← Terug naar "Uittreksel uit arrest nr. 81/2009 van 14 mei 2009 Rolnummer 4501 In zake : de prejudiciële
vraag over artikel 31, § 2, van het decreet van het Vlaamse Gewest van 22 februari 1995 betreffende
de bodemsanering, gesteld door de Raad van S Het Grondwettelijk Hof, samengesteld
uit de voorzitters M. Bossuyt en M. Melchior, en de rechter(...)"
Uittreksel uit arrest nr. 81/2009 van 14 mei 2009 Rolnummer 4501 In zake : de prejudiciële vraag over artikel 31, § 2, van het decreet van het Vlaamse Gewest van 22 februari 1995 betreffende de bodemsanering, gesteld door de Raad van S Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters M. Bossuyt en M. Melchior, en de rechter(...) | Uittreksel uit arrest nr. 81/2009 van 14 mei 2009 Rolnummer 4501 In zake : de prejudiciële vraag over artikel 31, § 2, van het decreet van het Vlaamse Gewest van 22 februari 1995 betreffende de bodemsanering, gesteld door de Raad van S Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters M. Bossuyt en M. Melchior, en de rechter(...) |
---|---|
GRONDWETTELIJK HOF | GRONDWETTELIJK HOF |
Uittreksel uit arrest nr. 81/2009 van 14 mei 2009 | Uittreksel uit arrest nr. 81/2009 van 14 mei 2009 |
Rolnummer 4501 | Rolnummer 4501 |
In zake : de prejudiciële vraag over artikel 31, § 2, van het decreet | In zake : de prejudiciële vraag over artikel 31, § 2, van het decreet |
van het Vlaamse Gewest van 22 februari 1995 betreffende de | van het Vlaamse Gewest van 22 februari 1995 betreffende de |
bodemsanering, gesteld door de Raad van State. | bodemsanering, gesteld door de Raad van State. |
Het Grondwettelijk Hof, | Het Grondwettelijk Hof, |
samengesteld uit de voorzitters M. Bossuyt en M. Melchior, en de | samengesteld uit de voorzitters M. Bossuyt en M. Melchior, en de |
rechters P. Martens, R. Henneuse, L. Lavrysen, J.-P. Snappe en E. | rechters P. Martens, R. Henneuse, L. Lavrysen, J.-P. Snappe en E. |
Derycke, bijgestaan door de griffier P.-Y. Dutilleux, onder | Derycke, bijgestaan door de griffier P.-Y. Dutilleux, onder |
voorzitterschap van voorzitter M. Bossuyt, | voorzitterschap van voorzitter M. Bossuyt, |
wijst na beraad het volgende arrest : | wijst na beraad het volgende arrest : |
I. Onderwerp van de prejudiciële vraag en rechtspleging | I. Onderwerp van de prejudiciële vraag en rechtspleging |
Bij arrest nr. 184.755 van 26 juni 2008 in zake de nv « Société de | Bij arrest nr. 184.755 van 26 juni 2008 in zake de nv « Société de |
recherches immobilières » tegen het Vlaamse Gewest, waarvan de | recherches immobilières » tegen het Vlaamse Gewest, waarvan de |
expeditie ter griffie van het Hof is ingekomen op 11 juli 2008, heeft | expeditie ter griffie van het Hof is ingekomen op 11 juli 2008, heeft |
de Raad van State de volgende prejudiciële vraag gesteld : | de Raad van State de volgende prejudiciële vraag gesteld : |
« Schendt artikel 31, § 2, van het decreet van 22 februari 1995 | « Schendt artikel 31, § 2, van het decreet van 22 februari 1995 |
betreffende de bodemsanering, doordat de eigenaar van grond die na | betreffende de bodemsanering, doordat de eigenaar van grond die na |
verwerving en voor de inwerkingtreding van voornoemd decreet is | verwerving en voor de inwerkingtreding van voornoemd decreet is |
verontreinigd, zich niet kan beroepen op de uitzonderingsgrond van | verontreinigd, zich niet kan beroepen op de uitzonderingsgrond van |
