Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Arrest van --
← Terug naar "Uittreksel uit arrest nr. 14/2010 van 18 februari 2010 Rolnummer 4715 In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 37quinquies, § 1, van het Strafwetboek, zoals ingevoegd bij artikel 3 van de wet van 17 april 2002 tot invoering Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters M. Bossuyt en P. Martens, en de rechters(...)"
Uittreksel uit arrest nr. 14/2010 van 18 februari 2010 Rolnummer 4715 In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 37quinquies, § 1, van het Strafwetboek, zoals ingevoegd bij artikel 3 van de wet van 17 april 2002 tot invoering Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters M. Bossuyt en P. Martens, en de rechters(...) Uittreksel uit arrest nr. 14/2010 van 18 februari 2010 Rolnummer 4715 In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 37quinquies, § 1, van het Strafwetboek, zoals ingevoegd bij artikel 3 van de wet van 17 april 2002 tot invoering Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters M. Bossuyt en P. Martens, en de rechters(...)
GRONDWETTELIJK HOF GRONDWETTELIJK HOF
Uittreksel uit arrest nr. 14/2010 van 18 februari 2010 Uittreksel uit arrest nr. 14/2010 van 18 februari 2010
Rolnummer 4715 Rolnummer 4715
In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 37quinquies, § 1, In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 37quinquies, § 1,
van het Strafwetboek, zoals ingevoegd bij artikel 3 van de wet van 17 van het Strafwetboek, zoals ingevoegd bij artikel 3 van de wet van 17
april 2002 tot invoering van de werkstraf als autonome straf in april 2002 tot invoering van de werkstraf als autonome straf in
correctionele zaken en in politiezaken, gesteld door de correctionele zaken en in politiezaken, gesteld door de
Politierechtbank te Gent. Politierechtbank te Gent.
Het Grondwettelijk Hof, Het Grondwettelijk Hof,
samengesteld uit de voorzitters M. Bossuyt en P. Martens, en de samengesteld uit de voorzitters M. Bossuyt en P. Martens, en de
rechters M. Melchior, L. Lavrysen, J.-P. Moerman, E. Derycke en T. rechters M. Melchior, L. Lavrysen, J.-P. Moerman, E. Derycke en T.
Merckx-Van Goey, bijgestaan door de griffier P.-Y. Dutilleux, onder Merckx-Van Goey, bijgestaan door de griffier P.-Y. Dutilleux, onder
voorzitterschap van voorzitter M. Bossuyt, voorzitterschap van voorzitter M. Bossuyt,
wijst na beraad het volgende arrest : wijst na beraad het volgende arrest :
I. Onderwerp van de prejudiciële vraag en rechtspleging I. Onderwerp van de prejudiciële vraag en rechtspleging
Bij vonnis van 25 mei 2009 in zake Etienne Meermans tegen het Vlaamse Bij vonnis van 25 mei 2009 in zake Etienne Meermans tegen het Vlaamse
Gewest en de nv « Mobral », waarvan de expeditie ter griffie van het Gewest en de nv « Mobral », waarvan de expeditie ter griffie van het
Hof is ingekomen op 28 mei 2009, heeft de Politierechtbank te Gent de Hof is ingekomen op 28 mei 2009, heeft de Politierechtbank te Gent de
volgende prejudiciële vraag gesteld : volgende prejudiciële vraag gesteld :
« Schendt artikel 37quinquies, § 1, van het Strafwetboek, ingevoegd « Schendt artikel 37quinquies, § 1, van het Strafwetboek, ingevoegd
bij artikel 3 van de wet van 17 april 2002, de artikelen 10 en 11 van bij artikel 3 van de wet van 17 april 2002, de artikelen 10 en 11 van
de Grondwet, doordat het artikel, op die wijze uitgelegd dat degene de Grondwet, doordat het artikel, op die wijze uitgelegd dat degene
die tot een werkstraf werd veroordeeld en zich voor de uitvoering van die tot een werkstraf werd veroordeeld en zich voor de uitvoering van
de werkstraf op de weg van en naar het hem opgelegde werk begeeft, de werkstraf op de weg van en naar het hem opgelegde werk begeeft,
indien hij op de weg slachtoffer is van een ongeval geen aanspraak kan indien hij op de weg slachtoffer is van een ongeval geen aanspraak kan
maken op vergoeding op grond van de arbeidsongevallenwet zoals maken op vergoeding op grond van de arbeidsongevallenwet zoals
voorzien voor werknemers uit de private en de overheidssector voorzien voor werknemers uit de private en de overheidssector
overeenkomstig de wet van 10 april 1971, aldus het slachtoffer die overeenkomstig de wet van 10 april 1971, aldus het slachtoffer die
bepaalde vergoeding niet toekent terwijl het geviseerde artikel wel bepaalde vergoeding niet toekent terwijl het geviseerde artikel wel
bepaalt dat het werk wordt uitgevoerd onder toezicht van (de in de bepaalt dat het werk wordt uitgevoerd onder toezicht van (de in de
tekst bepaalde diensten van) het ministerie van justitie ? ». tekst bepaalde diensten van) het ministerie van justitie ? ».
