Uittreksel uit arrest nr. 125/2005 van 13 juli 2005 Rolnummer 3035 In zake : het beroep tot vernietiging van de wet van 19 december 2003 betreffende terroristische misdrijven, ingesteld door de v.z.w. Ligue des droits de l'homme en anderen. Het Arbitragehof, samengesteld uit rechter P. Martens, waarnemend voorzitter, voorzitter A. Arts(...) | Uittreksel uit arrest nr. 125/2005 van 13 juli 2005 Rolnummer 3035 In zake : het beroep tot vernietiging van de wet van 19 december 2003 betreffende terroristische misdrijven, ingesteld door de v.z.w. Ligue des droits de l'homme en anderen. Het Arbitragehof, samengesteld uit rechter P. Martens, waarnemend voorzitter, voorzitter A. Arts(...) |
---|---|
ARBITRAGEHOF | ARBITRAGEHOF |
Uittreksel uit arrest nr. 125/2005 van 13 juli 2005 | Uittreksel uit arrest nr. 125/2005 van 13 juli 2005 |
Rolnummer 3035 | Rolnummer 3035 |
In zake : het beroep tot vernietiging van de wet van 19 december 2003 | In zake : het beroep tot vernietiging van de wet van 19 december 2003 |
betreffende terroristische misdrijven, ingesteld door de v.z.w. Ligue | betreffende terroristische misdrijven, ingesteld door de v.z.w. Ligue |
des droits de l'homme en anderen. | des droits de l'homme en anderen. |
Het Arbitragehof, | Het Arbitragehof, |
samengesteld uit rechter P. Martens, waarnemend voorzitter, voorzitter | samengesteld uit rechter P. Martens, waarnemend voorzitter, voorzitter |
A. Arts en de rechters R. Henneuse, M. Bossuyt, E. De Groot, L. | A. Arts en de rechters R. Henneuse, M. Bossuyt, E. De Groot, L. |
Lavrysen, A. Alen, J.-P. Snappe, J.-P. Moerman en J. Spreutels, | Lavrysen, A. Alen, J.-P. Snappe, J.-P. Moerman en J. Spreutels, |
bijgestaan door de griffier P.-Y. Dutilleux, onder voorzitterschap van | bijgestaan door de griffier P.-Y. Dutilleux, onder voorzitterschap van |
rechter P. Martens, | rechter P. Martens, |
wijst na beraad het volgende arrest : | wijst na beraad het volgende arrest : |
I. Onderwerp van het beroep en rechtspleging | I. Onderwerp van het beroep en rechtspleging |
Bij verzoekschrift dat aan het Hof is toegezonden bij op 29 juni 2004 | Bij verzoekschrift dat aan het Hof is toegezonden bij op 29 juni 2004 |
ter post aangetekende brief en ter griffie is ingekomen op 30 juni | ter post aangetekende brief en ter griffie is ingekomen op 30 juni |
2004, is beroep tot vernietiging ingesteld van de wet van 19 december | 2004, is beroep tot vernietiging ingesteld van de wet van 19 december |
2003 betreffende terroristische misdrijven (bekendgemaakt in het | 2003 betreffende terroristische misdrijven (bekendgemaakt in het |
Belgisch Staatsblad van 29 december 2003, derde uitgave), door de | Belgisch Staatsblad van 29 december 2003, derde uitgave), door de |
v.z.w. Ligue des droits de l'homme, met maatschappelijke zetel te 1190 | v.z.w. Ligue des droits de l'homme, met maatschappelijke zetel te 1190 |
Brussel, Alsembergsesteenweg 303, de v.z.w. Liga voor Mensenrechten, | Brussel, Alsembergsesteenweg 303, de v.z.w. Liga voor Mensenrechten, |
met maatschappelijke zetel te 9000 Gent, Van Stopenberghestraat 2, en | met maatschappelijke zetel te 9000 Gent, Van Stopenberghestraat 2, en |
de v.z.w. Syndicat des avocats pour la démocratie, met | de v.z.w. Syndicat des avocats pour la démocratie, met |
maatschappelijke zetel te 1060 Brussel, Berckmansstraat 83. | maatschappelijke zetel te 1060 Brussel, Berckmansstraat 83. |
(...) | (...) |
II. In rechte | II. In rechte |
(...) | (...) |
Ten aanzien de omvang van het beroep | Ten aanzien de omvang van het beroep |
B.1. De verzoekende partijen, die de vernietiging vorderen van de | B.1. De verzoekende partijen, die de vernietiging vorderen van de |
gehele wet van 19 december 2003 betreffende terroristische misdrijven, | gehele wet van 19 december 2003 betreffende terroristische misdrijven, |
preciseren echter dat zij in hoofdzaak de artikelen 3, 4, 13, 14 en 15 | preciseren echter dat zij in hoofdzaak de artikelen 3, 4, 13, 14 en 15 |
van de voormelde wet zullen onderzoeken. Zij voegen eraan toe dat zij | van de voormelde wet zullen onderzoeken. Zij voegen eraan toe dat zij |
de vernietiging vorderen van de artikelen van de bestreden wet die in | de vernietiging vorderen van de artikelen van de bestreden wet die in |
het verzoekschrift niet specifiek worden onderzocht, in zoverre zij al | het verzoekschrift niet specifiek worden onderzocht, in zoverre zij al |
dan niet rechtstreeks verwijzen naar artikel 3 van de bestreden wet. | dan niet rechtstreeks verwijzen naar artikel 3 van de bestreden wet. |
Het Hof beperkt het onderzoek van het beroep tot het door de | Het Hof beperkt het onderzoek van het beroep tot het door de |
verzoekende partijen aldus omschreven onderwerp. | verzoekende partijen aldus omschreven onderwerp. |
Ten aanzien van de bestreden bepalingen | Ten aanzien van de bestreden bepalingen |
B.2. De artikelen 3, 4, 13, 14 en 15 van de wet van 19 december 2003 | B.2. De artikelen 3, 4, 13, 14 en 15 van de wet van 19 december 2003 |
betreffende terroristische misdrijven bepalen : | betreffende terroristische misdrijven bepalen : |
« Art. 3.In Titel Iter van Boek II van [het Strafwetboek] wordt een |
« Art. 3.In Titel Iter van Boek II van [het Strafwetboek] wordt een |
artikel 137 ingevoegd, luidende : | artikel 137 ingevoegd, luidende : |
' Art. 137.§ 1. Als terroristisch misdrijf wordt aangemerkt het |
' Art. 137.§ 1. Als terroristisch misdrijf wordt aangemerkt het |
misdrijf bepaald in de §§ 2 en 3 dat door zijn aard of context een | misdrijf bepaald in de §§ 2 en 3 dat door zijn aard of context een |
land of een internationale organisatie ernstig kan schaden en | land of een internationale organisatie ernstig kan schaden en |
opzettelijk gepleegd is met het oogmerk om een bevolking ernstige | opzettelijk gepleegd is met het oogmerk om een bevolking ernstige |
vrees aan te jagen of om de overheid of een internationale organisatie | vrees aan te jagen of om de overheid of een internationale organisatie |
op onrechtmatige wijze te dwingen tot het verrichten of het zich | op onrechtmatige wijze te dwingen tot het verrichten of het zich |
onthouden van een handeling, of om de politieke, constitutionele, | onthouden van een handeling, of om de politieke, constitutionele, |
economische of sociale basisstructuren van een land of een | economische of sociale basisstructuren van een land of een |
internationale organisatie ernstig te ontwrichten of te vernietigen. | internationale organisatie ernstig te ontwrichten of te vernietigen. |
§ 2. Als terroristisch misdrijf wordt onder de voorwaarden bepaald in | § 2. Als terroristisch misdrijf wordt onder de voorwaarden bepaald in |
§ 1, aangemerkt : | § 1, aangemerkt : |
1° het opzettelijk doden of opzettelijk toebrengen van slagen en | 1° het opzettelijk doden of opzettelijk toebrengen van slagen en |
verwondingen bedoeld in de artikelen 393 tot 404, 405bis, 405ter voor | verwondingen bedoeld in de artikelen 393 tot 404, 405bis, 405ter voor |
zover er naar de bovengenoemde artikelen wordt verwezen, 409, § 1, | zover er naar de bovengenoemde artikelen wordt verwezen, 409, § 1, |
eerste lid, en §§ 2 tot 5, 410 voorzover er naar de bovengenoemde | eerste lid, en §§ 2 tot 5, 410 voorzover er naar de bovengenoemde |
artikelen wordt verwezen, 417ter en 417quater ; | artikelen wordt verwezen, 417ter en 417quater ; |
2° de gijzelneming bedoeld in artikel 347bis ; | 2° de gijzelneming bedoeld in artikel 347bis ; |
3° de ontvoering bedoeld in de artikelen 428 tot 430 en 434 tot 437; | 3° de ontvoering bedoeld in de artikelen 428 tot 430 en 434 tot 437; |
4° de grootschalige vernieling of beschadiging bedoeld in de artikelen | 4° de grootschalige vernieling of beschadiging bedoeld in de artikelen |
521, eerste en derde lid, 522, 523, 525, 526, 550bis, § 3, 3°, in | 521, eerste en derde lid, 522, 523, 525, 526, 550bis, § 3, 3°, in |
artikel 15 van de wet van 5 juni 1928 houdende herziening van het | artikel 15 van de wet van 5 juni 1928 houdende herziening van het |
Tucht- en Strafwetboek voor de koopvaardij en de zeevisserij, en in | Tucht- en Strafwetboek voor de koopvaardij en de zeevisserij, en in |
artikel 114, § 4, van de wet van 21 maart 1991 betreffende de | artikel 114, § 4, van de wet van 21 maart 1991 betreffende de |
hervorming van sommige economische overheidsbedrijven, waardoor | hervorming van sommige economische overheidsbedrijven, waardoor |
mensenlevens in gevaar worden gebracht of aanzienlijke economische | mensenlevens in gevaar worden gebracht of aanzienlijke economische |
schade wordt aangericht; | schade wordt aangericht; |
5° het kapen van vliegtuigen bedoeld in artikel 30, § 1, 2°, van de | 5° het kapen van vliegtuigen bedoeld in artikel 30, § 1, 2°, van de |
wet van 27 juni 1937 houdende herziening van de wet van 16 november | wet van 27 juni 1937 houdende herziening van de wet van 16 november |
1919 betreffende de regeling der luchtvaart; | 1919 betreffende de regeling der luchtvaart; |
6° het zich door bedrog, geweld of bedreiging jegens de kapitein | 6° het zich door bedrog, geweld of bedreiging jegens de kapitein |
meester maken van een schip, bedoeld in artikel 33 van de wet van 5 | meester maken van een schip, bedoeld in artikel 33 van de wet van 5 |
juni 1928 houdende herziening van het Tucht- en Strafwetboek voor de | juni 1928 houdende herziening van het Tucht- en Strafwetboek voor de |
koopvaardij en de zeevisserij; | koopvaardij en de zeevisserij; |
7° de strafbare feiten bedoeld in het koninklijk besluit van 23 | 7° de strafbare feiten bedoeld in het koninklijk besluit van 23 |
september 1958 houdende algemeen reglement betreffende het fabriceren, | september 1958 houdende algemeen reglement betreffende het fabriceren, |