artikel 31, § 2, van het decreet, terwijl de eigenaar die de | artikel 31, § 2, van het decreet, terwijl de eigenaar die de |
verontreinigde grond verworven heeft voor de inwerkingtreding van het | verontreinigde grond verworven heeft voor de inwerkingtreding van het |
decreet, wel vermag zich te beroepen op die uitzonderingsgrond, de | decreet, wel vermag zich te beroepen op die uitzonderingsgrond, de |
artikelen 10 en 11 van de Grondwet ? ». | artikelen 10 en 11 van de Grondwet ? ». |
(...) | (...) |
III. In rechte | III. In rechte |
(...) | (...) |
B.1. De prejudiciële vraag betreft artikel 31, § 2, van het decreet | B.1. De prejudiciële vraag betreft artikel 31, § 2, van het decreet |
van 22 februari 1995 betreffende de bodemsanering (hierna : het | van 22 februari 1995 betreffende de bodemsanering (hierna : het |
Bodemsaneringsdecreet) dat bepaalt : | Bodemsaneringsdecreet) dat bepaalt : |
« De in § 1 bedoelde persoon is niet verplicht tot bodemsanering over | « De in § 1 bedoelde persoon is niet verplicht tot bodemsanering over |
te gaan indien hij het bewijs levert dat hij aan de hieronder bepaalde | te gaan indien hij het bewijs levert dat hij aan de hieronder bepaalde |
voorwaarden cumulatief voldoet : | voorwaarden cumulatief voldoet : |
1° dat hij de verontreiniging niet zelf heeft veroorzaakt; | 1° dat hij de verontreiniging niet zelf heeft veroorzaakt; |
2° dat hij op het ogenblik waarop hij eigenaar of gebruiker werd van | 2° dat hij op het ogenblik waarop hij eigenaar of gebruiker werd van |
de grond niet op de hoogte was of behoorde te zijn van de | de grond niet op de hoogte was of behoorde te zijn van de |
verontreiniging ». | verontreiniging ». |
Ten aanzien van de context van de in het geding zijnde bepaling | Ten aanzien van de context van de in het geding zijnde bepaling |
B.2.1. Artikel 31, § 2, is opgenomen in afdeling 2 - « Verplichting | B.2.1. Artikel 31, § 2, is opgenomen in afdeling 2 - « Verplichting |
tot uitvoering van de bodemsanering » - van hoofdstuk IV - « | tot uitvoering van de bodemsanering » - van hoofdstuk IV - « |
Historische bodemverontreiniging » - van het Bodemsaneringsdecreet. | Historische bodemverontreiniging » - van het Bodemsaneringsdecreet. |
B.2.2. Met « historische » bodemverontreiniging wordt de | B.2.2. Met « historische » bodemverontreiniging wordt de |
bodemverontreiniging bedoeld die vóór de inwerkingtreding van het | bodemverontreiniging bedoeld die vóór de inwerkingtreding van het |
Bodemsaneringsdecreet op 29 oktober 1995 tot stand is gekomen (artikel | Bodemsaneringsdecreet op 29 oktober 1995 tot stand is gekomen (artikel |
2, 5°). | 2, 5°). |
In tegenstelling tot « nieuwe » bodemverontreiniging, waarmee de | In tegenstelling tot « nieuwe » bodemverontreiniging, waarmee de |
bodemverontreiniging wordt bedoeld die na de inwerkingtreding van het | bodemverontreiniging wordt bedoeld die na de inwerkingtreding van het |
Bodemsaneringsdecreet tot stand is gekomen (artikel 2, 4°), geldt voor | Bodemsaneringsdecreet tot stand is gekomen (artikel 2, 4°), geldt voor |
« historische » bodemverontreiniging geen zelfstandige verplichting | « historische » bodemverontreiniging geen zelfstandige verplichting |
tot sanering : de Vlaamse Regering wijst op voorstel van de Openbare | tot sanering : de Vlaamse Regering wijst op voorstel van de Openbare |
Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij (hierna : OVAM) de historisch | Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij (hierna : OVAM) de historisch |
