← Terug naar "Uittreksel uit arrest nr. 163/2007 van 19 december 2007 Rolnummer 4305 In zake :
de prejudiciële vraag betreffende artikel 194quater van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992,
zoals ingevoegd bij artikel 6 van de wet van 24 december Het Grondwettelijk Hof, samengesteld
uit de voorzitters M. Bossuyt en M. Melchior, en de rechter(...)"
Uittreksel uit arrest nr. 163/2007 van 19 december 2007 Rolnummer 4305 In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 194quater van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, zoals ingevoegd bij artikel 6 van de wet van 24 december Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters M. Bossuyt en M. Melchior, en de rechter(...) | Uittreksel uit arrest nr. 163/2007 van 19 december 2007 Rolnummer 4305 In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 194quater van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, zoals ingevoegd bij artikel 6 van de wet van 24 december Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters M. Bossuyt en M. Melchior, en de rechter(...) |
---|---|
GRONDWETTELIJK HOF | GRONDWETTELIJK HOF |
Uittreksel uit arrest nr. 163/2007 van 19 december 2007 | Uittreksel uit arrest nr. 163/2007 van 19 december 2007 |
Rolnummer 4305 | Rolnummer 4305 |
In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 194quater van het | In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 194quater van het |
Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, zoals ingevoegd bij artikel | Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, zoals ingevoegd bij artikel |
6 van de wet van 24 december 2002 tot wijziging van de | 6 van de wet van 24 december 2002 tot wijziging van de |
vennootschapsregeling inzake inkomstenbelastingen en tot instelling | vennootschapsregeling inzake inkomstenbelastingen en tot instelling |
van een systeem van voorafgaande beslissingen in fiscale zaken, | van een systeem van voorafgaande beslissingen in fiscale zaken, |
gesteld door de Rechtbank van eerste aanleg te Brugge. | gesteld door de Rechtbank van eerste aanleg te Brugge. |
Het Grondwettelijk Hof, | Het Grondwettelijk Hof, |
samengesteld uit de voorzitters M. Bossuyt en M. Melchior, en de | samengesteld uit de voorzitters M. Bossuyt en M. Melchior, en de |
rechters P. Martens, R. Henneuse, L. Lavrysen, J.-P. Moerman en E. | rechters P. Martens, R. Henneuse, L. Lavrysen, J.-P. Moerman en E. |
Derycke, bijgestaan door de griffier P.-Y. Dutilleux, onder | Derycke, bijgestaan door de griffier P.-Y. Dutilleux, onder |
voorzitterschap van voorzitter M. Bossuyt, | voorzitterschap van voorzitter M. Bossuyt, |
wijst na beraad het volgende arrest : | wijst na beraad het volgende arrest : |
I. Onderwerp van de prejudiciële vraag en rechtspleging | I. Onderwerp van de prejudiciële vraag en rechtspleging |
Bij vonnis van 1 oktober 2007 in zake de comm. v. « Peter Verbanck » | Bij vonnis van 1 oktober 2007 in zake de comm. v. « Peter Verbanck » |
tegen de Belgische Staat, waarvan de expeditie ter griffie van het Hof | tegen de Belgische Staat, waarvan de expeditie ter griffie van het Hof |
is ingekomen op 5 oktober 2007, heeft de Rechtbank van eerste aanleg | is ingekomen op 5 oktober 2007, heeft de Rechtbank van eerste aanleg |
te Brugge de volgende prejudiciële vraag gesteld : | te Brugge de volgende prejudiciële vraag gesteld : |
« Schendt artikel 194quater WIB 1992, zoals ingevoerd door artikel 6 | « Schendt artikel 194quater WIB 1992, zoals ingevoerd door artikel 6 |
