Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Arrest van --
← Terug naar "Uittreksel uit arrest nr. 23/2007 van 25 januari 2007 Rolnummer 3982 In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 1, § 4, van de wet van 22 juni 1960 tot invoering van een wekelijkse rustdag in nering en ambacht, gesteld door de Het Arbitragehof, samengesteld uit de voorzitters M. Melchior en A. Arts, en de rechters R. Henn(...)"
Uittreksel uit arrest nr. 23/2007 van 25 januari 2007 Rolnummer 3982 In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 1, § 4, van de wet van 22 juni 1960 tot invoering van een wekelijkse rustdag in nering en ambacht, gesteld door de Het Arbitragehof, samengesteld uit de voorzitters M. Melchior en A. Arts, en de rechters R. Henn(...) Uittreksel uit arrest nr. 23/2007 van 25 januari 2007 Rolnummer 3982 In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 1, § 4, van de wet van 22 juni 1960 tot invoering van een wekelijkse rustdag in nering en ambacht, gesteld door de Het Arbitragehof, samengesteld uit de voorzitters M. Melchior en A. Arts, en de rechters R. Henn(...)
ARBITRAGEHOF ARBITRAGEHOF
Uittreksel uit arrest nr. 23/2007 van 25 januari 2007 Uittreksel uit arrest nr. 23/2007 van 25 januari 2007
Rolnummer 3982 Rolnummer 3982
In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 1, § 4, van de wet In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 1, § 4, van de wet
van 22 juni 1960 tot invoering van een wekelijkse rustdag in nering en van 22 juni 1960 tot invoering van een wekelijkse rustdag in nering en
ambacht, gesteld door de Correctionele Rechtbank te Luik. ambacht, gesteld door de Correctionele Rechtbank te Luik.
Het Arbitragehof, Het Arbitragehof,
samengesteld uit de voorzitters M. Melchior en A. Arts, en de rechters samengesteld uit de voorzitters M. Melchior en A. Arts, en de rechters
R. Henneuse, M. Bossuyt, J.-P. Snappe, E. Derycke en J. Spreutels, R. Henneuse, M. Bossuyt, J.-P. Snappe, E. Derycke en J. Spreutels,
bijgestaan door de griffier P.-Y. Dutilleux, onder voorzitterschap van bijgestaan door de griffier P.-Y. Dutilleux, onder voorzitterschap van
voorzitter M. Melchior, voorzitter M. Melchior,
wijst na beraad het volgende arrest : wijst na beraad het volgende arrest :
I. Onderwerp van de prejudiciële vraag en rechtspleging I. Onderwerp van de prejudiciële vraag en rechtspleging
Bij vonnis van 4 mei 2006 in zake het openbaar ministerie tegen de NV Bij vonnis van 4 mei 2006 in zake het openbaar ministerie tegen de NV
« EVS » en anderen, waarvan de expeditie ter griffie van het « EVS » en anderen, waarvan de expeditie ter griffie van het
Arbitragehof is ingekomen op 9 mei 2006, heeft de Correctionele Arbitragehof is ingekomen op 9 mei 2006, heeft de Correctionele
Rechtbank te Luik de volgende prejudiciële vraag gesteld : Rechtbank te Luik de volgende prejudiciële vraag gesteld :
« Schendt artikel 1, § 4, van de wet van 22 juni 1960 tot invoering « Schendt artikel 1, § 4, van de wet van 22 juni 1960 tot invoering
van een wekelijkse rustdag in nering en ambacht de artikelen 10 en 11 van een wekelijkse rustdag in nering en ambacht de artikelen 10 en 11
van de Grondwet, in zoverre het de handelaars die op dezelfde van de Grondwet, in zoverre het de handelaars die op dezelfde
verkoopruimte een aan die wet onderworpen activiteit en een activiteit verkoopruimte een aan die wet onderworpen activiteit en een activiteit
die daaraan niet is onderworpen, uitoefenen, verbiedt op de verplichte die daaraan niet is onderworpen, uitoefenen, verbiedt op de verplichte
wekelijkse rustdag de verkoop voort te zetten van producten die onder wekelijkse rustdag de verkoop voort te zetten van producten die onder
de activiteit vallen die niet aan de wet is onderworpen ? ». de activiteit vallen die niet aan de wet is onderworpen ? ».
(...) (...)
III. In rechte III. In rechte
(...) (...)
B.1. Artikel 1 van de wet van 22 juni 1960 tot invoering van een B.1. Artikel 1 van de wet van 22 juni 1960 tot invoering van een
wekelijkse rustdag in nering en ambacht (hierna : wet van 22 juni wekelijkse rustdag in nering en ambacht (hierna : wet van 22 juni
1960) bepaalt : 1960) bepaalt :
« § 1. Op aanvraag van een of meerdere beroepsverbonden en op gunstig « § 1. Op aanvraag van een of meerdere beroepsverbonden en op gunstig
advies van de Hoge Raad voor de Middenstand kan de Koning, wanneer het advies van de Hoge Raad voor de Middenstand kan de Koning, wanneer het
algemeen nut en de economische noodwendigheden het toelaten, een algemeen nut en de economische noodwendigheden het toelaten, een
wekelijkse rustdag verplicht stellen in de tak van handel of ambacht wekelijkse rustdag verplicht stellen in de tak van handel of ambacht
welke dit of deze verbonden aanlangt. welke dit of deze verbonden aanlangt.
