Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Arrest van --
← Terug naar "Uittreksel uit arrest nr. 123/2010 van 28 oktober 2010 Rolnummers 4863, 4864, 4865 en 4866 In zake : de prejudiciële vragen betreffende artikel 21, § 5, van het decreet van het Vlaamse Gewest van 23 januari 1991 inzake de bescherming v Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters M. Bossuyt en M. Melchior, en de rechter(...)"
Uittreksel uit arrest nr. 123/2010 van 28 oktober 2010 Rolnummers 4863, 4864, 4865 en 4866 In zake : de prejudiciële vragen betreffende artikel 21, § 5, van het decreet van het Vlaamse Gewest van 23 januari 1991 inzake de bescherming v Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters M. Bossuyt en M. Melchior, en de rechter(...) Uittreksel uit arrest nr. 123/2010 van 28 oktober 2010 Rolnummers 4863, 4864, 4865 en 4866 In zake : de prejudiciële vragen betreffende artikel 21, § 5, van het decreet van het Vlaamse Gewest van 23 januari 1991 inzake de bescherming v Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters M. Bossuyt en M. Melchior, en de rechter(...)
GRONDWETTELIJK HOF GRONDWETTELIJK HOF
Uittreksel uit arrest nr. 123/2010 van 28 oktober 2010 Uittreksel uit arrest nr. 123/2010 van 28 oktober 2010
Rolnummers 4863, 4864, 4865 en 4866 Rolnummers 4863, 4864, 4865 en 4866
In zake : de prejudiciële vragen betreffende artikel 21, § 5, van het In zake : de prejudiciële vragen betreffende artikel 21, § 5, van het
decreet van het Vlaamse Gewest van 23 januari 1991 inzake de decreet van het Vlaamse Gewest van 23 januari 1991 inzake de
bescherming van het leefmilieu tegen de verontreiniging door bescherming van het leefmilieu tegen de verontreiniging door
meststoffen, gesteld door de Rechtbank van eerste aanleg te Brussel. meststoffen, gesteld door de Rechtbank van eerste aanleg te Brussel.
Het Grondwettelijk Hof, Het Grondwettelijk Hof,
samengesteld uit de voorzitters M. Bossuyt en M. Melchior, en de samengesteld uit de voorzitters M. Bossuyt en M. Melchior, en de
rechters R. Henneuse, E. De Groot, L. Lavrysen, J.-P. Snappe en J. rechters R. Henneuse, E. De Groot, L. Lavrysen, J.-P. Snappe en J.
Spreutels, bijgestaan door de griffier P.-Y. Dutilleux, onder Spreutels, bijgestaan door de griffier P.-Y. Dutilleux, onder
voorzitterschap van voorzitter M. Bossuyt, voorzitterschap van voorzitter M. Bossuyt,
wijst na beraad het volgende arrest : wijst na beraad het volgende arrest :
I. Onderwerp van de prejudiciële vragen en rechtspleging I. Onderwerp van de prejudiciële vragen en rechtspleging
a. Bij vonnis van 18 januari 2010 in zake de nv « De Ceuster a. Bij vonnis van 18 januari 2010 in zake de nv « De Ceuster
Meststoffen » tegen de Vlaamse Landmaatschappij en het Vlaamse Gewest, Meststoffen » tegen de Vlaamse Landmaatschappij en het Vlaamse Gewest,
waarvan de expeditie ter griffie van het Hof is ingekomen op 2 waarvan de expeditie ter griffie van het Hof is ingekomen op 2
februari 2010, heeft de Rechtbank van eerste aanleg te Brussel de februari 2010, heeft de Rechtbank van eerste aanleg te Brussel de
volgende prejudiciële vraag gesteld : volgende prejudiciële vraag gesteld :
« Schendt de bepaling van artikel 21, § 5, van het decreet van 23 « Schendt de bepaling van artikel 21, § 5, van het decreet van 23
januari 1991 inzake de bescherming van het leefmilieu tegen de januari 1991 inzake de bescherming van het leefmilieu tegen de
verontreiniging door meststoffen, krachtens hetwelk er een verontreiniging door meststoffen, krachtens hetwelk er een
basisheffing is, waarvan de opbrengst integraal wordt toegekend aan de basisheffing is, waarvan de opbrengst integraal wordt toegekend aan de
Mestbank lastens elke invoerder van mestoverschotten door invoer, Mestbank lastens elke invoerder van mestoverschotten door invoer,
zoals van toepassing voor het productiejaar 2005, aanslagjaar 2006, de zoals van toepassing voor het productiejaar 2005, aanslagjaar 2006, de
beginselen van de Belgische economische en monetaire unie en derhalve beginselen van de Belgische economische en monetaire unie en derhalve
artikel 6, § 1, VI, derde lid, van de bijzondere wet van 8 augustus artikel 6, § 1, VI, derde lid, van de bijzondere wet van 8 augustus
1980, gewijzigd bij de wet van 8 augustus 1988 ? ». 1980, gewijzigd bij de wet van 8 augustus 1988 ? ».
