← Terug naar "Uittreksel uit arrest nr. 130/2010 van 18 november 2010 Rolnummer 4825 In zake :
de prejudiciële vraag over de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt,
in het bijzonder de artikelen 23, § 2, tweede l Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters M. Melchior en M. Bossuyt,
en de rechter(...)"
Uittreksel uit arrest nr. 130/2010 van 18 november 2010 Rolnummer 4825 In zake : de prejudiciële vraag over de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt, in het bijzonder de artikelen 23, § 2, tweede l Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters M. Melchior en M. Bossuyt, en de rechter(...) | Uittreksel uit arrest nr. 130/2010 van 18 november 2010 Rolnummer 4825 In zake : de prejudiciële vraag over de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt, in het bijzonder de artikelen 23, § 2, tweede l Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters M. Melchior en M. Bossuyt, en de rechter(...) |
---|---|
GRONDWETTELIJK HOF | GRONDWETTELIJK HOF |
Uittreksel uit arrest nr. 130/2010 van 18 november 2010 | Uittreksel uit arrest nr. 130/2010 van 18 november 2010 |
Rolnummer 4825 | Rolnummer 4825 |
In zake : de prejudiciële vraag over de wet van 29 april 1999 | In zake : de prejudiciële vraag over de wet van 29 april 1999 |
betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt, in het | betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt, in het |
bijzonder de artikelen 23, § 2, tweede lid, 15°, en 31 ervan, gesteld | bijzonder de artikelen 23, § 2, tweede lid, 15°, en 31 ervan, gesteld |
door de Raad van State. | door de Raad van State. |
Het Grondwettelijk Hof, | Het Grondwettelijk Hof, |
samengesteld uit de voorzitters M. Melchior en M. Bossuyt, en de | samengesteld uit de voorzitters M. Melchior en M. Bossuyt, en de |
rechters R. Henneuse, E. De Groot, L. Lavrysen, A. Alen, J.-P. Snappe, | rechters R. Henneuse, E. De Groot, L. Lavrysen, A. Alen, J.-P. Snappe, |
J.-P. Moerman, E. Derycke en J. Spreutels, bijgestaan door de griffier | J.-P. Moerman, E. Derycke en J. Spreutels, bijgestaan door de griffier |
P.-Y. Dutilleux, onder voorzitterschap van voorzitter M. Melchior, | P.-Y. Dutilleux, onder voorzitterschap van voorzitter M. Melchior, |
wijst na beraad het volgende arrest : | wijst na beraad het volgende arrest : |
I. Onderwerp van de prejudiciële vraag en rechtspleging | I. Onderwerp van de prejudiciële vraag en rechtspleging |
Bij arrest nr. 198.369 van 30 november 2009 in zake de stad Waver | Bij arrest nr. 198.369 van 30 november 2009 in zake de stad Waver |
tegen de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas, | tegen de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas, |
waarvan de expeditie ter griffie van het Hof is ingekomen op 8 | waarvan de expeditie ter griffie van het Hof is ingekomen op 8 |
december 2009, heeft de Raad van State de volgende prejudiciële vraag | december 2009, heeft de Raad van State de volgende prejudiciële vraag |
gesteld : | gesteld : |
« Schendt de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de | « Schendt de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de |
elektriciteitsmarkt, in zoverre zij prerogatieven van administratieve | elektriciteitsmarkt, in zoverre zij prerogatieven van administratieve |
overheid toekent aan de Commissie voor de Regulering van de | overheid toekent aan de Commissie voor de Regulering van de |
Elektriciteit en het Gas, zoals die welke erin bestaat de boekhouding | Elektriciteit en het Gas, zoals die welke erin bestaat de boekhouding |
van de ondernemingen van de elektriciteitssector te controleren | van de ondernemingen van de elektriciteitssector te controleren |
(artikel 23, § 2, tweede lid, 15°, van de wet van 29 april 1999) of | (artikel 23, § 2, tweede lid, 15°, van de wet van 29 april 1999) of |
een administratieve geldboete uit te spreken (artikel 31 van de wet | een administratieve geldboete uit te spreken (artikel 31 van de wet |
van 29 april 1999), terwijl het bestuur van die Commissie niet | van 29 april 1999), terwijl het bestuur van die Commissie niet |
rechtstreeks wordt verzekerd door de uitvoerende macht, die de | rechtstreeks wordt verzekerd door de uitvoerende macht, die de |
Commissie niet voldoende kan controleren om de politieke | Commissie niet voldoende kan controleren om de politieke |
verantwoordelijkheid voor de door haar gestelde handelingen voor de | verantwoordelijkheid voor de door haar gestelde handelingen voor de |
wetgevende Kamers op zich te kunnen nemen, de artikelen 10 en 11 van | wetgevende Kamers op zich te kunnen nemen, de artikelen 10 en 11 van |
de Grondwet, al dan niet in samenhang gelezen met de artikelen 33 en | de Grondwet, al dan niet in samenhang gelezen met de artikelen 33 en |
37 van de Grondwet, doordat de personen ten aanzien van wie de | 37 van de Grondwet, doordat de personen ten aanzien van wie de |
Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas | Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas |
beslissingen neemt, in tegenstelling tot de andere burgers die het | beslissingen neemt, in tegenstelling tot de andere burgers die het |
voorwerp van een administratieve beslissing uitmaken, niet de garantie | voorwerp van een administratieve beslissing uitmaken, niet de garantie |
genieten dat de beslissing wordt genomen door een administratieve | genieten dat de beslissing wordt genomen door een administratieve |
overheid waarvan het bestuur rechtstreeks wordt verzekerd door de | overheid waarvan het bestuur rechtstreeks wordt verzekerd door de |
uitvoerende macht, die de administratieve overheid voldoende kan | uitvoerende macht, die de administratieve overheid voldoende kan |
controleren om hiervoor de politieke verantwoordelijkheid voor de | controleren om hiervoor de politieke verantwoordelijkheid voor de |
wetgevende Kamers op zich te kunnen nemen ? ». | wetgevende Kamers op zich te kunnen nemen ? ». |
(...) | (...) |
III. In rechte | III. In rechte |
(...) | (...) |