§ 2. Rechtstreekse verkoop aan de verbruiker, waarvoor kontakt met de § 2. Rechtstreekse verkoop aan de verbruiker, waarvoor kontakt met de
klanten is vereist, is op die dag en in die sector verboden. Hetzelfde klanten is vereist, is op die dag en in die sector verboden. Hetzelfde
verbod geldt onder dezelfde voorwaarden voor ambachtelijke en andere verbod geldt onder dezelfde voorwaarden voor ambachtelijke en andere
dienstprestaties. dienstprestaties.
Bestellingen ten huize zijn eveneens verboden. Bestellingen ten huize zijn eveneens verboden.
De verkopen en de ambachtelijke en andere dienstprestaties, die wegens De verkopen en de ambachtelijke en andere dienstprestaties, die wegens
geval van dringende noodzakelijkheid dienen uitgevoerd, vallen niet geval van dringende noodzakelijkheid dienen uitgevoerd, vallen niet
onder toepassing van deze wet. onder toepassing van deze wet.
[...] [...]
§ 4. Wanneer een wekelijkse rustdag verplicht is gesteld in een § 4. Wanneer een wekelijkse rustdag verplicht is gesteld in een
bepaalde tak van handel of ambacht, slaat het bij § 2 bepaald verbod bepaalde tak van handel of ambacht, slaat het bij § 2 bepaald verbod
op alle verkoopruimten waar deze werkzaamheid, zelfs op bijkomstige op alle verkoopruimten waar deze werkzaamheid, zelfs op bijkomstige
wijze, wordt uitgeoefend, met uitzondering van de verkooppunten wijze, wordt uitgeoefend, met uitzondering van de verkooppunten
gelegen op het domein der autosnelwegen. Voor de toepassing van deze gelegen op het domein der autosnelwegen. Voor de toepassing van deze
bepaling maken de toe- en uitgangswegen geen deel uit van het domein bepaling maken de toe- en uitgangswegen geen deel uit van het domein
der autosnelwegen. Behoudens wanneer de Koning er op aanvraag van het der autosnelwegen. Behoudens wanneer de Koning er op aanvraag van het
verzoekend verbond anders over beschikt, is het verbod insgelijks verzoekend verbond anders over beschikt, is het verbod insgelijks
toepasselijk op alle andere in dezelfde lokalen uitgeoefende handels- toepasselijk op alle andere in dezelfde lokalen uitgeoefende handels-
of ambachtelijke werkzaamheden. of ambachtelijke werkzaamheden.
Uitzondering wordt echter gemaakt voor de activiteit die erin bestaat Uitzondering wordt echter gemaakt voor de activiteit die erin bestaat
aan de verbruiker, in speciaal daartoe uitgeruste inrichtingen, vooraf aan de verbruiker, in speciaal daartoe uitgeruste inrichtingen, vooraf
bereide waren af te leveren, op zodanige wijze aangeboden dat zij ter bereide waren af te leveren, op zodanige wijze aangeboden dat zij ter
plaatse moeten worden verbruikt. Deze uitzondering is van toepassing plaatse moeten worden verbruikt. Deze uitzondering is van toepassing
zolang die activiteit niet gereglementeerd is ter uitvoering van deze zolang die activiteit niet gereglementeerd is ter uitvoering van deze
wet. wet.
Door deze bepaling kunnen de ondernemingen met menigvuldige handels- Door deze bepaling kunnen de ondernemingen met menigvuldige handels-
of ambachtssectoren tot niet meer dan één rustdag per week worden of ambachtssectoren tot niet meer dan één rustdag per week worden
verplicht. verplicht.
[...] ». [...] ».
B.2.1. De verwijzende rechter vraagt het Hof of artikel 1, § 4, van de B.2.1. De verwijzende rechter vraagt het Hof of artikel 1, § 4, van de
wet van 22 juni 1960 bestaanbaar is met de artikelen 10 en 11 van de wet van 22 juni 1960 bestaanbaar is met de artikelen 10 en 11 van de
Grondwet, in zoverre het de handelaars die op dezelfde verkoopruimte Grondwet, in zoverre het de handelaars die op dezelfde verkoopruimte
een aan die wet onderworpen activiteit en een activiteit die daaraan een aan die wet onderworpen activiteit en een activiteit die daaraan
niet is onderworpen, uitoefenen, verbiedt op de verplichte wekelijkse niet is onderworpen, uitoefenen, verbiedt op de verplichte wekelijkse
rustdag de verkoop voort te zetten van producten die onder de rustdag de verkoop voort te zetten van producten die onder de
activiteit vallen die niet aan de wet is onderworpen. activiteit vallen die niet aan de wet is onderworpen.
