← Terug naar "Uittreksel uit arrest nr. 192/2006 van 5 december 2006 Rolnummers 3864, 3865, 3873 en 3885 In
zake : de prejudiciële vragen over artikel 33 van het decreet van de Franse Gemeenschap van 3 juli 1991
betreffende de sociale integratie van de g Het Arbitragehof, samengesteld uit de voorzitters M. Melchior
en A. Arts, en de rechters L. Lavr(...)"
Uittreksel uit arrest nr. 192/2006 van 5 december 2006 Rolnummers 3864, 3865, 3873 en 3885 In zake : de prejudiciële vragen over artikel 33 van het decreet van de Franse Gemeenschap van 3 juli 1991 betreffende de sociale integratie van de g Het Arbitragehof, samengesteld uit de voorzitters M. Melchior en A. Arts, en de rechters L. Lavr(...) | Uittreksel uit arrest nr. 192/2006 van 5 december 2006 Rolnummers 3864, 3865, 3873 en 3885 In zake : de prejudiciële vragen over artikel 33 van het decreet van de Franse Gemeenschap van 3 juli 1991 betreffende de sociale integratie van de g Het Arbitragehof, samengesteld uit de voorzitters M. Melchior en A. Arts, en de rechters L. Lavr(...) |
---|---|
ARBITRAGEHOF | ARBITRAGEHOF |
Uittreksel uit arrest nr. 192/2006 van 5 december 2006 | Uittreksel uit arrest nr. 192/2006 van 5 december 2006 |
Rolnummers 3864, 3865, 3873 en 3885 | Rolnummers 3864, 3865, 3873 en 3885 |
In zake : de prejudiciële vragen over artikel 33 van het decreet van | In zake : de prejudiciële vragen over artikel 33 van het decreet van |
de Franse Gemeenschap van 3 juli 1991 betreffende de sociale | de Franse Gemeenschap van 3 juli 1991 betreffende de sociale |
integratie van de gehandicapten en hun inschakeling in het | integratie van de gehandicapten en hun inschakeling in het |
arbeidsproces, gesteld door de Raad van State. | arbeidsproces, gesteld door de Raad van State. |
Het Arbitragehof, | Het Arbitragehof, |
samengesteld uit de voorzitters M. Melchior en A. Arts, en de rechters | samengesteld uit de voorzitters M. Melchior en A. Arts, en de rechters |
L. Lavrysen, J.-P. Snappe, J.-P. Moerman, E. Derycke en J. Spreutels, | L. Lavrysen, J.-P. Snappe, J.-P. Moerman, E. Derycke en J. Spreutels, |
bijgestaan door de griffier P.-Y. Dutilleux, onder voorzitterschap van | bijgestaan door de griffier P.-Y. Dutilleux, onder voorzitterschap van |
voorzitter M. Melchior, | voorzitter M. Melchior, |
wijst na beraad het volgende arrest : | wijst na beraad het volgende arrest : |
I. Onderwerp van de prejudiciële vragen en rechtspleging | I. Onderwerp van de prejudiciële vragen en rechtspleging |
Bij arresten nrs. 153.860, 153.862, 153.863 en 153.861 van 17 januari | Bij arresten nrs. 153.860, 153.862, 153.863 en 153.861 van 17 januari |
2006 in zake M.-M. Calay tegen het « Fonds communautaire pour | 2006 in zake M.-M. Calay tegen het « Fonds communautaire pour |
l'intégration sociale et professionnelle des personnes handicapées » | l'intégration sociale et professionnelle des personnes handicapées » |
en in zake verschillende tussenkomende partijen, waarvan de expedities | en in zake verschillende tussenkomende partijen, waarvan de expedities |
ter griffie van het Arbitragehof zijn ingekomen op 26 en 30 januari | ter griffie van het Arbitragehof zijn ingekomen op 26 en 30 januari |
2006, heeft de Raad van State de volgende prejudiciële vragen gesteld | 2006, heeft de Raad van State de volgende prejudiciële vragen gesteld |
: | : |
1. « Schendt artikel 33 van het decreet van 3 juli 1991 betreffende de | 1. « Schendt artikel 33 van het decreet van 3 juli 1991 betreffende de |
sociale integratie van de gehandicapten en hun inschakeling in het | sociale integratie van de gehandicapten en hun inschakeling in het |
