← Terug naar "Uittreksel uit arrest nr. 112/2010 van 14 oktober 2010 Rolnummer 4965 In zake :
de prejudiciële vraag over artikel 488bis, h), § 2, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek, zoals
vervangen bij artikel 8 van de wet van 3 mei 2003 tot wi Het Grondwettelijk
Hof, samengesteld uit de voorzitters M. Melchior en M. Bossuyt, en de rechter(...)"
Uittreksel uit arrest nr. 112/2010 van 14 oktober 2010 Rolnummer 4965 In zake : de prejudiciële vraag over artikel 488bis, h), § 2, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek, zoals vervangen bij artikel 8 van de wet van 3 mei 2003 tot wi Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters M. Melchior en M. Bossuyt, en de rechter(...) | Uittreksel uit arrest nr. 112/2010 van 14 oktober 2010 Rolnummer 4965 In zake : de prejudiciële vraag over artikel 488bis, h), § 2, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek, zoals vervangen bij artikel 8 van de wet van 3 mei 2003 tot wi Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters M. Melchior en M. Bossuyt, en de rechter(...) |
---|---|
GRONDWETTELIJK HOF | GRONDWETTELIJK HOF |
Uittreksel uit arrest nr. 112/2010 van 14 oktober 2010 | Uittreksel uit arrest nr. 112/2010 van 14 oktober 2010 |
Rolnummer 4965 | Rolnummer 4965 |
In zake : de prejudiciële vraag over artikel 488bis, h), § 2, eerste | In zake : de prejudiciële vraag over artikel 488bis, h), § 2, eerste |
lid, van het Burgerlijk Wetboek, zoals vervangen bij artikel 8 van de | lid, van het Burgerlijk Wetboek, zoals vervangen bij artikel 8 van de |
wet van 3 mei 2003 tot wijziging van de wetgeving betreffende de | wet van 3 mei 2003 tot wijziging van de wetgeving betreffende de |
bescherming van de goederen van personen die wegens hun lichaams- of | bescherming van de goederen van personen die wegens hun lichaams- of |
geestestoestand geheel of gedeeltelijk onbekwaam zijn die te beheren, | geestestoestand geheel of gedeeltelijk onbekwaam zijn die te beheren, |
gesteld door de Rechtbank van eerste aanleg te Brussel. | gesteld door de Rechtbank van eerste aanleg te Brussel. |
Het Grondwettelijk Hof, | Het Grondwettelijk Hof, |
samengesteld uit de voorzitters M. Melchior en M. Bossuyt, en de | samengesteld uit de voorzitters M. Melchior en M. Bossuyt, en de |
rechters R. Henneuse, L. Lavrysen, J.-P. Moerman, E. Derycke en P. | rechters R. Henneuse, L. Lavrysen, J.-P. Moerman, E. Derycke en P. |
Nihoul, bijgestaan door de griffier P.-Y. Dutilleux, onder | Nihoul, bijgestaan door de griffier P.-Y. Dutilleux, onder |
voorzitterschap van voorzitter M. Melchior, | voorzitterschap van voorzitter M. Melchior, |
wijst na beraad het volgende arrest : | wijst na beraad het volgende arrest : |
I. Onderwerp van de prejudiciële vraag en rechtspleging | I. Onderwerp van de prejudiciële vraag en rechtspleging |
Bij vonnis van 18 september 2009 in zake A.B. tegen C.V.G. en M.V.B., | Bij vonnis van 18 september 2009 in zake A.B. tegen C.V.G. en M.V.B., |
waarvan de expeditie ter griffie van het Hof is ingekomen op 17 juni | waarvan de expeditie ter griffie van het Hof is ingekomen op 17 juni |
2010, heeft de Rechtbank van eerste aanleg te Brussel de volgende | 2010, heeft de Rechtbank van eerste aanleg te Brussel de volgende |
prejudiciële vraag gesteld : | prejudiciële vraag gesteld : |
« Schendt artikel 488bis, H, § 2, eerste lid, van het Burgerlijk | « Schendt artikel 488bis, H, § 2, eerste lid, van het Burgerlijk |
Wetboek artikel 11 van de Grondwet, in zoverre het iedere onder het | Wetboek artikel 11 van de Grondwet, in zoverre het iedere onder het |
