Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Arrest van --
← Terug naar "Uittreksel uit arrest nr. 56/2009 van 19 maart 2009 Rolnummer 4474 In zake : de prejudiciële vraag over artikel 30bis, § 1, van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelij Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters M. Melchior en M. Bossuyt, en de rechter(...)"
Uittreksel uit arrest nr. 56/2009 van 19 maart 2009 Rolnummer 4474 In zake : de prejudiciële vraag over artikel 30bis, § 1, van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelij Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters M. Melchior en M. Bossuyt, en de rechter(...) Uittreksel uit arrest nr. 56/2009 van 19 maart 2009 Rolnummer 4474 In zake : de prejudiciële vraag over artikel 30bis, § 1, van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelij Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters M. Melchior en M. Bossuyt, en de rechter(...)
GRONDWETTELIJK HOF GRONDWETTELIJK HOF
Uittreksel uit arrest nr. 56/2009 van 19 maart 2009 Uittreksel uit arrest nr. 56/2009 van 19 maart 2009
Rolnummer 4474 Rolnummer 4474
In zake : de prejudiciële vraag over artikel 30bis, § 1, van de wet In zake : de prejudiciële vraag over artikel 30bis, § 1, van de wet
van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944
betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, zoals van betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, zoals van
toepassing vóór de wijziging ervan bij het koninklijk besluit van 26 toepassing vóór de wijziging ervan bij het koninklijk besluit van 26
december 1998, gesteld door het Arbeidshof te Bergen. december 1998, gesteld door het Arbeidshof te Bergen.
Het Grondwettelijk Hof, Het Grondwettelijk Hof,
samengesteld uit de voorzitters M. Melchior en M. Bossuyt, en de samengesteld uit de voorzitters M. Melchior en M. Bossuyt, en de
rechters P. Martens, R. Henneuse, E. De Groot, L. Lavrysen, A. Alen, rechters P. Martens, R. Henneuse, E. De Groot, L. Lavrysen, A. Alen,
J.-P. Snappe, J.-P. Moerman, E. Derycke, J. Spreutels en T. Merckx-Van J.-P. Snappe, J.-P. Moerman, E. Derycke, J. Spreutels en T. Merckx-Van
Goey, bijgestaan door de griffier P.-Y. Dutilleux, onder Goey, bijgestaan door de griffier P.-Y. Dutilleux, onder
voorzitterschap van voorzitter M. Melchior, voorzitterschap van voorzitter M. Melchior,
wijst na beraad het volgende arrest : wijst na beraad het volgende arrest :
I. Onderwerp van de prejudiciële vraag en rechtspleging I. Onderwerp van de prejudiciële vraag en rechtspleging
Bij arrest van 21 mei 2008 in zake Alain Benit en Rose-Mary Bij arrest van 21 mei 2008 in zake Alain Benit en Rose-Mary
Vandesteene tegen de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid, waarvan de Vandesteene tegen de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid, waarvan de
expeditie ter griffie van het Hof is ingekomen op 3 juni 2008, heeft expeditie ter griffie van het Hof is ingekomen op 3 juni 2008, heeft
het Arbeidshof te Bergen de volgende prejudiciële vraag gesteld : het Arbeidshof te Bergen de volgende prejudiciële vraag gesteld :
« Schendt artikel 30bis, § 1, van de wet van 27 juni 1969 tot « Schendt artikel 30bis, § 1, van de wet van 27 juni 1969 tot
herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de
maatschappelijke zekerheid der arbeiders, in de versie ervan die van maatschappelijke zekerheid der arbeiders, in de versie ervan die van
toepassing was vóór de wijziging ervan bij artikel 1 van het toepassing was vóór de wijziging ervan bij artikel 1 van het
koninklijk besluit van 26 december 1998, de artikelen 10 en 11 van de koninklijk besluit van 26 december 1998, de artikelen 10 en 11 van de
Grondwet, afzonderlijk of in onderlinge samenhang gelezen, in zoverre Grondwet, afzonderlijk of in onderlinge samenhang gelezen, in zoverre
het de beginselen van gelijkheid en niet-discriminatie zou verbreken het de beginselen van gelijkheid en niet-discriminatie zou verbreken
tussen twee groepen van opdrachtgevers die oorspronkelijk onderworpen tussen twee groepen van opdrachtgevers die oorspronkelijk onderworpen
waren aan dezelfde verplichtingen die hun werden opgelegd bij artikel waren aan dezelfde verplichtingen die hun werden opgelegd bij artikel
30bis, § 1, van de voormelde wet naar gelang van de keuze van de door 30bis, § 1, van de voormelde wet naar gelang van de keuze van de door
hen aangestelde dienstverrichters die de werken dienden uit te voeren hen aangestelde dienstverrichters die de werken dienden uit te voeren
bedoeld in het koninklijk besluit van 5 oktober 1978 waarbij de bedoeld in het koninklijk besluit van 5 oktober 1978 waarbij de
werkzaamheden worden vastgesteld waarop de bepalingen van artikel werkzaamheden worden vastgesteld waarop de bepalingen van artikel
30bis van toepassing zijn, waarbij de eerste groep die wordt 30bis van toepassing zijn, waarbij de eerste groep die wordt
vertegenwoordigd door de in België gevestigde opdrachtgevers die een vertegenwoordigd door de in België gevestigde opdrachtgevers die een
niet in België geregistreerde buitenlandse medecontractant kiezen, te niet in België geregistreerde buitenlandse medecontractant kiezen, te
zijnen bate het voordeel van het absolute gezag van gewijsde kan zijnen bate het voordeel van het absolute gezag van gewijsde kan
aanvoeren van het arrest inzake niet-nakoming uitgesproken op 9 aanvoeren van het arrest inzake niet-nakoming uitgesproken op 9
november 2006 door het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen november 2006 door het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen
(Jur., 2006, p. 10653), dat België heeft veroordeeld wegens schending (Jur., 2006, p. 10653), dat België heeft veroordeeld wegens schending
van de verplichtingen waartoe het gehouden is krachtens het in de van de verplichtingen waartoe het gehouden is krachtens het in de