b. Bij vonnis van 18 januari 2010 in zake de nv « De Ceuster b. Bij vonnis van 18 januari 2010 in zake de nv « De Ceuster
Meststoffen » tegen de Vlaamse Landmaatschappij, waarvan de expeditie Meststoffen » tegen de Vlaamse Landmaatschappij, waarvan de expeditie
ter griffie van het Hof is ingekomen op 2 februari 2010, heeft de ter griffie van het Hof is ingekomen op 2 februari 2010, heeft de
Rechtbank van eerste aanleg te Brussel de volgende prejudiciële vraag Rechtbank van eerste aanleg te Brussel de volgende prejudiciële vraag
gesteld : gesteld :
« Schendt de bepaling van artikel 21, § 5, van het decreet van 23 « Schendt de bepaling van artikel 21, § 5, van het decreet van 23
januari 1991 inzake de bescherming van het leefmilieu tegen de januari 1991 inzake de bescherming van het leefmilieu tegen de
verontreiniging door meststoffen, krachtens hetwelk er een verontreiniging door meststoffen, krachtens hetwelk er een
basisheffing is, waarvan de opbrengst integraal wordt toegekend aan de basisheffing is, waarvan de opbrengst integraal wordt toegekend aan de
Mestbank lastens elke invoerder van mestoverschotten door invoer, Mestbank lastens elke invoerder van mestoverschotten door invoer,
zoals van toepassing voor het productiejaar 2003, aanslagjaar 2004, de zoals van toepassing voor het productiejaar 2003, aanslagjaar 2004, de
beginselen van de Belgische economische en monetaire unie en derhalve beginselen van de Belgische economische en monetaire unie en derhalve
artikel 6, § 1, VI, derde lid, van de bijzondere wet van 8 augustus artikel 6, § 1, VI, derde lid, van de bijzondere wet van 8 augustus
1980, gewijzigd bij de wet van 8 augustus 1988 ? ». 1980, gewijzigd bij de wet van 8 augustus 1988 ? ».
c. Bij vonnis van 18 januari 2010 in zake de nv « De Ceuster c. Bij vonnis van 18 januari 2010 in zake de nv « De Ceuster
Meststoffen » tegen de Vlaamse Landmaatschappij en het Vlaamse Gewest, Meststoffen » tegen de Vlaamse Landmaatschappij en het Vlaamse Gewest,
waarvan de expeditie ter griffie van het Hof is ingekomen op 2 waarvan de expeditie ter griffie van het Hof is ingekomen op 2
februari 2010, heeft de Rechtbank van eerste aanleg te Brussel de februari 2010, heeft de Rechtbank van eerste aanleg te Brussel de
volgende prejudiciële vraag gesteld : volgende prejudiciële vraag gesteld :
« Schendt de bepaling van artikel 21, § 5, van het decreet van 23 « Schendt de bepaling van artikel 21, § 5, van het decreet van 23
januari 1991 inzake de bescherming van het leefmilieu tegen de januari 1991 inzake de bescherming van het leefmilieu tegen de
verontreiniging door meststoffen, krachtens hetwelk er een verontreiniging door meststoffen, krachtens hetwelk er een
basisheffing is, waarvan de opbrengst integraal wordt toegekend aan de basisheffing is, waarvan de opbrengst integraal wordt toegekend aan de
Mestbank lastens elke invoerder van mestoverschotten door invoer, Mestbank lastens elke invoerder van mestoverschotten door invoer,
zoals van toepassing voor het productiejaar 2006, aanslagjaar 2007, de zoals van toepassing voor het productiejaar 2006, aanslagjaar 2007, de
beginselen van de Belgische economische en monetaire unie en derhalve beginselen van de Belgische economische en monetaire unie en derhalve
artikel 6, § 1, VI, derde lid, van de bijzondere wet van 8 augustus artikel 6, § 1, VI, derde lid, van de bijzondere wet van 8 augustus
1980, gewijzigd bij de wet van 8 augustus 1988 ? ». 1980, gewijzigd bij de wet van 8 augustus 1988 ? ».
d. Bij vonnis van 18 januari 2010 in zake de nv « De Ceuster d. Bij vonnis van 18 januari 2010 in zake de nv « De Ceuster
Meststoffen » tegen de Vlaamse Landmaatschappij en het Vlaamse Gewest, Meststoffen » tegen de Vlaamse Landmaatschappij en het Vlaamse Gewest,
waarvan de expeditie ter griffie van het Hof is ingekomen op 2 waarvan de expeditie ter griffie van het Hof is ingekomen op 2
februari 2010, heeft de Rechtbank van eerste aanleg te Brussel de februari 2010, heeft de Rechtbank van eerste aanleg te Brussel de
volgende prejudiciële vraag gesteld : volgende prejudiciële vraag gesteld :
« Schendt de bepaling van artikel 21, § 5, van het decreet van 23 « Schendt de bepaling van artikel 21, § 5, van het decreet van 23
januari 1991 inzake de bescherming van het leefmilieu tegen de januari 1991 inzake de bescherming van het leefmilieu tegen de
verontreiniging door meststoffen, krachtens hetwelk er een verontreiniging door meststoffen, krachtens hetwelk er een
basisheffing is, waarvan de opbrengst integraal wordt toegekend aan de basisheffing is, waarvan de opbrengst integraal wordt toegekend aan de
Mestbank lastens elke invoerder van mestoverschotten door invoer, Mestbank lastens elke invoerder van mestoverschotten door invoer,
zoals van toepassing voor het productiejaar 2004, aanslagjaar 2005, de zoals van toepassing voor het productiejaar 2004, aanslagjaar 2005, de
beginselen van de Belgische economische en monetaire unie en derhalve beginselen van de Belgische economische en monetaire unie en derhalve
artikel 6, § 1, VI, derde lid, van de bijzondere wet van 8 augustus artikel 6, § 1, VI, derde lid, van de bijzondere wet van 8 augustus
1980, gewijzigd bij de wet van 8 augustus 1988 ? ». 1980, gewijzigd bij de wet van 8 augustus 1988 ? ».
