Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Arrest van --
← Terug naar "Uittreksel uit arrest nr. 75/2010 van 23 juni 2010 Rolnummer 4791 In zake : de prejudiciële vragen betreffende de artikelen 1251 en 2033 van het Burgerlijk Wetboek, gesteld door de Rechtbank van Koophandel te Gent. Het Grondwettelijk Hof samengesteld uit de voorzitters M. Bossuyt en M. Melchior, en de rechters A. Alen, J.-P. Snappe, J.(...)"
Uittreksel uit arrest nr. 75/2010 van 23 juni 2010 Rolnummer 4791 In zake : de prejudiciële vragen betreffende de artikelen 1251 en 2033 van het Burgerlijk Wetboek, gesteld door de Rechtbank van Koophandel te Gent. Het Grondwettelijk Hof samengesteld uit de voorzitters M. Bossuyt en M. Melchior, en de rechters A. Alen, J.-P. Snappe, J.(...) Uittreksel uit arrest nr. 75/2010 van 23 juni 2010 Rolnummer 4791 In zake : de prejudiciële vragen betreffende de artikelen 1251 en 2033 van het Burgerlijk Wetboek, gesteld door de Rechtbank van Koophandel te Gent. Het Grondwettelijk Hof samengesteld uit de voorzitters M. Bossuyt en M. Melchior, en de rechters A. Alen, J.-P. Snappe, J.(...)
GRONDWETTELIJK HOF GRONDWETTELIJK HOF
Uittreksel uit arrest nr. 75/2010 van 23 juni 2010 Uittreksel uit arrest nr. 75/2010 van 23 juni 2010
Rolnummer 4791 Rolnummer 4791
In zake : de prejudiciële vragen betreffende de artikelen 1251 en 2033 In zake : de prejudiciële vragen betreffende de artikelen 1251 en 2033
van het Burgerlijk Wetboek, gesteld door de Rechtbank van Koophandel van het Burgerlijk Wetboek, gesteld door de Rechtbank van Koophandel
te Gent. te Gent.
Het Grondwettelijk Hof, Het Grondwettelijk Hof,
samengesteld uit de voorzitters M. Bossuyt en M. Melchior, en de samengesteld uit de voorzitters M. Bossuyt en M. Melchior, en de
rechters A. Alen, J.-P. Snappe, J.-P. Moerman, J. Spreutels en T. rechters A. Alen, J.-P. Snappe, J.-P. Moerman, J. Spreutels en T.
Merckx-Van Goey, bijgestaan door de griffier P.-Y. Dutilleux, onder Merckx-Van Goey, bijgestaan door de griffier P.-Y. Dutilleux, onder
voorzitterschap van voorzitter M. Bossuyt, voorzitterschap van voorzitter M. Bossuyt,
wijst na beraad het volgende arrest : wijst na beraad het volgende arrest :
I. Onderwerp van de prejudiciële vragen en rechtspleging I. Onderwerp van de prejudiciële vragen en rechtspleging
Bij vonnis van 1 oktober 2009 in zake de nv « ING België » tegen Marc Bij vonnis van 1 oktober 2009 in zake de nv « ING België » tegen Marc
Van Damme en anderen, waarvan de expeditie ter griffie van het Hof is Van Damme en anderen, waarvan de expeditie ter griffie van het Hof is
ingekomen op 30 oktober 2009, heeft de Rechtbank van Koophandel te ingekomen op 30 oktober 2009, heeft de Rechtbank van Koophandel te
Gent de volgende prejudiciële vragen gesteld : Gent de volgende prejudiciële vragen gesteld :
1. « Schendt artikel 1251 B.W. in combinatie met artikel 80, 6°, 1. « Schendt artikel 1251 B.W. in combinatie met artikel 80, 6°,
Faill. W. de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, doordat het verzoek Faill. W. de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, doordat het verzoek
tot bevrijding van de zekerheidsteller bij wie de gewaarborgde schuld tot bevrijding van de zekerheidsteller bij wie de gewaarborgde schuld
werd voldaan door een derde, die ingevolge wettelijke subrogatie in de werd voldaan door een derde, die ingevolge wettelijke subrogatie in de
plaats komt van de oorspronkelijke schuldeiser, zonder voorwerp zou plaats komt van de oorspronkelijke schuldeiser, zonder voorwerp zou
worden, terwijl de in de plaats gestelde schuldeiser dezelfde rechten worden, terwijl de in de plaats gestelde schuldeiser dezelfde rechten
kan uitoefenen als de oorspronkelijke schuldeiser ? »; kan uitoefenen als de oorspronkelijke schuldeiser ? »;
2. « Schendt artikel 2033 B.W. in combinatie met artikel 80, 6°, 2. « Schendt artikel 2033 B.W. in combinatie met artikel 80, 6°,
Faill. W. de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, doordat het verzoek Faill. W. de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, doordat het verzoek
tot bevrijding van de zekerheidsteller bij wie de gewaarborgde schuld tot bevrijding van de zekerheidsteller bij wie de gewaarborgde schuld
werd voldaan door een medeborg, die ingevolge artikel 2033 B.W. over werd voldaan door een medeborg, die ingevolge artikel 2033 B.W. over
een eigen vordering beschikt, zonder voorwerp zou worden, terwijl de een eigen vordering beschikt, zonder voorwerp zou worden, terwijl de
medeborg dezelfde rechten kan uitoefenen als de oorspronkelijke medeborg dezelfde rechten kan uitoefenen als de oorspronkelijke
schuldeiser ? ». schuldeiser ? ».
(...) (...)