B.2.2. De prejudiciële vraag heeft dus enkel betrekking op de laatste B.2.2. De prejudiciële vraag heeft dus enkel betrekking op de laatste
zin van artikel 1, § 4, eerste lid, van de wet van 22 juni 1960, zin van artikel 1, § 4, eerste lid, van de wet van 22 juni 1960,
waartoe het Hof zijn onderzoek beperkt. waartoe het Hof zijn onderzoek beperkt.
B.3.1. Uit de motivering van het vonnis en de feiten van de zaak B.3.1. Uit de motivering van het vonnis en de feiten van de zaak
blijkt overigens dat het Hof wordt verzocht om de situatie van de blijkt overigens dat het Hof wordt verzocht om de situatie van de
handelaars die uitsluitend een activiteit uitoefenen die niet is handelaars die uitsluitend een activiteit uitoefenen die niet is
onderworpen aan de wet van 22 juni 1960 te vergelijken met de situatie onderworpen aan de wet van 22 juni 1960 te vergelijken met de situatie
van de handelaars die in dezelfde lokalen zowel een activiteit van de handelaars die in dezelfde lokalen zowel een activiteit
uitoefenen die niet is onderworpen aan de wet van 22 juni 1960 als een uitoefenen die niet is onderworpen aan de wet van 22 juni 1960 als een
activiteit die is onderworpen aan de wekelijkse rustdag. In het eerste activiteit die is onderworpen aan de wekelijkse rustdag. In het eerste
geval kunnen de handelaars hun activiteit de hele week voortzetten, geval kunnen de handelaars hun activiteit de hele week voortzetten,
terwijl zij in het tweede geval, op de verplichte rustdag voor de aan terwijl zij in het tweede geval, op de verplichte rustdag voor de aan
de wet onderworpen activiteit, de activiteit die nochtans niet aan de wet onderworpen activiteit, de activiteit die nochtans niet aan
diezelfde wet is onderworpen, niet kunnen voortzetten. diezelfde wet is onderworpen, niet kunnen voortzetten.
Bovendien zou de noodzaak van een aanvraag vanwege het betrokken Bovendien zou de noodzaak van een aanvraag vanwege het betrokken
beroepsverbond opdat de Koning in een afwijking zou voorzien van het beroepsverbond opdat de Koning in een afwijking zou voorzien van het
principiële verbod op elke ambachtelijke of handelsactiviteit die principiële verbod op elke ambachtelijke of handelsactiviteit die
wordt uitgeoefend in dezelfde lokalen als een activiteit die aan een wordt uitgeoefend in dezelfde lokalen als een activiteit die aan een
wekelijkse rustdag is onderworpen eveneens een discriminatie in het wekelijkse rustdag is onderworpen eveneens een discriminatie in het
leven roepen tussen de handelaars die toetreden tot het verbond en de leven roepen tussen de handelaars die toetreden tot het verbond en de
andere handelaars. andere handelaars.
B.3.2. De vervolgingen voor de verwijzende rechter hebben betrekking B.3.2. De vervolgingen voor de verwijzende rechter hebben betrekking
op de verkoop van belegde broodjes, een activiteit die niet aan een op de verkoop van belegde broodjes, een activiteit die niet aan een
wekelijkse rustdag is onderworpen, in dezelfde lokalen als de verkoop wekelijkse rustdag is onderworpen, in dezelfde lokalen als de verkoop
van brood- en banketproducten, een activiteit die aan een wekelijkse van brood- en banketproducten, een activiteit die aan een wekelijkse
rustdag is onderworpen krachtens het koninklijk besluit van 8 april rustdag is onderworpen krachtens het koninklijk besluit van 8 april
1965 « tot invoering van een wekelijkse rustdag in de handelstakken 1965 « tot invoering van een wekelijkse rustdag in de handelstakken
van de brood- en banketbakkerij », genomen met toepassing van artikel van de brood- en banketbakkerij », genomen met toepassing van artikel
1, § 1, van de wet van 22 juni 1960. 1, § 1, van de wet van 22 juni 1960.
Het Hof beperkt zijn onderzoek tot die situatie waarin Het Hof beperkt zijn onderzoek tot die situatie waarin
handelsactiviteiten in dezelfde lokalen worden gecumuleerd. handelsactiviteiten in dezelfde lokalen worden gecumuleerd.
B.4. Doordat de wet van 22 juni 1960 de Koning toestaat een wekelijkse B.4. Doordat de wet van 22 juni 1960 de Koning toestaat een wekelijkse
rustdag op te leggen aan de sectoren die daartoe een aanvraag hebben rustdag op te leggen aan de sectoren die daartoe een aanvraag hebben
ingediend via de betrokken beroepsverbonden, had zij tot doel de ingediend via de betrokken beroepsverbonden, had zij tot doel de
gezondheid van de zelfstandigen te beschermen en hun daarbij de gezondheid van de zelfstandigen te beschermen en hun daarbij de
vrijheid te laten om te oordelen of de invoering van een verplichte vrijheid te laten om te oordelen of de invoering van een verplichte
rustdag noodzakelijk was en die rustdag te kiezen zonder andere rustdag noodzakelijk was en die rustdag te kiezen zonder andere
verplichtingen dan die welke zij beslissen zich op te leggen om met verplichtingen dan die welke zij beslissen zich op te leggen om met
hun concurrenten te strijden. hun concurrenten te strijden.