arbeidsproces, op grond waarvan, voor de eerste bezetting van de | arbeidsproces, op grond waarvan, voor de eerste bezetting van de |
personeelsformatie, regels kunnen worden bepaald die afwijken van het | personeelsformatie, regels kunnen worden bepaald die afwijken van het |
statuut, artikel 87, §§ 2 en 4, van de bijzondere wet van 8 augustus | statuut, artikel 87, §§ 2 en 4, van de bijzondere wet van 8 augustus |
1980 tot hervorming der instellingen, dat de bemiddeling van het VWS | 1980 tot hervorming der instellingen, dat de bemiddeling van het VWS |
oplegt, of op zijn minst de vereiste van een vergelijkend examen | oplegt, of op zijn minst de vereiste van een vergelijkend examen |
waarin is voorzien bij het koninklijk besluit van 26 september 1994 | waarin is voorzien bij het koninklijk besluit van 26 september 1994 |
tot bepaling van de algemene principes, meer bepaald bij artikel 11, § | tot bepaling van de algemene principes, meer bepaald bij artikel 11, § |
1, ervan ? »; | 1, ervan ? »; |
2. « Schendt artikel 33 van het voormelde decreet van 3 juli 1991 de | 2. « Schendt artikel 33 van het voormelde decreet van 3 juli 1991 de |
artikelen 10 en 11 van de Grondwet in zoverre die bepaling het | artikelen 10 en 11 van de Grondwet in zoverre die bepaling het |
mogelijk maakt een objectief onderzoek van de kandidaturen via een | mogelijk maakt een objectief onderzoek van de kandidaturen via een |
vergelijkend examen of een examen te vermijden door afwijkende regels | vergelijkend examen of een examen te vermijden door afwijkende regels |
te bepalen ? ». | te bepalen ? ». |
Die zaken, ingeschreven onder de nummers 3864, 3865, 3873 en 3885 van | Die zaken, ingeschreven onder de nummers 3864, 3865, 3873 en 3885 van |
de rol van het Hof, werden samengevoegd. | de rol van het Hof, werden samengevoegd. |
(...) | (...) |
III. In rechte | III. In rechte |
(...) | (...) |
B.1. Artikel 33 van het decreet van de Franse Gemeenschap van 3 juli | B.1. Artikel 33 van het decreet van de Franse Gemeenschap van 3 juli |
1991 betreffende de sociale integratie van de gehandicapten en hun | 1991 betreffende de sociale integratie van de gehandicapten en hun |
inschakeling in het arbeidsproces bepaalt : | inschakeling in het arbeidsproces bepaalt : |
« § 1. Ten einde te voorzien in de eerste bezetting van de | « § 1. Ten einde te voorzien in de eerste bezetting van de |
betrekkingen opgenomen in de personeelsformatie van het Fonds, | betrekkingen opgenomen in de personeelsformatie van het Fonds, |
waarvoor overgedragen personeelsleden uit het Rijksfonds voor sociale | waarvoor overgedragen personeelsleden uit het Rijksfonds voor sociale |
reclassering van de minder-validen die de overeenstemmende graden | reclassering van de minder-validen die de overeenstemmende graden |
bezitten, niet aangewezen zijn, kan de Executieve regels bepalen die | bezitten, niet aangewezen zijn, kan de Executieve regels bepalen die |
afwijken van het statuut van het personeel voor de eerste | afwijken van het statuut van het personeel voor de eerste |
aanstellingen, die in voornoemde ambten doorgevoerd worden. | aanstellingen, die in voornoemde ambten doorgevoerd worden. |
§ 2. Worden als ' eerste benoemingen ' beschouwd, de aanstellingen in | § 2. Worden als ' eerste benoemingen ' beschouwd, de aanstellingen in |
elk ambt opgenomen in de personeelsformatie waarvan sprake in § 1 van | elk ambt opgenomen in de personeelsformatie waarvan sprake in § 1 van |
