Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Arrest van --
← Terug naar "Uittreksel uit arrest nr. 156/2003 van 26 november 2003 Rolnummer 2776 In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 52, § 2, van het Waalse Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedebouw en Patrimonium, vóór de wijziging ervan bij Het Arbitragehof, samengesteld uit de voorzitters M. Melchior en A. Arts, en de rechters R. Henn(...)"
Uittreksel uit arrest nr. 156/2003 van 26 november 2003 Rolnummer 2776 In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 52, § 2, van het Waalse Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedebouw en Patrimonium, vóór de wijziging ervan bij Het Arbitragehof, samengesteld uit de voorzitters M. Melchior en A. Arts, en de rechters R. Henn(...) Uittreksel uit arrest nr. 156/2003 van 26 november 2003 Rolnummer 2776 In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 52, § 2, van het Waalse Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedebouw en Patrimonium, vóór de wijziging ervan bij Het Arbitragehof, samengesteld uit de voorzitters M. Melchior en A. Arts, en de rechters R. Henn(...)
ARBITRAGEHOF ARBITRAGEHOF
Uittreksel uit arrest nr. 156/2003 van 26 november 2003 Uittreksel uit arrest nr. 156/2003 van 26 november 2003
Rolnummer 2776 Rolnummer 2776
In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 52, § 2, van het In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 52, § 2, van het
Waalse Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedebouw en Patrimonium, Waalse Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedebouw en Patrimonium,
vóór de wijziging ervan bij het decreet van het Waalse Gewest van 27 vóór de wijziging ervan bij het decreet van het Waalse Gewest van 27
november 1997, gesteld door de wnd. voorzitster van de Rechtbank van november 1997, gesteld door de wnd. voorzitster van de Rechtbank van
eerste aanleg te Nijvel. eerste aanleg te Nijvel.
Het Arbitragehof, Het Arbitragehof,
samengesteld uit de voorzitters M. Melchior en A. Arts, en de rechters samengesteld uit de voorzitters M. Melchior en A. Arts, en de rechters
R. Henneuse, E. De Groot, L. Lavrysen, J.-P. Snappe en E. Derycke, R. Henneuse, E. De Groot, L. Lavrysen, J.-P. Snappe en E. Derycke,
bijgestaan door de griffier P.-Y. Dutilleux, onder voorzitterschap van bijgestaan door de griffier P.-Y. Dutilleux, onder voorzitterschap van
voorzitter M. Melchior, voorzitter M. Melchior,
wijst na beraad het volgende arrest : wijst na beraad het volgende arrest :
I. Onderwerp van de prejudiciële vraag en rechtspleging I. Onderwerp van de prejudiciële vraag en rechtspleging
Bij beschikking in kort geding van 8 augustus 2003 in zake J.-M. Bij beschikking in kort geding van 8 augustus 2003 in zake J.-M.
Borsus en D. Dumont de Chassart tegen I. Gryspeert, waarvan de Borsus en D. Dumont de Chassart tegen I. Gryspeert, waarvan de
expeditie ter griffie van het Arbitragehof is ingekomen op 27 augustus expeditie ter griffie van het Arbitragehof is ingekomen op 27 augustus
2003, heeft de wnd. voorzitster van de Rechtbank van eerste aanleg te 2003, heeft de wnd. voorzitster van de Rechtbank van eerste aanleg te
Nijvel de volgende prejudiciële vraag gesteld : Nijvel de volgende prejudiciële vraag gesteld :
« Schendt artikel 52, § 2, van het Waalse Wetboek van Ruimtelijke « Schendt artikel 52, § 2, van het Waalse Wetboek van Ruimtelijke
Ordening, Stedebouw en Patrimonium in de versie die voorafgaat aan de Ordening, Stedebouw en Patrimonium in de versie die voorafgaat aan de
bij het decreet van 27 november 1997 doorgevoerde hervorming, bij het decreet van 27 november 1997 doorgevoerde hervorming,
1o artikel 23 van de Grondwet, in zoverre het een regeling van 1o artikel 23 van de Grondwet, in zoverre het een regeling van
stilzwijgende vergunning invoert waardoor de bevoegde overheden geen stilzwijgende vergunning invoert waardoor de bevoegde overheden geen
uitdrukkelijke beslissing kunnen nemen in verband met een uitdrukkelijke beslissing kunnen nemen in verband met een
bouwvergunningsaanvraag teneinde de bescherming van een gezond bouwvergunningsaanvraag teneinde de bescherming van een gezond
