Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Arrest van --
← Terug naar "Uittreksel uit arrest nr. 67/2006 van 3 mei 2006 Rolnummer 3763 In zake : het beroep tot gehele of gedeeltelijke vernietiging van de wet van 2 februari 2005 tot wijziging van artikel 82, tweede lid, van de faillissementswet van 8 augustus 1 Het Arbitragehof, samengesteld uit de voorzitters A. Arts en M. Melchior, en de rechters L. Lavr(...)"
Uittreksel uit arrest nr. 67/2006 van 3 mei 2006 Rolnummer 3763 In zake : het beroep tot gehele of gedeeltelijke vernietiging van de wet van 2 februari 2005 tot wijziging van artikel 82, tweede lid, van de faillissementswet van 8 augustus 1 Het Arbitragehof, samengesteld uit de voorzitters A. Arts en M. Melchior, en de rechters L. Lavr(...) Uittreksel uit arrest nr. 67/2006 van 3 mei 2006 Rolnummer 3763 In zake : het beroep tot gehele of gedeeltelijke vernietiging van de wet van 2 februari 2005 tot wijziging van artikel 82, tweede lid, van de faillissementswet van 8 augustus 1 Het Arbitragehof, samengesteld uit de voorzitters A. Arts en M. Melchior, en de rechters L. Lavr(...)
ARBITRAGEHOF ARBITRAGEHOF
Uittreksel uit arrest nr. 67/2006 van 3 mei 2006 Uittreksel uit arrest nr. 67/2006 van 3 mei 2006
Rolnummer 3763 Rolnummer 3763
In zake : het beroep tot gehele of gedeeltelijke vernietiging van de In zake : het beroep tot gehele of gedeeltelijke vernietiging van de
wet van 2 februari 2005 tot wijziging van artikel 82, tweede lid, van wet van 2 februari 2005 tot wijziging van artikel 82, tweede lid, van
de faillissementswet van 8 augustus 1997, ingesteld door I. de faillissementswet van 8 augustus 1997, ingesteld door I.
Oellibrandt. Oellibrandt.
Het Arbitragehof, Het Arbitragehof,
samengesteld uit de voorzitters A. Arts en M. Melchior, en de rechters samengesteld uit de voorzitters A. Arts en M. Melchior, en de rechters
L. Lavrysen, A. Alen, J.-P. Moerman, E. Derycke en J. Spreutels, L. Lavrysen, A. Alen, J.-P. Moerman, E. Derycke en J. Spreutels,
bijgestaan door de griffier P.-Y. Dutilleux, onder voorzitterschap van bijgestaan door de griffier P.-Y. Dutilleux, onder voorzitterschap van
voorzitter A. Arts, voorzitter A. Arts,
wijst na beraad het volgende arrest : wijst na beraad het volgende arrest :
I. Onderwerp van het beroep en rechtspleging I. Onderwerp van het beroep en rechtspleging
Bij verzoekschrift dat aan het Hof is toegezonden bij op 20 augustus Bij verzoekschrift dat aan het Hof is toegezonden bij op 20 augustus
2005 ter post aangetekende brief en ter griffie is ingekomen op 22 2005 ter post aangetekende brief en ter griffie is ingekomen op 22
augustus 2005, heeft I. Oellibrandt, wonende te 9120 Beveren, augustus 2005, heeft I. Oellibrandt, wonende te 9120 Beveren,
Kruibekesteenweg 109/1, beroep tot gehele of gedeeltelijke Kruibekesteenweg 109/1, beroep tot gehele of gedeeltelijke
vernietiging ingesteld van de wet van 2 februari 2005 tot wijziging vernietiging ingesteld van de wet van 2 februari 2005 tot wijziging
van artikel 82, tweede lid, van de faillissementswet van 8 augustus van artikel 82, tweede lid, van de faillissementswet van 8 augustus
1997 (bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 21 februari 2005). 1997 (bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 21 februari 2005).
(...) (...)
II. In rechte II. In rechte
(...) (...)