III. In rechte III. In rechte
(...) (...)
Wat de in het geding zijnde bepalingen betreft Wat de in het geding zijnde bepalingen betreft
B.1.1. De prejudiciële vragen betreffen de artikelen 1251 en 2033 van B.1.1. De prejudiciële vragen betreffen de artikelen 1251 en 2033 van
het Burgerlijk Wetboek, in samenhang gelezen met artikel 80, zesde het Burgerlijk Wetboek, in samenhang gelezen met artikel 80, zesde
lid, van de faillissementswet van 8 augustus 1997. lid, van de faillissementswet van 8 augustus 1997.
B.1.2. Artikel 1251 van het Burgerlijk Wetboek bepaalt : B.1.2. Artikel 1251 van het Burgerlijk Wetboek bepaalt :
« Indeplaatsstelling geschiedt van rechtswege : « Indeplaatsstelling geschiedt van rechtswege :
1° Ten voordele van hem die, zelf schuldeiser zijnde, een andere 1° Ten voordele van hem die, zelf schuldeiser zijnde, een andere
schuldeiser betaalt, die voorrang boven hem heeft uit hoofde van zijn schuldeiser betaalt, die voorrang boven hem heeft uit hoofde van zijn
voorrechten of hypotheken; voorrechten of hypotheken;
2° Ten voordele van de verkrijger van een onroerend goed, die de prijs 2° Ten voordele van de verkrijger van een onroerend goed, die de prijs
van het verkregen goed besteedt tot betaling van de schuldeisers ten van het verkregen goed besteedt tot betaling van de schuldeisers ten
behoeve van wie dat goed met hypotheek was bezwaard; behoeve van wie dat goed met hypotheek was bezwaard;
3° Ten voordele van hem die, met anderen of voor anderen tot betaling 3° Ten voordele van hem die, met anderen of voor anderen tot betaling
van een schuld gehouden zijnde, er belang bij had deze te voldoen; van een schuld gehouden zijnde, er belang bij had deze te voldoen;
4° Ten voordele van de erfgenaam onder voorrecht van 4° Ten voordele van de erfgenaam onder voorrecht van
boedelbeschrijving, die met zijn eigen penningen de schulden van de boedelbeschrijving, die met zijn eigen penningen de schulden van de
nalatenschap betaald heeft ». nalatenschap betaald heeft ».
B.1.3. Artikel 2033 van hetzelfde Wetboek bepaalt : B.1.3. Artikel 2033 van hetzelfde Wetboek bepaalt :
« Wanneer verscheidene personen zich hebben borg gesteld voor dezelfde « Wanneer verscheidene personen zich hebben borg gesteld voor dezelfde
schuldenaar en voor dezelfde schuld, heeft de borg die de schuld schuldenaar en voor dezelfde schuld, heeft de borg die de schuld
voldaan heeft, verhaal op de overige borgen, ieder voor zijn aandeel; voldaan heeft, verhaal op de overige borgen, ieder voor zijn aandeel;
Doch dit verhaal heeft alleen plaats, wanneer de borg betaald heeft in Doch dit verhaal heeft alleen plaats, wanneer de borg betaald heeft in
een van de gevallen in het vorige artikel vermeld ». een van de gevallen in het vorige artikel vermeld ».
Dit artikel 2032 van hetzelfde Wetboek bepaalt : Dit artikel 2032 van hetzelfde Wetboek bepaalt :
« De borg kan, zelfs voordat hij betaald heeft, de schuldenaar in « De borg kan, zelfs voordat hij betaald heeft, de schuldenaar in
rechte aanspreken om door hem schadeloos gesteld te worden : rechte aanspreken om door hem schadeloos gesteld te worden :
1° Indien hij tot betaling in rechte vervolgd wordt; 1° Indien hij tot betaling in rechte vervolgd wordt;
2° Indien de schuldenaar failliet gegaan is, of in staat van kennelijk 2° Indien de schuldenaar failliet gegaan is, of in staat van kennelijk
onvermogen verkeert; onvermogen verkeert;
3° Indien de schuldenaar zich verbonden heeft om hem binnen een 3° Indien de schuldenaar zich verbonden heeft om hem binnen een
bepaalde tijd het ontslag van zijn borgtocht te bezorgen; bepaalde tijd het ontslag van zijn borgtocht te bezorgen;
4° Indien de schuld opeisbaar is geworden door het verschijnen van de 4° Indien de schuld opeisbaar is geworden door het verschijnen van de
termijn waarop zij betaalbaar was gesteld; termijn waarop zij betaalbaar was gesteld;
5° Na verloop van tien jaren, indien de hoofdverbintenis geen bepaalde 5° Na verloop van tien jaren, indien de hoofdverbintenis geen bepaalde
vervaltijd heeft, tenzij de hoofdverbintenis van dien aard is dat zij, vervaltijd heeft, tenzij de hoofdverbintenis van dien aard is dat zij,
zoals bij voorbeeld een voogdij, niet vóór een bepaalde tijd kan zoals bij voorbeeld een voogdij, niet vóór een bepaalde tijd kan
vervallen ». vervallen ».
