Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Arrest van --
← Terug naar "Uittreksel uit arrest nr. 126/2007 van 4 oktober 2007 Rolnummers 4257 en 4258 In zake : de prejudiciële vragen betreffende artikel 235ter, § 6, van het Wetboek van strafvordering, gesteld door het Hof van Cassatie. Het Grondwettelij samengesteld uit de voorzitters A. Arts en M. Melchior, en de rechters R. Henneuse, M. Bossuyt, E. (...)"
Uittreksel uit arrest nr. 126/2007 van 4 oktober 2007 Rolnummers 4257 en 4258 In zake : de prejudiciële vragen betreffende artikel 235ter, § 6, van het Wetboek van strafvordering, gesteld door het Hof van Cassatie. Het Grondwettelij samengesteld uit de voorzitters A. Arts en M. Melchior, en de rechters R. Henneuse, M. Bossuyt, E. (...) Uittreksel uit arrest nr. 126/2007 van 4 oktober 2007 Rolnummers 4257 en 4258 In zake : de prejudiciële vragen betreffende artikel 235ter, § 6, van het Wetboek van strafvordering, gesteld door het Hof van Cassatie. Het Grondwettelij samengesteld uit de voorzitters A. Arts en M. Melchior, en de rechters R. Henneuse, M. Bossuyt, E. (...)
GRONDWETTELIJK HOF GRONDWETTELIJK HOF
Uittreksel uit arrest nr. 126/2007 van 4 oktober 2007 Uittreksel uit arrest nr. 126/2007 van 4 oktober 2007
Rolnummers 4257 en 4258 Rolnummers 4257 en 4258
In zake : de prejudiciële vragen betreffende artikel 235ter, § 6, van In zake : de prejudiciële vragen betreffende artikel 235ter, § 6, van
het Wetboek van strafvordering, gesteld door het Hof van Cassatie. het Wetboek van strafvordering, gesteld door het Hof van Cassatie.
Het Grondwettelijk Hof, Het Grondwettelijk Hof,
samengesteld uit de voorzitters A. Arts en M. Melchior, en de rechters samengesteld uit de voorzitters A. Arts en M. Melchior, en de rechters
R. Henneuse, M. Bossuyt, E. De Groot, J.-P. Snappe en E. Derycke, R. Henneuse, M. Bossuyt, E. De Groot, J.-P. Snappe en E. Derycke,
bijgestaan door de griffier P.-Y. Dutilleux, onder voorzitterschap van bijgestaan door de griffier P.-Y. Dutilleux, onder voorzitterschap van
voorzitter A. Arts, voorzitter A. Arts,
wijst na beraad het volgende arrest : wijst na beraad het volgende arrest :
I. Onderwerp van de prejudiciële vragen en rechtspleging I. Onderwerp van de prejudiciële vragen en rechtspleging
Bij twee arresten van 26 juni 2007 in zake respectievelijk P. V.H. en Bij twee arresten van 26 juni 2007 in zake respectievelijk P. V.H. en
R.V., waarvan de expedities ter griffie van het Hof zijn ingekomen op R.V., waarvan de expedities ter griffie van het Hof zijn ingekomen op
4 juli 2007, heeft het Hof van Cassatie de volgende prejudiciële vraag 4 juli 2007, heeft het Hof van Cassatie de volgende prejudiciële vraag
gesteld : gesteld :
« Schendt artikel 235ter, § 6, Wetboek van Strafvordering de artikelen « Schendt artikel 235ter, § 6, Wetboek van Strafvordering de artikelen
10 en 11 van de Grondwet, doordat deze wetsbepaling geen enkel 10 en 11 van de Grondwet, doordat deze wetsbepaling geen enkel
cassatieberoep toelaat tegen het arrest van de kamer van cassatieberoep toelaat tegen het arrest van de kamer van
inbeschuldigingstelling betreffende de controle van de regelmatigheid inbeschuldigingstelling betreffende de controle van de regelmatigheid
over de toepassing van de bijzondere opsporingsmethoden observatie en over de toepassing van de bijzondere opsporingsmethoden observatie en
infiltratie, in zoverre daartoe de controle van het vertrouwelijke infiltratie, in zoverre daartoe de controle van het vertrouwelijke
dossier is vereist, terwijl artikel 416, tweede lid, Wetboek van dossier is vereist, terwijl artikel 416, tweede lid, Wetboek van
Strafvordering een onmiddellijk cassatieberoep toelaat tegen de Strafvordering een onmiddellijk cassatieberoep toelaat tegen de
arresten van de kamer van inbeschuldigingstelling betreffende de arresten van de kamer van inbeschuldigingstelling betreffende de
toepassing van onder meer artikel 235bis Wetboek van Strafvordering en toepassing van onder meer artikel 235bis Wetboek van Strafvordering en
de artikelen 407, 408, 409, 413 en 416, eerste lid, Wetboek van de artikelen 407, 408, 409, 413 en 416, eerste lid, Wetboek van
Strafvordering cassatieberoep toelaten tegen elk eindarrest of Strafvordering cassatieberoep toelaten tegen elk eindarrest of
eindvonnis ? ». eindvonnis ? ».