B.1. De bestreden wet heeft artikel 82, tweede lid, van de B.1. De bestreden wet heeft artikel 82, tweede lid, van de
faillissementswet van 8 augustus 1997 vanaf 21 februari 2005 door de faillissementswet van 8 augustus 1997 vanaf 21 februari 2005 door de
volgende bepaling vervangen : volgende bepaling vervangen :
« De echtgenoot van de gefailleerde die persoonlijk aansprakelijk is « De echtgenoot van de gefailleerde die persoonlijk aansprakelijk is
voor de schuld van deze laatste, wordt ingevolge de verschoonbaarheid voor de schuld van deze laatste, wordt ingevolge de verschoonbaarheid
bevrijd van die verplichting ». bevrijd van die verplichting ».
Ten aanzien van de ontvankelijkheid Ten aanzien van de ontvankelijkheid
B.2.1. De tussenkomende partijen betwisten het belang van de B.2.1. De tussenkomende partijen betwisten het belang van de
verzoekende partij omdat de vernietiging van de bestreden wet de verzoekende partij omdat de vernietiging van de bestreden wet de
verzoekende partij geen voordeel zou verschaffen. Om dezelfde reden verzoekende partij geen voordeel zou verschaffen. Om dezelfde reden
betwisten zij het belang van de verzoekende partij bij het vijfde betwisten zij het belang van de verzoekende partij bij het vijfde
middel. middel.
B.2.2. De verzoekende partij is de voormalige echtgenote van een niet B.2.2. De verzoekende partij is de voormalige echtgenote van een niet
verschoonbaar verklaarde gefailleerde. Zij wordt aangesproken voor de verschoonbaar verklaarde gefailleerde. Zij wordt aangesproken voor de
schulden waarvoor zij zich persoonlijk aansprakelijk had gesteld schulden waarvoor zij zich persoonlijk aansprakelijk had gesteld
alsook voor de inkomstenbelastingen op de inkomsten van haar alsook voor de inkomstenbelastingen op de inkomsten van haar
voormalige echtgenoot. Zij voert aan dat zij door de bestreden wet voormalige echtgenoot. Zij voert aan dat zij door de bestreden wet
wordt gediscrimineerd omdat de bevrijding van de verplichting om de wordt gediscrimineerd omdat de bevrijding van de verplichting om de
schuld van de gefailleerde te betalen wordt voorbehouden aan de schuld van de gefailleerde te betalen wordt voorbehouden aan de
echtgenoot van een verschoonbaar verklaarde gefailleerde en dus niet echtgenoot van een verschoonbaar verklaarde gefailleerde en dus niet
zou gelden voor een voormalige echtgenoot van een niet verschoonbaar zou gelden voor een voormalige echtgenoot van een niet verschoonbaar
verklaarde gefailleerde. verklaarde gefailleerde.
B.2.3. Wanneer wetsbepalingen de situatie van een categorie van B.2.3. Wanneer wetsbepalingen de situatie van een categorie van
burgers regelen, kunnen degenen die ten aanzien van die categorie van burgers regelen, kunnen degenen die ten aanzien van die categorie van
het voordeel van die bepalingen verstoken blijven, daarin een belang het voordeel van die bepalingen verstoken blijven, daarin een belang
vinden dat voldoende rechtstreeks is om de bepalingen aan te vechten. vinden dat voldoende rechtstreeks is om de bepalingen aan te vechten.
Opdat de verzoekende partij van het vereiste belang doet blijken, is Opdat de verzoekende partij van het vereiste belang doet blijken, is
overigens niet vereist dat een eventuele vernietiging haar een overigens niet vereist dat een eventuele vernietiging haar een
onmiddellijk voordeel zou opleveren. De omstandigheid dat de onmiddellijk voordeel zou opleveren. De omstandigheid dat de
verzoekende partij, als gevolg van de vernietiging van de bestreden verzoekende partij, als gevolg van de vernietiging van de bestreden
bepaling, opnieuw een kans zou krijgen dat haar situatie in gunstigere bepaling, opnieuw een kans zou krijgen dat haar situatie in gunstigere
zin wordt geregeld, volstaat om haar belang bij het bestrijden van die zin wordt geregeld, volstaat om haar belang bij het bestrijden van die
bepaling te verantwoorden. bepaling te verantwoorden.
