Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Arrest van --
← Terug naar "Uittreksel uit arrest nr. 151/2010 van 22 december 2010 Rolnummer 4849 In zake : de prejudiciële vraag over artikel 9 van de ordonnantie van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest van 17 juli 1997 betreffende de strijd tegen geluidshinder in Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters M. Bossuyt en R. Henneuse, de rechters E(...)"
Uittreksel uit arrest nr. 151/2010 van 22 december 2010 Rolnummer 4849 In zake : de prejudiciële vraag over artikel 9 van de ordonnantie van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest van 17 juli 1997 betreffende de strijd tegen geluidshinder in Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters M. Bossuyt en R. Henneuse, de rechters E(...) Uittreksel uit arrest nr. 151/2010 van 22 december 2010 Rolnummer 4849 In zake : de prejudiciële vraag over artikel 9 van de ordonnantie van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest van 17 juli 1997 betreffende de strijd tegen geluidshinder in Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters M. Bossuyt en R. Henneuse, de rechters E(...)
GRONDWETTELIJK HOF GRONDWETTELIJK HOF
Uittreksel uit arrest nr. 151/2010 van 22 december 2010 Uittreksel uit arrest nr. 151/2010 van 22 december 2010
Rolnummer 4849 Rolnummer 4849
In zake : de prejudiciële vraag over artikel 9 van de ordonnantie van In zake : de prejudiciële vraag over artikel 9 van de ordonnantie van
het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest van 17 juli 1997 betreffende de het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest van 17 juli 1997 betreffende de
strijd tegen geluidshinder in een stedelijke omgeving, gesteld door de strijd tegen geluidshinder in een stedelijke omgeving, gesteld door de
Raad van State. Raad van State.
Het Grondwettelijk Hof, Het Grondwettelijk Hof,
samengesteld uit de voorzitters M. Bossuyt en R. Henneuse, de rechters samengesteld uit de voorzitters M. Bossuyt en R. Henneuse, de rechters
E. De Groot, L. Lavrysen, A. Alen, J.-P. Snappe, J.-P. Moerman, E. E. De Groot, L. Lavrysen, A. Alen, J.-P. Snappe, J.-P. Moerman, E.
Derycke, J. Spreutels, T. Merckx-Van Goey en P. Nihoul, en, Derycke, J. Spreutels, T. Merckx-Van Goey en P. Nihoul, en,
overeenkomstig artikel 60bis van de bijzondere wet van 6 januari 1989 overeenkomstig artikel 60bis van de bijzondere wet van 6 januari 1989
op het Grondwettelijk Hof, emeritus voorzitter M. Melchior, bijgestaan op het Grondwettelijk Hof, emeritus voorzitter M. Melchior, bijgestaan
door de griffier P.-Y. Dutilleux, onder voorzitterschap van voorzitter door de griffier P.-Y. Dutilleux, onder voorzitterschap van voorzitter
M. Bossuyt, M. Bossuyt,
wijst na beraad het volgende arrest : wijst na beraad het volgende arrest :
I. Onderwerp van de prejudiciële vraag en rechtspleging I. Onderwerp van de prejudiciële vraag en rechtspleging
Bij arrest nr. 199.465 van 13 januari 2010 in zake de vzw « Airline Bij arrest nr. 199.465 van 13 januari 2010 in zake de vzw « Airline
Operators Committee Brussels » en Luc Geens tegen het Brusselse Operators Committee Brussels » en Luc Geens tegen het Brusselse
Hoofdstedelijke Gewest, waarvan de expeditie ter griffie van het Hof Hoofdstedelijke Gewest, waarvan de expeditie ter griffie van het Hof
is ingekomen op 18 januari 2010, heeft de Raad van State de volgende is ingekomen op 18 januari 2010, heeft de Raad van State de volgende
prejudiciële vraag gesteld : prejudiciële vraag gesteld :
« Schendt artikel 9 van de ordonnantie van 17 juli 1997 betreffende de « Schendt artikel 9 van de ordonnantie van 17 juli 1997 betreffende de
strijd tegen geluidshinder in een stedelijke omgeving artikel 23 van strijd tegen geluidshinder in een stedelijke omgeving artikel 23 van
de Grondwet afzonderlijk genomen en in samenhang gelezen met de de Grondwet afzonderlijk genomen en in samenhang gelezen met de
vrijheid van handel en onderneming doordat het de regering machtigt om vrijheid van handel en onderneming doordat het de regering machtigt om
elementen zoals de geluidsnormen te bepalen ? ». elementen zoals de geluidsnormen te bepalen ? ».
