Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Arrest van --
← Terug naar "Uittreksel uit arrest nr. 85/2011 van 18 mei 2011 Rolnummer 4993 In zake : de prejudiciële vragen over de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen, gesteld door het Hof Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters R. Henneuse en M. Bossuyt, en de rechter(...)"
Uittreksel uit arrest nr. 85/2011 van 18 mei 2011 Rolnummer 4993 In zake : de prejudiciële vragen over de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen, gesteld door het Hof Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters R. Henneuse en M. Bossuyt, en de rechter(...) Uittreksel uit arrest nr. 85/2011 van 18 mei 2011 Rolnummer 4993 In zake : de prejudiciële vragen over de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen, gesteld door het Hof Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters R. Henneuse en M. Bossuyt, en de rechter(...)
GRONDWETTELIJK HOF GRONDWETTELIJK HOF
Uittreksel uit arrest nr. 85/2011 van 18 mei 2011 Uittreksel uit arrest nr. 85/2011 van 18 mei 2011
Rolnummer 4993 Rolnummer 4993
In zake : de prejudiciële vragen over de artikelen 2 en 3 van de wet In zake : de prejudiciële vragen over de artikelen 2 en 3 van de wet
van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de
bestuurshandelingen, gesteld door het Hof van Beroep te Bergen. bestuurshandelingen, gesteld door het Hof van Beroep te Bergen.
Het Grondwettelijk Hof, Het Grondwettelijk Hof,
samengesteld uit de voorzitters R. Henneuse en M. Bossuyt, en de samengesteld uit de voorzitters R. Henneuse en M. Bossuyt, en de
rechters E. De Groot, L. Lavrysen, J.-P. Snappe, J.-P. Moerman, E. rechters E. De Groot, L. Lavrysen, J.-P. Snappe, J.-P. Moerman, E.
Derycke, J. Spreutels, T. Merckx-Van Goey en P. Nihoul, bijgestaan Derycke, J. Spreutels, T. Merckx-Van Goey en P. Nihoul, bijgestaan
door de griffier P.-Y. Dutilleux, onder voorzitterschap van voorzitter door de griffier P.-Y. Dutilleux, onder voorzitterschap van voorzitter
R. Henneuse, R. Henneuse,
wijst na beraad het volgende arrest : wijst na beraad het volgende arrest :
I. Onderwerp van de prejudiciële vragen en rechtspleging I. Onderwerp van de prejudiciële vragen en rechtspleging
Bij arrest van 25 juni 2010 in zake de stad Bergen tegen Edouard Bij arrest van 25 juni 2010 in zake de stad Bergen tegen Edouard
Deschamps, waarvan de expeditie ter griffie van het Hof is ingekomen Deschamps, waarvan de expeditie ter griffie van het Hof is ingekomen
op 5 juli 2010, heeft het Hof van Beroep te Bergen de volgende op 5 juli 2010, heeft het Hof van Beroep te Bergen de volgende
prejudiciële vragen gesteld : prejudiciële vragen gesteld :
« 1) Schenden de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 « 1) Schenden de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991
betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen de betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen de
artikelen 10 en 11 van de Grondwet, al dan niet in samenhang gelezen artikelen 10 en 11 van de Grondwet, al dan niet in samenhang gelezen
met het beginsel van het geheim van de stemming dat ten grondslag ligt met het beginsel van het geheim van de stemming dat ten grondslag ligt
aan de aanneming van sommige administratieve besluiten door collegiale aan de aanneming van sommige administratieve besluiten door collegiale
organen, en met artikel 100, vierde lid, van de Nieuwe Gemeentewet, in organen, en met artikel 100, vierde lid, van de Nieuwe Gemeentewet, in
zoverre zij de collegiale bestuursorganen die ertoe gehouden zijn een zoverre zij de collegiale bestuursorganen die ertoe gehouden zijn een
besluit te nemen dat voortvloeit uit een geheime stemming, dezelfde besluit te nemen dat voortvloeit uit een geheime stemming, dezelfde
verplichtingen inzake uitdrukkelijke motivering zouden opleggen als de verplichtingen inzake uitdrukkelijke motivering zouden opleggen als de
individuele bestuursorganen of de collegiale organen die ertoe individuele bestuursorganen of de collegiale organen die ertoe
