← Terug naar "Uittreksel uit arrest nr. 17/2003 van 28 januari 2003 Rolnummer 2540 In zake :
de prejudiciële vraag betreffende artikel 1382 van het Burgerlijk Wetboek, gesteld door het Hof van Beroep
te Antwerpen. Het Arbitragehof, samengesteld wijst na beraad het volgende arrest
: I. Onderwerp van de prejudiciële vraag Bij arrest van(...)"
Uittreksel uit arrest nr. 17/2003 van 28 januari 2003 Rolnummer 2540 In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 1382 van het Burgerlijk Wetboek, gesteld door het Hof van Beroep te Antwerpen. Het Arbitragehof, samengesteld wijst na beraad het volgende arrest : I. Onderwerp van de prejudiciële vraag Bij arrest van(...) | Uittreksel uit arrest nr. 17/2003 van 28 januari 2003 Rolnummer 2540 In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 1382 van het Burgerlijk Wetboek, gesteld door het Hof van Beroep te Antwerpen. Het Arbitragehof, samengesteld wijst na beraad het volgende arrest : I. Onderwerp van de prejudiciële vraag Bij arrest van(...) |
---|---|
ARBITRAGEHOF | ARBITRAGEHOF |
Uittreksel uit arrest nr. 17/2003 van 28 januari 2003 | Uittreksel uit arrest nr. 17/2003 van 28 januari 2003 |
Rolnummer 2540 | Rolnummer 2540 |
In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 1382 van het | In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 1382 van het |
Burgerlijk Wetboek, gesteld door het Hof van Beroep te Antwerpen. | Burgerlijk Wetboek, gesteld door het Hof van Beroep te Antwerpen. |
Het Arbitragehof, | Het Arbitragehof, |
samengesteld uit de voorzitters A. Arts en M. Melchior, en de rechters | samengesteld uit de voorzitters A. Arts en M. Melchior, en de rechters |
P. Martens, M. Bossuyt, E. De Groot, A. Alen en J.-P. Moerman, | P. Martens, M. Bossuyt, E. De Groot, A. Alen en J.-P. Moerman, |
bijgestaan door de griffier L. Potoms, onder voorzitterschap van | bijgestaan door de griffier L. Potoms, onder voorzitterschap van |
voorzitter A. Arts, | voorzitter A. Arts, |
wijst na beraad het volgende arrest : | wijst na beraad het volgende arrest : |
I. Onderwerp van de prejudiciële vraag | I. Onderwerp van de prejudiciële vraag |
Bij arrest van 16 oktober 2002 in zake het Gemeenschapsonderwijs en L. | Bij arrest van 16 oktober 2002 in zake het Gemeenschapsonderwijs en L. |
Buekers tegen P. Orens en anderen, waarvan de expeditie ter griffie | Buekers tegen P. Orens en anderen, waarvan de expeditie ter griffie |
van het Arbitragehof is ingekomen op 23 oktober 2002, heeft het Hof | van het Arbitragehof is ingekomen op 23 oktober 2002, heeft het Hof |
van Beroep te Antwerpen de volgende prejudiciële vraag gesteld : | van Beroep te Antwerpen de volgende prejudiciële vraag gesteld : |
« Is er sprake van schending van de artikelen 10 en 11 van de | « Is er sprake van schending van de artikelen 10 en 11 van de |
Grondwet, doordat een leerkracht uit de openbare sector, die een | Grondwet, doordat een leerkracht uit de openbare sector, die een |
orgaan is van de openbare macht, persoonlijk kan worden veroordeeld | orgaan is van de openbare macht, persoonlijk kan worden veroordeeld |
tot schadevergoeding ten gunste van een slachtoffer op grond van | tot schadevergoeding ten gunste van een slachtoffer op grond van |
artikel 1382 B.W. en dus op grond van een fout, hoe licht ook, terwijl | artikel 1382 B.W. en dus op grond van een fout, hoe licht ook, terwijl |
een leerkracht uit het vrij onderwijs, die gebonden is door een | een leerkracht uit het vrij onderwijs, die gebonden is door een |
arbeidsovereenkomst, de vrijstelling geniet die in artikel 18 van de | arbeidsovereenkomst, de vrijstelling geniet die in artikel 18 van de |
wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten omschreven | wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten omschreven |
is, en die zijn aansprakelijkheid beperkt tot het geval van bedrog, | is, en die zijn aansprakelijkheid beperkt tot het geval van bedrog, |
