← Terug naar "Uittreksel uit arrest nr. 85/2008 van 27 mei 2008 Rolnummer 4261 In zake : de prejudiciële
vraag over de artikelen 25 en 63 van het decreet van het Vlaamse Gewest van 20 april 2001 betreffende
de organisatie van het personenvervoer over de Het Grondwettelijk Hof, samengesteld
uit de voorzitters M. Bossuyt en M. Melchior, en de rechter(...)"
Uittreksel uit arrest nr. 85/2008 van 27 mei 2008 Rolnummer 4261 In zake : de prejudiciële vraag over de artikelen 25 en 63 van het decreet van het Vlaamse Gewest van 20 april 2001 betreffende de organisatie van het personenvervoer over de Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters M. Bossuyt en M. Melchior, en de rechter(...) | Uittreksel uit arrest nr. 85/2008 van 27 mei 2008 Rolnummer 4261 In zake : de prejudiciële vraag over de artikelen 25 en 63 van het decreet van het Vlaamse Gewest van 20 april 2001 betreffende de organisatie van het personenvervoer over de Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters M. Bossuyt en M. Melchior, en de rechter(...) |
---|---|
GRONDWETTELIJK HOF | GRONDWETTELIJK HOF |
Uittreksel uit arrest nr. 85/2008 van 27 mei 2008 | Uittreksel uit arrest nr. 85/2008 van 27 mei 2008 |
Rolnummer 4261 | Rolnummer 4261 |
In zake : de prejudiciële vraag over de artikelen 25 en 63 van het | In zake : de prejudiciële vraag over de artikelen 25 en 63 van het |
decreet van het Vlaamse Gewest van 20 april 2001 betreffende de | decreet van het Vlaamse Gewest van 20 april 2001 betreffende de |
organisatie van het personenvervoer over de weg en tot oprichting van | organisatie van het personenvervoer over de weg en tot oprichting van |
de Mobiliteitsraad van Vlaanderen, gesteld door de Politierechtbank te | de Mobiliteitsraad van Vlaanderen, gesteld door de Politierechtbank te |
Vilvoorde. | Vilvoorde. |
Het Grondwettelijk Hof, | Het Grondwettelijk Hof, |
samengesteld uit de voorzitters M. Bossuyt en M. Melchior, en de | samengesteld uit de voorzitters M. Bossuyt en M. Melchior, en de |
rechters P. Martens, E. De Groot, L. Lavrysen, A. Alen en J.-P. | rechters P. Martens, E. De Groot, L. Lavrysen, A. Alen en J.-P. |
Moerman, bijgestaan door de griffier P.-Y. Dutilleux, onder | Moerman, bijgestaan door de griffier P.-Y. Dutilleux, onder |
voorzitterschap van voorzitter M. Bossuyt, | voorzitterschap van voorzitter M. Bossuyt, |
wijst na beraad het volgende arrest : | wijst na beraad het volgende arrest : |
I. Onderwerp van de prejudiciële vraag en rechtspleging | I. Onderwerp van de prejudiciële vraag en rechtspleging |
Bij vonnis van 25 juni 2007 in zake het openbaar ministerie tegen de | Bij vonnis van 25 juni 2007 in zake het openbaar ministerie tegen de |
bvba « Euro-Blanche », waarvan de expeditie ter griffie van het Hof is | bvba « Euro-Blanche », waarvan de expeditie ter griffie van het Hof is |
ingekomen op 5 juli 2007, heeft de Politierechtbank te Vilvoorde de | ingekomen op 5 juli 2007, heeft de Politierechtbank te Vilvoorde de |
volgende prejudiciële vraag gesteld : | volgende prejudiciële vraag gesteld : |
« Schenden artikelen 25 en 63 van het decreet van 20 april 2001 | « Schenden artikelen 25 en 63 van het decreet van 20 april 2001 |
betreffende de organisatie van het personenvervoer op de weg en tot | betreffende de organisatie van het personenvervoer op de weg en tot |
oprichting van de Mobiliteitsraad voor Vlaanderen de artikelen 39 van | oprichting van de Mobiliteitsraad voor Vlaanderen de artikelen 39 van |
