← Terug naar "Uittreksel uit arrest nr. 39/2011 van 15 maart 2011 Rolnummer 4901 In zake : de
prejudiciële vraag betreffende artikel 2, § 1, van de wet van 15 mei 1984 houdende maatregelen
tot harmonisering in de pensioenregelingen, gesteld door de Het
Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters R. Henneuse en M. Bossuyt, en de rechter(...)"
Uittreksel uit arrest nr. 39/2011 van 15 maart 2011 Rolnummer 4901 In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 2, § 1, van de wet van 15 mei 1984 houdende maatregelen tot harmonisering in de pensioenregelingen, gesteld door de Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters R. Henneuse en M. Bossuyt, en de rechter(...) | Uittreksel uit arrest nr. 39/2011 van 15 maart 2011 Rolnummer 4901 In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 2, § 1, van de wet van 15 mei 1984 houdende maatregelen tot harmonisering in de pensioenregelingen, gesteld door de Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters R. Henneuse en M. Bossuyt, en de rechter(...) |
---|---|
GRONDWETTELIJK HOF | GRONDWETTELIJK HOF |
Uittreksel uit arrest nr. 39/2011 van 15 maart 2011 | Uittreksel uit arrest nr. 39/2011 van 15 maart 2011 |
Rolnummer 4901 | Rolnummer 4901 |
In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 2, § 1, van de wet | In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 2, § 1, van de wet |
van 15 mei 1984 houdende maatregelen tot harmonisering in de | van 15 mei 1984 houdende maatregelen tot harmonisering in de |
pensioenregelingen, gesteld door de Rechtbank van eerste aanleg te | pensioenregelingen, gesteld door de Rechtbank van eerste aanleg te |
Luik. | Luik. |
Het Grondwettelijk Hof, | Het Grondwettelijk Hof, |
samengesteld uit de voorzitters R. Henneuse en M. Bossuyt, en de | samengesteld uit de voorzitters R. Henneuse en M. Bossuyt, en de |
rechters L. Lavrysen, J.-P. Snappe, J.-P. Moerman, J. Spreutels en T. | rechters L. Lavrysen, J.-P. Snappe, J.-P. Moerman, J. Spreutels en T. |
Merckx-Van Goey, bijgestaan door de griffier P.-Y. Dutilleux, onder | Merckx-Van Goey, bijgestaan door de griffier P.-Y. Dutilleux, onder |
voorzitterschap van voorzitter R. Henneuse, | voorzitterschap van voorzitter R. Henneuse, |
wijst na beraad het volgende arrest : | wijst na beraad het volgende arrest : |
I. Onderwerp van de prejudiciële vraag en rechtspleging | I. Onderwerp van de prejudiciële vraag en rechtspleging |
Bij vonnis van 11 maart 2010 in zake Olga Iazeva tegen de Belgische | Bij vonnis van 11 maart 2010 in zake Olga Iazeva tegen de Belgische |
Staat, waarvan de expeditie ter griffie van het Hof is ingekomen op 18 | Staat, waarvan de expeditie ter griffie van het Hof is ingekomen op 18 |
maart 2010, heeft de Rechtbank van eerste aanleg te Luik de volgende | maart 2010, heeft de Rechtbank van eerste aanleg te Luik de volgende |
prejudiciële vraag gesteld : | prejudiciële vraag gesteld : |
« Schendt artikel 2, § 1, van de wet van 15 mei 1984 houdende | « Schendt artikel 2, § 1, van de wet van 15 mei 1984 houdende |
maatregelen tot harmonisering in de pensioenregelingen de artikelen 10 | maatregelen tot harmonisering in de pensioenregelingen de artikelen 10 |
en 11 van de Grondwet, al dan niet in samenhang gelezen, in zoverre | en 11 van de Grondwet, al dan niet in samenhang gelezen, in zoverre |
het het voordeel van het definitieve overlevingspensioen beperkt tot | het het voordeel van het definitieve overlevingspensioen beperkt tot |
enkel de langstlevende echtgenoot die meer dan één jaar gehuwd was en | enkel de langstlevende echtgenoot die meer dan één jaar gehuwd was en |
het de langstlevende echtgenoot die minder dan één jaar gehuwd was van | het de langstlevende echtgenoot die minder dan één jaar gehuwd was van |
het voordeel ervan uitsluit, hoewel de echtgenoten voordien verbonden | het voordeel ervan uitsluit, hoewel de echtgenoten voordien verbonden |
waren door een contract van wettelijke samenwoning ? ». | waren door een contract van wettelijke samenwoning ? ». |
(...) | (...) |
III. In rechte | III. In rechte |
(...) | (...) |
B.1. Het Hof wordt verzocht zich uit te spreken over de | B.1. Het Hof wordt verzocht zich uit te spreken over de |
bestaanbaarheid, met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet van artikel | bestaanbaarheid, met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet van artikel |
2, § 1, van de wet van 15 mei 1984 houdende maatregelen tot | 2, § 1, van de wet van 15 mei 1984 houdende maatregelen tot |
harmonisering in de pensioenregelingen, in zoverre het het voordeel | harmonisering in de pensioenregelingen, in zoverre het het voordeel |