gemachtigd zijn een besluit te nemen op basis van besprekingen ? gemachtigd zijn een besluit te nemen op basis van besprekingen ?
2) Schenden de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 2) Schenden de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991
betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen de betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen de
artikelen 10 en 11 van de Grondwet, al dan niet in samenhang gelezen artikelen 10 en 11 van de Grondwet, al dan niet in samenhang gelezen
met het beginsel van het geheim van de stemming dat ten grondslag ligt met het beginsel van het geheim van de stemming dat ten grondslag ligt
aan de aanneming van sommige administratieve besluiten door collegiale aan de aanneming van sommige administratieve besluiten door collegiale
organen, en met artikel 100, vierde lid, van de Nieuwe Gemeentewet, in organen, en met artikel 100, vierde lid, van de Nieuwe Gemeentewet, in
zoverre zij zouden vereisen dat een gemeenteraad die zich heeft moeten zoverre zij zouden vereisen dat een gemeenteraad die zich heeft moeten
uitspreken op basis van een geheime stemming, in de hoofdtekst van de uitspreken op basis van een geheime stemming, in de hoofdtekst van de
handeling als uitdrukkelijke motivering alle redenen aangeeft waarom handeling als uitdrukkelijke motivering alle redenen aangeeft waarom
hij, in het kader van een vergelijking van titels en verdiensten van hij, in het kader van een vergelijking van titels en verdiensten van
kandidaten met een soortgelijk profiel, heeft gekozen voor een van de kandidaten met een soortgelijk profiel, heeft gekozen voor een van de
kandidaten en niet voor de anderen ? kandidaten en niet voor de anderen ?
3) Schenden de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 3) Schenden de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991
betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen de betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen de
artikelen 10 en 11 van de Grondwet, al dan niet in samenhang gelezen artikelen 10 en 11 van de Grondwet, al dan niet in samenhang gelezen
met het beginsel van het geheim van de stemming dat ten grondslag ligt met het beginsel van het geheim van de stemming dat ten grondslag ligt
aan de aanneming van sommige administratieve besluiten door collegiale aan de aanneming van sommige administratieve besluiten door collegiale
organen, en met artikel 100, vierde lid, van de Nieuwe Gemeentewet, in organen, en met artikel 100, vierde lid, van de Nieuwe Gemeentewet, in
zoverre zij een besluit op grond van artikel 100, vierde lid, van de zoverre zij een besluit op grond van artikel 100, vierde lid, van de
Nieuwe Gemeentewet genomen van de gemeenteraad, die na een Nieuwe Gemeentewet genomen van de gemeenteraad, die na een
vergelijking van de titels en verdiensten tussen twee kandidaten met vergelijking van de titels en verdiensten tussen twee kandidaten met
een soortgelijk profiel, zich anders heeft uitgesproken dan na afloop een soortgelijk profiel, zich anders heeft uitgesproken dan na afloop
van een vorige vergelijking van hun titels en verdiensten, op grond van een vorige vergelijking van hun titels en verdiensten, op grond
van een ontoereikende uitdrukkelijke motivering onregelmatig zouden van een ontoereikende uitdrukkelijke motivering onregelmatig zouden
maken om de enige reden dat de handeling niet uitdrukkelijk aangeeft maken om de enige reden dat de handeling niet uitdrukkelijk aangeeft
welke motieven de gemeenteraad ertoe hebben gebracht van mening te welke motieven de gemeenteraad ertoe hebben gebracht van mening te
veranderen ? ». veranderen ? ».
(...) (...)
III. In rechte III. In rechte
(...) (...)
B.1.1. De artikelen 1 tot 4 van de wet van 29 juli 1991 betreffende de B.1.1. De artikelen 1 tot 4 van de wet van 29 juli 1991 betreffende de
uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen bepalen : uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen bepalen :
«

