← Terug naar "Uittreksel uit arrest nr. 56/2009 van 19 maart 2009 Rolnummer 4474 In zake : de
prejudiciële vraag over artikel 30bis, § 1, van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de
besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelij Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters M. Melchior en M.
Bossuyt, en de rechter(...)"
Uittreksel uit arrest nr. 56/2009 van 19 maart 2009 Rolnummer 4474 In zake : de prejudiciële vraag over artikel 30bis, § 1, van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelij Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters M. Melchior en M. Bossuyt, en de rechter(...) | Uittreksel uit arrest nr. 56/2009 van 19 maart 2009 Rolnummer 4474 In zake : de prejudiciële vraag over artikel 30bis, § 1, van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelij Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters M. Melchior en M. Bossuyt, en de rechter(...) |
---|---|
GRONDWETTELIJK HOF | GRONDWETTELIJK HOF |
Uittreksel uit arrest nr. 56/2009 van 19 maart 2009 | Uittreksel uit arrest nr. 56/2009 van 19 maart 2009 |
Rolnummer 4474 | Rolnummer 4474 |
In zake : de prejudiciële vraag over artikel 30bis, § 1, van de wet | In zake : de prejudiciële vraag over artikel 30bis, § 1, van de wet |
van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 | van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 |
betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, zoals van | betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, zoals van |
toepassing vóór de wijziging ervan bij het koninklijk besluit van 26 | toepassing vóór de wijziging ervan bij het koninklijk besluit van 26 |
december 1998, gesteld door het Arbeidshof te Bergen. | december 1998, gesteld door het Arbeidshof te Bergen. |
Het Grondwettelijk Hof, | Het Grondwettelijk Hof, |
samengesteld uit de voorzitters M. Melchior en M. Bossuyt, en de | samengesteld uit de voorzitters M. Melchior en M. Bossuyt, en de |
rechters P. Martens, R. Henneuse, E. De Groot, L. Lavrysen, A. Alen, | rechters P. Martens, R. Henneuse, E. De Groot, L. Lavrysen, A. Alen, |
J.-P. Snappe, J.-P. Moerman, E. Derycke, J. Spreutels en T. Merckx-Van | J.-P. Snappe, J.-P. Moerman, E. Derycke, J. Spreutels en T. Merckx-Van |
Goey, bijgestaan door de griffier P.-Y. Dutilleux, onder | Goey, bijgestaan door de griffier P.-Y. Dutilleux, onder |
voorzitterschap van voorzitter M. Melchior, | voorzitterschap van voorzitter M. Melchior, |
wijst na beraad het volgende arrest : | wijst na beraad het volgende arrest : |
I. Onderwerp van de prejudiciële vraag en rechtspleging | I. Onderwerp van de prejudiciële vraag en rechtspleging |
Bij arrest van 21 mei 2008 in zake Alain Benit en Rose-Mary | Bij arrest van 21 mei 2008 in zake Alain Benit en Rose-Mary |
Vandesteene tegen de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid, waarvan de | Vandesteene tegen de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid, waarvan de |
expeditie ter griffie van het Hof is ingekomen op 3 juni 2008, heeft | expeditie ter griffie van het Hof is ingekomen op 3 juni 2008, heeft |
het Arbeidshof te Bergen de volgende prejudiciële vraag gesteld : | het Arbeidshof te Bergen de volgende prejudiciële vraag gesteld : |
« Schendt artikel 30bis, § 1, van de wet van 27 juni 1969 tot | « Schendt artikel 30bis, § 1, van de wet van 27 juni 1969 tot |
herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de | herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de |
maatschappelijke zekerheid der arbeiders, in de versie ervan die van | maatschappelijke zekerheid der arbeiders, in de versie ervan die van |
toepassing was vóór de wijziging ervan bij artikel 1 van het | toepassing was vóór de wijziging ervan bij artikel 1 van het |
koninklijk besluit van 26 december 1998, de artikelen 10 en 11 van de | koninklijk besluit van 26 december 1998, de artikelen 10 en 11 van de |
Grondwet, afzonderlijk of in onderlinge samenhang gelezen, in zoverre | Grondwet, afzonderlijk of in onderlinge samenhang gelezen, in zoverre |
het de beginselen van gelijkheid en niet-discriminatie zou verbreken | het de beginselen van gelijkheid en niet-discriminatie zou verbreken |
tussen twee groepen van opdrachtgevers die oorspronkelijk onderworpen | tussen twee groepen van opdrachtgevers die oorspronkelijk onderworpen |
waren aan dezelfde verplichtingen die hun werden opgelegd bij artikel | waren aan dezelfde verplichtingen die hun werden opgelegd bij artikel |
30bis, § 1, van de voormelde wet naar gelang van de keuze van de door | 30bis, § 1, van de voormelde wet naar gelang van de keuze van de door |
hen aangestelde dienstverrichters die de werken dienden uit te voeren | hen aangestelde dienstverrichters die de werken dienden uit te voeren |
bedoeld in het koninklijk besluit van 5 oktober 1978 waarbij de | bedoeld in het koninklijk besluit van 5 oktober 1978 waarbij de |
werkzaamheden worden vastgesteld waarop de bepalingen van artikel | werkzaamheden worden vastgesteld waarop de bepalingen van artikel |
30bis van toepassing zijn, waarbij de eerste groep die wordt | 30bis van toepassing zijn, waarbij de eerste groep die wordt |
vertegenwoordigd door de in België gevestigde opdrachtgevers die een | vertegenwoordigd door de in België gevestigde opdrachtgevers die een |
niet in België geregistreerde buitenlandse medecontractant kiezen, te | niet in België geregistreerde buitenlandse medecontractant kiezen, te |
zijnen bate het voordeel van het absolute gezag van gewijsde kan | zijnen bate het voordeel van het absolute gezag van gewijsde kan |
aanvoeren van het arrest inzake niet-nakoming uitgesproken op 9 | aanvoeren van het arrest inzake niet-nakoming uitgesproken op 9 |
november 2006 door het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen | november 2006 door het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen |
(Jur., 2006, p. 10653), dat België heeft veroordeeld wegens schending | (Jur., 2006, p. 10653), dat België heeft veroordeeld wegens schending |
van de verplichtingen waartoe het gehouden is krachtens het in de | van de verplichtingen waartoe het gehouden is krachtens het in de |
artikelen 49 en 50 van het EG-Verdrag verankerde beginsel van het | artikelen 49 en 50 van het EG-Verdrag verankerde beginsel van het |
vrije verkeer van dienstverrichters dat toepasbaar is in de Belgische | vrije verkeer van dienstverrichters dat toepasbaar is in de Belgische |
interne rechtsorde, waarbij kan worden besloten dat artikel 30bis, § | interne rechtsorde, waarbij kan worden besloten dat artikel 30bis, § |
1, van de wet van 27 juni 1969 niet in overeenstemming is met het | 1, van de wet van 27 juni 1969 niet in overeenstemming is met het |
Europees recht, rekening houdend met het onderhavige vreemdelingschap, | Europees recht, rekening houdend met het onderhavige vreemdelingschap, |
een situatie die ertoe zou leiden dat de vertegenwoordigers van de | een situatie die ertoe zou leiden dat de vertegenwoordigers van de |
eerste groep zich uiteindelijk zouden kunnen vrijstellen van de hun | eerste groep zich uiteindelijk zouden kunnen vrijstellen van de hun |
bij artikel 30bis, § 1, van de wet van 27 juni 1969 opgelegde | bij artikel 30bis, § 1, van de wet van 27 juni 1969 opgelegde |
verplichtingen en sancties, terwijl de in België gevestigde | verplichtingen en sancties, terwijl de in België gevestigde |
opdrachtgever die een beroep doet op een in België gevestigde | opdrachtgever die een beroep doet op een in België gevestigde |
dienstverrichter om de werken uit te voeren bedoeld in het koninklijk | dienstverrichter om de werken uit te voeren bedoeld in het koninklijk |
besluit van 5 oktober 1978 zich zijnerzijds zou dienen te onderwerpen | besluit van 5 oktober 1978 zich zijnerzijds zou dienen te onderwerpen |
aan de verplichtingen voorgeschreven bij artikel 30bis, § 1, van de | aan de verplichtingen voorgeschreven bij artikel 30bis, § 1, van de |
wet van 27 juni 1969 en de daarin bedoelde sancties zou moeten | wet van 27 juni 1969 en de daarin bedoelde sancties zou moeten |
ondergaan in het geval bedoeld in artikel 30bis van de wet van 27 juni | ondergaan in het geval bedoeld in artikel 30bis van de wet van 27 juni |
1969 (in België gevestigde dienstverrichter die niet of niet langer | 1969 (in België gevestigde dienstverrichter die niet of niet langer |
geregistreerd is op het ogenblik waarop het contract wordt afgesloten | geregistreerd is op het ogenblik waarop het contract wordt afgesloten |
of die zijn registratie is verloren tijdens de uitvoering van het | of die zijn registratie is verloren tijdens de uitvoering van het |
contract), zonder te zijnen bate het voordeel te kunnen opeisen van | contract), zonder te zijnen bate het voordeel te kunnen opeisen van |
het absolute gezag van gewijsde van het op 9 november 2006 door het | het absolute gezag van gewijsde van het op 9 november 2006 door het |
Hof van Justitie uitgesproken arrest inzake niet-nakoming en bijgevolg | Hof van Justitie uitgesproken arrest inzake niet-nakoming en bijgevolg |
zonder te kunnen worden vrijgesteld van de hoofdelijke | zonder te kunnen worden vrijgesteld van de hoofdelijke |
aansprakelijkheid tot betaling van de bijdragen, bijdrageopslagen en | aansprakelijkheid tot betaling van de bijdragen, bijdrageopslagen en |
verwijlintresten beperkt tot 50 pct. van de totale prijs van het werk, | verwijlintresten beperkt tot 50 pct. van de totale prijs van het werk, |
exclusief belasting over de toegevoegde waarde, en zulks bij gebrek | exclusief belasting over de toegevoegde waarde, en zulks bij gebrek |
aan het vreemdelingschap waarbij de inachtneming van het in de | aan het vreemdelingschap waarbij de inachtneming van het in de |
artikelen 49 en 50 van het EG-Verdrag verankerde beginsel van het | artikelen 49 en 50 van het EG-Verdrag verankerde beginsel van het |
vrije verkeer van dienstverrichters binnen de Europese Unie kan worden | vrije verkeer van dienstverrichters binnen de Europese Unie kan worden |
opgelegd en de bepalingen van artikel 30bis, § 1, van de wet van 27 | opgelegd en de bepalingen van artikel 30bis, § 1, van de wet van 27 |
juni 1969 die strijdig worden geacht met het Europees recht kunnen | juni 1969 die strijdig worden geacht met het Europees recht kunnen |
worden geweerd ? ». | worden geweerd ? ». |
(...) | (...) |
III. In rechte | III. In rechte |
(...) | (...) |
B.1. Artikel 30bis van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de | B.1. Artikel 30bis van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de |
besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke | besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke |
zekerheid der arbeiders, zoals het van toepassing is op het geschil | zekerheid der arbeiders, zoals het van toepassing is op het geschil |
dat hangende is voor de verwijzende rechter, bepaalde : | dat hangende is voor de verwijzende rechter, bepaalde : |
« § 1. Eenieder die voor de uitvoering van de door de Koning te | « § 1. Eenieder die voor de uitvoering van de door de Koning te |
bepalen werkzaamheden een beroep doet op iemand die niet geregistreerd | bepalen werkzaamheden een beroep doet op iemand die niet geregistreerd |
is als aannemer voor de toepassing van dit artikel en van artikel | is als aannemer voor de toepassing van dit artikel en van artikel |
299bis van het Wetboek van de inkomstenbelastingen, is hoofdelijk | 299bis van het Wetboek van de inkomstenbelastingen, is hoofdelijk |
aansprakelijk voor de betaling van de bijdragen voor sociale | aansprakelijk voor de betaling van de bijdragen voor sociale |
zekerheid, de bijdrageopslagen en verwijlintresten verschuldigd door | zekerheid, de bijdrageopslagen en verwijlintresten verschuldigd door |
zijn medecontractant aan de Rijksdienst voor Maatschappelijke | zijn medecontractant aan de Rijksdienst voor Maatschappelijke |