van het definitieve overlevingspensioen beperkt tot enkel de | van het definitieve overlevingspensioen beperkt tot enkel de |
langstlevende echtgenoot die meer dan één jaar gehuwd was en het de | langstlevende echtgenoot die meer dan één jaar gehuwd was en het de |
langstlevende echtgenoot die minder dan één jaar gehuwd was van het | langstlevende echtgenoot die minder dan één jaar gehuwd was van het |
voordeel ervan uitsluit, hoewel de echtgenoten voordien waren | voordeel ervan uitsluit, hoewel de echtgenoten voordien waren |
verbonden door een contract van wettelijke samenwoning. | verbonden door een contract van wettelijke samenwoning. |
B.2. Het voormelde artikel 2, § 1, bepaalt : | B.2. Het voormelde artikel 2, § 1, bepaalt : |
« Heeft recht op het overlevingspensioen, de langstlevende echtgenoot | « Heeft recht op het overlevingspensioen, de langstlevende echtgenoot |
wiens huwelijk ten minste één jaar geduurd heeft en wiens echtgenoot : | wiens huwelijk ten minste één jaar geduurd heeft en wiens echtgenoot : |
a) overleden is tijdens zijn loopbaan; | a) overleden is tijdens zijn loopbaan; |
b) overleden is na een rustpensioen ten laste van de Openbare | b) overleden is na een rustpensioen ten laste van de Openbare |
Schatkist of van een in artikel 1 vermelde instelling te hebben | Schatkist of van een in artikel 1 vermelde instelling te hebben |
verkregen; | verkregen; |
c) overleden is na definitief uit dienst te zijn getreden en ofwel | c) overleden is na definitief uit dienst te zijn getreden en ofwel |
vijf in aanmerking komende dienstjaren telt in de zin van artikel 46 | vijf in aanmerking komende dienstjaren telt in de zin van artikel 46 |
indien hij zijn loopbaan heeft beëindigd na 31 december 1976 en hij in | indien hij zijn loopbaan heeft beëindigd na 31 december 1976 en hij in |
aanmerking komende diensten of periodes na die datum kan doen gelden, | aanmerking komende diensten of periodes na die datum kan doen gelden, |
ofwel vijftien voor de berekening van een overlevingspensioen in | ofwel vijftien voor de berekening van een overlevingspensioen in |
aanmerking komende dienstjaren overeenkomstig de op 31 mei 1984 van | aanmerking komende dienstjaren overeenkomstig de op 31 mei 1984 van |
kracht zijnde bepalingen. | kracht zijnde bepalingen. |
Het huwelijk dient nochtans niet één jaar te duren indien een van de | Het huwelijk dient nochtans niet één jaar te duren indien een van de |
volgende voorwaarden vervuld is : | volgende voorwaarden vervuld is : |
- er is een kind geboren uit het huwelijk; | - er is een kind geboren uit het huwelijk; |
- op het ogenblik van het overlijden is er een kind ten laste waarvoor | - op het ogenblik van het overlijden is er een kind ten laste waarvoor |
een van de echtgenoten kinderbijslag ontving; | een van de echtgenoten kinderbijslag ontving; |
- een kind wordt postuum geboren binnen driehonderd dagen na het | - een kind wordt postuum geboren binnen driehonderd dagen na het |
overlijden; | overlijden; |
- het overlijden is het gevolg van een na de datum van het huwelijk | - het overlijden is het gevolg van een na de datum van het huwelijk |
voorgekomen ongeval of werd veroorzaakt door een beroepsziekte | voorgekomen ongeval of werd veroorzaakt door een beroepsziekte |
opgedaan tijdens of naar aanleiding van de uitoefening van het ambt, | opgedaan tijdens of naar aanleiding van de uitoefening van het ambt, |
van een door de Belgische Regering toevertrouwde opdracht of van in | van een door de Belgische Regering toevertrouwde opdracht of van in |
het kader van de Belgische technische bijstand verrichte prestaties, | het kader van de Belgische technische bijstand verrichte prestaties, |
voor zover de aanvang of de verergering van deze ziekte na de datum | voor zover de aanvang of de verergering van deze ziekte na de datum |
van het huwelijk plaatsvond ». | van het huwelijk plaatsvond ». |
B.3.1. Op 25 maart 2009 heeft het Hof een arrest nr. 60/2009 gewezen | B.3.1. Op 25 maart 2009 heeft het Hof een arrest nr. 60/2009 gewezen |
ingevolge een prejudiciële vraag gesteld door de Arbeidsrechtbank te | ingevolge een prejudiciële vraag gesteld door de Arbeidsrechtbank te |
Luik, waarbij een geschil aanhangig was gemaakt tussen dezelfde | Luik, waarbij een geschil aanhangig was gemaakt tussen dezelfde |
partijen als die welke partij zijn in de zaak voor de verwijzende | partijen als die welke partij zijn in de zaak voor de verwijzende |
rechter. | rechter. |
Het Hof diende zich uit te spreken over de bestaanbaarheid, met de | Het Hof diende zich uit te spreken over de bestaanbaarheid, met de |