Artikel 1.Voor de toepassing van deze wet moeten worden verstaan

«

Artikel 1.Voor de toepassing van deze wet moeten worden verstaan

onder : onder :
- Bestuurshandeling : - Bestuurshandeling :
De eenzijdige rechtshandeling met individuele strekking die uitgaat De eenzijdige rechtshandeling met individuele strekking die uitgaat
van een bestuur en die beoogt rechtsgevolgen te hebben voor één of van een bestuur en die beoogt rechtsgevolgen te hebben voor één of
meer bestuurden of voor een ander bestuur; meer bestuurden of voor een ander bestuur;
- Bestuur : - Bestuur :
De administratieve overheden als bedoeld in artikel 14 van de De administratieve overheden als bedoeld in artikel 14 van de
gecoördineerde wetten op de Raad van State; gecoördineerde wetten op de Raad van State;
- Bestuurde : - Bestuurde :
Elke natuurlijke of rechtspersoon in zijn betrekkingen met het Elke natuurlijke of rechtspersoon in zijn betrekkingen met het
bestuur. bestuur.

Art. 2.De bestuurshandelingen van de besturen bedoeld in artikel 1

Art. 2.De bestuurshandelingen van de besturen bedoeld in artikel 1

moeten uitdrukkelijk worden gemotiveerd. moeten uitdrukkelijk worden gemotiveerd.

Art. 3.De opgelegde motivering moet in de akte de juridische en

Art. 3.De opgelegde motivering moet in de akte de juridische en

feitelijke overwegingen vermelden die aan de beslissing ten grondslag feitelijke overwegingen vermelden die aan de beslissing ten grondslag
liggen. Zij moet afdoende zijn. liggen. Zij moet afdoende zijn.