Die zaken, ingeschreven onder de nummers 4863, 4864, 4865 en 4866 van Die zaken, ingeschreven onder de nummers 4863, 4864, 4865 en 4866 van
de rol van het Hof, werden samengevoegd. de rol van het Hof, werden samengevoegd.
(...) (...)
III. In rechte III. In rechte
(...) (...)
B.1. Vóór de opheffing ervan bij het decreet van het Vlaamse Gewest B.1. Vóór de opheffing ervan bij het decreet van het Vlaamse Gewest
van 22 december 2006 « houdende de bescherming van water tegen de van 22 december 2006 « houdende de bescherming van water tegen de
verontreiniging door nitraten uit agrarische bronnen », bepaalde verontreiniging door nitraten uit agrarische bronnen », bepaalde
artikel 21, §§ 1 en 5, van het decreet van het Vlaamse Gewest van 23 artikel 21, §§ 1 en 5, van het decreet van het Vlaamse Gewest van 23
januari 1991 « inzake de bescherming van het leefmilieu tegen de januari 1991 « inzake de bescherming van het leefmilieu tegen de
verontreiniging door meststoffen » (hierna : het Meststoffendecreet), verontreiniging door meststoffen » (hierna : het Meststoffendecreet),
zoals vervangen bij het decreet van 20 december 1995 en gewijzigd bij zoals vervangen bij het decreet van 20 december 1995 en gewijzigd bij
de decreten van 19 december 1997, 11 mei 1999, 3 maart 2000, 21 de decreten van 19 december 1997, 11 mei 1999, 3 maart 2000, 21
december 2001 en 28 maart 2003 : december 2001 en 28 maart 2003 :
« § 1. Er is een basisheffing BH1 op de productie van dierlijke mest, « § 1. Er is een basisheffing BH1 op de productie van dierlijke mest,
waarvan de opbrengst integraal wordt toegekend aan de Mestbank, waarvan de opbrengst integraal wordt toegekend aan de Mestbank,
lastens elke producent op wiens bedrijf de dierlijke mestproductie lastens elke producent op wiens bedrijf de dierlijke mestproductie
MPp, gedurende het voorbije kalenderjaar, meer bedroeg dan 300 kg MPp, gedurende het voorbije kalenderjaar, meer bedroeg dan 300 kg
difosforpentoxyde. difosforpentoxyde.
Het bedrag van deze basisheffing BH1 wordt door middel van de volgende Het bedrag van deze basisheffing BH1 wordt door middel van de volgende
formule berekend formule berekend
BH1 = (MPp x Xdmp) + (MPBn x Xdmn) BH1 = (MPp x Xdmp) + (MPBn x Xdmn)
waarin : waarin :
- MPp = de bruto-productie van dierlijke mest, uitgedrukt in kg P205; - MPp = de bruto-productie van dierlijke mest, uitgedrukt in kg P205;
- MPBn = de bruto-productie van dierlijke mest, uitgedrukt in kg N; - MPBn = de bruto-productie van dierlijke mest, uitgedrukt in kg N;
- Xdmp = de heffingsvoet voor de productie van dierlijke mest in - Xdmp = de heffingsvoet voor de productie van dierlijke mest in
EUR/kg P205; EUR/kg P205;
- Xdmn = de heffingsvoet voor de productie van dierlijke mest in - Xdmn = de heffingsvoet voor de productie van dierlijke mest in
EUR/kg N. EUR/kg N.
Voor de toepassing van deze bepalingen wordt onder de bruto-productie Voor de toepassing van deze bepalingen wordt onder de bruto-productie
van dierlijke mest MPBn, uitgedrukt in kg N, verstaan : het product van dierlijke mest MPBn, uitgedrukt in kg N, verstaan : het product
van de gemiddelde veebezetting in de veeteelt- en/of van de gemiddelde veebezetting in de veeteelt- en/of
landbouwinrichting gedurende het voorbije kalenderjaar en de landbouwinrichting gedurende het voorbije kalenderjaar en de
overeenkomstige brutouitscheidingshoeveelheden per dier uitgedrukt in overeenkomstige brutouitscheidingshoeveelheden per dier uitgedrukt in
kg N. kg N.
De gemiddelde veebezetting van elk van de bedoelde diersoorten wordt De gemiddelde veebezetting van elk van de bedoelde diersoorten wordt
vastgesteld door de som van de maandelijks geregistreerde vastgesteld door de som van de maandelijks geregistreerde
dierenaantallen te delen door twaalf. De dierenaantallen te delen door twaalf. De
bruto-uitscheidingshoeveelheden per dier, uitgedrukt in kg N, is bruto-uitscheidingshoeveelheden per dier, uitgedrukt in kg N, is
forfaitair of reëel, met toepassing van de mestuitscheidingsbalans als forfaitair of reëel, met toepassing van de mestuitscheidingsbalans als
bedoeld in artikel 20bis, vastgesteld in artikel 5. bedoeld in artikel 20bis, vastgesteld in artikel 5.