(...) (...)
III. In rechte III. In rechte
(...) (...)
Ten aanzien van de ontvankelijkheid van de tussenkomst van de Waalse Ten aanzien van de ontvankelijkheid van de tussenkomst van de Waalse
Regering Regering
B.1.1. De vzw « Airline Operators Committee Brussels » en Luc Geens B.1.1. De vzw « Airline Operators Committee Brussels » en Luc Geens
voeren aan dat de memorie van de Waalse Regering niet ontvankelijk is, voeren aan dat de memorie van de Waalse Regering niet ontvankelijk is,
bij gebrek aan het bewijs van de beslissing om voor het Hof in rechte bij gebrek aan het bewijs van de beslissing om voor het Hof in rechte
te treden. De nv « The Brussels Airport Company » en anderen sluiten te treden. De nv « The Brussels Airport Company » en anderen sluiten
zich daarbij aan. zich daarbij aan.
B.1.2. Artikel 7, derde lid, van de bijzondere wet van 6 januari 1989 B.1.2. Artikel 7, derde lid, van de bijzondere wet van 6 januari 1989
op het Grondwettelijk Hof bepaalt : op het Grondwettelijk Hof bepaalt :
« Indien een rechtspersoon het beroep instelt of in het geding « Indien een rechtspersoon het beroep instelt of in het geding
tussenkomt, legt deze partij, op het eerste verzoek, het bewijs voor tussenkomt, legt deze partij, op het eerste verzoek, het bewijs voor
van de beslissing om het beroep in te stellen of voort te zetten of om van de beslissing om het beroep in te stellen of voort te zetten of om
tussen te komen en, wanneer haar statuten moeten worden bekendgemaakt tussen te komen en, wanneer haar statuten moeten worden bekendgemaakt
in de bijlagen bij het Belgisch Staatsblad , een kopie van die in de bijlagen bij het Belgisch Staatsblad , een kopie van die
bekendmaking ». bekendmaking ».
Dat voorschrift geldt evenwel niet ten aanzien van de Regeringen, die Dat voorschrift geldt evenwel niet ten aanzien van de Regeringen, die
krachtens de artikelen 77 en 85 van de voormelde bijzondere wet door krachtens de artikelen 77 en 85 van de voormelde bijzondere wet door
de griffier van het Hof in kennis worden gesteld van alle de griffier van het Hof in kennis worden gesteld van alle
verwijzingsbeslissingen en die binnen 45 dagen na ontvangst van die verwijzingsbeslissingen en die binnen 45 dagen na ontvangst van die
kennisgeving een memorie kunnen indienen, zonder van een belang te kennisgeving een memorie kunnen indienen, zonder van een belang te
moeten doen blijken. moeten doen blijken.
Weliswaar schrijft artikel 7, tweede lid, van de voormelde bijzondere Weliswaar schrijft artikel 7, tweede lid, van de voormelde bijzondere
wet voor dat de Ministerraad, de Regering van een gemeenschap of wet voor dat de Ministerraad, de Regering van een gemeenschap of
gewest of de voorzitter van een wetgevende vergadering bij het gewest of de voorzitter van een wetgevende vergadering bij het
verzoekschrift een « voor eensluidend verklaard afschrift van de verzoekschrift een « voor eensluidend verklaard afschrift van de
beslissing » dient te voegen, maar zulks geldt enkel voor het beslissing » dient te voegen, maar zulks geldt enkel voor het
instellen van een beroep tot vernietiging, en niet voor een instellen van een beroep tot vernietiging, en niet voor een
tussenkomst naar aanleiding van een ingesteld beroep of in een tussenkomst naar aanleiding van een ingesteld beroep of in een
prejudiciële procedure. prejudiciële procedure.
