Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Arrest van --
← Terug naar "Uittreksel uit arrest nr. 163/2007 van 19 december 2007 Rolnummer 4305 In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 194quater van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, zoals ingevoegd bij artikel 6 van de wet van 24 december Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters M. Bossuyt en M. Melchior, en de rechter(...)"
Uittreksel uit arrest nr. 163/2007 van 19 december 2007 Rolnummer 4305 In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 194quater van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, zoals ingevoegd bij artikel 6 van de wet van 24 december Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters M. Bossuyt en M. Melchior, en de rechter(...) Uittreksel uit arrest nr. 163/2007 van 19 december 2007 Rolnummer 4305 In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 194quater van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, zoals ingevoegd bij artikel 6 van de wet van 24 december Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters M. Bossuyt en M. Melchior, en de rechter(...)
GRONDWETTELIJK HOF GRONDWETTELIJK HOF
Uittreksel uit arrest nr. 163/2007 van 19 december 2007 Uittreksel uit arrest nr. 163/2007 van 19 december 2007
Rolnummer 4305 Rolnummer 4305
In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 194quater van het In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 194quater van het
Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, zoals ingevoegd bij artikel Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, zoals ingevoegd bij artikel
6 van de wet van 24 december 2002 tot wijziging van de 6 van de wet van 24 december 2002 tot wijziging van de
vennootschapsregeling inzake inkomstenbelastingen en tot instelling vennootschapsregeling inzake inkomstenbelastingen en tot instelling
van een systeem van voorafgaande beslissingen in fiscale zaken, van een systeem van voorafgaande beslissingen in fiscale zaken,
gesteld door de Rechtbank van eerste aanleg te Brugge. gesteld door de Rechtbank van eerste aanleg te Brugge.
Het Grondwettelijk Hof, Het Grondwettelijk Hof,
samengesteld uit de voorzitters M. Bossuyt en M. Melchior, en de samengesteld uit de voorzitters M. Bossuyt en M. Melchior, en de
rechters P. Martens, R. Henneuse, L. Lavrysen, J.-P. Moerman en E. rechters P. Martens, R. Henneuse, L. Lavrysen, J.-P. Moerman en E.
Derycke, bijgestaan door de griffier P.-Y. Dutilleux, onder Derycke, bijgestaan door de griffier P.-Y. Dutilleux, onder
voorzitterschap van voorzitter M. Bossuyt, voorzitterschap van voorzitter M. Bossuyt,
wijst na beraad het volgende arrest : wijst na beraad het volgende arrest :
I. Onderwerp van de prejudiciële vraag en rechtspleging I. Onderwerp van de prejudiciële vraag en rechtspleging
Bij vonnis van 1 oktober 2007 in zake de comm. v. « Peter Verbanck » Bij vonnis van 1 oktober 2007 in zake de comm. v. « Peter Verbanck »
tegen de Belgische Staat, waarvan de expeditie ter griffie van het Hof tegen de Belgische Staat, waarvan de expeditie ter griffie van het Hof
is ingekomen op 5 oktober 2007, heeft de Rechtbank van eerste aanleg is ingekomen op 5 oktober 2007, heeft de Rechtbank van eerste aanleg
te Brugge de volgende prejudiciële vraag gesteld : te Brugge de volgende prejudiciële vraag gesteld :
« Schendt artikel 194quater WIB 1992, zoals ingevoerd door artikel 6 « Schendt artikel 194quater WIB 1992, zoals ingevoerd door artikel 6
van de wet van 24 december 2002 tot wijziging van de van de wet van 24 december 2002 tot wijziging van de
vennootschapsregeling inzake inkomstenbelastingen en tot instelling vennootschapsregeling inzake inkomstenbelastingen en tot instelling
van een systeem van voorafgaande beslissingen inzake fiscale zaken, van een systeem van voorafgaande beslissingen inzake fiscale zaken,
het gelijkheidsbeginsel zoals verwoord in de artikelen 10, 11 en 172 het gelijkheidsbeginsel zoals verwoord in de artikelen 10, 11 en 172
van de Grondwet, doordat vennootschappen die beantwoorden aan de van de Grondwet, doordat vennootschappen die beantwoorden aan de
kenmerken van een KMO maar een belastbare winst behalen die meer kenmerken van een KMO maar een belastbare winst behalen die meer
bedraagt dan het grensbedrag in artikel 215 WIB 1992, worden bedraagt dan het grensbedrag in artikel 215 WIB 1992, worden
uitgesloten van de toepassing van de investeringsreserve, terwijl uitgesloten van de toepassing van de investeringsreserve, terwijl
vennootschappen die eveneens beantwoorden aan de kenmerken van een KMO vennootschappen die eveneens beantwoorden aan de kenmerken van een KMO
maar waarvan de belastbare winst niet meer bedraagt dan het maar waarvan de belastbare winst niet meer bedraagt dan het
grensbedrag in artikel 215 WIB 1992, wel kunnen genieten van de grensbedrag in artikel 215 WIB 1992, wel kunnen genieten van de
vrijgestelde investeringsreserve van artikel 194quater WIB 1992 ? ». vrijgestelde investeringsreserve van artikel 194quater WIB 1992 ? ».