Nu het belang bij de vernietiging vaststaat, is het niet vereist dat Nu het belang bij de vernietiging vaststaat, is het niet vereist dat
de verzoekende partij bovendien nog aantoont belang te hebben bij elk de verzoekende partij bovendien nog aantoont belang te hebben bij elk
van de middelen. van de middelen.
B.2.4. De excepties van niet-ontvankelijkheid worden verworpen. B.2.4. De excepties van niet-ontvankelijkheid worden verworpen.
Ten gronde Ten gronde
B.3. De verzoekende partij voert een schending aan van verschillende B.3. De verzoekende partij voert een schending aan van verschillende
grondwetsartikelen, al dan niet in samenhang gelezen met verschillende grondwetsartikelen, al dan niet in samenhang gelezen met verschillende
verdragsbepalingen, doordat de bestreden wet een aantal discriminaties verdragsbepalingen, doordat de bestreden wet een aantal discriminaties
zou bevatten (artikelen 10 en 11 van de Grondwet, artikel 14 van het zou bevatten (artikelen 10 en 11 van de Grondwet, artikel 14 van het
Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en artikel 26 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en artikel 26 van het
Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten), de Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten), de
toegang tot de rechter zou belemmeren (artikel 13 van de Grondwet en toegang tot de rechter zou belemmeren (artikel 13 van de Grondwet en
artikel 14 van het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en artikel 14 van het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en
politieke rechten) en een beperking van het eigendomsrecht zou politieke rechten) en een beperking van het eigendomsrecht zou
inhouden (artikel 16 van de Grondwet en artikel 1 van het Eerste inhouden (artikel 16 van de Grondwet en artikel 1 van het Eerste
Aanvullend Protocol bij dat Verdrag). Aanvullend Protocol bij dat Verdrag).
De verzoekende partij voert ook een schending aan van artikel 14 van De verzoekende partij voert ook een schending aan van artikel 14 van
de Grondwet, al dan niet in samenhang gelezen met artikel 7 van het de Grondwet, al dan niet in samenhang gelezen met artikel 7 van het
Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, maar uit het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, maar uit het
verzoekschrift kan niet worden afgeleid in welk opzicht die artikelen verzoekschrift kan niet worden afgeleid in welk opzicht die artikelen
zouden zijn geschonden. Het Hof kan die bepalingen derhalve niet in zouden zijn geschonden. Het Hof kan die bepalingen derhalve niet in
zijn onderzoek betrekken. zijn onderzoek betrekken.
B.4. De grieven van de verzoekende partij houden alle verband met de B.4. De grieven van de verzoekende partij houden alle verband met de
automatische weerslag van de niet-verschoonbaarverklaring van de automatische weerslag van de niet-verschoonbaarverklaring van de
gefailleerde op de echtgenoot die persoonlijk aansprakelijk is voor de gefailleerde op de echtgenoot die persoonlijk aansprakelijk is voor de
schuld van de gefailleerde. De bestreden bepaling heeft immers tot schuld van de gefailleerde. De bestreden bepaling heeft immers tot
gevolg dat, indien de gefailleerde verschoonbaar wordt verklaard, de gevolg dat, indien de gefailleerde verschoonbaar wordt verklaard, de
echtgenoot van die verplichting wordt bevrijd maar dat, indien de echtgenoot van die verplichting wordt bevrijd maar dat, indien de
gefailleerde niet verschoonbaar wordt verklaard, de echtgenoot niet gefailleerde niet verschoonbaar wordt verklaard, de echtgenoot niet
van die verplichting wordt bevrijd. van die verplichting wordt bevrijd.