dit artikel, die doorgevoerd worden binnen een termijn van zes maanden | dit artikel, die doorgevoerd worden binnen een termijn van zes maanden |
te rekenen vanaf de datum waarop het besluit van de Executieve van de | te rekenen vanaf de datum waarop het besluit van de Executieve van de |
Franse Gemeenschap tot vaststelling van de personeelsformatie van het | Franse Gemeenschap tot vaststelling van de personeelsformatie van het |
Fonds in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt ». | Fonds in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt ». |
Ten aanzien van de eerste prejudiciële vraag | Ten aanzien van de eerste prejudiciële vraag |
B.2. De Raad van State vraagt in de eerste plaats aan het Hof of de | B.2. De Raad van State vraagt in de eerste plaats aan het Hof of de |
voormelde bepaling artikel 87, §§ 2 en 4, van de bijzondere wet van 8 | voormelde bepaling artikel 87, §§ 2 en 4, van de bijzondere wet van 8 |
augustus 1980 tot hervorming der instellingen, dat de bemiddeling van | augustus 1980 tot hervorming der instellingen, dat de bemiddeling van |
het Vast Wervingssecretariaat oplegt, schendt, of op zijn minst de | het Vast Wervingssecretariaat oplegt, schendt, of op zijn minst de |
vereiste van een vergelijkend examen waarin is voorzien bij het | vereiste van een vergelijkend examen waarin is voorzien bij het |
koninklijk besluit van 26 september 1994 tot bepaling van de algemene | koninklijk besluit van 26 september 1994 tot bepaling van de algemene |
principes, meer bepaald bij artikel 11, § 1, ervan. | principes, meer bepaald bij artikel 11, § 1, ervan. |
B.3. Toen artikel 33 van het voormelde decreet werd aangenomen, luidde | B.3. Toen artikel 33 van het voormelde decreet werd aangenomen, luidde |
artikel 87, §§ 2 en 4, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot | artikel 87, §§ 2 en 4, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot |
hervorming der instellingen, gewijzigd bij de bijzondere wet van 8 | hervorming der instellingen, gewijzigd bij de bijzondere wet van 8 |
augustus 1988, als volgt : | augustus 1988, als volgt : |
« § 2. Iedere Executieve stelt de personeelsformatie vast van haar | « § 2. Iedere Executieve stelt de personeelsformatie vast van haar |
administratie en doet de benoemingen. Dit personeel wordt aangeworven | administratie en doet de benoemingen. Dit personeel wordt aangeworven |
door bemiddeling van het Vast Secretariaat voor werving van het | door bemiddeling van het Vast Secretariaat voor werving van het |
Rijkspersoneel. | Rijkspersoneel. |
Het legt de eed af overeenkomstig de wettelijke bepalingen, in handen | Het legt de eed af overeenkomstig de wettelijke bepalingen, in handen |
van de overheid die de Executieve daartoe aanwijst. | van de overheid die de Executieve daartoe aanwijst. |
[...] | [...] |
§ 4. Een in Ministerraad overlegd koninklijk besluit, genomen na | § 4. Een in Ministerraad overlegd koninklijk besluit, genomen na |
advies van de Executieven, wijst die algemene principes van het | advies van de Executieven, wijst die algemene principes van het |
administratief en geldelijk statuut van het Rijkspersoneel aan, welke | administratief en geldelijk statuut van het Rijkspersoneel aan, welke |
van rechtswege van toepassing zullen zijn op het personeel van de | van rechtswege van toepassing zullen zijn op het personeel van de |
Gemeenschappen en de Gewesten, evenals op het personeel van de | Gemeenschappen en de Gewesten, evenals op het personeel van de |
publiekrechtelijke rechtspersonen, die afhangen van de Gemeenschappen | publiekrechtelijke rechtspersonen, die afhangen van de Gemeenschappen |