artikelen 10 en 11 van de Grondwet, van artikel 17 van het koninklijk | artikelen 10 en 11 van de Grondwet, van artikel 17 van het koninklijk |
besluit nr. 50 van 24 oktober 1967 betreffende het rust- en | besluit nr. 50 van 24 oktober 1967 betreffende het rust- en |
overlevingspensioen voor werknemers, in zoverre dat artikel het | overlevingspensioen voor werknemers, in zoverre dat artikel het |
voordeel van het overlevingspensioen alleen toekent aan de | voordeel van het overlevingspensioen alleen toekent aan de |
langstlevende echtgenoot die meer dan één jaar met de overleden | langstlevende echtgenoot die meer dan één jaar met de overleden |
werknemer was gehuwd, zonder datzelfde recht toe te kennen aan de | werknemer was gehuwd, zonder datzelfde recht toe te kennen aan de |
langstlevende echtgenoot die minder dan één jaar met de overleden | langstlevende echtgenoot die minder dan één jaar met de overleden |
werknemer was gehuwd, hoewel die twee personen, vóór het huwelijk en | werknemer was gehuwd, hoewel die twee personen, vóór het huwelijk en |
meer dan één jaar vóór het overlijden, een verklaring van wettelijke | meer dan één jaar vóór het overlijden, een verklaring van wettelijke |
samenwoning hadden afgelegd. | samenwoning hadden afgelegd. |
B.3.2. Het Hof heeft voor recht gezegd dat de artikelen 10 en 11 van | B.3.2. Het Hof heeft voor recht gezegd dat de artikelen 10 en 11 van |
de Grondwet zijn geschonden om de volgende redenen : | de Grondwet zijn geschonden om de volgende redenen : |
« B.2. De vraag noopt tot een vergelijking, met betrekking tot de | « B.2. De vraag noopt tot een vergelijking, met betrekking tot de |
toekenning van overlevingspensioenen, van de situatie van de | toekenning van overlevingspensioenen, van de situatie van de |
echtgenoten die sedert meer dan één jaar vóór het overlijden van één | echtgenoten die sedert meer dan één jaar vóór het overlijden van één |
van hen zijn gehuwd, met die van de echtgenoten die sedert minder dan | van hen zijn gehuwd, met die van de echtgenoten die sedert minder dan |
één jaar zijn gehuwd en, voordien, een verklaring van wettelijke | één jaar zijn gehuwd en, voordien, een verklaring van wettelijke |
samenwoning hebben afgelegd en voor wie de gecumuleerde duur, | samenwoning hebben afgelegd en voor wie de gecumuleerde duur, |
voorafgaand aan het overlijden van één van hen, van de wettelijke | voorafgaand aan het overlijden van één van hen, van de wettelijke |
samenwoning en van het huwelijk meer dan één jaar bedraagt. Het Hof | samenwoning en van het huwelijk meer dan één jaar bedraagt. Het Hof |
beperkt zijn onderzoek tot dat geval. | beperkt zijn onderzoek tot dat geval. |
B.3. Door een voorwaarde op te leggen van een minimumduur van één jaar | B.3. Door een voorwaarde op te leggen van een minimumduur van één jaar |
huwelijk voor het toekennen van een overlevingspensioen aan de | huwelijk voor het toekennen van een overlevingspensioen aan de |
langstlevende echtgenoot van een werknemer van wie de | langstlevende echtgenoot van een werknemer van wie de |
beroepsactiviteit het recht op een dergelijk pensioen opende, heeft de | beroepsactiviteit het recht op een dergelijk pensioen opende, heeft de |
wetgever bepaalde misbruiken willen ontmoedigen, zoals het huwelijk in | wetgever bepaalde misbruiken willen ontmoedigen, zoals het huwelijk in |
extremis, waarvan de enige bedoeling is het de langstlevende | extremis, waarvan de enige bedoeling is het de langstlevende |
echtgenoot mogelijk te maken het overlevingspensioen te genieten. De | echtgenoot mogelijk te maken het overlevingspensioen te genieten. De |
wetgever heeft, daarenboven, uitzonderingen op die regel aanvaard die | wetgever heeft, daarenboven, uitzonderingen op die regel aanvaard die |
uitgaan van de idee dat in bepaalde situaties de omstandigheden | uitgaan van de idee dat in bepaalde situaties de omstandigheden |
aantonen dat, hoewel het overlijden minder dan één jaar na het | aantonen dat, hoewel het overlijden minder dan één jaar na het |
huwelijk heeft plaatsgehad, dat huwelijk niet enkel is voltrokken om | huwelijk heeft plaatsgehad, dat huwelijk niet enkel is voltrokken om |
het overlevingspensioen te verkrijgen. | het overlevingspensioen te verkrijgen. |
B.4. Het verschil in behandeling steunt op het objectieve gegeven dat | B.4. Het verschil in behandeling steunt op het objectieve gegeven dat |
de in B.2 beschreven juridische toestand van echtgenoten verschilt | de in B.2 beschreven juridische toestand van echtgenoten verschilt |
naar gelang, onder overigens gelijke omstandigheden, de enen gehuwd | naar gelang, onder overigens gelijke omstandigheden, de enen gehuwd |