opslaan, onder zich houden, verkopen, vervoeren en gebruiken van | opslaan, onder zich houden, verkopen, vervoeren en gebruiken van |
springstoffen, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 1 februari | springstoffen, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 1 februari |
2000, en die strafbaar zijn gesteld door de artikelen 5 tot 7 van de | 2000, en die strafbaar zijn gesteld door de artikelen 5 tot 7 van de |
wet van 28 mei 1956 betreffende ontplofbare en voor de deflagratie | wet van 28 mei 1956 betreffende ontplofbare en voor de deflagratie |
vatbare stoffen en mengsels en de daarmee geladen tuigen; | vatbare stoffen en mengsels en de daarmee geladen tuigen; |
8° de strafbare feiten bedoeld in de artikelen 510 tot 513, 516 tot | 8° de strafbare feiten bedoeld in de artikelen 510 tot 513, 516 tot |
518, 520, 547 tot 549, en in artikel 14 van de wet van 5 juni 1928 | 518, 520, 547 tot 549, en in artikel 14 van de wet van 5 juni 1928 |
houdende herziening van het Tucht- en Strafwetboek voor de koopvaardij | houdende herziening van het Tucht- en Strafwetboek voor de koopvaardij |
en de zeevisserij, waardoor mensenlevens in gevaar worden gebracht; | en de zeevisserij, waardoor mensenlevens in gevaar worden gebracht; |
9° de strafbare feiten bedoeld in de wet van 3 januari 1933 op de | 9° de strafbare feiten bedoeld in de wet van 3 januari 1933 op de |
vervaardiging van, de handel in en het dragen van wapenen en op de | vervaardiging van, de handel in en het dragen van wapenen en op de |
handel in munitie; | handel in munitie; |
10° de strafbare feiten bedoeld in artikel 2, eerste lid, 2°, van de | 10° de strafbare feiten bedoeld in artikel 2, eerste lid, 2°, van de |
wet van 10 juli 1978 houdende goedkeuring van het Verdrag tot verbod | wet van 10 juli 1978 houdende goedkeuring van het Verdrag tot verbod |
van de ontwikkeling, de productie en de aanleg van voorraden van | van de ontwikkeling, de productie en de aanleg van voorraden van |
bacteriologische (biologische) en toxinewapens en inzake de | bacteriologische (biologische) en toxinewapens en inzake de |
vernietiging van deze wapens, opgemaakt te Londen, Moskou en | vernietiging van deze wapens, opgemaakt te Londen, Moskou en |
Washington op 10 april 1972. | Washington op 10 april 1972. |
§ 3. Als terroristisch misdrijf wordt onder de voorwaarden bepaald in | § 3. Als terroristisch misdrijf wordt onder de voorwaarden bepaald in |
§ 1 eveneens aangemerkt : | § 1 eveneens aangemerkt : |
1° andere dan in § 2 bedoelde grootschalige vernieling of | 1° andere dan in § 2 bedoelde grootschalige vernieling of |
beschadiging, of het veroorzaken van een overstroming van een | beschadiging, of het veroorzaken van een overstroming van een |
infrastructurele voorziening, een vervoerssysteem, een publiek of | infrastructurele voorziening, een vervoerssysteem, een publiek of |
privaat eigendom, waardoor mensenlevens in gevaar worden gebracht of | privaat eigendom, waardoor mensenlevens in gevaar worden gebracht of |
aanzienlijke economische schade wordt aangericht; | aanzienlijke economische schade wordt aangericht; |
2° het kapen van andere transportmiddelen dan bedoeld in het 5° en 6° | 2° het kapen van andere transportmiddelen dan bedoeld in het 5° en 6° |
van § 2; | van § 2; |
3° het vervaardigen, bezitten, verwerven, vervoeren, of leveren van | 3° het vervaardigen, bezitten, verwerven, vervoeren, of leveren van |
kernwapens of chemische wapens, het gebruik van kernwapens, | kernwapens of chemische wapens, het gebruik van kernwapens, |
biologische of chemische wapens, alsmede het verrichten van onderzoek | biologische of chemische wapens, alsmede het verrichten van onderzoek |
in en het ontwikkelen van chemische wapens; | in en het ontwikkelen van chemische wapens; |
4° het laten ontsnappen van gevaarlijke stoffen waardoor mensenlevens | 4° het laten ontsnappen van gevaarlijke stoffen waardoor mensenlevens |
in gevaar worden gebracht; | in gevaar worden gebracht; |
5° het verstoren of onderbreken van de toevoer van water, | 5° het verstoren of onderbreken van de toevoer van water, |
elektriciteit of andere essentiële natuurlijke hulpbronnen waardoor | elektriciteit of andere essentiële natuurlijke hulpbronnen waardoor |
mensenlevens in gevaar worden gebracht; | mensenlevens in gevaar worden gebracht; |
6° de bedreiging met het plegen van één van de strafbare feiten | 6° de bedreiging met het plegen van één van de strafbare feiten |
bedoeld in § 2 of in deze paragraaf. ' | bedoeld in § 2 of in deze paragraaf. ' |
Art. 4.In dezelfde Titel wordt een artikel 138 ingevoegd, luidende : |
Art. 4.In dezelfde Titel wordt een artikel 138 ingevoegd, luidende : |
' Art. 138.§ 1. De straffen voor de misdrijven opgesomd in artikel |
' Art. 138.§ 1. De straffen voor de misdrijven opgesomd in artikel |
137, § 2, worden als volgt vervangen, indien die misdrijven worden | 137, § 2, worden als volgt vervangen, indien die misdrijven worden |
aangemerkt als terroristische misdrijven : | aangemerkt als terroristische misdrijven : |
1° geldboete, door gevangenisstraf van een jaar tot drie jaar; | 1° geldboete, door gevangenisstraf van een jaar tot drie jaar; |
2° gevangenisstraf van niet meer dan zes maanden, door gevangenisstraf | 2° gevangenisstraf van niet meer dan zes maanden, door gevangenisstraf |
van niet meer dan drie jaar; | van niet meer dan drie jaar; |
3° gevangenisstraf van niet meer dan een jaar, door gevangenisstraf | 3° gevangenisstraf van niet meer dan een jaar, door gevangenisstraf |
van niet meer dan drie jaar; | van niet meer dan drie jaar; |
4° gevangenisstraf van niet meer dan drie jaar, door gevangenisstraf | 4° gevangenisstraf van niet meer dan drie jaar, door gevangenisstraf |
van niet meer dan vijf jaar; | van niet meer dan vijf jaar; |
5° gevangenisstraf van niet meer dan vijf jaar, door opsluiting van | 5° gevangenisstraf van niet meer dan vijf jaar, door opsluiting van |
vijf jaar tot tien jaar; | vijf jaar tot tien jaar; |
6° opsluiting van vijf jaar tot tien jaar, door opsluiting van tien | 6° opsluiting van vijf jaar tot tien jaar, door opsluiting van tien |
jaar tot vijftien jaar; | jaar tot vijftien jaar; |
7° opsluiting van tien jaar tot vijftien jaar, door opsluiting van | 7° opsluiting van tien jaar tot vijftien jaar, door opsluiting van |
vijftien jaar tot twintig jaar; | vijftien jaar tot twintig jaar; |
8° opsluiting van tien jaar tot twintig jaar door opsluiting van | 8° opsluiting van tien jaar tot twintig jaar door opsluiting van |
vijftien jaar tot twintig jaar; | vijftien jaar tot twintig jaar; |
9° opsluiting van vijftien jaar tot twintig jaar, door opsluiting van | 9° opsluiting van vijftien jaar tot twintig jaar, door opsluiting van |
twintig jaar tot dertig jaar; | twintig jaar tot dertig jaar; |
10° opsluiting van twintig jaar tot dertig jaar, door levenslange | 10° opsluiting van twintig jaar tot dertig jaar, door levenslange |
opsluiting. | opsluiting. |
§ 2. De terroristische misdrijven bedoeld in artikel 137, § 3, worden | § 2. De terroristische misdrijven bedoeld in artikel 137, § 3, worden |
gestraft met : | gestraft met : |
1° in het geval bedoeld in het 6°, gevangenisstraf van drie maanden | 1° in het geval bedoeld in het 6°, gevangenisstraf van drie maanden |
tot vijf jaar indien de bedreiging een misdrijf betreft strafbaar met | tot vijf jaar indien de bedreiging een misdrijf betreft strafbaar met |
een correctionele straf en opsluiting van vijf tot tien jaar indien de | een correctionele straf en opsluiting van vijf tot tien jaar indien de |
bedreiging een misdrijf betreft strafbaar met een criminele straf; | bedreiging een misdrijf betreft strafbaar met een criminele straf; |
2° opsluiting van vijftien jaar tot twintig jaar in de gevallen | 2° opsluiting van vijftien jaar tot twintig jaar in de gevallen |
bedoeld in het 1°, 2° en 5°; | bedoeld in het 1°, 2° en 5°; |
3° levenslange opsluiting in de gevallen bedoeld in het 3° en 4°. ' ». | 3° levenslange opsluiting in de gevallen bedoeld in het 3° en 4°. ' ». |
« Art. 13.In artikel 6 van de wet van 17 april 1878 houdende de |
« Art. 13.In artikel 6 van de wet van 17 april 1878 houdende de |
Voorafgaande Titel van het Wetboek van Strafvordering, gewijzigd bij | Voorafgaande Titel van het Wetboek van Strafvordering, gewijzigd bij |
de wetten van 4 augustus 1914, 12 juli 1932, 4 april 2001 en 5 | de wetten van 4 augustus 1914, 12 juli 1932, 4 april 2001 en 5 |
augustus 2003, wordt tussen 1°bis en 2°, een 1°ter ingevoegd, luidende | augustus 2003, wordt tussen 1°bis en 2°, een 1°ter ingevoegd, luidende |
: | : |
' 1°ter aan een terroristisch misdrijf bedoeld in Boek II, Titel Iter, | ' 1°ter aan een terroristisch misdrijf bedoeld in Boek II, Titel Iter, |
van het Strafwetboek. ' | van het Strafwetboek. ' |
Art. 14.Artikel 10ter van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 28 |
Art. 14.Artikel 10ter van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 28 |
november 2000, wordt aangevuld als volgt : | november 2000, wordt aangevuld als volgt : |
' 4° een van de misdrijven bepaald in de artikelen 137, 140 en 141 van | ' 4° een van de misdrijven bepaald in de artikelen 137, 140 en 141 van |
het Strafwetboek die gepleegd zijn tegen een Belgische onderdaan of | het Strafwetboek die gepleegd zijn tegen een Belgische onderdaan of |
instelling, of tegen een instelling van de Europese Unie of van een | instelling, of tegen een instelling van de Europese Unie of van een |
orgaan opgericht overeenkomstig het Verdrag tot oprichting van de | orgaan opgericht overeenkomstig het Verdrag tot oprichting van de |