Die zaken, ingeschreven onder de nummers 4257 en 4258 van de rol van Die zaken, ingeschreven onder de nummers 4257 en 4258 van de rol van
het Hof, werden samengevoegd. het Hof, werden samengevoegd.
Op 19 juli 2007 hebben de rechters-verslaggevers E. Derycke en R. Op 19 juli 2007 hebben de rechters-verslaggevers E. Derycke en R.
Henneuse, met toepassing van artikel 72, eerste lid, van de bijzondere Henneuse, met toepassing van artikel 72, eerste lid, van de bijzondere
wet van 6 januari 1989, het Hof ervan in kennis gesteld dat zij ertoe wet van 6 januari 1989, het Hof ervan in kennis gesteld dat zij ertoe
zouden kunnen worden gebracht voor te stellen een arrest van zouden kunnen worden gebracht voor te stellen een arrest van
onmiddellijk antwoord te wijzen. onmiddellijk antwoord te wijzen.
(...) (...)
III. In rechte III. In rechte
(...) (...)
B.1. Vóór de gedeeltelijke vernietiging ervan bij het arrest nr. B.1. Vóór de gedeeltelijke vernietiging ervan bij het arrest nr.
105/2007 van 19 juli 2007 bepaalde artikel 235ter van het Wetboek van 105/2007 van 19 juli 2007 bepaalde artikel 235ter van het Wetboek van
strafvordering, zoals ingevoegd bij artikel 23 van de wet van 27 strafvordering, zoals ingevoegd bij artikel 23 van de wet van 27
december 2005 : december 2005 :
« § 1. De kamer van inbeschuldigingstelling is belast met de controle « § 1. De kamer van inbeschuldigingstelling is belast met de controle
over de toepassing van de bijzondere opsporingsmethoden observatie en over de toepassing van de bijzondere opsporingsmethoden observatie en
infiltratie. infiltratie.
De kamer van inbeschuldigingstelling onderzoekt, op vordering van het De kamer van inbeschuldigingstelling onderzoekt, op vordering van het
openbaar ministerie, de regelmatigheid van de bijzondere openbaar ministerie, de regelmatigheid van de bijzondere
opsporingsmethoden observatie en infiltratie bij het afsluiten van het opsporingsmethoden observatie en infiltratie bij het afsluiten van het
opsporingsonderzoek waarin deze methoden werden toegepast en alvorens opsporingsonderzoek waarin deze methoden werden toegepast en alvorens
het openbaar ministerie tot rechtstreekse dagvaarding overgaat. het openbaar ministerie tot rechtstreekse dagvaarding overgaat.
