Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Arrest van --
← Terug naar "Uittreksel uit arrest nr. 86/2001 van 21 juni 2001 Rolnummer 1918 In zake : de prejudiciële vraag over artikel 14 van de wet van 3 juli 1967 betreffende de preventie van of de schadevergoeding voor arbeids(...) Het Arbitragehof, samengesteld uit de voorzitters H. Boel en M. Melchior, de rechters L. Françoi(...)"
Uittreksel uit arrest nr. 86/2001 van 21 juni 2001 Rolnummer 1918 In zake : de prejudiciële vraag over artikel 14 van de wet van 3 juli 1967 betreffende de preventie van of de schadevergoeding voor arbeids(...) Het Arbitragehof, samengesteld uit de voorzitters H. Boel en M. Melchior, de rechters L. Françoi(...) Uittreksel uit arrest nr. 86/2001 van 21 juni 2001 Rolnummer 1918 In zake : de prejudiciële vraag over artikel 14 van de wet van 3 juli 1967 betreffende de preventie van of de schadevergoeding voor arbeids(...) Het Arbitragehof, samengesteld uit de voorzitters H. Boel en M. Melchior, de rechters L. Françoi(...)
ARBITRAGEHOF ARBITRAGEHOF
Uittreksel uit arrest nr. 86/2001 van 21 juni 2001 Uittreksel uit arrest nr. 86/2001 van 21 juni 2001
Rolnummer 1918 Rolnummer 1918
In zake : de prejudiciële vraag over artikel 14 (zoals van kracht op 5 In zake : de prejudiciële vraag over artikel 14 (zoals van kracht op 5
oktober 1991) van de wet van 3 juli 1967 betreffende de preventie van oktober 1991) van de wet van 3 juli 1967 betreffende de preventie van
of de schadevergoeding voor arbeidsongevallen, voor ongevallen op de of de schadevergoeding voor arbeidsongevallen, voor ongevallen op de
weg naar en van het werk en voor beroepsziekten in de overheidssector, weg naar en van het werk en voor beroepsziekten in de overheidssector,
gesteld door het Hof van Beroep te Antwerpen. gesteld door het Hof van Beroep te Antwerpen.
Het Arbitragehof, Het Arbitragehof,
samengesteld uit de voorzitters H. Boel en M. Melchior, de rechters L. samengesteld uit de voorzitters H. Boel en M. Melchior, de rechters L.
François, P. Martens, A. Arts en E. De Groot, en, overeenkomstig François, P. Martens, A. Arts en E. De Groot, en, overeenkomstig
artikel 60bis van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het artikel 60bis van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het
Arbitragehof, emeritus rechter E. Cerexhe, bijgestaan door de griffier Arbitragehof, emeritus rechter E. Cerexhe, bijgestaan door de griffier
L. Potoms, onder voorzitterschap van voorzitter H. Boel, L. Potoms, onder voorzitterschap van voorzitter H. Boel,
wijst na beraad het volgende arrest : wijst na beraad het volgende arrest :
I. Onderwerp van de prejudiciële vraag I. Onderwerp van de prejudiciële vraag
Bij arrest van 15 maart 2000 in zake de Onderlinge Maatschappij der Bij arrest van 15 maart 2000 in zake de Onderlinge Maatschappij der
Openbare Besturen (OMOB) en het openbaar centrum voor maatschappelijk Openbare Besturen (OMOB) en het openbaar centrum voor maatschappelijk
welzijn van Antwerpen tegen H. Wijnants, waarvan de expeditie ter welzijn van Antwerpen tegen H. Wijnants, waarvan de expeditie ter
griffie van het Arbitragehof is ingekomen op 23 maart 2000, heeft het griffie van het Arbitragehof is ingekomen op 23 maart 2000, heeft het
Hof van Beroep te Antwerpen de volgende prejudiciële vraag gesteld : Hof van Beroep te Antwerpen de volgende prejudiciële vraag gesteld :
« Schendt artikel 14 van de wet van 3 juli 1967 betreffende de « Schendt artikel 14 van de wet van 3 juli 1967 betreffende de
schadevergoeding voor arbeidsongevallen, voor ongevallen op de weg schadevergoeding voor arbeidsongevallen, voor ongevallen op de weg
naar en van het werk en voor beroepsziekten in de overheidssector, naar en van het werk en voor beroepsziekten in de overheidssector,
zoals dit artikel van kracht was op datum van 5 oktober 1991, het zoals dit artikel van kracht was op datum van 5 oktober 1991, het
grondwettelijk gelijkheidsbeginsel en het niet-discriminatiebeginsel, grondwettelijk gelijkheidsbeginsel en het niet-discriminatiebeginsel,
zoals vervat in de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, ingeval een zoals vervat in de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, ingeval een
personeelslid van een in artikel 1 van voornoemde wet bedoelde personeelslid van een in artikel 1 van voornoemde wet bedoelde
rechtspersoon of instelling het slachtoffer is van een rechtspersoon of instelling het slachtoffer is van een
