Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Arrest van --
← Terug naar "Uittreksel uit arrest nr. 107/2006 van 21 juni 2006 Rolnummer 3945 In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 334 van de programmawet van 27 december 2004, gesteld door de Rechtbank van Koophandel te Verviers. Het Arbitragehof, I. Onderwerp van de prejudiciële vraag en rechtspleging "
Uittreksel uit arrest nr. 107/2006 van 21 juni 2006 Rolnummer 3945 In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 334 van de programmawet van 27 december 2004, gesteld door de Rechtbank van Koophandel te Verviers. Het Arbitragehof, I. Onderwerp van de prejudiciële vraag en rechtspleging Uittreksel uit arrest nr. 107/2006 van 21 juni 2006 Rolnummer 3945 In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 334 van de programmawet van 27 december 2004, gesteld door de Rechtbank van Koophandel te Verviers. Het Arbitragehof, I. Onderwerp van de prejudiciële vraag en rechtspleging
ARBITRAGEHOF ARBITRAGEHOF
Uittreksel uit arrest nr. 107/2006 van 21 juni 2006 Uittreksel uit arrest nr. 107/2006 van 21 juni 2006
Rolnummer 3945 Rolnummer 3945
In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 334 van de In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 334 van de
programmawet van 27 december 2004, gesteld door de Rechtbank van programmawet van 27 december 2004, gesteld door de Rechtbank van
Koophandel te Verviers. Koophandel te Verviers.
Het Arbitragehof, Het Arbitragehof,
samengesteld uit de voorzitters M. Melchior en A. Arts, en de rechters samengesteld uit de voorzitters M. Melchior en A. Arts, en de rechters
P. Martens, R. Henneuse, M. Bossuyt, E. De Groot en J.-P. Snappe, P. Martens, R. Henneuse, M. Bossuyt, E. De Groot en J.-P. Snappe,
bijgestaan door de griffier P.-Y. Dutilleux, onder voorzitterschap van bijgestaan door de griffier P.-Y. Dutilleux, onder voorzitterschap van
voorzitter M. Melchior, voorzitter M. Melchior,
wijst na beraad het volgende arrest : wijst na beraad het volgende arrest :
I. Onderwerp van de prejudiciële vraag en rechtspleging I. Onderwerp van de prejudiciële vraag en rechtspleging
Bij vonnis van 6 maart 2006 in zake A. Grondal tegen de Belgische Bij vonnis van 6 maart 2006 in zake A. Grondal tegen de Belgische
Staat, waarvan de expeditie ter griffie van het Arbitragehof is Staat, waarvan de expeditie ter griffie van het Arbitragehof is
ingekomen op 23 maart 2006, heeft de Rechtbank van Koophandel te ingekomen op 23 maart 2006, heeft de Rechtbank van Koophandel te
Verviers de volgende prejudiciële vraag gesteld : Verviers de volgende prejudiciële vraag gesteld :
« Schendt artikel 334 van de programmawet van 27 december 2004 met « Schendt artikel 334 van de programmawet van 27 december 2004 met
name de artikelen 11 en 12 van de Grondwet, in zoverre het de name de artikelen 11 en 12 van de Grondwet, in zoverre het de
schuldvergelijking van fiscale schuldvorderingen mogelijk maakt, schuldvergelijking van fiscale schuldvorderingen mogelijk maakt,
niettegenstaande het bestaan van een toestand van beslag, overdracht, niettegenstaande het bestaan van een toestand van beslag, overdracht,
samenloop of een insolvabiliteitsprocedure, doordat die wettelijke samenloop of een insolvabiliteitsprocedure, doordat die wettelijke
bepaling, meer bepaald in het kader van de procedure die uit de bepaling, meer bepaald in het kader van de procedure die uit de
faillissementswet voortvloeit, een onverantwoord onderscheid invoert faillissementswet voortvloeit, een onverantwoord onderscheid invoert
onder de respectieve schuldeisers, aangezien de andere schuldeisers, onder de respectieve schuldeisers, aangezien de andere schuldeisers,
de gewone, maar ook de bevoorrechte, alsook de houders van een de gewone, maar ook de bevoorrechte, alsook de houders van een
zakelijke zekerheid die mogelijkheid niet hebben en slechts worden zakelijke zekerheid die mogelijkheid niet hebben en slechts worden
vergoed volgens hun rang, waarbij eventueel met hun waarborg rekening vergoed volgens hun rang, waarbij eventueel met hun waarborg rekening
wordt gehouden ? ». wordt gehouden ? ».