B.5. De bestreden bepaling maakt deel uit van de B.5. De bestreden bepaling maakt deel uit van de
faillissementswetgeving, die in essentie ertoe strekt een billijk faillissementswetgeving, die in essentie ertoe strekt een billijk
evenwicht tot stand te brengen tussen de belangen van de schuldenaar evenwicht tot stand te brengen tussen de belangen van de schuldenaar
en de belangen van de schuldeisers. en de belangen van de schuldeisers.
De verklaring van verschoonbaarheid vormt voor de gefailleerde een De verklaring van verschoonbaarheid vormt voor de gefailleerde een
gunstmaatregel die hem in staat stelt zijn activiteiten op een gunstmaatregel die hem in staat stelt zijn activiteiten op een
aangezuiverde basis te hervatten, en zulks niet alleen in zijn belang aangezuiverde basis te hervatten, en zulks niet alleen in zijn belang
maar ook in het belang van zijn schuldeisers of sommigen onder hen die maar ook in het belang van zijn schuldeisers of sommigen onder hen die
belang erbij kunnen hebben dat hun schuldenaar zijn activiteiten op belang erbij kunnen hebben dat hun schuldenaar zijn activiteiten op
een dergelijke basis hervat, waarbij het voortzetten van een handels- een dergelijke basis hervat, waarbij het voortzetten van een handels-
of industriële activiteit bovendien het algemeen belang kan dienen of industriële activiteit bovendien het algemeen belang kan dienen
(Parl. St., Kamer, 1991-1992, nr. 631/1, pp. 35 en 36). (Parl. St., Kamer, 1991-1992, nr. 631/1, pp. 35 en 36).
De wetgever, die van oordeel is dat « de mogelijkheid tot herstel De wetgever, die van oordeel is dat « de mogelijkheid tot herstel
[...] utopisch [blijft] indien [de gefailleerde] de last van het [...] utopisch [blijft] indien [de gefailleerde] de last van het
passief moet blijven dragen », heeft gemeend dat « het [...] immers passief moet blijven dragen », heeft gemeend dat « het [...] immers
niet te verantwoorden [is] dat het in gebreke blijven van de niet te verantwoorden [is] dat het in gebreke blijven van de
schuldenaar als gevolg van omstandigheden waarvan hij het slachtoffer schuldenaar als gevolg van omstandigheden waarvan hij het slachtoffer
is, hem verhindert andere activiteiten te verrichten » (Parl. St., is, hem verhindert andere activiteiten te verrichten » (Parl. St.,
Kamer, 1991-1992, nr. 631/13, p. 50). Kamer, 1991-1992, nr. 631/13, p. 50).
Uit de parlementaire voorbereiding blijkt dat de wetgever « op een Uit de parlementaire voorbereiding blijkt dat de wetgever « op een
evenwichtige wijze rekening [heeft willen] houden met de gecombineerde evenwichtige wijze rekening [heeft willen] houden met de gecombineerde
belangen van de gefailleerde zelf, van de schuldeisers, de werknemers belangen van de gefailleerde zelf, van de schuldeisers, de werknemers
en de economie in zijn geheel » en voor een menselijke regeling heeft en de economie in zijn geheel » en voor een menselijke regeling heeft
willen zorgen die de rechten van alle betrokken partijen in acht neemt willen zorgen die de rechten van alle betrokken partijen in acht neemt
(Parl. St., Kamer, 1991-1992, nr. 631/13, p. 29). (Parl. St., Kamer, 1991-1992, nr. 631/13, p. 29).