de Grondwet en 1, 2 en 92bis, § 2, c, van de Bijzondere Wet van 8 | de Grondwet en 1, 2 en 92bis, § 2, c, van de Bijzondere Wet van 8 |
augustus 1980, ingevoegd bij [...] artikel 15 van de Bijzondere Wet | augustus 1980, ingevoegd bij [...] artikel 15 van de Bijzondere Wet |
van 8 augustus 1988, doordat de bedoelde artikelen van het decreet van | van 8 augustus 1988, doordat de bedoelde artikelen van het decreet van |
20 april 2001 de taxidiensten [regelen] die zich uitstrekken over het | 20 april 2001 de taxidiensten [regelen] die zich uitstrekken over het |
grondgebied van meer dan één gewest, terwijl de bepalingen van de | grondgebied van meer dan één gewest, terwijl de bepalingen van de |
Grondwet en de Bijzondere Wet tot hervorming der instellingen, in het | Grondwet en de Bijzondere Wet tot hervorming der instellingen, in het |
bijzonder artikel 92bis, § 2, c, van de Bijzondere Wet tot hervorming | bijzonder artikel 92bis, § 2, c, van de Bijzondere Wet tot hervorming |
der instellingen met betrekking tot die aangelegenheid vereisen dat | der instellingen met betrekking tot die aangelegenheid vereisen dat |
voorafgaandelijk een samenwerkingsakkoord wordt gesloten tussen de | voorafgaandelijk een samenwerkingsakkoord wordt gesloten tussen de |
gewesten en dit terwijl een dergelijk akkoord niet werd gesloten ? ». | gewesten en dit terwijl een dergelijk akkoord niet werd gesloten ? ». |
(...) | (...) |
III. In rechte | III. In rechte |
(...) | (...) |
B.1. De prejudiciële vraag heeft betrekking op de artikelen 25 en 63 | B.1. De prejudiciële vraag heeft betrekking op de artikelen 25 en 63 |
van het decreet van het Vlaamse Gewest van 20 april 2001 « betreffende | van het decreet van het Vlaamse Gewest van 20 april 2001 « betreffende |
de organisatie van het personenvervoer over de weg en tot oprichting | de organisatie van het personenvervoer over de weg en tot oprichting |
van de Mobiliteitsraad van Vlaanderen » (hierna : « mobiliteitsdecreet | van de Mobiliteitsraad van Vlaanderen » (hierna : « mobiliteitsdecreet |
»). | »). |
Artikel 25 van het mobiliteitsdecreet bepaalt : | Artikel 25 van het mobiliteitsdecreet bepaalt : |
« Niemand mag, zonder vergunning, een taxidienst exploiteren door | « Niemand mag, zonder vergunning, een taxidienst exploiteren door |
middel van één of meer voertuigen van op de openbare weg of op elke | middel van één of meer voertuigen van op de openbare weg of op elke |
andere niet voor het openbaar verkeer opengestelde plaats die zich op | andere niet voor het openbaar verkeer opengestelde plaats die zich op |
het grondgebied van het Vlaamse Gewest bevindt ». | het grondgebied van het Vlaamse Gewest bevindt ». |
Artikel 63 van het mobiliteitsdecreet bepaalt : | Artikel 63 van het mobiliteitsdecreet bepaalt : |
« § 1. Onverminderd de eventuele schadevergoeding wordt gestraft met | « § 1. Onverminderd de eventuele schadevergoeding wordt gestraft met |
een gevangenisstraf van acht dagen tot drie maanden en met een | een gevangenisstraf van acht dagen tot drie maanden en met een |
geldboete van 500 euro tot 10 000 euro, of met een van deze straffen | geldboete van 500 euro tot 10 000 euro, of met een van deze straffen |
alleen, degene die zonder vergunning, respectievelijk overeenkomst of | alleen, degene die zonder vergunning, respectievelijk overeenkomst of |
attest een dienst voor geregeld vervoer, een dienst voor bijzonder | attest een dienst voor geregeld vervoer, een dienst voor bijzonder |
geregeld vervoer zoals bedoeld in artikel 19, § 1, exploiteert, of aan | geregeld vervoer zoals bedoeld in artikel 19, § 1, exploiteert, of aan |