Die wetgeving had tot doel een evenwicht te bewaren tussen het Die wetgeving had tot doel een evenwicht te bewaren tussen het
privéleven van de zelfstandige handelaars en het belang van de privéleven van de zelfstandige handelaars en het belang van de
consumenten, door voor de betrokken sectoren een optionele regeling in consumenten, door voor de betrokken sectoren een optionele regeling in
te voeren die niet nodeloos het spel van de vrije concurrentie te voeren die niet nodeloos het spel van de vrije concurrentie
ondermijnt. ondermijnt.
Door de invoering van een dergelijke regeling afhankelijk te maken van Door de invoering van een dergelijke regeling afhankelijk te maken van
het initiatief van de beroepsverbonden die voldoen aan de voorwaarden het initiatief van de beroepsverbonden die voldoen aan de voorwaarden
bedoeld in artikel 5 van de wet van 22 juni 1960, heeft de wetgever bedoeld in artikel 5 van de wet van 22 juni 1960, heeft de wetgever
ervoor geopteerd aan de vertegenwoordigers van de actoren van de ervoor geopteerd aan de vertegenwoordigers van de actoren van de
betrokken beroepsgroep de zorg over te laten om te bepalen of een betrokken beroepsgroep de zorg over te laten om te bepalen of een
verplichte wekelijkse rustdag in de betrokken sector nuttig is : verplichte wekelijkse rustdag in de betrokken sector nuttig is :
« Belangrijk is de noodzakelijke tussenkomst van de beroepsvereniging, « Belangrijk is de noodzakelijke tussenkomst van de beroepsvereniging,
vermits deze het initiatief moet nemen om de wet toepasselijk te vermits deze het initiatief moet nemen om de wet toepasselijk te
kunnen maken op alle beoefenaars van het beroep in kwestie. Indien de kunnen maken op alle beoefenaars van het beroep in kwestie. Indien de
vereniging van oordeel is dat er geen probleem bestaat voor haar vereniging van oordeel is dat er geen probleem bestaat voor haar
beroep, dan zal zij geen aanvraag doen, en blijft de toestand van vóór beroep, dan zal zij geen aanvraag doen, en blijft de toestand van vóór
de wet bestaan » (Parl. St., Senaat, 1959-1960, nr. 364, p. 4). de wet bestaan » (Parl. St., Senaat, 1959-1960, nr. 364, p. 4).
B.5.1. Artikel 1, § 4, van de wet van 22 juni 1960 bepaalde in de B.5.1. Artikel 1, § 4, van de wet van 22 juni 1960 bepaalde in de
originele versie ervan : originele versie ervan :
« Wanneer een wekelijkse rustdag verplicht is gesteld in een bepaalde « Wanneer een wekelijkse rustdag verplicht is gesteld in een bepaalde
tak van handel of ambacht, slaat het bij § 2 bepaald verbod op alle tak van handel of ambacht, slaat het bij § 2 bepaald verbod op alle
verkoopruimten waar deze werkzaamheid, zelfs op bijkomstige wijze, verkoopruimten waar deze werkzaamheid, zelfs op bijkomstige wijze,
wordt uitgeoefend. In dat geval is het verbod insgelijks toepasselijk wordt uitgeoefend. In dat geval is het verbod insgelijks toepasselijk
op alle andere in dezelfde lokalen uitgeoefende handels- of op alle andere in dezelfde lokalen uitgeoefende handels- of
ambachtelijke werkzaamheden. ambachtelijke werkzaamheden.
Door deze bepaling kunnen de ondernemingen met menigvuldige handels- Door deze bepaling kunnen de ondernemingen met menigvuldige handels-
of ambachtssectoren tot niet meer dan één rustdag per week worden of ambachtssectoren tot niet meer dan één rustdag per week worden
verplicht ». verplicht ».
In de parlementaire voorbereiding van de wet van 22 juni 1960 werd In de parlementaire voorbereiding van de wet van 22 juni 1960 werd
uiteengezet : uiteengezet :
« Er bleef nog een netelige kwestie te beslechten, namelijk het geval « Er bleef nog een netelige kwestie te beslechten, namelijk het geval
van de ondernemingen waarvan de werkzaamheid zich over meerdere van de ondernemingen waarvan de werkzaamheid zich over meerdere
verschillende beroepssectoren uitstrekt en waarvan één of meer verschillende beroepssectoren uitstrekt en waarvan één of meer
sectoren aan de sluitingsverplichting zouden onderworpen zijn. Het sectoren aan de sluitingsverplichting zouden onderworpen zijn. Het
wetsontwerp bepaalt ter zake dat, zohaast een sluitingsdag voor een wetsontwerp bepaalt ter zake dat, zohaast een sluitingsdag voor een
bepaald beroep wordt opgelegd, het geheel der verkoopruimten waar dit bepaald beroep wordt opgelegd, het geheel der verkoopruimten waar dit
beroep wordt uitgeoefend, het weze zelfs te bijkomende of beroep wordt uitgeoefend, het weze zelfs te bijkomende of
ondergeschikte titel, aan de sluitingsverplichting is onderworpen, met ondergeschikte titel, aan de sluitingsverplichting is onderworpen, met
het voorbehoud dat een dergelijke maatregel het ondernemingshoofd het voorbehoud dat een dergelijke maatregel het ondernemingshoofd
nooit tot meer dan één sluitingsdag per week kan verplichten » (Parl. nooit tot meer dan één sluitingsdag per week kan verplichten » (Parl.