B.1.4. Artikel 80 van de faillissementswet van 8 augustus 1997 bepaalt B.1.4. Artikel 80 van de faillissementswet van 8 augustus 1997 bepaalt
: :
« Nadat de rechtbank in voorkomend geval de betwistingen betreffende « Nadat de rechtbank in voorkomend geval de betwistingen betreffende
de rekening heeft beslecht en de rekening zo nodig heeft verbeterd, de rekening heeft beslecht en de rekening zo nodig heeft verbeterd,
beveelt zij, op verslag van de rechter-commissaris, nadat de beveelt zij, op verslag van de rechter-commissaris, nadat de
gefailleerde, de personen die de verklaring bedoeld in artikel 72ter gefailleerde, de personen die de verklaring bedoeld in artikel 72ter
aflegden en de schuldeisers beoogd in artikel 63, tweede lid, aflegden en de schuldeisers beoogd in artikel 63, tweede lid,
behoorlijk zijn opgeroepen met een gerechtsbrief die de tekst van dit behoorlijk zijn opgeroepen met een gerechtsbrief die de tekst van dit
artikel bevat, de sluiting van het faillissement. Binnen een maand na artikel bevat, de sluiting van het faillissement. Binnen een maand na
het vonnis dat de sluiting van het faillissement beveelt, zenden de het vonnis dat de sluiting van het faillissement beveelt, zenden de
curators een kopie van de verbeterde vereenvoudigde rekening samen met curators een kopie van de verbeterde vereenvoudigde rekening samen met
een overzicht van de bedragen die effectief werden uitgekeerd aan de een overzicht van de bedragen die effectief werden uitgekeerd aan de
verschillende schuldeisers, over aan de administratie van de BTW en de verschillende schuldeisers, over aan de administratie van de BTW en de
administratie van de ondernemings- en inkomensfiscaliteit. administratie van de ondernemings- en inkomensfiscaliteit.
De rechter-commissaris doet aan de rechtbank in raadkamer mededeling De rechter-commissaris doet aan de rechtbank in raadkamer mededeling
van de beraadslaging van de schuldeisers over de verschoonbaarheid van van de beraadslaging van de schuldeisers over de verschoonbaarheid van
de gefailleerde en brengt verslag uit over de omstandigheden van het de gefailleerde en brengt verslag uit over de omstandigheden van het
faillissement. De curator en de gefailleerde worden in raadkamer faillissement. De curator en de gefailleerde worden in raadkamer
gehoord over de verschoonbaarheid en over de sluiting van het gehoord over de verschoonbaarheid en over de sluiting van het
faillissement. Behalve in geval van gewichtige omstandigheden, met faillissement. Behalve in geval van gewichtige omstandigheden, met
bijzondere redenen omkleed, spreekt de rechtbank de verschoonbaarheid bijzondere redenen omkleed, spreekt de rechtbank de verschoonbaarheid
uit van de ongelukkige gefailleerde die te goeder trouw handelt. De uit van de ongelukkige gefailleerde die te goeder trouw handelt. De
beslissing over de verschoonbaarheid is vatbaar voor derdenverzet bij beslissing over de verschoonbaarheid is vatbaar voor derdenverzet bij
wijze van een dagvaarding die de individuele schuldeisers binnen een wijze van een dagvaarding die de individuele schuldeisers binnen een
maand te rekenen van de bekendmaking van het vonnis tot sluiting van maand te rekenen van de bekendmaking van het vonnis tot sluiting van
het faillissement ervan aan de curator en aan de gefailleerde kunnen het faillissement ervan aan de curator en aan de gefailleerde kunnen
doen. Van het vonnis dat de sluiting van het faillissement gelast, doen. Van het vonnis dat de sluiting van het faillissement gelast,
wordt door toedoen van de griffier aan de gefailleerde kennis gegeven. wordt door toedoen van de griffier aan de gefailleerde kennis gegeven.
De gefailleerde, de personen die de verklaring bedoeld in artikel De gefailleerde, de personen die de verklaring bedoeld in artikel
72ter aflegden en de schuldeisers bedoeld in artikel 63, tweede lid, 72ter aflegden en de schuldeisers bedoeld in artikel 63, tweede lid,
worden in de raadkamer gehoord over de bevrijding. Tenzij hij zijn worden in de raadkamer gehoord over de bevrijding. Tenzij hij zijn
onvermogen frauduleus organiseerde, bevrijdt de rechtbank geheel of onvermogen frauduleus organiseerde, bevrijdt de rechtbank geheel of
gedeeltelijk elke natuurlijke persoon die zich kosteloos persoonlijk gedeeltelijk elke natuurlijke persoon die zich kosteloos persoonlijk
zeker stelde voor de gefailleerde, wanneer zij vaststelt dat diens zeker stelde voor de gefailleerde, wanneer zij vaststelt dat diens
verbintenis niet in verhouding met zijn inkomsten en met zijn verbintenis niet in verhouding met zijn inkomsten en met zijn
patrimonium is. patrimonium is.
Indien er meer dan 12 maanden zijn verlopen sedert de verklaring Indien er meer dan 12 maanden zijn verlopen sedert de verklaring
bedoeld in artikel 72ter, legt de persoon die deze verklaring aflegde bedoeld in artikel 72ter, legt de persoon die deze verklaring aflegde
bij de griffie van de rechtbank van koophandel een kopie neer van zijn bij de griffie van de rechtbank van koophandel een kopie neer van zijn
meest recente aangifte in de personenbelasting, een bijgewerkte opgave meest recente aangifte in de personenbelasting, een bijgewerkte opgave
van de activa en passiva die zijn patrimonium vormen en elk ander stuk van de activa en passiva die zijn patrimonium vormen en elk ander stuk
dat van aard is om precies de staat weer te geven van zijn dat van aard is om precies de staat weer te geven van zijn
bestaansmiddelen en lasten. bestaansmiddelen en lasten.