waren op een tijdstip waarop de anderen wettelijk samenwonenden waren. | waren op een tijdstip waarop de anderen wettelijk samenwonenden waren. |
Die situatie verschilt zowel wat de verplichtingen jegens elkaar | Die situatie verschilt zowel wat de verplichtingen jegens elkaar |
betreft als wat de vermogensrechtelijke toestand van de betrokkenen | betreft als wat de vermogensrechtelijke toestand van de betrokkenen |
betreft. | betreft. |
B.5. Echtgenoten zijn elkaar hulp en bijstand verschuldigd (artikel | B.5. Echtgenoten zijn elkaar hulp en bijstand verschuldigd (artikel |
213 van het Burgerlijk Wetboek), zij genieten de bescherming van de | 213 van het Burgerlijk Wetboek), zij genieten de bescherming van de |
gezinswoonst en de huisraad (artikel 215 van het Burgerlijk Wetboek); | gezinswoonst en de huisraad (artikel 215 van het Burgerlijk Wetboek); |
de echtgenoten moeten hun inkomsten bij voorrang besteden aan hun | de echtgenoten moeten hun inkomsten bij voorrang besteden aan hun |
bijdrage in de lasten van het huwelijk (artikel 217 van het Burgerlijk | bijdrage in de lasten van het huwelijk (artikel 217 van het Burgerlijk |
Wetboek), waarin zij moeten bijdragen naar vermogen (artikel 221 van | Wetboek), waarin zij moeten bijdragen naar vermogen (artikel 221 van |
het Burgerlijk Wetboek). Schulden die door een der echtgenoten worden | het Burgerlijk Wetboek). Schulden die door een der echtgenoten worden |
aangegaan ten behoeve van de huishouding en de opvoeding van de | aangegaan ten behoeve van de huishouding en de opvoeding van de |
kinderen verbinden de andere echtgenoot hoofdelijk, behoudens wanneer | kinderen verbinden de andere echtgenoot hoofdelijk, behoudens wanneer |
zij, gelet op de bestaansmiddelen van het gezin, buitensporig zijn | zij, gelet op de bestaansmiddelen van het gezin, buitensporig zijn |
(artikel 222 van het Burgerlijk Wetboek). | (artikel 222 van het Burgerlijk Wetboek). |
B.6. Onder wettelijke samenwoning wordt verstaan de toestand van | B.6. Onder wettelijke samenwoning wordt verstaan de toestand van |
samenleven van twee personen die een schriftelijke verklaring van | samenleven van twee personen die een schriftelijke verklaring van |
wettelijke samenwoning hebben afgelegd (artikel 1475 van het | wettelijke samenwoning hebben afgelegd (artikel 1475 van het |
Burgerlijk Wetboek). | Burgerlijk Wetboek). |
De verklaring wordt overhandigd aan de ambtenaar van de burgerlijke | De verklaring wordt overhandigd aan de ambtenaar van de burgerlijke |
stand van de gemeenschappelijke woonplaats, die nagaat of beide | stand van de gemeenschappelijke woonplaats, die nagaat of beide |
partijen niet verbonden zijn door een huwelijk of door een andere | partijen niet verbonden zijn door een huwelijk of door een andere |
wettelijke samenwoning en bekwaam zijn om contracten aan te gaan | wettelijke samenwoning en bekwaam zijn om contracten aan te gaan |
overeenkomstig de artikelen 1123 en 1124 van het Burgerlijk Wetboek. | overeenkomstig de artikelen 1123 en 1124 van het Burgerlijk Wetboek. |
De verklaring wordt vermeld in het bevolkingsregister. | De verklaring wordt vermeld in het bevolkingsregister. |
De wettelijke samenwoning houdt op wanneer een van de partijen in het | De wettelijke samenwoning houdt op wanneer een van de partijen in het |
huwelijk treedt of overlijdt. Zij kan tevens door de samenwonenden | huwelijk treedt of overlijdt. Zij kan tevens door de samenwonenden |
worden beëindigd, in onderlinge overeenstemming of eenzijdig, door | worden beëindigd, in onderlinge overeenstemming of eenzijdig, door |
middel van een schriftelijke verklaring bij de ambtenaar van de | middel van een schriftelijke verklaring bij de ambtenaar van de |
burgerlijke stand, die daarvan melding maakt in het bevolkingsregister | burgerlijke stand, die daarvan melding maakt in het bevolkingsregister |
(artikel 1476 van het Burgerlijk Wetboek). | (artikel 1476 van het Burgerlijk Wetboek). |
B.7. Op de wettelijke samenwoning zijn de volgende bepalingen | B.7. Op de wettelijke samenwoning zijn de volgende bepalingen |
toepasselijk : de wettelijke bescherming van de gezinswoning | toepasselijk : de wettelijke bescherming van de gezinswoning |
(artikelen 215, 220, § 1, en 224, § 1, 1, van het Burgerlijk Wetboek) | (artikelen 215, 220, § 1, en 224, § 1, 1, van het Burgerlijk Wetboek) |
wordt van overeenkomstige toepassing verklaard op de wettelijke | wordt van overeenkomstige toepassing verklaard op de wettelijke |
samenwoning; de wettelijk samenwonenden dragen bij in de lasten van | samenwoning; de wettelijk samenwonenden dragen bij in de lasten van |