B.1.3. De exceptie wordt verworpen. B.1.3. De exceptie wordt verworpen.
Ten aanzien van de prejudiciële vraag Ten aanzien van de prejudiciële vraag
B.2. De prejudiciële vraag heeft betrekking op artikel 9 van de B.2. De prejudiciële vraag heeft betrekking op artikel 9 van de
ordonnantie van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest van 17 juli 1997 ordonnantie van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest van 17 juli 1997
betreffende de strijd tegen geluidshinder in een stedelijke omgeving betreffende de strijd tegen geluidshinder in een stedelijke omgeving
(hierna : ordonnantie van 17 juli 1997), dat bepaalt : (hierna : ordonnantie van 17 juli 1997), dat bepaalt :
« De Regering treft elke maatregel om : « De Regering treft elke maatregel om :
1° de geluidshinder van bepaalde bronnen te beperken door de maximale 1° de geluidshinder van bepaalde bronnen te beperken door de maximale
emissie- of immissienormen te bepalen; emissie- of immissienormen te bepalen;
2° aanvaardbare grenswaarden inzake geluidsbronnen vast te stellen, 2° aanvaardbare grenswaarden inzake geluidsbronnen vast te stellen,
naargelang de oorsprong, hun stedenbouwkundige plaatsaanduiding, hun naargelang de oorsprong, hun stedenbouwkundige plaatsaanduiding, hun
akoestische kenmerken en de noodzaak om in het bijzonder de bewoners akoestische kenmerken en de noodzaak om in het bijzonder de bewoners
van gebouwen gelegen in welbepaalde zones te beschermen; van gebouwen gelegen in welbepaalde zones te beschermen;
3° het gebruik van toestellen, tuigen of voorwerpen die in bepaalde 3° het gebruik van toestellen, tuigen of voorwerpen die in bepaalde
omstandigheden zeer hinderlijke geluiden of trillingen voortbrengen of omstandigheden zeer hinderlijke geluiden of trillingen voortbrengen of
kunnen voortbrengen te reglementeren; kunnen voortbrengen te reglementeren;
4° in voorkomend geval, door toekenning van subsidies, de plaatsing en 4° in voorkomend geval, door toekenning van subsidies, de plaatsing en
het gebruik van toestellen, bouwmateriaal of tuigen bestemd om het het gebruik van toestellen, bouwmateriaal of tuigen bestemd om het
geluid of de trillingen te verminderen, te dempen of de hinder ervan geluid of de trillingen te verminderen, te dempen of de hinder ervan
te verhelpen, te bevorderen; te verhelpen, te bevorderen;
5° in voorkomend geval, door toekenning van premies of subsidies, het 5° in voorkomend geval, door toekenning van premies of subsidies, het
aankopen van sonometers en het opleiden om deze te gebruiken door de aankopen van sonometers en het opleiden om deze te gebruiken door de
gemeentelijke overheden te bevorderen ». gemeentelijke overheden te bevorderen ».
B.3. De prejudiciële vraag strekt in de eerste plaats ertoe van het B.3. De prejudiciële vraag strekt in de eerste plaats ertoe van het
Hof te vernemen of de machtiging die in de voormelde bepaling is Hof te vernemen of de machtiging die in de voormelde bepaling is
vervat, bestaanbaar is met artikel 23 van de Grondwet. vervat, bestaanbaar is met artikel 23 van de Grondwet.
Artikel 23 van de Grondwet bepaalt : Artikel 23 van de Grondwet bepaalt :
« Ieder heeft het recht een menswaardig leven te leiden. « Ieder heeft het recht een menswaardig leven te leiden.