Europese Gemeenschap of het Verdrag betreffende de Europese Unie, die | Europese Gemeenschap of het Verdrag betreffende de Europese Unie, die |
in het Rijk is gevestigd. ' | in het Rijk is gevestigd. ' |
Art. 15.In artikel 90ter, § 2, van het Wetboek van strafvordering, |
Art. 15.In artikel 90ter, § 2, van het Wetboek van strafvordering, |
ingevoegd bij de wet van 30 juni 1994 en gewijzigd bij de wetten van 7 | ingevoegd bij de wet van 30 juni 1994 en gewijzigd bij de wetten van 7 |
en 13 april 1995, 10 juni 1998, 28 november 2000, 29 november en 11 | en 13 april 1995, 10 juni 1998, 28 november 2000, 29 november en 11 |
december 2001, 7 juni 2002, 6 januari en 5 augustus 2003, worden de | december 2001, 7 juni 2002, 6 januari en 5 augustus 2003, worden de |
punten 1°ter tot 1°septies vervangen als volgt : | punten 1°ter tot 1°septies vervangen als volgt : |
' 1°ter de artikelen 137, 140 en 141 van hetzelfde Wetboek; | ' 1°ter de artikelen 137, 140 en 141 van hetzelfde Wetboek; |
1°quater artikel 210bis van hetzelfde Wetboek; | 1°quater artikel 210bis van hetzelfde Wetboek; |
1°quinquies de artikelen 246, 247, 248, 249, 250 en 251 van hetzelfde | 1°quinquies de artikelen 246, 247, 248, 249, 250 en 251 van hetzelfde |
Wetboek; | Wetboek; |
1°sexies artikel 259bis van hetzelfde Wetboek; | 1°sexies artikel 259bis van hetzelfde Wetboek; |
1°septies artikel 314bis van hetzelfde Wetboek; | 1°septies artikel 314bis van hetzelfde Wetboek; |
1°octies de artikelen 324bis en 324ter van hetzelfde Wetboek. ' ». | 1°octies de artikelen 324bis en 324ter van hetzelfde Wetboek. ' ». |
Ten aanzien van de draagwijdte van het kaderbesluit van 13 juni 2002 | Ten aanzien van de draagwijdte van het kaderbesluit van 13 juni 2002 |
B.3.1. De wet van 19 december 2003 heeft met name tot doel het | B.3.1. De wet van 19 december 2003 heeft met name tot doel het |
kaderbesluit van 13 juni 2002, dat op grond van artikel 34, lid 2, van | kaderbesluit van 13 juni 2002, dat op grond van artikel 34, lid 2, van |
het Verdrag betreffende de Europese Unie door de Raad is vastgesteld, | het Verdrag betreffende de Europese Unie door de Raad is vastgesteld, |
in het Belgische recht om te zetten. | in het Belgische recht om te zetten. |
Het kaderbesluit van de Raad van 13 juni 2002 inzake | Het kaderbesluit van de Raad van 13 juni 2002 inzake |
terrorismebestrijding (PB, L, 164, 22 juni 2002) verplicht de | terrorismebestrijding (PB, L, 164, 22 juni 2002) verplicht de |
lidstaten om drie categorieën van misdrijven strafbaar te stellen : de | lidstaten om drie categorieën van misdrijven strafbaar te stellen : de |
« terroristische misdrijven », de « strafbare feiten met betrekking | « terroristische misdrijven », de « strafbare feiten met betrekking |
tot een terroristische groep » en de « strafbare feiten in verband met | tot een terroristische groep » en de « strafbare feiten in verband met |
terroristische activiteiten ». Alleen de eerste twee categorieën | terroristische activiteiten ». Alleen de eerste twee categorieën |
worden evenwel door de bestreden wet in het Belgische recht omgezet. | worden evenwel door de bestreden wet in het Belgische recht omgezet. |
Aangezien de derde categorie reeds in België strafbaar gestelde | Aangezien de derde categorie reeds in België strafbaar gestelde |
handelingen ter voorbereiding van terroristische misdrijven beoogt, | handelingen ter voorbereiding van terroristische misdrijven beoogt, |
heeft de wetgever geoordeeld dat hij de Belgische wetgeving op dat | heeft de wetgever geoordeeld dat hij de Belgische wetgeving op dat |
vlak niet diende aan te vullen (Parl. St., Kamer, 2003-2004, DOC | vlak niet diende aan te vullen (Parl. St., Kamer, 2003-2004, DOC |
51-0258/001, pp. 7 en 8). De wetgever heeft in de voormelde wet echter | 51-0258/001, pp. 7 en 8). De wetgever heeft in de voormelde wet echter |
ook een artikel 7 opgenomen dat in het Strafwetboek een artikel 141 | ook een artikel 7 opgenomen dat in het Strafwetboek een artikel 141 |
invoegt, teneinde het Belgische recht in overeenstemming te brengen | invoegt, teneinde het Belgische recht in overeenstemming te brengen |
met het Internationaal Verdrag ter bestrijding van de financiering van | met het Internationaal Verdrag ter bestrijding van de financiering van |
terrorisme, aangenomen te New York op 9 december 1999, dat toen nog | terrorisme, aangenomen te New York op 9 december 1999, dat toen nog |
niet door België was geratificeerd. Ten slotte bepaalt het nieuwe | niet door België was geratificeerd. Ten slotte bepaalt het nieuwe |
artikel 141bis van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij artikel 8 van de | artikel 141bis van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij artikel 8 van de |
wet van 19 december 2003, dat de wet niet van toepassing is op de | wet van 19 december 2003, dat de wet niet van toepassing is op de |
handelingen van strijdkrachten, terwijl artikel 9 van dezelfde wet het | handelingen van strijdkrachten, terwijl artikel 9 van dezelfde wet het |
nieuwe artikel 141ter in het Strafwetboek invoegt, dat tot doel heeft | nieuwe artikel 141ter in het Strafwetboek invoegt, dat tot doel heeft |
de uitoefening van bepaalde fundamentele rechten te waarborgen. | de uitoefening van bepaalde fundamentele rechten te waarborgen. |
B.3.2. Hieruit volgt dat het doel van de bestreden wet van 19 december | B.3.2. Hieruit volgt dat het doel van de bestreden wet van 19 december |
2003 tegelijk ruimer en beperkter is dan dat van het voormelde | 2003 tegelijk ruimer en beperkter is dan dat van het voormelde |
kaderbesluit van 13 juni 2002. Luidens artikel 34, lid 2, onder b), | kaderbesluit van 13 juni 2002. Luidens artikel 34, lid 2, onder b), |
van het Verdrag betreffende de Europese Unie, zijn de « kaderbesluiten | van het Verdrag betreffende de Europese Unie, zijn de « kaderbesluiten |
[...] verbindend voor de lidstaten ten aanzien van het te bereiken | [...] verbindend voor de lidstaten ten aanzien van het te bereiken |
resultaat, doch [wordt] aan de nationale instanties [...] de | resultaat, doch [wordt] aan de nationale instanties [...] de |
bevoegdheid gelaten vorm en middelen te kiezen. Zij hebben geen | bevoegdheid gelaten vorm en middelen te kiezen. Zij hebben geen |
rechtstreekse werking ». | rechtstreekse werking ». |
Ten aanzien van het eerste middel | Ten aanzien van het eerste middel |
B.4. De verzoekende partijen voeren in een eerste middel aan dat | B.4. De verzoekende partijen voeren in een eerste middel aan dat |
artikel 3 van de wet van 19 december 2003 in strijd zou zijn met de | artikel 3 van de wet van 19 december 2003 in strijd zou zijn met de |
artikelen 12 en 14 van de Grondwet, in samenhang gelezen met artikel 7 | artikelen 12 en 14 van de Grondwet, in samenhang gelezen met artikel 7 |
van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en met artikel 15 | van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en met artikel 15 |
van het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke | van het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke |
rechten. Zij zijn in de eerste plaats van mening dat het | rechten. Zij zijn in de eerste plaats van mening dat het |
wettigheidsbeginsel zou zijn geschonden doordat het terroristisch | wettigheidsbeginsel zou zijn geschonden doordat het terroristisch |
misdrijf te ruim of op onnauwkeurige wijze zou zijn gedefinieerd. Zij | misdrijf te ruim of op onnauwkeurige wijze zou zijn gedefinieerd. Zij |
bekritiseren in het bijzonder het vage karakter van de bewoordingen | bekritiseren in het bijzonder het vage karakter van de bewoordingen |
die in artikel 137, § 1, van het Strafwetboek, ingevoegd bij artikel | die in artikel 137, § 1, van het Strafwetboek, ingevoegd bij artikel |
3, worden gebruikt om een terroristisch misdrijf te kwalificeren. Dat | 3, worden gebruikt om een terroristisch misdrijf te kwalificeren. Dat |
laatste wordt gedefinieerd als het misdrijf dat « door zijn aard of | laatste wordt gedefinieerd als het misdrijf dat « door zijn aard of |
context een land of een internationale organisatie ernstig kan schaden | context een land of een internationale organisatie ernstig kan schaden |
». | ». |
Daar in de parlementaire voorbereiding geen aanwijzingen worden | Daar in de parlementaire voorbereiding geen aanwijzingen worden |
gegeven in verband met de inhoud van die bewoordingen, voeren de | gegeven in verband met de inhoud van die bewoordingen, voeren de |
verzoekende partijen aan dat het aan de rechter, maar ook aan de | verzoekende partijen aan dat het aan de rechter, maar ook aan de |
politiediensten zal staan om die te geven, waardoor niet iedereen de | politiediensten zal staan om die te geven, waardoor niet iedereen de |
werkelijke inhoud van het nieuwe misdrijf zal kunnen kennen. De | werkelijke inhoud van het nieuwe misdrijf zal kunnen kennen. De |
verzoekende partijen zijn voorts van mening dat het opzettelijk | verzoekende partijen zijn voorts van mening dat het opzettelijk |
element, het bijzonder opzet dat als tweede bestanddeel van het | element, het bijzonder opzet dat als tweede bestanddeel van het |
terroristisch misdrijf is vereist, eveneens op te onnauwkeurige wijze | terroristisch misdrijf is vereist, eveneens op te onnauwkeurige wijze |
is gedefinieerd. De formulering van dat opzet zou in verschillende | is gedefinieerd. De formulering van dat opzet zou in verschillende |
opzichten onduidelijk zijn, waarbij het terroristisch misdrijf het | opzichten onduidelijk zijn, waarbij het terroristisch misdrijf het |
misdrijf is dat « opzettelijk gepleegd is met het oogmerk om een | misdrijf is dat « opzettelijk gepleegd is met het oogmerk om een |