van de wet van 24 december 2002 tot wijziging van de | van de wet van 24 december 2002 tot wijziging van de |
vennootschapsregeling inzake inkomstenbelastingen en tot instelling | vennootschapsregeling inzake inkomstenbelastingen en tot instelling |
van een systeem van voorafgaande beslissingen inzake fiscale zaken, | van een systeem van voorafgaande beslissingen inzake fiscale zaken, |
het gelijkheidsbeginsel zoals verwoord in de artikelen 10, 11 en 172 | het gelijkheidsbeginsel zoals verwoord in de artikelen 10, 11 en 172 |
van de Grondwet, doordat vennootschappen die beantwoorden aan de | van de Grondwet, doordat vennootschappen die beantwoorden aan de |
kenmerken van een KMO maar een belastbare winst behalen die meer | kenmerken van een KMO maar een belastbare winst behalen die meer |
bedraagt dan het grensbedrag in artikel 215 WIB 1992, worden | bedraagt dan het grensbedrag in artikel 215 WIB 1992, worden |
uitgesloten van de toepassing van de investeringsreserve, terwijl | uitgesloten van de toepassing van de investeringsreserve, terwijl |
vennootschappen die eveneens beantwoorden aan de kenmerken van een KMO | vennootschappen die eveneens beantwoorden aan de kenmerken van een KMO |
maar waarvan de belastbare winst niet meer bedraagt dan het | maar waarvan de belastbare winst niet meer bedraagt dan het |
grensbedrag in artikel 215 WIB 1992, wel kunnen genieten van de | grensbedrag in artikel 215 WIB 1992, wel kunnen genieten van de |
vrijgestelde investeringsreserve van artikel 194quater WIB 1992 ? ». | vrijgestelde investeringsreserve van artikel 194quater WIB 1992 ? ». |
Op 17 oktober 2007 hebben de rechters-verslaggevers L. Lavrysen en R. | Op 17 oktober 2007 hebben de rechters-verslaggevers L. Lavrysen en R. |
Henneuse, met toepassing van artikel 72, eerste lid, van de bijzondere | Henneuse, met toepassing van artikel 72, eerste lid, van de bijzondere |
wet van 6 januari 1989, het Hof ervan in kennis gesteld dat zij ertoe | wet van 6 januari 1989, het Hof ervan in kennis gesteld dat zij ertoe |
zouden kunnen worden gebracht voor te stellen een arrest van | zouden kunnen worden gebracht voor te stellen een arrest van |
onmiddellijk antwoord te wijzen. | onmiddellijk antwoord te wijzen. |
(...) | (...) |
III. In rechte | III. In rechte |
(...) | (...) |
B.1. Artikel 194quater van het Wetboek van de inkomstenbelastingen | B.1. Artikel 194quater van het Wetboek van de inkomstenbelastingen |
1992 (WIB 1992), zoals ingevoegd bij artikel 6 van de wet van 24 | 1992 (WIB 1992), zoals ingevoegd bij artikel 6 van de wet van 24 |
december 2002, bepaalt : | december 2002, bepaalt : |
« § 1. Ten name van vennootschappen waarvoor het tarief van de | « § 1. Ten name van vennootschappen waarvoor het tarief van de |
belasting wordt vastgesteld overeenkomstig artikel 215, tweede lid, | belasting wordt vastgesteld overeenkomstig artikel 215, tweede lid, |
wordt niet als winst aangemerkt de investeringsreserve die bij het | wordt niet als winst aangemerkt de investeringsreserve die bij het |
verstrijken van het belastbare tijdperk is aangelegd binnen de grenzen | verstrijken van het belastbare tijdperk is aangelegd binnen de grenzen |
en onder de hierna gestelde voorwaarden. | en onder de hierna gestelde voorwaarden. |
§ 2. Het bedrag van de investeringsreserve wordt vrijgesteld tot | § 2. Het bedrag van de investeringsreserve wordt vrijgesteld tot |
beloop van 50 pct. van het gereserveerde belastbare resultaat van het | beloop van 50 pct. van het gereserveerde belastbare resultaat van het |