De kamer van inbeschuldigingstelling onderzoekt op het ogenblik dat de De kamer van inbeschuldigingstelling onderzoekt op het ogenblik dat de
onderzoeksrechter zijn dossier aan de procureur des Konings overzendt onderzoeksrechter zijn dossier aan de procureur des Konings overzendt
krachtens artikel 127, § 1, eerste lid, op vordering van het openbaar krachtens artikel 127, § 1, eerste lid, op vordering van het openbaar
ministerie, de regelmatigheid van de bijzondere opsporingsmethoden ministerie, de regelmatigheid van de bijzondere opsporingsmethoden
observatie en infiltratie die werden toegepast in het kader van het observatie en infiltratie die werden toegepast in het kader van het
gerechtelijk onderzoek of in het daaraan voorafgaande gerechtelijk onderzoek of in het daaraan voorafgaande
opsporingsonderzoek. opsporingsonderzoek.
§ 2. De kamer van inbeschuldigingstelling doet uitspraak binnen dertig § 2. De kamer van inbeschuldigingstelling doet uitspraak binnen dertig
dagen na ontvangst van de vordering van het openbaar ministerie. Deze dagen na ontvangst van de vordering van het openbaar ministerie. Deze
termijn wordt teruggebracht tot acht dagen indien één van de termijn wordt teruggebracht tot acht dagen indien één van de
inverdenkinggestelden zich in voorlopige hechtenis bevindt. inverdenkinggestelden zich in voorlopige hechtenis bevindt.
De kamer van inbeschuldigingstelling hoort, afzonderlijk en buiten de De kamer van inbeschuldigingstelling hoort, afzonderlijk en buiten de
aanwezigheid van de partijen, de opmerkingen van de aanwezigheid van de partijen, de opmerkingen van de
procureur-generaal. procureur-generaal.
Zij hoort, op dezelfde wijze, de burgerlijke partij en de Zij hoort, op dezelfde wijze, de burgerlijke partij en de
inverdenkinggestelde, na kennisgeving die hen door de griffier ten inverdenkinggestelde, na kennisgeving die hen door de griffier ten
laatste achtenveertig uur vóór de zitting per faxpost of bij een ter laatste achtenveertig uur vóór de zitting per faxpost of bij een ter
post aangetekende brief wordt gedaan. De griffier stelt hen in post aangetekende brief wordt gedaan. De griffier stelt hen in
dezelfde post eveneens ter kennis dat het strafdossier tijdens deze dezelfde post eveneens ter kennis dat het strafdossier tijdens deze
periode op de griffie in origineel of in kopie ter inzage ligt. periode op de griffie in origineel of in kopie ter inzage ligt.
Zij kan, met betrekking tot de toegepaste bijzondere Zij kan, met betrekking tot de toegepaste bijzondere
opsporingsmethoden observatie en infiltratie, de onderzoeksrechter en opsporingsmethoden observatie en infiltratie, de onderzoeksrechter en
de in de artikelen 47sexies, § 3, 6° en 47octies, § 3, 6° bedoelde de in de artikelen 47sexies, § 3, 6° en 47octies, § 3, 6° bedoelde
officier van gerechtelijke politie afzonderlijk en buiten de officier van gerechtelijke politie afzonderlijk en buiten de
aanwezigheid van de partijen horen. aanwezigheid van de partijen horen.
De kamer van inbeschuldigingstelling kan de onderzoeksrechter gelasten De kamer van inbeschuldigingstelling kan de onderzoeksrechter gelasten
de politieambtenaren die belast zijn met de uitvoering van de de politieambtenaren die belast zijn met de uitvoering van de
observatie en infiltratie en de in artikel 47octies, § 1, tweede lid, observatie en infiltratie en de in artikel 47octies, § 1, tweede lid,
bedoelde burger te horen met toepassing van de artikelen 86bis en bedoelde burger te horen met toepassing van de artikelen 86bis en
86ter. Zij kan beslissen bij het verhoor door de onderzoeksrechter 86ter. Zij kan beslissen bij het verhoor door de onderzoeksrechter
aanwezig te zijn of één van haar leden daartoe af te vaardigen. aanwezig te zijn of één van haar leden daartoe af te vaardigen.