Daartoe waarborgen de wet, het decreet of de in artikel 134 bedoelde Daartoe waarborgen de wet, het decreet of de in artikel 134 bedoelde
regel, rekening houdend met de overeenkomstige plichten, de regel, rekening houdend met de overeenkomstige plichten, de
economische, sociale en culturele rechten, waarvan ze de voorwaarden economische, sociale en culturele rechten, waarvan ze de voorwaarden
voor de uitoefening bepalen. voor de uitoefening bepalen.
Die rechten omvatten inzonderheid : Die rechten omvatten inzonderheid :
1° het recht op arbeid en op de vrije keuze van beroepsarbeid in het 1° het recht op arbeid en op de vrije keuze van beroepsarbeid in het
raam van een algemeen werkgelegenheidsbeleid dat onder meer gericht is raam van een algemeen werkgelegenheidsbeleid dat onder meer gericht is
op het waarborgen van een zo hoog en stabiel mogelijk op het waarborgen van een zo hoog en stabiel mogelijk
werkgelegenheidspeil, het recht op billijke arbeidsvoorwaarden en een werkgelegenheidspeil, het recht op billijke arbeidsvoorwaarden en een
billijke beloning, alsmede het recht op informatie, overleg en billijke beloning, alsmede het recht op informatie, overleg en
collectief onderhandelen; collectief onderhandelen;
2° het recht op sociale zekerheid, bescherming van de gezondheid en 2° het recht op sociale zekerheid, bescherming van de gezondheid en
sociale, geneeskundige en juridische bijstand; sociale, geneeskundige en juridische bijstand;
3° het recht op een behoorlijke huisvesting; 3° het recht op een behoorlijke huisvesting;
4° het recht op de bescherming van een gezond leefmilieu; 4° het recht op de bescherming van een gezond leefmilieu;
5° het recht op culturele en maatschappelijke ontplooiing ». 5° het recht op culturele en maatschappelijke ontplooiing ».
B.4. Die grondwetsbepaling verbiedt de bevoegde wetgever niet aan de B.4. Die grondwetsbepaling verbiedt de bevoegde wetgever niet aan de
Regering machtigingen te verlenen, voor zover die machtigingen Regering machtigingen te verlenen, voor zover die machtigingen
betrekking hebben op het aannemen van maatregelen waarvan het betrekking hebben op het aannemen van maatregelen waarvan het
onderwerp door de bevoegde wetgever is aangegeven. onderwerp door de bevoegde wetgever is aangegeven.
B.5.1. De memorie van toelichting vermeldt : B.5.1. De memorie van toelichting vermeldt :
« Het voorgelegde ontwerp van ordonnantie neemt de vorm aan van een « Het voorgelegde ontwerp van ordonnantie neemt de vorm aan van een
ordonnantie-kader dat de gehele geluidsproblematiek dekt. Dit legt de ordonnantie-kader dat de gehele geluidsproblematiek dekt. Dit legt de
algemene beginselen vast voor de strijd tegen geluidshinder en algemene beginselen vast voor de strijd tegen geluidshinder en
machtigt de Regering ertoe de grenswaarden voor emissie en immissie, machtigt de Regering ertoe de grenswaarden voor emissie en immissie,
de methodes en de meetapparatuur te bepalen. de methodes en de meetapparatuur te bepalen.
De keuze om de technische normen aan uitvoeringsbesluiten voor te De keuze om de technische normen aan uitvoeringsbesluiten voor te
behouden, wordt verantwoord door de noodzaak om zowel rekening te behouden, wordt verantwoord door de noodzaak om zowel rekening te
houden met de technologische ontwikkeling als met de wetenschappelijke houden met de technologische ontwikkeling als met de wetenschappelijke
kennis, de opgedane veldervaring en de economische weerslag van deze kennis, de opgedane veldervaring en de economische weerslag van deze
normen » (Parl. St., Brusselse Hoofdstedelijke Raad, 1996-1997, nr. normen » (Parl. St., Brusselse Hoofdstedelijke Raad, 1996-1997, nr.
A-151/1, p. 2). A-151/1, p. 2).