vervoer voor eigen rekening doet zoals bedoeld in artikel 23, een | vervoer voor eigen rekening doet zoals bedoeld in artikel 23, een |
taxidienst of een dienst voor het verhuren van wagens met bestuurder | taxidienst of een dienst voor het verhuren van wagens met bestuurder |
exploiteert. | exploiteert. |
§ 2. Onverminderd de schadevergoeding, wordt gestraft met een | § 2. Onverminderd de schadevergoeding, wordt gestraft met een |
gevangenisstraf van acht dagen tot drie maanden en met een geldboete | gevangenisstraf van acht dagen tot drie maanden en met een geldboete |
van 26 euro tot 10 000 euro, of met een van deze straffen alleen | van 26 euro tot 10 000 euro, of met een van deze straffen alleen |
degene die een andere inbreuk pleegt op de bepalingen van dit decreet | degene die een andere inbreuk pleegt op de bepalingen van dit decreet |
of de uitvoeringsbepalingen ervan, andere dan deze bedoeld in artikel | of de uitvoeringsbepalingen ervan, andere dan deze bedoeld in artikel |
66, § 1. | 66, § 1. |
Met de in het eerste lid bedoelde straffen wordt eveneens gestraft, | Met de in het eerste lid bedoelde straffen wordt eveneens gestraft, |
degene die herhaaldelijk inbreuk pleegt op de bepalingen vervat in de | degene die herhaaldelijk inbreuk pleegt op de bepalingen vervat in de |
vergunning voor geregeld vervoer, taxidiensten, diensten voor het | vergunning voor geregeld vervoer, taxidiensten, diensten voor het |
verhuren van wagens met bestuurder en in voorkomend geval de | verhuren van wagens met bestuurder en in voorkomend geval de |
bijzondere vormen van geregeld vervoer. | bijzondere vormen van geregeld vervoer. |
§ 3. De bepalingen van boek I van het Strafwetboek, inclusief | § 3. De bepalingen van boek I van het Strafwetboek, inclusief |
hoofdstuk VII en artikel 85, zijn op de in §§ 1 en 2 bedoelde | hoofdstuk VII en artikel 85, zijn op de in §§ 1 en 2 bedoelde |
overtredingen van toepassing ». | overtredingen van toepassing ». |
B.2. De verwijzende rechter wenst van het Hof te vernemen of de | B.2. De verwijzende rechter wenst van het Hof te vernemen of de |
artikelen 25 en 63 van het mobiliteitsdecreet artikel 39 van de | artikelen 25 en 63 van het mobiliteitsdecreet artikel 39 van de |
Grondwet en de artikelen 1, 2 en 92bis, § 2, c), van de bijzondere wet | Grondwet en de artikelen 1, 2 en 92bis, § 2, c), van de bijzondere wet |
van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen schenden, doordat, | van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen schenden, doordat, |
niettegenstaande voormelde artikelen van het mobiliteitsdecreet een | niettegenstaande voormelde artikelen van het mobiliteitsdecreet een |
gewestgrensoverschrijdende werking hebben, geen voorafgaand | gewestgrensoverschrijdende werking hebben, geen voorafgaand |
samenwerkingsakkoord tussen de gewesten werd gesloten. | samenwerkingsakkoord tussen de gewesten werd gesloten. |
B.3. Aangezien niet wordt uiteengezet waarin de mogelijke schending | B.3. Aangezien niet wordt uiteengezet waarin de mogelijke schending |
van artikel 39 van de Grondwet en van de artikelen 1 en 2 van de | van artikel 39 van de Grondwet en van de artikelen 1 en 2 van de |
bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen zou | bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen zou |
kunnen bestaan, beperkt het Hof zijn onderzoek tot artikel 92bis, § 2, | kunnen bestaan, beperkt het Hof zijn onderzoek tot artikel 92bis, § 2, |