B.1.1. Artikel 23 van de wet van 29 april 1999 betreffende de | B.1.1. Artikel 23 van de wet van 29 april 1999 betreffende de |
organisatie van de elektriciteitsmarkt, zoals van toepassing op de | organisatie van de elektriciteitsmarkt, zoals van toepassing op de |
feiten in het bodemgeschil, bepaalde : | feiten in het bodemgeschil, bepaalde : |
« [...] | « [...] |
§ 2. De commissie is belast met een raadgevende taak ten behoeve van | § 2. De commissie is belast met een raadgevende taak ten behoeve van |
de overheid inzake de organisatie en werking van de | de overheid inzake de organisatie en werking van de |
elektriciteitsmarkt, enerzijds, en met een algemene taak van toezicht | elektriciteitsmarkt, enerzijds, en met een algemene taak van toezicht |
en controle op de toepassing van de betreffende wetten en reglementen, | en controle op de toepassing van de betreffende wetten en reglementen, |
anderzijds. | anderzijds. |
Te dien einde zal de commissie : | Te dien einde zal de commissie : |
[...] | [...] |
15° de boekhouding van de ondernemingen van de elektriciteitssector | 15° de boekhouding van de ondernemingen van de elektriciteitssector |
controleren inzonderheid ter verificatie van de naleving van de | controleren inzonderheid ter verificatie van de naleving van de |
bepalingen van artikel 22 en de afwezigheid van kruissubsidies tussen | bepalingen van artikel 22 en de afwezigheid van kruissubsidies tussen |
de productie-, transmissie- en distributieactiviteiten; | de productie-, transmissie- en distributieactiviteiten; |
[...] ». | [...] ». |
Artikel 31 van de voormelde wet bepaalde : | Artikel 31 van de voormelde wet bepaalde : |
« Onverminderd de andere door deze wet voorziene maatregelen, kan de | « Onverminderd de andere door deze wet voorziene maatregelen, kan de |
commissie elke in België gevestigde natuurlijke of rechtspersoon | commissie elke in België gevestigde natuurlijke of rechtspersoon |
verplichten tot naleving van specifieke bepalingen van deze wet of de | verplichten tot naleving van specifieke bepalingen van deze wet of de |
uitvoeringsbesluiten ervan binnen de termijn bepaald door de | uitvoeringsbesluiten ervan binnen de termijn bepaald door de |
commissie. Indien deze persoon bij het verstrijken van de termijn in | commissie. Indien deze persoon bij het verstrijken van de termijn in |
gebreke blijft, kan de commissie, op voorwaarde dat de persoon werd | gebreke blijft, kan de commissie, op voorwaarde dat de persoon werd |
gehoord of naar behoren werd opgeroepen, een administratieve geldboete | gehoord of naar behoren werd opgeroepen, een administratieve geldboete |
opleggen. De geldboete mag, per kalenderdag, niet lager zijn dan | opleggen. De geldboete mag, per kalenderdag, niet lager zijn dan |
vijftigduizend frank, noch hoger zijn dan vier miljoen frank, noch, in | vijftigduizend frank, noch hoger zijn dan vier miljoen frank, noch, in |
totaal, hoger zijn dan tachtig miljoen frank of 3 procent van de omzet | totaal, hoger zijn dan tachtig miljoen frank of 3 procent van de omzet |
die de betrokken persoon heeft gerealiseerd op de Belgische | die de betrokken persoon heeft gerealiseerd op de Belgische |
elektriciteitsmarkt tijdens het laatste afgesloten boekjaar, indien | elektriciteitsmarkt tijdens het laatste afgesloten boekjaar, indien |
dit laatste bedrag hoger is. De geldboete wordt ten gunste van de | dit laatste bedrag hoger is. De geldboete wordt ten gunste van de |
Schatkist geïnd door de Administratie van de belasting over de | Schatkist geïnd door de Administratie van de belasting over de |
toegevoegde waarde, der registratie en domeinen. De administratieve | toegevoegde waarde, der registratie en domeinen. De administratieve |
geldboetes die de commissie aan de netbeheerder oplegt, worden niet | geldboetes die de commissie aan de netbeheerder oplegt, worden niet |
opgenomen in de kosten bedoeld in artikel 12, § 2, 2°, maar worden in | opgenomen in de kosten bedoeld in artikel 12, § 2, 2°, maar worden in |
mindering gebracht van de billijke winstmarge bedoeld in artikel 12, § | mindering gebracht van de billijke winstmarge bedoeld in artikel 12, § |
2, 3° ». | 2, 3° ». |
Het betreft de in het geding zijnde bepalingen. | Het betreft de in het geding zijnde bepalingen. |
B.1.2. Artikel 22 van dezelfde wet bepaalde : | B.1.2. Artikel 22 van dezelfde wet bepaalde : |
« § 1. De wet van 17 juli 1975 op de boekhouding en de jaarrekening | « § 1. De wet van 17 juli 1975 op de boekhouding en de jaarrekening |
van de ondernemingen en de uitvoeringsbesluiten ervan, alsmede de | van de ondernemingen en de uitvoeringsbesluiten ervan, alsmede de |
artikelen 64 tot 66, 77 (met uitzondering van het zesde lid), 80, | artikelen 64 tot 66, 77 (met uitzondering van het zesde lid), 80, |
80bis en 177bis van de gecoördineerde wetten op de | 80bis en 177bis van de gecoördineerde wetten op de |
handelsvennootschappen zijn van toepassing op de netbeheerder en op de | handelsvennootschappen zijn van toepassing op de netbeheerder en op de |
beheerders van de distributienetten, producenten, distributeurs, | beheerders van de distributienetten, producenten, distributeurs, |
leveranciers en tussenpersonen die vennootschappen of organismen naar | leveranciers en tussenpersonen die vennootschappen of organismen naar |
Belgisch recht zijn, ongeacht hun rechtsvorm. De jaarrekening van deze | Belgisch recht zijn, ongeacht hun rechtsvorm. De jaarrekening van deze |
ondernemingen specificeert in de toelichting alle significante | ondernemingen specificeert in de toelichting alle significante |
verrichtingen met verbonden of geassocieerde ondernemingen tijdens het | verrichtingen met verbonden of geassocieerde ondernemingen tijdens het |
betrokken boekjaar. | betrokken boekjaar. |
§ 2. De ondernemingen bedoeld in § 1 die verticaal of horizontaal | § 2. De ondernemingen bedoeld in § 1 die verticaal of horizontaal |
geïntegreerd zijn, houden in hun interne boekhouding afzonderlijke | geïntegreerd zijn, houden in hun interne boekhouding afzonderlijke |