Voormelde heffingsvoeten worden als volgt vastgesteld : Voormelde heffingsvoeten worden als volgt vastgesteld :
- Xdmp = 0,0111 EUR/kg P205; - Xdmp = 0,0111 EUR/kg P205;
- Xdmn = 0,0111 EUR/kg N. - Xdmn = 0,0111 EUR/kg N.
[...] [...]
§ 5. Er is een basisheffing, waarvan de opbrengst integraal wordt § 5. Er is een basisheffing, waarvan de opbrengst integraal wordt
toegekend aan de Mestbank, lastens elke invoerder van mestoverschotten toegekend aan de Mestbank, lastens elke invoerder van mestoverschotten
door invoer. Het bedrag van deze basisheffing is vastgesteld op 2,4789 door invoer. Het bedrag van deze basisheffing is vastgesteld op 2,4789
euro per ton van het in het voorbije kalenderjaar in het Vlaamse euro per ton van het in het voorbije kalenderjaar in het Vlaamse
Gewest ingebrachte mestoverschot door invoer. Gewest ingebrachte mestoverschot door invoer.
In het geval het mestoverschot door invoer betrekking heeft op In het geval het mestoverschot door invoer betrekking heeft op
paardenmest bestemd als grondstof voor de aanmaak van paardenmest bestemd als grondstof voor de aanmaak van
champignonsubstraat wordt de in het eerste lid bedoelde basisheffing champignonsubstraat wordt de in het eerste lid bedoelde basisheffing
verminderd met een percentage gelijk aan het quotiënt van : verminderd met een percentage gelijk aan het quotiënt van :
A x 100/B A x 100/B
waarbij : waarbij :
A = de door diezelfde invoerder in datzelfde kalenderjaar uit het A = de door diezelfde invoerder in datzelfde kalenderjaar uit het
Vlaamse Gewest via het champignonsubstraat geëxporteerde nutriënten Vlaamse Gewest via het champignonsubstraat geëxporteerde nutriënten
afkomstig van paardenmest uitgedrukt in kg P2O5; afkomstig van paardenmest uitgedrukt in kg P2O5;
B = de door diezelfde invoerder in datzelfde kalenderjaar in het B = de door diezelfde invoerder in datzelfde kalenderjaar in het
Vlaamse Gewest via het paardenmest geïmporteerde nutriënten, Vlaamse Gewest via het paardenmest geïmporteerde nutriënten,
uitgedrukt in kg P2O5; uitgedrukt in kg P2O5;
Voormelde vermindering kan evenwel slechts in aanmerking worden Voormelde vermindering kan evenwel slechts in aanmerking worden
genomen op voorwaarde dat de betrokken heffingsplichtige bij zijn in § genomen op voorwaarde dat de betrokken heffingsplichtige bij zijn in §
7 van het artikel 3 bedoelde aangifte een nutriëntenbalans voegt 7 van het artikel 3 bedoelde aangifte een nutriëntenbalans voegt
waarin de hoeveelheden geïmporteerde nutriënten B en de hoeveelheden waarin de hoeveelheden geïmporteerde nutriënten B en de hoeveelheden
geëxporteerde nutriënten A duidelijk zijn gestaafd ». geëxporteerde nutriënten A duidelijk zijn gestaafd ».
B.2. Uit de verwijzingsbeslissingen en de motivering ervan blijkt dat B.2. Uit de verwijzingsbeslissingen en de motivering ervan blijkt dat
het Hof wordt gevraagd of artikel 21, § 5, van het Meststoffendecreet het Hof wordt gevraagd of artikel 21, § 5, van het Meststoffendecreet
in overeenstemming is met de beginselen van de economische en in overeenstemming is met de beginselen van de economische en
monetaire unie en derhalve met artikel 6, § 1, VI, derde lid, van de monetaire unie en derhalve met artikel 6, § 1, VI, derde lid, van de
bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen,
doordat de erbij ingevoerde heffing ten laste van de personen die doordat de erbij ingevoerde heffing ten laste van de personen die
dierlijke meststoffen afkomstig uit het Waalse Gewest invoeren in het dierlijke meststoffen afkomstig uit het Waalse Gewest invoeren in het
Vlaamse Gewest, hoger is dan de bij artikel 21, § 1, van dat decreet Vlaamse Gewest, hoger is dan de bij artikel 21, § 1, van dat decreet
ingevoerde heffing ten laste van de personen die dierlijke meststoffen ingevoerde heffing ten laste van de personen die dierlijke meststoffen
produceren in het Vlaamse Gewest. produceren in het Vlaamse Gewest.