stelsel van het voorlopig bewind geplaatste persoon ertoe verplicht te | stelsel van het voorlopig bewind geplaatste persoon ertoe verplicht te |
verzoeken om de machtiging van de vrederechter teneinde geldig een | verzoeken om de machtiging van de vrederechter teneinde geldig een |
uiterste wilsbeschikking te kunnen maken ? ». | uiterste wilsbeschikking te kunnen maken ? ». |
Op 8 juli 2010 hebben de rechters-verslaggevers R. Henneuse en E. | Op 8 juli 2010 hebben de rechters-verslaggevers R. Henneuse en E. |
Derycke, met toepassing van artikel 72, eerste lid, van de bijzondere | Derycke, met toepassing van artikel 72, eerste lid, van de bijzondere |
wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof, het Hof ervan in | wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof, het Hof ervan in |
kennis gesteld dat zij ertoe zouden kunnen worden gebracht voor te | kennis gesteld dat zij ertoe zouden kunnen worden gebracht voor te |
stellen een arrest van onmiddellijk antwoord te wijzen. | stellen een arrest van onmiddellijk antwoord te wijzen. |
(...) | (...) |
III. In rechte | III. In rechte |
(...) | (...) |
B.1. Artikel 488bis, h ), § 2, van het Burgerlijk Wetboek, zoals het | B.1. Artikel 488bis, h ), § 2, van het Burgerlijk Wetboek, zoals het |
werd ingevoegd bij artikel 8 van de wet van 3 mei 2003 « tot wijziging | werd ingevoegd bij artikel 8 van de wet van 3 mei 2003 « tot wijziging |
van de wetgeving betreffende de bescherming van de goederen van | van de wetgeving betreffende de bescherming van de goederen van |
personen die wegens hun lichaams- of geestestoestand geheel of | personen die wegens hun lichaams- of geestestoestand geheel of |
gedeeltelijk onbekwaam zijn die te beheren », bepaalt : | gedeeltelijk onbekwaam zijn die te beheren », bepaalt : |
« De beschermde persoon kan slechts geldig schenken onder levenden of | « De beschermde persoon kan slechts geldig schenken onder levenden of |
een uiterste wilsbeschikking maken na machtiging, op zijn verzoek, | een uiterste wilsbeschikking maken na machtiging, op zijn verzoek, |
door de vrederechter. De vrederechter oordeelt over de | door de vrederechter. De vrederechter oordeelt over de |
wilsgeschiktheid van de beschermde persoon. | wilsgeschiktheid van de beschermde persoon. |
De vrederechter mag de machtiging om te schenken weigeren indien de | De vrederechter mag de machtiging om te schenken weigeren indien de |
beschermde persoon of zijn onderhoudsgerechtigden door de schenking | beschermde persoon of zijn onderhoudsgerechtigden door de schenking |
behoeftig dreigen te worden. | behoeftig dreigen te worden. |
De bepalingen van de artikelen 1026 tot 1034 van het Gerechtelijk | De bepalingen van de artikelen 1026 tot 1034 van het Gerechtelijk |
Wetboek zijn van toepassing. In afwijking van artikel 1026, 5°, van | Wetboek zijn van toepassing. In afwijking van artikel 1026, 5°, van |
hetzelfde Wetboek, volstaat de handtekening van de verzoeker. | hetzelfde Wetboek, volstaat de handtekening van de verzoeker. |
De vrederechter kan een geneesheer-deskundige aanstellen die advies | De vrederechter kan een geneesheer-deskundige aanstellen die advies |
moet uitbrengen over de gezondheidstoestand van de te beschermen [lees | moet uitbrengen over de gezondheidstoestand van de te beschermen [lees |
: beschermde] persoon. | : beschermde] persoon. |
De vrederechter wint alle dienstige inlichtingen in en kan eenieder | De vrederechter wint alle dienstige inlichtingen in en kan eenieder |