Op 19 april 2006 hebben de rechters-verslaggevers P. Martens en M. Op 19 april 2006 hebben de rechters-verslaggevers P. Martens en M.
Bossuyt, met toepassing van artikel 72, eerste lid, van de bijzondere Bossuyt, met toepassing van artikel 72, eerste lid, van de bijzondere
wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof, het Hof ervan in kennis wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof, het Hof ervan in kennis
gesteld dat zij ertoe zouden kunnen worden gebracht voor te stellen gesteld dat zij ertoe zouden kunnen worden gebracht voor te stellen
een arrest van onmiddellijk antwoord te wijzen. een arrest van onmiddellijk antwoord te wijzen.
(...) (...)
III. In rechte III. In rechte
(...) (...)
B.1. Hoewel de prejudiciële vraag verwijst naar de artikelen 11 en 12 B.1. Hoewel de prejudiciële vraag verwijst naar de artikelen 11 en 12
van de Grondwet, kan uit de overwegingen van het verwijzingsvonnis met van de Grondwet, kan uit de overwegingen van het verwijzingsvonnis met
zekerheid worden afgeleid dat het Hof daarin wordt ondervraagd over de zekerheid worden afgeleid dat het Hof daarin wordt ondervraagd over de
bestaanbaarheid, met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, van bestaanbaarheid, met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, van
artikel 334, tweede lid, van de programmawet van 27 december 2004, in artikel 334, tweede lid, van de programmawet van 27 december 2004, in
zoverre het de schuldvergelijking van fiscale schuldvorderingen zoverre het de schuldvergelijking van fiscale schuldvorderingen
mogelijk maakt, niettegenstaande het bestaan van een toestand van mogelijk maakt, niettegenstaande het bestaan van een toestand van
beslag, overdracht, samenloop of een insolvabiliteitsprocedure, en beslag, overdracht, samenloop of een insolvabiliteitsprocedure, en
meer bepaald in zoverre het in het kader van de procedure van het meer bepaald in zoverre het in het kader van de procedure van het
faillissement aldus een onderscheid onder schuldeisers teweegbrengt. faillissement aldus een onderscheid onder schuldeisers teweegbrengt.
B.2. Artikel 334 van de programmawet van 27 december 2004 bepaalt : B.2. Artikel 334 van de programmawet van 27 december 2004 bepaalt :
« Elke som die aan een belastingschuldige moet worden teruggegeven of « Elke som die aan een belastingschuldige moet worden teruggegeven of
betaald in het kader van de toepassing van de wettelijke bepalingen betaald in het kader van de toepassing van de wettelijke bepalingen
inzake de inkomstenbelastingen en de ermee gelijkgestelde belastingen, inzake de inkomstenbelastingen en de ermee gelijkgestelde belastingen,
de belasting over de toegevoegde waarde of krachtens de bepalingen van de belasting over de toegevoegde waarde of krachtens de bepalingen van
het burgerlijk recht met betrekking tot de onverschuldigde betaling, het burgerlijk recht met betrekking tot de onverschuldigde betaling,
kan door de bevoegde ambtenaar zonder formaliteit worden aangewend ter kan door de bevoegde ambtenaar zonder formaliteit worden aangewend ter
betaling van de door deze belastingschuldige verschuldigde betaling van de door deze belastingschuldige verschuldigde
voorheffingen, inkomstenbelastingen en ermee gelijkgestelde voorheffingen, inkomstenbelastingen en ermee gelijkgestelde
belastingen, de belasting over de toegevoegde waarde, in hoofdsom, belastingen, de belasting over de toegevoegde waarde, in hoofdsom,
opcentiemen en verhogingen, fiscale of administratieve geldboeten, opcentiemen en verhogingen, fiscale of administratieve geldboeten,
interesten en kosten, wanneer deze laatste niet of niet meer worden interesten en kosten, wanneer deze laatste niet of niet meer worden
betwist. betwist.