artikelen 49 en 50 van het EG-Verdrag verankerde beginsel van het artikelen 49 en 50 van het EG-Verdrag verankerde beginsel van het
vrije verkeer van dienstverrichters dat toepasbaar is in de Belgische vrije verkeer van dienstverrichters dat toepasbaar is in de Belgische
interne rechtsorde, waarbij kan worden besloten dat artikel 30bis, § interne rechtsorde, waarbij kan worden besloten dat artikel 30bis, §
1, van de wet van 27 juni 1969 niet in overeenstemming is met het 1, van de wet van 27 juni 1969 niet in overeenstemming is met het
Europees recht, rekening houdend met het onderhavige vreemdelingschap, Europees recht, rekening houdend met het onderhavige vreemdelingschap,
een situatie die ertoe zou leiden dat de vertegenwoordigers van de een situatie die ertoe zou leiden dat de vertegenwoordigers van de
eerste groep zich uiteindelijk zouden kunnen vrijstellen van de hun eerste groep zich uiteindelijk zouden kunnen vrijstellen van de hun
bij artikel 30bis, § 1, van de wet van 27 juni 1969 opgelegde bij artikel 30bis, § 1, van de wet van 27 juni 1969 opgelegde
verplichtingen en sancties, terwijl de in België gevestigde verplichtingen en sancties, terwijl de in België gevestigde
opdrachtgever die een beroep doet op een in België gevestigde opdrachtgever die een beroep doet op een in België gevestigde
dienstverrichter om de werken uit te voeren bedoeld in het koninklijk dienstverrichter om de werken uit te voeren bedoeld in het koninklijk
besluit van 5 oktober 1978 zich zijnerzijds zou dienen te onderwerpen besluit van 5 oktober 1978 zich zijnerzijds zou dienen te onderwerpen
aan de verplichtingen voorgeschreven bij artikel 30bis, § 1, van de aan de verplichtingen voorgeschreven bij artikel 30bis, § 1, van de
wet van 27 juni 1969 en de daarin bedoelde sancties zou moeten wet van 27 juni 1969 en de daarin bedoelde sancties zou moeten
ondergaan in het geval bedoeld in artikel 30bis van de wet van 27 juni ondergaan in het geval bedoeld in artikel 30bis van de wet van 27 juni
1969 (in België gevestigde dienstverrichter die niet of niet langer 1969 (in België gevestigde dienstverrichter die niet of niet langer
geregistreerd is op het ogenblik waarop het contract wordt afgesloten geregistreerd is op het ogenblik waarop het contract wordt afgesloten
of die zijn registratie is verloren tijdens de uitvoering van het of die zijn registratie is verloren tijdens de uitvoering van het
contract), zonder te zijnen bate het voordeel te kunnen opeisen van contract), zonder te zijnen bate het voordeel te kunnen opeisen van
het absolute gezag van gewijsde van het op 9 november 2006 door het het absolute gezag van gewijsde van het op 9 november 2006 door het
Hof van Justitie uitgesproken arrest inzake niet-nakoming en bijgevolg Hof van Justitie uitgesproken arrest inzake niet-nakoming en bijgevolg
zonder te kunnen worden vrijgesteld van de hoofdelijke zonder te kunnen worden vrijgesteld van de hoofdelijke
aansprakelijkheid tot betaling van de bijdragen, bijdrageopslagen en aansprakelijkheid tot betaling van de bijdragen, bijdrageopslagen en
verwijlintresten beperkt tot 50 pct. van de totale prijs van het werk, verwijlintresten beperkt tot 50 pct. van de totale prijs van het werk,
exclusief belasting over de toegevoegde waarde, en zulks bij gebrek exclusief belasting over de toegevoegde waarde, en zulks bij gebrek
aan het vreemdelingschap waarbij de inachtneming van het in de aan het vreemdelingschap waarbij de inachtneming van het in de
artikelen 49 en 50 van het EG-Verdrag verankerde beginsel van het artikelen 49 en 50 van het EG-Verdrag verankerde beginsel van het
vrije verkeer van dienstverrichters binnen de Europese Unie kan worden vrije verkeer van dienstverrichters binnen de Europese Unie kan worden
opgelegd en de bepalingen van artikel 30bis, § 1, van de wet van 27 opgelegd en de bepalingen van artikel 30bis, § 1, van de wet van 27
juni 1969 die strijdig worden geacht met het Europees recht kunnen juni 1969 die strijdig worden geacht met het Europees recht kunnen
worden geweerd ? ». worden geweerd ? ».
(...) (...)
III. In rechte III. In rechte
(...) (...)
B.1. Artikel 30bis van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de B.1. Artikel 30bis van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de
besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke
zekerheid der arbeiders, zoals het van toepassing is op het geschil zekerheid der arbeiders, zoals het van toepassing is op het geschil
dat hangende is voor de verwijzende rechter, bepaalde : dat hangende is voor de verwijzende rechter, bepaalde :
« § 1. Eenieder die voor de uitvoering van de door de Koning te « § 1. Eenieder die voor de uitvoering van de door de Koning te
bepalen werkzaamheden een beroep doet op iemand die niet geregistreerd bepalen werkzaamheden een beroep doet op iemand die niet geregistreerd
is als aannemer voor de toepassing van dit artikel en van artikel is als aannemer voor de toepassing van dit artikel en van artikel
299bis van het Wetboek van de inkomstenbelastingen, is hoofdelijk 299bis van het Wetboek van de inkomstenbelastingen, is hoofdelijk
aansprakelijk voor de betaling van de bijdragen voor sociale aansprakelijk voor de betaling van de bijdragen voor sociale
zekerheid, de bijdrageopslagen en verwijlintresten verschuldigd door zekerheid, de bijdrageopslagen en verwijlintresten verschuldigd door
zijn medecontractant aan de Rijksdienst voor Maatschappelijke zijn medecontractant aan de Rijksdienst voor Maatschappelijke
Zekerheid. Deze aansprakelijkheid wordt beperkt tot 50 pct. van de Zekerheid. Deze aansprakelijkheid wordt beperkt tot 50 pct. van de
totale prijs van het werk, exclusief belasting over de toegevoegde totale prijs van het werk, exclusief belasting over de toegevoegde
waarde. waarde.
