← Terug naar "Uittreksel uit arrest nr. 84/2009 van 14 mei 2009 Rolnummer 4542 In zake : de prejudiciële
vraag betreffende artikel 2ter van de jachtwet van 28 februari 1882, zoals ingevoegd bij artikel 10
van het decreet van het Waalse Gewest van 14 jul Het
Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters M. Melchior en M. Bossuyt, en de rechter(...)"
Uittreksel uit arrest nr. 84/2009 van 14 mei 2009 Rolnummer 4542 In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 2ter van de jachtwet van 28 februari 1882, zoals ingevoegd bij artikel 10 van het decreet van het Waalse Gewest van 14 jul Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters M. Melchior en M. Bossuyt, en de rechter(...) | Uittreksel uit arrest nr. 84/2009 van 14 mei 2009 Rolnummer 4542 In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 2ter van de jachtwet van 28 februari 1882, zoals ingevoegd bij artikel 10 van het decreet van het Waalse Gewest van 14 jul Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters M. Melchior en M. Bossuyt, en de rechter(...) |
---|---|
GRONDWETTELIJK HOF | GRONDWETTELIJK HOF |
Uittreksel uit arrest nr. 84/2009 van 14 mei 2009 | Uittreksel uit arrest nr. 84/2009 van 14 mei 2009 |
Rolnummer 4542 | Rolnummer 4542 |
In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 2ter van de | In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 2ter van de |
jachtwet van 28 februari 1882, zoals ingevoegd bij artikel 10 van het | jachtwet van 28 februari 1882, zoals ingevoegd bij artikel 10 van het |
decreet van het Waalse Gewest van 14 juli 1994, gesteld door de Raad | decreet van het Waalse Gewest van 14 juli 1994, gesteld door de Raad |
van State. | van State. |
Het Grondwettelijk Hof, | Het Grondwettelijk Hof, |
samengesteld uit de voorzitters M. Melchior en M. Bossuyt, en de | samengesteld uit de voorzitters M. Melchior en M. Bossuyt, en de |
rechters P. Martens, R. Henneuse, E. De Groot, L. Lavrysen en E. | rechters P. Martens, R. Henneuse, E. De Groot, L. Lavrysen en E. |
Derycke, bijgestaan door de griffier P.-Y. Dutilleux, onder | Derycke, bijgestaan door de griffier P.-Y. Dutilleux, onder |
voorzitterschap van voorzitter M. Melchior, | voorzitterschap van voorzitter M. Melchior, |
wijst na beraad het volgende arrest : | wijst na beraad het volgende arrest : |
I. Onderwerp van de prejudiciële vraag en rechtspleging | I. Onderwerp van de prejudiciële vraag en rechtspleging |
Bij arrest nr. 187.246 van 21 oktober 2008 in zake de vzw « Syndicat | Bij arrest nr. 187.246 van 21 oktober 2008 in zake de vzw « Syndicat |
des Propriétaires ruraux en Région wallonne » en anderen tegen het | des Propriétaires ruraux en Région wallonne » en anderen tegen het |
Waalse Gewest, waarvan de expeditie ter griffie van het Hof is | Waalse Gewest, waarvan de expeditie ter griffie van het Hof is |
ingekomen op 28 oktober 2008, heeft de Raad van State de volgende | ingekomen op 28 oktober 2008, heeft de Raad van State de volgende |
prejudiciële vraag gesteld : | prejudiciële vraag gesteld : |
« Schendt artikel 2ter van de jachtwet van 28 februari 1882 de | « Schendt artikel 2ter van de jachtwet van 28 februari 1882 de |
artikelen 10 en 11 van de Grondwet, in zoverre het de jacht op grof | artikelen 10 en 11 van de Grondwet, in zoverre het de jacht op grof |
wild op een afgesloten terrein of op een deel daarvan enkel toelaat | wild op een afgesloten terrein of op een deel daarvan enkel toelaat |
wanneer dat terrein of dat deel van dat terrein wordt omringd met | wanneer dat terrein of dat deel van dat terrein wordt omringd met |
afsluitingen geplaatst voor de veiligheid van mensen alsook voor de | afsluitingen geplaatst voor de veiligheid van mensen alsook voor de |
bescherming van teelten en het houden van vee, met uitzondering van | bescherming van teelten en het houden van vee, met uitzondering van |
alle andere afsluitingen, zonder aldus een onderscheid te maken naar | alle andere afsluitingen, zonder aldus een onderscheid te maken naar |
gelang van het gedeeltelijk of volledig afgesloten karakter van het | gelang van het gedeeltelijk of volledig afgesloten karakter van het |
jachtterrein, naar gelang van de juridische mogelijkheid om de hoogte | jachtterrein, naar gelang van de juridische mogelijkheid om de hoogte |
van de afsluitingen te beperken, naar gelang van de oppervlakte van | van de afsluitingen te beperken, naar gelang van de oppervlakte van |
het jachtterrein of nog naar gelang van de aard of de kenmerken van de | het jachtterrein of nog naar gelang van de aard of de kenmerken van de |