Zekerheid. Deze aansprakelijkheid wordt beperkt tot 50 pct. van de | Zekerheid. Deze aansprakelijkheid wordt beperkt tot 50 pct. van de |
totale prijs van het werk, exclusief belasting over de toegevoegde | totale prijs van het werk, exclusief belasting over de toegevoegde |
waarde. | waarde. |
[...] | [...] |
§ 3. Degene die een beroep doet op een niet geregistreerde | § 3. Degene die een beroep doet op een niet geregistreerde |
medecontractant voor de uitvoering van een in § 1 bepaalde | medecontractant voor de uitvoering van een in § 1 bepaalde |
werkzaamheid, is verplicht bij iedere betaling die hij aan die | werkzaamheid, is verplicht bij iedere betaling die hij aan die |
medecontractant doet, 15 pct. van het door hem verschuldigde bedrag, | medecontractant doet, 15 pct. van het door hem verschuldigde bedrag, |
exclusief belasting over de toegevoegde waarde, in te houden en te | exclusief belasting over de toegevoegde waarde, in te houden en te |
storten bij de Rijksdienst voor Maatschappelijke Zekerheid volgens de | storten bij de Rijksdienst voor Maatschappelijke Zekerheid volgens de |
door de Koning te bepalen modaliteiten. De aldus gestorte bedragen | door de Koning te bepalen modaliteiten. De aldus gestorte bedragen |
worden in voorkomend geval in mindering gebracht van het bedrag | worden in voorkomend geval in mindering gebracht van het bedrag |
waarvoor hij bij toepassing van § 1 aansprakelijk gesteld wordt. | waarvoor hij bij toepassing van § 1 aansprakelijk gesteld wordt. |
Degene die een beroep heeft gedaan op een geregistreerde | Degene die een beroep heeft gedaan op een geregistreerde |
medecontractant van wie de registratie wordt geschrapt in de loop van | medecontractant van wie de registratie wordt geschrapt in de loop van |
de uitvoering van de overeenkomst, moet de in het vorig lid bedoelde | de uitvoering van de overeenkomst, moet de in het vorig lid bedoelde |
inhouding en storting doen bij elke betaling aan zijn medecontractant | inhouding en storting doen bij elke betaling aan zijn medecontractant |
verricht na de schrapping van de registratie. | verricht na de schrapping van de registratie. |
Onverminderd de toepassing van de sancties voorzien in artikel 35, | Onverminderd de toepassing van de sancties voorzien in artikel 35, |
eerste lid, 3°, is degene die de in de voorgaande leden bedoelde | eerste lid, 3°, is degene die de in de voorgaande leden bedoelde |
storting niet verricht heeft, aan de Rijksdienst voor Maatschappelijke | storting niet verricht heeft, aan de Rijksdienst voor Maatschappelijke |
Zekerheid een bijslag verschuldigd gelijk aan het dubbel van het te | Zekerheid een bijslag verschuldigd gelijk aan het dubbel van het te |
betalen bedrag. De Koning bepaalt onder welke voorwaarden deze bijslag | betalen bedrag. De Koning bepaalt onder welke voorwaarden deze bijslag |
geheel of gedeeltelijk kan kwijtgescholden worden. | geheel of gedeeltelijk kan kwijtgescholden worden. |
De Koning bepaalt de inhoud en de toezendingsvoorwaarden en | De Koning bepaalt de inhoud en de toezendingsvoorwaarden en |
-modaliteiten van de inlichtingen die de personen bedoeld in het 1ste | -modaliteiten van de inlichtingen die de personen bedoeld in het 1ste |
en 2e lid van deze paragraaf en hun medecontractant, moeten | en 2e lid van deze paragraaf en hun medecontractant, moeten |
verstrekken. | verstrekken. |
§ 4. Het gestorte bedrag mag door de Rijksdienst voor Maatschappelijke | § 4. Het gestorte bedrag mag door de Rijksdienst voor Maatschappelijke |
Zekerheid, in de orde die de Koning bepaalt, worden aangewend tot | Zekerheid, in de orde die de Koning bepaalt, worden aangewend tot |
betaling van de bijdragen, bijdrageopslagen en verwijlintresten hem | betaling van de bijdragen, bijdrageopslagen en verwijlintresten hem |
verschuldigd door : | verschuldigd door : |
1° de medecontractant op wiens schuldvordering dat bedrag werd | 1° de medecontractant op wiens schuldvordering dat bedrag werd |
ingehouden; | ingehouden; |
2° de onderaannemers van de in 1° bedoelde persoon, behoudens het | 2° de onderaannemers van de in 1° bedoelde persoon, behoudens het |
verhaal van deze laatste op die onderaannemers; worden met die | verhaal van deze laatste op die onderaannemers; worden met die |
onderaannemers gelijkgesteld zij die werknemers ter beschikking | onderaannemers gelijkgesteld zij die werknemers ter beschikking |
stellen van die persoon. | stellen van die persoon. |
Dat bedrag mag eveneens worden aangewend tot aanzuivering van | Dat bedrag mag eveneens worden aangewend tot aanzuivering van |
buitenlandse schuldvorderingen inzake sociale zekerheidsbijdragen | buitenlandse schuldvorderingen inzake sociale zekerheidsbijdragen |
wanneer de bijstand voor de invordering gevraagd wordt in het raam van | wanneer de bijstand voor de invordering gevraagd wordt in het raam van |
een internationale overeenkomst. | een internationale overeenkomst. |
§ 5. De Koning bepaalt op welke wijze, onder welke voorwaarden en | § 5. De Koning bepaalt op welke wijze, onder welke voorwaarden en |
binnen welke termijn de in § 4, eerste lid, 1°, bedoelde persoon het | binnen welke termijn de in § 4, eerste lid, 1°, bedoelde persoon het |
gestorte bedrag recupereert in de mate dat het niet aangewend wordt | gestorte bedrag recupereert in de mate dat het niet aangewend wordt |
voor de in die paragraaf bepaalde doeleinden. | voor de in die paragraaf bepaalde doeleinden. |
[...] ». | [...] ». |
B.2. Het verwijzende rechtscollege vraagt het Hof of dat artikel | B.2. Het verwijzende rechtscollege vraagt het Hof of dat artikel |
bestaanbaar is met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, in zoverre | bestaanbaar is met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, in zoverre |
het een onderscheid zou maken tussen de Belgische opdrachtgevers | het een onderscheid zou maken tussen de Belgische opdrachtgevers |