Het voorgaande lid blijft van toepassing in geval van beslag, Het voorgaande lid blijft van toepassing in geval van beslag,
overdracht, samenloop of een insolvabiliteitsprocedure ». overdracht, samenloop of een insolvabiliteitsprocedure ».
B.3. Uit de parlementaire voorbereiding van artikel 334 van de B.3. Uit de parlementaire voorbereiding van artikel 334 van de
programmawet van 27 december 2004 blijkt dat de wetgever een maatregel programmawet van 27 december 2004 blijkt dat de wetgever een maatregel
heeft willen nemen om de fiscale achterstand te doen verdwijnen en dat heeft willen nemen om de fiscale achterstand te doen verdwijnen en dat
hij meer bepaald heeft willen voorkomen dat belastingkredieten worden hij meer bepaald heeft willen voorkomen dat belastingkredieten worden
terugbetaald aan een belastingschuldige die voor een andere belasting terugbetaald aan een belastingschuldige die voor een andere belasting
nog schuldenaar is van de belastingadministratie (Parl. St., Kamer, nog schuldenaar is van de belastingadministratie (Parl. St., Kamer,
2004-2005, DOC 51-1437/001, DOC 51-1438/001, p. 212). De wetgever 2004-2005, DOC 51-1437/001, DOC 51-1438/001, p. 212). De wetgever
heeft dus voorzien in een wettelijke schuldvergelijking die afwijkt heeft dus voorzien in een wettelijke schuldvergelijking die afwijkt
van de regel van de gelijkheid van de schuldeisers zoals die met name van de regel van de gelijkheid van de schuldeisers zoals die met name
is bepaald in artikel 1298 van het Burgerlijk Wetboek of in artikel is bepaald in artikel 1298 van het Burgerlijk Wetboek of in artikel
17, 2°, van de faillissementswet van 8 augustus 1997 (Parl. St., 17, 2°, van de faillissementswet van 8 augustus 1997 (Parl. St.,
Kamer, 2004-2005, DOC 51-1437/027, pp. 37 en 38). Kamer, 2004-2005, DOC 51-1437/027, pp. 37 en 38).
Uit de parlementaire voorbereiding van de programmawet van 27 december Uit de parlementaire voorbereiding van de programmawet van 27 december
2004 blijkt overigens meer in het algemeen dat de wetgever rekening 2004 blijkt overigens meer in het algemeen dat de wetgever rekening
heeft willen houden met de problemen als gevolg van de chronische heeft willen houden met de problemen als gevolg van de chronische
fiscale schuldenlast en het tegelijk mogelijk heeft willen maken de fiscale schuldenlast en het tegelijk mogelijk heeft willen maken de
invordering van de belasting voor onbepaalde tijd uit te stellen, invordering van de belasting voor onbepaalde tijd uit te stellen,
wanneer de belastingplichtige te goeder trouw handelt en niet meer wanneer de belastingplichtige te goeder trouw handelt en niet meer
erin slaagt zijn schuld te betalen, en « te pogen minstens een erin slaagt zijn schuld te betalen, en « te pogen minstens een
gedeelte van de schuld terug te vorderen » (Parl. St., Senaat, gedeelte van de schuld terug te vorderen » (Parl. St., Senaat,
2004-2005, nr. 3-966/4, pp. 23-24). 2004-2005, nr. 3-966/4, pp. 23-24).