B.3.1. Ofschoon de afdeling wetgeving van de Raad van State twijfels B.3.1. Ofschoon de afdeling wetgeving van de Raad van State twijfels
had geuit over de verenigbaarheid met de beginselen van de economische had geuit over de verenigbaarheid met de beginselen van de economische
en monetaire unie van de ten laste van « elke invoerder van dierlijke en monetaire unie van de ten laste van « elke invoerder van dierlijke
mest van buiten het Vlaamse Gewest » opgelegde heffing, zoals voorzien mest van buiten het Vlaamse Gewest » opgelegde heffing, zoals voorzien
in het voorontwerp van decreet dat heeft geleid tot het in het voorontwerp van decreet dat heeft geleid tot het
Meststoffendecreet (advies nr. 20.033/B van 6 juli 1990, Parl. St., Meststoffendecreet (advies nr. 20.033/B van 6 juli 1990, Parl. St.,
Vlaams Parlement, 1990-1991, nr. 423/1, pp. 132-137), werd zulk een « Vlaams Parlement, 1990-1991, nr. 423/1, pp. 132-137), werd zulk een «
invoerheffing » niettemin in dat decreet opgenomen ten gevolge van het invoerheffing » niettemin in dat decreet opgenomen ten gevolge van het
aannemen van een amendement, dat was toegelicht als volgt : aannemen van een amendement, dat was toegelicht als volgt :
« Het is aangewezen de invoerders van dierlijke mest die niet op eigen « Het is aangewezen de invoerders van dierlijke mest die niet op eigen
cultuurgronden worden opgebracht evenzeer als de Vlaamse producenten cultuurgronden worden opgebracht evenzeer als de Vlaamse producenten
met mestoverschotten aan een heffing te onderwerpen » (Parl. St., met mestoverschotten aan een heffing te onderwerpen » (Parl. St.,
Vlaams Parlement, 1990-1991, nr. 423/3, p. 18). Vlaams Parlement, 1990-1991, nr. 423/3, p. 18).
B.3.2. Uit de bespreking van de bevoegde commissie blijkt dat de B.3.2. Uit de bespreking van de bevoegde commissie blijkt dat de
decreetgever met die heffing tot doel had de meststoffen die in het decreetgever met die heffing tot doel had de meststoffen die in het
Vlaamse Gewest worden ingevoerd, aan een gelijksoortige behandeling te Vlaamse Gewest worden ingevoerd, aan een gelijksoortige behandeling te
onderwerpen als de in dat Gewest geproduceerde meststoffen : onderwerpen als de in dat Gewest geproduceerde meststoffen :
« Verder bepleit [een lid van de commissie] een evenwichtige verdeling « Verder bepleit [een lid van de commissie] een evenwichtige verdeling
van de lasten, omwille van de concurrentie met en vanuit het van de lasten, omwille van de concurrentie met en vanuit het
buitenland [...]. Op de importmest moet minstens dezelfde heffing buitenland [...]. Op de importmest moet minstens dezelfde heffing
rusten als op de inheemse mest. rusten als op de inheemse mest.
[...] [...]
Ook de invoer van mest van buiten het Vlaamse Gewest zorgt voor een Ook de invoer van mest van buiten het Vlaamse Gewest zorgt voor een
mestoverschot. Daarom moet in het decreet ook het ' mestoverschot door mestoverschot. Daarom moet in het decreet ook het ' mestoverschot door
invoer ' worden opgenomen » (Parl. St., Vlaams Parlement, 1990-1991, invoer ' worden opgenomen » (Parl. St., Vlaams Parlement, 1990-1991,
nr. 423/4, pp. 15-23). nr. 423/4, pp. 15-23).
B.3.3. Met betrekking tot het verschil in berekeningswijze van de B.3.3. Met betrekking tot het verschil in berekeningswijze van de
heffingen geheven op, enerzijds, de in het Vlaamse Gewest heffingen geheven op, enerzijds, de in het Vlaamse Gewest
geproduceerde meststoffen, en anderzijds, de in het Vlaamse Gewest geproduceerde meststoffen, en anderzijds, de in het Vlaamse Gewest
ingevoerde meststoffen, vermeldt de parlementaire voorbereiding : ingevoerde meststoffen, vermeldt de parlementaire voorbereiding :
« Tenslotte wordt een amendement ingediend [...], dat gedeeltelijk aan « Tenslotte wordt een amendement ingediend [...], dat gedeeltelijk aan
de bekommernis van de vorige indiener tegemoet komt, doordat het een de bekommernis van de vorige indiener tegemoet komt, doordat het een
nieuwe paragraaf [...] aan het artikel toevoegt waarin een nieuwe paragraaf [...] aan het artikel toevoegt waarin een
basisheffing wordt voorzien lastens de invoerders van mestoverschot basisheffing wordt voorzien lastens de invoerders van mestoverschot
door invoer. door invoer.
Een lid merkt op dat dit amendement geen rekening houdt met de Een lid merkt op dat dit amendement geen rekening houdt met de
mogelijkheid dat mest kan ingedikt worden. Beter ware het de heffing mogelijkheid dat mest kan ingedikt worden. Beter ware het de heffing
te bepalen op basis van de nutriënteninhoud, zoals dat gebeurt voor de te bepalen op basis van de nutriënteninhoud, zoals dat gebeurt voor de
heffing op mest geproduceerd in het Vlaamse Gewest. heffing op mest geproduceerd in het Vlaamse Gewest.
Hierop wordt geantwoord dat dit amendement een pragmatisch voorstel Hierop wordt geantwoord dat dit amendement een pragmatisch voorstel
is, dat normaal zou moeten voldoen aan de Europese reglementeringen. is, dat normaal zou moeten voldoen aan de Europese reglementeringen.
Het is op dit ogenblik waarschijnlijk het meest haalbare. Het is op dit ogenblik waarschijnlijk het meest haalbare.
Ter stemming gelegd wordt het amendement eenparig aangenomen » (Parl. Ter stemming gelegd wordt het amendement eenparig aangenomen » (Parl.
