Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Arrest van --
← Terug naar "Uittreksel uit arrest nr. 128/2003 van 1 oktober 2003 Rolnummer 2594 In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 1253quater , b) , van het Gerechtelijk Wetboek, gesteld door de Rechtbank van eerste aanleg te Brugge. Het Arbitr samengesteld uit de voorzitters A. Arts en M. Melchior, en de rechters L. François, L. Lavrysen, A.(...)"
Uittreksel uit arrest nr. 128/2003 van 1 oktober 2003 Rolnummer 2594 In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 1253quater , b) , van het Gerechtelijk Wetboek, gesteld door de Rechtbank van eerste aanleg te Brugge. Het Arbitr samengesteld uit de voorzitters A. Arts en M. Melchior, en de rechters L. François, L. Lavrysen, A.(...) Uittreksel uit arrest nr. 128/2003 van 1 oktober 2003 Rolnummer 2594 In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 1253quater , b) , van het Gerechtelijk Wetboek, gesteld door de Rechtbank van eerste aanleg te Brugge. Het Arbitr samengesteld uit de voorzitters A. Arts en M. Melchior, en de rechters L. François, L. Lavrysen, A.(...)
ARBITRAGEHOF ARBITRAGEHOF
Uittreksel uit arrest nr. 128/2003 van 1 oktober 2003 Uittreksel uit arrest nr. 128/2003 van 1 oktober 2003
Rolnummer 2594 Rolnummer 2594
In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 1253quater , b) , In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 1253quater , b) ,
van het Gerechtelijk Wetboek, gesteld door de Rechtbank van eerste van het Gerechtelijk Wetboek, gesteld door de Rechtbank van eerste
aanleg te Brugge. aanleg te Brugge.
Het Arbitragehof, Het Arbitragehof,
samengesteld uit de voorzitters A. Arts en M. Melchior, en de rechters samengesteld uit de voorzitters A. Arts en M. Melchior, en de rechters
L. François, L. Lavrysen, A. Alen, J.-P. Snappe en E. Derycke, L. François, L. Lavrysen, A. Alen, J.-P. Snappe en E. Derycke,
bijgestaan door de griffier P.-Y. Dutilleux onder voorzitterschap van bijgestaan door de griffier P.-Y. Dutilleux onder voorzitterschap van
voorzitter A. Arts, voorzitter A. Arts,
wijst na beraad het volgende arrest : wijst na beraad het volgende arrest :
I. Onderwerp van de prejudiciële vraag en rechtspleging I. Onderwerp van de prejudiciële vraag en rechtspleging
Bij vonnis van 27 december 2002 in zake A. Stubbe tegen J. Osaer, Bij vonnis van 27 december 2002 in zake A. Stubbe tegen J. Osaer,
waarvan de expeditie ter griffie van het Arbitragehof is ingekomen op waarvan de expeditie ter griffie van het Arbitragehof is ingekomen op
9 januari 2003, heeft de Rechtbank van eerste aanleg te Brugge de 9 januari 2003, heeft de Rechtbank van eerste aanleg te Brugge de
volgende prejudiciële vraag gesteld : volgende prejudiciële vraag gesteld :
« Schendt artikel 1253quater van het Gerechtelijk Wetboek, meerbepaald « Schendt artikel 1253quater van het Gerechtelijk Wetboek, meerbepaald
artikel 1253quater b) van het Gerechtelijk Wetboek dat de artikel 1253quater b) van het Gerechtelijk Wetboek dat de
kennisgevingen regelt, afzonderlijk en in samenhang gelezen met de kennisgevingen regelt, afzonderlijk en in samenhang gelezen met de
andere bepalingen waarin de aangehaalde instrumenten van rechtspleging andere bepalingen waarin de aangehaalde instrumenten van rechtspleging
in werking worden gesteld, inzonderheid de artikelen 751, 753 en 792 in werking worden gesteld, inzonderheid de artikelen 751, 753 en 792
van het Gerechtelijk Wetboek, de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, van het Gerechtelijk Wetboek, de artikelen 10 en 11 van de Grondwet,
afzonderlijk beschouwd of in samenhang gelezen met artikel 6 van het afzonderlijk beschouwd of in samenhang gelezen met artikel 6 van het
Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele
vrijheden, ondertekend te Rome op 4 november 1950, goedgekeurd bij wet vrijheden, ondertekend te Rome op 4 november 1950, goedgekeurd bij wet
van 13 mei 1955 en artikel 26 van het Internationaal Verdrag inzake van 13 mei 1955 en artikel 26 van het Internationaal Verdrag inzake
burgerlijke en politieke rechten, goedgekeurd bij wet van 15 mei 1981 burgerlijke en politieke rechten, goedgekeurd bij wet van 15 mei 1981
(Uno-Verdrag) wanneer zij in die zin wordt begrepen dat de (Uno-Verdrag) wanneer zij in die zin wordt begrepen dat de
kennisgevingen in artikel 1253quater b) van het Gerechtelijk Wetboek kennisgevingen in artikel 1253quater b) van het Gerechtelijk Wetboek
niet en in de artikelen 751, 753 en 792 van het Gerechtelijk Wetboek niet en in de artikelen 751, 753 en 792 van het Gerechtelijk Wetboek
wel dienen te voorzien in hetzij de tekst van de wet (artikelen 751 en wel dienen te voorzien in hetzij de tekst van de wet (artikelen 751 en
753 van het Gerechtelijk Wetboek), hetzij de expliciete vermelding dat 753 van het Gerechtelijk Wetboek), hetzij de expliciete vermelding dat
op straffe van nietigheid de kennisgeving de rechtsmiddelen, de op straffe van nietigheid de kennisgeving de rechtsmiddelen, de
termijn binnen welke dit verhaal moet worden ingesteld evenals de termijn binnen welke dit verhaal moet worden ingesteld evenals de
benaming en het adres van de rechtsmacht die bevoegd is om er kennis benaming en het adres van de rechtsmacht die bevoegd is om er kennis
van te nemen, moet vermelden (artikel 792 van het Gerechtelijk van te nemen, moet vermelden (artikel 792 van het Gerechtelijk
Wetboek) ? » Wetboek) ? »
(...) (...)
III. In rechte III. In rechte
(...) (...)
B.1.1. De prejudiciële vraag betreft de bestaanbaarheid van artikel B.1.1. De prejudiciële vraag betreft de bestaanbaarheid van artikel
1253quater van het Gerechtelijk Wetboek met de artikelen 10 en 11 van 1253quater van het Gerechtelijk Wetboek met de artikelen 10 en 11 van
de Grondwet, afzonderlijk of in samenhang gelezen met artikel 6 van de Grondwet, afzonderlijk of in samenhang gelezen met artikel 6 van
het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en artikel 26 van het het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en artikel 26 van het
Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten, Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten,
rekening houdend met de artikelen 751, 753 en 792 van het Gerechtelijk rekening houdend met de artikelen 751, 753 en 792 van het Gerechtelijk
Wetboek, doordat de kennisgevingen bedoeld in artikel 1253quater van Wetboek, doordat de kennisgevingen bedoeld in artikel 1253quater van
het Gerechtelijk Wetboek niet, en de verwittiging en de kennisgevingen het Gerechtelijk Wetboek niet, en de verwittiging en de kennisgevingen
bedoeld in de andere bepalingen wel dienen te voorzien, hetzij in de bedoeld in de andere bepalingen wel dienen te voorzien, hetzij in de
tekst van de wet (artikelen 751 en 753 van het Gerechtelijk Wetboek), tekst van de wet (artikelen 751 en 753 van het Gerechtelijk Wetboek),
hetzij in de expliciete vermelding dat op straffe van nietigheid de hetzij in de expliciete vermelding dat op straffe van nietigheid de
kennisgeving de rechtsmiddelen « de termijn binnen welke dit verhaal kennisgeving de rechtsmiddelen « de termijn binnen welke dit verhaal
moet worden ingesteld evenals de benaming en het adres van de moet worden ingesteld evenals de benaming en het adres van de
rechtsmacht die bevoegd is om er kennis van te nemen » moet vermelden rechtsmacht die bevoegd is om er kennis van te nemen » moet vermelden
(artikel 792 van het Gerechtelijk Wetboek). (artikel 792 van het Gerechtelijk Wetboek).