B.6. Nu de bestreden wet enkel de echtgenoot van de verschoonbaar B.6. Nu de bestreden wet enkel de echtgenoot van de verschoonbaar
verklaarde gefailleerde die persoonlijk aansprakelijk is voor de verklaarde gefailleerde die persoonlijk aansprakelijk is voor de
schuld van de gefailleerde van die verplichting bevrijdt, dient het schuld van de gefailleerde van die verplichting bevrijdt, dient het
Hof te onderzoeken of die maatregel geen discriminatie inhoudt ten Hof te onderzoeken of die maatregel geen discriminatie inhoudt ten
aanzien van andere personen die ertoe gehouden zijn sommige schulden aanzien van andere personen die ertoe gehouden zijn sommige schulden
van de gefailleerde te vereffenen. Het dient daarbij rekening te van de gefailleerde te vereffenen. Het dient daarbij rekening te
houden, enerzijds, met de economische en sociale doelstellingen van de houden, enerzijds, met de economische en sociale doelstellingen van de
in het geding zijnde maatregel en, anderzijds, met de ter zake in het geding zijnde maatregel en, anderzijds, met de ter zake
geldende beginselen van het burgerlijk vermogensrecht volgens welke « geldende beginselen van het burgerlijk vermogensrecht volgens welke «
alle overeenkomsten die wettig zijn aangegaan [...] degenen die deze alle overeenkomsten die wettig zijn aangegaan [...] degenen die deze
hebben aangegaan, tot wet [strekken] » (artikel 1134, eerste lid, van hebben aangegaan, tot wet [strekken] » (artikel 1134, eerste lid, van
het Burgerlijk Wetboek) en « ieder die persoonlijk verbonden is, is het Burgerlijk Wetboek) en « ieder die persoonlijk verbonden is, is
gehouden zijn verbintenissen na te komen, onder verband van al zijn gehouden zijn verbintenissen na te komen, onder verband van al zijn
goederen, hetzij roerende, hetzij onroerende, zo tegenwoordige als goederen, hetzij roerende, hetzij onroerende, zo tegenwoordige als
toekomstige » (artikel 7 van de hypotheekwet van 16 december 1851). toekomstige » (artikel 7 van de hypotheekwet van 16 december 1851).
Inzonderheid moet worden onderzocht of de in het geding zijnde Inzonderheid moet worden onderzocht of de in het geding zijnde
maatregel geen onevenredige gevolgen doet ontstaan voor de echtgenoot maatregel geen onevenredige gevolgen doet ontstaan voor de echtgenoot
van de niet verschoonbaar verklaarde gefailleerde. van de niet verschoonbaar verklaarde gefailleerde.
B.7. De uitbreiding van de gevolgen van de verschoonbaarheid tot de B.7. De uitbreiding van de gevolgen van de verschoonbaarheid tot de
echtgenoot die persoonlijk aansprakelijk is voor de schuld van de echtgenoot die persoonlijk aansprakelijk is voor de schuld van de
gefailleerde, werd ingevoerd omdat, in geval van gemeenschap van gefailleerde, werd ingevoerd omdat, in geval van gemeenschap van
goederen, de inkomsten van de gefailleerde uit een nieuwe goederen, de inkomsten van de gefailleerde uit een nieuwe
beroepsactiviteit in het gemeenschappelijke vermogen terechtkomen beroepsactiviteit in het gemeenschappelijke vermogen terechtkomen
(artikel 1405, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek). Vervolgingen (artikel 1405, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek). Vervolgingen
op de goederen van de echtgenoot, ingesteld door de schuldeisers van op de goederen van de echtgenoot, ingesteld door de schuldeisers van
de gefailleerde, zouden de inkomens van de gefailleerde uit zijn de gefailleerde, zouden de inkomens van de gefailleerde uit zijn
nieuwe activiteiten kunnen raken, wat strijdig zou zijn met het nieuwe activiteiten kunnen raken, wat strijdig zou zijn met het
nagestreefde doel. nagestreefde doel.
Het kan derhalve objectief en redelijk worden verantwoord dat de Het kan derhalve objectief en redelijk worden verantwoord dat de
gevolgen van de verschoonbaarheid niet werden uitgebreid tot de gevolgen van de verschoonbaarheid niet werden uitgebreid tot de
echtgenoot van de niet verschoonbaar verklaarde gefailleerde of tot de echtgenoot van de niet verschoonbaar verklaarde gefailleerde of tot de
voormalige echtgenoot van de verschoonbaar verklaarde gefailleerde. In voormalige echtgenoot van de verschoonbaar verklaarde gefailleerde. In
dat geval kan immers de doelstelling van de verschoonbaarheid niet dat geval kan immers de doelstelling van de verschoonbaarheid niet
worden ondergraven. worden ondergraven.
