Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Arrest van --
← Terug naar "Uittreksel uit arrest nr. 108/2009 van 9 juli 2009 Rolnummer 4518 In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 357, § 4, derde lid, van het Gerechtelijk Wetboek, gesteld door het Hof van Beroep te Brussel. Het Grondwettelijk samengesteld uit de voorzitters M. Melchior en M. Bossuyt, en de rechters P. Martens, R. Henneuse, (...)"
Uittreksel uit arrest nr. 108/2009 van 9 juli 2009 Rolnummer 4518 In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 357, § 4, derde lid, van het Gerechtelijk Wetboek, gesteld door het Hof van Beroep te Brussel. Het Grondwettelijk samengesteld uit de voorzitters M. Melchior en M. Bossuyt, en de rechters P. Martens, R. Henneuse, (...) Uittreksel uit arrest nr. 108/2009 van 9 juli 2009 Rolnummer 4518 In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 357, § 4, derde lid, van het Gerechtelijk Wetboek, gesteld door het Hof van Beroep te Brussel. Het Grondwettelijk samengesteld uit de voorzitters M. Melchior en M. Bossuyt, en de rechters P. Martens, R. Henneuse, (...)
GRONDWETTELIJK HOF GRONDWETTELIJK HOF
Uittreksel uit arrest nr. 108/2009 van 9 juli 2009 Uittreksel uit arrest nr. 108/2009 van 9 juli 2009
Rolnummer 4518 Rolnummer 4518
In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 357, § 4, derde In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 357, § 4, derde
lid, van het Gerechtelijk Wetboek, gesteld door het Hof van Beroep te lid, van het Gerechtelijk Wetboek, gesteld door het Hof van Beroep te
Brussel. Brussel.
Het Grondwettelijk Hof, Het Grondwettelijk Hof,
samengesteld uit de voorzitters M. Melchior en M. Bossuyt, en de samengesteld uit de voorzitters M. Melchior en M. Bossuyt, en de
rechters P. Martens, R. Henneuse, E. De Groot, L. Lavrysen, A. Alen, rechters P. Martens, R. Henneuse, E. De Groot, L. Lavrysen, A. Alen,
J.-P. Snappe, J.-P. Moerman en E. Derycke, bijgestaan door de griffier J.-P. Snappe, J.-P. Moerman en E. Derycke, bijgestaan door de griffier
P.-Y. Dutilleux, onder voorzitterschap van voorzitter M. Melchior, P.-Y. Dutilleux, onder voorzitterschap van voorzitter M. Melchior,
wijst na beraad het volgende arrest : wijst na beraad het volgende arrest :
I. Onderwerp van de prejudiciële vraag en rechtspleging I. Onderwerp van de prejudiciële vraag en rechtspleging
Bij arrest van 18 september 2008 in zake de Belgische Staat tegen Bij arrest van 18 september 2008 in zake de Belgische Staat tegen
Etienne Marique, waarvan de expeditie ter griffie van het Hof is Etienne Marique, waarvan de expeditie ter griffie van het Hof is
ingekomen op 24 september 2008, heeft het Hof van Beroep te Brussel de ingekomen op 24 september 2008, heeft het Hof van Beroep te Brussel de
volgende prejudiciële vraag gesteld : volgende prejudiciële vraag gesteld :
« Is artikel 357, § 4, derde lid, van het Gerechtelijk Wetboek, in die « Is artikel 357, § 4, derde lid, van het Gerechtelijk Wetboek, in die
zin geïnterpreteerd dat het een magistraat die is belast met een zin geïnterpreteerd dat het een magistraat die is belast met een
voltijdse opdracht van voorzitter van de Kansspelcommissie, waar voltijdse opdracht van voorzitter van de Kansspelcommissie, waar
tweetaligheid is vereist, niet toelaat de tweetaligheidspremie te tweetaligheid is vereist, niet toelaat de tweetaligheidspremie te
ontvangen waarin die bepaling voorziet, terwijl hij de kennis bewijst ontvangen waarin die bepaling voorziet, terwijl hij de kennis bewijst