(...) (...)
III. In rechte III. In rechte
(...) (...)
Ten aanzien van de pertinentie van de prejudiciële vraag Ten aanzien van de pertinentie van de prejudiciële vraag
B.1. Met de prejudiciële vraag wenst de verwijzende rechter te B.1. Met de prejudiciële vraag wenst de verwijzende rechter te
vernemen of het discriminerend is dat een persoon die is veroordeeld vernemen of het discriminerend is dat een persoon die is veroordeeld
tot een werkstraf overeenkomstig artikel 37quinquies, § 1, van het tot een werkstraf overeenkomstig artikel 37quinquies, § 1, van het
Strafwetboek en die op de weg naar of van dat werk het slachtoffer is Strafwetboek en die op de weg naar of van dat werk het slachtoffer is
van een ongeval, geen aanspraak kan maken op enige vergoeding op grond van een ongeval, geen aanspraak kan maken op enige vergoeding op grond
van de arbeidsongevallenwetgeving, ook al geschiedt het werk van de arbeidsongevallenwetgeving, ook al geschiedt het werk
overeenkomstig de in het geding zijnde bepaling onder het toezicht van overeenkomstig de in het geding zijnde bepaling onder het toezicht van
de Federale Overheidsdienst Justitie. de Federale Overheidsdienst Justitie.
B.2. De Ministerraad voert aan dat de prejudiciële vraag niet B.2. De Ministerraad voert aan dat de prejudiciële vraag niet
ontvankelijk is omdat een oordeel van het Hof over artikel ontvankelijk is omdat een oordeel van het Hof over artikel
37quinquies, § 1, van het Strafwetboek niet zou kunnen bijdragen tot 37quinquies, § 1, van het Strafwetboek niet zou kunnen bijdragen tot
de oplossing van het bodemgeschil, aangezien er te dezen geen sprake de oplossing van het bodemgeschil, aangezien er te dezen geen sprake
zou zijn van enige uitvoering van een werkstraf in de zin van de in zou zijn van enige uitvoering van een werkstraf in de zin van de in
het geding zijnde bepaling, maar van de uitvoering van een het geding zijnde bepaling, maar van de uitvoering van een
dienstverlening overeenkomstig artikel 216ter van het Wetboek van dienstverlening overeenkomstig artikel 216ter van het Wetboek van
strafvordering. strafvordering.
B.3. In de regel komt het de verwijzende rechter toe de normen vast te B.3. In de regel komt het de verwijzende rechter toe de normen vast te
stellen die toepasselijk zijn op het hem voorgelegde geschil. Wanneer stellen die toepasselijk zijn op het hem voorgelegde geschil. Wanneer
evenwel aan het Hof bepalingen worden voorgelegd die klaarblijkelijk evenwel aan het Hof bepalingen worden voorgelegd die klaarblijkelijk
niet op het bodemgeschil kunnen worden toegepast, onderzoekt het Hof niet op het bodemgeschil kunnen worden toegepast, onderzoekt het Hof
de grondwettigheid van zulke bepalingen niet. de grondwettigheid van zulke bepalingen niet.