St., Kamer, 1959-1960, nr. 470/1, p. 5). St., Kamer, 1959-1960, nr. 470/1, p. 5).
B.5.2. De keuze voor die uitbreiding van de wekelijkse rustdag werd B.5.2. De keuze voor die uitbreiding van de wekelijkse rustdag werd
verantwoord als volgt : verantwoord als volgt :
« Zou het denkbaar zijn dat men bijvoorbeeld in één en dezelfde winkel « Zou het denkbaar zijn dat men bijvoorbeeld in één en dezelfde winkel
waar bijvoorbeeld textiel- en papierwaren worden verkocht de ene waren waar bijvoorbeeld textiel- en papierwaren worden verkocht de ene waren
zou mogen blijven verkopen terwijl er een rustdag voorzien is in de zou mogen blijven verkopen terwijl er een rustdag voorzien is in de
andere branche. Zo iets is niet mogelijk, want elke kontrole zou er andere branche. Zo iets is niet mogelijk, want elke kontrole zou er
door uitgesloten worden » (Parl. St., Kamer, 1959-1960, nr. 470/4, p. door uitgesloten worden » (Parl. St., Kamer, 1959-1960, nr. 470/4, p.
8). 8).
De wetgever gaf zich overigens rekenschap ervan dat die bepaling « De wetgever gaf zich overigens rekenschap ervan dat die bepaling «
zeer dikwijls van toepassing [zal] zijn, want ons land telt zeer zeer dikwijls van toepassing [zal] zijn, want ons land telt zeer
talrijke gemengde ondernemingen » (ibid. ). talrijke gemengde ondernemingen » (ibid. ).
Het verbod om de niet aan de wekelijkse rustdag onderworpen activiteit Het verbod om de niet aan de wekelijkse rustdag onderworpen activiteit
uit te oefenen, wordt echter slechts toegepast wanneer de beide uit te oefenen, wordt echter slechts toegepast wanneer de beide
activiteiten worden uitgeoefend in hetzelfde lokaal : activiteiten worden uitgeoefend in hetzelfde lokaal :
« Anders zou het zijn wanneer deze werkzaamheden worden uitgeoefend in « Anders zou het zijn wanneer deze werkzaamheden worden uitgeoefend in
van elkander gescheiden ruimten; in zulk geval kan de ene stopgezet en van elkander gescheiden ruimten; in zulk geval kan de ene stopgezet en
de andere voortgezet worden » (ibid. ). de andere voortgezet worden » (ibid. ).
B.6.1. Artikel 1 van de wet van 30 juli 1963 tot wijziging van de wet B.6.1. Artikel 1 van de wet van 30 juli 1963 tot wijziging van de wet
van 22 juni 1960 tot invoering van een wekelijkse rustdag in nering en van 22 juni 1960 tot invoering van een wekelijkse rustdag in nering en
ambacht heeft vervolgens een nieuw lid ingevoegd in artikel 1, § 4, ambacht heeft vervolgens een nieuw lid ingevoegd in artikel 1, § 4,
dat bepaalt : dat bepaalt :
« Uitzondering wordt echter gemaakt voor de activiteit die erin « Uitzondering wordt echter gemaakt voor de activiteit die erin
bestaat aan de verbruiker, in speciaal daartoe uitgeruste bestaat aan de verbruiker, in speciaal daartoe uitgeruste
inrichtingen, vooraf bereide waren af te leveren, op zodanige wijze inrichtingen, vooraf bereide waren af te leveren, op zodanige wijze
aangeboden dat zij ter plaatse moeten worden verbruikt. Deze aangeboden dat zij ter plaatse moeten worden verbruikt. Deze
uitzondering is van toepassing zolang die activiteit niet uitzondering is van toepassing zolang die activiteit niet
gereglementeerd is ter uitvoering van deze wet ». gereglementeerd is ter uitvoering van deze wet ».
B.6.2. Die wetswijziging strekte ertoe rekening te houden met de B.6.2. Die wetswijziging strekte ertoe rekening te houden met de
situatie van de « snackbars » door hun een afwijking te verlenen op situatie van de « snackbars » door hun een afwijking te verlenen op
het principiële verbod van elke ambachtelijke of handelsactiviteit in het principiële verbod van elke ambachtelijke of handelsactiviteit in
dezelfde lokalen als die waarin een activiteit wordt uitgeoefend die dezelfde lokalen als die waarin een activiteit wordt uitgeoefend die
is onderworpen aan een wekelijkse rustdag. is onderworpen aan een wekelijkse rustdag.
