← Terug naar "Uittreksel uit arrest nr. 92/2011 van 31 mei 2011 Rolnummer 4947 In zake : de prejudiciële
vraag over artikel 3, § 1, c), van de ordonnantie van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest van
23 juli 1992 betreffende de gewestbelasting ten la Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters R. Henneuse
en M. Bossuyt, en de rechter(...)"
Uittreksel uit arrest nr. 92/2011 van 31 mei 2011 Rolnummer 4947 In zake : de prejudiciële vraag over artikel 3, § 1, c), van de ordonnantie van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest van 23 juli 1992 betreffende de gewestbelasting ten la Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters R. Henneuse en M. Bossuyt, en de rechter(...) | Uittreksel uit arrest nr. 92/2011 van 31 mei 2011 Rolnummer 4947 In zake : de prejudiciële vraag over artikel 3, § 1, c), van de ordonnantie van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest van 23 juli 1992 betreffende de gewestbelasting ten la Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters R. Henneuse en M. Bossuyt, en de rechter(...) |
---|---|
GRONDWETTELIJK HOF | GRONDWETTELIJK HOF |
Uittreksel uit arrest nr. 92/2011 van 31 mei 2011 | Uittreksel uit arrest nr. 92/2011 van 31 mei 2011 |
Rolnummer 4947 | Rolnummer 4947 |
In zake : de prejudiciële vraag over artikel 3, § 1, c), van de | In zake : de prejudiciële vraag over artikel 3, § 1, c), van de |
ordonnantie van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest van 23 juli 1992 | ordonnantie van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest van 23 juli 1992 |
betreffende de gewestbelasting ten laste van bezetters van bebouwde | betreffende de gewestbelasting ten laste van bezetters van bebouwde |
eigendommen en houders van een zakelijk recht op sommige onroerende | eigendommen en houders van een zakelijk recht op sommige onroerende |
goederen, zoals van toepassing vóór de wijziging ervan bij artikel 2 | goederen, zoals van toepassing vóór de wijziging ervan bij artikel 2 |
van de ordonnantie van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest van 1 | van de ordonnantie van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest van 1 |
maart 2007, gesteld door het Hof van Cassatie. | maart 2007, gesteld door het Hof van Cassatie. |
Het Grondwettelijk Hof, | Het Grondwettelijk Hof, |
samengesteld uit de voorzitters R. Henneuse en M. Bossuyt, en de | samengesteld uit de voorzitters R. Henneuse en M. Bossuyt, en de |
rechters J.-P. Moerman, E. Derycke, T. Merckx-Van Goey, P. Nihoul en | rechters J.-P. Moerman, E. Derycke, T. Merckx-Van Goey, P. Nihoul en |
F. Daoût, bijgestaan door de griffier P.-Y. Dutilleux, onder | F. Daoût, bijgestaan door de griffier P.-Y. Dutilleux, onder |
voorzitterschap van voorzitter R. Henneuse, | voorzitterschap van voorzitter R. Henneuse, |
wijst na beraad het volgende arrest : | wijst na beraad het volgende arrest : |
I. Onderwerp van de prejudiciële vraag en rechtspleging | I. Onderwerp van de prejudiciële vraag en rechtspleging |
Bij arrest van 14 mei 2010 in zake de nv « Résidence Christalain » | Bij arrest van 14 mei 2010 in zake de nv « Résidence Christalain » |
tegen het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest, waarvan de expeditie ter | tegen het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest, waarvan de expeditie ter |
griffie van het Hof is ingekomen op 3 juni 2010, heeft het Hof van | griffie van het Hof is ingekomen op 3 juni 2010, heeft het Hof van |