verkeersongeval, dat onopzettelijk veroorzaakt is door die verkeersongeval, dat onopzettelijk veroorzaakt is door die
rechtspersoon of die instelling of leden van het personeel ervan, door rechtspersoon of die instelling of leden van het personeel ervan, door
wat betreft het recht voor de getroffene of zijn rechthebbenden tot wat betreft het recht voor de getroffene of zijn rechthebbenden tot
het instellen van een vordering inzake burgerlijke aansprakelijkheid het instellen van een vordering inzake burgerlijke aansprakelijkheid
een onderscheid te maken tussen de getroffene of zijn rechthebbenden een onderscheid te maken tussen de getroffene of zijn rechthebbenden
van een arbeidsongeval en de getroffene of zijn rechthebbenden van een van een arbeidsongeval en de getroffene of zijn rechthebbenden van een
ongeval naar of van het werk en door louter op basis van die ongeval naar of van het werk en door louter op basis van die
kwalificatie aan de getroffene of zijn rechthebbenden dat kwalificatie aan de getroffene of zijn rechthebbenden dat
vorderingsrecht en derhalve de mogelijkheid tot een volledige vorderingsrecht en derhalve de mogelijkheid tot een volledige
schadevergoeding toe te kennen indien het arbeidsongeval een ongeval schadevergoeding toe te kennen indien het arbeidsongeval een ongeval
naar of van het werk uitmaakt, terwijl indien het arbeidsongeval zich naar of van het werk uitmaakt, terwijl indien het arbeidsongeval zich
niet voordeed op de weg naar of van het werk zulk recht en zulke niet voordeed op de weg naar of van het werk zulk recht en zulke
mogelijkheid voor de getroffene of zijn rechthebbende worden mogelijkheid voor de getroffene of zijn rechthebbende worden
uitgesloten ? » uitgesloten ? »
(...) (...)
IV. In rechte IV. In rechte
(...) (...)
B.1.1. De prejudiciële vraag heeft betrekking op de verenigbaarheid B.1.1. De prejudiciële vraag heeft betrekking op de verenigbaarheid
met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet van artikel 14 van de wet met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet van artikel 14 van de wet
van 3 juli 1967 betreffende de preventie van of de schadevergoeding van 3 juli 1967 betreffende de preventie van of de schadevergoeding
voor arbeidsongevallen, voor ongevallen op de weg naar en van het werk voor arbeidsongevallen, voor ongevallen op de weg naar en van het werk
en voor beroepsziekten in de overheidssector (Belgisch Staatsblad van en voor beroepsziekten in de overheidssector (Belgisch Staatsblad van
10 augustus 1967), zoals het is gewijzigd bij artikel 8 van de wet van 10 augustus 1967), zoals het is gewijzigd bij artikel 8 van de wet van
13 juli 1973, en zoals het van kracht was op 5 oktober 1991. Dat 13 juli 1973, en zoals het van kracht was op 5 oktober 1991. Dat
artikel luidde : artikel luidde :
«

Art. 14.§ 1. Ongeacht de uit deze wet voortvloeiende rechten blijft

«

Art. 14.§ 1. Ongeacht de uit deze wet voortvloeiende rechten blijft

de rechtsvordering inzake burgerlijke aansprakelijkheid mogelijk voor de rechtsvordering inzake burgerlijke aansprakelijkheid mogelijk voor
de getroffene of zijn rechthebbenden : de getroffene of zijn rechthebbenden :
1° tegen de personeelsleden die het arbeidsongeval of de beroepsziekte 1° tegen de personeelsleden die het arbeidsongeval of de beroepsziekte
opzettelijk hebben veroorzaakt; opzettelijk hebben veroorzaakt;
2° tegen de in artikel 1 bedoelde rechtspersonen of instellingen voor 2° tegen de in artikel 1 bedoelde rechtspersonen of instellingen voor
zover het arbeidsongeval of de beroepsziekte aan de goederen van de zover het arbeidsongeval of de beroepsziekte aan de goederen van de
getroffene schade heeft veroorzaakt; getroffene schade heeft veroorzaakt;
3° tegen de personen, behalve de in artikel 1 bedoelde rechtspersonen 3° tegen de personen, behalve de in artikel 1 bedoelde rechtspersonen
of instellingen en de leden van hun personeel, die voor het ongeval of instellingen en de leden van hun personeel, die voor het ongeval
aansprakelijk zijn; aansprakelijk zijn;
4° tegen de in artikel 1 bedoelde rechtspersonen of instellingen tot 4° tegen de in artikel 1 bedoelde rechtspersonen of instellingen tot
wier personeel de getroffene behoort of tegen de andere leden van dat wier personeel de getroffene behoort of tegen de andere leden van dat
personeel wanneer het ongeval zich op de weg naar en van het werk personeel wanneer het ongeval zich op de weg naar en van het werk
heeft voorgedaan. heeft voorgedaan.