en de Gewesten, met uitzondering van het personeel bedoeld in artikel | en de Gewesten, met uitzondering van het personeel bedoeld in artikel |
17 van de Grondwet ». | 17 van de Grondwet ». |
B.4. Paragraaf 2 van artikel 87 heeft betrekking op het personeel van | B.4. Paragraaf 2 van artikel 87 heeft betrekking op het personeel van |
de administratie van de gemeenschappen en de gewesten, niet op dat van | de administratie van de gemeenschappen en de gewesten, niet op dat van |
de instellingen die zij gemachtigd zijn op te richten met toepassing | de instellingen die zij gemachtigd zijn op te richten met toepassing |
van artikel 9 van de bijzondere wet van 8 augustus 1980. | van artikel 9 van de bijzondere wet van 8 augustus 1980. |
B.5. Naar luid van artikel 5 van het decreet van 3 juli 1991 is het « | B.5. Naar luid van artikel 5 van het decreet van 3 juli 1991 is het « |
Fonds communautaire pour l'intégration sociale et professionnelle des | Fonds communautaire pour l'intégration sociale et professionnelle des |
personnes handicapées » (Gemeenschapsfonds voor de sociale integratie | personnes handicapées » (Gemeenschapsfonds voor de sociale integratie |
van de gehandicapten en hun inschakeling in het arbeidsproces) een | van de gehandicapten en hun inschakeling in het arbeidsproces) een |
instelling van openbaar nut, met rechtspersoonlijkheid. Artikel 87, § | instelling van openbaar nut, met rechtspersoonlijkheid. Artikel 87, § |
4, is erop van toepassing, doordat het bepaalt dat een in Ministerraad | 4, is erop van toepassing, doordat het bepaalt dat een in Ministerraad |
overlegd koninklijk besluit die algemene principes van het | overlegd koninklijk besluit die algemene principes van het |
administratief en geldelijk statuut van het rijkspersoneel aanwijst | administratief en geldelijk statuut van het rijkspersoneel aanwijst |
welke van rechtswege van toepassing zullen zijn op het personeel van | welke van rechtswege van toepassing zullen zijn op het personeel van |
de publiekrechtelijke rechtspersonen die van de gemeenschappen | de publiekrechtelijke rechtspersonen die van de gemeenschappen |
afhangen. | afhangen. |
B.6. Het is ten aanzien van de bepalingen die van kracht waren toen | B.6. Het is ten aanzien van de bepalingen die van kracht waren toen |
het betwiste decreet werd aangenomen dat de grondwettigheid ervan | het betwiste decreet werd aangenomen dat de grondwettigheid ervan |
dient te worden beoordeeld. | dient te worden beoordeeld. |
Krachtens artikel 18, § 3, van de bijzondere wet van 8 augustus 1988, | Krachtens artikel 18, § 3, van de bijzondere wet van 8 augustus 1988, |
waarbij artikel 87, § 4, werd ingevoegd in de bijzondere wet van 8 | waarbij artikel 87, § 4, werd ingevoegd in de bijzondere wet van 8 |
augustus 1980, is dat artikel 87, § 4, in werking getreden op dezelfde | augustus 1980, is dat artikel 87, § 4, in werking getreden op dezelfde |
datum als het koninklijk besluit dat erin is beoogd. | datum als het koninklijk besluit dat erin is beoogd. |
B.7. Het in artikel 87, § 4, beoogde koninklijk besluit werd een | B.7. Het in artikel 87, § 4, beoogde koninklijk besluit werd een |
eerste maal genomen op 22 november 1991 en, na de vernietiging ervan | eerste maal genomen op 22 november 1991 en, na de vernietiging ervan |
door de Raad van State, een tweede maal op 26 september 1994, waarbij | door de Raad van State, een tweede maal op 26 september 1994, waarbij |