De gefailleerde kan vanaf zes maanden na de datum van het vonnis van De gefailleerde kan vanaf zes maanden na de datum van het vonnis van
faillietverklaring de rechtbank verzoeken om uitspraak te doen over de faillietverklaring de rechtbank verzoeken om uitspraak te doen over de
verschoonbaarheid. Er wordt gehandeld zoals bepaald in het tweede lid. verschoonbaarheid. Er wordt gehandeld zoals bepaald in het tweede lid.
De schuldeisers bedoeld in artikel 63, tweede lid, en de personen die De schuldeisers bedoeld in artikel 63, tweede lid, en de personen die
de verklaring bedoeld in artikel 72ter aflegden, kunnen vanaf zes de verklaring bedoeld in artikel 72ter aflegden, kunnen vanaf zes
maanden na de datum van het vonnis van faillietverklaring de rechtbank maanden na de datum van het vonnis van faillietverklaring de rechtbank
verzoeken om uitspraak te doen over de bevrijding van deze laatsten. verzoeken om uitspraak te doen over de bevrijding van deze laatsten.
Er wordt gehandeld zoals bepaald in het derde en vierde lid. Er wordt gehandeld zoals bepaald in het derde en vierde lid.
De rechtbank kan beslissen dat het vonnis waarbij de sluiting van het De rechtbank kan beslissen dat het vonnis waarbij de sluiting van het
faillissement wordt bevolen, bij uittreksel wordt bekendgemaakt in het faillissement wordt bevolen, bij uittreksel wordt bekendgemaakt in het
Belgisch Staatsblad . Het vonnis moet bekendgemaakt worden wanneer de Belgisch Staatsblad . Het vonnis moet bekendgemaakt worden wanneer de
rechtbank de gefailleerde verschoonbaar verklaart. rechtbank de gefailleerde verschoonbaar verklaart.
De sluiting van het faillissement maakt een einde aan de opdracht van De sluiting van het faillissement maakt een einde aan de opdracht van
de curators, behalve wat de uitvoering van de sluiting betreft, en de curators, behalve wat de uitvoering van de sluiting betreft, en
houdt een algemene kwijting in ». houdt een algemene kwijting in ».
Wat de eerste prejudiciële vraag betreft Wat de eerste prejudiciële vraag betreft
B.2. Het Hof wordt gevraagd of artikel 1251 van het Burgerlijk B.2. Het Hof wordt gevraagd of artikel 1251 van het Burgerlijk
Wetboek, in samenhang gelezen met artikel 80, zesde lid, van de Wetboek, in samenhang gelezen met artikel 80, zesde lid, van de
faillissementswet van 8 augustus 1997, bestaanbaar is met de artikelen faillissementswet van 8 augustus 1997, bestaanbaar is met de artikelen
10 en 11 van de Grondwet in de interpretatie dat het verzoek tot 10 en 11 van de Grondwet in de interpretatie dat het verzoek tot
bevrijding van de personen die zich kosteloos persoonlijk zeker hebben bevrijding van de personen die zich kosteloos persoonlijk zeker hebben
gesteld, zonder voorwerp wordt wanneer de gewaarborgde schuld wordt gesteld, zonder voorwerp wordt wanneer de gewaarborgde schuld wordt
voldaan door een derde die, met toepassing van de in het geding zijnde voldaan door een derde die, met toepassing van de in het geding zijnde
bepaling, in de plaats komt van de oorspronkelijke schuldeiser. bepaling, in de plaats komt van de oorspronkelijke schuldeiser.
B.3.1. Volgens de Ministerraad behoeft de prejudiciële vraag geen B.3.1. Volgens de Ministerraad behoeft de prejudiciële vraag geen
antwoord omdat de in het geding zijnde bepaling niet van toepassing antwoord omdat de in het geding zijnde bepaling niet van toepassing
zou zijn op het geschil voor het verwijzende rechtscollege. zou zijn op het geschil voor het verwijzende rechtscollege.
B.3.2. Het staat in beginsel aan het verwijzende rechtscollege om na B.3.2. Het staat in beginsel aan het verwijzende rechtscollege om na
te gaan of het nuttig is aan het Hof een prejudiciële vraag te stellen te gaan of het nuttig is aan het Hof een prejudiciële vraag te stellen
over de bepalingen die het van toepassing acht op het geschil. Slechts over de bepalingen die het van toepassing acht op het geschil. Slechts
wanneer dit klaarblijkelijk niet het geval is, kan het Hof beslissen wanneer dit klaarblijkelijk niet het geval is, kan het Hof beslissen
niet op de vraag in te gaan. niet op de vraag in te gaan.
Uit het verwijzingsvonnis en uit de procedurestukken blijkt dat in de Uit het verwijzingsvonnis en uit de procedurestukken blijkt dat in de
vordering die bij het verwijzende rechtscollege aanhangig is gemaakt, vordering die bij het verwijzende rechtscollege aanhangig is gemaakt,
wordt aangevoerd dat de verzoekende partij voor dat rechtscollege wordt aangevoerd dat de verzoekende partij voor dat rechtscollege
overeenkomstig artikel 1251 van het Burgerlijk Wetboek van rechtswege overeenkomstig artikel 1251 van het Burgerlijk Wetboek van rechtswege
in de plaats is gesteld van de oorspronkelijke schuldeiser wiens in de plaats is gesteld van de oorspronkelijke schuldeiser wiens
schuld zij heeft voldaan. Bovendien kan de borg worden beschouwd als schuld zij heeft voldaan. Bovendien kan de borg worden beschouwd als
een schuldenaar « met anderen » in de zin van artikel 1251, 3°, van een schuldenaar « met anderen » in de zin van artikel 1251, 3°, van
het Burgerlijk Wetboek. het Burgerlijk Wetboek.