Op 17 oktober 2007 hebben de rechters-verslaggevers L. Lavrysen en R. Op 17 oktober 2007 hebben de rechters-verslaggevers L. Lavrysen en R.
Henneuse, met toepassing van artikel 72, eerste lid, van de bijzondere Henneuse, met toepassing van artikel 72, eerste lid, van de bijzondere
wet van 6 januari 1989, het Hof ervan in kennis gesteld dat zij ertoe wet van 6 januari 1989, het Hof ervan in kennis gesteld dat zij ertoe
zouden kunnen worden gebracht voor te stellen een arrest van zouden kunnen worden gebracht voor te stellen een arrest van
onmiddellijk antwoord te wijzen. onmiddellijk antwoord te wijzen.
(...) (...)
III. In rechte III. In rechte
(...) (...)
B.1. Artikel 194quater van het Wetboek van de inkomstenbelastingen B.1. Artikel 194quater van het Wetboek van de inkomstenbelastingen
1992 (WIB 1992), zoals ingevoegd bij artikel 6 van de wet van 24 1992 (WIB 1992), zoals ingevoegd bij artikel 6 van de wet van 24
december 2002, bepaalt : december 2002, bepaalt :
« § 1. Ten name van vennootschappen waarvoor het tarief van de « § 1. Ten name van vennootschappen waarvoor het tarief van de
belasting wordt vastgesteld overeenkomstig artikel 215, tweede lid, belasting wordt vastgesteld overeenkomstig artikel 215, tweede lid,
wordt niet als winst aangemerkt de investeringsreserve die bij het wordt niet als winst aangemerkt de investeringsreserve die bij het
verstrijken van het belastbare tijdperk is aangelegd binnen de grenzen verstrijken van het belastbare tijdperk is aangelegd binnen de grenzen
en onder de hierna gestelde voorwaarden. en onder de hierna gestelde voorwaarden.
§ 2. Het bedrag van de investeringsreserve wordt vrijgesteld tot § 2. Het bedrag van de investeringsreserve wordt vrijgesteld tot
beloop van 50 pct. van het gereserveerde belastbare resultaat van het beloop van 50 pct. van het gereserveerde belastbare resultaat van het
belastbaar tijdperk, vóór aanleg van de investeringsreserve, en belastbaar tijdperk, vóór aanleg van de investeringsreserve, en
verminderd met : verminderd met :
1° de krachtens artikel 192 vrijgestelde meerwaarden op aandelen; 1° de krachtens artikel 192 vrijgestelde meerwaarden op aandelen;
2° het gedeelte van de meerwaarde op in artikel 66 vermelde voertuigen 2° het gedeelte van de meerwaarde op in artikel 66 vermelde voertuigen
dat niet in aanmerking wordt genomen krachtens artikel 24, derde lid; dat niet in aanmerking wordt genomen krachtens artikel 24, derde lid;
3° de vermindering van het gestort kapitaal, berekend als gewogen 3° de vermindering van het gestort kapitaal, berekend als gewogen
gemiddelde van het belastbaar tijdperk tegenover het vorig belastbaar gemiddelde van het belastbaar tijdperk tegenover het vorig belastbaar
tijdperk waarin laatst het voordeel van het aanleggen van een tijdperk waarin laatst het voordeel van het aanleggen van een
investeringsreserve werd genoten; investeringsreserve werd genoten;
4° de vermeerdering van de vorderingen van de vennootschap, berekend 4° de vermeerdering van de vorderingen van de vennootschap, berekend
zoals sub 3°, op de volgende natuurlijke personen : zoals sub 3°, op de volgende natuurlijke personen :
- personen die aandelen bezitten van de vennootschap; - personen die aandelen bezitten van de vennootschap;
- personen die een opdracht of functies als vermeld in artikel 32, - personen die een opdracht of functies als vermeld in artikel 32,
eerste lid, 1°, uitoefenen; eerste lid, 1°, uitoefenen;
- de echtgenoot ervan of hun kinderen, wanneer die personen of hun - de echtgenoot ervan of hun kinderen, wanneer die personen of hun
echtgenoot het wettelijk genot van de inkomsten van die kinderen echtgenoot het wettelijk genot van de inkomsten van die kinderen
hebben. hebben.