[...] [...]
§ 3. Degene die een beroep doet op een niet geregistreerde § 3. Degene die een beroep doet op een niet geregistreerde
medecontractant voor de uitvoering van een in § 1 bepaalde medecontractant voor de uitvoering van een in § 1 bepaalde
werkzaamheid, is verplicht bij iedere betaling die hij aan die werkzaamheid, is verplicht bij iedere betaling die hij aan die
medecontractant doet, 15 pct. van het door hem verschuldigde bedrag, medecontractant doet, 15 pct. van het door hem verschuldigde bedrag,
exclusief belasting over de toegevoegde waarde, in te houden en te exclusief belasting over de toegevoegde waarde, in te houden en te
storten bij de Rijksdienst voor Maatschappelijke Zekerheid volgens de storten bij de Rijksdienst voor Maatschappelijke Zekerheid volgens de
door de Koning te bepalen modaliteiten. De aldus gestorte bedragen door de Koning te bepalen modaliteiten. De aldus gestorte bedragen
worden in voorkomend geval in mindering gebracht van het bedrag worden in voorkomend geval in mindering gebracht van het bedrag
waarvoor hij bij toepassing van § 1 aansprakelijk gesteld wordt. waarvoor hij bij toepassing van § 1 aansprakelijk gesteld wordt.
Degene die een beroep heeft gedaan op een geregistreerde Degene die een beroep heeft gedaan op een geregistreerde
medecontractant van wie de registratie wordt geschrapt in de loop van medecontractant van wie de registratie wordt geschrapt in de loop van
de uitvoering van de overeenkomst, moet de in het vorig lid bedoelde de uitvoering van de overeenkomst, moet de in het vorig lid bedoelde
inhouding en storting doen bij elke betaling aan zijn medecontractant inhouding en storting doen bij elke betaling aan zijn medecontractant
verricht na de schrapping van de registratie. verricht na de schrapping van de registratie.
Onverminderd de toepassing van de sancties voorzien in artikel 35, Onverminderd de toepassing van de sancties voorzien in artikel 35,
eerste lid, 3°, is degene die de in de voorgaande leden bedoelde eerste lid, 3°, is degene die de in de voorgaande leden bedoelde
storting niet verricht heeft, aan de Rijksdienst voor Maatschappelijke storting niet verricht heeft, aan de Rijksdienst voor Maatschappelijke
Zekerheid een bijslag verschuldigd gelijk aan het dubbel van het te Zekerheid een bijslag verschuldigd gelijk aan het dubbel van het te
betalen bedrag. De Koning bepaalt onder welke voorwaarden deze bijslag betalen bedrag. De Koning bepaalt onder welke voorwaarden deze bijslag
geheel of gedeeltelijk kan kwijtgescholden worden. geheel of gedeeltelijk kan kwijtgescholden worden.
De Koning bepaalt de inhoud en de toezendingsvoorwaarden en De Koning bepaalt de inhoud en de toezendingsvoorwaarden en
-modaliteiten van de inlichtingen die de personen bedoeld in het 1ste -modaliteiten van de inlichtingen die de personen bedoeld in het 1ste
en 2e lid van deze paragraaf en hun medecontractant, moeten en 2e lid van deze paragraaf en hun medecontractant, moeten
verstrekken. verstrekken.
§ 4. Het gestorte bedrag mag door de Rijksdienst voor Maatschappelijke § 4. Het gestorte bedrag mag door de Rijksdienst voor Maatschappelijke
Zekerheid, in de orde die de Koning bepaalt, worden aangewend tot Zekerheid, in de orde die de Koning bepaalt, worden aangewend tot
betaling van de bijdragen, bijdrageopslagen en verwijlintresten hem betaling van de bijdragen, bijdrageopslagen en verwijlintresten hem
verschuldigd door : verschuldigd door :
1° de medecontractant op wiens schuldvordering dat bedrag werd 1° de medecontractant op wiens schuldvordering dat bedrag werd
ingehouden; ingehouden;
2° de onderaannemers van de in 1° bedoelde persoon, behoudens het 2° de onderaannemers van de in 1° bedoelde persoon, behoudens het
verhaal van deze laatste op die onderaannemers; worden met die verhaal van deze laatste op die onderaannemers; worden met die
onderaannemers gelijkgesteld zij die werknemers ter beschikking onderaannemers gelijkgesteld zij die werknemers ter beschikking
stellen van die persoon. stellen van die persoon.
Dat bedrag mag eveneens worden aangewend tot aanzuivering van Dat bedrag mag eveneens worden aangewend tot aanzuivering van
buitenlandse schuldvorderingen inzake sociale zekerheidsbijdragen buitenlandse schuldvorderingen inzake sociale zekerheidsbijdragen
wanneer de bijstand voor de invordering gevraagd wordt in het raam van wanneer de bijstand voor de invordering gevraagd wordt in het raam van
een internationale overeenkomst. een internationale overeenkomst.
§ 5. De Koning bepaalt op welke wijze, onder welke voorwaarden en § 5. De Koning bepaalt op welke wijze, onder welke voorwaarden en
binnen welke termijn de in § 4, eerste lid, 1°, bedoelde persoon het binnen welke termijn de in § 4, eerste lid, 1°, bedoelde persoon het
gestorte bedrag recupereert in de mate dat het niet aangewend wordt gestorte bedrag recupereert in de mate dat het niet aangewend wordt
voor de in die paragraaf bepaalde doeleinden. voor de in die paragraaf bepaalde doeleinden.
[...] ». [...] ».