De doelstelling van de ordonnantie bestaat in De doelstelling van de ordonnantie bestaat in
« een gepland beheer van de geluidshinder, [ter] verbetering van de « een gepland beheer van de geluidshinder, [ter] verbetering van de
levenskwaliteit in het [Brusselse Hoofdstedelijke] Gewest. levenskwaliteit in het [Brusselse Hoofdstedelijke] Gewest.
Bijgevolg dient enerzijds meer rekening te worden gehouden met de Bijgevolg dient enerzijds meer rekening te worden gehouden met de
soorten geluiden, de tijdsduur en de kenmerken ervan. Anderzijds gaat soorten geluiden, de tijdsduur en de kenmerken ervan. Anderzijds gaat
het erom een zekere buigzaamheid in te voeren om rekening te houden het erom een zekere buigzaamheid in te voeren om rekening te houden
met de ontwikkeling op het vlak van de internationale ervaring, de met de ontwikkeling op het vlak van de internationale ervaring, de
ontwikkeling van de formuleringen inzake regelgeving en technische ontwikkeling van de formuleringen inzake regelgeving en technische
vorderingen » (ibid., p. 3). vorderingen » (ibid., p. 3).
B.5.2. Volgens haar artikel 3, in de oorspronkelijke versie van vóór B.5.2. Volgens haar artikel 3, in de oorspronkelijke versie van vóór
de wijziging bij de ordonnantie van 1 april 2004, heeft de ordonnantie de wijziging bij de ordonnantie van 1 april 2004, heeft de ordonnantie
van 17 juli 1997 meer bepaald tot doel : van 17 juli 1997 meer bepaald tot doel :
« 1° geluidshinder en trillingen afkomstig van vaste of beweeglijke « 1° geluidshinder en trillingen afkomstig van vaste of beweeglijke
bronnen te voorkomen; bronnen te voorkomen;
2° een akoestische bescherming in te voeren voor de bewoonde gebouwen 2° een akoestische bescherming in te voeren voor de bewoonde gebouwen
en voor de open ruimten voor privé of collectief gebruik; en voor de open ruimten voor privé of collectief gebruik;
3° de bewoners van gebouwen te beschermen tegen geluidshinder. 3° de bewoners van gebouwen te beschermen tegen geluidshinder.
Rekening houdende met de technische mogelijkheden en de technologische Rekening houdende met de technische mogelijkheden en de technologische
ontwikkeling en de economische weerslag van de maatregel, zal de ontwikkeling en de economische weerslag van de maatregel, zal de
Regering in de eerste plaats toezien op : Regering in de eerste plaats toezien op :
1° de vermindering van geluidshinder en trillingen aan de bron; 1° de vermindering van geluidshinder en trillingen aan de bron;
2° de invoering van een aangepaste akoestische bescherming die de 2° de invoering van een aangepaste akoestische bescherming die de
emissie van geluiden en trillingen beperkt; emissie van geluiden en trillingen beperkt;
3° de isolatie tegen geluiden en trillingen van de te beschermen 3° de isolatie tegen geluiden en trillingen van de te beschermen
bewoonde gebouwen en de schadeloosstelling van de benadeelde personen bewoonde gebouwen en de schadeloosstelling van de benadeelde personen
». ».