Cassatie de volgende prejudiciële vraag gesteld : | Cassatie de volgende prejudiciële vraag gesteld : |
« Schenden artikel 3, § 1, c), van de ordonnantie van het Brusselse | « Schenden artikel 3, § 1, c), van de ordonnantie van het Brusselse |
Hoofdstedelijke Gewest van 23 juli 1992 ' betreffende de | Hoofdstedelijke Gewest van 23 juli 1992 ' betreffende de |
gewestbelasting ten laste van bezetters van bebouwde eigendommen en | gewestbelasting ten laste van bezetters van bebouwde eigendommen en |
houders van een zakelijk recht op sommige onroerende goederen ', in de | houders van een zakelijk recht op sommige onroerende goederen ', in de |
versie van vóór de wijziging ervan bij artikel 2 van de ordonnantie | versie van vóór de wijziging ervan bij artikel 2 van de ordonnantie |
van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest van 1 maart 2007, in | van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest van 1 maart 2007, in |
samenhang gelezen met artikel 3, § 1, a), en, voor zover nodig, | samenhang gelezen met artikel 3, § 1, a), en, voor zover nodig, |
artikel 3, § 1, a), van de genoemde ordonnantie, de artikelen 10 en 11 | artikel 3, § 1, a), van de genoemde ordonnantie, de artikelen 10 en 11 |
van de Grondwet in de interpretatie volgens welke | van de Grondwet in de interpretatie volgens welke |
- zij, enerzijds, van de toepassingssfeer van de in die ordonnantie | - zij, enerzijds, van de toepassingssfeer van de in die ordonnantie |
bedoelde belasting de eigenaars uitsluiten van een op het grondgebied | bedoelde belasting de eigenaars uitsluiten van een op het grondgebied |
van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest gelegen bebouwde eigendom of | van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest gelegen bebouwde eigendom of |
de houders van zakelijke rechten op een dergelijk goed die dat goed | de houders van zakelijke rechten op een dergelijk goed die dat goed |
bestemmen voor een gebouw van collectief wonen dat afzonderlijke flats | bestemmen voor een gebouw van collectief wonen dat afzonderlijke flats |
bevat die ieder door een gezin worden betrokken, zoals een | bevat die ieder door een gezin worden betrokken, zoals een |
seniorenresidentie, | seniorenresidentie, |
- maar, anderzijds, die belasting ten laste leggen van de eigenaars of | - maar, anderzijds, die belasting ten laste leggen van de eigenaars of |
de houders van zakelijke rechten die dat goed bestemmen voor de | de houders van zakelijke rechten die dat goed bestemmen voor de |
collectieve huisvesting van bejaarden, | collectieve huisvesting van bejaarden, |
terwijl zowel eerstgenoemden als laatstgenoemden houders zijn van een | terwijl zowel eerstgenoemden als laatstgenoemden houders zijn van een |
eigendomsrecht of van andere zakelijke rechten op een gebouw dat | eigendomsrecht of van andere zakelijke rechten op een gebouw dat |
bestemd is voor bewoning en dus voor een residentiële bestemming ? ». | bestemd is voor bewoning en dus voor een residentiële bestemming ? ». |
(...) | (...) |
III. In rechte | III. In rechte |
(...) | (...) |
B.1. De ordonnantie van 23 juli 1992 van het Brusselse Hoofdstedelijke | B.1. De ordonnantie van 23 juli 1992 van het Brusselse Hoofdstedelijke |
Gewest « betreffende de gewestbelasting ten laste van bezetters van | Gewest « betreffende de gewestbelasting ten laste van bezetters van |
bebouwde eigendommen en houders van een zakelijk recht op sommige | bebouwde eigendommen en houders van een zakelijk recht op sommige |