leefmilieu te garanderen; leefmilieu te garanderen;
2o de artikelen 10 en 11 van de Grondwet in samenhang gelezen met 2o de artikelen 10 en 11 van de Grondwet in samenhang gelezen met
artikel 23, lid 4o [lees : artikel 23, derde lid, 4o] van de Grondwet artikel 23, lid 4o [lees : artikel 23, derde lid, 4o] van de Grondwet
en met de artikelen 6 en 13 van het Europees Verdrag voor de Rechten en met de artikelen 6 en 13 van het Europees Verdrag voor de Rechten
van de Mens, in zoverre het een regeling van stilzwijgende vergunning van de Mens, in zoverre het een regeling van stilzwijgende vergunning
invoert waarvan de toetsing door de hoven en rechtbanken van de invoert waarvan de toetsing door de hoven en rechtbanken van de
rechterlijke orde niet evenwaardig is met de jurisdictionele toetsing rechterlijke orde niet evenwaardig is met de jurisdictionele toetsing
die wordt uitgeoefend ten aanzien van een stedenbouwkundige vergunning die wordt uitgeoefend ten aanzien van een stedenbouwkundige vergunning
die uitdrukkelijk wordt uitgereikt door een daartoe bevoegde overheid, die uitdrukkelijk wordt uitgereikt door een daartoe bevoegde overheid,
waarbij aldus belanghebbende derden die te maken krijgen met een ' waarbij aldus belanghebbende derden die te maken krijgen met een '
stilzwijgende vergunning ' worden gediscrimineerd ten opzichte van stilzwijgende vergunning ' worden gediscrimineerd ten opzichte van
belanghebbende derden die te maken krijgen met een uitdrukkelijke belanghebbende derden die te maken krijgen met een uitdrukkelijke
vergunning ten opzichte waarvan een jurisdictionele toetsing is vergunning ten opzichte waarvan een jurisdictionele toetsing is
gewaarborgd ? » gewaarborgd ? »
Op 24 september 2003 hebben de rechters-verslaggevers R. Henneuse en Op 24 september 2003 hebben de rechters-verslaggevers R. Henneuse en
E. Derycke, met toepassing van artikel 72, eerste lid, van de E. Derycke, met toepassing van artikel 72, eerste lid, van de
bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof, het Hof ervan bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof, het Hof ervan
in kennis gesteld dat zij ertoe zouden kunnen worden gebracht voor te in kennis gesteld dat zij ertoe zouden kunnen worden gebracht voor te
stellen een arrest van onmiddellijk antwoord te wijzen. stellen een arrest van onmiddellijk antwoord te wijzen.
(...) (...)
II. In rechte II. In rechte
(...) (...)
B.1.1. Artikel 52 van het Waalse Wetboek van Ruimtelijke Ordening, B.1.1. Artikel 52 van het Waalse Wetboek van Ruimtelijke Ordening,
Stedebouw en Patrimonium (W.W.R.O.S.P.), in de versie die voorafgaat Stedebouw en Patrimonium (W.W.R.O.S.P.), in de versie die voorafgaat
aan de bij het decreet van 27 november 1997 doorgevoerde hervorming, aan de bij het decreet van 27 november 1997 doorgevoerde hervorming,
bepaalde : bepaalde :
«

Art. 52.§ 1. De aanvragen [lees : aanvrager] kan binnen dertig

«

Art. 52.§ 1. De aanvragen [lees : aanvrager] kan binnen dertig

dagen na de ontvangst van de beslissing van het college van dagen na de ontvangst van de beslissing van het college van
burgemeester en schepenen of van de weigeringsbeslissing van de burgemeester en schepenen of van de weigeringsbeslissing van de
gemachtigde ambtenaar bedoeld in artikel 51, § 1, tweede lid, van die gemachtigde ambtenaar bedoeld in artikel 51, § 1, tweede lid, van die
beslissing, in beroep komen bij de bestendige deputatie. Bij beslissing, in beroep komen bij de bestendige deputatie. Bij
ontstentenis van een beslissing kan hij eveneens in beroep komen ontstentenis van een beslissing kan hij eveneens in beroep komen
binnen dertig dagen na afloop van de in artikel 51, § 1, tweede lid, binnen dertig dagen na afloop van de in artikel 51, § 1, tweede lid,
bedoelde termijn. De bestendige deputatie zendt een afschrift van het bedoelde termijn. De bestendige deputatie zendt een afschrift van het
beroepsschrift, binnen vijf dagen na de ontvangst, aan de gemeenten en beroepsschrift, binnen vijf dagen na de ontvangst, aan de gemeenten en
aan de gemachtigde ambtenaar. aan de gemachtigde ambtenaar.