naargelang zij, voor de uitvoering van werken, een beroep doen op een | naargelang zij, voor de uitvoering van werken, een beroep doen op een |
niet in België geregistreerde, maar wel in België gevestigde | niet in België geregistreerde, maar wel in België gevestigde |
dienstverrichter of op een niet in België geregistreerde en evenmin in | dienstverrichter of op een niet in België geregistreerde en evenmin in |
België gevestigde dienstverrichter, waarbij de eerstgenoemden, naar | België gevestigde dienstverrichter, waarbij de eerstgenoemden, naar |
luid van artikel 30bis, § 1, van de voormelde wet, hoofdelijk | luid van artikel 30bis, § 1, van de voormelde wet, hoofdelijk |
aansprakelijk zijn voor de sociale bijdragen, terwijl de | aansprakelijk zijn voor de sociale bijdragen, terwijl de |
laatstgenoemden zich daaraan zouden kunnen onttrekken op grond van het | laatstgenoemden zich daaraan zouden kunnen onttrekken op grond van het |
arrest van 9 november 2006 (C-433/04) dat werd gewezen door het Hof | arrest van 9 november 2006 (C-433/04) dat werd gewezen door het Hof |
van Justitie van de Europese Gemeenschappen, dat de schending door | van Justitie van de Europese Gemeenschappen, dat de schending door |
België heeft vastgesteld van de verplichtingen waartoe het was | België heeft vastgesteld van de verplichtingen waartoe het was |
gehouden krachtens het beginsel van het vrij verkeer van | gehouden krachtens het beginsel van het vrij verkeer van |
dienstverrichters dat is verankerd in de artikelen 49 en 50 van het | dienstverrichters dat is verankerd in de artikelen 49 en 50 van het |
EG-Verdrag en van toepassing is in de interne rechtsorde. | EG-Verdrag en van toepassing is in de interne rechtsorde. |
B.3.1. In het voormelde arrest van 9 november 2006 heeft het Hof van | B.3.1. In het voormelde arrest van 9 november 2006 heeft het Hof van |
Justitie van de Europese Gemeenschappen geoordeeld : | Justitie van de Europese Gemeenschappen geoordeeld : |
« dat het Koninkrijk België, door opdrachtgevers en aannemers die een | « dat het Koninkrijk België, door opdrachtgevers en aannemers die een |
beroep doen op een niet in België geregistreerde buitenlandse | beroep doen op een niet in België geregistreerde buitenlandse |
aannemers te verplichten 15 % van het voor de uitgevoerde werken | aannemers te verplichten 15 % van het voor de uitgevoerde werken |
verschuldigde bedrag in te houden en hen hoofdelijk aansprakelijk te | verschuldigde bedrag in te houden en hen hoofdelijk aansprakelijk te |
stellen voor de belastingschulden van die medecontractanten, niet | stellen voor de belastingschulden van die medecontractanten, niet |
heeft voldaan aan de verplichtingen die op hem rusten krachtens de | heeft voldaan aan de verplichtingen die op hem rusten krachtens de |
artikelen 49 EG en 50 EG » ( § 42). | artikelen 49 EG en 50 EG » ( § 42). |
Enkel het fiscale onderdeel (artikelen 402 en 403 van het Wetboek van | Enkel het fiscale onderdeel (artikelen 402 en 403 van het Wetboek van |
de inkomstenbelastingen 1992) van de reglementering in verband met de | de inkomstenbelastingen 1992) van de reglementering in verband met de |
registratie van de aannemers werd door de Commissie van de Europese | registratie van de aannemers werd door de Commissie van de Europese |
Gemeenschappen aan het Hof van Justitie voorgelegd. Dat Hof heeft zich | Gemeenschappen aan het Hof van Justitie voorgelegd. Dat Hof heeft zich |
niet uitgesproken over de overeenstemming van het sociale onderdeel | niet uitgesproken over de overeenstemming van het sociale onderdeel |
van die reglementering met het EG-Verdrag, en dus evenmin over artikel | van die reglementering met het EG-Verdrag, en dus evenmin over artikel |
30bis, § 1, van de wet van 27 juni 1969 zoals het van toepassing is op | 30bis, § 1, van de wet van 27 juni 1969 zoals het van toepassing is op |
het voor de verwijzende rechter hangende geschil. | het voor de verwijzende rechter hangende geschil. |
B.3.2. De programmawet van 27 april 2007 heeft zowel het fiscale | B.3.2. De programmawet van 27 april 2007 heeft zowel het fiscale |
onderdeel (de artikelen 138 tot 146 van de voormelde wet), het enige | onderdeel (de artikelen 138 tot 146 van de voormelde wet), het enige |
dat voor het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen werd | dat voor het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen werd |
betwist, als het sociale onderdeel (de artikelen 55 en 56 van dezelfde | betwist, als het sociale onderdeel (de artikelen 55 en 56 van dezelfde |
wet) gewijzigd, teneinde, volgens de memorie van toelichting, « | wet) gewijzigd, teneinde, volgens de memorie van toelichting, « |
enerzijds deze reglementeringen in overeenstemming te brengen met de | enerzijds deze reglementeringen in overeenstemming te brengen met de |
wet van 16 januari 2003 tot oprichting van een Kruispuntbank van | wet van 16 januari 2003 tot oprichting van een Kruispuntbank van |
Ondernemingen, tot modernisering van het handelsregister, tot | Ondernemingen, tot modernisering van het handelsregister, tot |
oprichting van erkende ondernemingsloketten en houdende diverse | oprichting van erkende ondernemingsloketten en houdende diverse |
bepalingen, en anderzijds om te beantwoorden aan het door het Hof van | bepalingen, en anderzijds om te beantwoorden aan het door het Hof van |
Justitie op 9 november 2006 [gewezen arrest] » (Parl. St., | Justitie op 9 november 2006 [gewezen arrest] » (Parl. St., |
Kamer,2006-2007, DOC 51-3058/001, p. 16). Die wet maakt echter niet | Kamer,2006-2007, DOC 51-3058/001, p. 16). Die wet maakt echter niet |
het voorwerp uit van de prejudiciële vraag. | het voorwerp uit van de prejudiciële vraag. |
B.3.3. In zoverre het verwijzende rechtscollege, bij de toepassing | B.3.3. In zoverre het verwijzende rechtscollege, bij de toepassing |