van een andere taal dan die waarin hij de examens van het doctoraat of van een andere taal dan die waarin hij de examens van het doctoraat of
van de licentie in de rechten heeft afgelegd, overeenkomstig artikel van de licentie in de rechten heeft afgelegd, overeenkomstig artikel
43quinquies van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in 43quinquies van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in
gerechtszaken, niet in strijd met de artikelen 10 en 11 van de gerechtszaken, niet in strijd met de artikelen 10 en 11 van de
Grondwet, in zoverre de magistraten die ambten in een rechtscollege Grondwet, in zoverre de magistraten die ambten in een rechtscollege
uitoefenen en voldoen aan artikel 43quinquies van de wet van 15 juni uitoefenen en voldoen aan artikel 43quinquies van de wet van 15 juni
1935 de toekenning van de tweetaligheidspremie genieten, terwijl het 1935 de toekenning van de tweetaligheidspremie genieten, terwijl het
door de wetgever nagestreefde doel zoals vervat in artikel 10, § 3, door de wetgever nagestreefde doel zoals vervat in artikel 10, § 3,
van de wet van 7 mei 1999 op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en van de wet van 7 mei 1999 op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en
de bescherming van de spelers en in artikel 323bis, tweede lid, van de bescherming van de spelers en in artikel 323bis, tweede lid, van
het Gerechtelijk Wetboek, erin bestaat dat de magistraten die met een het Gerechtelijk Wetboek, erin bestaat dat de magistraten die met een
opdracht van algemeen belang of met een mandaat zijn belast, alle opdracht van algemeen belang of met een mandaat zijn belast, alle
geldelijke voordelen verbonden aan hun ambt van magistraat binnen hun geldelijke voordelen verbonden aan hun ambt van magistraat binnen hun
rechtscollege genieten en behouden, en terwijl de voorzitter van de rechtscollege genieten en behouden, en terwijl de voorzitter van de
Kansspelcommissie noodzakelijkerwijs een magistraat is die aan artikel Kansspelcommissie noodzakelijkerwijs een magistraat is die aan artikel
43quinquies van de wet van 15 juni 1935 moet voldoen ? ». 43quinquies van de wet van 15 juni 1935 moet voldoen ? ».
(...) (...)
III. In rechte III. In rechte
(...) (...)
B.1. Het Hof wordt verzocht zich uit te spreken over de B.1. Het Hof wordt verzocht zich uit te spreken over de
bestaanbaarheid, met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, van bestaanbaarheid, met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, van
artikel 357, § 4, derde lid, van het Gerechtelijk Wetboek, in die zin artikel 357, § 4, derde lid, van het Gerechtelijk Wetboek, in die zin
geïnterpreteerd dat het een magistraat die is belast met een voltijdse geïnterpreteerd dat het een magistraat die is belast met een voltijdse
opdracht van voorzitter van de Kansspelcommissie, waar tweetaligheid opdracht van voorzitter van de Kansspelcommissie, waar tweetaligheid
is vereist, niet toelaat de tweetaligheidspremie te ontvangen waarin is vereist, niet toelaat de tweetaligheidspremie te ontvangen waarin
die bepaling voorziet, terwijl hij de kennis bewijst van een andere die bepaling voorziet, terwijl hij de kennis bewijst van een andere
taal dan die waarin hij de examens van het doctoraat of de licentie in taal dan die waarin hij de examens van het doctoraat of de licentie in
de rechten heeft afgelegd, overeenkomstig artikel 43quinquies van de de rechten heeft afgelegd, overeenkomstig artikel 43quinquies van de
wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken. wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken.