De verantwoording voor dat principiële verbod werd overigens in De verantwoording voor dat principiële verbod werd overigens in
herinnering gebracht in de parlementaire voorbereiding van de wet van herinnering gebracht in de parlementaire voorbereiding van de wet van
1963 : 1963 :
« Deze bepaling bleek noodzakelijk omdat de grote meerderheid van onze « Deze bepaling bleek noodzakelijk omdat de grote meerderheid van onze
handelsondernemingen en ambachten gemengde ondernemingen zijn waarin handelsondernemingen en ambachten gemengde ondernemingen zijn waarin
activiteiten worden uitgeoefend die tot verschillende handels- of activiteiten worden uitgeoefend die tot verschillende handels- of
ambachtssectoren behoren, en dat het onmogelijk zou zijn de toepassing ambachtssectoren behoren, en dat het onmogelijk zou zijn de toepassing
van de wetgeving na te gaan, indien alle gemengde ondernemingen op de van de wetgeving na te gaan, indien alle gemengde ondernemingen op de
rustdag die zij gekozen hebben, hun andere werkzaamheden, niet door rustdag die zij gekozen hebben, hun andere werkzaamheden, niet door
een reglementering bedoeld, mochten uitoefenen » (Parl. St., Senaat, een reglementering bedoeld, mochten uitoefenen » (Parl. St., Senaat,
1962-1963, nr. 241, p. 1). 1962-1963, nr. 241, p. 1).
B.7. Het is de wet van 5 juli 1973 « tot wijziging van de wet van 22 B.7. Het is de wet van 5 juli 1973 « tot wijziging van de wet van 22
juni 1960 tot invoering van een wekelijkse rustdag in nering en juni 1960 tot invoering van een wekelijkse rustdag in nering en
ambacht, gewijzigd bij de wet van 30 juli 1963 en bij de wet van 6 ambacht, gewijzigd bij de wet van 30 juli 1963 en bij de wet van 6
maart 1964 » die artikel 1, § 4, eerste lid, heeft vervangen door de maart 1964 » die artikel 1, § 4, eerste lid, heeft vervangen door de
huidige tekst ervan, die het voorwerp uitmaakt van de prejudiciële huidige tekst ervan, die het voorwerp uitmaakt van de prejudiciële
vraag. vraag.
Wat de doelstelling van die bepaling betreft, wordt gepreciseerd : Wat de doelstelling van die bepaling betreft, wordt gepreciseerd :
« [...] beoogt het voorliggend ontwerp het algehele verbod van « [...] beoogt het voorliggend ontwerp het algehele verbod van
verkoop, dat ingevolge de wet van 22 juni 1960 betrekking had op alle verkoop, dat ingevolge de wet van 22 juni 1960 betrekking had op alle
in de betrokken bedrijfsruimte verrichte handels- of ambachtelijke in de betrokken bedrijfsruimte verrichte handels- of ambachtelijke
werkzaamheden, bij middel van een koninklijk besluit geheel of werkzaamheden, bij middel van een koninklijk besluit geheel of
gedeeltelijk ongedaan te maken. gedeeltelijk ongedaan te maken.
Terwijl de wet van 22 juni 1960 om redenen van efficiënte controle dit Terwijl de wet van 22 juni 1960 om redenen van efficiënte controle dit
algemeen verbod invoerde, bleek alras dat zulks tot onbillijke algemeen verbod invoerde, bleek alras dat zulks tot onbillijke
gevolgen aanleiding gaf. [...] gevolgen aanleiding gaf. [...]
De wet van 30 juli 1963 heeft logischerwijze de al te strakke regeling De wet van 30 juli 1963 heeft logischerwijze de al te strakke regeling
van de wet van 22 juni 1960 aangepast. Vermits dergelijke toestanden van de wet van 22 juni 1960 aangepast. Vermits dergelijke toestanden
zich nog in andere sectoren kunnen voordoen, zou telkens een zich nog in andere sectoren kunnen voordoen, zou telkens een
wetwijziging noodzakelijk zijn. Om die reden bepaalt het onderhavig wetwijziging noodzakelijk zijn. Om die reden bepaalt het onderhavig
ontwerp dat een afwijking van het algemeen verbod voor elke handels- ontwerp dat een afwijking van het algemeen verbod voor elke handels-
of ambachtelijke werkzaamheid, bij middel van koninklijk besluit kan of ambachtelijke werkzaamheid, bij middel van koninklijk besluit kan
worden toegestaan. worden toegestaan.
Weliswaar moet het betrokken beroepsverbond zelf deze aanvraag tot Weliswaar moet het betrokken beroepsverbond zelf deze aanvraag tot
afwijking indienen » (Parl. St., Kamer, 1972-1973, nr. 488/2, p. 2). afwijking indienen » (Parl. St., Kamer, 1972-1973, nr. 488/2, p. 2).