afsluitingen die het terrein omringen ? ». | afsluitingen die het terrein omringen ? ». |
(...) | (...) |
III. In rechte | III. In rechte |
(...) | (...) |
B.1.1. Het Hof wordt door de Raad van State gevraagd naar de | B.1.1. Het Hof wordt door de Raad van State gevraagd naar de |
bestaanbaarheid, met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, van | bestaanbaarheid, met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, van |
artikel 2ter van de jachtwet van 28 februari 1882 (hierna : jachtwet), | artikel 2ter van de jachtwet van 28 februari 1882 (hierna : jachtwet), |
zoals ingevoegd bij artikel 10 van het decreet van het Waalse Gewest | zoals ingevoegd bij artikel 10 van het decreet van het Waalse Gewest |
van 14 juli 1994, dat bepaalt : | van 14 juli 1994, dat bepaalt : |
« In het Waalse Gewest is het verboden te jagen op elk grof wild | « In het Waalse Gewest is het verboden te jagen op elk grof wild |
binnen een afgesloten terrein op straffe van een geldboete van BEF 200 | binnen een afgesloten terrein op straffe van een geldboete van BEF 200 |
tot 1 000. | tot 1 000. |
Deze bepaling is niet toepasselijk op terreinen of delen van terreinen | Deze bepaling is niet toepasselijk op terreinen of delen van terreinen |
omringd met afsluitingen geplaatst voor de veiligheid van mensen, | omringd met afsluitingen geplaatst voor de veiligheid van mensen, |
alsook voor de bescherming van teelten en het houden van vee, met | alsook voor de bescherming van teelten en het houden van vee, met |
uitzondering van alle andere afsluitingen. De Regering bepaalt de | uitzondering van alle andere afsluitingen. De Regering bepaalt de |
hoogte van deze afsluitingen ». | hoogte van deze afsluitingen ». |
B.1.2. Artikel 1, § 1, 10°, van de jachtwet, zoals het werd vervangen | B.1.2. Artikel 1, § 1, 10°, van de jachtwet, zoals het werd vervangen |
bij artikel 1 van het voormelde decreet van 14 juli 1994, definieert « | bij artikel 1 van het voormelde decreet van 14 juli 1994, definieert « |
afgesloten gebied » als « ieder jachtgebied of deel van jachtgebied | afgesloten gebied » als « ieder jachtgebied of deel van jachtgebied |
dat voortdurend of tijdelijk afgesloten is door één of meer | dat voortdurend of tijdelijk afgesloten is door één of meer |
hindernissen die de vrije verplaatsing van ieder soort grof wild | hindernissen die de vrije verplaatsing van ieder soort grof wild |
hindert ». | hindert ». |
B.2.1. Krachtens artikel 35 van het voormelde decreet van 14 juli | B.2.1. Krachtens artikel 35 van het voormelde decreet van 14 juli |
1994, is artikel 2ter van de jachtwet slechts van kracht geworden op 1 | 1994, is artikel 2ter van de jachtwet slechts van kracht geworden op 1 |
juli 2000 « wat betreft de bestaande afgesloten terreinen », omdat « | juli 2000 « wat betreft de bestaande afgesloten terreinen », omdat « |
een voldoende lange termijn noodzakelijk lijkt teneinde de diverse | een voldoende lange termijn noodzakelijk lijkt teneinde de diverse |
toepassingsbesluiten uit te vaardigen » (Parl. St., Waalse Gewestraad, | toepassingsbesluiten uit te vaardigen » (Parl. St., Waalse Gewestraad, |
1993-1994, nr. 246/1, p. 5). | 1993-1994, nr. 246/1, p. 5). |
B.2.2. Artikel 1 van het besluit van de Waalse Regering van 3 juni | B.2.2. Artikel 1 van het besluit van de Waalse Regering van 3 juni |
1999 « tot bepaling van de hoogte van de afsluitingen bedoeld bij | 1999 « tot bepaling van de hoogte van de afsluitingen bedoeld bij |
artikel 2ter, tweede lid, van de jachtwet van 28 februari 1882 » | artikel 2ter, tweede lid, van de jachtwet van 28 februari 1882 » |
bepaalt : | bepaalt : |
« De hoogte van de in artikel 2ter, 2de lid van de jachtwet van 28 | « De hoogte van de in artikel 2ter, 2de lid van de jachtwet van 28 |
februari 1882 bedoelde afsluitingen wordt vastgesteld als volgt : | februari 1882 bedoelde afsluitingen wordt vastgesteld als volgt : |
1. voor de veiligheid van mensen : 5 meter maximum; | 1. voor de veiligheid van mensen : 5 meter maximum; |
2. voor de bescherming van de teelten en het houden van vee : 1,2 | 2. voor de bescherming van de teelten en het houden van vee : 1,2 |
meter maximum ». | meter maximum ». |
B.3. De verzoekers voor de verwijzende rechter vorderen de | B.3. De verzoekers voor de verwijzende rechter vorderen de |
vernietiging van het voormelde besluit van 3 juni 1999 in zoverre het | vernietiging van het voormelde besluit van 3 juni 1999 in zoverre het |