B.2. Artikel 357, § 4, van het Gerechtelijk Wetboek bepaalt : B.2. Artikel 357, § 4, van het Gerechtelijk Wetboek bepaalt :
« Een premie wordt toegekend aan de magistraten die de kennis hebben « Een premie wordt toegekend aan de magistraten die de kennis hebben
bewezen van een andere taal dan die waarin zij de examens van het bewezen van een andere taal dan die waarin zij de examens van het
doctoraat of van de licentie in de rechten hebben afgelegd, doctoraat of van de licentie in de rechten hebben afgelegd,
overeenkomstig artikel 43quinquies van de wet van 15 juni 1935 op het overeenkomstig artikel 43quinquies van de wet van 15 juni 1935 op het
gebruik der talen in gerechtszaken, voorzover zij benoemd zijn in een gebruik der talen in gerechtszaken, voorzover zij benoemd zijn in een
rechtscollege waar ten minste een gedeelte van de magistraten rechtscollege waar ten minste een gedeelte van de magistraten
krachtens de wetgeving op het gebruik der talen in gerechtszaken het krachtens de wetgeving op het gebruik der talen in gerechtszaken het
bewijs moet leveren van de kennis van meer dan één landstaal. bewijs moet leveren van de kennis van meer dan één landstaal.
Per rechtscollege is het aantal magistraten aan wie een premie wordt Per rechtscollege is het aantal magistraten aan wie een premie wordt
toegekend beperkt, al naargelang van het geval, tot het minimumaantal toegekend beperkt, al naargelang van het geval, tot het minimumaantal
of het aantal zoals voorgeschreven door de wet van 15 juni 1935 op het of het aantal zoals voorgeschreven door de wet van 15 juni 1935 op het
gebruik der talen in gerechtszaken. De toekenning van de premie gebruik der talen in gerechtszaken. De toekenning van de premie
gebeurt op basis van de dienstanciënniteit van de magistraat binnen gebeurt op basis van de dienstanciënniteit van de magistraat binnen
het betrokken rechtscollege. het betrokken rechtscollege.
De premie is uitsluitend verschuldigd wanneer de in het eerste lid De premie is uitsluitend verschuldigd wanneer de in het eerste lid
bedoelde magistraat zijn ambt daadwerkelijk uitoefent in het bedoelde magistraat zijn ambt daadwerkelijk uitoefent in het
rechtscollege waar hij benoemd is of hij een opdracht vervult in een rechtscollege waar hij benoemd is of hij een opdracht vervult in een
rechtscollege waar ten minste een gedeelte van de magistraten rechtscollege waar ten minste een gedeelte van de magistraten
krachtens de wetgeving op het gebruik der talen in gerechtszaken het krachtens de wetgeving op het gebruik der talen in gerechtszaken het
bewijs moet leveren van de kennis van meer dan één landstaal. bewijs moet leveren van de kennis van meer dan één landstaal.
[...] ». [...] ».
B.3.1. In zijn arrest heeft de verwijzende rechter geoordeeld dat, in B.3.1. In zijn arrest heeft de verwijzende rechter geoordeeld dat, in
de huidige stand van de wetgeving, de Kansspelcommissie niet kan de huidige stand van de wetgeving, de Kansspelcommissie niet kan
worden beschouwd als een administratief rechtscollege. worden beschouwd als een administratief rechtscollege.
Volgens de geïntimeerde partij voor de verwijzende rechter zou een Volgens de geïntimeerde partij voor de verwijzende rechter zou een
dergelijke analyse in strijd zijn met artikel 357, § 4, van het dergelijke analyse in strijd zijn met artikel 357, § 4, van het
Gerechtelijk Wetboek, in samenhang gelezen met de artikelen 10 en 11 Gerechtelijk Wetboek, in samenhang gelezen met de artikelen 10 en 11
van de Grondwet. Zij vraagt het Hof dan ook ervan uit te gaan dat de van de Grondwet. Zij vraagt het Hof dan ook ervan uit te gaan dat de
Kansspelcommissie een rechtscollege is en ertoe te besluiten dat het Kansspelcommissie een rechtscollege is en ertoe te besluiten dat het
in de prejudiciële vraag aangeklaagde verschil in behandeling op geen in de prejudiciële vraag aangeklaagde verschil in behandeling op geen
enkel objectief criterium berust. enkel objectief criterium berust.