B.2. Het verwijzende rechtscollege vraagt het Hof of dat artikel B.2. Het verwijzende rechtscollege vraagt het Hof of dat artikel
bestaanbaar is met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, in zoverre bestaanbaar is met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, in zoverre
het een onderscheid zou maken tussen de Belgische opdrachtgevers het een onderscheid zou maken tussen de Belgische opdrachtgevers
naargelang zij, voor de uitvoering van werken, een beroep doen op een naargelang zij, voor de uitvoering van werken, een beroep doen op een
niet in België geregistreerde, maar wel in België gevestigde niet in België geregistreerde, maar wel in België gevestigde
dienstverrichter of op een niet in België geregistreerde en evenmin in dienstverrichter of op een niet in België geregistreerde en evenmin in
België gevestigde dienstverrichter, waarbij de eerstgenoemden, naar België gevestigde dienstverrichter, waarbij de eerstgenoemden, naar
luid van artikel 30bis, § 1, van de voormelde wet, hoofdelijk luid van artikel 30bis, § 1, van de voormelde wet, hoofdelijk
aansprakelijk zijn voor de sociale bijdragen, terwijl de aansprakelijk zijn voor de sociale bijdragen, terwijl de
laatstgenoemden zich daaraan zouden kunnen onttrekken op grond van het laatstgenoemden zich daaraan zouden kunnen onttrekken op grond van het
arrest van 9 november 2006 (C-433/04) dat werd gewezen door het Hof arrest van 9 november 2006 (C-433/04) dat werd gewezen door het Hof
van Justitie van de Europese Gemeenschappen, dat de schending door van Justitie van de Europese Gemeenschappen, dat de schending door
België heeft vastgesteld van de verplichtingen waartoe het was België heeft vastgesteld van de verplichtingen waartoe het was
gehouden krachtens het beginsel van het vrij verkeer van gehouden krachtens het beginsel van het vrij verkeer van
dienstverrichters dat is verankerd in de artikelen 49 en 50 van het dienstverrichters dat is verankerd in de artikelen 49 en 50 van het
EG-Verdrag en van toepassing is in de interne rechtsorde. EG-Verdrag en van toepassing is in de interne rechtsorde.
B.3.1. In het voormelde arrest van 9 november 2006 heeft het Hof van B.3.1. In het voormelde arrest van 9 november 2006 heeft het Hof van
Justitie van de Europese Gemeenschappen geoordeeld : Justitie van de Europese Gemeenschappen geoordeeld :
« dat het Koninkrijk België, door opdrachtgevers en aannemers die een « dat het Koninkrijk België, door opdrachtgevers en aannemers die een
beroep doen op een niet in België geregistreerde buitenlandse beroep doen op een niet in België geregistreerde buitenlandse
aannemers te verplichten 15 % van het voor de uitgevoerde werken aannemers te verplichten 15 % van het voor de uitgevoerde werken
verschuldigde bedrag in te houden en hen hoofdelijk aansprakelijk te verschuldigde bedrag in te houden en hen hoofdelijk aansprakelijk te
stellen voor de belastingschulden van die medecontractanten, niet stellen voor de belastingschulden van die medecontractanten, niet
heeft voldaan aan de verplichtingen die op hem rusten krachtens de heeft voldaan aan de verplichtingen die op hem rusten krachtens de
artikelen 49 EG en 50 EG » ( § 42). artikelen 49 EG en 50 EG » ( § 42).
Enkel het fiscale onderdeel (artikelen 402 en 403 van het Wetboek van Enkel het fiscale onderdeel (artikelen 402 en 403 van het Wetboek van
de inkomstenbelastingen 1992) van de reglementering in verband met de de inkomstenbelastingen 1992) van de reglementering in verband met de
registratie van de aannemers werd door de Commissie van de Europese registratie van de aannemers werd door de Commissie van de Europese
Gemeenschappen aan het Hof van Justitie voorgelegd. Dat Hof heeft zich Gemeenschappen aan het Hof van Justitie voorgelegd. Dat Hof heeft zich
niet uitgesproken over de overeenstemming van het sociale onderdeel niet uitgesproken over de overeenstemming van het sociale onderdeel
van die reglementering met het EG-Verdrag, en dus evenmin over artikel van die reglementering met het EG-Verdrag, en dus evenmin over artikel
30bis, § 1, van de wet van 27 juni 1969 zoals het van toepassing is op 30bis, § 1, van de wet van 27 juni 1969 zoals het van toepassing is op
het voor de verwijzende rechter hangende geschil. het voor de verwijzende rechter hangende geschil.
B.3.2. De programmawet van 27 april 2007 heeft zowel het fiscale B.3.2. De programmawet van 27 april 2007 heeft zowel het fiscale
onderdeel (de artikelen 138 tot 146 van de voormelde wet), het enige onderdeel (de artikelen 138 tot 146 van de voormelde wet), het enige
dat voor het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen werd dat voor het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen werd
betwist, als het sociale onderdeel (de artikelen 55 en 56 van dezelfde betwist, als het sociale onderdeel (de artikelen 55 en 56 van dezelfde
wet) gewijzigd, teneinde, volgens de memorie van toelichting, « wet) gewijzigd, teneinde, volgens de memorie van toelichting, «
enerzijds deze reglementeringen in overeenstemming te brengen met de enerzijds deze reglementeringen in overeenstemming te brengen met de
wet van 16 januari 2003 tot oprichting van een Kruispuntbank van wet van 16 januari 2003 tot oprichting van een Kruispuntbank van
Ondernemingen, tot modernisering van het handelsregister, tot Ondernemingen, tot modernisering van het handelsregister, tot
oprichting van erkende ondernemingsloketten en houdende diverse oprichting van erkende ondernemingsloketten en houdende diverse
bepalingen, en anderzijds om te beantwoorden aan het door het Hof van bepalingen, en anderzijds om te beantwoorden aan het door het Hof van
Justitie op 9 november 2006 [gewezen arrest] » (Parl. St., Justitie op 9 november 2006 [gewezen arrest] » (Parl. St.,
Kamer,2006-2007, DOC 51-3058/001, p. 16). Die wet maakt echter niet Kamer,2006-2007, DOC 51-3058/001, p. 16). Die wet maakt echter niet
het voorwerp uit van de prejudiciële vraag. het voorwerp uit van de prejudiciële vraag.