onroerende goederen » vestigt een « jaarlijkse belasting geheven ten | onroerende goederen » vestigt een « jaarlijkse belasting geheven ten |
laste van bezetters van bebouwde eigendommen, gelegen op het | laste van bezetters van bebouwde eigendommen, gelegen op het |
grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, en van houders van | grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, en van houders van |
een zakelijk recht op onroerende eigendommen die niet voor bewoning | een zakelijk recht op onroerende eigendommen die niet voor bewoning |
bestemd zijn » (artikel 2). | bestemd zijn » (artikel 2). |
Vóór de wijziging ervan bij artikel 2 van de ordonnantie van 1 maart | Vóór de wijziging ervan bij artikel 2 van de ordonnantie van 1 maart |
2007 « tot wijziging van de ordonnantie van 23 juli 1992 betreffende | 2007 « tot wijziging van de ordonnantie van 23 juli 1992 betreffende |
de gewestbelasting ten laste van bezetters van bebouwde eigendommen en | de gewestbelasting ten laste van bezetters van bebouwde eigendommen en |
houders van een zakelijk recht op sommige onroerende goederen », | houders van een zakelijk recht op sommige onroerende goederen », |
bepaalde artikel 3, § 1, van de ordonnantie van 23 juli 1992 : | bepaalde artikel 3, § 1, van de ordonnantie van 23 juli 1992 : |
« De belasting is verschuldigd : | « De belasting is verschuldigd : |
a) door ieder gezinshoofd dat een op het grondgebied van het Brussels | a) door ieder gezinshoofd dat een op het grondgebied van het Brussels |
Hoofdstedelijk Gewest gelegen bebouwde eigendom volledig of | Hoofdstedelijk Gewest gelegen bebouwde eigendom volledig of |
gedeeltelijk als eerste of tweede verblijfplaats bewoont. | gedeeltelijk als eerste of tweede verblijfplaats bewoont. |
Volgens deze ordonnantie wordt als gezin beschouwd, ofwel een | Volgens deze ordonnantie wordt als gezin beschouwd, ofwel een |
alleenstaande persoon, ofwel een vereniging van twee of meerdere | alleenstaande persoon, ofwel een vereniging van twee of meerdere |
personen die gewoonlijk in eenzelfde woning verblijven en er in | personen die gewoonlijk in eenzelfde woning verblijven en er in |
gemeenschap leven. | gemeenschap leven. |
In geval van betwisting over de samenstelling van het gezin kan als | In geval van betwisting over de samenstelling van het gezin kan als |
bewijsstuk een attest betreffende de samenstelling van het gezin, | bewijsstuk een attest betreffende de samenstelling van het gezin, |
uitgereikt door het gemeentebestuur, geëist worden; | uitgereikt door het gemeentebestuur, geëist worden; |
b) door eenieder die een op het grondgebied van het Brussels | b) door eenieder die een op het grondgebied van het Brussels |
Hoofdstedelijk Gewest gelegen bebouwde eigendom volledig of | Hoofdstedelijk Gewest gelegen bebouwde eigendom volledig of |
gedeeltelijk betrekt, en er voor eigen rekening een al dan niet | gedeeltelijk betrekt, en er voor eigen rekening een al dan niet |
winstgevende activiteit uitoefent, inclusief een vrij beroep, en door | winstgevende activiteit uitoefent, inclusief een vrij beroep, en door |
elke rechtspersoon of feitelijke vereniging die er hun | elke rechtspersoon of feitelijke vereniging die er hun |
maatschappelijke, administratieve, exploitatie- of bedrijfszetel | maatschappelijke, administratieve, exploitatie- of bedrijfszetel |
hebben. | hebben. |
Onder een feitelijke vereniging moet worden begrepen, een groepering | Onder een feitelijke vereniging moet worden begrepen, een groepering |