belastbaar tijdperk, vóór aanleg van de investeringsreserve, en | belastbaar tijdperk, vóór aanleg van de investeringsreserve, en |
verminderd met : | verminderd met : |
1° de krachtens artikel 192 vrijgestelde meerwaarden op aandelen; | 1° de krachtens artikel 192 vrijgestelde meerwaarden op aandelen; |
2° het gedeelte van de meerwaarde op in artikel 66 vermelde voertuigen | 2° het gedeelte van de meerwaarde op in artikel 66 vermelde voertuigen |
dat niet in aanmerking wordt genomen krachtens artikel 24, derde lid; | dat niet in aanmerking wordt genomen krachtens artikel 24, derde lid; |
3° de vermindering van het gestort kapitaal, berekend als gewogen | 3° de vermindering van het gestort kapitaal, berekend als gewogen |
gemiddelde van het belastbaar tijdperk tegenover het vorig belastbaar | gemiddelde van het belastbaar tijdperk tegenover het vorig belastbaar |
tijdperk waarin laatst het voordeel van het aanleggen van een | tijdperk waarin laatst het voordeel van het aanleggen van een |
investeringsreserve werd genoten; | investeringsreserve werd genoten; |
4° de vermeerdering van de vorderingen van de vennootschap, berekend | 4° de vermeerdering van de vorderingen van de vennootschap, berekend |
zoals sub 3°, op de volgende natuurlijke personen : | zoals sub 3°, op de volgende natuurlijke personen : |
- personen die aandelen bezitten van de vennootschap; | - personen die aandelen bezitten van de vennootschap; |
- personen die een opdracht of functies als vermeld in artikel 32, | - personen die een opdracht of functies als vermeld in artikel 32, |
eerste lid, 1°, uitoefenen; | eerste lid, 1°, uitoefenen; |
- de echtgenoot ervan of hun kinderen, wanneer die personen of hun | - de echtgenoot ervan of hun kinderen, wanneer die personen of hun |
echtgenoot het wettelijk genot van de inkomsten van die kinderen | echtgenoot het wettelijk genot van de inkomsten van die kinderen |
hebben. | hebben. |
Het gereserveerde belastbare resultaat welke, na vermindering, in | Het gereserveerde belastbare resultaat welke, na vermindering, in |
aanmerking wordt genomen voor de berekening van de investeringsreserve | aanmerking wordt genomen voor de berekening van de investeringsreserve |
overeenkomstig het eerste lid, wordt beperkt tot 37.500 EUR per | overeenkomstig het eerste lid, wordt beperkt tot 37.500 EUR per |
belastbaar tijdperk. | belastbaar tijdperk. |
De aldus berekende investeringsreserve wordt slechts vrijgesteld | De aldus berekende investeringsreserve wordt slechts vrijgesteld |
indien en in zoverre de belaste reserves, vóór aanleg van de | indien en in zoverre de belaste reserves, vóór aanleg van de |
investeringsreserve, op het einde van het belastbaar tijdperk hoger | investeringsreserve, op het einde van het belastbaar tijdperk hoger |
zijn dan de belaste reserves op het einde van het vorig belastbaar | zijn dan de belaste reserves op het einde van het vorig belastbaar |
tijdperk, waarin laatst het voordeel van het aanleggen van een | tijdperk, waarin laatst het voordeel van het aanleggen van een |
investeringsreserve werd genoten. | investeringsreserve werd genoten. |
De investeringsreserve wordt slechts vrijgesteld voorzover voldaan is | De investeringsreserve wordt slechts vrijgesteld voorzover voldaan is |
aan de voorwaarden als vermeld in artikel 190. | aan de voorwaarden als vermeld in artikel 190. |
§ 3. Een bedrag gelijk aan de investeringsreserve moet door de | § 3. Een bedrag gelijk aan de investeringsreserve moet door de |
vennootschap worden geïnvesteerd : | vennootschap worden geïnvesteerd : |