B.8. Uit wat voorafgaat blijkt dat, wanneer een handelaar verscheidene B.8. Uit wat voorafgaat blijkt dat, wanneer een handelaar verscheidene
activiteiten uitoefent in dezelfde lokalen, zonder echter te worden activiteiten uitoefent in dezelfde lokalen, zonder echter te worden
beoogd in een van de afwijkingen bedoeld in artikel 1, § 4, van de wet beoogd in een van de afwijkingen bedoeld in artikel 1, § 4, van de wet
van 22 juni 1960, hij, wanneer hij een activiteit uitoefent die is van 22 juni 1960, hij, wanneer hij een activiteit uitoefent die is
onderworpen aan de wekelijkse rustdag, een wekelijkse rustdag in acht onderworpen aan de wekelijkse rustdag, een wekelijkse rustdag in acht
moet nemen ten aanzien van alle activiteiten die hij uitoefent in moet nemen ten aanzien van alle activiteiten die hij uitoefent in
dezelfde lokalen als die waarin hij de gereglementeerde activiteit dezelfde lokalen als die waarin hij de gereglementeerde activiteit
uitoefent. uitoefent.
B.9.1. Wanneer de wetgever in de mogelijkheid voorziet om een B.9.1. Wanneer de wetgever in de mogelijkheid voorziet om een
verplichte wekelijkse rustdag op te leggen per activiteitensector, verplichte wekelijkse rustdag op te leggen per activiteitensector,
beantwoordt het aan de nagestreefde doelstelling dat een systeem wordt beantwoordt het aan de nagestreefde doelstelling dat een systeem wordt
ingevoerd dat ertoe strekt fraude te vermijden. ingevoerd dat ertoe strekt fraude te vermijden.
De keuze van een algemeen verbod op elke handelsactiviteit die wordt De keuze van een algemeen verbod op elke handelsactiviteit die wordt
uitgeoefend in dezelfde lokalen als die waarin een gereglementeerde uitgeoefend in dezelfde lokalen als die waarin een gereglementeerde
activiteit wordt uitgeoefend, werd, zoals in herinnering is gebracht activiteit wordt uitgeoefend, werd, zoals in herinnering is gebracht
in B.5.2, verantwoord door de onmogelijkheid om de inachtneming van de in B.5.2, verantwoord door de onmogelijkheid om de inachtneming van de
wet van 22 juni 1960 doeltreffend te controleren. wet van 22 juni 1960 doeltreffend te controleren.
B.9.2. Wanneer de wetgever ernaar streeft de inachtneming van een B.9.2. Wanneer de wetgever ernaar streeft de inachtneming van een
wetgeving die van toepassing is in alle sectoren van handel en ambacht wetgeving die van toepassing is in alle sectoren van handel en ambacht
te verzekeren, kan hij overigens geen rekening houden met alle te verzekeren, kan hij overigens geen rekening houden met alle
bijzondere situaties waarin activiteiten in dezelfde lokalen worden bijzondere situaties waarin activiteiten in dezelfde lokalen worden
gecumuleerd. gecumuleerd.
Wanneer de gecumuleerde activiteiten, zoals te dezen, betrekking Wanneer de gecumuleerde activiteiten, zoals te dezen, betrekking
hebben op de verkoop van brood- en banketproducten en de verkoop van hebben op de verkoop van brood- en banketproducten en de verkoop van
belegde broodjes, blijkt de controle op de naleving van de wet des te belegde broodjes, blijkt de controle op de naleving van de wet des te
moeilijker denkbaar daar er een klaarblijkelijke samenhang bestaat moeilijker denkbaar daar er een klaarblijkelijke samenhang bestaat
tussen de gecumuleerde activiteiten. tussen de gecumuleerde activiteiten.
B.9.3. Het in de in het geding zijnde bepaling bedoelde principiële B.9.3. Het in de in het geding zijnde bepaling bedoelde principiële
verbod is dus verantwoord ten aanzien van de met de wet van 22 juni verbod is dus verantwoord ten aanzien van de met de wet van 22 juni
1960 nagestreefde doelstelling. 1960 nagestreefde doelstelling.
B.10.1. Wanneer een handelaar verscheidene ambachtelijke of B.10.1. Wanneer een handelaar verscheidene ambachtelijke of
handelsactiviteiten uitoefent in dezelfde lokalen, biedt hij overigens handelsactiviteiten uitoefent in dezelfde lokalen, biedt hij overigens
aan de consumenten producten van verschillende aard aan op één enkele aan de consumenten producten van verschillende aard aan op één enkele
plaats van verkoop : dankzij de lokalisatie op één plaats van plaats van verkoop : dankzij de lokalisatie op één plaats van
verscheidene activiteiten geniet hij tevens een gunstige verscheidene activiteiten geniet hij tevens een gunstige
concurrentiepositie, vermits hij zich tot een publiek richt dat concurrentiepositie, vermits hij zich tot een publiek richt dat
potentieel ruimer is dan datgene waartoe zich een handelaar richt die potentieel ruimer is dan datgene waartoe zich een handelaar richt die
slechts één, al dan niet gereglementeerde activiteit uitoefent. slechts één, al dan niet gereglementeerde activiteit uitoefent.