rekeningen voor hun productie-, transmissie- en | rekeningen voor hun productie-, transmissie- en |
distributieactiviteiten en, in voorkomend geval, voor het geheel van | distributieactiviteiten en, in voorkomend geval, voor het geheel van |
hun activiteiten buiten de elektriciteitssector, zoals zij zouden | hun activiteiten buiten de elektriciteitssector, zoals zij zouden |
moeten doen indien deze activiteiten door juridisch onderscheiden | moeten doen indien deze activiteiten door juridisch onderscheiden |
ondernemingen werden uitgevoerd. | ondernemingen werden uitgevoerd. |
[...] | [...] |
De jaarrekening van de ondernemingen bedoeld in het eerste lid bevat | De jaarrekening van de ondernemingen bedoeld in het eerste lid bevat |
in de toelichting een balans en een resultatenrekening voor elke | in de toelichting een balans en een resultatenrekening voor elke |
categorie van activiteiten, alsmede de regels voor de toerekening van | categorie van activiteiten, alsmede de regels voor de toerekening van |
de activa en passiva en de opbrengsten en kosten die bij de opstelling | de activa en passiva en de opbrengsten en kosten die bij de opstelling |
van de afzonderlijke rekeningen werden toegepast. Deze regels mogen | van de afzonderlijke rekeningen werden toegepast. Deze regels mogen |
slechts in uitzonderlijke gevallen worden gewijzigd en deze | slechts in uitzonderlijke gevallen worden gewijzigd en deze |
wijzigingen moeten in de toelichting bij de jaarrekening worden | wijzigingen moeten in de toelichting bij de jaarrekening worden |
vermeld en naar behoren gemotiveerd. | vermeld en naar behoren gemotiveerd. |
§ 3. De commissie kan bepalen dat de ondernemingen bedoeld in § 1 of | § 3. De commissie kan bepalen dat de ondernemingen bedoeld in § 1 of |
bepaalde categorieën ervan haar periodiek cijfermatige of descriptieve | bepaalde categorieën ervan haar periodiek cijfermatige of descriptieve |
gegevens overmaken betreffende hun gescheiden rekeningen of hun | gegevens overmaken betreffende hun gescheiden rekeningen of hun |
financiële of commerciële betrekkingen met verbonden of geassocieerde | financiële of commerciële betrekkingen met verbonden of geassocieerde |
ondernemingen, teneinde de commissie in de mogelijkheid te stellen na | ondernemingen, teneinde de commissie in de mogelijkheid te stellen na |
te gaan of deze relaties niet van aard zijn de wezenlijke belangen van | te gaan of deze relaties niet van aard zijn de wezenlijke belangen van |
de consumenten of de correcte uitvoering van de openbare | de consumenten of de correcte uitvoering van de openbare |
dienstverplichtingen van de betrokken onderneming te schaden. | dienstverplichtingen van de betrokken onderneming te schaden. |
[...] | [...] |
Elk besluit dat voor de elektriciteitssector wordt vastgesteld | Elk besluit dat voor de elektriciteitssector wordt vastgesteld |
krachtens artikel 11, 2°, van de voornoemde wet van 17 juli 1975, en | krachtens artikel 11, 2°, van de voornoemde wet van 17 juli 1975, en |
elke afwijking die aan ondernemingen uit deze sector wordt toegestaan | elke afwijking die aan ondernemingen uit deze sector wordt toegestaan |
met toepassing van artikel 15 van dezelfde wet, is onderworpen aan het | met toepassing van artikel 15 van dezelfde wet, is onderworpen aan het |
voorafgaand advies van de commissie ». | voorafgaand advies van de commissie ». |
B.1.3. De voormelde wet van 29 april 1999 heeft het voorwerp | B.1.3. De voormelde wet van 29 april 1999 heeft het voorwerp |
uitgemaakt van opeenvolgende wijzigingen. De wet van 1 juni 2005 « tot | uitgemaakt van opeenvolgende wijzigingen. De wet van 1 juni 2005 « tot |
wijziging van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van | wijziging van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van |
de elektriciteitsmarkt » (Belgisch Staatsblad van 14 juni 2005) beoogt | de elektriciteitsmarkt » (Belgisch Staatsblad van 14 juni 2005) beoogt |
de omzetting van de richtlijn 2003/54/EG van het Europees Parlement en | de omzetting van de richtlijn 2003/54/EG van het Europees Parlement en |
de Raad van 26 juni 2003 « betreffende gemeenschappelijke regels voor | de Raad van 26 juni 2003 « betreffende gemeenschappelijke regels voor |
de interne markt voor elektriciteit en houdende intrekking van | de interne markt voor elektriciteit en houdende intrekking van |
Richtlijn 96/92/EG ». Zij herdefinieert met name de opdrachten die aan | Richtlijn 96/92/EG ». Zij herdefinieert met name de opdrachten die aan |
de bevoegde overheden zijn toegekend inzake de liberalisering van de | de bevoegde overheden zijn toegekend inzake de liberalisering van de |
elektriciteitsmarkt en heeft tot doel een onderscheid te maken tussen | elektriciteitsmarkt en heeft tot doel een onderscheid te maken tussen |
de opdrachten ter voorbereiding van het beleid door de administratie | de opdrachten ter voorbereiding van het beleid door de administratie |
en de opdrachten van toezicht op de werking van de markt door de | en de opdrachten van toezicht op de werking van de markt door de |
Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas (hierna : | Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas (hierna : |
CREG). Artikel 6 van de wet van 27 juli 2005 « tot organisatie van de | CREG). Artikel 6 van de wet van 27 juli 2005 « tot organisatie van de |
mogelijkheden tot beroep tegen de beslissingen genomen door de | mogelijkheden tot beroep tegen de beslissingen genomen door de |
Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas » | Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas » |
(Belgisch Staatsblad van 29 juli 2005) heeft aan het Hof van Beroep te | (Belgisch Staatsblad van 29 juli 2005) heeft aan het Hof van Beroep te |
Brussel, zitting houdende zoals in kort geding, de bevoegdheid | Brussel, zitting houdende zoals in kort geding, de bevoegdheid |
toegekend om kennis te nemen van de beroepen die met name zijn | toegekend om kennis te nemen van de beroepen die met name zijn |