a) in afschrijfbare materiële of immateriële vaste activa die recht | a) in afschrijfbare materiële of immateriële vaste activa die recht |
kunnen geven op het voordeel van de investeringsaftrek; | kunnen geven op het voordeel van de investeringsaftrek; |
b) binnen een termijn van drie jaar die aanvangt op de eerste dag van | b) binnen een termijn van drie jaar die aanvangt op de eerste dag van |
het belastbare tijdperk waarvoor de investeringsreserve is aangelegd, | het belastbare tijdperk waarvoor de investeringsreserve is aangelegd, |
en ten laatste bij de ontbinding van de vennootschap. | en ten laatste bij de ontbinding van de vennootschap. |
De vaste activa die als herbelegging in aanmerking worden genomen | De vaste activa die als herbelegging in aanmerking worden genomen |
krachtens artikel 47, worden voor de toepassing van het vorige lid | krachtens artikel 47, worden voor de toepassing van het vorige lid |
uitgesloten als investering. | uitgesloten als investering. |
§ 4. Indien niet wordt geïnvesteerd op de wijze en binnen de termijn | § 4. Indien niet wordt geïnvesteerd op de wijze en binnen de termijn |
gesteld in § 3 wordt de voorheen vrijgestelde investeringsreserve | gesteld in § 3 wordt de voorheen vrijgestelde investeringsreserve |
aangemerkt als winst van het belastbare tijdperk waarin de | aangemerkt als winst van het belastbare tijdperk waarin de |
investeringstermijn verstreken is. | investeringstermijn verstreken is. |
De voorheen vrijgestelde investeringsreserve wordt aangemerkt als | De voorheen vrijgestelde investeringsreserve wordt aangemerkt als |
winst van het belastbare tijdperk waarin de in § 3 in aanmerking | winst van het belastbare tijdperk waarin de in § 3 in aanmerking |
genomen investering, wordt vervreemd, wanneer die investering op het | genomen investering, wordt vervreemd, wanneer die investering op het |
ogenblik van de vervreemding minder dan drie jaar in de vennootschap | ogenblik van de vervreemding minder dan drie jaar in de vennootschap |
is belegd, en zulks, naar verhouding tot de nog niet aangenomen | is belegd, en zulks, naar verhouding tot de nog niet aangenomen |
afschrijvingen op die investering. Deze bepaling is niet van | afschrijvingen op die investering. Deze bepaling is niet van |
toepassing wanneer de vervreemding geschiedt naar aanleiding van een | toepassing wanneer de vervreemding geschiedt naar aanleiding van een |
schadegeval, een onteigening, een opeising in eigendom of een andere | schadegeval, een onteigening, een opeising in eigendom of een andere |
gelijkaardige gebeurtenis. | gelijkaardige gebeurtenis. |
§ 5. Om het voordeel van de investeringsreserve te rechtvaardigen moet | § 5. Om het voordeel van de investeringsreserve te rechtvaardigen moet |
de vennootschap bij haar aangifte in de vennootschapsbelasting een | de vennootschap bij haar aangifte in de vennootschapsbelasting een |
opgave voegen waarvan het model door de Minister van Financiën of zijn | opgave voegen waarvan het model door de Minister van Financiën of zijn |
afgevaardigde wordt vastgesteld, voor het aanslagjaar waarvoor de | afgevaardigde wordt vastgesteld, voor het aanslagjaar waarvoor de |
reserve wordt aangelegd en de erop volgende aanslagjaren tot wanneer | reserve wordt aangelegd en de erop volgende aanslagjaren tot wanneer |
de investering moet zijn verricht. | de investering moet zijn verricht. |
§ 6. De Koning bepaalt de investeringsmodaliteiten als vermeld in § 3, | § 6. De Koning bepaalt de investeringsmodaliteiten als vermeld in § 3, |