B.3.3. In zoverre het verwijzende rechtscollege, bij de toepassing B.3.3. In zoverre het verwijzende rechtscollege, bij de toepassing
naar analogie van een door het Hof van Justitie gewezen arrest, het naar analogie van een door het Hof van Justitie gewezen arrest, het
Hof ondervraagt over een mogelijke schending van de artikelen 10 en 11 Hof ondervraagt over een mogelijke schending van de artikelen 10 en 11
van de Grondwet, moet het Hof oordelen of, in die interpretatie, de in van de Grondwet, moet het Hof oordelen of, in die interpretatie, de in
het geding zijnde bepaling de artikelen 10 en 11 van de Grondwet het geding zijnde bepaling de artikelen 10 en 11 van de Grondwet
schendt. schendt.
B.4.1. Onder de door het Hof van Justitie van de Europese B.4.1. Onder de door het Hof van Justitie van de Europese
Gemeenschappen in aanmerking genomen motieven teneinde de Gemeenschappen in aanmerking genomen motieven teneinde de
niet-nakoming van de Belgische reglementering in verband met de niet-nakoming van de Belgische reglementering in verband met de
registratie van de bedrijven in fiscale aangelegenheden vast te registratie van de bedrijven in fiscale aangelegenheden vast te
stellen, werd het motief vermeld dat, wat de belastingschulden stellen, werd het motief vermeld dat, wat de belastingschulden
betreft, de opdrachtgevers automatisch hoofdelijk aansprakelijk zijn betreft, de opdrachtgevers automatisch hoofdelijk aansprakelijk zijn
ten aanzien van de niet-geregistreerde en niet in België gevestigde ten aanzien van de niet-geregistreerde en niet in België gevestigde
dienstverrichters : dienstverrichters :
« 30. Dat een opdrachtgever of aannemer krachtens artikel 403 WIB 92 « 30. Dat een opdrachtgever of aannemer krachtens artikel 403 WIB 92
voor de Belgische administratie een bedrag van 15 % van de door een voor de Belgische administratie een bedrag van 15 % van de door een
niet-geregistreerde dienstverrichter gefactureerde prijs moet niet-geregistreerde dienstverrichter gefactureerde prijs moet
inhouden, komt er in casu op neer dat die dienstverrichter de inhouden, komt er in casu op neer dat die dienstverrichter de
mogelijkheid wordt ontnomen om dadelijk te beschikken over een deel mogelijkheid wordt ontnomen om dadelijk te beschikken over een deel
van zijn inkomsten, dat hij slechts na een bijzondere administratieve van zijn inkomsten, dat hij slechts na een bijzondere administratieve
procedure kan recupereren. De ongemakken die voor niet-geregistreerde procedure kan recupereren. De ongemakken die voor niet-geregistreerde
en niet in België gevestigde dienstverrichters met de inhoudingsplicht en niet in België gevestigde dienstverrichters met de inhoudingsplicht
gepaard gaan, kunnen hen derhalve ontmoedigen om op de Belgische markt gepaard gaan, kunnen hen derhalve ontmoedigen om op de Belgische markt
te komen ten einde daar in de bouwsector diensten te verrichten. te komen ten einde daar in de bouwsector diensten te verrichten.
31. Ook het feit dat een opdrachtgever of aannemer die een 31. Ook het feit dat een opdrachtgever of aannemer die een
overeenkomst sluit met een niet in België geregistreerde overeenkomst sluit met een niet in België geregistreerde
dienstverrichter krachtens artikel 402 WIB 92 tot beloop van 35 % van dienstverrichter krachtens artikel 402 WIB 92 tot beloop van 35 % van
de prijs van de te verrichten werkzaamheden hoofdelijk aansprakelijk de prijs van de te verrichten werkzaamheden hoofdelijk aansprakelijk
is voor alle belastingschulden van deze dienstverrichter met is voor alle belastingschulden van deze dienstverrichter met
betrekking tot voorafgaande belastbare tijdperken, kan die betrekking tot voorafgaande belastbare tijdperken, kan die
opdrachtgever of aannemer ontmoedigen om een beroep te doen op een opdrachtgever of aannemer ontmoedigen om een beroep te doen op een
niet-geregistreerde en niet in België gevestigde dienstverrichter die niet-geregistreerde en niet in België gevestigde dienstverrichter die
rechtmatig dezelfde diensten verricht in de lidstaat waar hij is rechtmatig dezelfde diensten verricht in de lidstaat waar hij is
gevestigd. Hoewel de hoofdelijke aansprakelijkheid zonder onderscheid gevestigd. Hoewel de hoofdelijke aansprakelijkheid zonder onderscheid
geldt wanneer een beroep wordt gedaan op een niet-geregistreerde geldt wanneer een beroep wordt gedaan op een niet-geregistreerde
dienstverrichter, ongeacht of deze in België of een andere lidstaat is dienstverrichter, ongeacht of deze in België of een andere lidstaat is
gevestigd, moet toch worden vastgesteld dat de litigieuze bepaling het gevestigd, moet toch worden vastgesteld dat de litigieuze bepaling het
de niet in België gevestigde en niet-geregistreerde dienstverrichters de niet in België gevestigde en niet-geregistreerde dienstverrichters
weliswaar niet onmogelijk maakt aldaar hun diensten aan te bieden, weliswaar niet onmogelijk maakt aldaar hun diensten aan te bieden,
maar hun toegang tot de Belgische markt toch bemoeilijkt. maar hun toegang tot de Belgische markt toch bemoeilijkt.
32. De inhoudingsplicht en de hoofdelijke aansprakelijkheid leveren 32. De inhoudingsplicht en de hoofdelijke aansprakelijkheid leveren
dus een beperking van de vrijheid van dienstverrichting op. dus een beperking van de vrijheid van dienstverrichting op.
[...] [...]
37. De noodzaak van bestrijding van belastingfraude kan [...] niet 37. De noodzaak van bestrijding van belastingfraude kan [...] niet
volstaan als rechtvaardiging voor de algemene en preventieve volstaan als rechtvaardiging voor de algemene en preventieve
toepassing van de inhoudingsplicht en de hoofdelijke aansprakelijkheid toepassing van de inhoudingsplicht en de hoofdelijke aansprakelijkheid
op alle niet in België gevestigde en niet-geregistreerde op alle niet in België gevestigde en niet-geregistreerde
dienstverrichters, terwijl sommigen van hen die belastingen en dienstverrichters, terwijl sommigen van hen die belastingen en
voorheffingen in beginsel niet verschuldigd zijn. voorheffingen in beginsel niet verschuldigd zijn.