bevolking ernstige vrees aan te jagen of om de overheid of een | bevolking ernstige vrees aan te jagen of om de overheid of een |
internationale organisatie op onrechtmatige wijze te dwingen tot het | internationale organisatie op onrechtmatige wijze te dwingen tot het |
verrichten of het zich onthouden van een handeling, of om de | verrichten of het zich onthouden van een handeling, of om de |
politieke, constitutionele, economische of sociale basisstructuren van | politieke, constitutionele, economische of sociale basisstructuren van |
een land of een internationale organisatie ernstig te ontwrichten of | een land of een internationale organisatie ernstig te ontwrichten of |
te vernietigen ». Die onduidelijkheid bij het definiëren van het | te vernietigen ». Die onduidelijkheid bij het definiëren van het |
opzettelijk element zou eveneens afbreuk doen aan het | opzettelijk element zou eveneens afbreuk doen aan het |
wettigheidsbeginsel in strafzaken, dat ervan uitgaat dat de strafwet | wettigheidsbeginsel in strafzaken, dat ervan uitgaat dat de strafwet |
in zodanige bewoordingen moet zijn geformuleerd dat iedereen, op het | in zodanige bewoordingen moet zijn geformuleerd dat iedereen, op het |
ogenblik dat een gedraging wordt aangenomen, moet kunnen weten of die | ogenblik dat een gedraging wordt aangenomen, moet kunnen weten of die |
gedraging al dan niet strafbaar is. | gedraging al dan niet strafbaar is. |
B.5. De bestreden wet heeft met name tot doel het voormelde | B.5. De bestreden wet heeft met name tot doel het voormelde |
kaderbesluit van de Raad van de Europese Unie van 13 juni 2002 om te | kaderbesluit van de Raad van de Europese Unie van 13 juni 2002 om te |
zetten. Volgens de memorie van toelichting hebben beide normen drie | zetten. Volgens de memorie van toelichting hebben beide normen drie |
doelstellingen : « in de eerste plaats wordt een stevige juridische | doelstellingen : « in de eerste plaats wordt een stevige juridische |
houvast geboden teneinde de vervolging van ' terroristische misdrijven | houvast geboden teneinde de vervolging van ' terroristische misdrijven |
' doeltreffend aan te pakken door de omschrijving van het fenomeen | ' doeltreffend aan te pakken door de omschrijving van het fenomeen |
zelf. Vervolgens worden de straffen voor bepaalde soorten ' | zelf. Vervolgens worden de straffen voor bepaalde soorten ' |
terroristische misdrijven ' strenger gemaakt. De laatste doelstelling | terroristische misdrijven ' strenger gemaakt. De laatste doelstelling |
beoogt de omschrijving van een terroristische groep en de | beoogt de omschrijving van een terroristische groep en de |
strafbaarstelling van de personen die deelnemen aan activiteiten van | strafbaarstelling van de personen die deelnemen aan activiteiten van |
een terroristische groep of de leiding ervan waarnemen » (Parl. St., | een terroristische groep of de leiding ervan waarnemen » (Parl. St., |
Kamer, 2003-2004, DOC 51-0258/001, pp. 6 en 7). | Kamer, 2003-2004, DOC 51-0258/001, pp. 6 en 7). |
B.6.1. Artikel 12, tweede lid, van de Grondwet bepaalt : | B.6.1. Artikel 12, tweede lid, van de Grondwet bepaalt : |
« Niemand kan worden vervolgd dan in de gevallen die de wet bepaalt en | « Niemand kan worden vervolgd dan in de gevallen die de wet bepaalt en |
in de vorm die zij voorschrijft ». | in de vorm die zij voorschrijft ». |
Artikel 14 van de Grondwet bepaalt : | Artikel 14 van de Grondwet bepaalt : |
« Geen straf kan worden ingevoerd of toegepast dan krachtens de wet ». | « Geen straf kan worden ingevoerd of toegepast dan krachtens de wet ». |
B.6.2. Door aan de wetgevende macht de bevoegdheid te verlenen, | B.6.2. Door aan de wetgevende macht de bevoegdheid te verlenen, |
enerzijds, om te bepalen in welke gevallen en in welke vorm | enerzijds, om te bepalen in welke gevallen en in welke vorm |
strafvervolging mogelijk is en, anderzijds, om een wet aan te nemen op | strafvervolging mogelijk is en, anderzijds, om een wet aan te nemen op |
grond waarvan een straf kan worden bepaald en toegepast, waarborgen de | grond waarvan een straf kan worden bepaald en toegepast, waarborgen de |
artikelen 12, tweede lid, en 14 van de Grondwet aan elke burger dat | artikelen 12, tweede lid, en 14 van de Grondwet aan elke burger dat |
geen enkele gedraging strafbaar zal worden gesteld en geen enkele | geen enkele gedraging strafbaar zal worden gesteld en geen enkele |
straf zal worden opgelegd dan krachtens regels aangenomen door een | straf zal worden opgelegd dan krachtens regels aangenomen door een |
democratisch verkozen beraadslagende vergadering. | democratisch verkozen beraadslagende vergadering. |
Het wettigheidsbeginsel in strafzaken gaat bovendien uit van de idee | Het wettigheidsbeginsel in strafzaken gaat bovendien uit van de idee |
dat de strafwet moet worden geformuleerd in bewoordingen op grond | dat de strafwet moet worden geformuleerd in bewoordingen op grond |
waarvan eenieder, op het ogenblik waarop hij een gedrag aanneemt, kan | waarvan eenieder, op het ogenblik waarop hij een gedrag aanneemt, kan |
uitmaken of dat gedrag al dan niet strafbaar is. Het eist dat de | uitmaken of dat gedrag al dan niet strafbaar is. Het eist dat de |
wetgever in voldoende nauwkeurige, duidelijke en rechtszekerheid | wetgever in voldoende nauwkeurige, duidelijke en rechtszekerheid |
biedende bewoordingen bepaalt welke feiten strafbaar worden gesteld, | biedende bewoordingen bepaalt welke feiten strafbaar worden gesteld, |
zodat, enerzijds, degene die een gedrag aanneemt, vooraf op afdoende | zodat, enerzijds, degene die een gedrag aanneemt, vooraf op afdoende |
wijze kan inschatten wat het strafrechtelijke gevolg van dat gedrag | wijze kan inschatten wat het strafrechtelijke gevolg van dat gedrag |
kan zijn en, anderzijds, aan de rechter geen al te grote | kan zijn en, anderzijds, aan de rechter geen al te grote |
beoordelingsvrijheid wordt gelaten. | beoordelingsvrijheid wordt gelaten. |
Het wettigheidsbeginsel in strafzaken staat evenwel niet eraan in de | Het wettigheidsbeginsel in strafzaken staat evenwel niet eraan in de |
weg dat de wet aan de rechter een beoordelingsbevoegdheid toekent. Er | weg dat de wet aan de rechter een beoordelingsbevoegdheid toekent. Er |
dient immers rekening te worden gehouden met het algemene karakter van | dient immers rekening te worden gehouden met het algemene karakter van |
de wetten, de diversiteit en de veranderlijkheid van de situaties, | de wetten, de diversiteit en de veranderlijkheid van de situaties, |
alsook de aangelegenheden waarop zij van toepassing zijn en de | alsook de aangelegenheden waarop zij van toepassing zijn en de |
evolutie van de gedragingen die zij bestraffen. | evolutie van de gedragingen die zij bestraffen. |
B.6.3. Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens heeft een analoge | B.6.3. Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens heeft een analoge |
rechtspraak ontwikkeld met betrekking tot artikel 7 van het Europees | rechtspraak ontwikkeld met betrekking tot artikel 7 van het Europees |
Verdrag voor de Rechten van de Mens, dat het wettigheidsbeginsel in | Verdrag voor de Rechten van de Mens, dat het wettigheidsbeginsel in |
strafzaken inhoudt. Het Hof stelt in zijn arrest Kokkinakis | strafzaken inhoudt. Het Hof stelt in zijn arrest Kokkinakis |
t/Griekenland van 25 mei 1993 (Série A, nr. 260-A, §§ 40 en 52) : | t/Griekenland van 25 mei 1993 (Série A, nr. 260-A, §§ 40 en 52) : |
« [...] de bewoordingen van heel wat wetten missen absolute precisie. | « [...] de bewoordingen van heel wat wetten missen absolute precisie. |
Vele daarvan houden het, om reden van de noodzaak een buitensporige | Vele daarvan houden het, om reden van de noodzaak een buitensporige |
strakheid te vermijden en zich aan te passen aan veranderende | strakheid te vermijden en zich aan te passen aan veranderende |
situaties, noodgedwongen bij min of meer vage formuleringen (zie | situaties, noodgedwongen bij min of meer vage formuleringen (zie |
bijvoorbeeld mutatis mutandis, arrest Müller en anderen t/Zwitserland | bijvoorbeeld mutatis mutandis, arrest Müller en anderen t/Zwitserland |
van 24 mei 1988, Série A, nr. 133, p. 20, paragraaf 29). [...] De | van 24 mei 1988, Série A, nr. 133, p. 20, paragraaf 29). [...] De |
interpretatie en de toepassing van dergelijke teksten hangen af van de | interpretatie en de toepassing van dergelijke teksten hangen af van de |
praktijk ». | praktijk ». |
Het Hof is vervolgens van oordeel dat artikel 7 « eveneens, op meer | Het Hof is vervolgens van oordeel dat artikel 7 « eveneens, op meer |
algemene wijze, het wettigheidsbeginsel van de misdrijven en de | algemene wijze, het wettigheidsbeginsel van de misdrijven en de |
straffen verankert » en dat « daaruit volgt dat een misdrijf duidelijk | straffen verankert » en dat « daaruit volgt dat een misdrijf duidelijk |
moet worden gedefinieerd in de wet ». In dat arrest heeft het Hof | moet worden gedefinieerd in de wet ». In dat arrest heeft het Hof |
daaraan toegevoegd dat « die voorwaarde is vervuld wanneer het | daaraan toegevoegd dat « die voorwaarde is vervuld wanneer het |
individu, op basis van de bewoordingen van de relevante bepaling en, | individu, op basis van de bewoordingen van de relevante bepaling en, |
indien nodig, met behulp van de interpretatie daarvan door de | indien nodig, met behulp van de interpretatie daarvan door de |
rechtbanken, kan weten welke handelingen en welke verzuimen zijn | rechtbanken, kan weten welke handelingen en welke verzuimen zijn |
[strafrechtelijke] aansprakelijkheid meebrengen ». | [strafrechtelijke] aansprakelijkheid meebrengen ». |