Het gereserveerde belastbare resultaat welke, na vermindering, in Het gereserveerde belastbare resultaat welke, na vermindering, in
aanmerking wordt genomen voor de berekening van de investeringsreserve aanmerking wordt genomen voor de berekening van de investeringsreserve
overeenkomstig het eerste lid, wordt beperkt tot 37.500 EUR per overeenkomstig het eerste lid, wordt beperkt tot 37.500 EUR per
belastbaar tijdperk. belastbaar tijdperk.
De aldus berekende investeringsreserve wordt slechts vrijgesteld De aldus berekende investeringsreserve wordt slechts vrijgesteld
indien en in zoverre de belaste reserves, vóór aanleg van de indien en in zoverre de belaste reserves, vóór aanleg van de
investeringsreserve, op het einde van het belastbaar tijdperk hoger investeringsreserve, op het einde van het belastbaar tijdperk hoger
zijn dan de belaste reserves op het einde van het vorig belastbaar zijn dan de belaste reserves op het einde van het vorig belastbaar
tijdperk, waarin laatst het voordeel van het aanleggen van een tijdperk, waarin laatst het voordeel van het aanleggen van een
investeringsreserve werd genoten. investeringsreserve werd genoten.
De investeringsreserve wordt slechts vrijgesteld voorzover voldaan is De investeringsreserve wordt slechts vrijgesteld voorzover voldaan is
aan de voorwaarden als vermeld in artikel 190. aan de voorwaarden als vermeld in artikel 190.
§ 3. Een bedrag gelijk aan de investeringsreserve moet door de § 3. Een bedrag gelijk aan de investeringsreserve moet door de
vennootschap worden geïnvesteerd : vennootschap worden geïnvesteerd :
a) in afschrijfbare materiële of immateriële vaste activa die recht a) in afschrijfbare materiële of immateriële vaste activa die recht
kunnen geven op het voordeel van de investeringsaftrek; kunnen geven op het voordeel van de investeringsaftrek;
b) binnen een termijn van drie jaar die aanvangt op de eerste dag van b) binnen een termijn van drie jaar die aanvangt op de eerste dag van
het belastbare tijdperk waarvoor de investeringsreserve is aangelegd, het belastbare tijdperk waarvoor de investeringsreserve is aangelegd,
en ten laatste bij de ontbinding van de vennootschap. en ten laatste bij de ontbinding van de vennootschap.
De vaste activa die als herbelegging in aanmerking worden genomen De vaste activa die als herbelegging in aanmerking worden genomen
krachtens artikel 47, worden voor de toepassing van het vorige lid krachtens artikel 47, worden voor de toepassing van het vorige lid
uitgesloten als investering. uitgesloten als investering.
§ 4. Indien niet wordt geïnvesteerd op de wijze en binnen de termijn § 4. Indien niet wordt geïnvesteerd op de wijze en binnen de termijn
gesteld in § 3 wordt de voorheen vrijgestelde investeringsreserve gesteld in § 3 wordt de voorheen vrijgestelde investeringsreserve
aangemerkt als winst van het belastbare tijdperk waarin de aangemerkt als winst van het belastbare tijdperk waarin de
investeringstermijn verstreken is. investeringstermijn verstreken is.