Art. 4.De bij deze wet voorgeschreven motiveringsplicht is niet van

Art. 4.De bij deze wet voorgeschreven motiveringsplicht is niet van

toepassing indien de motivering van de handeling : toepassing indien de motivering van de handeling :
1° de uitwendige veiligheid van de Staat in het gedrang kan brengen; 1° de uitwendige veiligheid van de Staat in het gedrang kan brengen;
2° de openbare orde kan verstoren; 2° de openbare orde kan verstoren;
3° afbreuk kan doen aan de eerbied voor het privéleven; 3° afbreuk kan doen aan de eerbied voor het privéleven;
4° afbreuk kan doen aan de bepalingen inzake de zwijgplicht ». 4° afbreuk kan doen aan de bepalingen inzake de zwijgplicht ».
B.1.2. Artikel 100, vierde lid, van de Nieuwe Gemeentewet, dat in het B.1.2. Artikel 100, vierde lid, van de Nieuwe Gemeentewet, dat in het
Waalse Gewest artikel L1122-27 van het Wetboek van de plaatselijke Waalse Gewest artikel L1122-27 van het Wetboek van de plaatselijke
democratie en de decentralisatie is geworden, bepaalt : democratie en de decentralisatie is geworden, bepaalt :
« Er wordt enkel over voordrachten van kandidaten, benoemingen in « Er wordt enkel over voordrachten van kandidaten, benoemingen in
betrekkingen, indisponibiliteitsstellingen, preventieve schorsingen in betrekkingen, indisponibiliteitsstellingen, preventieve schorsingen in
het belang van de dienst en tuchtstraffen bij geheime stemming het belang van de dienst en tuchtstraffen bij geheime stemming
beslist, bij volstrekte meerderheid van de stemmen ». beslist, bij volstrekte meerderheid van de stemmen ».
B.2. Uit de elementen van het geding en uit de motivering van de B.2. Uit de elementen van het geding en uit de motivering van de
verwijzingsbeslissing blijkt dat het Hof wordt gevraagd of de verwijzingsbeslissing blijkt dat het Hof wordt gevraagd of de
artikelen 2 en 3 van de voormelde wet van 29 juli 1991 in strijd zijn artikelen 2 en 3 van de voormelde wet van 29 juli 1991 in strijd zijn
met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet in die interpretatie dat zij met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet in die interpretatie dat zij
vereisen dat een besluit dat een collegiaal orgaan met toepassing van vereisen dat een besluit dat een collegiaal orgaan met toepassing van
artikel 100, vierde lid, van de Nieuwe Gemeentewet bij geheime artikel 100, vierde lid, van de Nieuwe Gemeentewet bij geheime
stemming heeft genomen, de motieven moet aangeven waarom dat orgaan stemming heeft genomen, de motieven moet aangeven waarom dat orgaan
ertoe is gebracht, wanneer het zoals te dezen gaat om een akte van ertoe is gebracht, wanneer het zoals te dezen gaat om een akte van
benoeming, een kandidaat boven een andere te verkiezen. benoeming, een kandidaat boven een andere te verkiezen.
B.3.1. De voordelen van de uitdrukkelijke motivering worden in de B.3.1. De voordelen van de uitdrukkelijke motivering worden in de
parlementaire voorbereiding van de wet van 29 juli 1991 als volgt parlementaire voorbereiding van de wet van 29 juli 1991 als volgt
beschreven : beschreven :
« De bestuurde wordt door de motivering niet alleen in kennis gesteld « De bestuurde wordt door de motivering niet alleen in kennis gesteld
van de redenen die ten grondslag liggen aan de bestuurshandeling, maar van de redenen die ten grondslag liggen aan de bestuurshandeling, maar
hij krijgt bovendien de mogelijkheid om met kennis van zaken een hij krijgt bovendien de mogelijkheid om met kennis van zaken een
gesprek aan te gaan met het bestuur dat de handeling heeft verricht gesprek aan te gaan met het bestuur dat de handeling heeft verricht
ten einde de beslissing eventueel ' om te buigen '. In geval van ten einde de beslissing eventueel ' om te buigen '. In geval van
beroep kan de verzoeker die de motivering van een bestreden handeling beroep kan de verzoeker die de motivering van een bestreden handeling
kent, beter zijn rechtsmiddelen voorbereiden. En tot slot is de kent, beter zijn rechtsmiddelen voorbereiden. En tot slot is de
motivering een waarborg dat de zaak op een ernstige en onpartijdige motivering een waarborg dat de zaak op een ernstige en onpartijdige
wijze zal worden onderzocht. wijze zal worden onderzocht.
Voor het bestuur heeft de motivering tot gevolg dat de betrekkingen Voor het bestuur heeft de motivering tot gevolg dat de betrekkingen
met de bestuurden vlotter verlopen en dat het zich meer op zijn met de bestuurden vlotter verlopen en dat het zich meer op zijn
overtuigingskracht dan op dwangmiddelen kan verlaten. De motivering overtuigingskracht dan op dwangmiddelen kan verlaten. De motivering