B.3.2. Het staat in de regel aan de verwijzende rechter om de B.3.2. Het staat in de regel aan de verwijzende rechter om de
bepalingen te interpreteren die hij toepast en die toe te passen op de bepalingen te interpreteren die hij toepast en die toe te passen op de
concrete feiten die hem zijn voorgelegd. Het staat niet aan de concrete feiten die hem zijn voorgelegd. Het staat niet aan de
partijen om voor het Hof de motieven te betwisten van de beslissing partijen om voor het Hof de motieven te betwisten van de beslissing
waarmee aan het Hof een prejudiciële vraag wordt gesteld. Het Hof zal waarmee aan het Hof een prejudiciële vraag wordt gesteld. Het Hof zal
de in het geding zijnde bepaling dan ook onderzoeken in de de in het geding zijnde bepaling dan ook onderzoeken in de
interpretatie die de verwijzende rechter eraan geeft en volgens welke interpretatie die de verwijzende rechter eraan geeft en volgens welke
de Kansspelcommissie een administratieve overheid is. de Kansspelcommissie een administratieve overheid is.
B.4.1. Op grond van artikel 357, § 4, wordt een taalpremie toegekend B.4.1. Op grond van artikel 357, § 4, wordt een taalpremie toegekend
aan magistraten indien is voldaan aan de volgende, cumulatieve aan magistraten indien is voldaan aan de volgende, cumulatieve
voorwaarden : het benoemd zijn in een rechtscollege waar ten minste voorwaarden : het benoemd zijn in een rechtscollege waar ten minste
een gedeelte van de magistraten krachtens de wetgeving op het gebruik een gedeelte van de magistraten krachtens de wetgeving op het gebruik
der talen in gerechtszaken het bewijs moet leveren van de kennis van der talen in gerechtszaken het bewijs moet leveren van de kennis van
meer dan één landstaal; het behoren, op grond van dienstanciënniteit, meer dan één landstaal; het behoren, op grond van dienstanciënniteit,
tot het wettelijk vastgesteld quotum per rechtscollege; het tot het wettelijk vastgesteld quotum per rechtscollege; het
daadwerkelijk uitoefenen van het ambt in het rechtscollege waar men daadwerkelijk uitoefenen van het ambt in het rechtscollege waar men
benoemd is of het vervullen van een opdracht in een rechtscollege waar benoemd is of het vervullen van een opdracht in een rechtscollege waar
ten minste een gedeelte van de magistraten krachtens de wetgeving op ten minste een gedeelte van de magistraten krachtens de wetgeving op
het gebruik der talen in gerechtszaken het bewijs moet leveren van de het gebruik der talen in gerechtszaken het bewijs moet leveren van de
kennis van meer dan één landstaal. kennis van meer dan één landstaal.
B.4.2. Daar de Kansspelcommissie door de verwijzende rechter als een B.4.2. Daar de Kansspelcommissie door de verwijzende rechter als een
administratieve overheid wordt gekwalificeerd, is de voorzitter van administratieve overheid wordt gekwalificeerd, is de voorzitter van
die Commissie uitgesloten van het toepassingsgebied van het in het die Commissie uitgesloten van het toepassingsgebied van het in het
geding zijnde artikel 357, § 4, derde lid, aangezien daarin het geding zijnde artikel 357, § 4, derde lid, aangezien daarin het
verkrijgen van de premie afhankelijk wordt gesteld van de verkrijgen van de premie afhankelijk wordt gesteld van de
daadwerkelijke uitoefening van een ambt in een rechtscollege. daadwerkelijke uitoefening van een ambt in een rechtscollege.