ingesteld tegen de beslissingen van de CREG waarbij administratieve | ingesteld tegen de beslissingen van de CREG waarbij administratieve |
geldboeten worden opgelegd. Aan het Hof van Beroep wordt de grond van | geldboeten worden opgelegd. Aan het Hof van Beroep wordt de grond van |
de zaak voorgelegd en dat Hof doet uitspraak met volle rechtsmacht. | de zaak voorgelegd en dat Hof doet uitspraak met volle rechtsmacht. |
Tot de inwerkingtreding van die wet waren die beroepen de beroepen | Tot de inwerkingtreding van die wet waren die beroepen de beroepen |
waarin de gecoördineerde wetten op de Raad van State voorzien, waarbij | waarin de gecoördineerde wetten op de Raad van State voorzien, waarbij |
die laatste de onwettigheden of de klaarblijkelijke | die laatste de onwettigheden of de klaarblijkelijke |
beoordelingsvergissingen van de beslissingen van de CREG kon afkeuren. | beoordelingsvergissingen van de beslissingen van de CREG kon afkeuren. |
B.1.4. Uit de gegevens van de zaak blijkt dat het geschil voor de Raad | B.1.4. Uit de gegevens van de zaak blijkt dat het geschil voor de Raad |
van State betrekking heeft op een beroep tot nietigverklaring van de | van State betrekking heeft op een beroep tot nietigverklaring van de |
beslissing van de CREG waarbij een administratieve geldboete werd | beslissing van de CREG waarbij een administratieve geldboete werd |
opgelegd voor een inbreuk gepleegd vóór de inwerkingtreding van de | opgelegd voor een inbreuk gepleegd vóór de inwerkingtreding van de |
voormelde wetten van 1 juni en 27 juli 2005. | voormelde wetten van 1 juni en 27 juli 2005. |
Het Hof beantwoordt de prejudiciële vraag in het licht van de | Het Hof beantwoordt de prejudiciële vraag in het licht van de |
bepalingen die van kracht waren op het ogenblik dat de voor de Raad | bepalingen die van kracht waren op het ogenblik dat de voor de Raad |
van State bestreden administratieve handeling is gesteld. | van State bestreden administratieve handeling is gesteld. |
B.2. Het Hof wordt verzocht zich uit te spreken over de | B.2. Het Hof wordt verzocht zich uit te spreken over de |
bestaanbaarheid van de voormelde artikelen 23, § 2, tweede lid, 15°, | bestaanbaarheid van de voormelde artikelen 23, § 2, tweede lid, 15°, |
en 31 van de wet van 29 april 1999 met de artikelen 10 en 11, al dan | en 31 van de wet van 29 april 1999 met de artikelen 10 en 11, al dan |
niet in samenhang gelezen met de artikelen 33 en 37, van de Grondwet, | niet in samenhang gelezen met de artikelen 33 en 37, van de Grondwet, |
in zoverre de persoon ten aanzien van wie de CREG, waarvan het bestuur | in zoverre de persoon ten aanzien van wie de CREG, waarvan het bestuur |
niet rechtstreeks zou worden verzekerd door de uitvoerende macht, een | niet rechtstreeks zou worden verzekerd door de uitvoerende macht, een |
beslissing heeft genomen, het voorwerp zou uitmaken van een | beslissing heeft genomen, het voorwerp zou uitmaken van een |
onverantwoord verschil in behandeling ten opzichte van de persoon ten | onverantwoord verschil in behandeling ten opzichte van de persoon ten |
aanzien van wie de administratieve overheden waarvan het bestuur | aanzien van wie de administratieve overheden waarvan het bestuur |
rechtstreeks wordt verzekerd door de uitvoerende macht, een beslissing | rechtstreeks wordt verzekerd door de uitvoerende macht, een beslissing |
hebben genomen, waarbij de beslissingen van de CREG zouden ontsnappen | hebben genomen, waarbij de beslissingen van de CREG zouden ontsnappen |
aan de controle van de uitvoerende macht en bijgevolg aan de | aan de controle van de uitvoerende macht en bijgevolg aan de |
mogelijkheid om ten overstaan van de Kamer van volksvertegenwoordigers | mogelijkheid om ten overstaan van de Kamer van volksvertegenwoordigers |
de politieke verantwoordelijkheid voor de door haar gestelde | de politieke verantwoordelijkheid voor de door haar gestelde |
handelingen op zich te nemen. | handelingen op zich te nemen. |
B.3.1. De Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit is | B.3.1. De Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit is |
opgericht bij artikel 23 van de wet van 29 april 1999 « betreffende de | opgericht bij artikel 23 van de wet van 29 april 1999 « betreffende de |
organisatie van de elektriciteitsmarkt ». In de wet van 29 april 1999 | organisatie van de elektriciteitsmarkt ». In de wet van 29 april 1999 |
« betreffende de organisatie van de gasmarkt en het fiscaal statuut | « betreffende de organisatie van de gasmarkt en het fiscaal statuut |
van de elektriciteitsproducenten » (Belgisch Staatsblad van 11 mei | van de elektriciteitsproducenten » (Belgisch Staatsblad van 11 mei |
1999) zijn aan die Commissie aanvullende bevoegdheden inzake de | 1999) zijn aan die Commissie aanvullende bevoegdheden inzake de |
gasmarkt toegekend; in artikel 15 van die laatste wet wordt zij | gasmarkt toegekend; in artikel 15 van die laatste wet wordt zij |
bijgevolg aangewezen als de « Commissie voor de Regulering van de | bijgevolg aangewezen als de « Commissie voor de Regulering van de |
Elektriciteit en het Gas » of de CREG. De CREG is een autonoom orgaan | Elektriciteit en het Gas » of de CREG. De CREG is een autonoom orgaan |
met rechtspersoonlijkheid waarvan de zetel is gevestigd in het | met rechtspersoonlijkheid waarvan de zetel is gevestigd in het |
arrondissement Brussel-Hoofdstad. | arrondissement Brussel-Hoofdstad. |
Luidens artikel 23 van de in het geding zijnde wet van 29 april 1999 | Luidens artikel 23 van de in het geding zijnde wet van 29 april 1999 |
en artikel 15/14 van de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer | en artikel 15/14 van de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer |
van gasachtige producten en andere door middel van leidingen, heeft de | van gasachtige producten en andere door middel van leidingen, heeft de |
CREG een raadgevende taak ten behoeve van de overheid inzake de | CREG een raadgevende taak ten behoeve van de overheid inzake de |
organisatie en de werking van de elektriciteits- en gasmarkten, | organisatie en de werking van de elektriciteits- en gasmarkten, |