van fysieke personen die, op basis van een schriftelijk contract, in | van fysieke personen die, op basis van een schriftelijk contract, in |
eenzelfde gebouw, zich onder elkaar organiseren en de kosten delen, om | eenzelfde gebouw, zich onder elkaar organiseren en de kosten delen, om |
de gemeenschappelijke diensten te verzekeren tot uitoefening van | de gemeenschappelijke diensten te verzekeren tot uitoefening van |
eenzelfde beroep, en die desgevallend, de winsten die eruit kunnen | eenzelfde beroep, en die desgevallend, de winsten die eruit kunnen |
voortvloeien onder elkaar delen; | voortvloeien onder elkaar delen; |
c) door de volle eigenaar of, bij gebreke aan een volle eigenaar door | c) door de volle eigenaar of, bij gebreke aan een volle eigenaar door |
de erfpachter, de vruchtgebruiker of de houder van een recht van | de erfpachter, de vruchtgebruiker of de houder van een recht van |
gebruik van een bebouwde eigendom of van een gedeelte ervan, gelegen | gebruik van een bebouwde eigendom of van een gedeelte ervan, gelegen |
op het grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, die niet | op het grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, die niet |
bestemd is voor een in a) hierboven bedoeld gebruik ». | bestemd is voor een in a) hierboven bedoeld gebruik ». |
B.2. Uit het door de verwijzende rechter bezorgde rechtplegingsdossier | B.2. Uit het door de verwijzende rechter bezorgde rechtplegingsdossier |
en de motieven van de verwijzingsbeslissing blijkt dat het Hof wordt | en de motieven van de verwijzingsbeslissing blijkt dat het Hof wordt |
verzocht zich uit te spreken over de bestaanbaarheid, met de artikelen | verzocht zich uit te spreken over de bestaanbaarheid, met de artikelen |
10 en 11 van de Grondwet, van artikel 3, § 1, c), in samenhang gelezen | 10 en 11 van de Grondwet, van artikel 3, § 1, c), in samenhang gelezen |
met artikel 3, § 1, a), van de ordonnantie van 23 juli 1992, zoals die | met artikel 3, § 1, a), van de ordonnantie van 23 juli 1992, zoals die |
van toepassing waren op het aanslagjaar 2001, in zoverre zij in die | van toepassing waren op het aanslagjaar 2001, in zoverre zij in die |
zin worden geïnterpreteerd dat zij een verschil in behandeling | zin worden geïnterpreteerd dat zij een verschil in behandeling |
invoeren tussen twee categorieën van eigenaars van een gebouw met een | invoeren tussen twee categorieën van eigenaars van een gebouw met een |
residentiële bestemming voor bejaarden : enerzijds, de eigenaars die | residentiële bestemming voor bejaarden : enerzijds, de eigenaars die |
een dergelijk onroerend goed bestemmen voor de exploitatie van een | een dergelijk onroerend goed bestemmen voor de exploitatie van een |
inrichting voor collectieve bewoning met afzonderlijke flats die elk | inrichting voor collectieve bewoning met afzonderlijke flats die elk |
door een gezin worden betrokken (in de zin van artikel 3, § 1, a), van | door een gezin worden betrokken (in de zin van artikel 3, § 1, a), van |
de voormelde ordonnantie) en, anderzijds, diegenen die een dergelijk | de voormelde ordonnantie) en, anderzijds, diegenen die een dergelijk |
onroerend goed bestemmen voor de collectieve huisvesting van | onroerend goed bestemmen voor de collectieve huisvesting van |
bejaarden. | bejaarden. |
Alleen de laatstgenoemden zouden de in artikel 3, § 1, c), van de | Alleen de laatstgenoemden zouden de in artikel 3, § 1, c), van de |
ordonnantie van 23 juli 1992 bedoelde belasting verschuldigd zijn op | ordonnantie van 23 juli 1992 bedoelde belasting verschuldigd zijn op |