§ 2. Onverminderd de bepalingen van § 1, zijn de in artikel 1 bedoelde § 2. Onverminderd de bepalingen van § 1, zijn de in artikel 1 bedoelde
personen of instellingen verplicht de vergoedingen of renten die personen of instellingen verplicht de vergoedingen of renten die
voortvloeien uit deze wet uit te betalen. voortvloeien uit deze wet uit te betalen.
De volgens het gemeen recht toegekende schadevergoeding kan evenwel De volgens het gemeen recht toegekende schadevergoeding kan evenwel
niet samengevoegd worden met de krachtens deze wet toegekende niet samengevoegd worden met de krachtens deze wet toegekende
vergoedingen. vergoedingen.
§ 3. Toepassing van het bepaalde in deze wet brengt van rechtswege § 3. Toepassing van het bepaalde in deze wet brengt van rechtswege
mede dat de hierboven bedoelde rechtspersonen of instellingen die de mede dat de hierboven bedoelde rechtspersonen of instellingen die de
last van de rente dragen, in alle rechten, vorderingen en last van de rente dragen, in alle rechten, vorderingen en
rechtsmiddelen treden welke de getroffene of zijn rechthebbenden, rechtsmiddelen treden welke de getroffene of zijn rechthebbenden,
overeenkomstig § 1 mochten kunnen doen gelden tegen de persoon die overeenkomstig § 1 mochten kunnen doen gelden tegen de persoon die
verantwoordelijk is voor het arbeidsongeval of de beroepsziekte en verantwoordelijk is voor het arbeidsongeval of de beroepsziekte en
zulks tot het bedrag van de renten en vergoedingen door deze wet zulks tot het bedrag van de renten en vergoedingen door deze wet
bepaald en van het bedrag gelijk aan het kapitaal dat die renten bepaald en van het bedrag gelijk aan het kapitaal dat die renten
vertegenwoordigt. vertegenwoordigt.
Bovendien treden de hierboven bedoelde rechtspersonen of instellingen Bovendien treden de hierboven bedoelde rechtspersonen of instellingen
die de last van de bezoldiging dragen van rechtswege in alle rechten, die de last van de bezoldiging dragen van rechtswege in alle rechten,
vorderingen en rechtsmiddelen die de getroffene overeenkomstig § 1 vorderingen en rechtsmiddelen die de getroffene overeenkomstig § 1
mocht kunnen doen gelden tegen de persoon die verantwoordelijk is voor mocht kunnen doen gelden tegen de persoon die verantwoordelijk is voor
het arbeidsongeval of de beroepsziekte tot het bedrag van de het arbeidsongeval of de beroepsziekte tot het bedrag van de
bezoldiging uitgekeerd gedurende de periode van tijdelijke bezoldiging uitgekeerd gedurende de periode van tijdelijke
ongeschiktheid. ongeschiktheid.