in geval van inbreng van een tak van werkzaamheid of een | in geval van inbreng van een tak van werkzaamheid of een |
bedrijfsafdeling of van een algemeenheid van goederen als vermeld in | bedrijfsafdeling of van een algemeenheid van goederen als vermeld in |
artikel 46, § 1, eerste lid, 2°, en ingeval van fusie of splitsing als | artikel 46, § 1, eerste lid, 2°, en ingeval van fusie of splitsing als |
vermeld in artikel 211, § 1. | vermeld in artikel 211, § 1. |
De Koning kan, bij een na overleg in de Ministerraad vastgesteld | De Koning kan, bij een na overleg in de Ministerraad vastgesteld |
besluit, een bedrag vaststellen dat hoger is dan 37.500 EUR ». | besluit, een bedrag vaststellen dat hoger is dan 37.500 EUR ». |
B.2. Die bepaling past in een algehele hervorming van de | B.2. Die bepaling past in een algehele hervorming van de |
vennootschapsbelasting waarmee de wetgever « op een substantiële | vennootschapsbelasting waarmee de wetgever « op een substantiële |
manier het tarief van die belasting [wil] verlagen », en dat « in een | manier het tarief van die belasting [wil] verlagen », en dat « in een |
budgettair neutraal kader [, wat] betekent dat verschillende fiscale | budgettair neutraal kader [, wat] betekent dat verschillende fiscale |
uitgaven zullen moeten worden verminderd en dat er bovendien komaf | uitgaven zullen moeten worden verminderd en dat er bovendien komaf |
dient gemaakt met bepaalde anomalieën in het huidige fiscale stelsel » | dient gemaakt met bepaalde anomalieën in het huidige fiscale stelsel » |
(Parl. St., Kamer, 2001-2002, DOC 50-1918/001, p. 7). | (Parl. St., Kamer, 2001-2002, DOC 50-1918/001, p. 7). |
De bepaling strekt ertoe de autofinanciering van de kleine en | De bepaling strekt ertoe de autofinanciering van de kleine en |
middelgrote ondernemingen (K.M.O.'s) aan te moedigen door het toestaan | middelgrote ondernemingen (K.M.O.'s) aan te moedigen door het toestaan |
van een vrijstelling ten gunste van de gereserveerde winst (ibid., p. | van een vrijstelling ten gunste van de gereserveerde winst (ibid., p. |
33). Zij is alleen van toepassing op de vennootschappen die voor het | 33). Zij is alleen van toepassing op de vennootschappen die voor het |
betrokken aanslagjaar het verlaagde tarief van de | betrokken aanslagjaar het verlaagde tarief van de |
vennootschapsbelasting kunnen genieten dat is vastgesteld bij artikel | vennootschapsbelasting kunnen genieten dat is vastgesteld bij artikel |
215, tweede lid, van het WIB 1992. | 215, tweede lid, van het WIB 1992. |
Het gewone tarief van de vennootschapsbelasting bedraagt 33 pct. | Het gewone tarief van de vennootschapsbelasting bedraagt 33 pct. |
(artikel 215, eerste lid, van het WIB 1992). Artikel 215, tweede lid, | (artikel 215, eerste lid, van het WIB 1992). Artikel 215, tweede lid, |
van het WIB 1992 bepaalt : | van het WIB 1992 bepaalt : |
« Wanneer het belastbare inkomen niet meer dan 322.500 EUR bedraagt, | « Wanneer het belastbare inkomen niet meer dan 322.500 EUR bedraagt, |
wordt de belasting evenwel als volgt vastgesteld : | wordt de belasting evenwel als volgt vastgesteld : |
1° op de schijf van 0 tot 25.000 EUR : 24,25 pct.; | 1° op de schijf van 0 tot 25.000 EUR : 24,25 pct.; |
2° op de schijf van 25.000 EUR tot 90.000 EUR : 31 pct.; | 2° op de schijf van 25.000 EUR tot 90.000 EUR : 31 pct.; |
3° op de schijf van 90.000 EUR tot 322.500 EUR : 34,5 pct. ». | 3° op de schijf van 90.000 EUR tot 322.500 EUR : 34,5 pct. ». |