naar analogie van een door het Hof van Justitie gewezen arrest, het | naar analogie van een door het Hof van Justitie gewezen arrest, het |
Hof ondervraagt over een mogelijke schending van de artikelen 10 en 11 | Hof ondervraagt over een mogelijke schending van de artikelen 10 en 11 |
van de Grondwet, moet het Hof oordelen of, in die interpretatie, de in | van de Grondwet, moet het Hof oordelen of, in die interpretatie, de in |
het geding zijnde bepaling de artikelen 10 en 11 van de Grondwet | het geding zijnde bepaling de artikelen 10 en 11 van de Grondwet |
schendt. | schendt. |
B.4.1. Onder de door het Hof van Justitie van de Europese | B.4.1. Onder de door het Hof van Justitie van de Europese |
Gemeenschappen in aanmerking genomen motieven teneinde de | Gemeenschappen in aanmerking genomen motieven teneinde de |
niet-nakoming van de Belgische reglementering in verband met de | niet-nakoming van de Belgische reglementering in verband met de |
registratie van de bedrijven in fiscale aangelegenheden vast te | registratie van de bedrijven in fiscale aangelegenheden vast te |
stellen, werd het motief vermeld dat, wat de belastingschulden | stellen, werd het motief vermeld dat, wat de belastingschulden |
betreft, de opdrachtgevers automatisch hoofdelijk aansprakelijk zijn | betreft, de opdrachtgevers automatisch hoofdelijk aansprakelijk zijn |
ten aanzien van de niet-geregistreerde en niet in België gevestigde | ten aanzien van de niet-geregistreerde en niet in België gevestigde |
dienstverrichters : | dienstverrichters : |
« 30. Dat een opdrachtgever of aannemer krachtens artikel 403 WIB 92 | « 30. Dat een opdrachtgever of aannemer krachtens artikel 403 WIB 92 |
voor de Belgische administratie een bedrag van 15 % van de door een | voor de Belgische administratie een bedrag van 15 % van de door een |
niet-geregistreerde dienstverrichter gefactureerde prijs moet | niet-geregistreerde dienstverrichter gefactureerde prijs moet |
inhouden, komt er in casu op neer dat die dienstverrichter de | inhouden, komt er in casu op neer dat die dienstverrichter de |
mogelijkheid wordt ontnomen om dadelijk te beschikken over een deel | mogelijkheid wordt ontnomen om dadelijk te beschikken over een deel |
van zijn inkomsten, dat hij slechts na een bijzondere administratieve | van zijn inkomsten, dat hij slechts na een bijzondere administratieve |
procedure kan recupereren. De ongemakken die voor niet-geregistreerde | procedure kan recupereren. De ongemakken die voor niet-geregistreerde |
en niet in België gevestigde dienstverrichters met de inhoudingsplicht | en niet in België gevestigde dienstverrichters met de inhoudingsplicht |
gepaard gaan, kunnen hen derhalve ontmoedigen om op de Belgische markt | gepaard gaan, kunnen hen derhalve ontmoedigen om op de Belgische markt |
te komen ten einde daar in de bouwsector diensten te verrichten. | te komen ten einde daar in de bouwsector diensten te verrichten. |
31. Ook het feit dat een opdrachtgever of aannemer die een | 31. Ook het feit dat een opdrachtgever of aannemer die een |
overeenkomst sluit met een niet in België geregistreerde | overeenkomst sluit met een niet in België geregistreerde |
dienstverrichter krachtens artikel 402 WIB 92 tot beloop van 35 % van | dienstverrichter krachtens artikel 402 WIB 92 tot beloop van 35 % van |
de prijs van de te verrichten werkzaamheden hoofdelijk aansprakelijk | de prijs van de te verrichten werkzaamheden hoofdelijk aansprakelijk |
is voor alle belastingschulden van deze dienstverrichter met | is voor alle belastingschulden van deze dienstverrichter met |
betrekking tot voorafgaande belastbare tijdperken, kan die | betrekking tot voorafgaande belastbare tijdperken, kan die |
opdrachtgever of aannemer ontmoedigen om een beroep te doen op een | opdrachtgever of aannemer ontmoedigen om een beroep te doen op een |
niet-geregistreerde en niet in België gevestigde dienstverrichter die | niet-geregistreerde en niet in België gevestigde dienstverrichter die |
rechtmatig dezelfde diensten verricht in de lidstaat waar hij is | rechtmatig dezelfde diensten verricht in de lidstaat waar hij is |
gevestigd. Hoewel de hoofdelijke aansprakelijkheid zonder onderscheid | gevestigd. Hoewel de hoofdelijke aansprakelijkheid zonder onderscheid |
geldt wanneer een beroep wordt gedaan op een niet-geregistreerde | geldt wanneer een beroep wordt gedaan op een niet-geregistreerde |
dienstverrichter, ongeacht of deze in België of een andere lidstaat is | dienstverrichter, ongeacht of deze in België of een andere lidstaat is |
gevestigd, moet toch worden vastgesteld dat de litigieuze bepaling het | gevestigd, moet toch worden vastgesteld dat de litigieuze bepaling het |
de niet in België gevestigde en niet-geregistreerde dienstverrichters | de niet in België gevestigde en niet-geregistreerde dienstverrichters |
weliswaar niet onmogelijk maakt aldaar hun diensten aan te bieden, | weliswaar niet onmogelijk maakt aldaar hun diensten aan te bieden, |
maar hun toegang tot de Belgische markt toch bemoeilijkt. | maar hun toegang tot de Belgische markt toch bemoeilijkt. |
32. De inhoudingsplicht en de hoofdelijke aansprakelijkheid leveren | 32. De inhoudingsplicht en de hoofdelijke aansprakelijkheid leveren |
dus een beperking van de vrijheid van dienstverrichting op. | dus een beperking van de vrijheid van dienstverrichting op. |
[...] | [...] |
37. De noodzaak van bestrijding van belastingfraude kan [...] niet | 37. De noodzaak van bestrijding van belastingfraude kan [...] niet |
volstaan als rechtvaardiging voor de algemene en preventieve | volstaan als rechtvaardiging voor de algemene en preventieve |
toepassing van de inhoudingsplicht en de hoofdelijke aansprakelijkheid | toepassing van de inhoudingsplicht en de hoofdelijke aansprakelijkheid |
op alle niet in België gevestigde en niet-geregistreerde | op alle niet in België gevestigde en niet-geregistreerde |