de inwerkingtreding ervan op 7 maart 1992 werd vastgesteld. Toen het | de inwerkingtreding ervan op 7 maart 1992 werd vastgesteld. Toen het |
decreet van 3 juli 1991 werd aangenomen, bestond het koninklijk | decreet van 3 juli 1991 werd aangenomen, bestond het koninklijk |
besluit niet, zodat het decreet artikel 87, § 4, van de bijzondere wet | besluit niet, zodat het decreet artikel 87, § 4, van de bijzondere wet |
niet heeft kunnen schenden. | niet heeft kunnen schenden. |
B.8. Vooraleer artikel 87, § 4, in werking was getreden, waren de | B.8. Vooraleer artikel 87, § 4, in werking was getreden, waren de |
bepalingen waarvan de opheffing van die inwerkingtreding afhing, nog | bepalingen waarvan de opheffing van die inwerkingtreding afhing, nog |
steeds van toepassing. Dat is het geval voor artikel 13, § 6, van de | steeds van toepassing. Dat is het geval voor artikel 13, § 6, van de |
bijzondere wet van 8 augustus 1980 : in de opheffing ervan was | bijzondere wet van 8 augustus 1980 : in de opheffing ervan was |
voorzien bij artikel 16, 4°, van de bijzondere wet van 8 augustus | voorzien bij artikel 16, 4°, van de bijzondere wet van 8 augustus |
1988, maar de inwerkingtreding van die opheffingsbepaling was zelf | 1988, maar de inwerkingtreding van die opheffingsbepaling was zelf |
vastgesteld, bij artikel 18, § 3, van dezelfde bijzondere wet, « op | vastgesteld, bij artikel 18, § 3, van dezelfde bijzondere wet, « op |
dezelfde datum als het koninklijk besluit » bedoeld in artikel 87, § | dezelfde datum als het koninklijk besluit » bedoeld in artikel 87, § |
4. | 4. |
B.9. Op het ogenblik waarop het decreet van 3 juli 1991 is aangenomen, | B.9. Op het ogenblik waarop het decreet van 3 juli 1991 is aangenomen, |
was artikel 13, § 6, nog van kracht. Het vormt één van de regels | was artikel 13, § 6, nog van kracht. Het vormt één van de regels |
inzake de verdeling van de bevoegdheden bepaald in artikel 127 van de | inzake de verdeling van de bevoegdheden bepaald in artikel 127 van de |
Grondwet. Er dient dus te worden nagegaan of artikel 33 van het | Grondwet. Er dient dus te worden nagegaan of artikel 33 van het |
decreet artikel 13, § 6, van de bijzondere wet niet schendt. | decreet artikel 13, § 6, van de bijzondere wet niet schendt. |
B.10. Artikel 13, § 6, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 | B.10. Artikel 13, § 6, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 |
bepaalde : | bepaalde : |
« Met uitzondering van de vaststelling van het administratief en | « Met uitzondering van de vaststelling van het administratief en |
geldelijk statuut, worden de bevoegdheden die door de hierboven | geldelijk statuut, worden de bevoegdheden die door de hierboven |
vermelde wet van 16 maart 1954 worden toegekend aan de Minister tot | vermelde wet van 16 maart 1954 worden toegekend aan de Minister tot |
wiens bevoegdheid het Openbaar Ambt behoort, uitgeoefend door de | wiens bevoegdheid het Openbaar Ambt behoort, uitgeoefend door de |
overeenkomstige organen van de Gemeenschap of het Gewest ». | overeenkomstige organen van de Gemeenschap of het Gewest ». |
B.11. Door de Executieve ertoe te machtigen voor de eerste benoemingen | B.11. Door de Executieve ertoe te machtigen voor de eerste benoemingen |
regels vast te stellen die afwijken van het statuut van het personeel | regels vast te stellen die afwijken van het statuut van het personeel |
van het Fonds, heeft de decreetgever niet zelf de aard en de omvang | van het Fonds, heeft de decreetgever niet zelf de aard en de omvang |