de oppervlakte van het onroerend goed dat voor het verblijf van | de oppervlakte van het onroerend goed dat voor het verblijf van |
bejaarden is bestemd. | bejaarden is bestemd. |
B.3. Voor het aanslagjaar 2001 bedroeg het niet-geïndexeerde bedrag | B.3. Voor het aanslagjaar 2001 bedroeg het niet-geïndexeerde bedrag |
van de belasting bepaald in artikel 3, § 1, a), van de ordonnantie van | van de belasting bepaald in artikel 3, § 1, a), van de ordonnantie van |
23 juli 1992 1 750 frank (artikel 5 van de ordonnantie, vóór de | 23 juli 1992 1 750 frank (artikel 5 van de ordonnantie, vóór de |
wijziging ervan bij artikel 1 van het besluit van 13 december 2001 van | wijziging ervan bij artikel 1 van het besluit van 13 december 2001 van |
de Brusselse Hoofdstedelijke Regering « tot invoering van de euro in | de Brusselse Hoofdstedelijke Regering « tot invoering van de euro in |
de ordonnanties en de uitvoeringsbesluiten inzake financiën »). | de ordonnanties en de uitvoeringsbesluiten inzake financiën »). |
Voor hetzelfde aanslagjaar bedroeg het niet-geïndexeerde bedrag van de | Voor hetzelfde aanslagjaar bedroeg het niet-geïndexeerde bedrag van de |
belasting bepaald in artikel 3, § 1, c), van dezelfde ordonnantie voor | belasting bepaald in artikel 3, § 1, c), van dezelfde ordonnantie voor |
de oppervlakten die niet bestemd zijn voor industriële of | de oppervlakten die niet bestemd zijn voor industriële of |
ambachtelijke activiteiten, « 200 frank per vierkante meter | ambachtelijke activiteiten, « 200 frank per vierkante meter |
vloeroppervlakte boven de eerste 300 vierkante meter [...] zonder dat | vloeroppervlakte boven de eerste 300 vierkante meter [...] zonder dat |
ze een bedrag overeenstemmend met 14 % van het kadastraal inkomen van | ze een bedrag overeenstemmend met 14 % van het kadastraal inkomen van |
de oppervlakte van de volledige eigendom of een gedeelde ervan, | de oppervlakte van de volledige eigendom of een gedeelde ervan, |
onderworpen aan de belasting, mag overschrijden » (artikel 8, § 1, van | onderworpen aan de belasting, mag overschrijden » (artikel 8, § 1, van |
de ordonnantie, vóór de wijziging ervan bij artikel 1 van het besluit | de ordonnantie, vóór de wijziging ervan bij artikel 1 van het besluit |
van 13 december 2001 van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering). | van 13 december 2001 van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering). |
B.4.1. De bij de ordonnantie van 23 juli 1992 ingevoerde | B.4.1. De bij de ordonnantie van 23 juli 1992 ingevoerde |
gewestbelasting heeft tot doel het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest « | gewestbelasting heeft tot doel het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest « |
nieuwe middelen » toe te kennen en « de financiering van het gewest | nieuwe middelen » toe te kennen en « de financiering van het gewest |
[te] waarborgen. Daarbij wil [de Executieve] echter niet minder alert | [te] waarborgen. Daarbij wil [de Executieve] echter niet minder alert |
zijn voor het beleid inzake huisvesting » (Parl. St., Brusselse | zijn voor het beleid inzake huisvesting » (Parl. St., Brusselse |
Hoofdstedelijke Raad, 1991-1992, nr. 184/1, p. 2). | Hoofdstedelijke Raad, 1991-1992, nr. 184/1, p. 2). |
B.4.2. De ordonnantiegever heeft erover gewaakt dat die belasting ten | B.4.2. De ordonnantiegever heeft erover gewaakt dat die belasting ten |
laste wordt gelegd van diegenen die de diensten genieten die worden | laste wordt gelegd van diegenen die de diensten genieten die worden |