Wat de in artikel 1, 5° en 6°, van deze wet bedoelde personeelsleden Wat de in artikel 1, 5° en 6°, van deze wet bedoelde personeelsleden
betreft, treedt de Gemeenschap van rechtswege in hun plaats tot beloop betreft, treedt de Gemeenschap van rechtswege in hun plaats tot beloop
van het bedrag van de weddetoelage die gedurende de periode van van het bedrag van de weddetoelage die gedurende de periode van
tijdelijke ongeschiktheid ten gunste van de getroffenen wordt tijdelijke ongeschiktheid ten gunste van de getroffenen wordt
uitgekeerd. » uitgekeerd. »
Uit de feiten van het geding en de motivering van de verwijzende Uit de feiten van het geding en de motivering van de verwijzende
rechter blijkt dat de vraag beperkt is tot artikel 14, § 1, van de wet rechter blijkt dat de vraag beperkt is tot artikel 14, § 1, van de wet
van 3 juli 1967. Het Hof beperkt dan ook zijn onderzoek tot die van 3 juli 1967. Het Hof beperkt dan ook zijn onderzoek tot die
bepaling. bepaling.
B.1.2. Artikel 2 van de voormelde wet van 3 juli 1967, zoals gewijzigd B.1.2. Artikel 2 van de voormelde wet van 3 juli 1967, zoals gewijzigd
bij artikel 2 van de wet van 13 juli 1973 definieert het bij artikel 2 van de wet van 13 juli 1973 definieert het
arbeidsongeval als volgt : arbeidsongeval als volgt :
« Onder arbeidsongeval wordt verstaan het ongeval dat zich tijdens en « Onder arbeidsongeval wordt verstaan het ongeval dat zich tijdens en
door de uitoefening van het ambt heeft voorgedaan en dat een letsel door de uitoefening van het ambt heeft voorgedaan en dat een letsel
veroorzaakt. veroorzaakt.
Het ongeval overkomen tijdens de uitoefening van het ambt wordt, Het ongeval overkomen tijdens de uitoefening van het ambt wordt,
behoudens tegenbewijs, geacht door de uitoefening van het ambt te zijn behoudens tegenbewijs, geacht door de uitoefening van het ambt te zijn
overkomen. » overkomen. »
Het derde lid van hetzelfde artikel voegt daaraan toe : Het derde lid van hetzelfde artikel voegt daaraan toe :
« Worden eveneens beschouwd als arbeidsongevallen : « Worden eveneens beschouwd als arbeidsongevallen :
1° het ongeval overkomen op de weg naar en van het werk dat aan de 1° het ongeval overkomen op de weg naar en van het werk dat aan de
vereisten voldoet om dit karakter te hebben in de zin van artikel 8 vereisten voldoet om dit karakter te hebben in de zin van artikel 8
van de arbeidsongevallenwet van 10 april 1971; van de arbeidsongevallenwet van 10 april 1971;
[...]. » [...]. »
B.2. Artikel 14 van de voormelde wet van 3 juli 1967 voert in B.2. Artikel 14 van de voormelde wet van 3 juli 1967 voert in
paragraaf 1 ervan, ten aanzien van de personen die het slachtoffer paragraaf 1 ervan, ten aanzien van de personen die het slachtoffer
zijn van een verkeersongeval dat onopzettelijk is veroorzaakt door zijn van een verkeersongeval dat onopzettelijk is veroorzaakt door
publiekrechtelijke rechtspersonen of instellingen bedoeld in artikel 1 publiekrechtelijke rechtspersonen of instellingen bedoeld in artikel 1
van de bovenvermelde wet zoals dit van toepassing was op 5 oktober van de bovenvermelde wet zoals dit van toepassing was op 5 oktober
1991 en die op de bij die wet gegarandeerde schadeloosstelling 1991 en die op de bij die wet gegarandeerde schadeloosstelling
aanspraak kunnen maken, een verschil in behandeling in tussen de aanspraak kunnen maken, een verschil in behandeling in tussen de
slachtoffers van een arbeidsongeval en de slachtoffers van een ongeval slachtoffers van een arbeidsongeval en de slachtoffers van een ongeval
op de weg naar en van het werk, in zoverre enkel slachtoffers van die op de weg naar en van het werk, in zoverre enkel slachtoffers van die
laatste categorie, naast de vorderingen die gebaseerd zijn op de laatste categorie, naast de vorderingen die gebaseerd zijn op de
rechten die voortvloeien uit de voormelde wet, bij de rechtbank een rechten die voortvloeien uit de voormelde wet, bij de rechtbank een
aansprakelijkheidsvordering kunnen instellen tegen de bovenvermelde aansprakelijkheidsvordering kunnen instellen tegen de bovenvermelde
publiekrechtelijke rechtspersonen of instellingen. publiekrechtelijke rechtspersonen of instellingen.