38. Nu de litigieuze maatregelen automatisch en onvoorwaardelijk van 38. Nu de litigieuze maatregelen automatisch en onvoorwaardelijk van
toepassing zijn, maken zij het niet mogelijk rekening te houden met de toepassing zijn, maken zij het niet mogelijk rekening te houden met de
individuele situatie van dienstverrichters die niet in België individuele situatie van dienstverrichters die niet in België
gevestigd en niet-geregistreerd zijn. gevestigd en niet-geregistreerd zijn.
39. Wat de inhoudingsplicht betreft, zou een minder restrictief middel 39. Wat de inhoudingsplicht betreft, zou een minder restrictief middel
dan het ontnemen aan de dienstverrichters van de mogelijkheid om dan het ontnemen aan de dienstverrichters van de mogelijkheid om
dadelijk over een niet onaanzienlijk deel van hun inkomsten te dadelijk over een niet onaanzienlijk deel van hun inkomsten te
beschikken, kunnen bestaan in een op de uitwisseling van informatie beschikken, kunnen bestaan in een op de uitwisseling van informatie
tussen opdrachtgevers, aannemers, dienstverrichters en de Belgische tussen opdrachtgevers, aannemers, dienstverrichters en de Belgische
fiscus gebaseerd systeem dat de opdrachtgevers en aannemers fiscus gebaseerd systeem dat de opdrachtgevers en aannemers
bijvoorbeeld in staat zou stellen kennis te nemen van eventuele bijvoorbeeld in staat zou stellen kennis te nemen van eventuele
belastingschulden van hun medecontractanten, of in een verplichting om belastingschulden van hun medecontractanten, of in een verplichting om
de Belgische fiscus in te lichten over elke overeenkomst die wordt de Belgische fiscus in te lichten over elke overeenkomst die wordt
gesloten met niet-geregistreerde medecontractanten of elke aan hen gesloten met niet-geregistreerde medecontractanten of elke aan hen
verrichte betaling. verrichte betaling.
40. Ook wat de hoofdelijke aansprakelijkheid betreft, zou het ten 40. Ook wat de hoofdelijke aansprakelijkheid betreft, zou het ten
einde het ontradende effect ervan op de opdrachtgevers en aannemers einde het ontradende effect ervan op de opdrachtgevers en aannemers
ten aanzien van alle niet-geregistreerde dienstverrichters te ten aanzien van alle niet-geregistreerde dienstverrichters te
beperken, ongeacht of zij de hiervoor bedoelde belastingen en beperken, ongeacht of zij de hiervoor bedoelde belastingen en
voorheffingen verschuldigd zijn of aan hun fiscale of andere voorheffingen verschuldigd zijn of aan hun fiscale of andere
verplichtingen hebben voldaan, minder restrictief zijn indien werd verplichtingen hebben voldaan, minder restrictief zijn indien werd
voorzien in de mogelijkheid dat die dienstverrichters kunnen bewijzen voorzien in de mogelijkheid dat die dienstverrichters kunnen bewijzen
dat hun fiscale situatie in orde is of het de opdrachtgevers en dat hun fiscale situatie in orde is of het de opdrachtgevers en
aannemers mogelijk werd gemaakt aan de hoofdelijke aansprakelijkheid aannemers mogelijk werd gemaakt aan de hoofdelijke aansprakelijkheid
te ontsnappen wanneer zij bepaalde formaliteiten hebben vervuld om te ontsnappen wanneer zij bepaalde formaliteiten hebben vervuld om
zich ervan te vergewissen dat de fiscale situatie van de zich ervan te vergewissen dat de fiscale situatie van de
dienstverrichters waarmee zij een overeenkomst wensen te sluiten, in dienstverrichters waarmee zij een overeenkomst wensen te sluiten, in
orde is. orde is.
41. Zoals de advocaat-generaal in punt 42 van zijn conclusie heeft 41. Zoals de advocaat-generaal in punt 42 van zijn conclusie heeft
opgemerkt, wordt de onevenredigheid van de litigieuze maatregelen nog opgemerkt, wordt de onevenredigheid van de litigieuze maatregelen nog
versterkt doordat zij cumulatief worden toegepast. versterkt doordat zij cumulatief worden toegepast.
42. Derhalve moet worden vastgesteld dat het Koninkrijk België, door 42. Derhalve moet worden vastgesteld dat het Koninkrijk België, door
opdrachtgevers en aannemers die een beroep doen op niet in België opdrachtgevers en aannemers die een beroep doen op niet in België
geregistreerde buitenlandse aannemers te verplichten 15 % van het voor geregistreerde buitenlandse aannemers te verplichten 15 % van het voor
de uitgevoerde werken verschuldigde bedrag in te houden en hen de uitgevoerde werken verschuldigde bedrag in te houden en hen
hoofdelijk aansprakelijk te stellen voor de belastingschulden van die hoofdelijk aansprakelijk te stellen voor de belastingschulden van die
medecontractanten, niet heeft voldaan aan de verplichtingen die op hem medecontractanten, niet heeft voldaan aan de verplichtingen die op hem
rusten krachtens de artikelen 49 EG en 50 EG ». rusten krachtens de artikelen 49 EG en 50 EG ».