In zijn arrest S.W. t/Verenigd Koninkrijk van 22 november 1995 (Série | In zijn arrest S.W. t/Verenigd Koninkrijk van 22 november 1995 (Série |
A, nr. 335-B, § 36), heeft het Hof gepreciseerd : | A, nr. 335-B, § 36), heeft het Hof gepreciseerd : |
« Hoe duidelijk de bewoordingen van een wetsbepaling ook mogen zijn, | « Hoe duidelijk de bewoordingen van een wetsbepaling ook mogen zijn, |
er bestaat, in ongeacht welk rechtsstelsel, met inbegrip van het | er bestaat, in ongeacht welk rechtsstelsel, met inbegrip van het |
strafrecht, onvermijdelijk een element van rechterlijke interpretatie. | strafrecht, onvermijdelijk een element van rechterlijke interpretatie. |
[...] Artikel 7 van het Verdrag kan niet in die zin worden | [...] Artikel 7 van het Verdrag kan niet in die zin worden |
geïnterpreteerd dat het verbiedt dat de regels van de strafrechtelijke | geïnterpreteerd dat het verbiedt dat de regels van de strafrechtelijke |
aansprakelijkheid door de rechterlijke interpretatie geleidelijk | aansprakelijkheid door de rechterlijke interpretatie geleidelijk |
worden verduidelijkt van geval tot geval, op voorwaarde dat het | worden verduidelijkt van geval tot geval, op voorwaarde dat het |
resultaat samenhangend is met de kern van de inbreuk en het redelijk | resultaat samenhangend is met de kern van de inbreuk en het redelijk |
voorzienbaar is ». | voorzienbaar is ». |
Het Hof heeft in het arrest Cantoni t/Frankrijk van 15 november 1996 | Het Hof heeft in het arrest Cantoni t/Frankrijk van 15 november 1996 |
(Recueil 1996-V), na te hebben bevestigd dat de legaliteitsvoorwaarde | (Recueil 1996-V), na te hebben bevestigd dat de legaliteitsvoorwaarde |
« vervuld is wanneer de rechtzoekende op basis van de bewoordingen van | « vervuld is wanneer de rechtzoekende op basis van de bewoordingen van |
de relevante bepaling (art. 7) en desnoods, met behulp van de | de relevante bepaling (art. 7) en desnoods, met behulp van de |
interpretatie ervan door de rechtbanken, kan weten welke handelingen | interpretatie ervan door de rechtbanken, kan weten welke handelingen |
en verzuimen zijn strafrechtelijke aansprakelijkheid meebrengen » (§ | en verzuimen zijn strafrechtelijke aansprakelijkheid meebrengen » (§ |
29), het volgende in herinnering gebracht : | 29), het volgende in herinnering gebracht : |
« [...] vanwege het beginsel zelf van de algemeenheid van de wetten, | « [...] vanwege het beginsel zelf van de algemeenheid van de wetten, |
kunnen de bewoordingen daarvan geen absolute precisie vertonen. Een | kunnen de bewoordingen daarvan geen absolute precisie vertonen. Een |
van de typische regelgevingstechnieken bestaat erin gebruik te maken | van de typische regelgevingstechnieken bestaat erin gebruik te maken |
van algemene categorieën, veeleer dan van exhaustieve lijsten. Aldus | van algemene categorieën, veeleer dan van exhaustieve lijsten. Aldus |
worden in talrijke wetten noodgedwongen min of meer vage bewoordingen | worden in talrijke wetten noodgedwongen min of meer vage bewoordingen |
gehanteerd teneinde een overdreven rigiditeit te vermijden en te | gehanteerd teneinde een overdreven rigiditeit te vermijden en te |
kunnen mee evolueren met wijzigende situaties. De interpretatie en de | kunnen mee evolueren met wijzigende situaties. De interpretatie en de |
toepassing van dergelijke teksten hangen af van de praktijk » (§ 31). | toepassing van dergelijke teksten hangen af van de praktijk » (§ 31). |
Ten slotte heeft het Hof opgemerkt : | Ten slotte heeft het Hof opgemerkt : |
« [...] de draagwijdte van het begrip voorzienbaarheid hangt in ruime | « [...] de draagwijdte van het begrip voorzienbaarheid hangt in ruime |
mate af van de inhoud van de desbetreffende tekst, het domein dat hij | mate af van de inhoud van de desbetreffende tekst, het domein dat hij |
bestrijkt en het aantal en de hoedanigheid van de adressaten ervan | bestrijkt en het aantal en de hoedanigheid van de adressaten ervan |
[...]. De voorzienbaarheid van de wet verzet zich niet ertegen dat de | [...]. De voorzienbaarheid van de wet verzet zich niet ertegen dat de |
betrokkenen ertoe worden aangezet een beroep te doen op bekwame | betrokkenen ertoe worden aangezet een beroep te doen op bekwame |
raadslieden om de gevolgen die uit een bepaalde handeling kunnen | raadslieden om de gevolgen die uit een bepaalde handeling kunnen |
voortvloeien, tot op een niveau dat binnen de omstandigheden van de | voortvloeien, tot op een niveau dat binnen de omstandigheden van de |
zaak redelijk is, te beoordelen » (§ 35). | zaak redelijk is, te beoordelen » (§ 35). |
B.7.1. Het is slechts bij het onderzoek van een specifieke | B.7.1. Het is slechts bij het onderzoek van een specifieke |
strafbepaling dat het mogelijk is om, rekening houdend met de | strafbepaling dat het mogelijk is om, rekening houdend met de |
elementen vermeld in B.6.2 in fine en in het bijzonder de elementen | elementen vermeld in B.6.2 in fine en in het bijzonder de elementen |
eigen aan de misdrijven die zij wil bestraffen, te bepalen of de door | eigen aan de misdrijven die zij wil bestraffen, te bepalen of de door |
de wetgever gehanteerde algemene bewoordingen zo vaag zijn dat ze het | de wetgever gehanteerde algemene bewoordingen zo vaag zijn dat ze het |
wettigheidsbeginsel in strafzaken zouden schenden. | wettigheidsbeginsel in strafzaken zouden schenden. |
B.7.2. Te dezen is de definitie die artikel 137, § 1, van het | B.7.2. Te dezen is de definitie die artikel 137, § 1, van het |
Strafwetboek, ingevoegd bij artikel 3 van de bestreden wet, geeft aan | Strafwetboek, ingevoegd bij artikel 3 van de bestreden wet, geeft aan |
het begrip « terroristisch misdrijf » geïnspireerd op de tekst van | het begrip « terroristisch misdrijf » geïnspireerd op de tekst van |
artikel 1, lid 1, van het voormelde kaderbesluit van 13 juni 2002 en | artikel 1, lid 1, van het voormelde kaderbesluit van 13 juni 2002 en |
verwijst zij naar de « context » waarin het wordt gepleegd en naar de | verwijst zij naar de « context » waarin het wordt gepleegd en naar de |
« aard » ervan. De Minister van Justitie, die tijdens de parlementaire | « aard » ervan. De Minister van Justitie, die tijdens de parlementaire |
voorbereiding hierover is ondervraagd, heeft gepreciseerd dat het | voorbereiding hierover is ondervraagd, heeft gepreciseerd dat het |
woord « context » als dusdanig is overgenomen uit het kaderbesluit : | woord « context » als dusdanig is overgenomen uit het kaderbesluit : |
« Met dat woord kan men niet alleen rekening houden met de aard van | « Met dat woord kan men niet alleen rekening houden met de aard van |
het misdrijf, maar ook met de gevolgen voor de organisatie en het | het misdrijf, maar ook met de gevolgen voor de organisatie en het |
bestuur van een land. Het zal de hoven en rechtbanken toekomen geval | bestuur van een land. Het zal de hoven en rechtbanken toekomen geval |
per geval te beoordelen of het misdrijf door de context waarin het | per geval te beoordelen of het misdrijf door de context waarin het |
wordt gepleegd, een land of een internationale organisatie ernstig kan | wordt gepleegd, een land of een internationale organisatie ernstig kan |
schaden » (Parl. St., Kamer, 2003-2004, DOC 51-0258/004, p. 14). | schaden » (Parl. St., Kamer, 2003-2004, DOC 51-0258/004, p. 14). |
Wat het opzettelijk element van het terroristisch misdrijf betreft, is | Wat het opzettelijk element van het terroristisch misdrijf betreft, is |
het juist dat de daaraan gegeven definitie, namelijk « opzettelijk | het juist dat de daaraan gegeven definitie, namelijk « opzettelijk |
gepleegd [...] met het oogmerk om een bevolking ernstige vrees aan te | gepleegd [...] met het oogmerk om een bevolking ernstige vrees aan te |
jagen of om de overheid of een internationale organisatie op | jagen of om de overheid of een internationale organisatie op |
onrechtmatige wijze te dwingen tot het verrichten of het zich | onrechtmatige wijze te dwingen tot het verrichten of het zich |
onthouden van een handeling, of om de politieke, constitutionele, | onthouden van een handeling, of om de politieke, constitutionele, |
economische of sociale basisstructuren van een land of een | economische of sociale basisstructuren van een land of een |
internationale organisatie ernstig te ontwrichten of te vernietigen », | internationale organisatie ernstig te ontwrichten of te vernietigen », |
in sommige gevallen aanleiding zou kunnen geven tot | in sommige gevallen aanleiding zou kunnen geven tot |
interpretatiemoeilijkheden. | interpretatiemoeilijkheden. |
Gelet op de keuze van de termen « ernstig », die tweemaal wordt | Gelet op de keuze van de termen « ernstig », die tweemaal wordt |
gebruikt, « op onrechtmatige wijze » of « vernietigen » en op de | gebruikt, « op onrechtmatige wijze » of « vernietigen » en op de |
verplichting om strafbepalingen strikt te interpreteren, zullen de | verplichting om strafbepalingen strikt te interpreteren, zullen de |
rechters die ze moeten interpreteren, feiten slechts als terroristisch | rechters die ze moeten interpreteren, feiten slechts als terroristisch |
misdrijf kunnen kwalificeren wanneer zij gepaard gaan met een | misdrijf kunnen kwalificeren wanneer zij gepaard gaan met een |
voornemen om de beoogde elementen ernstig te schaden, waardoor de | voornemen om de beoogde elementen ernstig te schaden, waardoor de |
bestanddelen van het misdrijf op voldoende wijze worden omschreven en | bestanddelen van het misdrijf op voldoende wijze worden omschreven en |
het voor iedere natuurlijke of rechtspersoon redelijkerwijs mogelijk | het voor iedere natuurlijke of rechtspersoon redelijkerwijs mogelijk |