dienstverrichters, terwijl sommigen van hen die belastingen en | dienstverrichters, terwijl sommigen van hen die belastingen en |
voorheffingen in beginsel niet verschuldigd zijn. | voorheffingen in beginsel niet verschuldigd zijn. |
38. Nu de litigieuze maatregelen automatisch en onvoorwaardelijk van | 38. Nu de litigieuze maatregelen automatisch en onvoorwaardelijk van |
toepassing zijn, maken zij het niet mogelijk rekening te houden met de | toepassing zijn, maken zij het niet mogelijk rekening te houden met de |
individuele situatie van dienstverrichters die niet in België | individuele situatie van dienstverrichters die niet in België |
gevestigd en niet-geregistreerd zijn. | gevestigd en niet-geregistreerd zijn. |
39. Wat de inhoudingsplicht betreft, zou een minder restrictief middel | 39. Wat de inhoudingsplicht betreft, zou een minder restrictief middel |
dan het ontnemen aan de dienstverrichters van de mogelijkheid om | dan het ontnemen aan de dienstverrichters van de mogelijkheid om |
dadelijk over een niet onaanzienlijk deel van hun inkomsten te | dadelijk over een niet onaanzienlijk deel van hun inkomsten te |
beschikken, kunnen bestaan in een op de uitwisseling van informatie | beschikken, kunnen bestaan in een op de uitwisseling van informatie |
tussen opdrachtgevers, aannemers, dienstverrichters en de Belgische | tussen opdrachtgevers, aannemers, dienstverrichters en de Belgische |
fiscus gebaseerd systeem dat de opdrachtgevers en aannemers | fiscus gebaseerd systeem dat de opdrachtgevers en aannemers |
bijvoorbeeld in staat zou stellen kennis te nemen van eventuele | bijvoorbeeld in staat zou stellen kennis te nemen van eventuele |
belastingschulden van hun medecontractanten, of in een verplichting om | belastingschulden van hun medecontractanten, of in een verplichting om |
de Belgische fiscus in te lichten over elke overeenkomst die wordt | de Belgische fiscus in te lichten over elke overeenkomst die wordt |
gesloten met niet-geregistreerde medecontractanten of elke aan hen | gesloten met niet-geregistreerde medecontractanten of elke aan hen |
verrichte betaling. | verrichte betaling. |
40. Ook wat de hoofdelijke aansprakelijkheid betreft, zou het ten | 40. Ook wat de hoofdelijke aansprakelijkheid betreft, zou het ten |
einde het ontradende effect ervan op de opdrachtgevers en aannemers | einde het ontradende effect ervan op de opdrachtgevers en aannemers |
ten aanzien van alle niet-geregistreerde dienstverrichters te | ten aanzien van alle niet-geregistreerde dienstverrichters te |
beperken, ongeacht of zij de hiervoor bedoelde belastingen en | beperken, ongeacht of zij de hiervoor bedoelde belastingen en |
voorheffingen verschuldigd zijn of aan hun fiscale of andere | voorheffingen verschuldigd zijn of aan hun fiscale of andere |
verplichtingen hebben voldaan, minder restrictief zijn indien werd | verplichtingen hebben voldaan, minder restrictief zijn indien werd |
voorzien in de mogelijkheid dat die dienstverrichters kunnen bewijzen | voorzien in de mogelijkheid dat die dienstverrichters kunnen bewijzen |
dat hun fiscale situatie in orde is of het de opdrachtgevers en | dat hun fiscale situatie in orde is of het de opdrachtgevers en |
aannemers mogelijk werd gemaakt aan de hoofdelijke aansprakelijkheid | aannemers mogelijk werd gemaakt aan de hoofdelijke aansprakelijkheid |
te ontsnappen wanneer zij bepaalde formaliteiten hebben vervuld om | te ontsnappen wanneer zij bepaalde formaliteiten hebben vervuld om |
zich ervan te vergewissen dat de fiscale situatie van de | zich ervan te vergewissen dat de fiscale situatie van de |
dienstverrichters waarmee zij een overeenkomst wensen te sluiten, in | dienstverrichters waarmee zij een overeenkomst wensen te sluiten, in |
orde is. | orde is. |
41. Zoals de advocaat-generaal in punt 42 van zijn conclusie heeft | 41. Zoals de advocaat-generaal in punt 42 van zijn conclusie heeft |
opgemerkt, wordt de onevenredigheid van de litigieuze maatregelen nog | opgemerkt, wordt de onevenredigheid van de litigieuze maatregelen nog |
versterkt doordat zij cumulatief worden toegepast. | versterkt doordat zij cumulatief worden toegepast. |
42. Derhalve moet worden vastgesteld dat het Koninkrijk België, door | 42. Derhalve moet worden vastgesteld dat het Koninkrijk België, door |
opdrachtgevers en aannemers die een beroep doen op niet in België | opdrachtgevers en aannemers die een beroep doen op niet in België |
geregistreerde buitenlandse aannemers te verplichten 15 % van het voor | geregistreerde buitenlandse aannemers te verplichten 15 % van het voor |
de uitgevoerde werken verschuldigde bedrag in te houden en hen | de uitgevoerde werken verschuldigde bedrag in te houden en hen |
hoofdelijk aansprakelijk te stellen voor de belastingschulden van die | hoofdelijk aansprakelijk te stellen voor de belastingschulden van die |
medecontractanten, niet heeft voldaan aan de verplichtingen die op hem | medecontractanten, niet heeft voldaan aan de verplichtingen die op hem |
rusten krachtens de artikelen 49 EG en 50 EG ». | rusten krachtens de artikelen 49 EG en 50 EG ». |
B.4.2. De verwijzende rechter is van oordeel dat op grond van dezelfde | B.4.2. De verwijzende rechter is van oordeel dat op grond van dezelfde |
motieven de in het geding zijnde bepaling, die betrekking heeft op het | motieven de in het geding zijnde bepaling, die betrekking heeft op het |
sociale luik van de reglementering inzake de registratie van | sociale luik van de reglementering inzake de registratie van |
aannemers, ook strijdig is met de artikelen 49 en 50 van het | aannemers, ook strijdig is met de artikelen 49 en 50 van het |
EG-Verdrag in zoverre zij zou worden toegepast op een in België | EG-Verdrag in zoverre zij zou worden toegepast op een in België |
gevestigde opdrachtgever die een beroep doet op een in een andere | gevestigde opdrachtgever die een beroep doet op een in een andere |