B.1.2. De in het geding zijnde bepaling luidt : B.1.2. De in het geding zijnde bepaling luidt :
« Art. 1253quater . Wanneer de vorderingen gegrond zijn op de « Art. 1253quater . Wanneer de vorderingen gegrond zijn op de
artikelen 214, 215, 216, 221, 223, 1420, 1421, 1426, 1442, 1463 en artikelen 214, 215, 216, 221, 223, 1420, 1421, 1426, 1442, 1463 en
1469 van het Burgerlijk Wetboek : 1469 van het Burgerlijk Wetboek :
a) doet de rechter de partijen oproepen in raadkamer en poogt ze te a) doet de rechter de partijen oproepen in raadkamer en poogt ze te
verzoenen; verzoenen;
b) wordt de beschikking gewezen binnen 15 dagen na de indiening van b) wordt de beschikking gewezen binnen 15 dagen na de indiening van
het verzoek; de griffier geeft ervan kennis aan beide echtgenoten; het verzoek; de griffier geeft ervan kennis aan beide echtgenoten;
c) kan, indien de beschikking bij verstek is gewezen, de partij die c) kan, indien de beschikking bij verstek is gewezen, de partij die
niet verschenen is, binnen een maand na de kennisgeving verzet doen niet verschenen is, binnen een maand na de kennisgeving verzet doen
bij verzoekschrift ingediend ter griffie van de rechtbank; bij verzoekschrift ingediend ter griffie van de rechtbank;
d) is de beschikking vatbaar voor hoger beroep ongeacht het bedrag van d) is de beschikking vatbaar voor hoger beroep ongeacht het bedrag van
de eis : hoger beroep wordt ingesteld binnen een maand na de de eis : hoger beroep wordt ingesteld binnen een maand na de
kennisgeving; kennisgeving;
e) kan elk der echtgenoten te allen tijde in dezelfde vorm wijziging e) kan elk der echtgenoten te allen tijde in dezelfde vorm wijziging
of intrekking vorderen van de beschikking of het arrest. » of intrekking vorderen van de beschikking of het arrest. »
Artikel 751, § 1, van het Gerechtelijk Wetboek luidt : Artikel 751, § 1, van het Gerechtelijk Wetboek luidt :
« De meest gerede partij kan ten aanzien van de partij die bij de « De meest gerede partij kan ten aanzien van de partij die bij de
inleiding of op een andere zitting niet is verschenen of die binnen de inleiding of op een andere zitting niet is verschenen of die binnen de
vastgestelde termijn geen conclusie heeft genomen, een vonnis vorderen vastgestelde termijn geen conclusie heeft genomen, een vonnis vorderen
dat geacht wordt op tegenspraak te zijn gewezen, indien zij die partij dat geacht wordt op tegenspraak te zijn gewezen, indien zij die partij
heeft laten verwittigen van de plaats, de dag en het uur waarop het heeft laten verwittigen van de plaats, de dag en het uur waarop het
vonnis zal worden gevorderd, met de mededeling dat dit vonnis zelfs vonnis zal worden gevorderd, met de mededeling dat dit vonnis zelfs
bij haar afwezigheid, een vonnis op tegenspraak zal zijn. bij haar afwezigheid, een vonnis op tegenspraak zal zijn.