zware schuld of gewoonlijk voorkomende lichte schuld ? » | zware schuld of gewoonlijk voorkomende lichte schuld ? » |
(...) | (...) |
IV. In rechte | IV. In rechte |
(...) | (...) |
B.1. De prejudiciële vraag, betreffende artikel 1382 van het | B.1. De prejudiciële vraag, betreffende artikel 1382 van het |
Burgerlijk Wetboek, is identiek met die welke werd gesteld in de zaak | Burgerlijk Wetboek, is identiek met die welke werd gesteld in de zaak |
die aanleiding heeft gegeven tot het arrest nr. 19/2000, met dit | die aanleiding heeft gegeven tot het arrest nr. 19/2000, met dit |
verschil dat het in voormeld arrest artikel 1384, vierde lid, van het | verschil dat het in voormeld arrest artikel 1384, vierde lid, van het |
Burgerlijk Wetboek betrof. | Burgerlijk Wetboek betrof. |
B.2. Artikel 1382 van het Burgerlijk Wetboek bepaalt : | B.2. Artikel 1382 van het Burgerlijk Wetboek bepaalt : |
« Elke daad van de mens, waardoor aan een ander schade wordt | « Elke daad van de mens, waardoor aan een ander schade wordt |
veroorzaakt, verplicht degene door wiens schuld de schade is ontstaan, | veroorzaakt, verplicht degene door wiens schuld de schade is ontstaan, |
deze te vergoeden. » | deze te vergoeden. » |
Artikel 18 van de wet van 3 juli 1978 betreffende de | Artikel 18 van de wet van 3 juli 1978 betreffende de |
arbeidsovereenkomsten bepaalt : | arbeidsovereenkomsten bepaalt : |
« Ingeval de werknemer bij de uitvoering van zijn overeenkomst de | « Ingeval de werknemer bij de uitvoering van zijn overeenkomst de |
werkgever of derden schade berokkent, is hij enkel aansprakelijk voor | werkgever of derden schade berokkent, is hij enkel aansprakelijk voor |
zijn bedrog en zijn zware schuld. | zijn bedrog en zijn zware schuld. |
Voor lichte schuld is hij enkel aansprakelijk als die bij hem eerder | Voor lichte schuld is hij enkel aansprakelijk als die bij hem eerder |
gewoonlijk dan toevallig voorkomt. | gewoonlijk dan toevallig voorkomt. |
Op straffe van nietigheid mag niet worden afgeweken van de bij het | Op straffe van nietigheid mag niet worden afgeweken van de bij het |
eerste en het tweede lid vastgestelde aansprakelijkheid, tenzij, en | eerste en het tweede lid vastgestelde aansprakelijkheid, tenzij, en |
alleen wat de aansprakelijkheid tegenover de werkgever betreft, bij | alleen wat de aansprakelijkheid tegenover de werkgever betreft, bij |
een door de Koning algemeen verbindend verklaarde collectieve | een door de Koning algemeen verbindend verklaarde collectieve |
arbeidsovereenkomst. | arbeidsovereenkomst. |
De werkgever kan de vergoedingen en de schadeloosstellingen die hem | De werkgever kan de vergoedingen en de schadeloosstellingen die hem |
krachtens dit artikel verschuldigd zijn en die na de feiten met de | krachtens dit artikel verschuldigd zijn en die na de feiten met de |
werknemer zijn overeengekomen of door de rechter vastgesteld, op het | werknemer zijn overeengekomen of door de rechter vastgesteld, op het |
loon inhouden in de voorwaarden als bepaald bij artikel 23 van de wet | loon inhouden in de voorwaarden als bepaald bij artikel 23 van de wet |
van 12 april 1965 betreffende de bescherming van het loon der | van 12 april 1965 betreffende de bescherming van het loon der |
werknemers. » | werknemers. » |
B.3. Uit de voormelde bepalingen blijkt dat wat betreft de | B.3. Uit de voormelde bepalingen blijkt dat wat betreft de |
burgerrechtelijke aansprakelijkheid die het gevolg is van een | burgerrechtelijke aansprakelijkheid die het gevolg is van een |
toevallig voorkomende lichte fout, er een verschil in behandeling | toevallig voorkomende lichte fout, er een verschil in behandeling |
bestaat tussen de door de overheid tewerkgestelde leden van het | bestaat tussen de door de overheid tewerkgestelde leden van het |
statutair personeel, enerzijds, en de contractuele werknemers in het | statutair personeel, enerzijds, en de contractuele werknemers in het |