B.3. De grondwettelijke regels van de gelijkheid en de B.3. De grondwettelijke regels van de gelijkheid en de
niet-discriminatie sluiten niet uit dat een verschil in behandeling niet-discriminatie sluiten niet uit dat een verschil in behandeling
tussen categorieën van personen wordt ingesteld, voor zover dat tussen categorieën van personen wordt ingesteld, voor zover dat
verschil op een objectief criterium berust en het redelijk verantwoord verschil op een objectief criterium berust en het redelijk verantwoord
is. is.
Het bestaan van een dergelijke verantwoording moet worden beoordeeld Het bestaan van een dergelijke verantwoording moet worden beoordeeld
rekening houdend met het doel en de gevolgen van de betwiste maatregel rekening houdend met het doel en de gevolgen van de betwiste maatregel
en met de aard van de ter zake geldende beginselen; het en met de aard van de ter zake geldende beginselen; het
gelijkheidsbeginsel is geschonden wanneer vaststaat dat er geen gelijkheidsbeginsel is geschonden wanneer vaststaat dat er geen
redelijk verband van evenredigheid bestaat tussen de aangewende redelijk verband van evenredigheid bestaat tussen de aangewende
middelen en het beoogde doel. middelen en het beoogde doel.
B.4.1. Uit de parlementaire voorbereiding blijkt dat de wet van 3 juli B.4.1. Uit de parlementaire voorbereiding blijkt dat de wet van 3 juli
1967 werd aangenomen om personeelsleden in overheidsdienst « te 1967 werd aangenomen om personeelsleden in overheidsdienst « te
verzekeren tegen de gevolgen van de ongevallen op de weg of de plaats verzekeren tegen de gevolgen van de ongevallen op de weg of de plaats
van het werk en de beroepsziekten. Het nagestreefde doel bestaat erin van het werk en de beroepsziekten. Het nagestreefde doel bestaat erin
hun een stelsel te bezorgen dat kan vergeleken worden met het stelsel hun een stelsel te bezorgen dat kan vergeleken worden met het stelsel
dat reeds toegepast wordt in de privé-sector. » Nochtans « oordeelde dat reeds toegepast wordt in de privé-sector. » Nochtans « oordeelde
[de Regering] het noch mogelijk noch wenselijk de personeelsleden van [de Regering] het noch mogelijk noch wenselijk de personeelsleden van
de overheidsdiensten te onderwerpen aan dezelfde bepalingen als de de overheidsdiensten te onderwerpen aan dezelfde bepalingen als de
arbeiders en de bedienden uit de privé-sector. Het statuut der arbeiders en de bedienden uit de privé-sector. Het statuut der
ambtenaren bevat particulariteiten waarmee rekening dient gehouden en ambtenaren bevat particulariteiten waarmee rekening dient gehouden en
die in zekere gevallen, het aanvaarden van eigen regelen die in zekere gevallen, het aanvaarden van eigen regelen
rechtvaardigen » (Parl. St., Kamer, 1964-1965, nr. 1023/1, pp. 3 en 4; rechtvaardigen » (Parl. St., Kamer, 1964-1965, nr. 1023/1, pp. 3 en 4;
Parl. St., Senaat, 1966-1967, nr. 242, pp. 2-3). Ook al « [is er] van Parl. St., Senaat, 1966-1967, nr. 242, pp. 2-3). Ook al « [is er] van
een eenvoudige uitbreiding van het stelsel van de privé-sector tot de een eenvoudige uitbreiding van het stelsel van de privé-sector tot de
openbare sector [...] dus geenszins sprake » (Parl. St., Kamer, openbare sector [...] dus geenszins sprake » (Parl. St., Kamer,
1966-1967, nr. 339, Verslag, p. 2), toch moet worden opgemerkt dat wat 1966-1967, nr. 339, Verslag, p. 2), toch moet worden opgemerkt dat wat
betreft de definiëring van de begrippen arbeidsongeval, ongeval op de betreft de definiëring van de begrippen arbeidsongeval, ongeval op de
weg naar en van het werk en beroepsziekte, het « parallellisme met de weg naar en van het werk en beroepsziekte, het « parallellisme met de
privé-sector [...] daarbij volledig [wordt] doorgetrokken » (ibid., p. privé-sector [...] daarbij volledig [wordt] doorgetrokken » (ibid., p.