De aanvrager of zijn raadsman, het college van burgemeester en De aanvrager of zijn raadsman, het college van burgemeester en
schepenen of zijn gemachtigde, alsook de gemachtigde ambtenaar, schepenen of zijn gemachtigde, alsook de gemachtigde ambtenaar,
worden, op hun verzoek, door de bestendige deputatie gehoord. worden, op hun verzoek, door de bestendige deputatie gehoord.
Wanneer een partij vraagt te worden gehoord, worden ook de andere Wanneer een partij vraagt te worden gehoord, worden ook de andere
partijen opgeroepen. Van de beslissing van de bestendige deputatie partijen opgeroepen. Van de beslissing van de bestendige deputatie
wordt aan de aanvrager, aan het college en aan de gemachtigde wordt aan de aanvrager, aan het college en aan de gemachtigde
ambtenaar, kennis gegeven binnen zestig dagen na de datum van afgifte ambtenaar, kennis gegeven binnen zestig dagen na de datum van afgifte
bij de post van de aangetekende zending, die het beroep bevat. Ingeval bij de post van de aangetekende zending, die het beroep bevat. Ingeval
de partijen worden gehoord, wordt de termijn met vijftien dagen de partijen worden gehoord, wordt de termijn met vijftien dagen
verlengd. verlengd.
§ 2. Het college van burgemeester en schepenen alsook de gemachtigde § 2. Het college van burgemeester en schepenen alsook de gemachtigde
ambtenaar kunnen bij de Executieve in beroep komen binnen dertig dagen ambtenaar kunnen bij de Executieve in beroep komen binnen dertig dagen
na de ontvangst van de beslissing van de bestendige deputatie tot na de ontvangst van de beslissing van de bestendige deputatie tot
verlening van een vergunning. Dit beroep, evenals de termijn voor verlening van een vergunning. Dit beroep, evenals de termijn voor
instelling van het beroep, schorst de vergunning. Het wordt terzelfder instelling van het beroep, schorst de vergunning. Het wordt terzelfder
tijd ter kennis van de aanvrager en van de Executieve gebracht. Komt tijd ter kennis van de aanvrager en van de Executieve gebracht. Komt
de gemachtigde ambtenaar in beroep, dan geeft deze daarvan bovendien de gemachtigde ambtenaar in beroep, dan geeft deze daarvan bovendien
kennis aan het college. kennis aan het college.
De aanvrager kan bij de Executieve in beroep komen binnen dertig dagen De aanvrager kan bij de Executieve in beroep komen binnen dertig dagen
na de ontvangst van de beslissing van de bestendige deputatie of, bij na de ontvangst van de beslissing van de bestendige deputatie of, bij
gebreke van die ontvangst, na afloop van de termijn waarbinnen deze gebreke van die ontvangst, na afloop van de termijn waarbinnen deze
plaats moest hebben. Dit beroep wordt bij een ter post aangetekende plaats moest hebben. Dit beroep wordt bij een ter post aangetekende
brief gezonden aan de Executieve die een afschrift ervan aan het brief gezonden aan de Executieve die een afschrift ervan aan het
college stuurt binnen vijf dagen na de ontvangst. college stuurt binnen vijf dagen na de ontvangst.
De aanvrager of zijn raadsman, alsook het college of zijn gemachtigde De aanvrager of zijn raadsman, alsook het college of zijn gemachtigde
worden op hun verzoek door de Executieve of haar gemachtigde gehoord. worden op hun verzoek door de Executieve of haar gemachtigde gehoord.
Wanneer een partij vraagt te worden gehoord, worden ook de andere Wanneer een partij vraagt te worden gehoord, worden ook de andere
partijen opgeroepen. partijen opgeroepen.