de maximumhoogte vaststelt voor de afsluitingen, ongeacht het feit dat | de maximumhoogte vaststelt voor de afsluitingen, ongeacht het feit dat |
de te regelen concrete situaties zeer verschillend zijn naar gelang | de te regelen concrete situaties zeer verschillend zijn naar gelang |
van de gevallen. | van de gevallen. |
In het raam van die rechtspleging vraagt de verwijzende rechter het | In het raam van die rechtspleging vraagt de verwijzende rechter het |
Hof naar de bestaanbaarheid, met de artikelen 10 en 11 van de | Hof naar de bestaanbaarheid, met de artikelen 10 en 11 van de |
Grondwet, van artikel 2ter van de jachtwet, in zoverre die bepaling de | Grondwet, van artikel 2ter van de jachtwet, in zoverre die bepaling de |
jacht op een afgesloten terrein of een deel daarvan enkel toestaat | jacht op een afgesloten terrein of een deel daarvan enkel toestaat |
wanneer die afsluitingen worden geplaatst voor de veiligheid van | wanneer die afsluitingen worden geplaatst voor de veiligheid van |
mensen of voor de bescherming van teelten of het houden van vee, met | mensen of voor de bescherming van teelten of het houden van vee, met |
uitzondering van alle andere afsluitingen, « zonder aldus een | uitzondering van alle andere afsluitingen, « zonder aldus een |
onderscheid te maken naar gelang van het gedeeltelijk of volledig | onderscheid te maken naar gelang van het gedeeltelijk of volledig |
afgesloten karakter van het jachtterrein, naar gelang van de | afgesloten karakter van het jachtterrein, naar gelang van de |
juridische mogelijkheid om de hoogte van de afsluitingen te beperken, | juridische mogelijkheid om de hoogte van de afsluitingen te beperken, |
naar gelang van de oppervlakte van het jachtterrein, of nog, naar | naar gelang van de oppervlakte van het jachtterrein, of nog, naar |
gelang van de aard of de kenmerken van de afsluitingen die het terrein | gelang van de aard of de kenmerken van de afsluitingen die het terrein |
omringen ». | omringen ». |
B.4.1. Artikel 2ter van de jachtwet is ingevoegd bij artikel 10 van | B.4.1. Artikel 2ter van de jachtwet is ingevoegd bij artikel 10 van |
het Waalse decreet van 14 juli 1994 « tot wijziging van de jachtwet | het Waalse decreet van 14 juli 1994 « tot wijziging van de jachtwet |
van 28 februari 1882 ». | van 28 februari 1882 ». |
Dat decreet streeft de volgende doelstellingen na : | Dat decreet streeft de volgende doelstellingen na : |
« - een beter evenwicht tussen mens en natuur, tussen fauna en flora; | « - een beter evenwicht tussen mens en natuur, tussen fauna en flora; |
- een grotere ethiek vanwege de jager ten opzichte van het ecosysteem; | - een grotere ethiek vanwege de jager ten opzichte van het ecosysteem; |
- een groter respect vanwege de mens ten opzichte van het dier » | - een groter respect vanwege de mens ten opzichte van het dier » |
(Parl. St., Waalse Gewestraad, 1993-1994, nr. 246/1, p. 2). | (Parl. St., Waalse Gewestraad, 1993-1994, nr. 246/1, p. 2). |
B.4.2. Wat de in het geding zijnde bepaling betreft werd in de | B.4.2. Wat de in het geding zijnde bepaling betreft werd in de |
parlementaire voorbereiding van het decreet van 14 juli 1994 | parlementaire voorbereiding van het decreet van 14 juli 1994 |
uiteengezet : | uiteengezet : |
« Een nieuw artikel 2ter verbiedt de jacht op alle grof wild op elk | « Een nieuw artikel 2ter verbiedt de jacht op alle grof wild op elk |
afgesloten terrein, voornamelijk met de bedoeling de fauna van het | afgesloten terrein, voornamelijk met de bedoeling de fauna van het |
grof wild in stand te houden. Die wilde fauna wordt reeds voldoende | grof wild in stand te houden. Die wilde fauna wordt reeds voldoende |
gehinderd door beschermende en beveiligende afsluitingen, met name | gehinderd door beschermende en beveiligende afsluitingen, met name |
langs de autowegen. Aan wild moet de mogelijkheid worden gelaten te | langs de autowegen. Aan wild moet de mogelijkheid worden gelaten te |
migreren en zich te verplaatsen volgens zijn instinct en zijn vrije | migreren en zich te verplaatsen volgens zijn instinct en zijn vrije |
verplaatsing moet worden vergemakkelijkt. Bovendien moet een einde | verplaatsing moet worden vergemakkelijkt. Bovendien moet een einde |
worden gemaakt aan een onevenwicht tussen het dier en zijn omgeving, | worden gemaakt aan een onevenwicht tussen het dier en zijn omgeving, |
dat ernstige gevolgen kan hebben zowel wat betreft de bodem als het | dat ernstige gevolgen kan hebben zowel wat betreft de bodem als het |