is om de strafrechterlijke gevolgen van de aldus gedefinieerde, door | is om de strafrechterlijke gevolgen van de aldus gedefinieerde, door |
hem aangenomen gedragingen vooraf te kennen. | hem aangenomen gedragingen vooraf te kennen. |
Hetzelfde geldt voor de term « grootschalige » die in artikel 137, § | Hetzelfde geldt voor de term « grootschalige » die in artikel 137, § |
3, 1°, van het Strafwetboek, ingevoegd bij hetzelfde artikel 3, de | 3, 1°, van het Strafwetboek, ingevoegd bij hetzelfde artikel 3, de |
vernieling of beschadiging van een infrastructurele voorzienig, een | vernieling of beschadiging van een infrastructurele voorzienig, een |
vervoerssysteem, een publiek of privaat eigendom kwalificeert, en voor | vervoerssysteem, een publiek of privaat eigendom kwalificeert, en voor |
de term « aanzienlijke » die de intensiteit van de economische schade | de term « aanzienlijke » die de intensiteit van de economische schade |
als gevolg van die handelingen kwalificeert. Die termen maken het de | als gevolg van die handelingen kwalificeert. Die termen maken het de |
rechters die ze moeten interpreteren, niet mogelijk om handelingen | rechters die ze moeten interpreteren, niet mogelijk om handelingen |
waarvan de gevolgen kennelijk niet aanzienlijk zouden zijn, als | waarvan de gevolgen kennelijk niet aanzienlijk zouden zijn, als |
terroristische misdrijven te beschouwen. | terroristische misdrijven te beschouwen. |
Aan een tekst met algemene draagwijdte kan niet worden verweten geen | Aan een tekst met algemene draagwijdte kan niet worden verweten geen |
preciezere definitie van het opzet te geven dat is vereist voor een | preciezere definitie van het opzet te geven dat is vereist voor een |
geheel van misdrijven die als terroristische misdrijven kunnen worden | geheel van misdrijven die als terroristische misdrijven kunnen worden |
bestraft. Zoals het hem toekomt wanneer hij over de ernst van de aan | bestraft. Zoals het hem toekomt wanneer hij over de ernst van de aan |
hem voorgelegde feiten moet oordelen, zal de rechter dat opzet moeten | hem voorgelegde feiten moet oordelen, zal de rechter dat opzet moeten |
beoordelen, niet op grond van subjectieve opvattingen die de | beoordelen, niet op grond van subjectieve opvattingen die de |
toepassing van de in het geding zijnde bepaling onvoorzienbaar zouden | toepassing van de in het geding zijnde bepaling onvoorzienbaar zouden |
maken, maar door de objectieve bestanddelen van elk misdrijf in | maken, maar door de objectieve bestanddelen van elk misdrijf in |
overweging te nemen en met de specifieke omstandigheden van elke zaak | overweging te nemen en met de specifieke omstandigheden van elke zaak |
rekening te houden. Evenzo staat het aan de rechter om het vereiste | rekening te houden. Evenzo staat het aan de rechter om het vereiste |
bijzondere opzet te beoordelen. Wat betreft de te verregaande | bijzondere opzet te beoordelen. Wat betreft de te verregaande |
bevoegdheden waarover de politiediensten, volgens de verzoekende | bevoegdheden waarover de politiediensten, volgens de verzoekende |
partijen, zouden beschikken als gevolg van de onbepaaldheid van de | partijen, zouden beschikken als gevolg van de onbepaaldheid van de |
gebruikte bewoordingen, merkt het Hof op dat de opdrachten van de | gebruikte bewoordingen, merkt het Hof op dat de opdrachten van de |
politie in strafzaken onder het toezicht van de hoven en rechtbanken | politie in strafzaken onder het toezicht van de hoven en rechtbanken |
worden uitgeoefend. | worden uitgeoefend. |
B.7.3. Ten slotte verbiedt artikel 139, tweede lid, van het | B.7.3. Ten slotte verbiedt artikel 139, tweede lid, van het |
Strafwetboek, ingevoegd bij artikel 5 van de bestreden wet, « een | Strafwetboek, ingevoegd bij artikel 5 van de bestreden wet, « een |
organisatie waarvan het feitelijk oogmerk uitsluitend politiek, | organisatie waarvan het feitelijk oogmerk uitsluitend politiek, |
vakorganisatorisch, menslievend, levensbeschouwelijk of godsdienstig | vakorganisatorisch, menslievend, levensbeschouwelijk of godsdienstig |
is of die uitsluitend enig ander rechtmatig oogmerk nastreeft » als | is of die uitsluitend enig ander rechtmatig oogmerk nastreeft » als |
een terroristische groep te beschouwen. | een terroristische groep te beschouwen. |
Uit de parlementaire voorbereiding blijkt dat de wetgever het gevaar | Uit de parlementaire voorbereiding blijkt dat de wetgever het gevaar |
voor misbruiken heeft ingezien waartoe de aanneming van een strafwet | voor misbruiken heeft ingezien waartoe de aanneming van een strafwet |
tot bestraffing van terroristische handelingen aanleiding kon geven en | tot bestraffing van terroristische handelingen aanleiding kon geven en |
dat, ondanks het advies van de Raad van State, die van mening was dat | dat, ondanks het advies van de Raad van State, die van mening was dat |
die bepaling een « vanzelfsprekendheid [was] die niet thuishoort in | die bepaling een « vanzelfsprekendheid [was] die niet thuishoort in |
het Strafwetboek », die bepaling bewust werd behouden om het evenwicht | het Strafwetboek », die bepaling bewust werd behouden om het evenwicht |
te bewaren tussen de doeltreffendheid van de strijd tegen het | te bewaren tussen de doeltreffendheid van de strijd tegen het |
terrorisme en de eerbiediging van de fundamentele vrijheden : « In die | terrorisme en de eerbiediging van de fundamentele vrijheden : « In die |
zaken is het beter nodeloos uitdrukkelijk te zijn dan gevaarlijk | zaken is het beter nodeloos uitdrukkelijk te zijn dan gevaarlijk |
stilzwijgend en dubbelzinnig » (Parl. St., Kamer, 2003-2004, DOC | stilzwijgend en dubbelzinnig » (Parl. St., Kamer, 2003-2004, DOC |
51-0258/004, pp. 10-11; zie ook ibid., pp. 4-5). Vervolgens is | 51-0258/004, pp. 10-11; zie ook ibid., pp. 4-5). Vervolgens is |
voorgesteld om een aanvullend artikel met algemene draagwijdte | voorgesteld om een aanvullend artikel met algemene draagwijdte |
betreffende de fundamentele vrijheden in te voegen (ibid., pp. 16 tot | betreffende de fundamentele vrijheden in te voegen (ibid., pp. 16 tot |
19). Artikel 9 van de bestreden wet heeft aldus een artikel 141ter in | 19). Artikel 9 van de bestreden wet heeft aldus een artikel 141ter in |
het Strafwetboek ingevoegd, luidens hetwelk geen enkele bepaling uit | het Strafwetboek ingevoegd, luidens hetwelk geen enkele bepaling uit |
titel Iter van boek II van dat Wetboek « kan worden gelezen in die zin | titel Iter van boek II van dat Wetboek « kan worden gelezen in die zin |
dat zij een beperking of een belemmering beoogt van rechten of | dat zij een beperking of een belemmering beoogt van rechten of |
fundamentele vrijheden, zoals het stakingsrecht, de vrijheid van | fundamentele vrijheden, zoals het stakingsrecht, de vrijheid van |
vergadering, vereniging of meningsuiting, waaronder het recht om, voor | vergadering, vereniging of meningsuiting, waaronder het recht om, voor |
de verdediging van de eigen belangen, samen met anderen vakbonden op | de verdediging van de eigen belangen, samen met anderen vakbonden op |
te richten dan wel zich daarbij aan te sluiten, evenals het daarmee | te richten dan wel zich daarbij aan te sluiten, evenals het daarmee |
samenhangende recht van betoging, en zoals onder meer verankerd in de | samenhangende recht van betoging, en zoals onder meer verankerd in de |
artikelen 8 tot 11 van het Europees Verdrag tot bescherming van de | artikelen 8 tot 11 van het Europees Verdrag tot bescherming van de |
rechten van de mens en de fundamentele vrijheden ». | rechten van de mens en de fundamentele vrijheden ». |
B.7.4. Hieruit volgt dat artikel 3 van de wet van 19 december 2003, | B.7.4. Hieruit volgt dat artikel 3 van de wet van 19 december 2003, |
ook al laat het aan de rechter een ruime beoordelingsbevoegdheid, hem | ook al laat het aan de rechter een ruime beoordelingsbevoegdheid, hem |
geen autonome bevoegdheid inzake strafbaarstelling toekent die inbreuk | geen autonome bevoegdheid inzake strafbaarstelling toekent die inbreuk |
zou maken op de bevoegdheden van de wetgever. | zou maken op de bevoegdheden van de wetgever. |
Het eerste middel is niet gegrond. | Het eerste middel is niet gegrond. |
Ten aanzien van de verzoeken om aan het Hof van Justitie van de | Ten aanzien van de verzoeken om aan het Hof van Justitie van de |
Europese Gemeenschappen prejudiciële vragen te stellen | Europese Gemeenschappen prejudiciële vragen te stellen |
B.8. Uit hetgeen voorafgaat volgt dat, overeenkomstig artikel 35 van | B.8. Uit hetgeen voorafgaat volgt dat, overeenkomstig artikel 35 van |
het Verdrag betreffende de Europese Unie, het niet nodig is aan het | het Verdrag betreffende de Europese Unie, het niet nodig is aan het |
Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen prejudiciële vragen te | Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen prejudiciële vragen te |
stellen over de geldigheid en de uitlegging van het kaderbesluit van | stellen over de geldigheid en de uitlegging van het kaderbesluit van |
13 juni 2002. | 13 juni 2002. |
Ten aanzien van het tweede middel | Ten aanzien van het tweede middel |
B.9. De verzoekende partijen leiden een tweede middel af uit de | B.9. De verzoekende partijen leiden een tweede middel af uit de |
schending van de artikelen 10, 11 en 12 van de Grondwet, in samenhang | schending van de artikelen 10, 11 en 12 van de Grondwet, in samenhang |
gelezen met artikel 22 van de Grondwet en met artikel 8 van het | gelezen met artikel 22 van de Grondwet en met artikel 8 van het |
Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Zij zijn van mening dat, | Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Zij zijn van mening dat, |
indien het Hof het eerste middel ongegrond verklaart, het Hof alle | indien het Hof het eerste middel ongegrond verklaart, het Hof alle |
verschillen in behandeling moet nagaan die de bestreden wet met zich | verschillen in behandeling moet nagaan die de bestreden wet met zich |
meebrengt, wegens « het onduidelijke en vage karakter » van de | meebrengt, wegens « het onduidelijke en vage karakter » van de |
definitie van het terroristisch misdrijf, onder de personen die ervan | definitie van het terroristisch misdrijf, onder de personen die ervan |
worden verdacht de in paragraaf 2 van artikel 137 van het | worden verdacht de in paragraaf 2 van artikel 137 van het |
Strafwetboek, ingevoegd bij artikel 3 van de wet, beoogde misdrijven | Strafwetboek, ingevoegd bij artikel 3 van de wet, beoogde misdrijven |
te hebben gepleegd, naargelang die al dan niet als terroristisch | te hebben gepleegd, naargelang die al dan niet als terroristisch |
worden gekwalificeerd. Die verschillen in behandeling zouden tot | worden gekwalificeerd. Die verschillen in behandeling zouden tot |
uiting komen in het stadium van het inleidend onderzoek, wegens de | uiting komen in het stadium van het inleidend onderzoek, wegens de |
bijzondere opsporingsmethoden die vanwege de terroristische misdrijven | bijzondere opsporingsmethoden die vanwege de terroristische misdrijven |
zijn toegestaan, tijdens de fase van de berechting, omdat anonieme | zijn toegestaan, tijdens de fase van de berechting, omdat anonieme |
getuigenissen als volwaardig bewijs kunnen worden gebruikt, en ten | getuigenissen als volwaardig bewijs kunnen worden gebruikt, en ten |
slotte wegens de opgelegde sancties die voor terroristische misdrijven | slotte wegens de opgelegde sancties die voor terroristische misdrijven |
telkens worden verzwaard. | telkens worden verzwaard. |
B.10. Nu het eerste middel niet gegrond is, kan niet worden aangenomen | B.10. Nu het eerste middel niet gegrond is, kan niet worden aangenomen |
dat « het onduidelijke en vage karakter » van de definitie van het | dat « het onduidelijke en vage karakter » van de definitie van het |
terroristisch misdrijf discriminerend is. Bij het onderzoek van het | terroristisch misdrijf discriminerend is. Bij het onderzoek van het |
eerste middel heeft het Hof immers geoordeeld dat het criterium van | eerste middel heeft het Hof immers geoordeeld dat het criterium van |
onderscheid tussen de vervolgde personen naargelang het misdrijf al | onderscheid tussen de vervolgde personen naargelang het misdrijf al |
dan niet als terroristisch wordt gekwalificeerd, in overeenstemming is | dan niet als terroristisch wordt gekwalificeerd, in overeenstemming is |
met het wettigheidsbeginsel. | met het wettigheidsbeginsel. |
B.11.1. Het staat niet aan het Hof te oordelen of het, gelet op de | B.11.1. Het staat niet aan het Hof te oordelen of het, gelet op de |
internationale verplichtingen van België, opportuun was de straffen te | internationale verplichtingen van België, opportuun was de straffen te |
verzwaren en bijgevolg het toepassingsgebied van de voorlopige | verzwaren en bijgevolg het toepassingsgebied van de voorlopige |
hechtenis uit te breiden en, als gevolg daarvan, het toepassingsgebied | hechtenis uit te breiden en, als gevolg daarvan, het toepassingsgebied |
van de minnelijke schikking in strafzaken en dat van de | van de minnelijke schikking in strafzaken en dat van de |
correctionalisering te beperken. Op dezelfde wijze is de beweerdelijk | correctionalisering te beperken. Op dezelfde wijze is de beweerdelijk |
discriminerende toepassing van de drie onderzoeksmethoden die de | discriminerende toepassing van de drie onderzoeksmethoden die de |
verzoekende partijen in het vijfde, zesde en zevende onderdeel van het | verzoekende partijen in het vijfde, zesde en zevende onderdeel van het |
tweede middel bekritiseren, slechts het logische gevolg van de keuze | tweede middel bekritiseren, slechts het logische gevolg van de keuze |
van de wetgever om de terroristische misdrijven door middel van een | van de wetgever om de terroristische misdrijven door middel van een |
specifieke wet te bestraffen en het niveau van de straffen | specifieke wet te bestraffen en het niveau van de straffen |
stelselmatig te verzwaren ten opzichte van gelijkwaardige misdrijven | stelselmatig te verzwaren ten opzichte van gelijkwaardige misdrijven |
in het gemeen recht. Dezelfde redenering geldt voor de acht | in het gemeen recht. Dezelfde redenering geldt voor de acht |
onderzoeksmethoden, zoals ingevoegd in artikel 90ter van het Wetboek | onderzoeksmethoden, zoals ingevoegd in artikel 90ter van het Wetboek |
van Strafvordering, die volgens de bestreden wet van toepassing zijn | van Strafvordering, die volgens de bestreden wet van toepassing zijn |
op de vermoedelijke daders van terroristische misdrijven en die in het | op de vermoedelijke daders van terroristische misdrijven en die in het |
achtste tot vijftiende onderdeel van het tweede middel worden | achtste tot vijftiende onderdeel van het tweede middel worden |
bekritiseerd. Het middel kan, in die onderdelen, niet rechtstreeks | bekritiseerd. Het middel kan, in die onderdelen, niet rechtstreeks |
betrekking hebben op de grondwettigheid van de wet van 6 januari 2003 | betrekking hebben op de grondwettigheid van de wet van 6 januari 2003 |
« betreffende de bijzondere opsporingsmethoden », en enige andere | « betreffende de bijzondere opsporingsmethoden », en enige andere |
onderzoeksmethoden die niet het voorwerp van het onderhavige beroep | onderzoeksmethoden die niet het voorwerp van het onderhavige beroep |
uitmaakt. Wat de grondwettigheid van die wet betreft heeft het Hof | uitmaakt. Wat de grondwettigheid van die wet betreft heeft het Hof |
reeds uitspraak gedaan in zijn arrest nr. 202/2004 van 21 december | reeds uitspraak gedaan in zijn arrest nr. 202/2004 van 21 december |
2004. In die onderdelen moet het middel dus in die zin worden | 2004. In die onderdelen moet het middel dus in die zin worden |
geïnterpreteerd dat het de uitbreiding van die methoden tot de | geïnterpreteerd dat het de uitbreiding van die methoden tot de |
vermoedelijke daders van terroristische misdrijven aanklaagt. Gelet op | vermoedelijke daders van terroristische misdrijven aanklaagt. Gelet op |
de noodzaak om terroristische handelingen doeltreffend te bestrijden, | de noodzaak om terroristische handelingen doeltreffend te bestrijden, |
is die uitbreiding verantwoord. | is die uitbreiding verantwoord. |
B.11.2. Het beginsel van de verzwaring van de straffen dat artikel 4 | B.11.2. Het beginsel van de verzwaring van de straffen dat artikel 4 |
van de bestreden wet heeft ingevoerd, is vervat in artikel 5 van het | van de bestreden wet heeft ingevoerd, is vervat in artikel 5 van het |
kaderbesluit van 13 juni 2002. Tijdens de parlementaire voorbereiding | kaderbesluit van 13 juni 2002. Tijdens de parlementaire voorbereiding |
die aan de aanneming van de wet is voorafgegaan, is de kwestie van de | die aan de aanneming van de wet is voorafgegaan, is de kwestie van de |
verzwaring van de straffen besproken. Bewust van de noodzaak om het | verzwaring van de straffen besproken. Bewust van de noodzaak om het |
terrorisme doeltreffend te bestrijden, heeft de wetgever geoordeeld | terrorisme doeltreffend te bestrijden, heeft de wetgever geoordeeld |
dat de handelingen die volgens het gemeen strafrecht eveneens | dat de handelingen die volgens het gemeen strafrecht eveneens |
strafbaar zijn, zwaarder moeten worden bestraft wanneer zij als | strafbaar zijn, zwaarder moeten worden bestraft wanneer zij als |
terroristische handelingen worden beschouwd (Parl. St., Kamer, | terroristische handelingen worden beschouwd (Parl. St., Kamer, |
2003-2004, DOC 51-0258/004, pp. 3, 4, 5, en Parl. St., Senaat, | 2003-2004, DOC 51-0258/004, pp. 3, 4, 5, en Parl. St., Senaat, |
2003-2004, nr. 3-332/3, p. 1). | 2003-2004, nr. 3-332/3, p. 1). |
De wetgever onderzocht meer bepaald de gevolgen van die stelselmatige | De wetgever onderzocht meer bepaald de gevolgen van die stelselmatige |
verzwaring van de straffen en vroeg zich met name af wat de | verzwaring van de straffen en vroeg zich met name af wat de |
draagwijdte was van de nieuwe artikelen 140 en 141 van het | draagwijdte was van de nieuwe artikelen 140 en 141 van het |
Strafwetboek, die de deelname aan een activiteit van een | Strafwetboek, die de deelname aan een activiteit van een |
terroristische groep of het verstrekken van materiele middelen | terroristische groep of het verstrekken van materiele middelen |
daaraan, bestraft met opsluiting van vijf tot tien jaar, terwijl het | daaraan, bestraft met opsluiting van vijf tot tien jaar, terwijl het |
nieuwe artikel 138 van hetzelfde Wetboek, dat het eigenlijke plegen | nieuwe artikel 138 van hetzelfde Wetboek, dat het eigenlijke plegen |
van die misdrijven betreft, voorziet in soms aanzienlijk lichtere | van die misdrijven betreft, voorziet in soms aanzienlijk lichtere |
straffen. De Minister van Justitie antwoordde daaromtrent : | straffen. De Minister van Justitie antwoordde daaromtrent : |
« [...] een onderscheid moet worden gemaakt tussen het plegen van | « [...] een onderscheid moet worden gemaakt tussen het plegen van |
terroristische misdrijven als dusdanig, en de deelname aan criminele | terroristische misdrijven als dusdanig, en de deelname aan criminele |
activiteiten van de terroristische groep, met dien verstande dat dat | activiteiten van de terroristische groep, met dien verstande dat dat |