het samenleven naar evenredigheid van hun mogelijkheden en iedere | het samenleven naar evenredigheid van hun mogelijkheden en iedere |
niet-buitensporige schuld die door een der wettelijk samenwonenden | niet-buitensporige schuld die door een der wettelijk samenwonenden |
wordt aangegaan ten behoeve van het samenleven en van de kinderen die | wordt aangegaan ten behoeve van het samenleven en van de kinderen die |
door hen worden opgevoed, verbindt de andere partner hoofdelijk | door hen worden opgevoed, verbindt de andere partner hoofdelijk |
(artikel 1477 van het Burgerlijk Wetboek). | (artikel 1477 van het Burgerlijk Wetboek). |
Voor het overige is voorzien in een regeling van de goederen van de | Voor het overige is voorzien in een regeling van de goederen van de |
samenwonenden en in de mogelijkheid om de wettelijke samenwoning door | samenwonenden en in de mogelijkheid om de wettelijke samenwoning door |
middel van een overeenkomst te regelen, voor zover die geen beding | middel van een overeenkomst te regelen, voor zover die geen beding |
bevat dat strijdig is met artikel 1477 van het Burgerlijk Wetboek, met | bevat dat strijdig is met artikel 1477 van het Burgerlijk Wetboek, met |
de openbare orde of de goede zeden, noch met de regels betreffende het | de openbare orde of de goede zeden, noch met de regels betreffende het |
ouderlijk gezag en de voogdij, noch met de regels die de wettelijke | ouderlijk gezag en de voogdij, noch met de regels die de wettelijke |
orde van de erfopvolging bepalen. Die overeenkomst wordt in | orde van de erfopvolging bepalen. Die overeenkomst wordt in |
authentieke vorm verleden voor de notaris en wordt in het | authentieke vorm verleden voor de notaris en wordt in het |
bevolkingsregister vermeld (artikel 1478 van het Burgerlijk Wetboek). | bevolkingsregister vermeld (artikel 1478 van het Burgerlijk Wetboek). |
B.8. Wanneer de verstandhouding tussen de wettelijk samenwonenden | B.8. Wanneer de verstandhouding tussen de wettelijk samenwonenden |
ernstig is verstoord, kan elk van beide partners de vrederechter | ernstig is verstoord, kan elk van beide partners de vrederechter |
vragen om dringende en voorlopige maatregelen te bevelen betreffende | vragen om dringende en voorlopige maatregelen te bevelen betreffende |
het betrekken van de gemeenschappelijke verblijfplaats, betreffende de | het betrekken van de gemeenschappelijke verblijfplaats, betreffende de |
persoon en de goederen van de samenwonenden en van de kinderen alsmede | persoon en de goederen van de samenwonenden en van de kinderen alsmede |
betreffende de wettelijke en contractuele verplichtingen van beide | betreffende de wettelijke en contractuele verplichtingen van beide |
samenwonenden. Ook na de beëindiging van de wettelijke samenwoning en | samenwonenden. Ook na de beëindiging van de wettelijke samenwoning en |
voor zover de vordering binnen drie maanden na de beëindiging is | voor zover de vordering binnen drie maanden na de beëindiging is |
ingesteld, kan de vrederechter de dringende en voorlopige maatregelen | ingesteld, kan de vrederechter de dringende en voorlopige maatregelen |
gelasten die ingevolge de beëindiging gerechtvaardigd zijn (artikel | gelasten die ingevolge de beëindiging gerechtvaardigd zijn (artikel |
1479 van het Burgerlijk Wetboek). | 1479 van het Burgerlijk Wetboek). |
B.9. Uit hetgeen voorafgaat blijkt dat de bepalingen van het | B.9. Uit hetgeen voorafgaat blijkt dat de bepalingen van het |
Burgerlijk Wetboek die gelden ten aanzien van wettelijk samenwonenden | Burgerlijk Wetboek die gelden ten aanzien van wettelijk samenwonenden |
een beperkte vermogensrechtelijke bescherming creëren die gedeeltelijk | een beperkte vermogensrechtelijke bescherming creëren die gedeeltelijk |
is geïnspireerd door bepalingen die gelden ten aanzien van | is geïnspireerd door bepalingen die gelden ten aanzien van |
echtgenoten. Een dergelijke bescherming betekent niet dat de wetgever | echtgenoten. Een dergelijke bescherming betekent niet dat de wetgever |
ertoe is gehouden om de wettelijk samenwonenden zoals de echtgenoten | ertoe is gehouden om de wettelijk samenwonenden zoals de echtgenoten |
te behandelen wat de overlevingspensioenen betreft. | te behandelen wat de overlevingspensioenen betreft. |
B.10. De verwijzende rechter merkt echter op dat de wettelijk | B.10. De verwijzende rechter merkt echter op dat de wettelijk |
samenwonenden ten gevolge van de wijziging van artikel 12 van de | samenwonenden ten gevolge van de wijziging van artikel 12 van de |
Arbeidsongevallenwet van 10 april 1971 door de wet van 11 mei 2007 ' | Arbeidsongevallenwet van 10 april 1971 door de wet van 11 mei 2007 ' |