van die afwijkingen gedefinieerd. Indien de Executieve die regels had | van die afwijkingen gedefinieerd. Indien de Executieve die regels had |
vastgesteld terwijl artikel 13, § 6, nog van kracht was, zou zij de | vastgesteld terwijl artikel 13, § 6, nog van kracht was, zou zij de |
instemming hebben moeten vragen van de federale Minister van | instemming hebben moeten vragen van de federale Minister van |
Ambtenarenzaken, die de bevoegdheid die hem bij artikel 11, § 1, van | Ambtenarenzaken, die de bevoegdheid die hem bij artikel 11, § 1, van |
de wet van 16 maart 1954 is verleend, zou hebben uitgeoefend. Artikel | de wet van 16 maart 1954 is verleend, zou hebben uitgeoefend. Artikel |
33 van het decreet van 3 juli 1991 had dus noch tot doel noch tot | 33 van het decreet van 3 juli 1991 had dus noch tot doel noch tot |
gevolg artikel 13, § 6, uit te hollen of de toepassing ervan te | gevolg artikel 13, § 6, uit te hollen of de toepassing ervan te |
verhinderen. | verhinderen. |
B.12. Daaruit volgt dat artikel 33 van het decreet van 3 juli 1991, | B.12. Daaruit volgt dat artikel 33 van het decreet van 3 juli 1991, |
toen het is aangenomen, de in artikel 127 van de Grondwet bedoelde | toen het is aangenomen, de in artikel 127 van de Grondwet bedoelde |
bevoegdheidsverdelende regels niet schond. | bevoegdheidsverdelende regels niet schond. |
B.13. Artikel 33 van het decreet zou echter niet in die zin kunnen | B.13. Artikel 33 van het decreet zou echter niet in die zin kunnen |
worden geïnterpreteerd dat het de Franse Gemeenschapsregering ertoe | worden geïnterpreteerd dat het de Franse Gemeenschapsregering ertoe |
machtigt de draagwijdte van artikel 87, § 4, na de inwerkingtreding | machtigt de draagwijdte van artikel 87, § 4, na de inwerkingtreding |
van dat artikel te miskennen. | van dat artikel te miskennen. |
Sinds die inwerkingtreding moet de bij artikel 33 van het decreet aan | Sinds die inwerkingtreding moet de bij artikel 33 van het decreet aan |
de Gemeenschapsregering verleende machtiging worden gelezen in het | de Gemeenschapsregering verleende machtiging worden gelezen in het |
licht van de regels vervat in het koninklijk besluit van 26 september | licht van de regels vervat in het koninklijk besluit van 26 september |
1994, die van toepassing zijn verklaard op de publiekrechtelijke | 1994, die van toepassing zijn verklaard op de publiekrechtelijke |
rechtspersonen afhangend van de gemeenschappen. Sinds 7 maart 1992, | rechtspersonen afhangend van de gemeenschappen. Sinds 7 maart 1992, |
datum van inwerkingtreding van het koninklijk besluit van 26 september | datum van inwerkingtreding van het koninklijk besluit van 26 september |
1994, kan de regering van de aan haar verleende machtiging om van het | 1994, kan de regering van de aan haar verleende machtiging om van het |
statuut van het personeel voor de eerste benoemingen af te wijken, | statuut van het personeel voor de eerste benoemingen af te wijken, |
slechts gebruik maken met inachtneming van de algemene principes | slechts gebruik maken met inachtneming van de algemene principes |
vervat in dat koninklijk besluit. | vervat in dat koninklijk besluit. |
B.14. Het staat te dezen aan de Raad van State om na te gaan of het | B.14. Het staat te dezen aan de Raad van State om na te gaan of het |
besluit van de Franse Gemeenschapsregering van 17 september 1993 | besluit van de Franse Gemeenschapsregering van 17 september 1993 |
verenigbaar is met de in het koninklijk besluit van 26 september 1994 | verenigbaar is met de in het koninklijk besluit van 26 september 1994 |