voortbestaan van het woud. Ten slotte is de vrije verplaatsing van de | voortbestaan van het woud. Ten slotte is de vrije verplaatsing van de |
dierpopulaties een noodzaak teneinde een gediversifieerd genetisch | dierpopulaties een noodzaak teneinde een gediversifieerd genetisch |
patrimonium te handhaven, dat de enige waarborg vormt voor het | patrimonium te handhaven, dat de enige waarborg vormt voor het |
voortbestaan van de soorten. | voortbestaan van de soorten. |
Er wordt geen afbreuk gedaan aan het burgerlijk recht om te omheinen, | Er wordt geen afbreuk gedaan aan het burgerlijk recht om te omheinen, |
een rechtstreeks attribuut van het eigendomsrecht, dat overigens niet | een rechtstreeks attribuut van het eigendomsrecht, dat overigens niet |
absoluut is (zie artikel 544 van het Burgerlijk Wetboek), vermits het | absoluut is (zie artikel 544 van het Burgerlijk Wetboek), vermits het |
verboden is op een afgesloten terrein te jagen, maar niet om dat | verboden is op een afgesloten terrein te jagen, maar niet om dat |
terrein af te sluiten. | terrein af te sluiten. |
Het staat wel degelijk enkel aan de decreetgevende overheid om te | Het staat wel degelijk enkel aan de decreetgevende overheid om te |
oordelen dat de vrije verplaatsing van het wild voor de totaliteit van | oordelen dat de vrije verplaatsing van het wild voor de totaliteit van |
het Waalse Gewest moet worden gegarandeerd, overal en zonder enige | het Waalse Gewest moet worden gegarandeerd, overal en zonder enige |
oplossing van continuïteit, om biologische redenen » (Parl. St., | oplossing van continuïteit, om biologische redenen » (Parl. St., |
Waalse Gewestraad, 1993-1994, nr. 46/1, pp. 3-4). | Waalse Gewestraad, 1993-1994, nr. 46/1, pp. 3-4). |
Die maatregel past in de doelstelling om « het natuurlijk milieu te | Die maatregel past in de doelstelling om « het natuurlijk milieu te |
beschermen en te verbeteren en er een toename van de biodiversiteit te | beschermen en te verbeteren en er een toename van de biodiversiteit te |
bewerkstelligen teneinde een beter evenwicht te bereiken tussen de | bewerkstelligen teneinde een beter evenwicht te bereiken tussen de |
mens en de natuur, tussen de wilde fauna en haar omgeving » (Parl. | mens en de natuur, tussen de wilde fauna en haar omgeving » (Parl. |
St., Waalse Gewestraad, 1993-1994, nr. 246/21, p. 3). | St., Waalse Gewestraad, 1993-1994, nr. 246/21, p. 3). |
B.4.3. Wat die bepaling betreft heeft de afdeling wetgeving van de | B.4.3. Wat die bepaling betreft heeft de afdeling wetgeving van de |
Raad van State volgende opmerkingen geformuleerd : | Raad van State volgende opmerkingen geformuleerd : |
« 1. De aandacht van de Gewestregering wordt gevestigd op het feit dat | « 1. De aandacht van de Gewestregering wordt gevestigd op het feit dat |
de definitie van het afgesloten gebied in artikel 1bis, § 2, 10°, van | de definitie van het afgesloten gebied in artikel 1bis, § 2, 10°, van |
dusdanige aard is dat artikel 2ter zou kunnen worden toegepast in | dusdanige aard is dat artikel 2ter zou kunnen worden toegepast in |
omstandigheden die wel eens niet diegene zouden kunnen zijn die werden | omstandigheden die wel eens niet diegene zouden kunnen zijn die werden |
bedoeld door de auteurs van de tekst. | bedoeld door de auteurs van de tekst. |
2. Bovendien kan men zich afvragen of, gelet op de met de onderzochte | 2. Bovendien kan men zich afvragen of, gelet op de met de onderzochte |
bepaling nagestreefde doelstelling, de maatregel van verbod geen te | bepaling nagestreefde doelstelling, de maatregel van verbod geen te |
absoluut karakter heeft en niet zou moeten worden vastgesteld naar | absoluut karakter heeft en niet zou moeten worden vastgesteld naar |
gelang van de oppervlakte van het afgesloten jachtgebied. | gelang van de oppervlakte van het afgesloten jachtgebied. |
Er bestaan immers afgesloten jachtgebieden die zich over een zeer | Er bestaan immers afgesloten jachtgebieden die zich over een zeer |
grote oppervlakte uitstrekken en waar de jacht de door de auteurs van | grote oppervlakte uitstrekken en waar de jacht de door de auteurs van |
het ontwerp nagestreefde doelstelling niet lijkt te schaden » (Parl. | het ontwerp nagestreefde doelstelling niet lijkt te schaden » (Parl. |
St., Waalse Gewestraad, 1993-1994, nr. 246/1, p. 16). | St., Waalse Gewestraad, 1993-1994, nr. 246/1, p. 16). |
B.5. Het feit dat het aan de Regering toekomt om de hoogte vast te | B.5. Het feit dat het aan de Regering toekomt om de hoogte vast te |