houdende wijziging van diverse bepalingen betreffende | houdende wijziging van diverse bepalingen betreffende |
arbeidsongevallen, beroepsziekten en het asbestfonds met betrekking | arbeidsongevallen, beroepsziekten en het asbestfonds met betrekking |
tot wettelijk samenwonenden ' (artikel 10) voortaan de voordelen | tot wettelijk samenwonenden ' (artikel 10) voortaan de voordelen |
genieten die bij die bepaling aan de echtgenoten zijn toegekend. | genieten die bij die bepaling aan de echtgenoten zijn toegekend. |
B.11. Die wet maakt het voordeel dat ze toekent afhankelijk van het | B.11. Die wet maakt het voordeel dat ze toekent afhankelijk van het |
opstellen, door beide partners en overeenkomstig artikel 1478 van het | opstellen, door beide partners en overeenkomstig artikel 1478 van het |
Burgerlijk Wetboek, van een overeenkomst waarin voor de partijen is | Burgerlijk Wetboek, van een overeenkomst waarin voor de partijen is |
voorzien in een verplichting tot hulp die, zelfs na een eventuele | voorzien in een verplichting tot hulp die, zelfs na een eventuele |
breuk, financiële gevolgen kan hebben (artikel 5, tweede lid, van de | breuk, financiële gevolgen kan hebben (artikel 5, tweede lid, van de |
wet van 10 april 1971, ingevoegd bij artikel 9 van de voormelde wet | wet van 10 april 1971, ingevoegd bij artikel 9 van de voormelde wet |
van 11 mei 2007). Daaruit volgt dat het in die wet bedoelde voordeel | van 11 mei 2007). Daaruit volgt dat het in die wet bedoelde voordeel |
niet aan alle wettelijk samenwonenden wordt toegekend; die beperking | niet aan alle wettelijk samenwonenden wordt toegekend; die beperking |
werd als volgt becommentarieerd in de parlementaire voorbereiding : | werd als volgt becommentarieerd in de parlementaire voorbereiding : |
' [De minister van Werk] onderschrijft het principe dat de wettelijk | ' [De minister van Werk] onderschrijft het principe dat de wettelijk |
samenwonenden in de arbeidsongevallenverzekering dezelfde rechten | samenwonenden in de arbeidsongevallenverzekering dezelfde rechten |
moeten hebben als gehuwden, indien de juridische toestand van | moeten hebben als gehuwden, indien de juridische toestand van |
wettelijk samenwonenden en gehuwden gelijk is. Hoewel hun toestand | wettelijk samenwonenden en gehuwden gelijk is. Hoewel hun toestand |
vergelijkbaar is, is hij echter niet gelijk. | vergelijkbaar is, is hij echter niet gelijk. |
Het toekennen van een lijfrente aan de achterblijvende echtgenoot na | Het toekennen van een lijfrente aan de achterblijvende echtgenoot na |
een dodelijk arbeidsongeval vindt zijn oorsprong in artikel 213 van | een dodelijk arbeidsongeval vindt zijn oorsprong in artikel 213 van |
het Burgerlijk Wetboek dat de echtgenoten tot wederzijdse hulp en | het Burgerlijk Wetboek dat de echtgenoten tot wederzijdse hulp en |
bijstand verplicht. Deze hulp en bijstand overstijgt de duurtijd van | bijstand verplicht. Deze hulp en bijstand overstijgt de duurtijd van |
het huwelijk. Uit artikel 213 leidt men immers af dat onderhoudsgeld | het huwelijk. Uit artikel 213 leidt men immers af dat onderhoudsgeld |
kan worden toegekend bij echtscheiding of scheiding van tafel en bed. | kan worden toegekend bij echtscheiding of scheiding van tafel en bed. |
Ook voor de wettelijk samenwonenden gelden een aantal wederzijdse | Ook voor de wettelijk samenwonenden gelden een aantal wederzijdse |
verplichtingen, maar deze zijn veel minder verregaand. | verplichtingen, maar deze zijn veel minder verregaand. |
Tussen wettelijk samenwonenden bestaat de wederzijdse plicht tot hulp | Tussen wettelijk samenwonenden bestaat de wederzijdse plicht tot hulp |
en bijstand niet, zodat bij gebeurlijke beëindiging van de wettelijke | en bijstand niet, zodat bij gebeurlijke beëindiging van de wettelijke |
samenwoning, wat onder meer kan via een eenzijdige verklaring van | samenwoning, wat onder meer kan via een eenzijdige verklaring van |
beëindiging door één van de partners, er ook geen grond bestaat voor | beëindiging door één van de partners, er ook geen grond bestaat voor |
de toekenning van een onderhoudsgeld. | de toekenning van een onderhoudsgeld. |
Artikel 1478 van het Burgerlijk Wetboek verleent nochtans de wettelijk | Artikel 1478 van het Burgerlijk Wetboek verleent nochtans de wettelijk |
samenwonende partners de mogelijkheid hun wettelijke samenwoning naar | samenwonende partners de mogelijkheid hun wettelijke samenwoning naar |
goeddunken te regelen door middel van een overeenkomst die in | goeddunken te regelen door middel van een overeenkomst die in |