die hij geschikt acht om hem in te lichten, oproepen bij gerechtsbrief | die hij geschikt acht om hem in te lichten, oproepen bij gerechtsbrief |
om door hem in raadkamer te worden gehoord. Hij roept in ieder geval | om door hem in raadkamer te worden gehoord. Hij roept in ieder geval |
de voorlopige bewindvoerder op in geval van schenking. | de voorlopige bewindvoerder op in geval van schenking. |
De procedure van artikel 488bis, b ), § 6, is van overeenkomstige | De procedure van artikel 488bis, b ), § 6, is van overeenkomstige |
toepassing ». | toepassing ». |
B.2. Uit de feiten van de aan de verwijzende rechter voorgelegde zaak, | B.2. Uit de feiten van de aan de verwijzende rechter voorgelegde zaak, |
de motivering van zijn beslissing en de bewoordingen van de | de motivering van zijn beslissing en de bewoordingen van de |
prejudiciële vraag, blijkt dat het Hof wordt verzocht zich uit te | prejudiciële vraag, blijkt dat het Hof wordt verzocht zich uit te |
spreken over de bestaanbaarheid met artikel 11 van de Grondwet, van | spreken over de bestaanbaarheid met artikel 11 van de Grondwet, van |
artikel 488bis, h ), § 2, eerste lid, eerste zin, van het Burgerlijk | artikel 488bis, h ), § 2, eerste lid, eerste zin, van het Burgerlijk |
Wetboek, in zoverre het van toepassing is op het testament. | Wetboek, in zoverre het van toepassing is op het testament. |
B.3.1. Artikel 1 van het Eerste Aanvullend Protocol bij het Europees | B.3.1. Artikel 1 van het Eerste Aanvullend Protocol bij het Europees |
Verdrag voor de rechten van de mens bepaalt : | Verdrag voor de rechten van de mens bepaalt : |
« Alle natuurlijke of rechtspersonen hebben recht op het ongestoord | « Alle natuurlijke of rechtspersonen hebben recht op het ongestoord |
genot van hun eigendom. Niemand zal van zijn eigendom worden beroofd | genot van hun eigendom. Niemand zal van zijn eigendom worden beroofd |
behalve in het algemeen belang en met inachtneming van de voorwaarden | behalve in het algemeen belang en met inachtneming van de voorwaarden |
neergelegd in de wet en in de algemene beginselen van het | neergelegd in de wet en in de algemene beginselen van het |
internationaal recht. | internationaal recht. |
De voorgaande bepalingen zullen echter op geen enkele wijze het recht | De voorgaande bepalingen zullen echter op geen enkele wijze het recht |
aantasten dat een Staat heeft om die wetten toe te passen welke hij | aantasten dat een Staat heeft om die wetten toe te passen welke hij |
noodzakelijk oordeelt om toezicht uit te oefenen op het gebruik van | noodzakelijk oordeelt om toezicht uit te oefenen op het gebruik van |
eigendom in overeenstemming met het algemeen belang of om de betaling | eigendom in overeenstemming met het algemeen belang of om de betaling |
van belastingen of andere heffingen en boeten te verzekeren ». | van belastingen of andere heffingen en boeten te verzekeren ». |
B.3.2. Het recht om over zijn eigendom te beschikken vormt een | B.3.2. Het recht om over zijn eigendom te beschikken vormt een |
fundamenteel element van het eigendomsrecht (EHRM, 13 juni 1979, | fundamenteel element van het eigendomsrecht (EHRM, 13 juni 1979, |
Marckx t. België, § 63). | Marckx t. België, § 63). |
B.4. Artikel 488bis, h ), § 2, eerste lid, eerste zin, van het | B.4. Artikel 488bis, h ), § 2, eerste lid, eerste zin, van het |
Burgerlijk Wetboek verbiedt een categorie van personen om bij | Burgerlijk Wetboek verbiedt een categorie van personen om bij |