verontreinigde gronden aan waar bodemsanering moet plaatsvinden | verontreinigde gronden aan waar bodemsanering moet plaatsvinden |
(artikel 30, § 2). | (artikel 30, § 2). |
B.2.3. In de parlementaire voorbereiding wordt het onderscheid tussen | B.2.3. In de parlementaire voorbereiding wordt het onderscheid tussen |
nieuwe en historische bodemverontreiniging benadrukt : | nieuwe en historische bodemverontreiniging benadrukt : |
« De verplichting tot sanering, de prefinanciering ervan en de | « De verplichting tot sanering, de prefinanciering ervan en de |
aansprakelijkheidsregel verschillen al naargelang het om nieuwe of | aansprakelijkheidsregel verschillen al naargelang het om nieuwe of |
historische verontreiniging gaat. | historische verontreiniging gaat. |
Voor nieuwe bodemverontreiniging bestaat een verplichting tot | Voor nieuwe bodemverontreiniging bestaat een verplichting tot |
bodemsanering zodra de bodemsaneringsnormen overschreden zijn. [...] | bodemsanering zodra de bodemsaneringsnormen overschreden zijn. [...] |
Voor historische bodemverontreiniging bestaat geen automatische | Voor historische bodemverontreiniging bestaat geen automatische |
verplichting tot sanering. Men gaat enkel over tot sanering indien er | verplichting tot sanering. Men gaat enkel over tot sanering indien er |
een ernstige bedreiging bestaat. Gelet op de beperkte middelen zal de | een ernstige bedreiging bestaat. Gelet op de beperkte middelen zal de |
overheid hier prioriteiten bepalen voor een selectieve sanering. | overheid hier prioriteiten bepalen voor een selectieve sanering. |
[...] | [...] |
In geval van historische bodemverontreiniging die een ernstige | In geval van historische bodemverontreiniging die een ernstige |
bedreiging vormt, kan OVAM de eigenaar of gebruiker aanmanen om tot | bedreiging vormt, kan OVAM de eigenaar of gebruiker aanmanen om tot |
sanering over te gaan. De betrokkene is niet verplicht op eigen kosten | sanering over te gaan. De betrokkene is niet verplicht op eigen kosten |
te saneren indien hij aantoont dat hij zelf de verontreiniging niet | te saneren indien hij aantoont dat hij zelf de verontreiniging niet |
heeft veroorzaakt en dat hij bij overname van de grond niet op de | heeft veroorzaakt en dat hij bij overname van de grond niet op de |
hoogte was noch hoorde te zijn van de verontreiniging [...]. De | hoogte was noch hoorde te zijn van de verontreiniging [...]. De |
rechtspositie van de eigenaar of gebruiker is dus gunstiger bij | rechtspositie van de eigenaar of gebruiker is dus gunstiger bij |
historische verontreiniging dan bij nieuwe » (Parl. St., Vlaamse Raad, | historische verontreiniging dan bij nieuwe » (Parl. St., Vlaamse Raad, |
1993-1994, 587/1, pp. 2-3). | 1993-1994, 587/1, pp. 2-3). |
B.2.4. De saneringsplichtige die overeenkomstig artikel 10, § 1, wordt | B.2.4. De saneringsplichtige die overeenkomstig artikel 10, § 1, wordt |
aangewezen, wordt door de OVAM aangemaand om de bodemsanering uit te | aangewezen, wordt door de OVAM aangemaand om de bodemsanering uit te |
voeren (artikel 31, § 1). | voeren (artikel 31, § 1). |
Artikel 10, § 1, bepaalt dat de verplichting om tot bodemsanering over | Artikel 10, § 1, bepaalt dat de verplichting om tot bodemsanering over |
te gaan, op de volgende personen rust : | te gaan, op de volgende personen rust : |