aangeboden door de Brusselse overheden, vooral in de sectoren van de | aangeboden door de Brusselse overheden, vooral in de sectoren van de |
netheid, de brandveiligheid en de dringende medische hulpverlening | netheid, de brandveiligheid en de dringende medische hulpverlening |
(Parl. St., Brusselse Hoofdstedelijke Raad, 1991-1992, nr. 183/2, p. | (Parl. St., Brusselse Hoofdstedelijke Raad, 1991-1992, nr. 183/2, p. |
5; Volledig Verslag, Brusselse Hoofdstedelijke Raad, 16 juli 1992, nr. | 5; Volledig Verslag, Brusselse Hoofdstedelijke Raad, 16 juli 1992, nr. |
26, p. 791), dit wil zeggen ten laste van diegenen die « | 26, p. 791), dit wil zeggen ten laste van diegenen die « |
risicoplaatsen » creëren (Parl. St., Brusselse Hoofdstedelijke Raad, | risicoplaatsen » creëren (Parl. St., Brusselse Hoofdstedelijke Raad, |
1991-1992, nr. 183/2, p. 49). | 1991-1992, nr. 183/2, p. 49). |
De eigenaars van « onroerende goederen welke een belangrijke | De eigenaars van « onroerende goederen welke een belangrijke |
oppervlakte innemen en die niet voor bewoning bestemd zijn » vormen | oppervlakte innemen en die niet voor bewoning bestemd zijn » vormen |
een van de categorieën van belastingschuldigen die, met de betaling | een van de categorieën van belastingschuldigen die, met de betaling |
van die belasting, moeten bijdragen tot de financiering van het Gewest | van die belasting, moeten bijdragen tot de financiering van het Gewest |
(Parl. St., Brusselse Hoofdstedelijke Raad, 1991-1992, nr. 184/1, p. | (Parl. St., Brusselse Hoofdstedelijke Raad, 1991-1992, nr. 184/1, p. |
2). Het betreft de eigenaars van « oppervlakten die niet voor bewoning | 2). Het betreft de eigenaars van « oppervlakten die niet voor bewoning |
zijn bestemd [...] [die] niet [kunnen] worden beschouwd als een | zijn bestemd [...] [die] niet [kunnen] worden beschouwd als een |
onmisbaar complement voor de woonfunctie » (ibid., p. 3) of « | onmisbaar complement voor de woonfunctie » (ibid., p. 3) of « |
eigenaars van gebouwen die niet voor huisvesting bestemd zijn » (Parl. | eigenaars van gebouwen die niet voor huisvesting bestemd zijn » (Parl. |
St., Brusselse Hoofdstedelijke Raad, 1991-1992, nr. 183/2, p. 6). | St., Brusselse Hoofdstedelijke Raad, 1991-1992, nr. 183/2, p. 6). |
De keuze van een « lagere belasting » voor de « voor bewoning bestemde | De keuze van een « lagere belasting » voor de « voor bewoning bestemde |
gebouwen » vloeit voort uit de wil « het aanbod van woongelegenheid in | gebouwen » vloeit voort uit de wil « het aanbod van woongelegenheid in |
Brussel niet te kortwieken » (Parl. St., Brusselse Hoofdstedelijke | Brussel niet te kortwieken » (Parl. St., Brusselse Hoofdstedelijke |
Raad, 1991-1992, nr. 184/1, p. 2) en « de woonfunctie in Brussel te | Raad, 1991-1992, nr. 184/1, p. 2) en « de woonfunctie in Brussel te |
ontzien » (Parl. St., Brusselse Hoofdstedelijke Raad, 1991-1992, nr. | ontzien » (Parl. St., Brusselse Hoofdstedelijke Raad, 1991-1992, nr. |
183/2, p. 7). | 183/2, p. 7). |
B.5. Zowel het gebouw dat is bestemd voor de exploitatie van een | B.5. Zowel het gebouw dat is bestemd voor de exploitatie van een |
inrichting voor collectieve bewoning met afzonderlijke flats die elk | inrichting voor collectieve bewoning met afzonderlijke flats die elk |
worden betrokken door een gezin bestaande uit bejaarden, als het | worden betrokken door een gezin bestaande uit bejaarden, als het |
gebouw dat is bestemd voor de collectieve huisvesting van dergelijke | gebouw dat is bestemd voor de collectieve huisvesting van dergelijke |