testament over hun eigendom te beschikken zonder voorafgaande | testament over hun eigendom te beschikken zonder voorafgaande |
machtiging van een rechter. | machtiging van een rechter. |
Het vormt bijgevolg een reglementering van het gebruik van de eigendom | Het vormt bijgevolg een reglementering van het gebruik van de eigendom |
in de zin van het tweede lid van artikel 1 van het Eerste Aanvullend | in de zin van het tweede lid van artikel 1 van het Eerste Aanvullend |
Protocol bij het Europees Verdrag voor de rechten van de mens. | Protocol bij het Europees Verdrag voor de rechten van de mens. |
B.5. Er dient te worden onderzocht of de inbreuk op het eigendomsrecht | B.5. Er dient te worden onderzocht of de inbreuk op het eigendomsrecht |
in een redelijk verband van evenredigheid staat tot een doelstelling | in een redelijk verband van evenredigheid staat tot een doelstelling |
van algemeen belang. | van algemeen belang. |
De in het geding zijnde bepaling zou niet voldoen aan die voorwaarde | De in het geding zijnde bepaling zou niet voldoen aan die voorwaarde |
indien ze het billijke evenwicht verbreekt tussen de vereisten van het | indien ze het billijke evenwicht verbreekt tussen de vereisten van het |
algemeen belang en de imperatieven van de vrijwaring van de | algemeen belang en de imperatieven van de vrijwaring van de |
grondrechten van het individu door op de betrokken personen « een | grondrechten van het individu door op de betrokken personen « een |
bijzondere en buitensporige last » te doen wegen (EHRM, 27 november | bijzondere en buitensporige last » te doen wegen (EHRM, 27 november |
2007, Hamer t. België, § 77). | 2007, Hamer t. België, § 77). |
B.6.1. De in de in het geding zijnde bepaling beoogde beschermde | B.6.1. De in de in het geding zijnde bepaling beoogde beschermde |
persoon is een meerderjarige « die, wegens zijn gezondheidstoestand » | persoon is een meerderjarige « die, wegens zijn gezondheidstoestand » |
wordt beschouwd als « geheel of gedeeltelijk niet in staat zijn | wordt beschouwd als « geheel of gedeeltelijk niet in staat zijn |
goederen te beheren » (artikel 488bis, a), van het Burgerlijk Wetboek) | goederen te beheren » (artikel 488bis, a), van het Burgerlijk Wetboek) |
en die met het oog op de bescherming daarvan over een voorlopige | en die met het oog op de bescherming daarvan over een voorlopige |
bewindvoerder beschikt die tot taak heeft « de goederen van de | bewindvoerder beschikt die tot taak heeft « de goederen van de |
beschermde persoon als een goed huisvader te beheren of de beschermde | beschermde persoon als een goed huisvader te beheren of de beschermde |
persoon in dat beheer bij te staan » (artikel 488bis, f), § 1, eerste | persoon in dat beheer bij te staan » (artikel 488bis, f), § 1, eerste |
lid, van het Burgerlijk Wetboek). | lid, van het Burgerlijk Wetboek). |
Een testament is een akte waarbij een persoon om niet over zijn | Een testament is een akte waarbij een persoon om niet over zijn |
goederen beschikt (artikel 893 van het Burgerlijk Wetboek). Het gaat | goederen beschikt (artikel 893 van het Burgerlijk Wetboek). Het gaat |
om een « akte waarbij de erflater, voor de tijd dat hij niet meer in | om een « akte waarbij de erflater, voor de tijd dat hij niet meer in |
leven zal zijn, over het geheel of een deel van zijn goederen | leven zal zijn, over het geheel of een deel van zijn goederen |
beschikt, en die hij kan herroepen » (artikel 895 van het Burgerlijk | beschikt, en die hij kan herroepen » (artikel 895 van het Burgerlijk |
Wetboek). | Wetboek). |