B.4.2. De verwijzende rechter is van oordeel dat op grond van dezelfde B.4.2. De verwijzende rechter is van oordeel dat op grond van dezelfde
motieven de in het geding zijnde bepaling, die betrekking heeft op het motieven de in het geding zijnde bepaling, die betrekking heeft op het
sociale luik van de reglementering inzake de registratie van sociale luik van de reglementering inzake de registratie van
aannemers, ook strijdig is met de artikelen 49 en 50 van het aannemers, ook strijdig is met de artikelen 49 en 50 van het
EG-Verdrag in zoverre zij zou worden toegepast op een in België EG-Verdrag in zoverre zij zou worden toegepast op een in België
gevestigde opdrachtgever die een beroep doet op een in een andere gevestigde opdrachtgever die een beroep doet op een in een andere
lidstaat van de Europese Gemeenschap gevestigde medecontractant die lidstaat van de Europese Gemeenschap gevestigde medecontractant die
niet in België is geregistreerd als aannemer. In een dergelijk geval niet in België is geregistreerd als aannemer. In een dergelijk geval
zou die bepaling dan ook buiten toepassing moeten worden gelaten, zou die bepaling dan ook buiten toepassing moeten worden gelaten,
waardoor een verschil in behandeling ontstaat met opdrachtgevers die waardoor een verschil in behandeling ontstaat met opdrachtgevers die
een beroep doen op een in België gevestigde medecontractant die niet een beroep doen op een in België gevestigde medecontractant die niet
in België is geregistreerd als aannemer, op wie de in het geding in België is geregistreerd als aannemer, op wie de in het geding
zijnde bepaling van toepassing is. zijnde bepaling van toepassing is.
B.4.3. Dat verschil in behandeling vloeit voort uit de vermelde B.4.3. Dat verschil in behandeling vloeit voort uit de vermelde
bepalingen van het EG-Verdrag, die uitsluitend van toepassing zijn op bepalingen van het EG-Verdrag, die uitsluitend van toepassing zijn op
« onderdanen der lidstaten die in een ander land van de Gemeenschap « onderdanen der lidstaten die in een ander land van de Gemeenschap
zijn gevestigd dan dat, waarin degene is gevestigd te wiens behoeve de zijn gevestigd dan dat, waarin degene is gevestigd te wiens behoeve de
dienst wordt verricht » (artikel 49, eerste alinea, van het dienst wordt verricht » (artikel 49, eerste alinea, van het
EG-Verdrag) en niet op situaties die volledig binnen de interne EG-Verdrag) en niet op situaties die volledig binnen de interne
rechtsorde vallen. rechtsorde vallen.
B.4.4. Aangezien de zaak die aanhangig is voor de verwijzende rechter B.4.4. Aangezien de zaak die aanhangig is voor de verwijzende rechter
volledig gesitueerd is binnen de interne rechtsorde, dient voor de volledig gesitueerd is binnen de interne rechtsorde, dient voor de
beantwoording van de vraag of de in het geding zijnde bepaling beantwoording van de vraag of de in het geding zijnde bepaling
bestaanbaar is met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, die situatie bestaanbaar is met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, die situatie
niet te worden vergeleken met situaties die door het gemeenschapsrecht niet te worden vergeleken met situaties die door het gemeenschapsrecht
worden beheerst. worden beheerst.
B.5. De in het geding zijnde bepaling, zoals ze op het ogenblik van de B.5. De in het geding zijnde bepaling, zoals ze op het ogenblik van de
feiten van toepassing was op alle in België gevestigde opdrachtgevers feiten van toepassing was op alle in België gevestigde opdrachtgevers
en aannemers, stelt een verschil in behandeling in tussen de personen en aannemers, stelt een verschil in behandeling in tussen de personen
die een beroep doen op een aannemer die niet geregistreerd is en die een beroep doen op een aannemer die niet geregistreerd is en
diegenen die een beroep doen op een geregistreerde aannemer. In diegenen die een beroep doen op een geregistreerde aannemer. In
tegenstelling tot de laatstgenoemden zijn de eerstgenoemden hoofdelijk tegenstelling tot de laatstgenoemden zijn de eerstgenoemden hoofdelijk
aansprakelijk voor de betaling van de in paragraaf 1 gepreciseerde aansprakelijk voor de betaling van de in paragraaf 1 gepreciseerde
sommen, zijn zij gehouden tot de in paragraaf 3, eerste lid, bedoelde sommen, zijn zij gehouden tot de in paragraaf 3, eerste lid, bedoelde
inhouding en zijn zij de in diezelfde paragraaf bedoelde vermeerdering inhouding en zijn zij de in diezelfde paragraaf bedoelde vermeerdering
verschuldigd. verschuldigd.
B.6.1. Zoals het Hof reeds bij herhaling heeft geoordeeld (zie onder B.6.1. Zoals het Hof reeds bij herhaling heeft geoordeeld (zie onder
meer in de arresten nrs. 46/2002, 126/2002, 188/2002 en 86/2007), meer in de arresten nrs. 46/2002, 126/2002, 188/2002 en 86/2007),
maakt de in het geding zijnde bepaling deel uit van een geheel van maakt de in het geding zijnde bepaling deel uit van een geheel van
maatregelen ter bestrijding, op een meer doeltreffende wijze dan in maatregelen ter bestrijding, op een meer doeltreffende wijze dan in
het verleden, van de bedrieglijke praktijken van de koppelbazen, die, het verleden, van de bedrieglijke praktijken van de koppelbazen, die,
enerzijds, bestaan in het niet-betalen van sociale bijdragen, de enerzijds, bestaan in het niet-betalen van sociale bijdragen, de
bedrijfsvoorheffing en de btw en, anderzijds, in het bezetten van een bedrijfsvoorheffing en de btw en, anderzijds, in het bezetten van een
belangrijk aantal werkplaatsen, hetzij door personen die sociale belangrijk aantal werkplaatsen, hetzij door personen die sociale
uitkeringen genieten (pensioenen, werkloosheidsuitkeringen en uitkeringen genieten (pensioenen, werkloosheidsuitkeringen en
ZIV-uitkeringen) en wier prestaties in strijd zijn met de betrokken ZIV-uitkeringen) en wier prestaties in strijd zijn met de betrokken
uitkeringsreglementering, hetzij door buitenlanders die niet uitkeringsreglementering, hetzij door buitenlanders die niet
gemachtigd zijn te werken. In beide gevallen is het effect een even gemachtigd zijn te werken. In beide gevallen is het effect een even
grote vermindering van het aanbod voor de werknemers die een grote vermindering van het aanbod voor de werknemers die een
regelmatige betrekking zoeken (Parl. St., Senaat, 1977-1978, nr. regelmatige betrekking zoeken (Parl. St., Senaat, 1977-1978, nr.
415-1, p. 36). 415-1, p. 36).