authentieke vorm wordt verleden door de notaris en wordt vermeld in | authentieke vorm wordt verleden door de notaris en wordt vermeld in |
het bevolkingsregister. Aldus kunnen zij overeenkomen hetzij tot een | het bevolkingsregister. Aldus kunnen zij overeenkomen hetzij tot een |
eenzijdige, hetzij tot een wederzijdse onderhoudsverplichting. In | eenzijdige, hetzij tot een wederzijdse onderhoudsverplichting. In |
principe vervalt die onderhoudsverplichting bij de beëindiging van de | principe vervalt die onderhoudsverplichting bij de beëindiging van de |
wettelijke samenwoning. Artikel 1478 van het Burgerlijk Wetboek sluit | wettelijke samenwoning. Artikel 1478 van het Burgerlijk Wetboek sluit |
echter niet uit dat de partners in hun overeenkomst bedingen dat ze | echter niet uit dat de partners in hun overeenkomst bedingen dat ze |
elkaar (of een van hen) onderhoudsplichtig blijven na de beëindiging | elkaar (of een van hen) onderhoudsplichtig blijven na de beëindiging |
van de wettelijke samenwoning. | van de wettelijke samenwoning. |
Indien zulke overeenkomst afgesloten is, kan men stellen dat de | Indien zulke overeenkomst afgesloten is, kan men stellen dat de |
situatie van wettelijk samenwonenden vrijwel gelijk is met die van | situatie van wettelijk samenwonenden vrijwel gelijk is met die van |
echtgenoten, althans wat de wederzijdse hulp en bijstand betreft, | echtgenoten, althans wat de wederzijdse hulp en bijstand betreft, |
aldus de minister. | aldus de minister. |
De wetgever heeft trouwens uitdrukkelijk de band tussen het recht op | De wetgever heeft trouwens uitdrukkelijk de band tussen het recht op |
de levenslange rente en het bestaan van een onderhoudsverplichting | de levenslange rente en het bestaan van een onderhoudsverplichting |
willen maken door in het laatste lid van artikel 12 van de AOW te | willen maken door in het laatste lid van artikel 12 van de AOW te |
bepalen dat, in geval van scheiding van de echtgenoten, voordat het | bepalen dat, in geval van scheiding van de echtgenoten, voordat het |
ongeval zich heeft voorgedaan, er slechts een recht op rente is, | ongeval zich heeft voorgedaan, er slechts een recht op rente is, |
indien de overlevende ex-echtgenoot onderhoudsgeld genoot. | indien de overlevende ex-echtgenoot onderhoudsgeld genoot. |
De basis van onze sociale zekerheid is onderlinge solidariteit. Het | De basis van onze sociale zekerheid is onderlinge solidariteit. Het |
zou dan ook vreemd zijn dat de sociale zekerheid zou moeten voorzien | zou dan ook vreemd zijn dat de sociale zekerheid zou moeten voorzien |
in solidariteit met de achterblijvende partner van een wettelijk | in solidariteit met de achterblijvende partner van een wettelijk |
samenwonend koppel indien deze personen niet eens onderling, voor | samenwonend koppel indien deze personen niet eens onderling, voor |
elkaar, willen voorzien in sociale ondersteuning ' (Parl. St., Senaat, | elkaar, willen voorzien in sociale ondersteuning ' (Parl. St., Senaat, |
2006-2007, nr. 3-916/5, pp. 7 en 8; in dezelfde zin, p. 4 en Parl. | 2006-2007, nr. 3-916/5, pp. 7 en 8; in dezelfde zin, p. 4 en Parl. |
St., Kamer, 2006-2007, DOC 51-2984/003, p. 5). | St., Kamer, 2006-2007, DOC 51-2984/003, p. 5). |
B.12. Het Hof stelt vast dat in de wetgeving inzake arbeidsongevallen | B.12. Het Hof stelt vast dat in de wetgeving inzake arbeidsongevallen |
en beroepsziekten niet enkel aan de echtgenoot van de getroffene, maar | en beroepsziekten niet enkel aan de echtgenoot van de getroffene, maar |
ook aan de persoon die met de getroffene wettelijk samenwoonde een | ook aan de persoon die met de getroffene wettelijk samenwoonde een |
uitkering toekomt, wanneer de partners overeenkomstig artikel 1478 van | uitkering toekomt, wanneer de partners overeenkomstig artikel 1478 van |
het Burgerlijk Wetboek een overeenkomst hebben opgesteld waarin voor | het Burgerlijk Wetboek een overeenkomst hebben opgesteld waarin voor |
de partijen is voorzien in een verplichting tot hulp die, zelfs na een | de partijen is voorzien in een verplichting tot hulp die, zelfs na een |
eventuele breuk, financiële gevolgen kan hebben. Het komt de wetgever | eventuele breuk, financiële gevolgen kan hebben. Het komt de wetgever |
toe te oordelen of diezelfde situatie eveneens in aanmerking moet | toe te oordelen of diezelfde situatie eveneens in aanmerking moet |
worden genomen bij het bepalen van de voorwaarden waaronder personen | worden genomen bij het bepalen van de voorwaarden waaronder personen |
recht hebben op een overlevingspensioen. | recht hebben op een overlevingspensioen. |
B.13. In het geval echter waarin, zoals te dezen, het huwelijk door | B.13. In het geval echter waarin, zoals te dezen, het huwelijk door |