vergemakkelijkt tevens de controle van de hogere of de vergemakkelijkt tevens de controle van de hogere of de
toezichthoudende overheid op het ondergeschikte bestuur » (Parl. St., toezichthoudende overheid op het ondergeschikte bestuur » (Parl. St.,
Senaat, B.Z. 1988, nr. 215-1, pp. 1 en 2). Senaat, B.Z. 1988, nr. 215-1, pp. 1 en 2).
In dezelfde parlementaire voorbereiding wordt, in de volgende In dezelfde parlementaire voorbereiding wordt, in de volgende
bewoordingen, het doel van het wetsvoorstel uiteengezet : bewoordingen, het doel van het wetsvoorstel uiteengezet :
« Het is de bedoeling van de indiener van dit wetsvoorstel om, door « Het is de bedoeling van de indiener van dit wetsvoorstel om, door
middel van een afzonderlijke wetgeving, in het Belgisch administratief middel van een afzonderlijke wetgeving, in het Belgisch administratief
bestel het algemene principe in te voeren van de uitdrukkelijke bestel het algemene principe in te voeren van de uitdrukkelijke
motiveringsplicht voor de bestuurshandelingen als tegenhanger van het motiveringsplicht voor de bestuurshandelingen als tegenhanger van het
fundamentele recht van de bestuurde om de gronden te kennen van de fundamentele recht van de bestuurde om de gronden te kennen van de
beslissing die op hem betrekking heeft » (ibid., p. 8). beslissing die op hem betrekking heeft » (ibid., p. 8).
B.3.2. Uit de parlementaire voorbereiding van de voormelde wet blijkt B.3.2. Uit de parlementaire voorbereiding van de voormelde wet blijkt
dat die verplichting van de uitdrukkelijke motivering, zoals de Raad dat die verplichting van de uitdrukkelijke motivering, zoals de Raad
van State herhaaldelijk in herinnering heeft gebracht, eveneens van State herhaaldelijk in herinnering heeft gebracht, eveneens
betrekking heeft op de besluiten die bij geheime stemming zijn genomen betrekking heeft op de besluiten die bij geheime stemming zijn genomen
(ibid., nr. 215-3, pp. 21 en 22). (ibid., nr. 215-3, pp. 21 en 22).
In het advies dat hij heeft uitgebracht over een wetsvoorstel dat In het advies dat hij heeft uitgebracht over een wetsvoorstel dat
ertoe strekte de voormelde wet van 29 juli 1991 te wijzigen, teneinde ertoe strekte de voormelde wet van 29 juli 1991 te wijzigen, teneinde
de bestuurshandelingen waarvan de aanneming krachtens de wet bij de bestuurshandelingen waarvan de aanneming krachtens de wet bij
geheime stemming gebeurt, van het toepassingsgebied ervan uit te geheime stemming gebeurt, van het toepassingsgebied ervan uit te
sluiten, wetsvoorstel dat niet is aangenomen, heeft de Raad van State sluiten, wetsvoorstel dat niet is aangenomen, heeft de Raad van State
eraan herinnerd : eraan herinnerd :
« Het doel van een geheime stemming is immers de leden van het « Het doel van een geheime stemming is immers de leden van het
collegiaal orgaan te beschermen tegen iedere druk van binnenuit of van collegiaal orgaan te beschermen tegen iedere druk van binnenuit of van
buitenaf ut singuli. Wat geheim gehouden moet blijven worden, is buitenaf ut singuli. Wat geheim gehouden moet blijven worden, is
datgene wat ieder lid van het collegiaal orgaan ertoe gebracht heeft datgene wat ieder lid van het collegiaal orgaan ertoe gebracht heeft
te stemmen zoals het heeft gestemd. Het lid moet dus niet zeggen te stemmen zoals het heeft gestemd. Het lid moet dus niet zeggen
waarom het zo gestemd heeft, maar dat neemt niet weg dat de beslissing waarom het zo gestemd heeft, maar dat neemt niet weg dat de beslissing
die na de stemming is genomen gewettigd moet kunnen worden door die na de stemming is genomen gewettigd moet kunnen worden door
motieven die blijken uit het administratief dossier (materiële motieven die blijken uit het administratief dossier (materiële
motivering), die, wegens de verplichting tot uitdrukkelijke motivering), die, wegens de verplichting tot uitdrukkelijke
motivering, overgenomen moeten worden in de beslissing » (Parl. St., motivering, overgenomen moeten worden in de beslissing » (Parl. St.,
Kamer, 2002-2003, DOC 50-2336/002, p. 7). Kamer, 2002-2003, DOC 50-2336/002, p. 7).
B.4. De situatie van het collegiale orgaan dat ertoe is gehouden een B.4. De situatie van het collegiale orgaan dat ertoe is gehouden een
besluit bij geheime stemming te nemen, met toepassing van artikel 100, besluit bij geheime stemming te nemen, met toepassing van artikel 100,
vierde lid, van de Nieuwe Gemeentewet, verschilt, ten aanzien van de vierde lid, van de Nieuwe Gemeentewet, verschilt, ten aanzien van de