In eerste aanleg geschiedt de verwittiging van de verweerder die bij In eerste aanleg geschiedt de verwittiging van de verweerder die bij
de inleiding of op een latere zitting niet is verschenen, door een de inleiding of op een latere zitting niet is verschenen, door een
gerechtsdeurwaarder wanneer de dagvaarding niet aan de verweerder in gerechtsdeurwaarder wanneer de dagvaarding niet aan de verweerder in
persoon of ter woonplaats is betekend dan wel overeenkomstig artikel persoon of ter woonplaats is betekend dan wel overeenkomstig artikel
38, § 1. In de overige gevallen verwittigt de griffier bij 38, § 1. In de overige gevallen verwittigt de griffier bij
gerechtsbrief; in voorkomend geval verwittigt de griffier ook, bij gerechtsbrief; in voorkomend geval verwittigt de griffier ook, bij
enkele kennisgeving, de advocaat van de partij. De verwittiging bevat enkele kennisgeving, de advocaat van de partij. De verwittiging bevat
de tekst van dit artikel. de tekst van dit artikel.
[...] » [...] »
Artikel 753 van hetzelfde Wetboek luidt : Artikel 753 van hetzelfde Wetboek luidt :
« Wanneer één of meer partijen in een onsplitsbaar geschil verstek « Wanneer één of meer partijen in een onsplitsbaar geschil verstek
laten gaan, maar er ten minste één verschijnt, worden de niet laten gaan, maar er ten minste één verschijnt, worden de niet
verschenen partijen, op verzoek van de meest gerede partij verwittigd verschenen partijen, op verzoek van de meest gerede partij verwittigd
van de datum van de zitting waartoe de zaak is verdaagd of waarop zij van de datum van de zitting waartoe de zaak is verdaagd of waarop zij
achteraf is bepaald. Hierbij wordt artikel 751, § 1, tweede lid, achteraf is bepaald. Hierbij wordt artikel 751, § 1, tweede lid,
toegepast. toegepast.
De verschenen partijen worden, op verzoek van één onder hen, door de De verschenen partijen worden, op verzoek van één onder hen, door de
griffier opgeroepen bij gerechtsbrief. griffier opgeroepen bij gerechtsbrief.
De verwittiging en de oproeping bevatten de tekst van dit artikel. De verwittiging en de oproeping bevatten de tekst van dit artikel.
Zijn de formaliteiten niet vervuld, dan mag de vordering in deze stand Zijn de formaliteiten niet vervuld, dan mag de vordering in deze stand
van de zaak niet toegelaten worden. van de zaak niet toegelaten worden.
Paragraaf 1, vierde lid, § 2 en § 3, van artikel 751 zijn van Paragraaf 1, vierde lid, § 2 en § 3, van artikel 751 zijn van
toepassing. toepassing.
Het vonnis wordt ten aanzien van alle partijen geacht op tegenspraak Het vonnis wordt ten aanzien van alle partijen geacht op tegenspraak
te zijn gewezen. » te zijn gewezen. »
Artikel 792 van hetzelfde Wetboek luidt : Artikel 792 van hetzelfde Wetboek luidt :
« Binnen acht dagen na de uitspraak van het vonnis zendt de griffier « Binnen acht dagen na de uitspraak van het vonnis zendt de griffier
bij gewone brief een niet ondertekend afschrift van het vonnis, aan bij gewone brief een niet ondertekend afschrift van het vonnis, aan
elke partij, of, in voorkomend geval, aan hun advocaten. elke partij, of, in voorkomend geval, aan hun advocaten.
In afwijking van het vorige lid, voor de zaken opgesomd in artikel In afwijking van het vorige lid, voor de zaken opgesomd in artikel
704, eerste lid, brengt de griffier binnen de acht dagen bij 704, eerste lid, brengt de griffier binnen de acht dagen bij
gerechtsbrief het vonnis ter kennis van de partijen. gerechtsbrief het vonnis ter kennis van de partijen.
Op straffe van nietigheid vermeldt deze kennisgeving de Op straffe van nietigheid vermeldt deze kennisgeving de
rechtsmiddelen, de termijn binnen welke dit verhaal moet worden rechtsmiddelen, de termijn binnen welke dit verhaal moet worden
ingesteld evenals de benaming en het adres van de rechtsmacht die ingesteld evenals de benaming en het adres van de rechtsmacht die
bevoegd is om er kennis van te nemen. bevoegd is om er kennis van te nemen.