St., Vlaams Parlement, 1990-1991, nr. 423/4, p. 32). St., Vlaams Parlement, 1990-1991, nr. 423/4, p. 32).
B.3.4. Bij artikel 43 van het decreet van 25 juni 1992 « houdende B.3.4. Bij artikel 43 van het decreet van 25 juni 1992 « houdende
diverse bepalingen tot begeleiding van de begroting 1992 » werd de diverse bepalingen tot begeleiding van de begroting 1992 » werd de
heffing ten laste van de invoerder van meststoffen opgetrokken van 20 heffing ten laste van de invoerder van meststoffen opgetrokken van 20
frank (0,4957 euro) tot 100 frank (2,4789 euro) per ton. frank (0,4957 euro) tot 100 frank (2,4789 euro) per ton.
Ofschoon de afdeling wetgeving van de Raad van State daarbij had Ofschoon de afdeling wetgeving van de Raad van State daarbij had
herinnerd aan haar - uit de Europese en Belgische economische en herinnerd aan haar - uit de Europese en Belgische economische en
monetaire unie afgeleide - bezwaren geuit naar aanleiding van het monetaire unie afgeleide - bezwaren geuit naar aanleiding van het
invoeren van de desbetreffende heffing (advies nr. 21.545/1/8 van 23 invoeren van de desbetreffende heffing (advies nr. 21.545/1/8 van 23
april 1992, Parl. St., Vlaams Parlement, B.Z. 1992, nr. 186/1, pp. april 1992, Parl. St., Vlaams Parlement, B.Z. 1992, nr. 186/1, pp.
161-162), wenste de Vlaamse Executieve - daarin uiteindelijk gevolgd 161-162), wenste de Vlaamse Executieve - daarin uiteindelijk gevolgd
door de decreetgever - die heffing niet alleen te handhaven, maar ook door de decreetgever - die heffing niet alleen te handhaven, maar ook
substantieel te verhogen : substantieel te verhogen :
« De Raad van State maakt voorbehoud voor wat betreft de « De Raad van State maakt voorbehoud voor wat betreft de
bestaanbaarheid van de invoerheffing met het E.E.G.-Verdrag en met de bestaanbaarheid van de invoerheffing met het E.E.G.-Verdrag en met de
beginselen van het vrij verkeer van goederen, en de Belgische beginselen van het vrij verkeer van goederen, en de Belgische
economische unie. De Executieve wenst haar voorstel toch te handhaven, economische unie. De Executieve wenst haar voorstel toch te handhaven,
omwille van de omvang en vooral omwille van de aanleiding (in omwille van de omvang en vooral omwille van de aanleiding (in
Nederland geldt vermindering van de heffing bij uitvoer !) van de Nederland geldt vermindering van de heffing bij uitvoer !) van de
problematiek van het ingevoerde mest, zoals wij hierna aantonen. problematiek van het ingevoerde mest, zoals wij hierna aantonen.
Uit het jaarverslag van OVAM blijkt dat er voor het jaar 1990, 40.735 Uit het jaarverslag van OVAM blijkt dat er voor het jaar 1990, 40.735
ton dierlijke mest in het Vlaamse Gewest werd ingevoerd. Als we de ton dierlijke mest in het Vlaamse Gewest werd ingevoerd. Als we de
vergelijking maken met 1989, stellen we een lichte vermeerdering vast. vergelijking maken met 1989, stellen we een lichte vermeerdering vast.
Deze invoer is hoofdzakelijk afkomstig vanuit Nederland en gebeurt Deze invoer is hoofdzakelijk afkomstig vanuit Nederland en gebeurt
enerzijds door gewestgrensoverschrijdende bedrijven die hun enerzijds door gewestgrensoverschrijdende bedrijven die hun
cultuurgronden gelegen in het Vlaamse Gewest bemesten maar anderzijds cultuurgronden gelegen in het Vlaamse Gewest bemesten maar anderzijds
ook en dit in toenemende mate door Nederlandse producenten die hun ook en dit in toenemende mate door Nederlandse producenten die hun
overschot in het Vlaamse Gewest komen afzetten. overschot in het Vlaamse Gewest komen afzetten.
Als reden voor deze toevoer vanuit Nederland is er enerzijds de Als reden voor deze toevoer vanuit Nederland is er enerzijds de
regeling die een vermindering van de basisheffing voorziet bij uitvoer regeling die een vermindering van de basisheffing voorziet bij uitvoer
van dierlijke mest. Anderzijds bevordert het in Nederland gehanteerde van dierlijke mest. Anderzijds bevordert het in Nederland gehanteerde
premiestelsel de produktie en verhandeling van kwaliteitsmest waardoor premiestelsel de produktie en verhandeling van kwaliteitsmest waardoor
de ingevoerde mest aantrekkelijk wordt voor de Vlaamse gebruiker de ingevoerde mest aantrekkelijk wordt voor de Vlaamse gebruiker
aangezien deze mest meestal van goede kwaliteit is. Om deze redenen is aangezien deze mest meestal van goede kwaliteit is. Om deze redenen is
het wenselijk dat het bedrag van de basisheffing op het mestoverschot het wenselijk dat het bedrag van de basisheffing op het mestoverschot
door invoer wordt herzien zodanig dat ze een compensatie is voor de door invoer wordt herzien zodanig dat ze een compensatie is voor de
voordelen verkregen bij de uitvoer uit Nederland » (Parl. St., Vlaams voordelen verkregen bij de uitvoer uit Nederland » (Parl. St., Vlaams
Parlement, B.Z. 1992, nr. 186/1, p. 17). Parlement, B.Z. 1992, nr. 186/1, p. 17).