De voorheen vrijgestelde investeringsreserve wordt aangemerkt als De voorheen vrijgestelde investeringsreserve wordt aangemerkt als
winst van het belastbare tijdperk waarin de in § 3 in aanmerking winst van het belastbare tijdperk waarin de in § 3 in aanmerking
genomen investering, wordt vervreemd, wanneer die investering op het genomen investering, wordt vervreemd, wanneer die investering op het
ogenblik van de vervreemding minder dan drie jaar in de vennootschap ogenblik van de vervreemding minder dan drie jaar in de vennootschap
is belegd, en zulks, naar verhouding tot de nog niet aangenomen is belegd, en zulks, naar verhouding tot de nog niet aangenomen
afschrijvingen op die investering. Deze bepaling is niet van afschrijvingen op die investering. Deze bepaling is niet van
toepassing wanneer de vervreemding geschiedt naar aanleiding van een toepassing wanneer de vervreemding geschiedt naar aanleiding van een
schadegeval, een onteigening, een opeising in eigendom of een andere schadegeval, een onteigening, een opeising in eigendom of een andere
gelijkaardige gebeurtenis. gelijkaardige gebeurtenis.
§ 5. Om het voordeel van de investeringsreserve te rechtvaardigen moet § 5. Om het voordeel van de investeringsreserve te rechtvaardigen moet
de vennootschap bij haar aangifte in de vennootschapsbelasting een de vennootschap bij haar aangifte in de vennootschapsbelasting een
opgave voegen waarvan het model door de Minister van Financiën of zijn opgave voegen waarvan het model door de Minister van Financiën of zijn
afgevaardigde wordt vastgesteld, voor het aanslagjaar waarvoor de afgevaardigde wordt vastgesteld, voor het aanslagjaar waarvoor de
reserve wordt aangelegd en de erop volgende aanslagjaren tot wanneer reserve wordt aangelegd en de erop volgende aanslagjaren tot wanneer
de investering moet zijn verricht. de investering moet zijn verricht.
§ 6. De Koning bepaalt de investeringsmodaliteiten als vermeld in § 3, § 6. De Koning bepaalt de investeringsmodaliteiten als vermeld in § 3,
in geval van inbreng van een tak van werkzaamheid of een in geval van inbreng van een tak van werkzaamheid of een
bedrijfsafdeling of van een algemeenheid van goederen als vermeld in bedrijfsafdeling of van een algemeenheid van goederen als vermeld in
artikel 46, § 1, eerste lid, 2°, en ingeval van fusie of splitsing als artikel 46, § 1, eerste lid, 2°, en ingeval van fusie of splitsing als
vermeld in artikel 211, § 1. vermeld in artikel 211, § 1.
De Koning kan, bij een na overleg in de Ministerraad vastgesteld De Koning kan, bij een na overleg in de Ministerraad vastgesteld
besluit, een bedrag vaststellen dat hoger is dan 37.500 EUR ». besluit, een bedrag vaststellen dat hoger is dan 37.500 EUR ».
B.2. Die bepaling past in een algehele hervorming van de B.2. Die bepaling past in een algehele hervorming van de
vennootschapsbelasting waarmee de wetgever « op een substantiële vennootschapsbelasting waarmee de wetgever « op een substantiële
manier het tarief van die belasting [wil] verlagen », en dat « in een manier het tarief van die belasting [wil] verlagen », en dat « in een
budgettair neutraal kader [, wat] betekent dat verschillende fiscale budgettair neutraal kader [, wat] betekent dat verschillende fiscale
uitgaven zullen moeten worden verminderd en dat er bovendien komaf uitgaven zullen moeten worden verminderd en dat er bovendien komaf
dient gemaakt met bepaalde anomalieën in het huidige fiscale stelsel » dient gemaakt met bepaalde anomalieën in het huidige fiscale stelsel »
(Parl. St., Kamer, 2001-2002, DOC 50-1918/001, p. 7). (Parl. St., Kamer, 2001-2002, DOC 50-1918/001, p. 7).
De bepaling strekt ertoe de autofinanciering van de kleine en De bepaling strekt ertoe de autofinanciering van de kleine en
middelgrote ondernemingen (K.M.O.'s) aan te moedigen door het toestaan middelgrote ondernemingen (K.M.O.'s) aan te moedigen door het toestaan
van een vrijstelling ten gunste van de gereserveerde winst (ibid., p. van een vrijstelling ten gunste van de gereserveerde winst (ibid., p.