algemeen, anderzijds, aangezien immers enkel de eerstgenoemden | algemeen, anderzijds, aangezien immers enkel de eerstgenoemden |
aansprakelijk zijn voor lichte schuld. Dat verschil in behandeling is | aansprakelijk zijn voor lichte schuld. Dat verschil in behandeling is |
niet verantwoord, in acht nemend de gelijkenis van de vergeleken | niet verantwoord, in acht nemend de gelijkenis van de vergeleken |
arbeidsverhoudingen, met name vanuit het oogpunt van de juridische | arbeidsverhoudingen, met name vanuit het oogpunt van de juridische |
ondergeschiktheid. | ondergeschiktheid. |
B.4. Het Hof doet overigens opmerken dat de vrijstelling van | B.4. Het Hof doet overigens opmerken dat de vrijstelling van |
aansprakelijkheid die door het voormelde artikel 18 aan de werknemer | aansprakelijkheid die door het voormelde artikel 18 aan de werknemer |
ten aanzien van derden wordt verleend, geen afbreuk doet, zoals | ten aanzien van derden wordt verleend, geen afbreuk doet, zoals |
algemeen wordt aangenomen door de rechtspraak en de rechtsleer, aan de | algemeen wordt aangenomen door de rechtspraak en de rechtsleer, aan de |
aansprakelijkheid van de werkgever op grond van artikel 1384, derde | aansprakelijkheid van de werkgever op grond van artikel 1384, derde |
lid, van het Burgerlijk Wetboek, voor zover aan de | lid, van het Burgerlijk Wetboek, voor zover aan de |
toepassingsvoorwaarden van die bepaling is voldaan. Het door artikel | toepassingsvoorwaarden van die bepaling is voldaan. Het door artikel |
1384, derde lid, van het Burgerlijk Wetboek gevestigde | 1384, derde lid, van het Burgerlijk Wetboek gevestigde |
aansprakelijkheidsvermoeden is onweerlegbaar, zodat de werkgever | aansprakelijkheidsvermoeden is onweerlegbaar, zodat de werkgever |
objectief aansprakelijk is. De vrijstelling van aansprakelijkheid van | objectief aansprakelijk is. De vrijstelling van aansprakelijkheid van |
de werknemer ten gevolge van een toevallige lichte fout verhindert dus | de werknemer ten gevolge van een toevallige lichte fout verhindert dus |
in principe niet dat het slachtoffer schadeloos wordt gesteld. | in principe niet dat het slachtoffer schadeloos wordt gesteld. |
Om die redenen, | Om die redenen, |
het Hof | het Hof |
zegt voor recht : | zegt voor recht : |
In zoverre een leerkracht uit de openbare sector, die een orgaan is | In zoverre een leerkracht uit de openbare sector, die een orgaan is |
van de openbare macht, persoonlijk kan worden veroordeeld tot | van de openbare macht, persoonlijk kan worden veroordeeld tot |
schadevergoeding ten gunste van een slachtoffer op grond van artikel | schadevergoeding ten gunste van een slachtoffer op grond van artikel |
1382 van het Burgerlijk Wetboek en dus op grond van een fout, hoe | 1382 van het Burgerlijk Wetboek en dus op grond van een fout, hoe |
licht die ook is, schendt dat artikel de artikelen 10 en 11 van de | licht die ook is, schendt dat artikel de artikelen 10 en 11 van de |
Grondwet. | Grondwet. |
Aldus uitgesproken in het Nederlands en het Frans, overeenkomstig | Aldus uitgesproken in het Nederlands en het Frans, overeenkomstig |
artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het | artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het |
Arbitragehof, op de openbare terechtzitting van 28 januari 2003, door | Arbitragehof, op de openbare terechtzitting van 28 januari 2003, door |
de voormelde zetel, waarin de rechters A. Alen en J.-P. Moerman, | de voormelde zetel, waarin de rechters A. Alen en J.-P. Moerman, |
wettig verhinderd, voor de uitspraak respectievelijk zijn vervangen | wettig verhinderd, voor de uitspraak respectievelijk zijn vervangen |
door de rechters L. Lavrysen en J.-P. Snappe, overeenkomstig artikel | door de rechters L. Lavrysen en J.-P. Snappe, overeenkomstig artikel |
110 van dezelfde wet. | 110 van dezelfde wet. |
De griffier, | De griffier, |
L. Potoms. | L. Potoms. |
De voorzitter, | De voorzitter, |
A. Arts. | A. Arts. |