De in het geding zijnde bepaling, die tot doel heeft een persoon die | De in het geding zijnde bepaling, die tot doel heeft een persoon die |
zich in een zwakke positie bevindt te beschermen, beoogt een | zich in een zwakke positie bevindt te beschermen, beoogt een |
doelstelling van algemeen belang. | doelstelling van algemeen belang. |
B.6.2. De in het geding zijnde bepaling verbiedt de erin beoogde | B.6.2. De in het geding zijnde bepaling verbiedt de erin beoogde |
personen niet over hun goederen te beschikken bij testament, maar zij | personen niet over hun goederen te beschikken bij testament, maar zij |
maakt de geldigheid van die akte afhankelijk van het verkrijgen van | maakt de geldigheid van die akte afhankelijk van het verkrijgen van |
een voorafgaande machtiging van de vrederechter. | een voorafgaande machtiging van de vrederechter. |
De aanvraag tot machtiging wordt neergelegd of toegezonden aan de | De aanvraag tot machtiging wordt neergelegd of toegezonden aan de |
griffie in de vorm van een eenzijdig verzoekschrift dat niet moet | griffie in de vorm van een eenzijdig verzoekschrift dat niet moet |
worden ondertekend door een advocaat (artikel 488bis, h ), § 2, derde | worden ondertekend door een advocaat (artikel 488bis, h ), § 2, derde |
lid, van het Burgerlijk Wetboek in combinatie met artikel 1027 van het | lid, van het Burgerlijk Wetboek in combinatie met artikel 1027 van het |
Gerechtelijk Wetboek). De machtigingsprocedure is niet openbaar | Gerechtelijk Wetboek). De machtigingsprocedure is niet openbaar |
(artikel 488bis, h ), § 2, derde lid, eerste zin, van het Burgerlijk | (artikel 488bis, h ), § 2, derde lid, eerste zin, van het Burgerlijk |
Wetboek in combinatie met de artikelen 1028 en 1029, eerste lid, van | Wetboek in combinatie met de artikelen 1028 en 1029, eerste lid, van |
het Gerechtelijk Wetboek; artikel 488bis, h ), § 2, vijfde lid, eerste | het Gerechtelijk Wetboek; artikel 488bis, h ), § 2, vijfde lid, eerste |
zin, van het Burgerlijk Wetboek) en de machtigingsbeschikking is in | zin, van het Burgerlijk Wetboek) en de machtigingsbeschikking is in |
principe uitvoerbaar bij voorraad (artikel 1029, tweede lid, van het | principe uitvoerbaar bij voorraad (artikel 1029, tweede lid, van het |
Gerechtelijk Wetboek). | Gerechtelijk Wetboek). |
De vrederechter kan de machtiging om te testeren enkel weigeren indien | De vrederechter kan de machtiging om te testeren enkel weigeren indien |
de beschermde persoon niet over de vereiste « wilsgeschiktheid » | de beschermde persoon niet over de vereiste « wilsgeschiktheid » |
beschikt, dit wil zeggen een « geschiktheid om een geldige rechtswil | beschikt, dit wil zeggen een « geschiktheid om een geldige rechtswil |
[...] te vormen, te beoordelen in het licht van de geestvermogens » | [...] te vormen, te beoordelen in het licht van de geestvermogens » |
(Parl. St., Senaat, 2002-2003, nr. 2-1087/6, p. 11). | (Parl. St., Senaat, 2002-2003, nr. 2-1087/6, p. 11). |
Hij doet uitspraak op grond van een recente « omstandige geneeskundige | Hij doet uitspraak op grond van een recente « omstandige geneeskundige |
verklaring », opgesteld door een onafhankelijke geneesheer, en die | verklaring », opgesteld door een onafhankelijke geneesheer, en die |
moet worden voorgelegd door de beschermde persoon die de machtiging | moet worden voorgelegd door de beschermde persoon die de machtiging |
vraagt om te testeren (artikel 488bis, h ), § 2, zesde lid, in | vraagt om te testeren (artikel 488bis, h ), § 2, zesde lid, in |