vervatte algemene principes. Die vraag betreft immers de wettigheid | vervatte algemene principes. Die vraag betreft immers de wettigheid |
van een administratieve handeling. Zij ontsnapt aan de bevoegdheid van | van een administratieve handeling. Zij ontsnapt aan de bevoegdheid van |
het Hof. | het Hof. |
B.15. De eerste prejudiciële vraag dient ontkennend te worden | B.15. De eerste prejudiciële vraag dient ontkennend te worden |
beantwoord. | beantwoord. |
Ten aanzien van de tweede prejudiciële vraag | Ten aanzien van de tweede prejudiciële vraag |
B.16. De Raad van State vraagt verder nog aan het Hof of artikel 33 | B.16. De Raad van State vraagt verder nog aan het Hof of artikel 33 |
van het voormelde decreet van 3 juli 1991 de artikelen 10 en 11 van de | van het voormelde decreet van 3 juli 1991 de artikelen 10 en 11 van de |
Grondwet schendt in zoverre die bepaling het mogelijk maakt een | Grondwet schendt in zoverre die bepaling het mogelijk maakt een |
objectief onderzoek van de kandidaturen via een vergelijkend examen of | objectief onderzoek van de kandidaturen via een vergelijkend examen of |
een examen te vermijden door afwijkende regels te bepalen. | een examen te vermijden door afwijkende regels te bepalen. |
B.17. Uit het antwoord op de eerste prejudiciële vraag en meer bepaald | B.17. Uit het antwoord op de eerste prejudiciële vraag en meer bepaald |
uit B.11 tot B.14 volgt dat artikel 33 van het in het geding zijnde | uit B.11 tot B.14 volgt dat artikel 33 van het in het geding zijnde |
decreet niet tot doel heeft de Franse Gemeenschapsregering ertoe te | decreet niet tot doel heeft de Franse Gemeenschapsregering ertoe te |
machtigen afwijkende regels te bepalen die strijdig zouden zijn met | machtigen afwijkende regels te bepalen die strijdig zouden zijn met |
het koninklijk besluit van 26 september 1994. | het koninklijk besluit van 26 september 1994. |
B.18. De tweede prejudiciële vraag dient ontkennend te worden | B.18. De tweede prejudiciële vraag dient ontkennend te worden |
beantwoord. | beantwoord. |
Om die redenen, | Om die redenen, |
het Hof | het Hof |
zegt voor recht : | zegt voor recht : |
Artikel 33 van het decreet van de Franse Gemeenschap van 3 juli 1991 | Artikel 33 van het decreet van de Franse Gemeenschap van 3 juli 1991 |
betreffende de sociale integratie van de gehandicapten en hun | betreffende de sociale integratie van de gehandicapten en hun |
inschakeling in het arbeidsproces schendt niet de regels die de | inschakeling in het arbeidsproces schendt niet de regels die de |
bevoegdheid verdelen tussen de federale Staat en de gemeenschappen, | bevoegdheid verdelen tussen de federale Staat en de gemeenschappen, |
bedoeld in de artikelen 127 van de Grondwet en 87, §§ 2 en 4, van de | bedoeld in de artikelen 127 van de Grondwet en 87, §§ 2 en 4, van de |
bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, | bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, |
gewijzigd bij de bijzondere wet van 8 augustus 1988. | gewijzigd bij de bijzondere wet van 8 augustus 1988. |
Aldus uitgesproken in het Frans en het Nederlands, overeenkomstig | Aldus uitgesproken in het Frans en het Nederlands, overeenkomstig |
artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het | artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het |
Arbitragehof, op de openbare terechtzitting van 5 december 2006. | Arbitragehof, op de openbare terechtzitting van 5 december 2006. |
De griffier, | De griffier, |
P.-Y. Dutilleux. | P.-Y. Dutilleux. |
De voorzitter, | De voorzitter, |
M. Melchior. | M. Melchior. |