stellen van de in artikel 2ter, tweede lid, bedoelde afsluitingen, | stellen van de in artikel 2ter, tweede lid, bedoelde afsluitingen, |
vloeit voort uit een amendement dat werd verantwoord als volgt : | vloeit voort uit een amendement dat werd verantwoord als volgt : |
« De hoogten van de in dat artikel bedoelde afsluitingen moet worden | « De hoogten van de in dat artikel bedoelde afsluitingen moet worden |
vastgesteld. Men zou zich niet kunnen indenken dat de afsluiting die | vastgesteld. Men zou zich niet kunnen indenken dat de afsluiting die |
bestemd is om de everzwijnen te hinderen ook dient als hindernis voor | bestemd is om de everzwijnen te hinderen ook dient als hindernis voor |
de verplaatsingen van de hertachtigen. In dat geval bijvoorbeeld zou | de verplaatsingen van de hertachtigen. In dat geval bijvoorbeeld zou |
de hoogte niet meer mogen bedragen dan 1,25 meter » (Parl. St., Waalse | de hoogte niet meer mogen bedragen dan 1,25 meter » (Parl. St., Waalse |
Gewestraad, 1993-1994, nr. 246/6, p. 2). | Gewestraad, 1993-1994, nr. 246/6, p. 2). |
De Minister heeft zijn goedkeuring gehecht aan dat amendement (Parl. | De Minister heeft zijn goedkeuring gehecht aan dat amendement (Parl. |
St., Waalse Gewestraad, 1993-1994, nr. 246/21, pp. 7 en 12). | St., Waalse Gewestraad, 1993-1994, nr. 246/21, pp. 7 en 12). |
B.6.1. In het raam van het geschil voor de verwijzende rechter | B.6.1. In het raam van het geschil voor de verwijzende rechter |
bekritiseren de verzoekers de hoogten van de afsluitingen die zijn | bekritiseren de verzoekers de hoogten van de afsluitingen die zijn |
vastgesteld bij het voormelde besluit van de Regering van 3 juni 1999. | vastgesteld bij het voormelde besluit van de Regering van 3 juni 1999. |
Ofschoon, zoals de Raad van State heeft geoordeeld in zijn arrest nr. | Ofschoon, zoals de Raad van State heeft geoordeeld in zijn arrest nr. |
183.587 van 29 mei 2008 in verband met de hangende zaak, de Regering | 183.587 van 29 mei 2008 in verband met de hangende zaak, de Regering |
niet over een gebonden bevoegdheid maar over een discretionaire | niet over een gebonden bevoegdheid maar over een discretionaire |
bevoegdheid beschikt in verband met de vaststelling van de hoogte van | bevoegdheid beschikt in verband met de vaststelling van de hoogte van |
die afsluitingen, is haar bevoegdheid echter beperkt tot de | die afsluitingen, is haar bevoegdheid echter beperkt tot de |
vaststelling van de hoogten van de afsluitingen die zijn geplaatst, | vaststelling van de hoogten van de afsluitingen die zijn geplaatst, |
hetzij voor de veiligheid van personen, hetzij voor de bescherming van | hetzij voor de veiligheid van personen, hetzij voor de bescherming van |
teelten, hetzij voor het houden van vee (artikel 2ter, tweede lid), | teelten, hetzij voor het houden van vee (artikel 2ter, tweede lid), |
drie motieven die het mogelijk maken af te wijken van het principiële | drie motieven die het mogelijk maken af te wijken van het principiële |
verbod van de jacht op grof wild binnen een afgesloten terrein | verbod van de jacht op grof wild binnen een afgesloten terrein |
(artikel 2ter, eerste lid). | (artikel 2ter, eerste lid). |
De ontstentenis van de in de prejudiciële vraag vermelde elementen van | De ontstentenis van de in de prejudiciële vraag vermelde elementen van |
onderscheid, in de veronderstelling dat ze werden aangetoond, vloeit | onderscheid, in de veronderstelling dat ze werden aangetoond, vloeit |
dus wel degelijk voort uit artikel 2ter van de jachtwet, in zoverre | dus wel degelijk voort uit artikel 2ter van de jachtwet, in zoverre |
het slechts in bepaalde gevallen de jacht op grof wild op een | het slechts in bepaalde gevallen de jacht op grof wild op een |
afgesloten terrein toestaat, « met uitzondering van alle andere | afgesloten terrein toestaat, « met uitzondering van alle andere |
afsluitingen ». | afsluitingen ». |
B.6.2. Het Hof onderzoekt dus niet de bestaanbaarheid, met de | B.6.2. Het Hof onderzoekt dus niet de bestaanbaarheid, met de |
artikelen 10 en 11 van de Grondwet, van de door de Regering | artikelen 10 en 11 van de Grondwet, van de door de Regering |
vastgestelde hoogten van de afsluitingen, bedoeld in artikel 2ter, | vastgestelde hoogten van de afsluitingen, bedoeld in artikel 2ter, |
tweede lid, van de jachtwet, en die de verwijzende rechter bijgevolg | tweede lid, van de jachtwet, en die de verwijzende rechter bijgevolg |
zal moeten controleren. | zal moeten controleren. |