5). 5).
Ook artikel 14, § 1, van de wet van 3 juli 1967 werd gesteld naar het Ook artikel 14, § 1, van de wet van 3 juli 1967 werd gesteld naar het
voorbeeld van artikel 19 van de wet betreffende de arbeidsongevallen voorbeeld van artikel 19 van de wet betreffende de arbeidsongevallen
zoals die was gewijzigd bij de wet van 11 juni 1964. Deze laatste wet zoals die was gewijzigd bij de wet van 11 juni 1964. Deze laatste wet
heeft in de privé-sector het onderscheid van behandeling tussen een heeft in de privé-sector het onderscheid van behandeling tussen een
arbeidsongeval en een ongeval op de weg naar en van het werk arbeidsongeval en een ongeval op de weg naar en van het werk
ingevoerd. De wetgever oordeelde het van de artikelen 1382 en volgende ingevoerd. De wetgever oordeelde het van de artikelen 1382 en volgende
van het Burgerlijk Wetboek afwijkende stelsel van forfaitaire van het Burgerlijk Wetboek afwijkende stelsel van forfaitaire
schadeloosstelling geldend voor eigenlijke arbeidsongevallen niet schadeloosstelling geldend voor eigenlijke arbeidsongevallen niet
langer te moeten handhaven voor ongevallen op de weg naar en van het langer te moeten handhaven voor ongevallen op de weg naar en van het
werk en heeft ten voordele van de slachtoffers van dergelijke werk en heeft ten voordele van de slachtoffers van dergelijke
ongevallen een gemengd stelsel ingevoerd waardoor de slachtoffers en ongevallen een gemengd stelsel ingevoerd waardoor de slachtoffers en
hun rechthebbenden, enerzijds, hun aanspraak op de forfaitaire hun rechthebbenden, enerzijds, hun aanspraak op de forfaitaire
vergoeding, die als een minimumuitkering zou gelden, behouden zonder vergoeding, die als een minimumuitkering zou gelden, behouden zonder
dat hun de bewijslast werd opgelegd ten aanzien van de eventuele dat hun de bewijslast werd opgelegd ten aanzien van de eventuele
schuld van de persoon die het ongeval heeft veroorzaakt, en, schuld van de persoon die het ongeval heeft veroorzaakt, en,
anderzijds, een vergoeding kunnen verkrijgen voor de overige schade anderzijds, een vergoeding kunnen verkrijgen voor de overige schade
waarvan, volgens de regels van het gemeen recht, zou kunnen worden waarvan, volgens de regels van het gemeen recht, zou kunnen worden
aangetoond dat zij veroorzaakt is door de schuld van een derde, zelfs aangetoond dat zij veroorzaakt is door de schuld van een derde, zelfs
zo deze laatste tot dezelfde onderneming behoort. zo deze laatste tot dezelfde onderneming behoort.
Artikel 19 van de wet betreffende de arbeidsongevallen zoals gewijzigd Artikel 19 van de wet betreffende de arbeidsongevallen zoals gewijzigd
bij de wet van 11 juni 1964 is overgenomen in artikel 46 van de bij de wet van 11 juni 1964 is overgenomen in artikel 46 van de
arbeidsongevallenwet van 10 april 1971. arbeidsongevallenwet van 10 april 1971.
Artikel 14 van de wet van 3 juli 1967 werd op zijn beurt vervangen Artikel 14 van de wet van 3 juli 1967 werd op zijn beurt vervangen
door artikel 8 van de wet van 13 juli 1973 om de in artikel 46 van de door artikel 8 van de wet van 13 juli 1973 om de in artikel 46 van de
wet van 10 april 1971 voorgeschreven grondregelen inzake de wet van 10 april 1971 voorgeschreven grondregelen inzake de
burgerlijke aansprakelijkheid over te nemen en aan te passen aan de burgerlijke aansprakelijkheid over te nemen en aan te passen aan de
publieke sector (Parl. St., Kamer, 1972-1973, nr. 468/1, p. 5). publieke sector (Parl. St., Kamer, 1972-1973, nr. 468/1, p. 5).