B.3. De vraag luidt of artikel 194quater, § 1, van het WIB 1992 de | B.3. De vraag luidt of artikel 194quater, § 1, van het WIB 1992 de |
artikelen 10, 11 en 172 van de Grondwet schendt doordat het | artikelen 10, 11 en 172 van de Grondwet schendt doordat het |
vennootschappen die beantwoorden aan de kenmerken van een K.M.O. maar | vennootschappen die beantwoorden aan de kenmerken van een K.M.O. maar |
een belastbare winst behalen die meer bedraagt dan het grensbedrag | een belastbare winst behalen die meer bedraagt dan het grensbedrag |
bepaald in artikel 215, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, uitsluit | bepaald in artikel 215, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, uitsluit |
van de vrijstelling voor het aanleggen van een investeringsreserve, | van de vrijstelling voor het aanleggen van een investeringsreserve, |
terwijl vennootschappen die eveneens beantwoorden aan de kenmerken van | terwijl vennootschappen die eveneens beantwoorden aan de kenmerken van |
een K.M.O. maar waarvan de belastbare winst niet meer bedraagt dan het | een K.M.O. maar waarvan de belastbare winst niet meer bedraagt dan het |
voormelde grensbedrag, wel de bedoelde vrijstelling kunnen genieten. | voormelde grensbedrag, wel de bedoelde vrijstelling kunnen genieten. |
B.4. De eisende partij voor de verwijzende rechter verzoekt het Hof de | B.4. De eisende partij voor de verwijzende rechter verzoekt het Hof de |
vraag bevestigend te beantwoorden in zoverre de in het geding zijnde | vraag bevestigend te beantwoorden in zoverre de in het geding zijnde |
bepaling niet alleen de vennootschappen die beantwoorden aan de | bepaling niet alleen de vennootschappen die beantwoorden aan de |
kenmerken van een K.M.O. maar een belastbare winst behalen die meer | kenmerken van een K.M.O. maar een belastbare winst behalen die meer |
bedraagt dan het bepaalde grensbedrag zou discrimineren, doch ook de | bedraagt dan het bepaalde grensbedrag zou discrimineren, doch ook de |
vennootschappen die beantwoorden aan de kenmerken van een K.M.O. en | vennootschappen die beantwoorden aan de kenmerken van een K.M.O. en |
die een belastbare winst behalen die lager ligt dan het grensbedrag | die een belastbare winst behalen die lager ligt dan het grensbedrag |
maar die om een andere reden van het verlaagde tarief van de | maar die om een andere reden van het verlaagde tarief van de |
vennootschapsbelasting worden uitgesloten. Artikel 215, derde lid, van | vennootschapsbelasting worden uitgesloten. Artikel 215, derde lid, van |
het WIB 1992 bepaalt immers dat het tweede lid van die bepaling niet | het WIB 1992 bepaalt immers dat het tweede lid van die bepaling niet |
van toepassing is op een aantal categorieën van vennootschappen. | van toepassing is op een aantal categorieën van vennootschappen. |
De partijen voor het Hof vermogen echter niet de draagwijdte van de | De partijen voor het Hof vermogen echter niet de draagwijdte van de |
prejudiciële vraag te wijzigen of uit te breiden. | prejudiciële vraag te wijzigen of uit te breiden. |
B.5. Naast de algemene doelstellingen van de hervorming zoals | B.5. Naast de algemene doelstellingen van de hervorming zoals |
beschreven in B.2, was het de bekommernis van de wetgever, die tijdens | beschreven in B.2, was het de bekommernis van de wetgever, die tijdens |
de parlementaire voorbereiding van de wet herhaaldelijk werd geuit, | de parlementaire voorbereiding van de wet herhaaldelijk werd geuit, |