enerzijds, en een algemene taak van toezicht en controle op de | enerzijds, en een algemene taak van toezicht en controle op de |
toepassing van de desbetreffende wetten en reglementen, anderzijds. | toepassing van de desbetreffende wetten en reglementen, anderzijds. |
Artikel 31 van dezelfde wet van 29 april 1999 staat de CREG met name | Artikel 31 van dezelfde wet van 29 april 1999 staat de CREG met name |
toe sancties op te leggen in de vorm van administratieve geldboeten | toe sancties op te leggen in de vorm van administratieve geldboeten |
wanneer de bepalingen van de voormelde wet of de uitvoeringsbesluiten | wanneer de bepalingen van de voormelde wet of de uitvoeringsbesluiten |
ervan zijn geschonden. | ervan zijn geschonden. |
B.3.2. De oprichting van de CREG past in de context van de | B.3.2. De oprichting van de CREG past in de context van de |
liberalisering van de elektriciteitsmarkt ter uitvoering van | liberalisering van de elektriciteitsmarkt ter uitvoering van |
richtlijnen van de Europese Unie. | richtlijnen van de Europese Unie. |
Die richtlijnen strekken ertoe de elektriciteitsmarkt open te stellen | Die richtlijnen strekken ertoe de elektriciteitsmarkt open te stellen |
voor de concurrentie in het voordeel van de ondernemingen en de | voor de concurrentie in het voordeel van de ondernemingen en de |
verbruikers. Zij hebben de oprichting, in elke lidstaat, van een | verbruikers. Zij hebben de oprichting, in elke lidstaat, van een |
nationale regulerende overheid opgelegd, die met name de opdracht | nationale regulerende overheid opgelegd, die met name de opdracht |
heeft controle uit te oefenen op de netbeheerders en hun tarieven en | heeft controle uit te oefenen op de netbeheerders en hun tarieven en |
die ook kan worden belast met de controle van hun boekhouding. De CREG | die ook kan worden belast met de controle van hun boekhouding. De CREG |
is de Belgische federale overheid voor de regulering van de | is de Belgische federale overheid voor de regulering van de |
elektriciteits- en gasmarkten. | elektriciteits- en gasmarkten. |
B.4. De CREG is een administratieve overheid die beschikt over een | B.4. De CREG is een administratieve overheid die beschikt over een |
ruime autonomie die niet verenigbaar is met een hiërarchisch of een | ruime autonomie die niet verenigbaar is met een hiërarchisch of een |
administratief toezicht. Zij werd opgericht om bepaalde taken uit te | administratief toezicht. Zij werd opgericht om bepaalde taken uit te |
voeren, die de wetgever wenste te onttrekken aan het gezag van de | voeren, die de wetgever wenste te onttrekken aan het gezag van de |
federale Regering. | federale Regering. |
B.5. De ontstentenis van een hiërarchisch of een administratief | B.5. De ontstentenis van een hiërarchisch of een administratief |
toezicht is niet strijdig met de Grondwet. Ook staat artikel 37 van de | toezicht is niet strijdig met de Grondwet. Ook staat artikel 37 van de |
Grondwet, dat mede in de prejudiciële vraag wordt aangevoerd, er niet | Grondwet, dat mede in de prejudiciële vraag wordt aangevoerd, er niet |
aan in de weg dat de wetgever specifieke uitvoerende bevoegdheden in | aan in de weg dat de wetgever specifieke uitvoerende bevoegdheden in |
een welbepaalde technische aangelegenheid toevertrouwt aan een | een welbepaalde technische aangelegenheid toevertrouwt aan een |
autonome administratieve overheid, die voor het overige onderworpen | autonome administratieve overheid, die voor het overige onderworpen |
blijft aan zowel de rechterlijke toetsing als de parlementaire | blijft aan zowel de rechterlijke toetsing als de parlementaire |
controle. Overigens, in de considerans 34 van de richtlijn 2009/72/EG | controle. Overigens, in de considerans 34 van de richtlijn 2009/72/EG |
is gesteld dat de onafhankelijkheid van de energieregulator « | is gesteld dat de onafhankelijkheid van de energieregulator « |
rechterlijke toetsing en parlementair toezicht overeenkomstig het | rechterlijke toetsing en parlementair toezicht overeenkomstig het |
constitutionele recht van de lidstaten » niet uitsluit. | constitutionele recht van de lidstaten » niet uitsluit. |
B.6.1. De administratieve handelingen van de CREG zijn vatbaar voor | B.6.1. De administratieve handelingen van de CREG zijn vatbaar voor |
jurisdictionele toetsing. Tot de inwerkingtreding van de voormelde wet | jurisdictionele toetsing. Tot de inwerkingtreding van de voormelde wet |
van 27 juli 2005 waren zij onderworpen aan de beroepen waarin de | van 27 juli 2005 waren zij onderworpen aan de beroepen waarin de |
gecoördineerde wetten op de Raad van State voorzien. | gecoördineerde wetten op de Raad van State voorzien. |
B.6.2. Uit de rechtspraak van de Raad van State blijkt dat die een | B.6.2. Uit de rechtspraak van de Raad van State blijkt dat die een |
volwaardige jurisdictionele toetsing uitoefent, zowel aan de wet als | volwaardige jurisdictionele toetsing uitoefent, zowel aan de wet als |
aan de algemene rechtsbeginselen. De Raad van State gaat daarbij na of | aan de algemene rechtsbeginselen. De Raad van State gaat daarbij na of |
de aan zijn toezicht voorgelegde overheidsbeslissing de vereiste | de aan zijn toezicht voorgelegde overheidsbeslissing de vereiste |
feitelijke grondslag heeft, of die beslissing uitgaat van correcte | feitelijke grondslag heeft, of die beslissing uitgaat van correcte |
juridische kwalificaties en of de maatregel niet kennelijk onevenredig | juridische kwalificaties en of de maatregel niet kennelijk onevenredig |
is met de vastgestelde feiten. Wanneer hij die beslissing vernietigt, | is met de vastgestelde feiten. Wanneer hij die beslissing vernietigt, |
dient de overheid zich te schikken naar het arrest van de Raad van | dient de overheid zich te schikken naar het arrest van de Raad van |
State : indien de overheid een nieuwe beslissing neemt, mag zij de | State : indien de overheid een nieuwe beslissing neemt, mag zij de |