lidstaat van de Europese Gemeenschap gevestigde medecontractant die | lidstaat van de Europese Gemeenschap gevestigde medecontractant die |
niet in België is geregistreerd als aannemer. In een dergelijk geval | niet in België is geregistreerd als aannemer. In een dergelijk geval |
zou die bepaling dan ook buiten toepassing moeten worden gelaten, | zou die bepaling dan ook buiten toepassing moeten worden gelaten, |
waardoor een verschil in behandeling ontstaat met opdrachtgevers die | waardoor een verschil in behandeling ontstaat met opdrachtgevers die |
een beroep doen op een in België gevestigde medecontractant die niet | een beroep doen op een in België gevestigde medecontractant die niet |
in België is geregistreerd als aannemer, op wie de in het geding | in België is geregistreerd als aannemer, op wie de in het geding |
zijnde bepaling van toepassing is. | zijnde bepaling van toepassing is. |
B.4.3. Dat verschil in behandeling vloeit voort uit de vermelde | B.4.3. Dat verschil in behandeling vloeit voort uit de vermelde |
bepalingen van het EG-Verdrag, die uitsluitend van toepassing zijn op | bepalingen van het EG-Verdrag, die uitsluitend van toepassing zijn op |
« onderdanen der lidstaten die in een ander land van de Gemeenschap | « onderdanen der lidstaten die in een ander land van de Gemeenschap |
zijn gevestigd dan dat, waarin degene is gevestigd te wiens behoeve de | zijn gevestigd dan dat, waarin degene is gevestigd te wiens behoeve de |
dienst wordt verricht » (artikel 49, eerste alinea, van het | dienst wordt verricht » (artikel 49, eerste alinea, van het |
EG-Verdrag) en niet op situaties die volledig binnen de interne | EG-Verdrag) en niet op situaties die volledig binnen de interne |
rechtsorde vallen. | rechtsorde vallen. |
B.4.4. Aangezien de zaak die aanhangig is voor de verwijzende rechter | B.4.4. Aangezien de zaak die aanhangig is voor de verwijzende rechter |
volledig gesitueerd is binnen de interne rechtsorde, dient voor de | volledig gesitueerd is binnen de interne rechtsorde, dient voor de |
beantwoording van de vraag of de in het geding zijnde bepaling | beantwoording van de vraag of de in het geding zijnde bepaling |
bestaanbaar is met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, die situatie | bestaanbaar is met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, die situatie |
niet te worden vergeleken met situaties die door het gemeenschapsrecht | niet te worden vergeleken met situaties die door het gemeenschapsrecht |
worden beheerst. | worden beheerst. |
B.5. De in het geding zijnde bepaling, zoals ze op het ogenblik van de | B.5. De in het geding zijnde bepaling, zoals ze op het ogenblik van de |
feiten van toepassing was op alle in België gevestigde opdrachtgevers | feiten van toepassing was op alle in België gevestigde opdrachtgevers |
en aannemers, stelt een verschil in behandeling in tussen de personen | en aannemers, stelt een verschil in behandeling in tussen de personen |
die een beroep doen op een aannemer die niet geregistreerd is en | die een beroep doen op een aannemer die niet geregistreerd is en |
diegenen die een beroep doen op een geregistreerde aannemer. In | diegenen die een beroep doen op een geregistreerde aannemer. In |
tegenstelling tot de laatstgenoemden zijn de eerstgenoemden hoofdelijk | tegenstelling tot de laatstgenoemden zijn de eerstgenoemden hoofdelijk |
aansprakelijk voor de betaling van de in paragraaf 1 gepreciseerde | aansprakelijk voor de betaling van de in paragraaf 1 gepreciseerde |
sommen, zijn zij gehouden tot de in paragraaf 3, eerste lid, bedoelde | sommen, zijn zij gehouden tot de in paragraaf 3, eerste lid, bedoelde |
inhouding en zijn zij de in diezelfde paragraaf bedoelde vermeerdering | inhouding en zijn zij de in diezelfde paragraaf bedoelde vermeerdering |
verschuldigd. | verschuldigd. |
B.6.1. Zoals het Hof reeds bij herhaling heeft geoordeeld (zie onder | B.6.1. Zoals het Hof reeds bij herhaling heeft geoordeeld (zie onder |
meer in de arresten nrs. 46/2002, 126/2002, 188/2002 en 86/2007), | meer in de arresten nrs. 46/2002, 126/2002, 188/2002 en 86/2007), |
maakt de in het geding zijnde bepaling deel uit van een geheel van | maakt de in het geding zijnde bepaling deel uit van een geheel van |
maatregelen ter bestrijding, op een meer doeltreffende wijze dan in | maatregelen ter bestrijding, op een meer doeltreffende wijze dan in |
het verleden, van de bedrieglijke praktijken van de koppelbazen, die, | het verleden, van de bedrieglijke praktijken van de koppelbazen, die, |
enerzijds, bestaan in het niet-betalen van sociale bijdragen, de | enerzijds, bestaan in het niet-betalen van sociale bijdragen, de |
bedrijfsvoorheffing en de btw en, anderzijds, in het bezetten van een | bedrijfsvoorheffing en de btw en, anderzijds, in het bezetten van een |
belangrijk aantal werkplaatsen, hetzij door personen die sociale | belangrijk aantal werkplaatsen, hetzij door personen die sociale |
uitkeringen genieten (pensioenen, werkloosheidsuitkeringen en | uitkeringen genieten (pensioenen, werkloosheidsuitkeringen en |
ZIV-uitkeringen) en wier prestaties in strijd zijn met de betrokken | ZIV-uitkeringen) en wier prestaties in strijd zijn met de betrokken |
uitkeringsreglementering, hetzij door buitenlanders die niet | uitkeringsreglementering, hetzij door buitenlanders die niet |
gemachtigd zijn te werken. In beide gevallen is het effect een even | gemachtigd zijn te werken. In beide gevallen is het effect een even |
grote vermindering van het aanbod voor de werknemers die een | grote vermindering van het aanbod voor de werknemers die een |
regelmatige betrekking zoeken (Parl. St., Senaat, 1977-1978, nr. | regelmatige betrekking zoeken (Parl. St., Senaat, 1977-1978, nr. |
415-1, p. 36). | 415-1, p. 36). |
Het stelsel van de registratie van de aannemers strekt ertoe door | Het stelsel van de registratie van de aannemers strekt ertoe door |