Bijgevolg blijkt niet dat het verwijzende rechtscollege aan het Hof Bijgevolg blijkt niet dat het verwijzende rechtscollege aan het Hof
een vraag heeft gesteld die klaarblijkelijk niet dienend zou zijn om een vraag heeft gesteld die klaarblijkelijk niet dienend zou zijn om
het voorgelegde geschil te beslechten. het voorgelegde geschil te beslechten.
B.3.3. De exceptie wordt verworpen. B.3.3. De exceptie wordt verworpen.
B.4. Het verwijzende rechtscollege ondervraagt het Hof over het B.4. Het verwijzende rechtscollege ondervraagt het Hof over het
verschil in behandeling dat zou bestaan tussen twee soorten personen verschil in behandeling dat zou bestaan tussen twee soorten personen
die zich kosteloos persoonlijk zeker hebben gesteld : enerzijds, de die zich kosteloos persoonlijk zeker hebben gesteld : enerzijds, de
persoon die wordt aangesproken door de schuldeiser ten aanzien van wie persoon die wordt aangesproken door de schuldeiser ten aanzien van wie
hij zich zeker heeft gesteld en, anderzijds, de persoon die wordt hij zich zeker heeft gesteld en, anderzijds, de persoon die wordt
aangesproken door een derde die de schuld heeft voldaan en die, met aangesproken door een derde die de schuld heeft voldaan en die, met
toepassing van de in het geding zijnde bepaling, in de plaats zou toepassing van de in het geding zijnde bepaling, in de plaats zou
worden gesteld van die schuldeiser. Terwijl de personen van de eerste worden gesteld van die schuldeiser. Terwijl de personen van de eerste
categorie met toepassing van artikel 80, zesde lid, van de categorie met toepassing van artikel 80, zesde lid, van de
faillissementswet van 8 augustus 1997 de rechtbank van koophandel faillissementswet van 8 augustus 1997 de rechtbank van koophandel
kunnen verzoeken uitspraak te doen over hun bevrijding, zou een kunnen verzoeken uitspraak te doen over hun bevrijding, zou een
dergelijke vordering voor de tweede categorie van personen door de dergelijke vordering voor de tweede categorie van personen door de
indeplaatsstelling zonder voorwerp zijn. indeplaatsstelling zonder voorwerp zijn.
B.5.1. Door de wettelijke indeplaatsstelling waarin artikel 1251 van B.5.1. Door de wettelijke indeplaatsstelling waarin artikel 1251 van
het Burgerlijk Wetboek voorziet, gaat de schuldvordering over op de het Burgerlijk Wetboek voorziet, gaat de schuldvordering over op de
derde tot beloop van het bedrag dat hij heeft betaald. De derde tot beloop van het bedrag dat hij heeft betaald. De
gesubrogeerde oefent geen eigen rechten uit, maar de rechten van gesubrogeerde oefent geen eigen rechten uit, maar de rechten van
degene in wiens plaats hij is getreden en van wie hij de rechten bij degene in wiens plaats hij is getreden en van wie hij de rechten bij
wege van indeplaatsstelling heeft verkregen (Cass., 6 juni 1994, Arr. wege van indeplaatsstelling heeft verkregen (Cass., 6 juni 1994, Arr.
Cass., 1994, nr. 287). Cass., 1994, nr. 287).
B.5.2. De betalende derde die de plaats inneemt van de schuldeiser, B.5.2. De betalende derde die de plaats inneemt van de schuldeiser,
neemt alle rechten, vorderingen en zekerheden, alsmede alle gebreken neemt alle rechten, vorderingen en zekerheden, alsmede alle gebreken
en excepties verbonden aan de schuldvordering, over. De en excepties verbonden aan de schuldvordering, over. De
indeplaatsstelling mag niet tot gevolg hebben dat de schuldenaar in indeplaatsstelling mag niet tot gevolg hebben dat de schuldenaar in
een minder gunstige positie terechtkomt dan die waarin hij zich bevond een minder gunstige positie terechtkomt dan die waarin hij zich bevond
ten aanzien van zijn schuldeiser. ten aanzien van zijn schuldeiser.
B.6. Het voorgaande geldt eveneens ten aanzien van personen die zich B.6. Het voorgaande geldt eveneens ten aanzien van personen die zich
zeker hebben gesteld voor de schuldenaar. Luidens artikel 1252 van het zeker hebben gesteld voor de schuldenaar. Luidens artikel 1252 van het
Burgerlijk Wetboek heeft de indeplaatsstelling immers plaats zowel Burgerlijk Wetboek heeft de indeplaatsstelling immers plaats zowel
tegen de borgen als tegen de schuldenaars. De wettelijke tegen de borgen als tegen de schuldenaars. De wettelijke
indeplaatsstelling verandert voor de borg niets aan de aard van diens indeplaatsstelling verandert voor de borg niets aan de aard van diens
verbintenis. verbintenis.