33). Zij is alleen van toepassing op de vennootschappen die voor het 33). Zij is alleen van toepassing op de vennootschappen die voor het
betrokken aanslagjaar het verlaagde tarief van de betrokken aanslagjaar het verlaagde tarief van de
vennootschapsbelasting kunnen genieten dat is vastgesteld bij artikel vennootschapsbelasting kunnen genieten dat is vastgesteld bij artikel
215, tweede lid, van het WIB 1992. 215, tweede lid, van het WIB 1992.
Het gewone tarief van de vennootschapsbelasting bedraagt 33 pct. Het gewone tarief van de vennootschapsbelasting bedraagt 33 pct.
(artikel 215, eerste lid, van het WIB 1992). Artikel 215, tweede lid, (artikel 215, eerste lid, van het WIB 1992). Artikel 215, tweede lid,
van het WIB 1992 bepaalt : van het WIB 1992 bepaalt :
« Wanneer het belastbare inkomen niet meer dan 322.500 EUR bedraagt, « Wanneer het belastbare inkomen niet meer dan 322.500 EUR bedraagt,
wordt de belasting evenwel als volgt vastgesteld : wordt de belasting evenwel als volgt vastgesteld :
1° op de schijf van 0 tot 25.000 EUR : 24,25 pct.; 1° op de schijf van 0 tot 25.000 EUR : 24,25 pct.;
2° op de schijf van 25.000 EUR tot 90.000 EUR : 31 pct.; 2° op de schijf van 25.000 EUR tot 90.000 EUR : 31 pct.;
3° op de schijf van 90.000 EUR tot 322.500 EUR : 34,5 pct. ». 3° op de schijf van 90.000 EUR tot 322.500 EUR : 34,5 pct. ».
B.3. De vraag luidt of artikel 194quater, § 1, van het WIB 1992 de B.3. De vraag luidt of artikel 194quater, § 1, van het WIB 1992 de
artikelen 10, 11 en 172 van de Grondwet schendt doordat het artikelen 10, 11 en 172 van de Grondwet schendt doordat het
vennootschappen die beantwoorden aan de kenmerken van een K.M.O. maar vennootschappen die beantwoorden aan de kenmerken van een K.M.O. maar
een belastbare winst behalen die meer bedraagt dan het grensbedrag een belastbare winst behalen die meer bedraagt dan het grensbedrag
bepaald in artikel 215, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, uitsluit bepaald in artikel 215, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, uitsluit
van de vrijstelling voor het aanleggen van een investeringsreserve, van de vrijstelling voor het aanleggen van een investeringsreserve,
terwijl vennootschappen die eveneens beantwoorden aan de kenmerken van terwijl vennootschappen die eveneens beantwoorden aan de kenmerken van
een K.M.O. maar waarvan de belastbare winst niet meer bedraagt dan het een K.M.O. maar waarvan de belastbare winst niet meer bedraagt dan het
voormelde grensbedrag, wel de bedoelde vrijstelling kunnen genieten. voormelde grensbedrag, wel de bedoelde vrijstelling kunnen genieten.
B.4. De eisende partij voor de verwijzende rechter verzoekt het Hof de B.4. De eisende partij voor de verwijzende rechter verzoekt het Hof de
vraag bevestigend te beantwoorden in zoverre de in het geding zijnde vraag bevestigend te beantwoorden in zoverre de in het geding zijnde
bepaling niet alleen de vennootschappen die beantwoorden aan de bepaling niet alleen de vennootschappen die beantwoorden aan de
kenmerken van een K.M.O. maar een belastbare winst behalen die meer kenmerken van een K.M.O. maar een belastbare winst behalen die meer
bedraagt dan het bepaalde grensbedrag zou discrimineren, doch ook de bedraagt dan het bepaalde grensbedrag zou discrimineren, doch ook de
vennootschappen die beantwoorden aan de kenmerken van een K.M.O. en vennootschappen die beantwoorden aan de kenmerken van een K.M.O. en
die een belastbare winst behalen die lager ligt dan het grensbedrag die een belastbare winst behalen die lager ligt dan het grensbedrag
maar die om een andere reden van het verlaagde tarief van de maar die om een andere reden van het verlaagde tarief van de
vennootschapsbelasting worden uitgesloten. Artikel 215, derde lid, van vennootschapsbelasting worden uitgesloten. Artikel 215, derde lid, van
het WIB 1992 bepaalt immers dat het tweede lid van die bepaling niet het WIB 1992 bepaalt immers dat het tweede lid van die bepaling niet
van toepassing is op een aantal categorieën van vennootschappen. van toepassing is op een aantal categorieën van vennootschappen.