In de gevallen, bepaald in het tweede lid, zendt de griffier een In de gevallen, bepaald in het tweede lid, zendt de griffier een
niet-ondertekend afschrift van het vonnis, in voorkomend geval, aan de niet-ondertekend afschrift van het vonnis, in voorkomend geval, aan de
advocaten van de partijen of aan de afgevaardigden bedoeld in artikel advocaten van de partijen of aan de afgevaardigden bedoeld in artikel
728, § 3. » 728, § 3. »
B.2. Het behoort tot de beleidskeuze van de wetgever om te bepalen op B.2. Het behoort tot de beleidskeuze van de wetgever om te bepalen op
welke wijze het meedelen van akten van rechtspleging wordt geregeld en welke wijze het meedelen van akten van rechtspleging wordt geregeld en
welke de modaliteiten zijn waaronder die mededeling geschiedt. Wat welke de modaliteiten zijn waaronder die mededeling geschiedt. Wat
allereerst de wijze betreft waarop de kennisgeving op grond van allereerst de wijze betreft waarop de kennisgeving op grond van
artikel 1253quater geschiedt, is de keuze voor de gerechtsbrief, wat artikel 1253quater geschiedt, is de keuze voor de gerechtsbrief, wat
betreft de vorderingen op grond van de artikelen 221 en 223 van het betreft de vorderingen op grond van de artikelen 221 en 223 van het
Burgerlijk Wetboek, verantwoord door de zorg om de kosten van de Burgerlijk Wetboek, verantwoord door de zorg om de kosten van de
rechtspleging te drukken of om de vooruitgang ervan te bespoedigen, nu rechtspleging te drukken of om de vooruitgang ervan te bespoedigen, nu
het gaat om vorderingen van echtgenoten die in een crisissituatie het gaat om vorderingen van echtgenoten die in een crisissituatie
verkeren. verkeren.
B.3. Wat de vergelijking betreft van de modaliteiten van de B.3. Wat de vergelijking betreft van de modaliteiten van de
kennisgeving in artikel 1253quater, b) , met de verwittiging waarin kennisgeving in artikel 1253quater, b) , met de verwittiging waarin
wordt voorzien door de artikelen 751 en 753 van het Gerechtelijk wordt voorzien door de artikelen 751 en 753 van het Gerechtelijk
Wetboek, stelt het Hof vast dat het onderscheid tussen de adressaten Wetboek, stelt het Hof vast dat het onderscheid tussen de adressaten
ervan berust op een objectief criterium. De enen worden immers in ervan berust op een objectief criterium. De enen worden immers in
kennis gesteld van een rechterlijke beslissing, terwijl de anderen als kennis gesteld van een rechterlijke beslissing, terwijl de anderen als
procespartij op de hoogte worden gebracht van een procedureel procespartij op de hoogte worden gebracht van een procedureel
initiatief van de tegenpartij. initiatief van de tegenpartij.
B.4. Het aldus gemaakte onderscheid is pertinent. De modaliteiten van B.4. Het aldus gemaakte onderscheid is pertinent. De modaliteiten van
de verwittiging in de artikelen 751 en 753 van het Gerechtelijk de verwittiging in de artikelen 751 en 753 van het Gerechtelijk
Wetboek strekken immers ertoe de verwittigde partij te wijzen op de Wetboek strekken immers ertoe de verwittigde partij te wijzen op de
bijzondere gevolgen van haar eventueel stilzitten, namelijk dat het bijzondere gevolgen van haar eventueel stilzitten, namelijk dat het
gevorderde vonnis zal worden geacht op tegenspraak te zijn gewezen en gevorderde vonnis zal worden geacht op tegenspraak te zijn gewezen en
derhalve de aanwending van het rechtsmiddel van het verzet onmogelijk derhalve de aanwending van het rechtsmiddel van het verzet onmogelijk
zal zijn. De kennisgeving waarin artikel 1253quater , b) , van het zal zijn. De kennisgeving waarin artikel 1253quater , b) , van het
Gerechtelijk Wetboek voorziet, heeft niet dergelijke ingrijpende Gerechtelijk Wetboek voorziet, heeft niet dergelijke ingrijpende
gevolgen. gevolgen.