« a) indien op de grond waar de verontreiniging tot stand kwam een | « a) indien op de grond waar de verontreiniging tot stand kwam een |
inrichting gevestigd is of een activiteit uitgeoefend wordt die | inrichting gevestigd is of een activiteit uitgeoefend wordt die |
vergunnings- of meldingsplichtig is krachtens het decreet van 28 juni | vergunnings- of meldingsplichtig is krachtens het decreet van 28 juni |
1985 betreffende de milieuvergunning, op de exploitant zoals bedoeld | 1985 betreffende de milieuvergunning, op de exploitant zoals bedoeld |
in dat decreet; | in dat decreet; |
b) in de andere gevallen, op de eigenaar van de grond waar de | b) in de andere gevallen, op de eigenaar van de grond waar de |
verontreiniging tot stand kwam, zolang deze niet heeft aangetoond dat | verontreiniging tot stand kwam, zolang deze niet heeft aangetoond dat |
een andere persoon voor eigen rekening de feitelijke controle over | een andere persoon voor eigen rekening de feitelijke controle over |
deze grond heeft. Levert de eigenaar dit bewijs, dan rust de | deze grond heeft. Levert de eigenaar dit bewijs, dan rust de |
verplichting op deze andere persoon ». | verplichting op deze andere persoon ». |
Daaruit blijkt dat de aanwijzing als saneringsplichtige niet mag | Daaruit blijkt dat de aanwijzing als saneringsplichtige niet mag |
worden gelijkgesteld met de aanwijzing van de aansprakelijke van de | worden gelijkgesteld met de aanwijzing van de aansprakelijke van de |
bodemverontreiniging. Op grond van artikel 10, § 1, is diegene | bodemverontreiniging. Op grond van artikel 10, § 1, is diegene |
saneringsplichtig die, op het ogenblik dat de bodemsanering moet | saneringsplichtig die, op het ogenblik dat de bodemsanering moet |
worden doorgevoerd, de feitelijke controle over de grond heeft, hetzij | worden doorgevoerd, de feitelijke controle over de grond heeft, hetzij |
als exploitant, hetzij als eigenaar, hetzij als persoon die voor eigen | als exploitant, hetzij als eigenaar, hetzij als persoon die voor eigen |
rekening de controle over die grond heeft. | rekening de controle over die grond heeft. |
Ten gronde | Ten gronde |
B.3. De verwijzende rechter vraagt het Hof naar de bestaanbaarheid van | B.3. De verwijzende rechter vraagt het Hof naar de bestaanbaarheid van |
artikel 31, § 2, van het Bodemsaneringsdecreet, met de artikelen 10 en | artikel 31, § 2, van het Bodemsaneringsdecreet, met de artikelen 10 en |
11 van de Grondwet, in zoverre het een verschil in behandeling | 11 van de Grondwet, in zoverre het een verschil in behandeling |
invoert, wat de mogelijkheid betreft om zich op de uitzonderingsgrond | invoert, wat de mogelijkheid betreft om zich op de uitzonderingsgrond |
te beroepen, tussen eigenaars van historisch verontreinigde gronden | te beroepen, tussen eigenaars van historisch verontreinigde gronden |
naargelang de bodemverontreiniging vóór of na de eigendomsverwerving | naargelang de bodemverontreiniging vóór of na de eigendomsverwerving |
is ontstaan. | is ontstaan. |
B.4. Op grond van artikel 31, § 2, kan de door de OVAM aangewezen | B.4. Op grond van artikel 31, § 2, kan de door de OVAM aangewezen |
saneringsplichtige van elke verplichting tot sanering van historisch | saneringsplichtige van elke verplichting tot sanering van historisch |
verontreinigde gronden worden vrijgesteld, wanneer hij het bewijs | verontreinigde gronden worden vrijgesteld, wanneer hij het bewijs |