B.5.3. Het oorspronkelijke artikel 2 van de ordonnantie van 17 juli B.5.3. Het oorspronkelijke artikel 2 van de ordonnantie van 17 juli
1997 bevatte definities van de begrippen « bron », « bewoonde gebouwen 1997 bevatte definities van de begrippen « bron », « bewoonde gebouwen
», « Instituut » en « Raad voor het Leefmilieu ». Artikel 4 belastte », « Instituut » en « Raad voor het Leefmilieu ». Artikel 4 belastte
het Brussels Instituut voor Milieubeheer (BIM) met de uitwerking van het Brussels Instituut voor Milieubeheer (BIM) met de uitwerking van
een gewestelijk plan ter bestrijding van de geluidshinder, bestaande een gewestelijk plan ter bestrijding van de geluidshinder, bestaande
uit een (thans in artikel 4bis ) nader omschreven « geluidskadaster », uit een (thans in artikel 4bis ) nader omschreven « geluidskadaster »,
een « algemeen beleid ter bestrijding van de geluidshinder dat tevens een « algemeen beleid ter bestrijding van de geluidshinder dat tevens
preventieve maatregelen omvat » en een « beoordeling van de technische preventieve maatregelen omvat » en een « beoordeling van de technische
of reglementaire normen, van de financiële middelen, van de acties of reglementaire normen, van de financiële middelen, van de acties
voor de bewustmaking en de voorlichting van de bevolking en de voor de bewustmaking en de voorlichting van de bevolking en de
ondernemingen, welke nodig zijn om de doelstellingen van het plan te ondernemingen, welke nodig zijn om de doelstellingen van het plan te
verwezenlijken ». Na een openbaar onderzoek waarbij de gemeenten verwezenlijken ». Na een openbaar onderzoek waarbij de gemeenten
worden betrokken, legt het BIM een ontwerp-plan voor aan de Brusselse worden betrokken, legt het BIM een ontwerp-plan voor aan de Brusselse
Hoofdstedelijke Regering, die het definitieve plan aanneemt (artikel Hoofdstedelijke Regering, die het definitieve plan aanneemt (artikel
5). Volgens het oorspronkelijke artikel 6, tweede lid (thans artikel 5). Volgens het oorspronkelijke artikel 6, tweede lid (thans artikel
6, vierde lid), zijn de bepalingen van het plan dwingend voor de 6, vierde lid), zijn de bepalingen van het plan dwingend voor de
overheden die onder het toezicht van het Gewest vallen, maar overheden die onder het toezicht van het Gewest vallen, maar
richtinggevend voor de overige rechtssubjecten. Artikel 7 voorziet in richtinggevend voor de overige rechtssubjecten. Artikel 7 voorziet in
een regeling van evaluatie en aanpassing van het plan. Artikel 8 een regeling van evaluatie en aanpassing van het plan. Artikel 8
machtigt de gemeenten om verordeningen inzake geluidshinder uit te machtigt de gemeenten om verordeningen inzake geluidshinder uit te
vaardigen mits inachtneming van de bepalingen en de doelstellingen van vaardigen mits inachtneming van de bepalingen en de doelstellingen van
het plan, en voorziet daarbij in een procedure van openbaar onderzoek het plan, en voorziet daarbij in een procedure van openbaar onderzoek
en de medewerking van het BIM. en de medewerking van het BIM.
De in het geding zijnde bepaling, die ongewijzigd is gebleven, maakt De in het geding zijnde bepaling, die ongewijzigd is gebleven, maakt
deel uit van hoofdstuk III, getiteld « Algemene preventieve deel uit van hoofdstuk III, getiteld « Algemene preventieve
maatregelen ». Datzelfde hoofdstuk bevat nog artikel 10, dat voorziet maatregelen ». Datzelfde hoofdstuk bevat nog artikel 10, dat voorziet
in een procedure om, op aanvraag van een significant aantal bewoners in een procedure om, op aanvraag van een significant aantal bewoners
van een wijk, geluidshinder in de wijk te doen onderzoeken en van een wijk, geluidshinder in de wijk te doen onderzoeken en
verhelpen. verhelpen.
Voorts bevat de ordonnantie van 17 juli 1997 afzonderlijke Voorts bevat de ordonnantie van 17 juli 1997 afzonderlijke
hoofdstukken met bepalingen inzake de strijd tegen geluidshinder op de hoofdstukken met bepalingen inzake de strijd tegen geluidshinder op de
openbare weg (artikelen 11-12), en tegen buurtlawaai (artikelen openbare weg (artikelen 11-12), en tegen buurtlawaai (artikelen
13-14), betreffende de controle van de geluidshinder (artikelen 15-20, 13-14), betreffende de controle van de geluidshinder (artikelen 15-20,
waarvan de eerste vijf werden opgeheven bij de ordonnantie van 25 waarvan de eerste vijf werden opgeheven bij de ordonnantie van 25
maart 1999), en slotbepalingen (artikelen 21-23). maart 1999), en slotbepalingen (artikelen 21-23).