motieven van het arrest dat de eerste beslissing heeft vernietigd, | motieven van het arrest dat de eerste beslissing heeft vernietigd, |
niet negeren; indien zij in de vernietiging berust, wordt de bestreden | niet negeren; indien zij in de vernietiging berust, wordt de bestreden |
akte geacht nooit te hebben bestaan. | akte geacht nooit te hebben bestaan. |
B.6.3. Bovendien kan de Raad van State, in de omstandigheden bedoeld | B.6.3. Bovendien kan de Raad van State, in de omstandigheden bedoeld |
in artikel 17 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, | in artikel 17 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, |
gelasten dat de uitvoering van de beslissing om sancties op te leggen, | gelasten dat de uitvoering van de beslissing om sancties op te leggen, |
wordt geschorst, in voorkomend geval, door uitspraak te doen bij | wordt geschorst, in voorkomend geval, door uitspraak te doen bij |
uiterst dringende noodzakelijkheid. | uiterst dringende noodzakelijkheid. |
B.6.4. De rechtzoekenden ten aanzien van wie de CREG een beslissing | B.6.4. De rechtzoekenden ten aanzien van wie de CREG een beslissing |
heeft genomen, beschikten dus, op het ogenblik dat de in het geding | heeft genomen, beschikten dus, op het ogenblik dat de in het geding |
zijnde zaak voor de Raad van State werd ingediend, voor die laatste | zijnde zaak voor de Raad van State werd ingediend, voor die laatste |
over een daadwerkelijk beroep voor een onafhankelijk en onpartijdig | over een daadwerkelijk beroep voor een onafhankelijk en onpartijdig |
rechtscollege. | rechtscollege. |
B.7. Ter uitvoering van en binnen de grenzen van het recht van de | B.7. Ter uitvoering van en binnen de grenzen van het recht van de |
Europese Unie is de wetgever bevoegd om de taken en de werking van de | Europese Unie is de wetgever bevoegd om de taken en de werking van de |
CREG te regelen. Ook dient hij haar begroting goed te keuren. De CREG | CREG te regelen. Ook dient hij haar begroting goed te keuren. De CREG |
moet aan de bevoegde minister jaarlijks een verslag uitbrengen over | moet aan de bevoegde minister jaarlijks een verslag uitbrengen over |
onder meer de uitvoering van haar opdrachten en de minister dient dat | onder meer de uitvoering van haar opdrachten en de minister dient dat |
jaarverslag over te zenden aan de federale wetgevende Kamers en aan de | jaarverslag over te zenden aan de federale wetgevende Kamers en aan de |
Gewestregeringen (artikel 23, § 3, van de in het geding zijnde wet van | Gewestregeringen (artikel 23, § 3, van de in het geding zijnde wet van |
29 april 1999). Die wetgevende Kamers kunnen overigens, via de hun ter | 29 april 1999). Die wetgevende Kamers kunnen overigens, via de hun ter |
beschikking staande controlemiddelen, de bevoegde minister of de | beschikking staande controlemiddelen, de bevoegde minister of de |
federale Regering ter verantwoording roepen. | federale Regering ter verantwoording roepen. |
Uit het voorgaande blijkt dat er wel degelijk een parlementaire | Uit het voorgaande blijkt dat er wel degelijk een parlementaire |
controle is. | controle is. |
B.8.1. In zoverre het voorgaande niet zou volstaan om te verantwoorden | B.8.1. In zoverre het voorgaande niet zou volstaan om te verantwoorden |
dat de personen die het voorwerp zijn van een beslissing van de CREG « | dat de personen die het voorwerp zijn van een beslissing van de CREG « |
niet de garantie genieten dat de beslissing wordt genomen door een | niet de garantie genieten dat de beslissing wordt genomen door een |
administratieve overheid waarvan het bestuur rechtstreeks wordt | administratieve overheid waarvan het bestuur rechtstreeks wordt |
verzekerd door de uitvoerende macht » wordt dit, op grond van artikel | verzekerd door de uitvoerende macht » wordt dit, op grond van artikel |
34 van de Grondwet, verantwoord door de vereisten die voortvloeien uit | 34 van de Grondwet, verantwoord door de vereisten die voortvloeien uit |
het recht van de Europese Unie. | het recht van de Europese Unie. |
B.8.2. De omstandigheid dat de CREG haar taken met een hoge graad van | B.8.2. De omstandigheid dat de CREG haar taken met een hoge graad van |
autonomie uitoefent, vloeit inderdaad voort uit de vereisten van het | autonomie uitoefent, vloeit inderdaad voort uit de vereisten van het |
recht van de Europese Unie, dat ter zake gaandeweg explicieter is | recht van de Europese Unie, dat ter zake gaandeweg explicieter is |
geworden. | geworden. |
B.8.3.1. Het ten tijde van de feiten in het bodemgeschil toepasselijke | B.8.3.1. Het ten tijde van de feiten in het bodemgeschil toepasselijke |
artikel 20, lid 3, van de richtlijn 96/92/EG van het Europees | artikel 20, lid 3, van de richtlijn 96/92/EG van het Europees |
Parlement en de Raad van 19 december 1996 « betreffende | Parlement en de Raad van 19 december 1996 « betreffende |
gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit » | gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit » |
bepaalde dat de lidstaten een van de partijen onafhankelijke bevoegde | bepaalde dat de lidstaten een van de partijen onafhankelijke bevoegde |
instantie dienden aan te wijzen die geschillen met betrekking tot de | instantie dienden aan te wijzen die geschillen met betrekking tot de |
betrokken contracten en onderhandelingen moest beslechten. Artikel 22 | betrokken contracten en onderhandelingen moest beslechten. Artikel 22 |
van die richtlijn bepaalde dat de lidstaten passende en doeltreffende | van die richtlijn bepaalde dat de lidstaten passende en doeltreffende |
mechanismen dienden te creëren voor regulering, controle en | mechanismen dienden te creëren voor regulering, controle en |
transparantie, teneinde misbruik van machtsposities, met name ten | transparantie, teneinde misbruik van machtsposities, met name ten |
nadele van de verbruiker, en marktondermijnende praktijken te | nadele van de verbruiker, en marktondermijnende praktijken te |
voorkomen. | voorkomen. |
B.8.3.2. Luidens artikel 23 van de richtlijn 2003/54/EG van het | B.8.3.2. Luidens artikel 23 van de richtlijn 2003/54/EG van het |
Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2003 « betreffende | Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2003 « betreffende |
gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit en | gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit en |
houdende intrekking van Richtlijn 96/92/EG » - richtlijn die uiterlijk | houdende intrekking van Richtlijn 96/92/EG » - richtlijn die uiterlijk |
op 1 juli 2004 diende te zijn geïmplementeerd - wijzen de lidstaten | op 1 juli 2004 diende te zijn geïmplementeerd - wijzen de lidstaten |
een of meer bevoegde instanties met de functie van regelgevende | een of meer bevoegde instanties met de functie van regelgevende |
instantie aan. Die instanties dienen geheel onafhankelijk te zijn van | instantie aan. Die instanties dienen geheel onafhankelijk te zijn van |
de belangen van de elektriciteitssector. Zij zijn ten minste | de belangen van de elektriciteitssector. Zij zijn ten minste |
verantwoordelijk voor het waarborgen van niet-discriminatie, | verantwoordelijk voor het waarborgen van niet-discriminatie, |
daadwerkelijke mededinging en een doeltreffende marktwerking ten | daadwerkelijke mededinging en een doeltreffende marktwerking ten |
aanzien van de in die bepaling nader gepreciseerde aangelegenheden, | aanzien van de in die bepaling nader gepreciseerde aangelegenheden, |
waaronder het voeren van afzonderlijke boekhoudingen ter voorkoming | waaronder het voeren van afzonderlijke boekhoudingen ter voorkoming |
van kruissubsidies tussen productie-, transport-, distributie- en | van kruissubsidies tussen productie-, transport-, distributie- en |
leveringsactiviteiten. | leveringsactiviteiten. |
B.8.3.3. Artikel 35 van de richtlijn 2009/72/EG van het Europees | B.8.3.3. Artikel 35 van de richtlijn 2009/72/EG van het Europees |
Parlement en de Raad van 13 juli 2009 « betreffende gemeenschappelijke | Parlement en de Raad van 13 juli 2009 « betreffende gemeenschappelijke |
regels voor de interne markt voor elektriciteit en tot intrekking van | regels voor de interne markt voor elektriciteit en tot intrekking van |
Richtlijn 2003/54/EG » - richtlijn die uiterlijk op 3 maart 2011 moet | Richtlijn 2003/54/EG » - richtlijn die uiterlijk op 3 maart 2011 moet |
worden geïmplementeerd - bepaalt : | worden geïmplementeerd - bepaalt : |
« 1. Iedere lidstaat wijst één enkele nationale regulerende instantie | « 1. Iedere lidstaat wijst één enkele nationale regulerende instantie |
op nationaal niveau aan. | op nationaal niveau aan. |
[...] | [...] |
4. De lidstaten waarborgen de onafhankelijkheid van de regulerende | 4. De lidstaten waarborgen de onafhankelijkheid van de regulerende |
instantie en zorgen ervoor dat zij haar bevoegdheid op onpartijdige en | instantie en zorgen ervoor dat zij haar bevoegdheid op onpartijdige en |
transparante wijze uitoefent. Te dien einde waken de lidstaten erover | transparante wijze uitoefent. Te dien einde waken de lidstaten erover |
dat de regulerende instantie, bij de uitvoering van de | dat de regulerende instantie, bij de uitvoering van de |
reguleringstaken die haar bij deze richtlijn en de aanverwante | reguleringstaken die haar bij deze richtlijn en de aanverwante |
wetgeving zijn opgelegd : | wetgeving zijn opgelegd : |
a) juridisch gescheiden en functioneel onafhankelijk is van enige | a) juridisch gescheiden en functioneel onafhankelijk is van enige |
andere publieke of particuliere entiteit; | andere publieke of particuliere entiteit; |
b) ervoor zorgt dat haar personeel en de personen die belast zijn met | b) ervoor zorgt dat haar personeel en de personen die belast zijn met |
haar beheer : | haar beheer : |
i) onafhankelijk zijn van marktbelangen, en | i) onafhankelijk zijn van marktbelangen, en |
ii) bij het verrichten van de reguleringstaken geen directe | ii) bij het verrichten van de reguleringstaken geen directe |
instructies verlangen of ontvangen van regeringen of andere publieke | instructies verlangen of ontvangen van regeringen of andere publieke |
of particuliere entiteiten. Eventuele nauwe samenwerking met andere | of particuliere entiteiten. Eventuele nauwe samenwerking met andere |
bevoegde nationale instanties of de toepassing van algemene | bevoegde nationale instanties of de toepassing van algemene |
beleidsrichtsnoeren van de overheid die geen verband houden met de in | beleidsrichtsnoeren van de overheid die geen verband houden met de in |
artikel 37 genoemde reguleringstaken, worden door dit voorschrift | artikel 37 genoemde reguleringstaken, worden door dit voorschrift |
onverlet gelaten. | onverlet gelaten. |
5. Om de onafhankelijkheid van de regulerende instantie te beschermen, | 5. Om de onafhankelijkheid van de regulerende instantie te beschermen, |
waken de lidstaten er met name over dat : | waken de lidstaten er met name over dat : |
a) de regulerende instantie zelfstandig besluiten kan nemen, | a) de regulerende instantie zelfstandig besluiten kan nemen, |
onafhankelijk van enig politiek orgaan, afzonderlijke jaarlijkse | onafhankelijk van enig politiek orgaan, afzonderlijke jaarlijkse |
begrotingstoewijzingen ontvangt, zodat zij over autonomie beschikt bij | begrotingstoewijzingen ontvangt, zodat zij over autonomie beschikt bij |
de uitvoering van de toegewezen begroting, en de adequate personele en | de uitvoering van de toegewezen begroting, en de adequate personele en |
financiële middelen heeft om haar taken uit te voeren, en | financiële middelen heeft om haar taken uit te voeren, en |
b) de leden van het bestuur van de regulerende instantie, of bij | b) de leden van het bestuur van de regulerende instantie, of bij |
afwezigheid van een bestuur, de hogere leiding van de regulerende | afwezigheid van een bestuur, de hogere leiding van de regulerende |
instantie, worden aangesteld voor een vaste termijn van vijf tot zeven | instantie, worden aangesteld voor een vaste termijn van vijf tot zeven |
jaar, die eenmaal kan worden verlengd. | jaar, die eenmaal kan worden verlengd. |