verplichting om de bestuurshandelingen te motiveren, in wezen niet van verplichting om de bestuurshandelingen te motiveren, in wezen niet van
die van de individuele of collegiale organen van de administratieve die van de individuele of collegiale organen van de administratieve
overheden die besluiten nemen op basis van beraadslagingen die niet overheden die besluiten nemen op basis van beraadslagingen die niet
geheim zijn. Hoewel het juist is dat de geheime stemming zich verzet geheim zijn. Hoewel het juist is dat de geheime stemming zich verzet
tegen de openbaarmaking van de persoonlijke standpunten van ieder lid tegen de openbaarmaking van de persoonlijke standpunten van ieder lid
van de gemeenteraad, is het niet met die vereiste onverenigbaar dat van de gemeenteraad, is het niet met die vereiste onverenigbaar dat
het door het collegiale orgaan zelf genomen besluit de motieven het door het collegiale orgaan zelf genomen besluit de motieven
aangeeft die aan de basis ervan liggen. Immers, de uitdrukkelijke aangeeft die aan de basis ervan liggen. Immers, de uitdrukkelijke
motivering van een individuele administratieve handeling bestaat in motivering van een individuele administratieve handeling bestaat in
het aangeven, in de handeling, van de overwegingen in rechte en in het aangeven, in de handeling, van de overwegingen in rechte en in
feite die ten grondslag liggen aan het besluit, en niet in het naast feite die ten grondslag liggen aan het besluit, en niet in het naast
elkaar plaatsen van de individuele standpunten van ieder lid van het elkaar plaatsen van de individuele standpunten van ieder lid van het
collegiale orgaan. De wettelijke verplichting van de geheime stemming collegiale orgaan. De wettelijke verplichting van de geheime stemming
wordt niet verzwakt door de wettelijke verplichting om het aldus wordt niet verzwakt door de wettelijke verplichting om het aldus
genomen collegiaal administratief besluit uitdrukkelijk te motiveren. genomen collegiaal administratief besluit uitdrukkelijk te motiveren.
B.5. De veralgemening van de verplichting tot uitdrukkelijke B.5. De veralgemening van de verplichting tot uitdrukkelijke
motivering voor de administratieve overheden, ingesteld bij de wet van motivering voor de administratieve overheden, ingesteld bij de wet van
29 juli 1991, is een recht van de bestuurde, aan wie aldus een 29 juli 1991, is een recht van de bestuurde, aan wie aldus een
bijkomende waarborg wordt geboden tegen bestuurshandelingen met bijkomende waarborg wordt geboden tegen bestuurshandelingen met
individuele strekking die willekeurig zouden zijn. individuele strekking die willekeurig zouden zijn.
Gelet op het met de wet van 29 juli 1991 nagestreefde doel vermeld in Gelet op het met de wet van 29 juli 1991 nagestreefde doel vermeld in
B.3.1 en B.3.2, kan niet worden aanvaard dat een persoon die zich B.3.1 en B.3.2, kan niet worden aanvaard dat een persoon die zich
kandidaat heeft gesteld voor een betrekking, geheel of gedeeltelijk kandidaat heeft gesteld voor een betrekking, geheel of gedeeltelijk
wordt belet de motieven te kennen die aan de basis liggen van een hem wordt belet de motieven te kennen die aan de basis liggen van een hem
betreffend besluit om de enige reden dat dat besluit bij geheime betreffend besluit om de enige reden dat dat besluit bij geheime
stemming is genomen. Hij bevindt zich immers in dezelfde situatie als stemming is genomen. Hij bevindt zich immers in dezelfde situatie als
die van iedere bestuurde die zich kandidaat heeft gesteld voor een die van iedere bestuurde die zich kandidaat heeft gesteld voor een
benoeming. benoeming.
B.6. De prejudiciële vragen dienen ontkennend te worden beantwoord. B.6. De prejudiciële vragen dienen ontkennend te worden beantwoord.
Om die redenen, Om die redenen,
het Hof het Hof
zegt voor recht : zegt voor recht :
De artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 betreffende de De artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 betreffende de
uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen schenden de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen schenden de
artikelen 10 en 11 van de Grondwet niet. artikelen 10 en 11 van de Grondwet niet.
Aldus uitgesproken in het Frans en het Nederlands, overeenkomstig Aldus uitgesproken in het Frans en het Nederlands, overeenkomstig
artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het
Grondwettelijk Hof, op de openbare terechtzitting van 18 mei 2011. Grondwettelijk Hof, op de openbare terechtzitting van 18 mei 2011.
De griffier, De griffier,
P.-Y. Dutilleux. P.-Y. Dutilleux.
De voorzitter, De voorzitter,
R. Henneuse. R. Henneuse.
^