levert dat hij voldoet aan de twee cumulatieve voorwaarden waarin die | levert dat hij voldoet aan de twee cumulatieve voorwaarden waarin die |
bepaling voorziet. | bepaling voorziet. |
De tweede voorwaarde heeft uitsluitend betrekking op het geval waarbij | De tweede voorwaarde heeft uitsluitend betrekking op het geval waarbij |
de als saneringsplichtige aangewezen eigenaar een grond heeft | de als saneringsplichtige aangewezen eigenaar een grond heeft |
verworven die op het ogenblik van de eigendomsverwerving reeds | verworven die op het ogenblik van de eigendomsverwerving reeds |
historisch was verontreinigd. De eigenaar wiens grond na de | historisch was verontreinigd. De eigenaar wiens grond na de |
eigendomsverwerving door historische bodemverontreiniging wordt | eigendomsverwerving door historische bodemverontreiniging wordt |
getroffen, kan zich bijgevolg niet op de uitzonderingsgrond waarin de | getroffen, kan zich bijgevolg niet op de uitzonderingsgrond waarin de |
in het geding zijnde bepaling voorziet, beroepen om niet op de | in het geding zijnde bepaling voorziet, beroepen om niet op de |
aanmaning tot het opstellen van een beschrijvend bodemonderzoek en, in | aanmaning tot het opstellen van een beschrijvend bodemonderzoek en, in |
voorkomend geval, tot uitvoering van de bodemsaneringswerken te moeten | voorkomend geval, tot uitvoering van de bodemsaneringswerken te moeten |
ingaan. | ingaan. |
B.5.1. De in het geding zijnde maatregel berust op een objectief | B.5.1. De in het geding zijnde maatregel berust op een objectief |
criterium van onderscheid, namelijk het bestaan van | criterium van onderscheid, namelijk het bestaan van |
bodemverontreiniging vóór of na de eigendomsverwerving van de | bodemverontreiniging vóór of na de eigendomsverwerving van de |
betrokken grond. | betrokken grond. |
B.5.2. De parlementaire voorbereiding vermeldt : | B.5.2. De parlementaire voorbereiding vermeldt : |
« Het ontwerp voorziet ook inzake historische verontreiniging een | « Het ontwerp voorziet ook inzake historische verontreiniging een |
gunstregeling voor de 'onschuldige' exploitant. De uitzondering op de | gunstregeling voor de 'onschuldige' exploitant. De uitzondering op de |
saneringsplicht is hier breder dan bij ' nieuwe ' bodemverontreiniging | saneringsplicht is hier breder dan bij ' nieuwe ' bodemverontreiniging |
het geval is. | het geval is. |
Volgens artikel 31, § 2 zal de persoon, aangewezen overeenkomstig | Volgens artikel 31, § 2 zal de persoon, aangewezen overeenkomstig |
artikel 10, niet verplicht zijn de historisch verontreinigde gronden | artikel 10, niet verplicht zijn de historisch verontreinigde gronden |
te saneren, indien hij aan OVAM kan aantonen dat hij de | te saneren, indien hij aan OVAM kan aantonen dat hij de |
verontreiniging niet heeft veroorzaakt en hij op het ogenblik waarop | verontreiniging niet heeft veroorzaakt en hij op het ogenblik waarop |
hij eigenaar of gebruiker werd van de grond niet op de hoogte was of | hij eigenaar of gebruiker werd van de grond niet op de hoogte was of |
behoorde te zijn van de verontreiniging. | behoorde te zijn van de verontreiniging. |
Een aantal factoren zullen een rol spelen inzake de mogelijke kennis | Een aantal factoren zullen een rol spelen inzake de mogelijke kennis |
van de verontreiniging. Ook het ogenblik waarop men de eigendom, | van de verontreiniging. Ook het ogenblik waarop men de eigendom, |