B.7.1. Vermits een persoon die zich kosteloos persoonlijk zeker heeft B.7.1. Vermits een persoon die zich kosteloos persoonlijk zeker heeft
gesteld met toepassing van artikel 80, zesde lid, van de gesteld met toepassing van artikel 80, zesde lid, van de
faillissementswet van 8 augustus 1997 ten aanzien van de faillissementswet van 8 augustus 1997 ten aanzien van de
oorspronkelijke schuldeiser de rechtbank van koophandel kan verzoeken oorspronkelijke schuldeiser de rechtbank van koophandel kan verzoeken
om uitspraak te doen over zijn bevrijding, is het niet redelijk om uitspraak te doen over zijn bevrijding, is het niet redelijk
verantwoord dat die rechtbank geen uitspraak zou kunnen doen over de verantwoord dat die rechtbank geen uitspraak zou kunnen doen over de
bevrijding wanneer, met toepassing van artikel 1251 van het Burgerlijk bevrijding wanneer, met toepassing van artikel 1251 van het Burgerlijk
Wetboek, een derde die de schuld heeft voldaan in de plaats wordt Wetboek, een derde die de schuld heeft voldaan in de plaats wordt
gesteld van de oorspronkelijke schuldeiser. Anders zou die derde ten gesteld van de oorspronkelijke schuldeiser. Anders zou die derde ten
nadele van de persoon die zich kosteloos persoonlijk zeker heeft nadele van de persoon die zich kosteloos persoonlijk zeker heeft
gesteld een recht verkrijgen dat de oorspronkelijke schuldeiser niet gesteld een recht verkrijgen dat de oorspronkelijke schuldeiser niet
heeft. heeft.
B.7.2. In de in B.2 vermelde interpretatie dient de eerste B.7.2. In de in B.2 vermelde interpretatie dient de eerste
prejudiciële vraag bevestigend te worden beantwoord. prejudiciële vraag bevestigend te worden beantwoord.
B.8.1. De in het geding zijnde bepaling kan evenwel ook op een andere B.8.1. De in het geding zijnde bepaling kan evenwel ook op een andere
wijze worden geïnterpreteerd. Vermits de persoon die met toepassing wijze worden geïnterpreteerd. Vermits de persoon die met toepassing
van artikel 1251 van het Burgerlijk Wetboek in de plaats wordt gesteld van artikel 1251 van het Burgerlijk Wetboek in de plaats wordt gesteld
van de oorspronkelijke schuldeiser, alle rechten, vorderingen en van de oorspronkelijke schuldeiser, alle rechten, vorderingen en
zekerheden, alsmede alle gebreken en excepties verbonden aan de zekerheden, alsmede alle gebreken en excepties verbonden aan de
schuldvordering overneemt, en vermits de persoon die zich kosteloos schuldvordering overneemt, en vermits de persoon die zich kosteloos
persoonlijk zeker heeft gesteld ten aanzien van de oorspronkelijke persoonlijk zeker heeft gesteld ten aanzien van de oorspronkelijke
schuldeiser de rechtbank van koophandel kan verzoeken om uitspraak te schuldeiser de rechtbank van koophandel kan verzoeken om uitspraak te
doen over de bevrijding, kan de rechtbank van koophandel ook in geval doen over de bevrijding, kan de rechtbank van koophandel ook in geval
van wettelijke indeplaatsstelling uitspraak doen over de bevrijding. van wettelijke indeplaatsstelling uitspraak doen over de bevrijding.
B.8.2. In die interpretatie is het in B.4 vermelde verschil in B.8.2. In die interpretatie is het in B.4 vermelde verschil in
behandeling onbestaande en dient de eerste prejudiciële vraag behandeling onbestaande en dient de eerste prejudiciële vraag
ontkennend te worden beantwoord. ontkennend te worden beantwoord.
Wat de tweede prejudiciële vraag betreft Wat de tweede prejudiciële vraag betreft
B.9. Het Hof wordt gevraagd of artikel 2033 van het Burgerlijk B.9. Het Hof wordt gevraagd of artikel 2033 van het Burgerlijk
Wetboek, in samenhang gelezen met artikel 80, zesde lid, van de Wetboek, in samenhang gelezen met artikel 80, zesde lid, van de
faillissementswet van 8 augustus 1997, bestaanbaar is met de artikelen faillissementswet van 8 augustus 1997, bestaanbaar is met de artikelen
10 en 11 van de Grondwet in de interpretatie dat het verzoek tot 10 en 11 van de Grondwet in de interpretatie dat het verzoek tot
bevrijding van de personen die zich kosteloos persoonlijk zeker hebben bevrijding van de personen die zich kosteloos persoonlijk zeker hebben
gesteld, zonder voorwerp wordt wanneer een borg die de gewaarborgde gesteld, zonder voorwerp wordt wanneer een borg die de gewaarborgde
schuld heeft voldaan met toepassing van het voormelde artikel 2033 schuld heeft voldaan met toepassing van het voormelde artikel 2033
verhaal uitoefent op de overige borgen. verhaal uitoefent op de overige borgen.
B.10. Het verwijzende rechtscollege ondervraagt het Hof over het B.10. Het verwijzende rechtscollege ondervraagt het Hof over het
verschil in behandeling dat zou bestaan tussen twee categorieën van verschil in behandeling dat zou bestaan tussen twee categorieën van
personen die zich kosteloos persoonlijk zeker hebben gesteld : personen die zich kosteloos persoonlijk zeker hebben gesteld :
enerzijds, de persoon die wordt aangesproken door de schuldeiser ten enerzijds, de persoon die wordt aangesproken door de schuldeiser ten
aanzien van wie hij zich zeker heeft gesteld en, anderzijds, de aanzien van wie hij zich zeker heeft gesteld en, anderzijds, de
persoon die wordt aangesproken door een borg die de schuld heeft persoon die wordt aangesproken door een borg die de schuld heeft
voldaan en die, met toepassing van de in het geding zijnde bepaling, voldaan en die, met toepassing van de in het geding zijnde bepaling,
verhaal uitoefent op de overige borgen. Terwijl de personen van de verhaal uitoefent op de overige borgen. Terwijl de personen van de
eerste categorie met toepassing van artikel 80, zesde lid, van de eerste categorie met toepassing van artikel 80, zesde lid, van de
faillissementswet van 8 augustus 1997 de rechtbank van koophandel faillissementswet van 8 augustus 1997 de rechtbank van koophandel
kunnen verzoeken uitspraak te doen over hun bevrijding, zou een kunnen verzoeken uitspraak te doen over hun bevrijding, zou een
dergelijke vordering voor de tweede categorie van personen zonder dergelijke vordering voor de tweede categorie van personen zonder
voorwerp zijn. voorwerp zijn.