In zoverre de verzoekende partij aanvoert dat de bestreden wet de In zoverre de verzoekende partij aanvoert dat de bestreden wet de
ongelukkige en te goeder trouw zijnde echtgenoten van niet ongelukkige en te goeder trouw zijnde echtgenoten van niet
verschoonbaar verklaarde gefailleerden discrimineert ten opzichte van verschoonbaar verklaarde gefailleerden discrimineert ten opzichte van
de gefailleerden zelf, de echtgenoten van verschoonbaar verklaarde de gefailleerden zelf, de echtgenoten van verschoonbaar verklaarde
gefailleerden en de niet ongelukkige en niet te goeder trouw zijnde gefailleerden en de niet ongelukkige en niet te goeder trouw zijnde
echtgenoten van niet verschoonbaar verklaarde gefailleerden (eerste echtgenoten van niet verschoonbaar verklaarde gefailleerden (eerste
middel) en de voormalige echtgenoten van verschoonbaar verklaarde middel) en de voormalige echtgenoten van verschoonbaar verklaarde
gefailleerden discrimineert ten opzichte van de echtgenoten van gefailleerden discrimineert ten opzichte van de echtgenoten van
verschoonbaar verklaarde gefailleerden (vijfde middel), kunnen haar verschoonbaar verklaarde gefailleerden (vijfde middel), kunnen haar
grieven derhalve niet worden aangenomen. grieven derhalve niet worden aangenomen.
B.8. Het Hof dient nog te onderzoeken of de bestreden wet geen B.8. Het Hof dient nog te onderzoeken of de bestreden wet geen
onevenredige gevolgen doet ontstaan voor de echtgenoot van de niet onevenredige gevolgen doet ontstaan voor de echtgenoot van de niet
verschoonbaar verklaarde gefailleerde, inzonderheid in zoverre zij een verschoonbaar verklaarde gefailleerde, inzonderheid in zoverre zij een
weerslag zou hebben op het recht op toegang tot de rechter en het weerslag zou hebben op het recht op toegang tot de rechter en het
eigendomsrecht. eigendomsrecht.
B.9. De persoonlijk aansprakelijke echtgenoot die de gehele schuld B.9. De persoonlijk aansprakelijke echtgenoot die de gehele schuld
heeft voldaan en als schuldeiser aangifte heeft gedaan in het heeft voldaan en als schuldeiser aangifte heeft gedaan in het
faillissement, kan op de vergadering bedoeld in artikel 79 van de faillissement, kan op de vergadering bedoeld in artikel 79 van de
faillissementswet advies geven over de verschoonbaarheid van de faillissementswet advies geven over de verschoonbaarheid van de
gefailleerde. Bovendien beschikt die echtgenoot over een beroep in gefailleerde. Bovendien beschikt die echtgenoot over een beroep in
derdenverzet tegen de beslissing van de rechtbank in verband met de derdenverzet tegen de beslissing van de rechtbank in verband met de
sluiting van het faillissement en de verschoonbaarheid van de sluiting van het faillissement en de verschoonbaarheid van de
gefailleerde. gefailleerde.
De bestreden wet houdt derhalve geen onevenredige beperking in van het De bestreden wet houdt derhalve geen onevenredige beperking in van het
recht op toegang tot de rechter, noch wat de beslissing van recht op toegang tot de rechter, noch wat de beslissing van
verschoonbaarheid betreft, noch wat de mogelijkheid betreft om van verschoonbaarheid betreft, noch wat de mogelijkheid betreft om van
bepaalde verplichtingen te worden bevrijd. Indien de betrokken bepaalde verplichtingen te worden bevrijd. Indien de betrokken
echtgenoten niet zelf als handelaar voor verschoonbaarheid in echtgenoten niet zelf als handelaar voor verschoonbaarheid in
aanmerking komen, heeft de wet van 5 juli 1998, die betrekking heeft aanmerking komen, heeft de wet van 5 juli 1998, die betrekking heeft
op de collectieve schuldenregeling, voor de niet-handelaars immers een op de collectieve schuldenregeling, voor de niet-handelaars immers een
verschillende procedure georganiseerd die kan leiden tot een verschillende procedure georganiseerd die kan leiden tot een
kwijtschelding van schulden. kwijtschelding van schulden.