feitelijke controle of exploitatie verwierf zal belangrijk zijn. In de | feitelijke controle of exploitatie verwierf zal belangrijk zijn. In de |
laatste jaren wordt de bedrijfswereld geacht op de hoogte te zijn van | laatste jaren wordt de bedrijfswereld geacht op de hoogte te zijn van |
de mogelijkheid van verontreiniging. Onwetendheid kan bij recente | de mogelijkheid van verontreiniging. Onwetendheid kan bij recente |
verwerving alleen aanvaard worden indien de verwerver voor de | verwerving alleen aanvaard worden indien de verwerver voor de |
verkrijging een passend onderzoek heeft verricht naar de vorige | verkrijging een passend onderzoek heeft verricht naar de vorige |
eigenaars en het vroeger gebruik van de grond. Andere aanwijzingen | eigenaars en het vroeger gebruik van de grond. Andere aanwijzingen |
kunnen zijn de verhouding tussen de verkoopprijs en de waarde van de | kunnen zijn de verhouding tussen de verkoopprijs en de waarde van de |
grond indien onvervuild, de waarschijnlijkheid en het opspoorbaar | grond indien onvervuild, de waarschijnlijkheid en het opspoorbaar |
karakter van de vervuiling ... » (Parl. St., Vlaamse Raad, 1993-1994, | karakter van de vervuiling ... » (Parl. St., Vlaamse Raad, 1993-1994, |
587/1, p. 34) | 587/1, p. 34) |
B.5.3. De decreetgever vermocht ervan uit te gaan dat de eigenaar moet | B.5.3. De decreetgever vermocht ervan uit te gaan dat de eigenaar moet |
worden geacht op de hoogte te zijn van bodemverontreiniging die na de | worden geacht op de hoogte te zijn van bodemverontreiniging die na de |
eigendomsverwerving ontstaat. Zulks geldt des te meer wanneer, zoals | eigendomsverwerving ontstaat. Zulks geldt des te meer wanneer, zoals |
te dezen, de gronden na de eigendomsverwerving worden gebruikt voor de | te dezen, de gronden na de eigendomsverwerving worden gebruikt voor de |
exploitatie van een inrichting waar solventen worden opgeslagen, | exploitatie van een inrichting waar solventen worden opgeslagen, |
gerecupereerd en gedistilleerd en de eigenaar, gelet op zijn | gerecupereerd en gedistilleerd en de eigenaar, gelet op zijn |
beroepsactiviteit - een immobiliënvennootschap -, niet onwetend kan | beroepsactiviteit - een immobiliënvennootschap -, niet onwetend kan |
zijn van de mogelijke risico's die zulk een exploitatie met zich kan | zijn van de mogelijke risico's die zulk een exploitatie met zich kan |
meebrengen. | meebrengen. |
B.5.4. Bovendien bestaat er, zoals in B.2 in herinnering gebracht, | B.5.4. Bovendien bestaat er, zoals in B.2 in herinnering gebracht, |
voor historische bodemverontreiniging geen zelfstandige | voor historische bodemverontreiniging geen zelfstandige |
saneringsverplichting. | saneringsverplichting. |
De parlementaire voorbereiding van artikel 31, § 1, vermeldt : | De parlementaire voorbereiding van artikel 31, § 1, vermeldt : |
« De te saneren gronden worden geïdentificeerd door de Vlaamse | « De te saneren gronden worden geïdentificeerd door de Vlaamse |
regering. Men kan dan ook stellen dat er geen zelfstandige | regering. Men kan dan ook stellen dat er geen zelfstandige |
verplichting bestaat om tot sanering over te gaan. Pas nadat de | verplichting bestaat om tot sanering over te gaan. Pas nadat de |
saneringsplichtige door OVAM aangemaand wordt om tot sanering over te | saneringsplichtige door OVAM aangemaand wordt om tot sanering over te |