B.7.1. Artikel 2ter, eerste lid, stelt het beginsel van verbod van | B.7.1. Artikel 2ter, eerste lid, stelt het beginsel van verbod van |
jacht op grof wild binnen een afgesloten terrein, gedefinieerd in | jacht op grof wild binnen een afgesloten terrein, gedefinieerd in |
artikel 1, § 1, 10°, van de jachtwet. | artikel 1, § 1, 10°, van de jachtwet. |
Het grof wild kan echter worden afgeschoten wanneer er aanzienlijke | Het grof wild kan echter worden afgeschoten wanneer er aanzienlijke |
schade voor de vegetatie of de veeteelt bestaat of dreigt, en die | schade voor de vegetatie of de veeteelt bestaat of dreigt, en die |
wordt veroorzaakt door het grof wild binnen een afgesloten terrein : | wordt veroorzaakt door het grof wild binnen een afgesloten terrein : |
de voorwaarden van die bestrijding van grof wild zijn bepaald in het | de voorwaarden van die bestrijding van grof wild zijn bepaald in het |
besluit van de Waalse Regering van 3 juni 1999 « tot wijziging van het | besluit van de Waalse Regering van 3 juni 1999 « tot wijziging van het |
besluit van de Waalse Regering van 13 juli 1995 waarbij de bestrijding | besluit van de Waalse Regering van 13 juli 1995 waarbij de bestrijding |
van sommige soorten wild wordt toegelaten en de voorwaarden worden | van sommige soorten wild wordt toegelaten en de voorwaarden worden |
bepaald tot bestrijding van grof wild binnen de afgesloten gebieden | bepaald tot bestrijding van grof wild binnen de afgesloten gebieden |
bedoeld bij artikel 2ter, eerste lid van de jachtwet van 28 februari | bedoeld bij artikel 2ter, eerste lid van de jachtwet van 28 februari |
1882 ». | 1882 ». |
B.7.2. Het begrip « afgesloten gebied », gedefinieerd in artikel 1, § | B.7.2. Het begrip « afgesloten gebied », gedefinieerd in artikel 1, § |
1, 10°, van de jachtwet, en bedoeld in het in het geding zijnde | 1, 10°, van de jachtwet, en bedoeld in het in het geding zijnde |
artikel 2ter, moet worden geïnterpreteerd, rekening houdend met de | artikel 2ter, moet worden geïnterpreteerd, rekening houdend met de |
door de in het geding zijnde bepaling nagestreefde doelstelling, die | door de in het geding zijnde bepaling nagestreefde doelstelling, die |
in herinnering is gebracht in B.4, en die erin bestaat de vrije | in herinnering is gebracht in B.4, en die erin bestaat de vrije |
verplaatsing van het grof wild niet te hinderen in het hele Waalse | verplaatsing van het grof wild niet te hinderen in het hele Waalse |
Gewest en aldus het evenwicht tussen het dier en zijn natuurlijke | Gewest en aldus het evenwicht tussen het dier en zijn natuurlijke |
omgeving te verbeteren. | omgeving te verbeteren. |
Aan die doelstelling werd overigens herinnerd in een omzendbrief van | Aan die doelstelling werd overigens herinnerd in een omzendbrief van |
12 oktober 2000 (Belgisch Staatsblad , 7 november 2000, pp. 36 916 en | 12 oktober 2000 (Belgisch Staatsblad , 7 november 2000, pp. 36 916 en |
volgende) waarin het begrip « afgesloten gebied » werd gepreciseerd, | volgende) waarin het begrip « afgesloten gebied » werd gepreciseerd, |
bedoeld in artikel 1, § 1, 10°, van de jachtwet. | bedoeld in artikel 1, § 1, 10°, van de jachtwet. |
In die tekst wordt gepreciseerd dat het afgesloten gebied « een | In die tekst wordt gepreciseerd dat het afgesloten gebied « een |
volledig omheind gebied is » en dat « het begrip 'vrije verplaatsing' | volledig omheind gebied is » en dat « het begrip 'vrije verplaatsing' |
in een biologische context dient te worden verstaan » : | in een biologische context dient te worden verstaan » : |
« De wetgever wil de verschillende diersoorten de mogelijkheid geven | « De wetgever wil de verschillende diersoorten de mogelijkheid geven |
om zich te verplaatsen tussen de bijvoedings-, rust- en | om zich te verplaatsen tussen de bijvoedings-, rust- en |
voortplantingsplaatsen ». | voortplantingsplaatsen ». |
B.7.3. Het begrip « afgesloten jachtgebied », geïnterpreteerd in het | B.7.3. Het begrip « afgesloten jachtgebied », geïnterpreteerd in het |
licht van de doelstelling van de decreetgever en in het licht van de | licht van de doelstelling van de decreetgever en in het licht van de |
voormelde omzendbrief, omvat dus noch de gedeeltelijk afgesloten | voormelde omzendbrief, omvat dus noch de gedeeltelijk afgesloten |
jachtterreinen, noch de jachtgebieden met een dergelijke oppervlakte | jachtterreinen, noch de jachtgebieden met een dergelijke oppervlakte |
dat de vrije verplaatsing van het grof wild - die inhoudt dat het zich | dat de vrije verplaatsing van het grof wild - die inhoudt dat het zich |