Het stelsel van de registratie van de aannemers strekt ertoe door Het stelsel van de registratie van de aannemers strekt ertoe door
middel van grondige onderzoeken de correcte toepassing door hen van de middel van grondige onderzoeken de correcte toepassing door hen van de
fiscale en sociale wetgeving te waarborgen (ibid., p. 38). fiscale en sociale wetgeving te waarborgen (ibid., p. 38).
B.6.2. Luidens dezelfde parlementaire voorbereiding betreffen die B.6.2. Luidens dezelfde parlementaire voorbereiding betreffen die
maatregelen de sectoren van de fiscale wetgeving, de sociale maatregelen de sectoren van de fiscale wetgeving, de sociale
wetgeving, de wetgeving op de overheidsopdrachten en de wetgeving op wetgeving, de wetgeving op de overheidsopdrachten en de wetgeving op
het handelsregister. Artikel 30bis van de wet van 27 juni 1969 maakt het handelsregister. Artikel 30bis van de wet van 27 juni 1969 maakt
deel uit van de tweede categorie van maatregelen. Het was de bedoeling deel uit van de tweede categorie van maatregelen. Het was de bedoeling
van de wetgever « ertoe te komen dat geen beroep meer wordt gedaan op van de wetgever « ertoe te komen dat geen beroep meer wordt gedaan op
personen van wie verwacht kan worden dat ze hun verplichtingen als personen van wie verwacht kan worden dat ze hun verplichtingen als
werkgever niet zullen naleven » (ibid., p. 39). werkgever niet zullen naleven » (ibid., p. 39).
B.7.1. Het verschil in behandeling tussen de in B.5 bedoelde personen B.7.1. Het verschil in behandeling tussen de in B.5 bedoelde personen
is gebaseerd op een objectief criterium, namelijk het feit of al dan is gebaseerd op een objectief criterium, namelijk het feit of al dan
niet een beroep wordt gedaan op een geregistreerde aannemer. niet een beroep wordt gedaan op een geregistreerde aannemer.
B.7.2. Dat criterium van onderscheid is relevant ten aanzien van het B.7.2. Dat criterium van onderscheid is relevant ten aanzien van het
in B.6 vermelde doel van de maatregel. Het systeem van registratie is in B.6 vermelde doel van de maatregel. Het systeem van registratie is
een geschikt middel om de betrouwbaarheid van een aannemer te bepalen een geschikt middel om de betrouwbaarheid van een aannemer te bepalen
: het zet de personen die willen contracteren ertoe aan zich : het zet de personen die willen contracteren ertoe aan zich
voorafgaandelijk ervan te vergewissen of die aannemer is voorafgaandelijk ervan te vergewissen of die aannemer is
geregistreerd. geregistreerd.
B.7.3. Rekening houdend met de doelstelling van de wetgever en met het B.7.3. Rekening houdend met de doelstelling van de wetgever en met het
feit dat hij maatregelen kan nemen om fraude te voorkomen in de feit dat hij maatregelen kan nemen om fraude te voorkomen in de
sectoren waarin hij heeft vastgesteld dat die fraude aanzienlijk is, sectoren waarin hij heeft vastgesteld dat die fraude aanzienlijk is,
is het niet onevenredig de regeling inzake registratie van aannemers is het niet onevenredig de regeling inzake registratie van aannemers
te koppelen aan zodanige bepalingen dat medecontractanten zullen weten te koppelen aan zodanige bepalingen dat medecontractanten zullen weten
dat, indien zij een overeenkomst willen sluiten met een aannemer die dat, indien zij een overeenkomst willen sluiten met een aannemer die
niet zou zijn geregistreerd, zij het risico lopen gedeeltelijk te zijn niet zou zijn geregistreerd, zij het risico lopen gedeeltelijk te zijn
gehouden tot betaling van de belastingschulden en van de sociale gehouden tot betaling van de belastingschulden en van de sociale
bijdragen welke die aannemer verschuldigd zou zijn. Zo wil men bijdragen welke die aannemer verschuldigd zou zijn. Zo wil men
bereiken dat niemand er belang bij heeft een beroep te doen op de bereiken dat niemand er belang bij heeft een beroep te doen op de
diensten van niet-geregistreerde aannemers (Parl. St., Senaat, diensten van niet-geregistreerde aannemers (Parl. St., Senaat,
1977-1978, nr. 415-1, p. 38). 1977-1978, nr. 415-1, p. 38).
B.8. Ten slotte dient te worden opgemerkt dat, aangezien de in het B.8. Ten slotte dient te worden opgemerkt dat, aangezien de in het
geding zijnde bepaling toepasbaar was op alle in België gevestigde geding zijnde bepaling toepasbaar was op alle in België gevestigde
opdrachtgevers en aannemers, zij geen belemmering kon vormen voor het opdrachtgevers en aannemers, zij geen belemmering kon vormen voor het
vrije verkeer van diensten op de Belgische markt. vrije verkeer van diensten op de Belgische markt.
B.9. De prejudiciële vraag dient ontkennend te worden beantwoord. B.9. De prejudiciële vraag dient ontkennend te worden beantwoord.
Om die redenen, Om die redenen,
het Hof het Hof
zegt voor recht : zegt voor recht :
Artikel 30bis, § 1, van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de Artikel 30bis, § 1, van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de
besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke
zekerheid der arbeiders, zoals het van toepassing was vóór de zekerheid der arbeiders, zoals het van toepassing was vóór de
wijziging ervan bij het koninklijk besluit van 26 december 1998, wijziging ervan bij het koninklijk besluit van 26 december 1998,
schendt de artikelen 10 en 11 van de Grondwet niet. schendt de artikelen 10 en 11 van de Grondwet niet.
Aldus uitgesproken in het Frans en het Nederlands, overeenkomstig Aldus uitgesproken in het Frans en het Nederlands, overeenkomstig
artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989, op de openbare artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989, op de openbare
terechtzitting van 19 maart 2009. terechtzitting van 19 maart 2009.
De griffier, De griffier,
P.-Y. Dutilleux. P.-Y. Dutilleux.
De voorzitter, De voorzitter,
M. Melchior. M. Melchior.
^