B.5.1. De toekenning van een taalpremie strekt ertoe magistraten met B.5.1. De toekenning van een taalpremie strekt ertoe magistraten met
een financiële impuls te stimuleren om aan het taalexamen deel te een financiële impuls te stimuleren om aan het taalexamen deel te
nemen en ervoor te slagen, zodat de benoeming van magistraten die nemen en ervoor te slagen, zodat de benoeming van magistraten die
voldoen aan de benoemingsvoorwaarden op taalgebied, minder voldoen aan de benoemingsvoorwaarden op taalgebied, minder
problematisch zou zijn dan op het ogenblik dat de wet is aangenomen - problematisch zou zijn dan op het ogenblik dat de wet is aangenomen -
vooral in de rechtscolleges en de parketten te Brussel (Parl. St., vooral in de rechtscolleges en de parketten te Brussel (Parl. St.,
Kamer, 2002-2003, DOC 50-2310/001, p. 4). Tijdens de parlementaire Kamer, 2002-2003, DOC 50-2310/001, p. 4). Tijdens de parlementaire
voorbereiding is daaraan toegevoegd : voorbereiding is daaraan toegevoegd :
« De doelstelling [...] bestaat erin om de kandidaturen aan te « De doelstelling [...] bestaat erin om de kandidaturen aan te
moedigen voor de vacante plaatsen van magistraat voorbehouden aan moedigen voor de vacante plaatsen van magistraat voorbehouden aan
kandidaten die het bewijs hebben geleverd van de kennis van een andere kandidaten die het bewijs hebben geleverd van de kennis van een andere
taal dan die van hun diploma ingevolge de bepalingen van de wet van 15 taal dan die van hun diploma ingevolge de bepalingen van de wet van 15
juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken. Het is dan ook juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken. Het is dan ook
verantwoord om deze premie uitsluitend toe te kennen aan magistraten verantwoord om deze premie uitsluitend toe te kennen aan magistraten
die benoemd worden op plaatsen die voorbehouden zijn aan tweetalige die benoemd worden op plaatsen die voorbehouden zijn aan tweetalige
kandidaten » (ibid., pp. 5-6). kandidaten » (ibid., pp. 5-6).
B.5.2. De afdeling wetgeving van de Raad van State heeft, in haar B.5.2. De afdeling wetgeving van de Raad van State heeft, in haar
advies over het voorontwerp van wet dat heeft geleid tot de in het advies over het voorontwerp van wet dat heeft geleid tot de in het
geding zijnde bepaling, eveneens opgemerkt dat de gemachtigde geding zijnde bepaling, eveneens opgemerkt dat de gemachtigde
ambtenaar, op de vraag welke betekenis moest worden gegeven aan de ambtenaar, op de vraag welke betekenis moest worden gegeven aan de
voorwaarde van de daadwerkelijke uitoefening van het ambt van voorwaarde van de daadwerkelijke uitoefening van het ambt van
magistraat, te kennen had gegeven dat het de bedoeling was te magistraat, te kennen had gegeven dat het de bedoeling was te
voorkomen dat een magistraat de premie krijgt terwijl hij gedetacheerd voorkomen dat een magistraat de premie krijgt terwijl hij gedetacheerd
is, bijvoorbeeld bij een internationale organisatie of een is, bijvoorbeeld bij een internationale organisatie of een
ministerieel kabinet (ibid., p. 10). ministerieel kabinet (ibid., p. 10).
B.6. Zoals het Hof heeft vastgesteld in zijn arrest nr. 208/2004 van B.6. Zoals het Hof heeft vastgesteld in zijn arrest nr. 208/2004 van
21 december 2004, zijn het criterium van de benoeming in een 21 december 2004, zijn het criterium van de benoeming in een
rechtscollege waar ten minste een gedeelte van de magistraten rechtscollege waar ten minste een gedeelte van de magistraten
krachtens de wetgeving op het gebruik der talen in gerechtszaken het krachtens de wetgeving op het gebruik der talen in gerechtszaken het
bewijs moet leveren van de kennis van meer dan één landstaal en het bewijs moet leveren van de kennis van meer dan één landstaal en het
criterium van de daadwerkelijke uitoefening van het ambt in het criterium van de daadwerkelijke uitoefening van het ambt in het
rechtscollege waar men is benoemd of van de vervulling van een rechtscollege waar men is benoemd of van de vervulling van een
opdracht in een dergelijk rechtscollege, objectieve criteria. opdracht in een dergelijk rechtscollege, objectieve criteria.