Van de beslissing van de Executieve wordt aan de partijen kennis Van de beslissing van de Executieve wordt aan de partijen kennis
gegeven binnen zestig dagen na afgifte bij de post van de aangetekende gegeven binnen zestig dagen na afgifte bij de post van de aangetekende
zending, die het beroep bevat. Ingeval de partijen worden gehoord, zending, die het beroep bevat. Ingeval de partijen worden gehoord,
wordt de termijn met vijftien dagen verlengd. Bij gebreke kan de wordt de termijn met vijftien dagen verlengd. Bij gebreke kan de
aanvrager de zaak bij aangetekende brief aan de Executieve aanvrager de zaak bij aangetekende brief aan de Executieve
rappelleren. rappelleren.
Heeft de aanvrager geen beslissing ontvangen bij het verstrijken van Heeft de aanvrager geen beslissing ontvangen bij het verstrijken van
een nieuwe termijn van dertig dagen met ingang van de dag waarop de een nieuwe termijn van dertig dagen met ingang van de dag waarop de
rappelbrief ter post is afgegeven, dan mag hij zonder verdere rappelbrief ter post is afgegeven, dan mag hij zonder verdere
formaliteiten overgaan tot het uitvoeren van het werk of het formaliteiten overgaan tot het uitvoeren van het werk of het
verrichten van de handelingen, mits hij zich gedraagt naar de verrichten van de handelingen, mits hij zich gedraagt naar de
aanwijzingen van het dossier dat hij heeft ingediend, naar de wetten aanwijzingen van het dossier dat hij heeft ingediend, naar de wetten
en verordeningen, met name naar de voorschriften van de goedgekeurde en verordeningen, met name naar de voorschriften van de goedgekeurde
plannen van aanleg, alsmede naar de bepalingen van de plannen van aanleg, alsmede naar de bepalingen van de
verkavelingsvergunning; is het beroep door het college of de verkavelingsvergunning; is het beroep door het college of de
gemachtigde ambtenaar ingesteld, dan mag de aanvrager overgaan tot het gemachtigde ambtenaar ingesteld, dan mag de aanvrager overgaan tot het
uitvoeren van het werk of het verrichten van de handelingen, mits hij uitvoeren van het werk of het verrichten van de handelingen, mits hij
zich gedraagt naar de beslissing van de bestendige deputatie. zich gedraagt naar de beslissing van de bestendige deputatie.
§ 3. De beslissingen van de bestendige deputatie en van de Executieve § 3. De beslissingen van de bestendige deputatie en van de Executieve
worden met redenen omkleed. worden met redenen omkleed.
De vergunning kan worden geweigerd om dezelfde redenen, worden De vergunning kan worden geweigerd om dezelfde redenen, worden
verleend onder de voorwaarden of kan de afwijkingen toestaan, bedoeld verleend onder de voorwaarden of kan de afwijkingen toestaan, bedoeld
in de artikelen 42, 42bis, 43 en 48. » in de artikelen 42, 42bis, 43 en 48. »
B.1.2. Enkel de tweede paragraaf wordt voorgelegd aan het Hof. B.1.2. Enkel de tweede paragraaf wordt voorgelegd aan het Hof.
B.2. De bewoordingen van artikel 52, § 2, zijn identiek met die van B.2. De bewoordingen van artikel 52, § 2, zijn identiek met die van
artikel 137, tweede lid, van de ordonnantie van het Brusselse artikel 137, tweede lid, van de ordonnantie van het Brusselse
Hoofdstedelijke Gewest van 29 augustus 1991 houdende organisatie van Hoofdstedelijke Gewest van 29 augustus 1991 houdende organisatie van
de planning en de stedebouw, een bepaling waarvan de grondwettigheid de planning en de stedebouw, een bepaling waarvan de grondwettigheid
reeds ter toetsing aan het Hof is voorgelegd naar aanleiding van reeds ter toetsing aan het Hof is voorgelegd naar aanleiding van
prejudiciële vragen ingeschreven onder het rolnummer 1841. prejudiciële vragen ingeschreven onder het rolnummer 1841.