misdrijf niet rechtstreeks uit het plegen van een terroristisch | misdrijf niet rechtstreeks uit het plegen van een terroristisch |
misdrijf mag bestaan. Wanneer een persoon willens en wetens deelneemt | misdrijf mag bestaan. Wanneer een persoon willens en wetens deelneemt |
aan de criminele activiteiten van een terroristische groep, moet de | aan de criminele activiteiten van een terroristische groep, moet de |
strafmaat zwaarder zijn dan bij deelname aan een criminele | strafmaat zwaarder zijn dan bij deelname aan een criminele |
organisatie. Voor de terroristische misdrijven zelf is de toegepaste | organisatie. Voor de terroristische misdrijven zelf is de toegepaste |
straf zwaarder dan de straf die het huidige Strafwetboek oplegt voor | straf zwaarder dan de straf die het huidige Strafwetboek oplegt voor |
een soortgelijke handeling zonder terroristisch oogmerk. | een soortgelijke handeling zonder terroristisch oogmerk. |
Sommige straffen van die laatste categorie zijn inderdaad minder zwaar | Sommige straffen van die laatste categorie zijn inderdaad minder zwaar |
dan de straffen die worden opgelegd op grond van deelname aan een | dan de straffen die worden opgelegd op grond van deelname aan een |
activiteit van een terroristische groep, maar zulks geldt weliswaar | activiteit van een terroristische groep, maar zulks geldt weliswaar |
alleen voor zo goed als risicoloze terroristische handelingen. Er | alleen voor zo goed als risicoloze terroristische handelingen. Er |
kunnen zich dus situaties voordoen waarin er sprake is van samenloop | kunnen zich dus situaties voordoen waarin er sprake is van samenloop |
van misdrijven, waarbij een persoon wordt vervolgd zowel voor het | van misdrijven, waarbij een persoon wordt vervolgd zowel voor het |
plegen van een terroristisch misdrijf (lichte straf) als voor deelname | plegen van een terroristisch misdrijf (lichte straf) als voor deelname |
aan een terroristische handeling (zwaardere straf). In dergelijke | aan een terroristische handeling (zwaardere straf). In dergelijke |
gevallen kan worden erkend dat de persoon aan de beide misdrijven | gevallen kan worden erkend dat de persoon aan de beide misdrijven |
schuldig is en kan hij/zij voor de beide misdrijven worden | schuldig is en kan hij/zij voor de beide misdrijven worden |
veroordeeld, maar volgens de bepalingen van Boek I van het | veroordeeld, maar volgens de bepalingen van Boek I van het |
Strafwetboek zullen de regels inzake de samenloop van misdrijven | Strafwetboek zullen de regels inzake de samenloop van misdrijven |
worden toegepast » (Parl. St., Kamer, 2003, DOC 51-0258/004, p. | worden toegepast » (Parl. St., Kamer, 2003, DOC 51-0258/004, p. |
21-22). | 21-22). |
Andere situaties zijn ter sprake gebracht die het mogelijk maken te | Andere situaties zijn ter sprake gebracht die het mogelijk maken te |
beweren dat de wetgever misdrijven die hij bijzonder ernstig achtte, | beweren dat de wetgever misdrijven die hij bijzonder ernstig achtte, |
zwaar heeft willen bestraffen, waarbij hij zich evenwel ervan bewust | zwaar heeft willen bestraffen, waarbij hij zich evenwel ervan bewust |
was dat de rechter steeds moet kunnen oordelen over de graad van ernst | was dat de rechter steeds moet kunnen oordelen over de graad van ernst |
van elk geval. In dat opzicht dient te worden herinnerd aan de | van elk geval. In dat opzicht dient te worden herinnerd aan de |
constante zorg van de wetgever dat, door de terroristische misdrijven | constante zorg van de wetgever dat, door de terroristische misdrijven |
strafbaar te stellen, geen afbreuk zou worden gedaan aan de | strafbaar te stellen, geen afbreuk zou worden gedaan aan de |
uitoefening van de fundamentele vrijheden, reden waarom de nieuwe | uitoefening van de fundamentele vrijheden, reden waarom de nieuwe |
artikelen 139, tweede lid, en 141ter in het Strafwetboek werden | artikelen 139, tweede lid, en 141ter in het Strafwetboek werden |
ingevoegd. In dezelfde geest heeft de wetgever het beginsel van het | ingevoegd. In dezelfde geest heeft de wetgever het beginsel van het |
werken met spijtoptanten, dat nochtans wordt aanbevolen in het | werken met spijtoptanten, dat nochtans wordt aanbevolen in het |
kaderbesluit als een zinvolle maatregel om aanslagen tijdens de | kaderbesluit als een zinvolle maatregel om aanslagen tijdens de |
voorbereidingsfase ervan te verijdelen of om netwerken op te rollen, | voorbereidingsfase ervan te verijdelen of om netwerken op te rollen, |
niet in het Belgische recht willen omzetten. Het bezwaar is immers | niet in het Belgische recht willen omzetten. Het bezwaar is immers |
geuit dat het aanwenden van die maatregel « ethische problemen doet | geuit dat het aanwenden van die maatregel « ethische problemen doet |
rijzen omdat wordt uitgegaan van het beginsel dat de plegers van een | rijzen omdat wordt uitgegaan van het beginsel dat de plegers van een |
misdrijf worden beloond » (ibid., pp. 9 en 12). | misdrijf worden beloond » (ibid., pp. 9 en 12). |
Ten slotte, zoals is uiteengezet in B.11.1, is de mogelijkheid om | Ten slotte, zoals is uiteengezet in B.11.1, is de mogelijkheid om |
gebruik te maken van de voorlopige hechtenis wanneer terroristische | gebruik te maken van de voorlopige hechtenis wanneer terroristische |
misdrijven worden gepleegd, het gevolg van de verzwaring van de door | misdrijven worden gepleegd, het gevolg van de verzwaring van de door |
de wetgever bepaalde straffen. Bovendien is de onderzoeksrechter nooit | de wetgever bepaalde straffen. Bovendien is de onderzoeksrechter nooit |
ertoe gehouden een persoon in hechtenis te nemen en verandert de | ertoe gehouden een persoon in hechtenis te nemen en verandert de |
bestreden wet niets aan de voorwaarden die met name zijn bepaald bij | bestreden wet niets aan de voorwaarden die met name zijn bepaald bij |
artikel 16 van de wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige | artikel 16 van de wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige |
hechtenis. | hechtenis. |
B.11.3. Voorts verwijten de verzoekende partijen artikel 14 van de | B.11.3. Voorts verwijten de verzoekende partijen artikel 14 van de |
bestreden wet dat het, met schending van de artikelen 10 en 11 van de | bestreden wet dat het, met schending van de artikelen 10 en 11 van de |
Grondwet, de territoriale bevoegdheid van de Belgische rechter | Grondwet, de territoriale bevoegdheid van de Belgische rechter |
uitbreidt tot de misdrijven bepaald in de artikelen 137, 140 en 141 | uitbreidt tot de misdrijven bepaald in de artikelen 137, 140 en 141 |
van het Strafwetboek, wanneer zij worden gepleegd tegen een Belgische | van het Strafwetboek, wanneer zij worden gepleegd tegen een Belgische |
onderdaan of instelling, of tegen een instelling van de Europese Unie | onderdaan of instelling, of tegen een instelling van de Europese Unie |
of van een orgaan opgericht overeenkomstig het Verdrag tot oprichting | of van een orgaan opgericht overeenkomstig het Verdrag tot oprichting |
van de Europese Gemeenschap of het Verdrag betreffende de Europese | van de Europese Gemeenschap of het Verdrag betreffende de Europese |
Unie, die in het Rijk is gevestigd. | Unie, die in het Rijk is gevestigd. |
Uitgaande van de vaststelling dat terrorisme steeds vaker voortvloeit | Uitgaande van de vaststelling dat terrorisme steeds vaker voortvloeit |
uit activiteiten van netwerken die op internationaal niveau opereren, | uit activiteiten van netwerken die op internationaal niveau opereren, |
verplicht het kaderbesluit van 13 juni 2002 de lidstaten maatregelen | verplicht het kaderbesluit van 13 juni 2002 de lidstaten maatregelen |
inzake terrorisme te nemen die rekening houden met de afwezigheid van | inzake terrorisme te nemen die rekening houden met de afwezigheid van |
grenzen in de Europese Unie en met het recht van verkeer van de | grenzen in de Europese Unie en met het recht van verkeer van de |
personen. De wetgever vermocht, zonder de artikelen 10 en 11 van de | personen. De wetgever vermocht, zonder de artikelen 10 en 11 van de |
Grondwet te schenden, het kaderbesluit ten uitvoer te leggen door het | Grondwet te schenden, het kaderbesluit ten uitvoer te leggen door het |
passief personaliteitsbeginsel als aanknopingspunt voor de bevoegdheid | passief personaliteitsbeginsel als aanknopingspunt voor de bevoegdheid |
van de Belgische rechter te kiezen. De keuze van dat criterium is des | van de Belgische rechter te kiezen. De keuze van dat criterium is des |
te meer gerechtvaardigd, omdat in België talrijke instellingen van de | te meer gerechtvaardigd, omdat in België talrijke instellingen van de |
Europese Unie zijn gevestigd die het doelwit kunnen zijn van daden van | Europese Unie zijn gevestigd die het doelwit kunnen zijn van daden van |
terrorisme die door de bestreden wet strafbaar worden gesteld. | terrorisme die door de bestreden wet strafbaar worden gesteld. |
B.11.4. Het tweede middel kan niet worden aangenomen. | B.11.4. Het tweede middel kan niet worden aangenomen. |
Om die redenen, | Om die redenen, |
het Hof | het Hof |
verwerpt het beroep. | verwerpt het beroep. |
Aldus uitgesproken in het Frans, het Nederlands en het Duits, | Aldus uitgesproken in het Frans, het Nederlands en het Duits, |
overeenkomstig artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op | overeenkomstig artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op |
het Arbitragehof, op de openbare terechtzitting van 13 juli 2005. | het Arbitragehof, op de openbare terechtzitting van 13 juli 2005. |
De griffier, | De griffier, |
P.-Y. Dutilleux. | P.-Y. Dutilleux. |
De wnd. voorzitter, | De wnd. voorzitter, |
P. Martens. | P. Martens. |