Om dat doel te bereiken, heeft de wetgever met name, met artikel 332 Om dat doel te bereiken, heeft de wetgever met name, met artikel 332
van de programmawet, in titel VII, hoofdstuk VIII van het Wetboek van van de programmawet, in titel VII, hoofdstuk VIII van het Wetboek van
de inkomstenbelastingen 1992 een afdeling IVbis « Onbeperkt uitstel de inkomstenbelastingen 1992 een afdeling IVbis « Onbeperkt uitstel
van de invordering van directe belastingen » ingevoegd. van de invordering van directe belastingen » ingevoegd.
B.4.1. Door te voorzien in een mechanisme van wettelijke B.4.1. Door te voorzien in een mechanisme van wettelijke
schuldvergelijking wijkt artikel 334 van de programmawet van 27 schuldvergelijking wijkt artikel 334 van de programmawet van 27
december 2004 af van de regel van de gelijkheid van de schuldeisers december 2004 af van de regel van de gelijkheid van de schuldeisers
die zich bevinden in een toestand van samenloop, zoals die met name is die zich bevinden in een toestand van samenloop, zoals die met name is
bepaald in artikel 17, 2°, van de faillissementswet van 8 augustus bepaald in artikel 17, 2°, van de faillissementswet van 8 augustus
1997. 1997.
Dat verschil in behandeling berust op een objectief criterium, Dat verschil in behandeling berust op een objectief criterium,
namelijk de hoedanigheid van de schuldeiser, die in het ene geval de namelijk de hoedanigheid van de schuldeiser, die in het ene geval de
Schatkist is en die in het andere geval een andere schuldeiser is. Schatkist is en die in het andere geval een andere schuldeiser is.
De maatregel is in verhouding met de in B.3 vermelde doelstellingen : De maatregel is in verhouding met de in B.3 vermelde doelstellingen :
aangezien de opbrengst van de belasting wordt aangewend voor aangezien de opbrengst van de belasting wordt aangewend voor
overheidsuitgaven die zijn gericht op het algemeen belang, moet worden overheidsuitgaven die zijn gericht op het algemeen belang, moet worden
aangenomen dat kan worden afgeweken van de regels van het gemeen recht aangenomen dat kan worden afgeweken van de regels van het gemeen recht
inzake schuldvergelijking. inzake schuldvergelijking.
B.4.2. Het betwiste mechanisme van de wettelijke schuldvergelijking is B.4.2. Het betwiste mechanisme van de wettelijke schuldvergelijking is
ten slotte geen onevenredige maatregel die de situatie van de andere ten slotte geen onevenredige maatregel die de situatie van de andere
schuldeisers aantast, gelet op de doelstellingen die erin bestaan de schuldeisers aantast, gelet op de doelstellingen die erin bestaan de
fiscale achterstand weg te werken en de invorderingsprocedure fiscale achterstand weg te werken en de invorderingsprocedure
doeltreffender te maken, doelstellingen die de wetgever overigens doeltreffender te maken, doelstellingen die de wetgever overigens
ertoe brengen het onbeperkte uitstel van de invordering van sommige ertoe brengen het onbeperkte uitstel van de invordering van sommige
belastingen mogelijk te maken. belastingen mogelijk te maken.
Het Hof merkt overigens op dat de evolutie van het insolventierecht en Het Hof merkt overigens op dat de evolutie van het insolventierecht en
van het zekerhedenrecht het aantal mechanismen heeft doen toenemen van het zekerhedenrecht het aantal mechanismen heeft doen toenemen
die, in afwijking van het beginsel van gelijkheid van de schuldeisers, die, in afwijking van het beginsel van gelijkheid van de schuldeisers,
aan de laatstgenoemden de mogelijkheid bieden zich in te dekken tegen aan de laatstgenoemden de mogelijkheid bieden zich in te dekken tegen
het risico van insolventie van hun schuldenaars. het risico van insolventie van hun schuldenaars.