gaan zal de verplichting ontstaan » (Parl. St., Vlaamse Raad, | gaan zal de verplichting ontstaan » (Parl. St., Vlaamse Raad, |
1993-1994, 587/1, p. 33). | 1993-1994, 587/1, p. 33). |
B.5.5. Ten slotte beschikt de saneringsplichtige eigenaar wiens grond | B.5.5. Ten slotte beschikt de saneringsplichtige eigenaar wiens grond |
na de eigendomsverwerving door een derde werd verontreinigd over een | na de eigendomsverwerving door een derde werd verontreinigd over een |
aantal middelen om die aansprakelijke derde in rechte aan te spreken. | aantal middelen om die aansprakelijke derde in rechte aan te spreken. |
Op grond van artikel 32, § 1, kan de saneringsplichtige die niet zelf | Op grond van artikel 32, § 1, kan de saneringsplichtige die niet zelf |
de verontreiniging heeft veroorzaakt, de gemaakte kosten verhalen | de verontreiniging heeft veroorzaakt, de gemaakte kosten verhalen |
overeenkomstig de aansprakelijkheidsregels die van toepassing waren | overeenkomstig de aansprakelijkheidsregels die van toepassing waren |
vóór de datum van inwerkingtreding van het decreet, met andere woorden | vóór de datum van inwerkingtreding van het decreet, met andere woorden |
de foutaansprakelijkheid of de andere wettelijke objectieve | de foutaansprakelijkheid of de andere wettelijke objectieve |
aansprakelijkheidsregels. | aansprakelijkheidsregels. |
Luidens artikel 35 is artikel 11 van het decreet van overeenkomstige | Luidens artikel 35 is artikel 11 van het decreet van overeenkomstige |
toepassing bij bodemsanering uitgevoerd op gronden met historische | toepassing bij bodemsanering uitgevoerd op gronden met historische |
bodemverontreiniging. De verwijzing dient aldus te worden begrepen dat | bodemverontreiniging. De verwijzing dient aldus te worden begrepen dat |
de saneringsplichtige een voorschot kan vorderen van de persoon die | de saneringsplichtige een voorschot kan vorderen van de persoon die |
aansprakelijk is voor de bodemverontreiniging of kan eisen dat hij een | aansprakelijk is voor de bodemverontreiniging of kan eisen dat hij een |
financiële zekerheid stelt. | financiële zekerheid stelt. |
B.5.6. Uit wat voorafgaat, volgt dat de in het geding zijnde bepaling | B.5.6. Uit wat voorafgaat, volgt dat de in het geding zijnde bepaling |
niet zonder redelijke verantwoording is. | niet zonder redelijke verantwoording is. |
B.6. De prejudiciële vraag dient ontkennend te worden beantwoord. | B.6. De prejudiciële vraag dient ontkennend te worden beantwoord. |
Om die redenen, | Om die redenen, |
het Hof | het Hof |
zegt voor recht : | zegt voor recht : |
Artikel 31, § 2, van het decreet van het Vlaamse Gewest van 22 | Artikel 31, § 2, van het decreet van het Vlaamse Gewest van 22 |
februari 1995 betreffende de bodemsanering schendt de artikelen 10 en | februari 1995 betreffende de bodemsanering schendt de artikelen 10 en |
11 van de Grondwet niet. | 11 van de Grondwet niet. |
Aldus uitgesproken in het Nederlands en het Frans, overeenkomstig | Aldus uitgesproken in het Nederlands en het Frans, overeenkomstig |
artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989, op de openbare | artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989, op de openbare |
terechtzitting van 14 mei 2009. | terechtzitting van 14 mei 2009. |
De griffier, | De griffier, |
P.-Y. Dutilleux. | P.-Y. Dutilleux. |
De voorzitter, | De voorzitter, |
M. Bossuyt. | M. Bossuyt. |