c), van dezelfde bijzondere wet. | c), van dezelfde bijzondere wet. |
Artikel 63 van het mobiliteitsdecreet stelt enkel de strafsancties | Artikel 63 van het mobiliteitsdecreet stelt enkel de strafsancties |
vast bij overtreding van de in artikel 25 bedoelde vergunningsplicht | vast bij overtreding van de in artikel 25 bedoelde vergunningsplicht |
en regelt niet de exploitatie van een taxidienst, zodat het vreemd is | en regelt niet de exploitatie van een taxidienst, zodat het vreemd is |
aan het onderwerp van de prejudiciële vraag. Daaruit volgt dat, in | aan het onderwerp van de prejudiciële vraag. Daaruit volgt dat, in |
zoverre de prejudiciële vraag artikel 63 van het mobiliteitsdecreet | zoverre de prejudiciële vraag artikel 63 van het mobiliteitsdecreet |
beoogt, zij niet dient te worden beantwoord. | beoogt, zij niet dient te worden beantwoord. |
B.4. De bijzondere wet van 8 augustus 1988 heeft in de bijzondere wet | B.4. De bijzondere wet van 8 augustus 1988 heeft in de bijzondere wet |
van 8 augustus 1980 een artikel 92bis ingevoegd, waarvan paragraaf 2 | van 8 augustus 1980 een artikel 92bis ingevoegd, waarvan paragraaf 2 |
bepaalt dat de gewesten « in ieder geval samenwerkingsakkoorden | bepaalt dat de gewesten « in ieder geval samenwerkingsakkoorden |
[sluiten] voor de regeling van de aangelegenheden die betrekking | [sluiten] voor de regeling van de aangelegenheden die betrekking |
hebben : [...] c) op de diensten voor gemeenschappelijk stads- en | hebben : [...] c) op de diensten voor gemeenschappelijk stads- en |
streekvervoer en taxidiensten die zich uitstrekken over meer dan één | streekvervoer en taxidiensten die zich uitstrekken over meer dan één |
Gewest ». | Gewest ». |
B.5. In zoverre de ontstentenis van samenwerking in een aangelegenheid | B.5. In zoverre de ontstentenis van samenwerking in een aangelegenheid |
waarvoor de bijzondere wetgever in een verplichte samenwerking | waarvoor de bijzondere wetgever in een verplichte samenwerking |
voorziet, niet verenigbaar is met het evenredigheidsbeginsel dat eigen | voorziet, niet verenigbaar is met het evenredigheidsbeginsel dat eigen |
is aan elke bevoegdheidsuitoefening, vermag het Hof de naleving na te | is aan elke bevoegdheidsuitoefening, vermag het Hof de naleving na te |
gaan van de in artikel 92bis van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 | gaan van de in artikel 92bis van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 |
neergelegde verplichting om samenwerkingsakkoorden te sluiten. | neergelegde verplichting om samenwerkingsakkoorden te sluiten. |
B.6.1. De door artikel 92bis, § 2, c), verplichte samenwerking werd in | B.6.1. De door artikel 92bis, § 2, c), verplichte samenwerking werd in |
de parlementaire voorbereiding van de bijzondere wet van 8 augustus | de parlementaire voorbereiding van de bijzondere wet van 8 augustus |
1988 verantwoord als volgt : | 1988 verantwoord als volgt : |
« Het ontwerp schept het wettelijk kader dat de nationale overheid, de | « Het ontwerp schept het wettelijk kader dat de nationale overheid, de |
Gemeenschappen en de Gewesten toelaat samen te werken, met inbegrip | Gemeenschappen en de Gewesten toelaat samen te werken, met inbegrip |
van het eventueel samen behouden, het oprichten en het beheren van | van het eventueel samen behouden, het oprichten en het beheren van |
diensten en instellingen. | diensten en instellingen. |
Gelet op de aard van de aangelegenheden dringt een samenwerking zich | Gelet op de aard van de aangelegenheden dringt een samenwerking zich |