In verband met punt b) van de eerste alinea, voorzien de lidstaten in | In verband met punt b) van de eerste alinea, voorzien de lidstaten in |
een adequaat rouleringsschema voor het bestuur of de hogere leiding. | een adequaat rouleringsschema voor het bestuur of de hogere leiding. |
De leden van het bestuur, of bij afwezigheid van een bestuur, de leden | De leden van het bestuur, of bij afwezigheid van een bestuur, de leden |
van de hogere leiding, mogen in die termijn uitsluitend van hun ambt | van de hogere leiding, mogen in die termijn uitsluitend van hun ambt |
worden ontheven als ze niet langer voldoen aan de in dit artikel | worden ontheven als ze niet langer voldoen aan de in dit artikel |
omschreven voorwaarden of volgens de nationale wetgeving schuldig zijn | omschreven voorwaarden of volgens de nationale wetgeving schuldig zijn |
geweest aan wangedrag ». | geweest aan wangedrag ». |
In dit verband wordt in de consideransen 33 en 34 van die richtlijn | In dit verband wordt in de consideransen 33 en 34 van die richtlijn |
uiteengezet : | uiteengezet : |
« (33) Bij Richtlijn 2003/54/EG is voor de lidstaten de eis ingevoerd | « (33) Bij Richtlijn 2003/54/EG is voor de lidstaten de eis ingevoerd |
om regulators met specifieke bevoegdheden op te zetten. De ervaring | om regulators met specifieke bevoegdheden op te zetten. De ervaring |
heeft echter uitgewezen dat de doeltreffendheid van regulering vaak | heeft echter uitgewezen dat de doeltreffendheid van regulering vaak |
wordt belemmerd door het gebrek aan onafhankelijkheid van de | wordt belemmerd door het gebrek aan onafhankelijkheid van de |
regulators van hun regeringen en door de ontoereikendheid van hun | regulators van hun regeringen en door de ontoereikendheid van hun |
bevoegdheden en beslissingsmacht. Om deze reden heeft de Europese Raad | bevoegdheden en beslissingsmacht. Om deze reden heeft de Europese Raad |
in zijn bijeenkomst van 8 en 9 maart 2007 te Brussel de Commissie | in zijn bijeenkomst van 8 en 9 maart 2007 te Brussel de Commissie |
verzocht wetgevingsvoorstellen uit te werken om te zorgen voor een | verzocht wetgevingsvoorstellen uit te werken om te zorgen voor een |
verdere harmonisering van de bevoegdheden en een grotere | verdere harmonisering van de bevoegdheden en een grotere |
onafhankelijkheid van de nationale energieregulators. Deze nationale | onafhankelijkheid van de nationale energieregulators. Deze nationale |
regulerende instanties kunnen bevoegd zijn voor zowel elektriciteit | regulerende instanties kunnen bevoegd zijn voor zowel elektriciteit |
als gas. | als gas. |
(34) Om de interne markt voor elektriciteit goed te laten | (34) Om de interne markt voor elektriciteit goed te laten |
functioneren, moeten de energieregulators besluiten kunnen nemen over | functioneren, moeten de energieregulators besluiten kunnen nemen over |
alle relevante reguleringskwesties en moeten zij volledig | alle relevante reguleringskwesties en moeten zij volledig |
onafhankelijk zijn van alle andere publieke of particuliere belangen. | onafhankelijk zijn van alle andere publieke of particuliere belangen. |
Dit sluit rechterlijke toetsing en parlementair toezicht | Dit sluit rechterlijke toetsing en parlementair toezicht |
overeenkomstig het constitutionele recht van de lidstaten niet uit. | overeenkomstig het constitutionele recht van de lidstaten niet uit. |
Bovendien is de goedkeuring van de begroting van de regulator door de | Bovendien is de goedkeuring van de begroting van de regulator door de |
nationale wetgever niet op te vatten als een belemmering van de | nationale wetgever niet op te vatten als een belemmering van de |
begrotingsautonomie. De bepalingen met betrekking tot de autonomie bij | begrotingsautonomie. De bepalingen met betrekking tot de autonomie bij |
de uitvoering van de toegewezen begroting van de regulerende instantie | de uitvoering van de toegewezen begroting van de regulerende instantie |
dienen te worden toegepast in het kader dat door de nationale wet- en | dienen te worden toegepast in het kader dat door de nationale wet- en |
regelgeving inzake begrotingszaken is vastgesteld. Bij het bijdragen | regelgeving inzake begrotingszaken is vastgesteld. Bij het bijdragen |
aan de onafhankelijkheid van de nationale regulerende instantie van | aan de onafhankelijkheid van de nationale regulerende instantie van |
politieke of economische belangen via een adequaat rouleringsschema, | politieke of economische belangen via een adequaat rouleringsschema, |
moeten de lidstaten kunnen rekening houden met de beschikbaarheid van | moeten de lidstaten kunnen rekening houden met de beschikbaarheid van |
personeel en de omvang van het bestuur ». | personeel en de omvang van het bestuur ». |
B.9. De prejudiciële vraag dient ontkennend te worden beantwoord. | B.9. De prejudiciële vraag dient ontkennend te worden beantwoord. |
Om die redenen, | Om die redenen, |
het Hof | het Hof |
zegt voor recht : | zegt voor recht : |
De artikelen 23, § 2, tweede lid, 15°, en 31 van de wet van 29 april | De artikelen 23, § 2, tweede lid, 15°, en 31 van de wet van 29 april |
1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt schenden de | 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt schenden de |
artikelen 10 en 11, al dan niet in samenhang gelezen met de artikelen | artikelen 10 en 11, al dan niet in samenhang gelezen met de artikelen |
33 en 37, van de Grondwet niet. | 33 en 37, van de Grondwet niet. |
Aldus uitgesproken in het Frans en het Nederlands, overeenkomstig | Aldus uitgesproken in het Frans en het Nederlands, overeenkomstig |
artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het | artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het |
Grondwettelijk Hof, op de openbare terechtzitting van 18 november | Grondwettelijk Hof, op de openbare terechtzitting van 18 november |
2010. | 2010. |
De griffier, | De griffier, |
P.-Y. Dutilleux. | P.-Y. Dutilleux. |
De voorzitter, | De voorzitter, |
M. Melchior. | M. Melchior. |