B.3. In die zaak heeft het Hof, in zijn arrest nr. 78/2001 van 7 juni B.3. In die zaak heeft het Hof, in zijn arrest nr. 78/2001 van 7 juni
2001, beslist : 2001, beslist :
« Artikel 137, tweede lid, van de ordonnantie van de Brusselse « Artikel 137, tweede lid, van de ordonnantie van de Brusselse
Hoofdstedelijke Raad van 29 augustus 1991 houdende organisatie van de Hoofdstedelijke Raad van 29 augustus 1991 houdende organisatie van de
planning en de stedebouw schendt de artikelen 10 en 11 van de planning en de stedebouw schendt de artikelen 10 en 11 van de
Grondwet. » Grondwet. »
In de motieven van dat arrest wordt met name vastgesteld : In de motieven van dat arrest wordt met name vastgesteld :
« B.3.2. In tegenstelling met wat in de prejudiciële vraag lijkt te « B.3.2. In tegenstelling met wat in de prejudiciële vraag lijkt te
worden gesuggereerd, voorziet de in het geding zijnde bepaling niet in worden gesuggereerd, voorziet de in het geding zijnde bepaling niet in
de toekenning van een stilzwijgende vergunning door de administratie, de toekenning van een stilzwijgende vergunning door de administratie,
maar wel in de toelating, door het rechtstreekse effect van de maar wel in de toelating, door het rechtstreekse effect van de
ordonnantie, om over te gaan tot de uitvoering van de werken. Naar ordonnantie, om over te gaan tot de uitvoering van de werken. Naar
luid van de ordonnantie heeft het stilzitten van de administratie dus luid van de ordonnantie heeft het stilzitten van de administratie dus
niet de betekenis van een stilzwijgende administratieve handeling tot niet de betekenis van een stilzwijgende administratieve handeling tot
weigering of aanvaarding van de aanvraag van de bestuurde. weigering of aanvaarding van de aanvraag van de bestuurde.
B.4. Het ontbreken van een administratieve handeling in het betrokken B.4. Het ontbreken van een administratieve handeling in het betrokken
wetgevend stelsel maakt het optreden van de Raad van State onmogelijk, wetgevend stelsel maakt het optreden van de Raad van State onmogelijk,
zowel op grond van artikel 14, § 1, van de gecoördineerde wetten als zowel op grond van artikel 14, § 1, van de gecoördineerde wetten als
op grond van artikel 14, § 3, van dezelfde wetten. op grond van artikel 14, § 3, van dezelfde wetten.
Er moet evenwel worden vastgesteld dat, krachtens de in het geding Er moet evenwel worden vastgesteld dat, krachtens de in het geding
zijnde bepaling, de uitvoering van de werken door de aanvrager van de zijnde bepaling, de uitvoering van de werken door de aanvrager van de
vergunning, door de gewone rechter kan worden gecontroleerd inzake de vergunning, door de gewone rechter kan worden gecontroleerd inzake de
overeenstemming van de werken met de ' aanwijzingen van het dossier overeenstemming van de werken met de ' aanwijzingen van het dossier
dat hij heeft ingediend, [met] de wetten en reglementen, met name dat hij heeft ingediend, [met] de wetten en reglementen, met name
[met] de voorschriften van de goedgekeurde plannen, alsmede [met] de [met] de voorschriften van de goedgekeurde plannen, alsmede [met] de
bepalingen van de [eventuele] verkavelingsvergunning '. bepalingen van de [eventuele] verkavelingsvergunning '.
B.5. Het verschil in behandeling tussen de rechtzoekenden naargelang B.5. Het verschil in behandeling tussen de rechtzoekenden naargelang
beroepen voor de gewone rechtscolleges of voor de Raad van State beroepen voor de gewone rechtscolleges of voor de Raad van State
kunnen worden ingesteld, is op zich niet discriminerend. Het wordt kunnen worden ingesteld, is op zich niet discriminerend. Het wordt
slechts discriminerend wanneer de waarborgen geboden door het ene slechts discriminerend wanneer de waarborgen geboden door het ene
rechtsmiddel aanzienlijk minder zouden zijn dan die welke door het rechtsmiddel aanzienlijk minder zouden zijn dan die welke door het
andere rechtsmiddel worden geboden. andere rechtsmiddel worden geboden.
B.6.1. Het verschil in behandeling dat voortvloeit uit de toepassing B.6.1. Het verschil in behandeling dat voortvloeit uit de toepassing
van artikel 137, tweede lid, van de Brusselse ordonnantie berust op van artikel 137, tweede lid, van de Brusselse ordonnantie berust op
een objectief criterium : de ontstentenis van een administratieve akte een objectief criterium : de ontstentenis van een administratieve akte
waartegen een beroep voor de Raad van State kan worden ingesteld. waartegen een beroep voor de Raad van State kan worden ingesteld.