personen, zijn gebouwen met een residentiële bestemming. | personen, zijn gebouwen met een residentiële bestemming. |
Beide vormen, hoewel zij geen klassieke woonfunctie hebben, op zijn | Beide vormen, hoewel zij geen klassieke woonfunctie hebben, op zijn |
minst een onmisbaar complement voor de woonfunctie. | minst een onmisbaar complement voor de woonfunctie. |
Rekening houdend met het door de wetgever nagestreefde doel, is het in | Rekening houdend met het door de wetgever nagestreefde doel, is het in |
B.2 omschreven verschil in behandeling dus niet redelijk verantwoord. | B.2 omschreven verschil in behandeling dus niet redelijk verantwoord. |
B.6. In die zin geïnterpreteerd dat zij dat verschil in behandeling | B.6. In die zin geïnterpreteerd dat zij dat verschil in behandeling |
invoeren, zijn de in het geding zijnde bepalingen niet bestaanbaar met | invoeren, zijn de in het geding zijnde bepalingen niet bestaanbaar met |
de artikelen 10 en 11 van de Grondwet. | de artikelen 10 en 11 van de Grondwet. |
B.7. De prejudiciële vraag dient bevestigend te worden beantwoord. | B.7. De prejudiciële vraag dient bevestigend te worden beantwoord. |
Om die redenen, | Om die redenen, |
het Hof | het Hof |
zegt voor recht : | zegt voor recht : |
Artikel 3, § 1, c), van de ordonnantie van het Brusselse | Artikel 3, § 1, c), van de ordonnantie van het Brusselse |
Hoofdstedelijke Gewest van 23 juli 1992 betreffende de gewestbelasting | Hoofdstedelijke Gewest van 23 juli 1992 betreffende de gewestbelasting |
ten laste van bezetters van bebouwde eigendommen en houders van een | ten laste van bezetters van bebouwde eigendommen en houders van een |
zakelijk recht op sommige onroerende goederen, in samenhang gelezen | zakelijk recht op sommige onroerende goederen, in samenhang gelezen |
met artikel 3, § 1, a), van dezelfde ordonnantie, en in die zin | met artikel 3, § 1, a), van dezelfde ordonnantie, en in die zin |
geïnterpreteerd dat het een verschil in behandeling invoert tussen, | geïnterpreteerd dat het een verschil in behandeling invoert tussen, |
enerzijds, de eigenaar van een gebouw die dat onroerend goed bestemt | enerzijds, de eigenaar van een gebouw die dat onroerend goed bestemt |
voor de exploitatie van een inrichting voor collectieve bewoning met | voor de exploitatie van een inrichting voor collectieve bewoning met |
afzonderlijke flats die elk betrokken worden door een gezin - in de | afzonderlijke flats die elk betrokken worden door een gezin - in de |
zin van artikel 3, § 1, a), van dezelfde ordonnantie - en, anderzijds, | zin van artikel 3, § 1, a), van dezelfde ordonnantie - en, anderzijds, |
de eigenaar van een gebouw die dat onroerend goed bestemt voor de | de eigenaar van een gebouw die dat onroerend goed bestemt voor de |
collectieve huisvesting van bejaarden, schendt de artikelen 10 en 11 | collectieve huisvesting van bejaarden, schendt de artikelen 10 en 11 |
van de Grondwet. | van de Grondwet. |
Aldus uitgesproken in het Frans en het Nederlands, overeenkomstig | Aldus uitgesproken in het Frans en het Nederlands, overeenkomstig |
artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het | artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het |
Grondwettelijk Hof, op de openbare terechtzitting van 31 mei 2011. | Grondwettelijk Hof, op de openbare terechtzitting van 31 mei 2011. |
De griffier, | De griffier, |
P.-Y. Dutilleux. | P.-Y. Dutilleux. |
De voorzitter, | De voorzitter, |
R. Henneuse. | R. Henneuse. |