middel van grondige onderzoeken de correcte toepassing door hen van de | middel van grondige onderzoeken de correcte toepassing door hen van de |
fiscale en sociale wetgeving te waarborgen (ibid., p. 38). | fiscale en sociale wetgeving te waarborgen (ibid., p. 38). |
B.6.2. Luidens dezelfde parlementaire voorbereiding betreffen die | B.6.2. Luidens dezelfde parlementaire voorbereiding betreffen die |
maatregelen de sectoren van de fiscale wetgeving, de sociale | maatregelen de sectoren van de fiscale wetgeving, de sociale |
wetgeving, de wetgeving op de overheidsopdrachten en de wetgeving op | wetgeving, de wetgeving op de overheidsopdrachten en de wetgeving op |
het handelsregister. Artikel 30bis van de wet van 27 juni 1969 maakt | het handelsregister. Artikel 30bis van de wet van 27 juni 1969 maakt |
deel uit van de tweede categorie van maatregelen. Het was de bedoeling | deel uit van de tweede categorie van maatregelen. Het was de bedoeling |
van de wetgever « ertoe te komen dat geen beroep meer wordt gedaan op | van de wetgever « ertoe te komen dat geen beroep meer wordt gedaan op |
personen van wie verwacht kan worden dat ze hun verplichtingen als | personen van wie verwacht kan worden dat ze hun verplichtingen als |
werkgever niet zullen naleven » (ibid., p. 39). | werkgever niet zullen naleven » (ibid., p. 39). |
B.7.1. Het verschil in behandeling tussen de in B.5 bedoelde personen | B.7.1. Het verschil in behandeling tussen de in B.5 bedoelde personen |
is gebaseerd op een objectief criterium, namelijk het feit of al dan | is gebaseerd op een objectief criterium, namelijk het feit of al dan |
niet een beroep wordt gedaan op een geregistreerde aannemer. | niet een beroep wordt gedaan op een geregistreerde aannemer. |
B.7.2. Dat criterium van onderscheid is relevant ten aanzien van het | B.7.2. Dat criterium van onderscheid is relevant ten aanzien van het |
in B.6 vermelde doel van de maatregel. Het systeem van registratie is | in B.6 vermelde doel van de maatregel. Het systeem van registratie is |
een geschikt middel om de betrouwbaarheid van een aannemer te bepalen | een geschikt middel om de betrouwbaarheid van een aannemer te bepalen |
: het zet de personen die willen contracteren ertoe aan zich | : het zet de personen die willen contracteren ertoe aan zich |
voorafgaandelijk ervan te vergewissen of die aannemer is | voorafgaandelijk ervan te vergewissen of die aannemer is |
geregistreerd. | geregistreerd. |
B.7.3. Rekening houdend met de doelstelling van de wetgever en met het | B.7.3. Rekening houdend met de doelstelling van de wetgever en met het |
feit dat hij maatregelen kan nemen om fraude te voorkomen in de | feit dat hij maatregelen kan nemen om fraude te voorkomen in de |
sectoren waarin hij heeft vastgesteld dat die fraude aanzienlijk is, | sectoren waarin hij heeft vastgesteld dat die fraude aanzienlijk is, |
is het niet onevenredig de regeling inzake registratie van aannemers | is het niet onevenredig de regeling inzake registratie van aannemers |
te koppelen aan zodanige bepalingen dat medecontractanten zullen weten | te koppelen aan zodanige bepalingen dat medecontractanten zullen weten |
dat, indien zij een overeenkomst willen sluiten met een aannemer die | dat, indien zij een overeenkomst willen sluiten met een aannemer die |
niet zou zijn geregistreerd, zij het risico lopen gedeeltelijk te zijn | niet zou zijn geregistreerd, zij het risico lopen gedeeltelijk te zijn |
gehouden tot betaling van de belastingschulden en van de sociale | gehouden tot betaling van de belastingschulden en van de sociale |
bijdragen welke die aannemer verschuldigd zou zijn. Zo wil men | bijdragen welke die aannemer verschuldigd zou zijn. Zo wil men |
bereiken dat niemand er belang bij heeft een beroep te doen op de | bereiken dat niemand er belang bij heeft een beroep te doen op de |
diensten van niet-geregistreerde aannemers (Parl. St., Senaat, | diensten van niet-geregistreerde aannemers (Parl. St., Senaat, |
1977-1978, nr. 415-1, p. 38). | 1977-1978, nr. 415-1, p. 38). |
B.8. Ten slotte dient te worden opgemerkt dat, aangezien de in het | B.8. Ten slotte dient te worden opgemerkt dat, aangezien de in het |
geding zijnde bepaling toepasbaar was op alle in België gevestigde | geding zijnde bepaling toepasbaar was op alle in België gevestigde |
opdrachtgevers en aannemers, zij geen belemmering kon vormen voor het | opdrachtgevers en aannemers, zij geen belemmering kon vormen voor het |
vrije verkeer van diensten op de Belgische markt. | vrije verkeer van diensten op de Belgische markt. |
B.9. De prejudiciële vraag dient ontkennend te worden beantwoord. | B.9. De prejudiciële vraag dient ontkennend te worden beantwoord. |
Om die redenen, | Om die redenen, |
het Hof | het Hof |
zegt voor recht : | zegt voor recht : |
Artikel 30bis, § 1, van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de | Artikel 30bis, § 1, van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de |
besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke | besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke |
zekerheid der arbeiders, zoals het van toepassing was vóór de | zekerheid der arbeiders, zoals het van toepassing was vóór de |
wijziging ervan bij het koninklijk besluit van 26 december 1998, | wijziging ervan bij het koninklijk besluit van 26 december 1998, |
schendt de artikelen 10 en 11 van de Grondwet niet. | schendt de artikelen 10 en 11 van de Grondwet niet. |
Aldus uitgesproken in het Frans en het Nederlands, overeenkomstig | Aldus uitgesproken in het Frans en het Nederlands, overeenkomstig |
artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989, op de openbare | artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989, op de openbare |
terechtzitting van 19 maart 2009. | terechtzitting van 19 maart 2009. |
De griffier, | De griffier, |
P.-Y. Dutilleux. | P.-Y. Dutilleux. |
De voorzitter, | De voorzitter, |
M. Melchior. | M. Melchior. |