B.11. Ofschoon de borg die de schuld heeft voldaan, een eigen recht B.11. Ofschoon de borg die de schuld heeft voldaan, een eigen recht
uitoefent wanneer hij zich op de overige borgen verhaalt, blijkt uit uitoefent wanneer hij zich op de overige borgen verhaalt, blijkt uit
de in het geding zijnde bepaling dat de persoon of de personen op wie de in het geding zijnde bepaling dat de persoon of de personen op wie
hij zich verhaalt, nog steeds de hoedanigheid van borg hebben. Die hij zich verhaalt, nog steeds de hoedanigheid van borg hebben. Die
personen zijn slechts ertoe gehouden hun aandeel in de schuld te personen zijn slechts ertoe gehouden hun aandeel in de schuld te
dragen voor zover zij, in hun hoedanigheid van borg, door de dragen voor zover zij, in hun hoedanigheid van borg, door de
oorspronkelijke schuldeiser hadden kunnen worden aangesproken oorspronkelijke schuldeiser hadden kunnen worden aangesproken
vooraleer de medeborg de schuld heeft voldaan. vooraleer de medeborg de schuld heeft voldaan.
B.12. Wanneer de persoon die zich kosteloos persoonlijk zeker heeft B.12. Wanneer de persoon die zich kosteloos persoonlijk zeker heeft
gesteld, door de rechtbank van koophandel wordt bevrijd met toepassing gesteld, door de rechtbank van koophandel wordt bevrijd met toepassing
van artikel 80 van de faillissementswet van 8 augustus 1997, kan de van artikel 80 van de faillissementswet van 8 augustus 1997, kan de
oorspronkelijke schuldeiser die persoon niet langer aanspreken. oorspronkelijke schuldeiser die persoon niet langer aanspreken.
B.13.1. In de in B.9 vermelde interpretatie kan de borg die de schuld B.13.1. In de in B.9 vermelde interpretatie kan de borg die de schuld
heeft voldaan zich, met toepassing van artikel 2033 van het Burgerlijk heeft voldaan zich, met toepassing van artikel 2033 van het Burgerlijk
Wetboek, verhalen op de persoon die zich kosteloos persoonlijk zeker Wetboek, verhalen op de persoon die zich kosteloos persoonlijk zeker
heeft gesteld, zonder dat de rechtbank van koophandel, met toepassing heeft gesteld, zonder dat de rechtbank van koophandel, met toepassing
van artikel 80, zesde lid, van de faillissementswet van 8 augustus van artikel 80, zesde lid, van de faillissementswet van 8 augustus
1997, uitspraak kan doen over diens bevrijding. Het verschil in 1997, uitspraak kan doen over diens bevrijding. Het verschil in
behandeling dat hieruit voortvloeit is niet redelijk verantwoord. behandeling dat hieruit voortvloeit is niet redelijk verantwoord.
Anders zou de borg die de schuld heeft voldaan, zich kunnen verhalen Anders zou de borg die de schuld heeft voldaan, zich kunnen verhalen
op een persoon die zich kosteloos persoonlijk zeker heeft gesteld, op een persoon die zich kosteloos persoonlijk zeker heeft gesteld,
ofschoon de oorspronkelijke schuldeiser, voor zover de rechtbank van ofschoon de oorspronkelijke schuldeiser, voor zover de rechtbank van
koophandel tot de bevrijding zou hebben besloten, die persoon niet koophandel tot de bevrijding zou hebben besloten, die persoon niet
langer had kunnen aanspreken. langer had kunnen aanspreken.
B.13.2. In de voormelde interpretatie dient de tweede prejudiciële B.13.2. In de voormelde interpretatie dient de tweede prejudiciële
vraag bevestigend te worden beantwoord. vraag bevestigend te worden beantwoord.
B.14.1. De in het geding zijnde bepaling kan evenwel ook op een andere B.14.1. De in het geding zijnde bepaling kan evenwel ook op een andere
wijze worden geïnterpreteerd. Artikel 2033 van het Burgerlijk Wetboek wijze worden geïnterpreteerd. Artikel 2033 van het Burgerlijk Wetboek
bepaalt immers niet dat het verhaalsrecht van de borg die de schuld bepaalt immers niet dat het verhaalsrecht van de borg die de schuld
heeft voldaan op de overige borgen verhindert dat de rechtbank van heeft voldaan op de overige borgen verhindert dat de rechtbank van
koophandel zich, met toepassing van artikel 80 van de koophandel zich, met toepassing van artikel 80 van de
faillissementswet van 8 augustus 1997, uitspreekt over de bevrijding faillissementswet van 8 augustus 1997, uitspreekt over de bevrijding
van de persoon die zich kosteloos persoonlijk zeker heeft gesteld. van de persoon die zich kosteloos persoonlijk zeker heeft gesteld.