B.10.2. Ten slotte is het in de in het geding zijnde bepaling bedoelde B.10.2. Ten slotte is het in de in het geding zijnde bepaling bedoelde
principiële verbod niet van dien aard dat het onevenredige gevolgen principiële verbod niet van dien aard dat het onevenredige gevolgen
heeft ten aanzien van de handelaars waarop het van toepassing is, heeft ten aanzien van de handelaars waarop het van toepassing is,
vermits de handelaar die niet onderworpen wenst te worden aan het vermits de handelaar die niet onderworpen wenst te worden aan het
verbod op enige activiteit in dezelfde lokalen over de mogelijkheid verbod op enige activiteit in dezelfde lokalen over de mogelijkheid
beschikt om afzonderlijke lokalen in te richten voor elke activiteit. beschikt om afzonderlijke lokalen in te richten voor elke activiteit.
B.11.1. Bovendien wordt het systeem waarbij, op aanvraag van het B.11.1. Bovendien wordt het systeem waarbij, op aanvraag van het
betrokken beroepsverbond, bij koninklijk besluit kan worden afgeweken betrokken beroepsverbond, bij koninklijk besluit kan worden afgeweken
van dat principiële verbod verantwoord door de wil om aan de van dat principiële verbod verantwoord door de wil om aan de
vertegenwoordigers van de betrokken actoren de zorg over te laten om vertegenwoordigers van de betrokken actoren de zorg over te laten om
te oordelen over de noodzaak van een afwijking. Dat mechanisme is te oordelen over de noodzaak van een afwijking. Dat mechanisme is
volkomen coherent met de in B.4 in herinnering gebrachte keuze van de volkomen coherent met de in B.4 in herinnering gebrachte keuze van de
wetgever om de concurrentieregels zo min mogelijk te ondermijnen, door wetgever om de concurrentieregels zo min mogelijk te ondermijnen, door
aan de beroepsverbonden de zorg over te laten om te bepalen of de aan de beroepsverbonden de zorg over te laten om te bepalen of de
invoering van een wekelijkse rustdag in de betrokken invoering van een wekelijkse rustdag in de betrokken
activiteitensector noodzakelijk is. activiteitensector noodzakelijk is.
Uit de totaliteit van het systeem bedoeld in de wet van 22 juni 1960 Uit de totaliteit van het systeem bedoeld in de wet van 22 juni 1960
blijkt immers dat enkel de betrokken beroepsverbonden over het blijkt immers dat enkel de betrokken beroepsverbonden over het
initiatief beschikken om zowel de invoering van een wekelijkse rustdag initiatief beschikken om zowel de invoering van een wekelijkse rustdag
aan te vragen als om een afwijking aan te vragen van het principiële aan te vragen als om een afwijking aan te vragen van het principiële
verbod op elke ambachtelijke of handelsactiviteit in dezelfde lokalen verbod op elke ambachtelijke of handelsactiviteit in dezelfde lokalen
als die waarin een gereglementeerde activiteit wordt uitgeoefend. als die waarin een gereglementeerde activiteit wordt uitgeoefend.
Aangezien de wekelijkse rustdag wordt opgelegd per activiteitensector, Aangezien de wekelijkse rustdag wordt opgelegd per activiteitensector,
vermocht de wetgever te oordelen dat de beroepsverbonden die voldoen vermocht de wetgever te oordelen dat de beroepsverbonden die voldoen
aan de in de wet vastgestelde voorwaarden van representativiteit de aan de in de wet vastgestelde voorwaarden van representativiteit de
referentiegesprekspartners vormen die de belangen van de betrokken referentiegesprekspartners vormen die de belangen van de betrokken
sector vertegenwoordigen. sector vertegenwoordigen.
B.11.2. De omstandigheid of een handelaar al dan niet toetreedt tot B.11.2. De omstandigheid of een handelaar al dan niet toetreedt tot
het beroepsverbond van de activiteitensector is bijgevolg niet het beroepsverbond van de activiteitensector is bijgevolg niet
relevant ten aanzien van de doelstelling die wordt nagestreefd met de relevant ten aanzien van de doelstelling die wordt nagestreefd met de
hele regeling die wordt ingevoerd bij de wet van 22 juni 1960. hele regeling die wordt ingevoerd bij de wet van 22 juni 1960.
B.12. De prejudiciële vraag dient ontkennend te worden beantwoord. B.12. De prejudiciële vraag dient ontkennend te worden beantwoord.
Om die redenen, Om die redenen,
het Hof het Hof
zegt voor recht : zegt voor recht :
Artikel 1, § 4, van de wet van 22 juni 1960 tot invoering van een Artikel 1, § 4, van de wet van 22 juni 1960 tot invoering van een
wekelijkse rustdag in nering en ambacht schendt de artikelen 10 en 11 wekelijkse rustdag in nering en ambacht schendt de artikelen 10 en 11
van de Grondwet niet. van de Grondwet niet.
Aldus uitgesproken in het Frans en het Nederlands, overeenkomstig Aldus uitgesproken in het Frans en het Nederlands, overeenkomstig
artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het
Arbitragehof, op de openbare terechtzitting van 25 januari 2007. Arbitragehof, op de openbare terechtzitting van 25 januari 2007.
De griffier, De griffier,
P.-Y. Dutilleux. P.-Y. Dutilleux.
De voorzitter, De voorzitter,
M. Melchior. M. Melchior.
^