B.6.2. Die bepaling neemt de inhoud over van artikel 55, § 2, van de B.6.2. Die bepaling neemt de inhoud over van artikel 55, § 2, van de
wet van 29 maart 1962 houdende organisatie van de ruimtelijke ordening wet van 29 maart 1962 houdende organisatie van de ruimtelijke ordening
en van de stedebouw, gewijzigd bij artikel 12 van de wet van 22 en van de stedebouw, gewijzigd bij artikel 12 van de wet van 22
december 1970. Uit de parlementaire voorbereiding van de wet van 29 december 1970. Uit de parlementaire voorbereiding van de wet van 29
maart 1962 (Parl. St., Senaat, 1969-1970, nr. 275, p. 67), alsmede uit maart 1962 (Parl. St., Senaat, 1969-1970, nr. 275, p. 67), alsmede uit
de parlementaire voorbereiding van de wet van 22 december 1970 (Parl. de parlementaire voorbereiding van de wet van 22 december 1970 (Parl.
St., Senaat, 1969-1970, nr. 525, pp. 69-70) blijkt dat de wetgever met St., Senaat, 1969-1970, nr. 525, pp. 69-70) blijkt dat de wetgever met
de invoering van een dergelijke procedure tot doel had de bestuurde de invoering van een dergelijke procedure tot doel had de bestuurde
niet te bestraffen voor de passiviteit, of zelfs de zorgeloosheid of niet te bestraffen voor de passiviteit, of zelfs de zorgeloosheid of
slechte wil, van het bestuur. slechte wil, van het bestuur.
B.6.3. Het in de Brusselse ordonnantie aangewende middel om dat doel B.6.3. Het in de Brusselse ordonnantie aangewende middel om dat doel
te bereiken is pertinent : de mogelijkheid om over te gaan tot de te bereiken is pertinent : de mogelijkheid om over te gaan tot de
uitvoering van de werken, mits bepaalde voorafgaande formaliteiten uitvoering van de werken, mits bepaalde voorafgaande formaliteiten
worden vervuld en een zekere termijn verstrijkt, stelt de aanvrager worden vervuld en een zekere termijn verstrijkt, stelt de aanvrager
van de vergunning immers ertoe in staat voldoening te krijgen ingeval van de vergunning immers ertoe in staat voldoening te krijgen ingeval
de administratie in gebreke blijft. de administratie in gebreke blijft.
B.6.4. Toch moet nog worden nagegaan of het door de ordonnantie B.6.4. Toch moet nog worden nagegaan of het door de ordonnantie
aangewende middel om het door de Brusselse wetgever nagestreefde doel aangewende middel om het door de Brusselse wetgever nagestreefde doel
te bereiken geen onevenredige inbreuk maakt op de rechten van derden, te bereiken geen onevenredige inbreuk maakt op de rechten van derden,
niettegenstaande de mogelijkheid die voor hen bestaat om de zaak bij niettegenstaande de mogelijkheid die voor hen bestaat om de zaak bij
de gewone rechter aanhangig te maken. de gewone rechter aanhangig te maken.
B.7. Inzake stedenbouw is het doorgaans van essentieel belang, zowel B.7. Inzake stedenbouw is het doorgaans van essentieel belang, zowel
voor de aanvrager van de vergunning als voor de betrokken derden, dat voor de aanvrager van de vergunning als voor de betrokken derden, dat
hun niet de dienst zou worden ontzegd die een gespecialiseerde hun niet de dienst zou worden ontzegd die een gespecialiseerde
overheid kan bieden door hun situatie in concreto te beoordelen en dat overheid kan bieden door hun situatie in concreto te beoordelen en dat
door de rechter kan worden onderzocht of de administratie geen door de rechter kan worden onderzocht of de administratie geen
kennelijke beoordelingsfout heeft gemaakt door van mening te zijn dat kennelijke beoordelingsfout heeft gemaakt door van mening te zijn dat
de aanvraag al dan niet in overeenstemming is met de goede ruimtelijke de aanvraag al dan niet in overeenstemming is met de goede ruimtelijke
ordening of door een afwijking van de van kracht zijnde planologische ordening of door een afwijking van de van kracht zijnde planologische
bepalingen toe te kennen. bepalingen toe te kennen.