combinatie met artikel 488bis, b ), § 6, van het Burgerlijk Wetboek) | combinatie met artikel 488bis, b ), § 6, van het Burgerlijk Wetboek) |
en na alle dienstige inlichtingen te hebben ingewonnen (artikel | en na alle dienstige inlichtingen te hebben ingewonnen (artikel |
488bis, h ), § 2, vijfde lid, van het Burgerlijk Wetboek). Hij kan | 488bis, h ), § 2, vijfde lid, van het Burgerlijk Wetboek). Hij kan |
bovendien het advies vragen van een geneesheer-deskundige over de | bovendien het advies vragen van een geneesheer-deskundige over de |
gezondheidstoestand van de beschermde persoon en al diegenen horen | gezondheidstoestand van de beschermde persoon en al diegenen horen |
die, volgens hem, hem kunnen inlichten (artikel 488bis, h ), § 2, | die, volgens hem, hem kunnen inlichten (artikel 488bis, h ), § 2, |
vierde en vijfde lid, van het Burgerlijk Wetboek). | vierde en vijfde lid, van het Burgerlijk Wetboek). |
B.6.3. Voor het overige dient, ten aanzien van de vereiste van een | B.6.3. Voor het overige dient, ten aanzien van de vereiste van een |
voorafgaande machtiging van de vrederechter voor de beschikkingen bij | voorafgaande machtiging van de vrederechter voor de beschikkingen bij |
testament van de onder het stelsel van het voorlopig bewind geplaatste | testament van de onder het stelsel van het voorlopig bewind geplaatste |
personen, geen onderscheid te worden gemaakt naargelang de beschermde | personen, geen onderscheid te worden gemaakt naargelang de beschermde |
persoon gedeeltelijk of geheel niet in staat zou zijn zijn goederen te | persoon gedeeltelijk of geheel niet in staat zou zijn zijn goederen te |
beheren, daar de voorafgaande machtiging van de rechter precies tot | beheren, daar de voorafgaande machtiging van de rechter precies tot |
doel heeft na te gaan en vast te stellen of de beschermde persoon in | doel heeft na te gaan en vast te stellen of de beschermde persoon in |
staat is bij testament over zijn goederen te beschikken. | staat is bij testament over zijn goederen te beschikken. |
B.7. Bijgevolg staat de in het geding zijnde maatregel in een redelijk | B.7. Bijgevolg staat de in het geding zijnde maatregel in een redelijk |
verband van evenredigheid tot de nagestreefde doelstelling en voert | verband van evenredigheid tot de nagestreefde doelstelling en voert |
hij geen onverantwoord verschil in behandeling in. | hij geen onverantwoord verschil in behandeling in. |
De prejudiciële vraag dient ontkennend te worden beantwoord. | De prejudiciële vraag dient ontkennend te worden beantwoord. |
Om die redenen, | Om die redenen, |
het Hof | het Hof |
zegt voor recht : | zegt voor recht : |
In zoverre artikel 488bis, h ), § 2, eerste lid, eerste zin, van het | In zoverre artikel 488bis, h ), § 2, eerste lid, eerste zin, van het |
Burgerlijk Wetboek van toepassing is op het testament, schendt het | Burgerlijk Wetboek van toepassing is op het testament, schendt het |
artikel 11 van de Grondwet niet. | artikel 11 van de Grondwet niet. |
Aldus uitgesproken in het Frans en het Nederlands, overeenkomstig | Aldus uitgesproken in het Frans en het Nederlands, overeenkomstig |
artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het | artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het |
Grondwettelijk Hof, op de openbare terechtzitting van 14 oktober 2010. | Grondwettelijk Hof, op de openbare terechtzitting van 14 oktober 2010. |
De griffier, | De griffier, |
P.-Y. Dutilleux | P.-Y. Dutilleux |
De voorzitter, | De voorzitter, |
M. Melchior | M. Melchior |