B.3.5. Hoewel de verhoging van de heffing ten laste van de invoerders B.3.5. Hoewel de verhoging van de heffing ten laste van de invoerders
van meststoffen door de decreetgever noodzakelijk werd geacht als « van meststoffen door de decreetgever noodzakelijk werd geacht als «
compensatie [...] voor de voordelen verkregen bij de uitvoer uit compensatie [...] voor de voordelen verkregen bij de uitvoer uit
Nederland », werd die verhoging niet beperkt tot de meststoffen die Nederland », werd die verhoging niet beperkt tot de meststoffen die
vanuit Nederland in het Vlaamse Gewest worden ingevoerd, zodat ze alle vanuit Nederland in het Vlaamse Gewest worden ingevoerd, zodat ze alle
ingevoerde meststoffen treft, ook die ingevoerd vanuit het Waalse ingevoerde meststoffen treft, ook die ingevoerd vanuit het Waalse
Gewest. Gewest.
B.4. Volgens de verwijzende rechter worden meststoffen die in het B.4. Volgens de verwijzende rechter worden meststoffen die in het
Vlaamse Gewest worden ingevoerd, ten gevolge van de bij het voormelde Vlaamse Gewest worden ingevoerd, ten gevolge van de bij het voormelde
decreet van 25 juni 1992 doorgevoerde wijziging, duidelijk zwaarder decreet van 25 juni 1992 doorgevoerde wijziging, duidelijk zwaarder
belast dan meststoffen die in dat Gewest worden geproduceerd. belast dan meststoffen die in dat Gewest worden geproduceerd.
In haar memorie voert de Vlaamse Regering aan dat de verwijzende In haar memorie voert de Vlaamse Regering aan dat de verwijzende
rechter, in het concrete geval dat door hem werd aangewend ter rechter, in het concrete geval dat door hem werd aangewend ter
illustratie van het verschil tussen de heffing ten laste van de illustratie van het verschil tussen de heffing ten laste van de
invoerder en die ten laste van de producent - meer bepaald het geval invoerder en die ten laste van de producent - meer bepaald het geval
van de situatie van de eisende partij voor die rechter -, zich heeft van de situatie van de eisende partij voor die rechter -, zich heeft
vergist bij de berekening van die heffingen, maar zij weerlegt op geen vergist bij de berekening van die heffingen, maar zij weerlegt op geen
enkele wijze dat de ingevoerde meststoffen zwaarder worden belast dan enkele wijze dat de ingevoerde meststoffen zwaarder worden belast dan
de in het Vlaamse Gewest geproduceerde meststoffen. Uit de de in het Vlaamse Gewest geproduceerde meststoffen. Uit de
berekeningen die de Vlaamse Regering in haar memorie maakt, volgt berekeningen die de Vlaamse Regering in haar memorie maakt, volgt
immers dat, indien de door de eisende partij voor de verwijzende immers dat, indien de door de eisende partij voor de verwijzende
rechter ingevoerde meststoffen niet zouden zijn ingevoerd, maar rechter ingevoerde meststoffen niet zouden zijn ingevoerd, maar
geproduceerd in het Vlaamse Gewest, de heffing ongeveer zes maal lager geproduceerd in het Vlaamse Gewest, de heffing ongeveer zes maal lager
zou liggen. zou liggen.
B.5.1. De in het geding zijnde heffing doet zich niet voor als de B.5.1. De in het geding zijnde heffing doet zich niet voor als de
vergoeding van een dienst die de overheid verleent ten voordele van de vergoeding van een dienst die de overheid verleent ten voordele van de
heffingsplichtige individueel beschouwd. Zij is dus geen retributie, heffingsplichtige individueel beschouwd. Zij is dus geen retributie,
maar een belasting. maar een belasting.
B.5.2. De uitoefening door een gewest van zijn eigen fiscale B.5.2. De uitoefening door een gewest van zijn eigen fiscale
bevoegdheid mag geen afbreuk doen aan de algehele staatsopvatting, bevoegdheid mag geen afbreuk doen aan de algehele staatsopvatting,
zoals die tot uiting komt in de opeenvolgende staatshervormingen en in zoals die tot uiting komt in de opeenvolgende staatshervormingen en in
de respectieve bijzondere en gewone wetten tot bepaling van de de respectieve bijzondere en gewone wetten tot bepaling van de
onderscheiden bevoegdheden van de federale overheid, de gemeenschappen onderscheiden bevoegdheden van de federale overheid, de gemeenschappen
en de gewesten. en de gewesten.
Uit het geheel van die bepalingen, inzonderheid uit artikel 6, § 1, Uit het geheel van die bepalingen, inzonderheid uit artikel 6, § 1,
VI, derde lid, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 - ingevoegd VI, derde lid, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 - ingevoegd
bij artikel 4, § 8, van de bijzondere wet van 8 augustus 1988 -, en bij artikel 4, § 8, van de bijzondere wet van 8 augustus 1988 -, en
uit artikel 49, § 6, derde lid, van de bijzondere wet van 16 januari uit artikel 49, § 6, derde lid, van de bijzondere wet van 16 januari
1989 betreffende de financiering van de gemeenschappen en de gewesten 1989 betreffende de financiering van de gemeenschappen en de gewesten
blijkt dat het Belgische staatsbestel berust op een economische en blijkt dat het Belgische staatsbestel berust op een economische en
monetaire unie, die wordt gekenmerkt door een geïntegreerde markt en monetaire unie, die wordt gekenmerkt door een geïntegreerde markt en
door de eenheid van de munt. door de eenheid van de munt.