het fiscale statuut van de K.M.O.'s « [op te waarderen] om de | het fiscale statuut van de K.M.O.'s « [op te waarderen] om de |
investeringen met eigen middelen te steunen » (Parl. St., Kamer, | investeringen met eigen middelen te steunen » (Parl. St., Kamer, |
2001-2002, DOC 50-1918/001, p. 6), wat verklaart dat hij « een aantal | 2001-2002, DOC 50-1918/001, p. 6), wat verklaart dat hij « een aantal |
bijkomende specifieke maatregelen [heeft] genomen die in de eerste | bijkomende specifieke maatregelen [heeft] genomen die in de eerste |
plaats een versterking van de eigen middelen van de K.M.O.'s beogen » | plaats een versterking van de eigen middelen van de K.M.O.'s beogen » |
(Parl. St., Kamer, 2001-2002, DOC 50-1918/006, p. 7). | (Parl. St., Kamer, 2001-2002, DOC 50-1918/006, p. 7). |
B.6. Ook al is het gerechtvaardigd dat de wetgever voor de kmo's in | B.6. Ook al is het gerechtvaardigd dat de wetgever voor de kmo's in |
een afwijkend stelsel voorziet op grond van de doelstellingen die hij | een afwijkend stelsel voorziet op grond van de doelstellingen die hij |
nastreeft, het Hof moet niettemin onderzoeken of het criterium dat hij | nastreeft, het Hof moet niettemin onderzoeken of het criterium dat hij |
daarvoor heeft gekozen, niet discriminerend is. Om bestaanbaar te zijn | daarvoor heeft gekozen, niet discriminerend is. Om bestaanbaar te zijn |
met de artikelen 10, 11 en 172 van de Grondwet moet het criterium | met de artikelen 10, 11 en 172 van de Grondwet moet het criterium |
waarop het in het geding zijnde verschil in behandeling berust, | waarop het in het geding zijnde verschil in behandeling berust, |
objectief en pertinent zijn ten opzichte van het onderwerp van de | objectief en pertinent zijn ten opzichte van het onderwerp van de |
betrokken maatregel en het doel dat ermee wordt nagestreefd. | betrokken maatregel en het doel dat ermee wordt nagestreefd. |
B.7. Zoals de afdeling wetgeving van de Raad van State heeft doen | B.7. Zoals de afdeling wetgeving van de Raad van State heeft doen |
opmerken in het advies dat zij heeft gegeven over de in het geding | opmerken in het advies dat zij heeft gegeven over de in het geding |
zijnde bepaling (Parl. St., Kamer, 2001-2002, DOC 50-1918/001, p. | zijnde bepaling (Parl. St., Kamer, 2001-2002, DOC 50-1918/001, p. |
110), is het absolute bedrag van de belastbare winst in de loop van | 110), is het absolute bedrag van de belastbare winst in de loop van |
een welbepaald boekjaar niet pertinent om na te gaan of het gaat om | een welbepaald boekjaar niet pertinent om na te gaan of het gaat om |
een vennootschap met de kenmerken van een K.M.O., omdat er belangrijke | een vennootschap met de kenmerken van een K.M.O., omdat er belangrijke |
vennootschappen zijn die in de loop van een welbepaald boekjaar een | vennootschappen zijn die in de loop van een welbepaald boekjaar een |
belastbare winst verwezenlijken die niet meer bedraagt dan het | belastbare winst verwezenlijken die niet meer bedraagt dan het |
grensbedrag dat is vastgelegd bij artikel 215 van het WIB 1992. Er | grensbedrag dat is vastgelegd bij artikel 215 van het WIB 1992. Er |
zijn overigens K.M.O.'s die soms een belastbare winst behalen die meer | zijn overigens K.M.O.'s die soms een belastbare winst behalen die meer |
bedraagt dan dat grensbedrag zonder dat zij daarom niet meer | bedraagt dan dat grensbedrag zonder dat zij daarom niet meer |
beantwoorden aan de kenmerken van een kmo. Ten slotte kunnen sommige | beantwoorden aan de kenmerken van een kmo. Ten slotte kunnen sommige |