moet kunnen verplaatsen tussen de bijvoedings-, rust- en | moet kunnen verplaatsen tussen de bijvoedings-, rust- en |
voortplantingsplaatsen - niet kan worden gehinderd door de | voortplantingsplaatsen - niet kan worden gehinderd door de |
afsluitingen, noch de jachtterreinen die volledig zijn omheind met | afsluitingen, noch de jachtterreinen die volledig zijn omheind met |
afsluitingen waarvan de aard of de kenmerken van dusdanige aard zijn | afsluitingen waarvan de aard of de kenmerken van dusdanige aard zijn |
dat zij de vrije verplaatsing van het grof wild niet kunnen hinderen. | dat zij de vrije verplaatsing van het grof wild niet kunnen hinderen. |
B.7.4. In zoverre de prejudiciële vraag betrekking heeft op het feit | B.7.4. In zoverre de prejudiciële vraag betrekking heeft op het feit |
dat de in het geding zijnde bepaling geen onderscheid zou maken naar | dat de in het geding zijnde bepaling geen onderscheid zou maken naar |
gelang van het gedeeltelijk of volledig afgesloten karakter van het | gelang van het gedeeltelijk of volledig afgesloten karakter van het |
jachtterrein, naar gelang van de oppervlakte van het terrein of naar | jachtterrein, naar gelang van de oppervlakte van het terrein of naar |
gelang van de aard of de kenmerken van de jachtafsluitingen, berust | gelang van de aard of de kenmerken van de jachtafsluitingen, berust |
zij dus op een verkeerde interpretatie van de in het geding zijnde | zij dus op een verkeerde interpretatie van de in het geding zijnde |
bepaling. | bepaling. |
In die mate dient de vraag niet te worden beantwoord. | In die mate dient de vraag niet te worden beantwoord. |
B.8. Voorts dient nog te worden onderzocht of de in het geding zijnde | B.8. Voorts dient nog te worden onderzocht of de in het geding zijnde |
bepaling de artikelen 10 en 11 van de Grondwet schendt, in zoverre zij | bepaling de artikelen 10 en 11 van de Grondwet schendt, in zoverre zij |
geen onderscheid zou maken naar gelang van de juridische mogelijkheid | geen onderscheid zou maken naar gelang van de juridische mogelijkheid |
om de hoogte van de afsluitingen te beperken. | om de hoogte van de afsluitingen te beperken. |
B.9.1. Krachtens artikel 2ter, tweede lid, van de jachtwet, wordt | B.9.1. Krachtens artikel 2ter, tweede lid, van de jachtwet, wordt |
afgeweken van het beginsel van verbod op de jacht op grof wild binnen | afgeweken van het beginsel van verbod op de jacht op grof wild binnen |
een afgesloten jachtterrein - gedefinieerd in artikel 1, § 1, 10°, van | een afgesloten jachtterrein - gedefinieerd in artikel 1, § 1, 10°, van |
de jachtwet - wanneer de afsluitingen zijn geplaatst om drie redenen : | de jachtwet - wanneer de afsluitingen zijn geplaatst om drie redenen : |
(1) de veiligheid van mensen, (2) de bescherming van teelten of (3) | (1) de veiligheid van mensen, (2) de bescherming van teelten of (3) |
het houden van vee. | het houden van vee. |
In die drie gevallen kan het bestaan van afsluitingen die niet werden | In die drie gevallen kan het bestaan van afsluitingen die niet werden |
geplaatst met de bedoeling om de vrije verplaatsing van grof wil te | geplaatst met de bedoeling om de vrije verplaatsing van grof wil te |
belemmeren, dus niet de jacht op grof wild op het aldus afgesloten | belemmeren, dus niet de jacht op grof wild op het aldus afgesloten |
terrein verhinderen. | terrein verhinderen. |
B.9.2. Zowel de - eerder onderzochte - definitie van afgesloten | B.9.2. Zowel de - eerder onderzochte - definitie van afgesloten |
terrein als de gevallen waarin de jacht wordt toegestaan binnen een | terrein als de gevallen waarin de jacht wordt toegestaan binnen een |
afgesloten terrein, tonen aan dat, in de logica van de met het decreet | afgesloten terrein, tonen aan dat, in de logica van de met het decreet |
van 14 juli 1994 nagestreefde doelstelling, de decreetgever rekening | van 14 juli 1994 nagestreefde doelstelling, de decreetgever rekening |
heeft gehouden met de bedoeling waarmee de afsluitingen zijn | heeft gehouden met de bedoeling waarmee de afsluitingen zijn |
geplaatst, ongeacht alle andere kenmerken van de afsluitingen, zoals | geplaatst, ongeacht alle andere kenmerken van de afsluitingen, zoals |
de al dan niet bestaande juridische mogelijkheid om de hoogte van de | de al dan niet bestaande juridische mogelijkheid om de hoogte van de |
afsluitingen te beperken. | afsluitingen te beperken. |
B.9.3. In de veronderstelling dat de in het geding zijnde bepaling, | B.9.3. In de veronderstelling dat de in het geding zijnde bepaling, |