B.5.4. In de aanhef van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke B.5.4. In de aanhef van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke
Regering van 27 mei 1999 betreffende de bestrijding van geluidshinder Regering van 27 mei 1999 betreffende de bestrijding van geluidshinder
voortgebracht door het luchtverkeer (Belgisch Staatsblad , 11 augustus voortgebracht door het luchtverkeer (Belgisch Staatsblad , 11 augustus
1999) wordt « inzonderheid » gerefereerd aan het in het geding zijnde 1999) wordt « inzonderheid » gerefereerd aan het in het geding zijnde
artikel 9 van de ordonnantie van 17 juli 1997, dat als de artikel 9 van de ordonnantie van 17 juli 1997, dat als de
rechtsgrondslag voor dat besluit wordt aangemerkt. rechtsgrondslag voor dat besluit wordt aangemerkt.
Artikel 1 van dat besluit definieert een aantal begrippen en gebieden Artikel 1 van dat besluit definieert een aantal begrippen en gebieden
die verband houden met de geluidsmeting voor overvliegende die verband houden met de geluidsmeting voor overvliegende
vliegtuigen. Artikel 2 bepaalt de waarden in dB(A) die overdag en 's vliegtuigen. Artikel 2 bepaalt de waarden in dB(A) die overdag en 's
nachts in drie gebieden niet mogen worden overschreden voor de nachts in drie gebieden niet mogen worden overschreden voor de
respectieve niveaus « Levt » en « Lsp vliegtuig » zoals gedefinieerd respectieve niveaus « Levt » en « Lsp vliegtuig » zoals gedefinieerd
in artikel 1. in artikel 1.
De artikelen 3 en 4 hebben betrekking op de meetapparatuur en de De artikelen 3 en 4 hebben betrekking op de meetapparatuur en de
voorwaarden voor het gebruik ervan. voorwaarden voor het gebruik ervan.
Artikel 5 bevat een tabel, uitgedrukt in dezelfde vorm als die van Artikel 5 bevat een tabel, uitgedrukt in dezelfde vorm als die van
artikel 2, met lagere waarden, waarmee de « grenswaarden » op het artikel 2, met lagere waarden, waarmee de « grenswaarden » op het
einde van een door de Regering vastgestelde aanpassingperiode in einde van een door de Regering vastgestelde aanpassingperiode in
overeenstemming moeten worden gebracht. overeenstemming moeten worden gebracht.
Artikel 6, ten slotte, bepaalt dat de in artikel 2 vastgestelde normen Artikel 6, ten slotte, bepaalt dat de in artikel 2 vastgestelde normen
van toepassing zijn vanaf 1 januari 2000. van toepassing zijn vanaf 1 januari 2000.
B.6. Zoals blijkt uit de tekst van de ordonnantie van 17 juli 1997 en B.6. Zoals blijkt uit de tekst van de ordonnantie van 17 juli 1997 en
uit de parlementaire voorbereiding ervan, beoogde de ordonnantiegever uit de parlementaire voorbereiding ervan, beoogde de ordonnantiegever
een globaal kader vast te stellen voor de strijd tegen de een globaal kader vast te stellen voor de strijd tegen de
geluidshinder, met een regeling van de planning voor die aanpak en, geluidshinder, met een regeling van de planning voor die aanpak en,
naast « algemene preventiemaatregelen » waartoe de in het geding naast « algemene preventiemaatregelen » waartoe de in het geding
zijnde bepaling behoort, meer gerichte bepalingen voor de strijd tegen zijnde bepaling behoort, meer gerichte bepalingen voor de strijd tegen
geluidshinder op de openbare weg en tegen buurtlawaai en betreffende geluidshinder op de openbare weg en tegen buurtlawaai en betreffende
de controle van de geluidshinder. de controle van de geluidshinder.