B.5. Het is een met de voormelde onderscheiden doelstelling niet B.5. Het is een met de voormelde onderscheiden doelstelling niet
onevenredige maatregel dat bij de kennisgeving bedoeld in artikel onevenredige maatregel dat bij de kennisgeving bedoeld in artikel
1253quater , b) , van het Gerechtelijk Wetboek, anders dan bij de 1253quater , b) , van het Gerechtelijk Wetboek, anders dan bij de
verwittiging waarin de artikelen 751 en 753 voorzien, geen melding verwittiging waarin de artikelen 751 en 753 voorzien, geen melding
wordt gemaakt van de mogelijkheden en modaliteiten van de aanwending wordt gemaakt van de mogelijkheden en modaliteiten van de aanwending
van een gewoon rechtsmiddel, des te meer daar ter zake niet wordt van een gewoon rechtsmiddel, des te meer daar ter zake niet wordt
afgeweken van de gemeenrechtelijke regeling. De procedure voor de afgeweken van de gemeenrechtelijke regeling. De procedure voor de
vorderingen, vermeld in dat artikel, die is ingegeven door de in B.2 vorderingen, vermeld in dat artikel, die is ingegeven door de in B.2
omschreven zorg, vereist niet dat tevens in bijzondere modaliteiten omschreven zorg, vereist niet dat tevens in bijzondere modaliteiten
wordt voorzien voor de kennisgeving van rechterlijke beslissingen in wordt voorzien voor de kennisgeving van rechterlijke beslissingen in
die aangelegenheid. die aangelegenheid.
B.6. Wat de vergelijking betreft van de kennisgeving in artikel B.6. Wat de vergelijking betreft van de kennisgeving in artikel
1253quater, b) , met die waarin wordt voorzien door artikel 792, van 1253quater, b) , met die waarin wordt voorzien door artikel 792, van
het Gerechtelijk Wetboek, voor de rechtsplegingen bedoeld in artikel het Gerechtelijk Wetboek, voor de rechtsplegingen bedoeld in artikel
704, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, merkt het Hof op dat de in die 704, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, merkt het Hof op dat de in die
bepaling bedoelde rechtsplegingen betrekking hebben op het sociaal bepaling bedoelde rechtsplegingen betrekking hebben op het sociaal
recht en tot de exclusieve bevoegdheid van de arbeidsrechtbank recht en tot de exclusieve bevoegdheid van de arbeidsrechtbank
behoren. In die bijzondere aangelegenheden heeft de wetgever kunnen behoren. In die bijzondere aangelegenheden heeft de wetgever kunnen
voorzien in specifieke procedurele regels. voorzien in specifieke procedurele regels.
B.7. De prejudiciële vraag dient ontkennend te worden beantwoord. B.7. De prejudiciële vraag dient ontkennend te worden beantwoord.
Om die redenen, Om die redenen,
het Hof het Hof
zegt voor recht : zegt voor recht :
Artikel 1253quater , b) , van het Gerechtelijk Wetboek schendt de Artikel 1253quater , b) , van het Gerechtelijk Wetboek schendt de
artikelen 10 en 11 van de Grondwet niet, doordat de kennisgeving van artikelen 10 en 11 van de Grondwet niet, doordat de kennisgeving van
de rechterlijke beschikking niet moet voorzien in de bij de artikelen de rechterlijke beschikking niet moet voorzien in de bij de artikelen
751, 753 en 792 van het Gerechtelijk Wetboek bepaalde vermeldingen. 751, 753 en 792 van het Gerechtelijk Wetboek bepaalde vermeldingen.
Aldus uitgesproken in het Nederlands en het Frans, overeenkomstig Aldus uitgesproken in het Nederlands en het Frans, overeenkomstig
artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het
Arbitragehof, op de openbare terechtzitting van 1 oktober 2003. Arbitragehof, op de openbare terechtzitting van 1 oktober 2003.
De griffier, De griffier,
P.-Y. Dutilleux. P.-Y. Dutilleux.
De voorzitter, De voorzitter,
A. Arts. A. Arts.
^