Bijgevolg kan de borg die de schuld heeft voldaan zich op de persoon Bijgevolg kan de borg die de schuld heeft voldaan zich op de persoon
die zich kosteloos persoonlijk zeker heeft gesteld slechts verhalen die zich kosteloos persoonlijk zeker heeft gesteld slechts verhalen
nadat de rechtbank van koophandel zich over diens bevrijding heeft nadat de rechtbank van koophandel zich over diens bevrijding heeft
uitgesproken en voor zover zij dat verzoek over de bevrijding heeft uitgesproken en voor zover zij dat verzoek over de bevrijding heeft
afgewezen. afgewezen.
B.14.2. In die interpretatie is het in B.10 vermelde verschil in B.14.2. In die interpretatie is het in B.10 vermelde verschil in
behandeling onbestaande en dient de tweede prejudiciële vraag behandeling onbestaande en dient de tweede prejudiciële vraag
ontkennend te worden beantwoord. ontkennend te worden beantwoord.
Om die redenen, Om die redenen,
het Hof het Hof
zegt voor recht : zegt voor recht :
1. - Artikel 1251 van het Burgerlijk Wetboek, in samenhang gelezen met 1. - Artikel 1251 van het Burgerlijk Wetboek, in samenhang gelezen met
artikel 80, zesde lid, van de faillissementswet van 8 augustus 1997, artikel 80, zesde lid, van de faillissementswet van 8 augustus 1997,
schendt de artikelen 10 en 11 van de Grondwet in de interpretatie dat schendt de artikelen 10 en 11 van de Grondwet in de interpretatie dat
het verzoek tot bevrijding van de personen die zich kosteloos het verzoek tot bevrijding van de personen die zich kosteloos
persoonlijk zeker hebben gesteld zonder voorwerp wordt wanneer de persoonlijk zeker hebben gesteld zonder voorwerp wordt wanneer de
gewaarborgde schuld wordt voldaan door een derde die in de plaats gewaarborgde schuld wordt voldaan door een derde die in de plaats
wordt gesteld van de oorspronkelijke schuldeiser. wordt gesteld van de oorspronkelijke schuldeiser.
- Artikel 1251 van het Burgerlijk Wetboek, in samenhang gelezen met - Artikel 1251 van het Burgerlijk Wetboek, in samenhang gelezen met
artikel 80, zesde lid, van de faillissementswet van 8 augustus 1997, artikel 80, zesde lid, van de faillissementswet van 8 augustus 1997,
schendt de artikelen 10 en 11 van de Grondwet niet in de interpretatie schendt de artikelen 10 en 11 van de Grondwet niet in de interpretatie
dat het verzoek tot bevrijding van de personen die zich kosteloos dat het verzoek tot bevrijding van de personen die zich kosteloos
persoonlijk zeker hebben gesteld niet zonder voorwerp wordt wanneer de persoonlijk zeker hebben gesteld niet zonder voorwerp wordt wanneer de
gewaarborgde schuld wordt voldaan door een derde die in de plaats gewaarborgde schuld wordt voldaan door een derde die in de plaats
wordt gesteld van de oorspronkelijke schuldeiser. wordt gesteld van de oorspronkelijke schuldeiser.
2. - Artikel 2033 van het Burgerlijk Wetboek, in samenhang gelezen met 2. - Artikel 2033 van het Burgerlijk Wetboek, in samenhang gelezen met
artikel 80, zesde lid, van de faillissementswet van 8 augustus 1997, artikel 80, zesde lid, van de faillissementswet van 8 augustus 1997,
schendt de artikelen 10 en 11 van de Grondwet in de interpretatie dat schendt de artikelen 10 en 11 van de Grondwet in de interpretatie dat
het verzoek tot bevrijding van de personen die zich kosteloos het verzoek tot bevrijding van de personen die zich kosteloos
persoonlijk zeker hebben gesteld zonder voorwerp wordt wanneer een persoonlijk zeker hebben gesteld zonder voorwerp wordt wanneer een
borg die de gewaarborgde schuld heeft voldaan, verhaal uitoefent op de borg die de gewaarborgde schuld heeft voldaan, verhaal uitoefent op de
overige borgen. overige borgen.
- Artikel 2033 van het Burgerlijk Wetboek, in samenhang gelezen met - Artikel 2033 van het Burgerlijk Wetboek, in samenhang gelezen met
artikel 80, zesde lid, van de faillissementswet van 8 augustus 1997, artikel 80, zesde lid, van de faillissementswet van 8 augustus 1997,
schendt de artikelen 10 en 11 van de Grondwet niet in de interpretatie schendt de artikelen 10 en 11 van de Grondwet niet in de interpretatie
dat het verzoek tot bevrijding van de personen die zich kosteloos dat het verzoek tot bevrijding van de personen die zich kosteloos
persoonlijk zeker hebben gesteld niet zonder voorwerp wordt wanneer persoonlijk zeker hebben gesteld niet zonder voorwerp wordt wanneer
een borg die de gewaarborgde schuld heeft voldaan, verhaal uitoefent een borg die de gewaarborgde schuld heeft voldaan, verhaal uitoefent
op de overige borgen. op de overige borgen.
Aldus uitgesproken in het Nederlands en het Frans, overeenkomstig Aldus uitgesproken in het Nederlands en het Frans, overeenkomstig
artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het
Grondwettelijk Hof, op de openbare terechtzitting van 23 juni 2010. Grondwettelijk Hof, op de openbare terechtzitting van 23 juni 2010.
De griffier, De voorzitter, De griffier, De voorzitter,
P.-Y. Dutilleux. M. Bossuyt. P.-Y. Dutilleux. M. Bossuyt.
^