B.7. Uit hetgeen voorafgaat volgt dat de ordonnantiegever op voldoende B.7. Uit hetgeen voorafgaat volgt dat de ordonnantiegever op voldoende
wijze het onderwerp van de machtiging heeft aangegeven. wijze het onderwerp van de machtiging heeft aangegeven.
Overigens blijkt uit de parlementaire voorbereiding dat de Overigens blijkt uit de parlementaire voorbereiding dat de
ordonnantiegever bij het creëren van het algemene kader voor de strijd ordonnantiegever bij het creëren van het algemene kader voor de strijd
tegen de geluidshinder tevens oog had voor de geluidshinder tegen de geluidshinder tevens oog had voor de geluidshinder
voortkomend van het vliegtuigverkeer (Parl. St., Brusselse voortkomend van het vliegtuigverkeer (Parl. St., Brusselse
Hoofdstedelijke Raad, 1996-1997, nr. A-151/2, pp. 3-5, 7, 14, 19 en Hoofdstedelijke Raad, 1996-1997, nr. A-151/2, pp. 3-5, 7, 14, 19 en
21). 21).
De in het geding zijnde machtiging is derhalve niet strijdig met De in het geding zijnde machtiging is derhalve niet strijdig met
artikel 23 van de Grondwet, afzonderlijk beschouwd. artikel 23 van de Grondwet, afzonderlijk beschouwd.
B.8. In deze zaak is het niet nodig te bepalen of een wetskrachtige B.8. In deze zaak is het niet nodig te bepalen of een wetskrachtige
norm kan worden getoetst op zijn bestaanbaarheid met artikel 23 van de norm kan worden getoetst op zijn bestaanbaarheid met artikel 23 van de
Grondwet, in samenhang gelezen met de vrijheid van handel en Grondwet, in samenhang gelezen met de vrijheid van handel en
nijverheid, noch of die vrijheid deel uitmaakt van de economische, nijverheid, noch of die vrijheid deel uitmaakt van de economische,
sociale en culturele rechten die door die grondwetsbepaling worden sociale en culturele rechten die door die grondwetsbepaling worden
gewaarborgd. gewaarborgd.
Het volstaat immers vast te stellen dat de Brusselse ordonnantiegever, Het volstaat immers vast te stellen dat de Brusselse ordonnantiegever,
door enkel aan de Regering op te dragen bepaalde maatregelen inzake de door enkel aan de Regering op te dragen bepaalde maatregelen inzake de
strijd tegen de geluidshinder te nemen, op zich niet de vrijheid van strijd tegen de geluidshinder te nemen, op zich niet de vrijheid van
handel en nijverheid heeft belemmerd en dat de in het geding zijnde handel en nijverheid heeft belemmerd en dat de in het geding zijnde
bepaling niet kan worden begrepen als een machtiging om die vrijheid bepaling niet kan worden begrepen als een machtiging om die vrijheid
te miskennen. te miskennen.
Om die redenen, Om die redenen,
het Hof het Hof
zegt voor recht : zegt voor recht :
Artikel 9 van de ordonnantie van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest Artikel 9 van de ordonnantie van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest
van 17 juli 1997 betreffende de strijd tegen geluidshinder in een van 17 juli 1997 betreffende de strijd tegen geluidshinder in een
stedelijke omgeving schendt noch artikel 23 van de Grondwet, noch het stedelijke omgeving schendt noch artikel 23 van de Grondwet, noch het
beginsel van de vrijheid van handel en nijverheid. beginsel van de vrijheid van handel en nijverheid.
Aldus uitgesproken in het Nederlands en het Frans, overeenkomstig Aldus uitgesproken in het Nederlands en het Frans, overeenkomstig
artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het
Grondwettelijk Hof, op de openbare terechtzitting van 22 december Grondwettelijk Hof, op de openbare terechtzitting van 22 december
2010. 2010.
De griffier, De griffier,
P.-Y. Dutilleux. P.-Y. Dutilleux.
De voorzitter, De voorzitter,
M. Bossuyt. M. Bossuyt.
^