B.7. De in B.5.1 vermelde doelstellingen verantwoorden dat de B.7. De in B.5.1 vermelde doelstellingen verantwoorden dat de
toekenning van een taalpremie wordt beperkt tot de magistraten die toekenning van een taalpremie wordt beperkt tot de magistraten die
daadwerkelijk een ambt vervullen in rechtscolleges waar een behoefte daadwerkelijk een ambt vervullen in rechtscolleges waar een behoefte
bestaat aan magistraten in ambten die zijn voorbehouden aan tweetalige bestaat aan magistraten in ambten die zijn voorbehouden aan tweetalige
kandidaten. De wetgever vermocht op rechtmatige wijze ervan uit te kandidaten. De wetgever vermocht op rechtmatige wijze ervan uit te
gaan dat het, gelet op de beperkte budgettaire middelen (Parl. St., gaan dat het, gelet op de beperkte budgettaire middelen (Parl. St.,
Kamer, 2002-2003, DOC 50-2310/003, p. 6), niet nodig was het Kamer, 2002-2003, DOC 50-2310/003, p. 6), niet nodig was het
toepassingsgebied van artikel 357, § 4, van het Gerechtelijk Wetboek toepassingsgebied van artikel 357, § 4, van het Gerechtelijk Wetboek
buiten die hypothese uit te breiden. buiten die hypothese uit te breiden.
Het is juist dat artikel 10, § 3, van de wet van 7 mei 1999 op de Het is juist dat artikel 10, § 3, van de wet van 7 mei 1999 op de
kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers
de tweetaligheid vereist om het ambt van voorzitter van de de tweetaligheid vereist om het ambt van voorzitter van de
Kansspelcommissie uit te oefenen. Het behoort tot de Kansspelcommissie uit te oefenen. Het behoort tot de
beoordelingsbevoegdheid van de wetgever om te beslissen of de beoordelingsbevoegdheid van de wetgever om te beslissen of de
kandidaturen voor een dergelijk ambt of de uitoefening van dat ambt kandidaturen voor een dergelijk ambt of de uitoefening van dat ambt
eveneens moeten worden aangemoedigd door de toekenning van een eveneens moeten worden aangemoedigd door de toekenning van een
dergelijk financieel voordeel. Uit het feit dat artikel 357, § 4, van dergelijk financieel voordeel. Uit het feit dat artikel 357, § 4, van
het Gerechtelijk Wetboek geen dergelijk voordeel toekent, kan niet het Gerechtelijk Wetboek geen dergelijk voordeel toekent, kan niet
worden afgeleid dat het de artikelen 10 en 11 van de Grondwet schendt. worden afgeleid dat het de artikelen 10 en 11 van de Grondwet schendt.
B.8. De prejudiciële vraag dient ontkennend te worden beantwoord. B.8. De prejudiciële vraag dient ontkennend te worden beantwoord.
Om die redenen, Om die redenen,
het Hof het Hof
zegt voor recht : zegt voor recht :
Artikel 357, § 4, derde lid, van het Gerechtelijk Wetboek schendt de Artikel 357, § 4, derde lid, van het Gerechtelijk Wetboek schendt de
artikelen 10 en 11 van de Grondwet niet. artikelen 10 en 11 van de Grondwet niet.
Aldus uitgesproken in het Frans en het Nederlands, overeenkomstig Aldus uitgesproken in het Frans en het Nederlands, overeenkomstig
artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989, op de openbare artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989, op de openbare
terechtzitting van 9 juli 2009. terechtzitting van 9 juli 2009.
De griffier, De voorzitter, De griffier, De voorzitter,
P.-Y. Dutilleux. M. Melchior. P.-Y. Dutilleux. M. Melchior.
^