststaat en als ernstig en moeilijk te |
herstellen zou kunnen worden beschouwd, niet als zodanig voortvloeit | herstellen zou kunnen worden beschouwd, niet als zodanig voortvloeit |
uit de bestreden bepalingen. | uit de bestreden bepalingen. |
Ten slotte kunnen de algemene beschouwingen die de verzoekende partij | Ten slotte kunnen de algemene beschouwingen die de verzoekende partij |
formuleert in verband met de algemene gevolgen die de bestreden | formuleert in verband met de algemene gevolgen die de bestreden |
bepalingen of de uitvoering ervan op het vlak van de rechtsonzekerheid | bepalingen of de uitvoering ervan op het vlak van de rechtsonzekerheid |
zouden hebben voor het gedrag van de belastingplichtigen of voor de | zouden hebben voor het gedrag van de belastingplichtigen of voor de |
Belgische economie in het algemeen, niet de elementen vormen van het | Belgische economie in het algemeen, niet de elementen vormen van het |
risico op een moeilijk te herstellen ernstig nadeel dat bij de | risico op een moeilijk te herstellen ernstig nadeel dat bij de |
bijzondere wet van 6 januari 1989 is bedoeld. | bijzondere wet van 6 januari 1989 is bedoeld. |
B.8. Aangezien niet vaststaat dat de onmiddellijke uitvoering van de | B.8. Aangezien niet vaststaat dat de onmiddellijke uitvoering van de |
bestreden bepalingen een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan | bestreden bepalingen een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan |
veroorzaken, dient niet te worden nagegaan of de in het in het kader | veroorzaken, dient niet te worden nagegaan of de in het in het kader |
van de vordering tot schorsing aangevoerde middelen als ernstig kunnen | van de vordering tot schorsing aangevoerde middelen als ernstig kunnen |
worden beschouwd. | worden beschouwd. |
Om die redenen, | Om die redenen, |
het Hof | het Hof |
verwerpt de vordering tot schorsing. | verwerpt de vordering tot schorsing. |
Aldus uitgesproken in het Frans en het Nederlands, overeenkomstig | Aldus uitgesproken in het Frans en het Nederlands, overeenkomstig |
artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het | artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het |
Grondwettelijk Hof, op de openbare terechtzitting van 19 april 2012. | Grondwettelijk Hof, op de openbare terechtzitting van 19 april 2012. |
De griffier, | De griffier, |
F. Meersschaut | F. Meersschaut |
De voorzitter, | De voorzitter, |
R. Henneuse | R. Henneuse |