een wettelijke samenwoning is voorafgegaan en waarin de gezamenlijke | een wettelijke samenwoning is voorafgegaan en waarin de gezamenlijke |
duur van de wettelijke samenwoning en het huwelijk minstens één jaar | duur van de wettelijke samenwoning en het huwelijk minstens één jaar |
bedraagt, bevinden de echtgenoten zich in een situatie die het | bedraagt, bevinden de echtgenoten zich in een situatie die het |
mogelijk maakt het in B.3 vermelde risico van misbruik als onbestaande | mogelijk maakt het in B.3 vermelde risico van misbruik als onbestaande |
te beschouwen. Door aan de echtgenoten die zich in een dergelijke | te beschouwen. Door aan de echtgenoten die zich in een dergelijke |
situatie bevinden, het voordeel te ontzeggen waarin de in het geding | situatie bevinden, het voordeel te ontzeggen waarin de in het geding |
zijnde bepaling voorziet, doet die bepaling op discriminerende wijze | zijnde bepaling voorziet, doet die bepaling op discriminerende wijze |
afbreuk aan de rechten van de betrokkenen ». | afbreuk aan de rechten van de betrokkenen ». |
B.4. Hoewel het Hof zich in het voormelde arrest heeft uitgesproken in | B.4. Hoewel het Hof zich in het voormelde arrest heeft uitgesproken in |
het kader van de pensioenregeling voor werknemers, is de in het geding | het kader van de pensioenregeling voor werknemers, is de in het geding |
zijnde bepaling, die betrekking heeft op de pensioenen van de | zijnde bepaling, die betrekking heeft op de pensioenen van de |
overheidssector, opgesteld in nagenoeg dezelfde bewoordingen als die | overheidssector, opgesteld in nagenoeg dezelfde bewoordingen als die |
van de bepaling die in het voornoemde arrest door het Hof | van de bepaling die in het voornoemde arrest door het Hof |
ongrondwettig is verklaard. | ongrondwettig is verklaard. |
De omstandigheid dat, te dezen, de openbare Schatkist schuldenaar is | De omstandigheid dat, te dezen, de openbare Schatkist schuldenaar is |
van het overlevingspensioen kan de door het Hof in dat arrest | van het overlevingspensioen kan de door het Hof in dat arrest |
aangenomen besluit niet wijzigen. | aangenomen besluit niet wijzigen. |
B.5. Daaruit volgt dat om dezelfde redenen als die welke het arrest | B.5. Daaruit volgt dat om dezelfde redenen als die welke het arrest |
nr. 60/2009 van 25 maart 2009 hebben verantwoord, artikel 2, § 1, van | nr. 60/2009 van 25 maart 2009 hebben verantwoord, artikel 2, § 1, van |
de wet van 15 mei 1984 houdende maatregelen tot harmonisering in de | de wet van 15 mei 1984 houdende maatregelen tot harmonisering in de |
pensioenregelingen de artikelen 10 en 11 van de Grondwet schendt. | pensioenregelingen de artikelen 10 en 11 van de Grondwet schendt. |
Om die redenen, | Om die redenen, |
het Hof | het Hof |
zegt voor recht : | zegt voor recht : |
Artikel 2, § 1, van de wet van 15 mei 1984 houdende maatregelen tot | Artikel 2, § 1, van de wet van 15 mei 1984 houdende maatregelen tot |
harmonisering in de pensioenregelingen schendt de artikelen 10 en 11 | harmonisering in de pensioenregelingen schendt de artikelen 10 en 11 |
van de Grondwet, in zoverre het het voordeel van het definitieve | van de Grondwet, in zoverre het het voordeel van het definitieve |
overlevingspensioen beperkt tot enkel de langstlevende echtgenoot die | overlevingspensioen beperkt tot enkel de langstlevende echtgenoot die |
meer dan één jaar gehuwd was en het de langstlevende echtgenoot die | meer dan één jaar gehuwd was en het de langstlevende echtgenoot die |
minder dan één jaar was gehuwd van het voordeel ervan uitsluit, hoewel | minder dan één jaar was gehuwd van het voordeel ervan uitsluit, hoewel |
de echtgenoten voordien waren verbonden door een contract van | de echtgenoten voordien waren verbonden door een contract van |
wettelijke samenwoning en waarbij de gezamenlijke duur van het | wettelijke samenwoning en waarbij de gezamenlijke duur van het |
huwelijk en de wettelijke samenwoning minstens één jaar bedraagt. | huwelijk en de wettelijke samenwoning minstens één jaar bedraagt. |
Aldus uitgesproken in het Frans en het Nederlands, overeenkomstig | Aldus uitgesproken in het Frans en het Nederlands, overeenkomstig |
artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het | artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het |
Grondwettelijk Hof, op de openbare terechtzitting van 15 maart 2011. | Grondwettelijk Hof, op de openbare terechtzitting van 15 maart 2011. |
De griffier, | De griffier, |
P.-Y. Dutilleux. | P.-Y. Dutilleux. |
De voorzitter, | De voorzitter, |
R. Henneuse. | R. Henneuse. |