§ 3. Het openbaar ministerie legt aan de voorzitter van de kamer van § 3. Het openbaar ministerie legt aan de voorzitter van de kamer van
inbeschuldigingstelling het vertrouwelijk dossier voor bedoeld in de inbeschuldigingstelling het vertrouwelijk dossier voor bedoeld in de
artikelen 47septies, § 1, tweede lid, of 47novies, § 1, tweede lid, artikelen 47septies, § 1, tweede lid, of 47novies, § 1, tweede lid,
dat betrekking heeft op het opsporingsonderzoek of gerechtelijk dat betrekking heeft op het opsporingsonderzoek of gerechtelijk
onderzoek bedoeld in § 1. Enkel de magistraten van de kamer van onderzoek bedoeld in § 1. Enkel de magistraten van de kamer van
inbeschuldigingstelling hebben het recht dit vertrouwelijk dossier in inbeschuldigingstelling hebben het recht dit vertrouwelijk dossier in
te zien. te zien.
De voorzitter van de kamer van inbeschuldigingstelling neemt de nodige De voorzitter van de kamer van inbeschuldigingstelling neemt de nodige
maatregelen ter beveiliging van het vertrouwelijk dossier. Hij bezorgt maatregelen ter beveiliging van het vertrouwelijk dossier. Hij bezorgt
het vertrouwelijk dossier, na kennisname ervan, onmiddellijk aan het het vertrouwelijk dossier, na kennisname ervan, onmiddellijk aan het
openbaar ministerie terug. openbaar ministerie terug.
§ 4. In het arrest van de kamer van inbeschuldigingstelling mag geen § 4. In het arrest van de kamer van inbeschuldigingstelling mag geen
gewag worden gemaakt van de inhoud van het vertrouwelijk dossier, noch gewag worden gemaakt van de inhoud van het vertrouwelijk dossier, noch
van enig element dat de afscherming van de gebruikte technische van enig element dat de afscherming van de gebruikte technische
hulpmiddelen en de politionele onderzoekstechnieken of de vrijwaring hulpmiddelen en de politionele onderzoekstechnieken of de vrijwaring
van de veiligheid en de afscherming van de identiteit van de van de veiligheid en de afscherming van de identiteit van de
informant, de politieambtenaren die belast zijn met de uitvoering van informant, de politieambtenaren die belast zijn met de uitvoering van
de observatie of infiltratie en de in artikel 47octies, § 1, tweede de observatie of infiltratie en de in artikel 47octies, § 1, tweede
lid, bedoelde burger in het gedrang kan brengen. lid, bedoelde burger in het gedrang kan brengen.
§ 5. Er wordt verder gehandeld overeenkomstig artikel 235bis, §§ 5 en § 5. Er wordt verder gehandeld overeenkomstig artikel 235bis, §§ 5 en
6. 6.
§ 6. Tegen de controle van het vertrouwelijk dossier door de kamer van § 6. Tegen de controle van het vertrouwelijk dossier door de kamer van
inbeschuldigingstelling staat geen rechtsmiddel open ». inbeschuldigingstelling staat geen rechtsmiddel open ».
B.2. Paragraaf 6 van die bepaling werd bij het voormelde arrest nr. B.2. Paragraaf 6 van die bepaling werd bij het voormelde arrest nr.
105/2007 vernietigd. 105/2007 vernietigd.
B.3. Vanwege die vernietiging zijn de prejudiciële vragen zonder B.3. Vanwege die vernietiging zijn de prejudiciële vragen zonder
voorwerp geworden. voorwerp geworden.
Om die redenen, Om die redenen,
het Hof het Hof
stelt vast dat de prejudiciële vragen zonder voorwerp zijn. stelt vast dat de prejudiciële vragen zonder voorwerp zijn.
Aldus uitgesproken in het Nederlands en het Frans, overeenkomstig Aldus uitgesproken in het Nederlands en het Frans, overeenkomstig
artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989, op de openbare artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989, op de openbare
terechtzitting van 4 oktober 2007. terechtzitting van 4 oktober 2007.
De griffier, De griffier,
P.-Y. Dutilleux. P.-Y. Dutilleux.
De voorzitter, De voorzitter,
A. Arts. A. Arts.
^