in ieder geval op inzake grensoverschrijdende wegen, waterwegen, | in ieder geval op inzake grensoverschrijdende wegen, waterwegen, |
bossen, stads- en streekvervoer en gemeenschappelijke normen » (Parl. | bossen, stads- en streekvervoer en gemeenschappelijke normen » (Parl. |
St., Kamer, B.Z. 1988, nr. 516/1, p. 30). | St., Kamer, B.Z. 1988, nr. 516/1, p. 30). |
B.6.2. De afdeling wetgeving van de Raad van State oordeelde in haar | B.6.2. De afdeling wetgeving van de Raad van State oordeelde in haar |
advies over het voorontwerp van ordonnantie « tot wijziging en | advies over het voorontwerp van ordonnantie « tot wijziging en |
aanvulling van de wet van 27 december 1974 betreffende de taxidiensten | aanvulling van de wet van 27 december 1974 betreffende de taxidiensten |
» : | » : |
« In zoverre de ontworpen ordonnantie zich ertoe bepaalt het bezoldigd | « In zoverre de ontworpen ordonnantie zich ertoe bepaalt het bezoldigd |
vervoer van personen per taxi te regelen, vertrekkende van een | vervoer van personen per taxi te regelen, vertrekkende van een |
bepaalde standplaats op de openbare weg of van eender welke andere | bepaalde standplaats op de openbare weg of van eender welke andere |
plaats die niet voor het openbaar verkeer is opengesteld, welke | plaats die niet voor het openbaar verkeer is opengesteld, welke |
plaatsen gelegen zijn op het grondgebied van het Brusselse | plaatsen gelegen zijn op het grondgebied van het Brusselse |
Hoofdstedelijk Gewest, regelt de tekst duidelijk niet de ' | Hoofdstedelijk Gewest, regelt de tekst duidelijk niet de ' |
taxidiensten die zich uitstrekken over meer dan één Gewest ' » (advies | taxidiensten die zich uitstrekken over meer dan één Gewest ' » (advies |
L.21.739/9 van 23 december 1992. | L.21.739/9 van 23 december 1992. |
De afdeling wetgeving van de Raad van State heeft immers gepreciseerd | De afdeling wetgeving van de Raad van State heeft immers gepreciseerd |
dat artikel 92bis, § 2, c), van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 | dat artikel 92bis, § 2, c), van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 |
tot hervorming der instellingen enkel een samenwerkingsakkoord eist | tot hervorming der instellingen enkel een samenwerkingsakkoord eist |
voor de regeling van de aangelegenheden die betrekking hebben op de | voor de regeling van de aangelegenheden die betrekking hebben op de |
taxidiensten, en niet de ritten, die zich uitstrekken over het | taxidiensten, en niet de ritten, die zich uitstrekken over het |
grondgebied van meer dan één gewest. Die bepaling verzet zich ertegen | grondgebied van meer dan één gewest. Die bepaling verzet zich ertegen |
dat een gewestelijke overheid eenzijdig bepalingen vaststelt met als | dat een gewestelijke overheid eenzijdig bepalingen vaststelt met als |
specifiek doel of met als specifiek gevolg dat aangelegenheden worden | specifiek doel of met als specifiek gevolg dat aangelegenheden worden |
geregeld die betrekking hebben op de uitoefening op het grondgebied | geregeld die betrekking hebben op de uitoefening op het grondgebied |
van een gewest van activiteiten van taxidiensten die worden | van een gewest van activiteiten van taxidiensten die worden |
geëxploiteerd vanuit plaatsen die buiten het grondgebied van dat | geëxploiteerd vanuit plaatsen die buiten het grondgebied van dat |
gewest zijn gelegen (Parl. St., Brusselse Hoofdstedelijke Raad, | gewest zijn gelegen (Parl. St., Brusselse Hoofdstedelijke Raad, |