wat het verbod van jacht binnen een afgesloten terrein betreft, de | wat het verbod van jacht binnen een afgesloten terrein betreft, de |
gebieden waarop het mogelijk is de hoogte van de afsluitingen te | gebieden waarop het mogelijk is de hoogte van de afsluitingen te |
beperken en de andere, op dezelfde wijze behandelt, zou die identieke | beperken en de andere, op dezelfde wijze behandelt, zou die identieke |
behandeling van verschillende situaties enkel betrekking kunnen hebben | behandeling van verschillende situaties enkel betrekking kunnen hebben |
op jachtterreinen die volledig zijn omheind met afsluitingen die niet | op jachtterreinen die volledig zijn omheind met afsluitingen die niet |
geplaatst zouden zijn geweest met het oog op de veiligheid van mensen, | geplaatst zouden zijn geweest met het oog op de veiligheid van mensen, |
de bescherming van teelten of het houden van vee. | de bescherming van teelten of het houden van vee. |
In de veronderstelling dat dergelijke afsluitingen bestaan, zonder te | In de veronderstelling dat dergelijke afsluitingen bestaan, zonder te |
zijn geplaatst om de vrije verplaatsing van het grof wild te | zijn geplaatst om de vrije verplaatsing van het grof wild te |
belemmeren, vermocht de decreetgever te oordelen dat de juridische | belemmeren, vermocht de decreetgever te oordelen dat de juridische |
onmogelijkheid om de hoogte van die afsluitingen te beperken, geen | onmogelijkheid om de hoogte van die afsluitingen te beperken, geen |
wettig motief vormde dat de toelating om op die afgesloten terreinen | wettig motief vormde dat de toelating om op die afgesloten terreinen |
op grof wild te jagen, verantwoordt. | op grof wild te jagen, verantwoordt. |
Indien de decreetgever rekening had gehouden met de al dan niet | Indien de decreetgever rekening had gehouden met de al dan niet |
bestaande juridische mogelijkheid om de hoogte van de afsluitingen te | bestaande juridische mogelijkheid om de hoogte van de afsluitingen te |
beperken, zou hij daarentegen een verschil in behandeling hebben | beperken, zou hij daarentegen een verschil in behandeling hebben |
ingevoerd tussen de jachtgebieden naar gelang van het juridisch | ingevoerd tussen de jachtgebieden naar gelang van het juridisch |
statuut van de afsluitingen waarmee ze zijn omringd, en dat verschil | statuut van de afsluitingen waarmee ze zijn omringd, en dat verschil |
in behandeling zou niet verantwoord zijn geweest ten aanzien van de | in behandeling zou niet verantwoord zijn geweest ten aanzien van de |
doelstelling om de vrije verplaatsing van het grof wild te beschermen | doelstelling om de vrije verplaatsing van het grof wild te beschermen |
en een einde te maken aan bepaalde praktijken die erin bestaan de | en een einde te maken aan bepaalde praktijken die erin bestaan de |
jacht te vergemakkelijken door het nagejaagde wild te « omsingelen ». | jacht te vergemakkelijken door het nagejaagde wild te « omsingelen ». |
B.10. In zoverre de prejudiciële vraag betrekking heeft op het feit | B.10. In zoverre de prejudiciële vraag betrekking heeft op het feit |
dat de in het geding zijnde bepaling geen onderscheid zou maken naar | dat de in het geding zijnde bepaling geen onderscheid zou maken naar |
gelang van de juridische mogelijkheid om de hoogte van de afsluitingen | gelang van de juridische mogelijkheid om de hoogte van de afsluitingen |
te beperken, dient ze ontkennend te worden beantwoord. | te beperken, dient ze ontkennend te worden beantwoord. |
Om die redenen, | Om die redenen, |
het Hof | het Hof |
zegt voor recht : | zegt voor recht : |
Artikel 2ter van de jachtwet van 28 februari 1882, zoals het werd | Artikel 2ter van de jachtwet van 28 februari 1882, zoals het werd |
ingevoegd bij artikel 10 van het decreet van het Waalse Gewest van 14 | ingevoegd bij artikel 10 van het decreet van het Waalse Gewest van 14 |
juli 1994, schendt de artikelen 10 en 11 van de Grondwet niet. | juli 1994, schendt de artikelen 10 en 11 van de Grondwet niet. |
Aldus uitgesproken in het Frans en het Nederlands, overeenkomstig | Aldus uitgesproken in het Frans en het Nederlands, overeenkomstig |
artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989, op de openbare | artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989, op de openbare |
terechtzitting van 14 mei 2009. | terechtzitting van 14 mei 2009. |
De griffier, | De griffier, |
P.-Y. Dutilleux. | P.-Y. Dutilleux. |
De voorzitter, | De voorzitter, |
M. Melchior. | M. Melchior. |