In zoverre de verzoekende partij aanvoert dat zij geen gelijke toegang In zoverre de verzoekende partij aanvoert dat zij geen gelijke toegang
heeft tot de rechter om haar verschoonbaarheid of bevrijding, los van heeft tot de rechter om haar verschoonbaarheid of bevrijding, los van
de verschoonbaarheid van de gefailleerde, te laten beoordelen (tweede de verschoonbaarheid van de gefailleerde, te laten beoordelen (tweede
middel) en dat haar lot daardoor afhankelijk is gemaakt van de middel) en dat haar lot daardoor afhankelijk is gemaakt van de
gedragingen van een derde, zonder dat zij zich tot de rechter kan gedragingen van een derde, zonder dat zij zich tot de rechter kan
wenden en in het bijzonder tot de rechter die uitspraak doet over de wenden en in het bijzonder tot de rechter die uitspraak doet over de
verschoonbaarheid (derde middel), kunnen de grieven van de verzoekende verschoonbaarheid (derde middel), kunnen de grieven van de verzoekende
partij bijgevolg niet worden aangenomen. partij bijgevolg niet worden aangenomen.
B.10. De bestreden wet kan weliswaar een weerslag hebben op het B.10. De bestreden wet kan weliswaar een weerslag hebben op het
eigendomsrecht van de betrokken personen maar een dergelijke weerslag eigendomsrecht van de betrokken personen maar een dergelijke weerslag
is eigen aan elke regeling inzake zekerheidstelling. De bestreden is eigen aan elke regeling inzake zekerheidstelling. De bestreden
bepaling houdt evenwel geen onteigening in, noch een onverantwoorde bepaling houdt evenwel geen onteigening in, noch een onverantwoorde
regeling van het gebruik van de eigendom in de zin van artikel 16 van regeling van het gebruik van de eigendom in de zin van artikel 16 van
de Grondwet en artikel 1 van het Eerste Aanvullend Protocol bij het de Grondwet en artikel 1 van het Eerste Aanvullend Protocol bij het
Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens.
In zoverre de verzoekende partij aanvoert dat haar eigendomsrecht op In zoverre de verzoekende partij aanvoert dat haar eigendomsrecht op
willekeurige wijze wordt aangetast aangezien zij door de willekeurige wijze wordt aangetast aangezien zij door de
niet-verschoonbaarverklaring van haar voormalige echtgenoot zelf zou niet-verschoonbaarverklaring van haar voormalige echtgenoot zelf zou
moeten instaan voor diens schulden (vierde middel), kan haar grief moeten instaan voor diens schulden (vierde middel), kan haar grief
derhalve niet worden aangenomen. derhalve niet worden aangenomen.
B.11. De middelen kunnen niet worden aangenomen. B.11. De middelen kunnen niet worden aangenomen.
Om die redenen, Om die redenen,
het Hof het Hof
verwerpt het beroep. verwerpt het beroep.
Aldus uitgesproken in het Nederlands, het Frans en het Duits, Aldus uitgesproken in het Nederlands, het Frans en het Duits,
overeenkomstig artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op overeenkomstig artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op
het Arbitragehof, op de openbare terechtzitting van 3 mei 2006. het Arbitragehof, op de openbare terechtzitting van 3 mei 2006.
De griffier, De griffier,
P.-Y. Dutilleux. P.-Y. Dutilleux.
De voorzitter, De voorzitter,
A. Arts. A. Arts.
^