1994-1995, nr. 368/1, p. 44). | 1994-1995, nr. 368/1, p. 44). |
B.7.1. Uit de tekst van artikel 25 van het mobiliteitsdecreet en de | B.7.1. Uit de tekst van artikel 25 van het mobiliteitsdecreet en de |
parlementaire voorbereiding ervan blijkt dat enkel een vergunning is | parlementaire voorbereiding ervan blijkt dat enkel een vergunning is |
vereist voor het exploiteren van taxidiensten waarvan de | vereist voor het exploiteren van taxidiensten waarvan de |
exploitatiezetel binnen het grondgebied van het Vlaamse Gewest is | exploitatiezetel binnen het grondgebied van het Vlaamse Gewest is |
gelegen. | gelegen. |
Die bepaling staat niet eraan in de weg dat taxidiensten waarvan de | Die bepaling staat niet eraan in de weg dat taxidiensten waarvan de |
exploitatiezetel buiten het grondgebied van het Vlaamse Gewest is | exploitatiezetel buiten het grondgebied van het Vlaamse Gewest is |
gelegen hun ritten kunnen voortzetten op het grondgebied van het | gelegen hun ritten kunnen voortzetten op het grondgebied van het |
Vlaamse Gewest, zonder dat daartoe een vergunning is vereist (Parl. | Vlaamse Gewest, zonder dat daartoe een vergunning is vereist (Parl. |
St., Vlaams Parlement, 2000-2001, nr. 435/001, p. 20). | St., Vlaams Parlement, 2000-2001, nr. 435/001, p. 20). |
B.7.2. Overigens dient te worden aangenomen dat het door de Vlaamse | B.7.2. Overigens dient te worden aangenomen dat het door de Vlaamse |
decreetgever gehanteerde criterium, namelijk « exploitatiezetel », een | decreetgever gehanteerde criterium, namelijk « exploitatiezetel », een |
relevant aanknopingspunt is, dat het mogelijk maakt de in het | relevant aanknopingspunt is, dat het mogelijk maakt de in het |
mobiliteitsdecreet geregelde aangelegenheid uitsluitend binnen de | mobiliteitsdecreet geregelde aangelegenheid uitsluitend binnen de |
territoriale bevoegdheidssfeer van het Vlaamse Gewest te lokaliseren. | territoriale bevoegdheidssfeer van het Vlaamse Gewest te lokaliseren. |
B.7.3. De prejudiciële vraag dient ontkennend te worden beantwoord. | B.7.3. De prejudiciële vraag dient ontkennend te worden beantwoord. |
Om die redenen, | Om die redenen, |
het Hof | het Hof |
zegt voor recht : | zegt voor recht : |
- Artikel 25 van het decreet van het Vlaamse Gewest van 20 april 2001 | - Artikel 25 van het decreet van het Vlaamse Gewest van 20 april 2001 |
betreffende de organisatie van het personenvervoer over de weg en tot | betreffende de organisatie van het personenvervoer over de weg en tot |
oprichting van de Mobiliteitsraad voor Vlaanderen schendt artikel | oprichting van de Mobiliteitsraad voor Vlaanderen schendt artikel |
92bis, § 2, c), van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot | 92bis, § 2, c), van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot |
hervorming der instellingen niet. | hervorming der instellingen niet. |
- De prejudiciële vraag behoeft geen antwoord wat artikel 63 van | - De prejudiciële vraag behoeft geen antwoord wat artikel 63 van |
hetzelfde decreet betreft. | hetzelfde decreet betreft. |
Aldus uitgesproken in het Nederlands en het Frans, overeenkomstig | Aldus uitgesproken in het Nederlands en het Frans, overeenkomstig |
artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989, op de openbare | artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989, op de openbare |
terechtzitting van 27 mei 2008. | terechtzitting van 27 mei 2008. |
De griffier, De voorzitter, | De griffier, De voorzitter, |
P.-Y. Dutilleux. M. Bossuyt. | P.-Y. Dutilleux. M. Bossuyt. |