B.4. De door een van de verwerende partijen voor de verwijzende B.4. De door een van de verwerende partijen voor de verwijzende
rechter gesuggereerde prejudiciële vraag heeft betrekking op de rechter gesuggereerde prejudiciële vraag heeft betrekking op de
hypothese van de uitvoering van een werkstraf overeenkomstig artikel hypothese van de uitvoering van een werkstraf overeenkomstig artikel
37quinquies, § 1, van het Strafwetboek, dat bepaalt : 37quinquies, § 1, van het Strafwetboek, dat bepaalt :
« Wie overeenkomstig artikel 37ter tot een werkstraf is veroordeeld, « Wie overeenkomstig artikel 37ter tot een werkstraf is veroordeeld,
wordt gevolgd door een justitieassistent van de Dienst justitiehuizen wordt gevolgd door een justitieassistent van de Dienst justitiehuizen
van [de] FOD Justitie van het gerechtelijk arrondissement van zijn van [de] FOD Justitie van het gerechtelijk arrondissement van zijn
verblijfplaats. verblijfplaats.
Op de tenuitvoerlegging van de werkstraf wordt toegezien door de Op de tenuitvoerlegging van de werkstraf wordt toegezien door de
probatiecommissie van de verblijfplaats van de veroordeelde, waaraan probatiecommissie van de verblijfplaats van de veroordeelde, waaraan
de justitieassistent rapporteert ». de justitieassistent rapporteert ».
Die bepaling maakt deel uit van afdeling Vbis (« De werkstraf »), die Die bepaling maakt deel uit van afdeling Vbis (« De werkstraf »), die
bij wet van 17 april 2002 tot invoering van de werkstraf als autonome bij wet van 17 april 2002 tot invoering van de werkstraf als autonome
straf in correctionele zaken en in politiezaken (Belgisch Staatsblad , straf in correctionele zaken en in politiezaken (Belgisch Staatsblad ,
7 mei 2002, pp. 19021 e.v.) is ingevoegd in boek I, hoofdstuk II (« 7 mei 2002, pp. 19021 e.v.) is ingevoegd in boek I, hoofdstuk II («
Straffen »), van het Strafwetboek. Straffen »), van het Strafwetboek.
De in het geding zijnde bepaling is krachtens artikel 15 van de De in het geding zijnde bepaling is krachtens artikel 15 van de
voormelde wet van 17 april 2002 in werking getreden op de datum van voormelde wet van 17 april 2002 in werking getreden op de datum van
bekendmaking van die wet in het Belgisch Staatsblad, dit is op 7 mei bekendmaking van die wet in het Belgisch Staatsblad, dit is op 7 mei
2002. 2002.
Uit de gegevens van het dossier voor de verwijzende rechter Uit de gegevens van het dossier voor de verwijzende rechter
(tussenvonnissen van 19 januari 2004 en 26 februari 2007) blijkt dat (tussenvonnissen van 19 januari 2004 en 26 februari 2007) blijkt dat
het ongeval op de openbare weg dat aanleiding is tot de vordering tot het ongeval op de openbare weg dat aanleiding is tot de vordering tot
schadevergoeding dateert van 4 december 1997. schadevergoeding dateert van 4 december 1997.
Uit wat voorafgaat volgt dat het voormelde ongeval ratione temporis Uit wat voorafgaat volgt dat het voormelde ongeval ratione temporis
kennelijk niet het gevolg kan zijn van een activiteit naar aanleiding kennelijk niet het gevolg kan zijn van een activiteit naar aanleiding
van de uitvoering van een werkstraf in de zin van de in het geding van de uitvoering van een werkstraf in de zin van de in het geding
zijnde bepaling. zijnde bepaling.
Het Hof kan derhalve niet ingaan op de prejudiciële vraag, die Het Hof kan derhalve niet ingaan op de prejudiciële vraag, die
betrekking heeft op een bepaling die kennelijk geen verband houdt met betrekking heeft op een bepaling die kennelijk geen verband houdt met
de zaak voor de verwijzende rechter. de zaak voor de verwijzende rechter.
B.5. De prejudiciële vraag behoeft geen antwoord. B.5. De prejudiciële vraag behoeft geen antwoord.
Om die redenen, Om die redenen,
het Hof het Hof
zegt voor recht : zegt voor recht :
De prejudiciële vraag behoeft geen antwoord. De prejudiciële vraag behoeft geen antwoord.
Aldus uitgesproken in het Nederlands en het Frans, overeenkomstig Aldus uitgesproken in het Nederlands en het Frans, overeenkomstig
artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989, op de openbare artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989, op de openbare
terechtzitting van 18 februari 2010. terechtzitting van 18 februari 2010.
De griffier, De griffier,
P.-Y. Dutilleux. P.-Y. Dutilleux.
De voorzitter, De voorzitter,
M. Bossuyt. M. Bossuyt.
^