Die controle kan door de Raad van State worden uitgeoefend wanneer een Die controle kan door de Raad van State worden uitgeoefend wanneer een
administratieve beslissing is genomen of, in geval van stilzwijgen van administratieve beslissing is genomen of, in geval van stilzwijgen van
de administratie, wordt geacht te zijn genomen. In geval van een de administratie, wordt geacht te zijn genomen. In geval van een
dergelijke administratieve beslissing zou de gewone rechter, krachtens dergelijke administratieve beslissing zou de gewone rechter, krachtens
artikel 159 van de Grondwet, een vergelijkbare controle kunnen artikel 159 van de Grondwet, een vergelijkbare controle kunnen
uitoefenen. uitoefenen.
In de situatie die door de in het geding zijnde bepaling wordt In de situatie die door de in het geding zijnde bepaling wordt
gecreëerd, beschikt de gewone rechter evenwel niet over een gecreëerd, beschikt de gewone rechter evenwel niet over een
administratieve beslissing waarop hij controle zou kunnen uitoefenen. administratieve beslissing waarop hij controle zou kunnen uitoefenen.
In dergelijke omstandigheden de gewone rechter ermee belasten zijn In dergelijke omstandigheden de gewone rechter ermee belasten zijn
beoordeling in de plaats te stellen van de discretionaire beoordeling in de plaats te stellen van de discretionaire
beoordelingsbevoegdheid van de administratie zou er overigens op beoordelingsbevoegdheid van de administratie zou er overigens op
neerkomen hem een bevoegdheid toe te kennen die onverenigbaar is met neerkomen hem een bevoegdheid toe te kennen die onverenigbaar is met
de beginselen die de verhoudingen regelen tussen de administratie en de beginselen die de verhoudingen regelen tussen de administratie en
de rechtscolleges. de rechtscolleges.
B.8. Hieruit dient te worden afgeleid dat op onevenredige wijze B.8. Hieruit dient te worden afgeleid dat op onevenredige wijze
afbreuk wordt gedaan aan de rechten van de belanghebbende derden, afbreuk wordt gedaan aan de rechten van de belanghebbende derden,
waardoor die categorie van personen gediscrimineerd wordt ten opzichte waardoor die categorie van personen gediscrimineerd wordt ten opzichte
van personen die de waarborgen van een jurisdictionele toetsing van personen die de waarborgen van een jurisdictionele toetsing
genieten. » genieten. »
B.4. Zoals is opgemerkt in B.2 zijn de bewoordingen van artikel 52, § B.4. Zoals is opgemerkt in B.2 zijn de bewoordingen van artikel 52, §
2, van het W.W.R.O.S.P. identiek met die van artikel 137, tweede lid, 2, van het W.W.R.O.S.P. identiek met die van artikel 137, tweede lid,
van de ordonnantie van 29 augustus 1991, dat door het Hof in zijn van de ordonnantie van 29 augustus 1991, dat door het Hof in zijn
voormeld arrest nr. 78/2001 ongrondwettig is verklaard. voormeld arrest nr. 78/2001 ongrondwettig is verklaard.
Wegens dezelfde motieven schendt artikel 52, § 2, van het W.W.R.O.S.P. Wegens dezelfde motieven schendt artikel 52, § 2, van het W.W.R.O.S.P.
de artikelen 10 en 11 van de Grondwet. de artikelen 10 en 11 van de Grondwet.
B.5. De prejudiciële vraag dient bevestigend te worden beantwoord. B.5. De prejudiciële vraag dient bevestigend te worden beantwoord.
Om die redenen, Om die redenen,
het Hof het Hof
zegt voor recht : zegt voor recht :
Artikel 52, § 2, van het Waalse Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Artikel 52, § 2, van het Waalse Wetboek van Ruimtelijke Ordening,
Stedebouw en Patrimonium, in de versie die voorafgaat aan het decreet Stedebouw en Patrimonium, in de versie die voorafgaat aan het decreet
van 27 november 1997, schendt de artikelen 10 en 11 van de Grondwet. van 27 november 1997, schendt de artikelen 10 en 11 van de Grondwet.
Aldus uitgesproken in het Frans en het Nederlands, overeenkomstig Aldus uitgesproken in het Frans en het Nederlands, overeenkomstig
artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het
Arbitragehof, op de openbare terechtzitting van 26 november 2003. Arbitragehof, op de openbare terechtzitting van 26 november 2003.
De griffier, De griffier,
P.-Y. Dutilleux. P.-Y. Dutilleux.
De voorzitter, De voorzitter,
M. Melchior. M. Melchior.
^