B.5.1. De eiser voor de verwijzende rechter voert aan dat die B.5.1. De eiser voor de verwijzende rechter voert aan dat die
verantwoording niet pertinent zou zijn wanneer de schuldvergelijking verantwoording niet pertinent zou zijn wanneer de schuldvergelijking
gebeurt tussen fiscale schulden met betrekking tot een periode vóór gebeurt tussen fiscale schulden met betrekking tot een periode vóór
het faillissement en een fiscale schuldvordering met betrekking tot het faillissement en een fiscale schuldvordering met betrekking tot
een periode na het faillissement, ontstaan uit de voortzetting van de een periode na het faillissement, ontstaan uit de voortzetting van de
activiteit door de curator. activiteit door de curator.
B.5.2. De prejudiciële vraag betreft evenwel niet het specifieke geval B.5.2. De prejudiciële vraag betreft evenwel niet het specifieke geval
van het faillissement van een vennootschap waarvan de voortzetting van van het faillissement van een vennootschap waarvan de voortzetting van
de activiteiten na de faillietverklaring door de rechtbank van de activiteiten na de faillietverklaring door de rechtbank van
koophandel zou zijn toegestaan. Het Hof wordt enkel in het algemeen koophandel zou zijn toegestaan. Het Hof wordt enkel in het algemeen
ondervraagd over een schuldvergelijking tussen de fiscus en de andere ondervraagd over een schuldvergelijking tussen de fiscus en de andere
schuldeisers van de gefailleerde, te dezen een natuurlijke persoon, schuldeisers van de gefailleerde, te dezen een natuurlijke persoon,
waarbij de eerstgenoemde, in tegenstelling tot de anderen, kan waarbij de eerstgenoemde, in tegenstelling tot de anderen, kan
overgaan tot een schuldvergelijking tussen de schulden en de overgaan tot een schuldvergelijking tussen de schulden en de
schuldvorderingen die vóór het faillissement zijn ontstaan, ondanks de schuldvorderingen die vóór het faillissement zijn ontstaan, ondanks de
toestand van samenloop. toestand van samenloop.
B.5.3. De partijen voor het Hof mogen de draagwijdte van de door de B.5.3. De partijen voor het Hof mogen de draagwijdte van de door de
verwijzende rechter gestelde prejudiciële vraag niet wijzigen of doen verwijzende rechter gestelde prejudiciële vraag niet wijzigen of doen
wijzigen. Het Hof beantwoordt die vraag door de verantwoording te wijzigen. Het Hof beantwoordt die vraag door de verantwoording te
onderzoeken voor het verschil in behandeling dat de verwijzende onderzoeken voor het verschil in behandeling dat de verwijzende
rechter hem heeft voorgelegd en onderzoekt niet de bijzondere gevallen rechter hem heeft voorgelegd en onderzoekt niet de bijzondere gevallen
die hij het Hof niet heeft voorgelegd. die hij het Hof niet heeft voorgelegd.
B.6. De vraag dient ontkennend te worden beantwoord. B.6. De vraag dient ontkennend te worden beantwoord.
Om die redenen, Om die redenen,
het Hof het Hof
zegt voor recht : zegt voor recht :
Artikel 334 van de programmawet van 27 december 2004 schendt de Artikel 334 van de programmawet van 27 december 2004 schendt de
artikelen 10 en 11 van de Grondwet niet. artikelen 10 en 11 van de Grondwet niet.
Aldus uitgesproken in het Frans en het Nederlands, overeenkomstig Aldus uitgesproken in het Frans en het Nederlands, overeenkomstig
artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het
Arbitragehof, op de openbare terechtzitting van 21 juni 2006. Arbitragehof, op de openbare terechtzitting van 21 juni 2006.
De griffier, De griffier,
P.-Y. Dutilleux. P.-Y. Dutilleux.
De voorzitter, De voorzitter,
M. Melchior. M. Melchior.
^
Etaamb.be maakt gebruik van cookies
Etaamb.be gebruikt cookies om uw taalvoorkeur te onthouden en om beter te begrijpen hoe etaamb.be gebruikt wordt.
DoorgaanMeer details
x