K.M.O.s, hoewel zij een belastbare winst hebben verwezenlijkt die | K.M.O.s, hoewel zij een belastbare winst hebben verwezenlijkt die |
minder bedraagt dan dat grensbedrag, het verlaagde tarief niet | minder bedraagt dan dat grensbedrag, het verlaagde tarief niet |
genieten omdat zij niet voldoen aan de andere voorwaarden van artikel | genieten omdat zij niet voldoen aan de andere voorwaarden van artikel |
215 van het WIB 1992. | 215 van het WIB 1992. |
B.8. De toepassing van het criterium waarvoor werd geopteerd in de in | B.8. De toepassing van het criterium waarvoor werd geopteerd in de in |
het geding zijnde bepaling, zal dan ook tot gevolg hebben dat bepaalde | het geding zijnde bepaling, zal dan ook tot gevolg hebben dat bepaalde |
K.M.O.'s niet de vrijstelling voor het aanleggen van een | K.M.O.'s niet de vrijstelling voor het aanleggen van een |
investeringsreserve kunnen genieten terwijl zij zich, met betrekking | investeringsreserve kunnen genieten terwijl zij zich, met betrekking |
tot de specifieke doelstellingen die de wetgever voor hen nastreeft, | tot de specifieke doelstellingen die de wetgever voor hen nastreeft, |
in een situatie bevinden die soortgelijk is aan die van de K.M.O.'s | in een situatie bevinden die soortgelijk is aan die van de K.M.O.'s |
die de vrijstelling wel genieten. | die de vrijstelling wel genieten. |
B.9. Daaruit volgt dat het gekozen criterium niet pertinent is en dat | B.9. Daaruit volgt dat het gekozen criterium niet pertinent is en dat |
de prejudiciële vraag bevestigend moet worden beantwoord. | de prejudiciële vraag bevestigend moet worden beantwoord. |
Om die redenen, | Om die redenen, |
het Hof | het Hof |
zegt voor recht : | zegt voor recht : |
Artikel 194quater, § 1, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen | Artikel 194quater, § 1, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen |
1992, zoals ingevoegd bij artikel 6 van de wet van 24 december 2002 | 1992, zoals ingevoegd bij artikel 6 van de wet van 24 december 2002 |
tot wijziging van de vennootschapsregeling inzake inkomstenbelastingen | tot wijziging van de vennootschapsregeling inzake inkomstenbelastingen |
en tot instelling van een systeem van voorafgaande beslissingen in | en tot instelling van een systeem van voorafgaande beslissingen in |
fiscale zaken, schendt de artikelen 10, 11 en 172 van de Grondwet, | fiscale zaken, schendt de artikelen 10, 11 en 172 van de Grondwet, |
doordat het vennootschappen die beantwoorden aan de kenmerken van een | doordat het vennootschappen die beantwoorden aan de kenmerken van een |
K.M.O. maar een belastbare winst behalen die meer bedraagt dan het | K.M.O. maar een belastbare winst behalen die meer bedraagt dan het |
grensbedrag bepaald in artikel 215, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, | grensbedrag bepaald in artikel 215, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, |
uitsluit van de vrijstelling voor het aanleggen van een | uitsluit van de vrijstelling voor het aanleggen van een |
investeringsreserve. | investeringsreserve. |
Aldus uitgesproken in het Nederlands en het Frans, overeenkomstig | Aldus uitgesproken in het Nederlands en het Frans, overeenkomstig |
artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989, op de openbare | artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989, op de openbare |
terechtzitting van 19 december 2007. | terechtzitting van 19 december 2007. |
De griffier, | De griffier, |
P.-Y. Dutilleux. | P.-Y. Dutilleux. |
De voorzitter, | De voorzitter, |
M. Bossuyt | M. Bossuyt |