Hoewel artikel 6, § 1, VI, derde lid, van de bijzondere wet van 8 Hoewel artikel 6, § 1, VI, derde lid, van de bijzondere wet van 8
augustus 1980 past in het kader van de toewijzing van bevoegdheden aan augustus 1980 past in het kader van de toewijzing van bevoegdheden aan
de gewesten wat de economie betreft, geldt die bepaling als de uiting de gewesten wat de economie betreft, geldt die bepaling als de uiting
van de wil van de bijzondere wetgever om een eenvormige basisregeling van de wil van de bijzondere wetgever om een eenvormige basisregeling
van de organisatie van de economie in een geïntegreerde markt te van de organisatie van de economie in een geïntegreerde markt te
handhaven. handhaven.
Het bestaan van een economische unie impliceert in de eerste plaats Het bestaan van een economische unie impliceert in de eerste plaats
het vrije verkeer van goederen en productiefactoren tussen de het vrije verkeer van goederen en productiefactoren tussen de
deelgebieden van de Staat. Wat het goederenverkeer betreft, zijn de deelgebieden van de Staat. Wat het goederenverkeer betreft, zijn de
maatregelen die autonoom door de deelgebieden van de unie - in casu de maatregelen die autonoom door de deelgebieden van de unie - in casu de
gewesten - worden vastgesteld en het vrije verkeer belemmeren, niet gewesten - worden vastgesteld en het vrije verkeer belemmeren, niet
bestaanbaar met een economische unie. Dit geldt noodzakelijkerwijs bestaanbaar met een economische unie. Dit geldt noodzakelijkerwijs
voor alle interne douanerechten en alle heffingen met gelijke werking. voor alle interne douanerechten en alle heffingen met gelijke werking.
B.6. Zonder dat het te dezen nodig is te onderzoeken of de in het B.6. Zonder dat het te dezen nodig is te onderzoeken of de in het
geding zijnde heffing op zich - meer bepaald los van een vergelijking geding zijnde heffing op zich - meer bepaald los van een vergelijking
met de heffing op de in het Vlaamse Gewest geproduceerde meststoffen - met de heffing op de in het Vlaamse Gewest geproduceerde meststoffen -
al dan niet dient te worden gekwalificeerd als een intern douanerecht al dan niet dient te worden gekwalificeerd als een intern douanerecht
of een heffing met gelijke werking, volstaat het vast te stellen dat of een heffing met gelijke werking, volstaat het vast te stellen dat
die heffing, doordat zij is gekoppeld aan het overschrijden van de die heffing, doordat zij is gekoppeld aan het overschrijden van de
territoriale grens die krachtens de Grondwet tussen de gewesten is territoriale grens die krachtens de Grondwet tussen de gewesten is
vastgesteld, een werking heeft die gelijk is met die van een vastgesteld, een werking heeft die gelijk is met die van een
douanerecht doordat zij de meststoffen die worden ingevoerd in het douanerecht doordat zij de meststoffen die worden ingevoerd in het
Vlaamse Gewest, zwaarder treft dan de meststoffen die in dat Gewest Vlaamse Gewest, zwaarder treft dan de meststoffen die in dat Gewest
worden geproduceerd. worden geproduceerd.
B.7. De prejudiciële vragen dienen bevestigend te worden beantwoord. B.7. De prejudiciële vragen dienen bevestigend te worden beantwoord.
Om die redenen, Om die redenen,
het Hof het Hof
zegt voor recht : zegt voor recht :
Artikel 21, § 5, van het decreet van het Vlaamse Gewest van 23 januari Artikel 21, § 5, van het decreet van het Vlaamse Gewest van 23 januari
1991 inzake de bescherming van het leefmilieu tegen de verontreiniging 1991 inzake de bescherming van het leefmilieu tegen de verontreiniging
door meststoffen, zoals van toepassing voor de productiejaren 2003, door meststoffen, zoals van toepassing voor de productiejaren 2003,
2004, 2005 en 2006 en de daarmee overeenstemmende aanslagjaren 2004, 2004, 2005 en 2006 en de daarmee overeenstemmende aanslagjaren 2004,
2005, 2006 en 2007, schendt artikel 6, § 1, VI, derde lid, van de 2005, 2006 en 2007, schendt artikel 6, § 1, VI, derde lid, van de
bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen. bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen.
Aldus uitgesproken in het Nederlands en het Frans, overeenkomstig Aldus uitgesproken in het Nederlands en het Frans, overeenkomstig
artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het
Grondwettelijk Hof, op de openbare terechtzitting van 28 oktober 2010. Grondwettelijk Hof, op de openbare terechtzitting van 28 oktober 2010.
De griffier, De griffier,
P.-Y. Dutilleux. P.-Y. Dutilleux.
De voorzitter, De voorzitter,
M. Bossuyt. M. Bossuyt.
^