De partijen voor het Hof vermogen echter niet de draagwijdte van de De partijen voor het Hof vermogen echter niet de draagwijdte van de
prejudiciële vraag te wijzigen of uit te breiden. prejudiciële vraag te wijzigen of uit te breiden.
B.5. Naast de algemene doelstellingen van de hervorming zoals B.5. Naast de algemene doelstellingen van de hervorming zoals
beschreven in B.2, was het de bekommernis van de wetgever, die tijdens beschreven in B.2, was het de bekommernis van de wetgever, die tijdens
de parlementaire voorbereiding van de wet herhaaldelijk werd geuit, de parlementaire voorbereiding van de wet herhaaldelijk werd geuit,
het fiscale statuut van de K.M.O.'s « [op te waarderen] om de het fiscale statuut van de K.M.O.'s « [op te waarderen] om de
investeringen met eigen middelen te steunen » (Parl. St., Kamer, investeringen met eigen middelen te steunen » (Parl. St., Kamer,
2001-2002, DOC 50-1918/001, p. 6), wat verklaart dat hij « een aantal 2001-2002, DOC 50-1918/001, p. 6), wat verklaart dat hij « een aantal
bijkomende specifieke maatregelen [heeft] genomen die in de eerste bijkomende specifieke maatregelen [heeft] genomen die in de eerste
plaats een versterking van de eigen middelen van de K.M.O.'s beogen » plaats een versterking van de eigen middelen van de K.M.O.'s beogen »
(Parl. St., Kamer, 2001-2002, DOC 50-1918/006, p. 7). (Parl. St., Kamer, 2001-2002, DOC 50-1918/006, p. 7).
B.6. Ook al is het gerechtvaardigd dat de wetgever voor de kmo's in B.6. Ook al is het gerechtvaardigd dat de wetgever voor de kmo's in
een afwijkend stelsel voorziet op grond van de doelstellingen die hij een afwijkend stelsel voorziet op grond van de doelstellingen die hij
nastreeft, het Hof moet niettemin onderzoeken of het criterium dat hij nastreeft, het Hof moet niettemin onderzoeken of het criterium dat hij
daarvoor heeft gekozen, niet discriminerend is. Om bestaanbaar te zijn daarvoor heeft gekozen, niet discriminerend is. Om bestaanbaar te zijn
met de artikelen 10, 11 en 172 van de Grondwet moet het criterium met de artikelen 10, 11 en 172 van de Grondwet moet het criterium
waarop het in het geding zijnde verschil in behandeling berust, waarop het in het geding zijnde verschil in behandeling berust,
objectief en pertinent zijn ten opzichte van het onderwerp van de objectief en pertinent zijn ten opzichte van het onderwerp van de
betrokken maatregel en het doel dat ermee wordt nagestreefd. betrokken maatregel en het doel dat ermee wordt nagestreefd.
B.7. Zoals de afdeling wetgeving van de Raad van State heeft doen B.7. Zoals de afdeling wetgeving van de Raad van State heeft doen
opmerken in het advies dat zij heeft gegeven over de in het geding opmerken in het advies dat zij heeft gegeven over de in het geding
zijnde bepaling (Parl. St., Kamer, 2001-2002, DOC 50-1918/001, p. zijnde bepaling (Parl. St., Kamer, 2001-2002, DOC 50-1918/001, p.
110), is het absolute bedrag van de belastbare winst in de loop van 110), is het absolute bedrag van de belastbare winst in de loop van
een welbepaald boekjaar niet pertinent om na te gaan of het gaat om een welbepaald boekjaar niet pertinent om na te gaan of het gaat om
een vennootschap met de kenmerken van een K.M.O., omdat er belangrijke een vennootschap met de kenmerken van een K.M.O., omdat er belangrijke
vennootschappen zijn die in de loop van een welbepaald boekjaar een vennootschappen zijn die in de loop van een welbepaald boekjaar een
belastbare winst verwezenlijken die niet meer bedraagt dan het belastbare winst verwezenlijken die niet meer bedraagt dan het
grensbedrag dat is vastgelegd bij artikel 215 van het WIB 1992. Er grensbedrag dat is vastgelegd bij artikel 215 van het WIB 1992. Er
zijn overigens K.M.O.'s die soms een belastbare winst behalen die meer zijn overigens K.M.O.'s die soms een belastbare winst behalen die meer
bedraagt dan dat grensbedrag zonder dat zij daarom niet meer bedraagt dan dat grensbedrag zonder dat zij daarom niet meer
beantwoorden aan de kenmerken van een kmo. Ten slotte kunnen sommige beantwoorden aan de kenmerken van een kmo. Ten slotte kunnen sommige
K.M.O.s, hoewel zij een belastbare winst hebben verwezenlijkt die K.M.O.s, hoewel zij een belastbare winst hebben verwezenlijkt die
minder bedraagt dan dat grensbedrag, het verlaagde tarief niet minder bedraagt dan dat grensbedrag, het verlaagde tarief niet
genieten omdat zij niet voldoen aan de andere voorwaarden van artikel genieten omdat zij niet voldoen aan de andere voorwaarden van artikel
215 van het WIB 1992. 215 van het WIB 1992.
B.8. De toepassing van het criterium waarvoor werd geopteerd in de in B.8. De toepassing van het criterium waarvoor werd geopteerd in de in
het geding zijnde bepaling, zal dan ook tot gevolg hebben dat bepaalde het geding zijnde bepaling, zal dan ook tot gevolg hebben dat bepaalde
K.M.O.'s niet de vrijstelling voor het aanleggen van een K.M.O.'s niet de vrijstelling voor het aanleggen van een
investeringsreserve kunnen genieten terwijl zij zich, met betrekking investeringsreserve kunnen genieten terwijl zij zich, met betrekking
tot de specifieke doelstellingen die de wetgever voor hen nastreeft, tot de specifieke doelstellingen die de wetgever voor hen nastreeft,
in een situatie bevinden die soortgelijk is aan die van de K.M.O.'s in een situatie bevinden die soortgelijk is aan die van de K.M.O.'s
die de vrijstelling wel genieten. die de vrijstelling wel genieten.
B.9. Daaruit volgt dat het gekozen criterium niet pertinent is en dat B.9. Daaruit volgt dat het gekozen criterium niet pertinent is en dat
de prejudiciële vraag bevestigend moet worden beantwoord. de prejudiciële vraag bevestigend moet worden beantwoord.
Om die redenen, Om die redenen,
het Hof het Hof
zegt voor recht : zegt voor recht :
Artikel 194quater, § 1, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen Artikel 194quater, § 1, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen
1992, zoals ingevoegd bij artikel 6 van de wet van 24 december 2002 1992, zoals ingevoegd bij artikel 6 van de wet van 24 december 2002
tot wijziging van de vennootschapsregeling inzake inkomstenbelastingen tot wijziging van de vennootschapsregeling inzake inkomstenbelastingen
en tot instelling van een systeem van voorafgaande beslissingen in en tot instelling van een systeem van voorafgaande beslissingen in
fiscale zaken, schendt de artikelen 10, 11 en 172 van de Grondwet, fiscale zaken, schendt de artikelen 10, 11 en 172 van de Grondwet,
doordat het vennootschappen die beantwoorden aan de kenmerken van een doordat het vennootschappen die beantwoorden aan de kenmerken van een
K.M.O. maar een belastbare winst behalen die meer bedraagt dan het K.M.O. maar een belastbare winst behalen die meer bedraagt dan het
grensbedrag bepaald in artikel 215, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, grensbedrag bepaald in artikel 215, tweede lid, van hetzelfde Wetboek,
uitsluit van de vrijstelling voor het aanleggen van een uitsluit van de vrijstelling voor het aanleggen van een
investeringsreserve. investeringsreserve.
Aldus uitgesproken in het Nederlands en het Frans, overeenkomstig Aldus uitgesproken in het Nederlands en het Frans, overeenkomstig
artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989, op de openbare artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989, op de openbare
terechtzitting van 19 december 2007. terechtzitting van 19 december 2007.
De griffier, De griffier,
P.-Y. Dutilleux. P.-Y. Dutilleux.
De voorzitter, De voorzitter,
M. Bossuyt M. Bossuyt
^