B.4.2. Ofschoon vastbenoemde ambtenaren in overheidsdienst en B.4.2. Ofschoon vastbenoemde ambtenaren in overheidsdienst en
werknemers in de privé-sector, inzake arbeidsongevallen, onderworpen werknemers in de privé-sector, inzake arbeidsongevallen, onderworpen
zijn aan verschillende stelsels die aan eigen bijzondere kenmerken van zijn aan verschillende stelsels die aan eigen bijzondere kenmerken van
die twee sectoren beantwoorden, moet voor het in B.2 beschreven die twee sectoren beantwoorden, moet voor het in B.2 beschreven
verschil in behandeling rekening worden gehouden met het parallellisme verschil in behandeling rekening worden gehouden met het parallellisme
tussen artikel 46 van de wet van 10 april 1973 en artikel 14, § 1, van tussen artikel 46 van de wet van 10 april 1973 en artikel 14, § 1, van
de wet van 3 juli 1967, zodat wat geldt voor de ene bepaling ook geldt de wet van 3 juli 1967, zodat wat geldt voor de ene bepaling ook geldt
voor de andere. voor de andere.
B.5. Het door de wetgever ingevoerde onderscheid van behandeling B.5. Het door de wetgever ingevoerde onderscheid van behandeling
tussen de slachtoffers van een arbeidsongeval en de slachtoffers van tussen de slachtoffers van een arbeidsongeval en de slachtoffers van
een ongeval op de weg naar en van het werk beantwoordt aan een wettige een ongeval op de weg naar en van het werk beantwoordt aan een wettige
doelstelling, te weten de zorg om aan alle slachtoffers de in de wet doelstelling, te weten de zorg om aan alle slachtoffers de in de wet
van 3 juli 1967 bepaalde basisvoorziening te verzekeren en om, in die van 3 juli 1967 bepaalde basisvoorziening te verzekeren en om, in die
gevallen waarin het hem niet meer verantwoord lijkt om de in de wet gevallen waarin het hem niet meer verantwoord lijkt om de in de wet
voorgeschreven beperkingen te behouden, aan de slachtoffers een zo voorgeschreven beperkingen te behouden, aan de slachtoffers een zo
ruim mogelijke vergoeding te zien toekennen. ruim mogelijke vergoeding te zien toekennen.
Door het onderscheid tussen beide categorieën van slachtoffers te Door het onderscheid tussen beide categorieën van slachtoffers te
baseren op de vaststelling dat er voor de twee soorten ongevallen een baseren op de vaststelling dat er voor de twee soorten ongevallen een
verschil bestaat ten aanzien van de moeilijkheid om het bewijs van de verschil bestaat ten aanzien van de moeilijkheid om het bewijs van de
schade te leveren en om het oorzakelijk verband te bepalen tussen de schade te leveren en om het oorzakelijk verband te bepalen tussen de
schade en de schuld van een rechtspersoon of instelling bedoeld in schade en de schuld van een rechtspersoon of instelling bedoeld in
artikel 1 van de wet van 3 juli 1967 en de leden van hun personeel, en artikel 1 van de wet van 3 juli 1967 en de leden van hun personeel, en
dat ongevallen op de weg naar en van het werk zowel in aantal als in dat ongevallen op de weg naar en van het werk zowel in aantal als in
ernst waren toegenomen, heeft de wetgever een verschil van behandeling ernst waren toegenomen, heeft de wetgever een verschil van behandeling
ingevoerd op grond van criteria die de invoering ervan objectief en ingevoerd op grond van criteria die de invoering ervan objectief en
redelijk verantwoorden. redelijk verantwoorden.
Aldus heeft de wetgever een onderscheid in behandeling ingesteld dat Aldus heeft de wetgever een onderscheid in behandeling ingesteld dat
de toets aan de artikelen 10 en 11 van de Grondwet doorstaat. de toets aan de artikelen 10 en 11 van de Grondwet doorstaat.
B.6.1. Artikel 2 van de wet van 3 juli 1967, zoals gewijzigd door B.6.1. Artikel 2 van de wet van 3 juli 1967, zoals gewijzigd door
artikel 2 van de wet van 13 juli 1973, verwijst voor de definitie van artikel 2 van de wet van 13 juli 1973, verwijst voor de definitie van
het ongeval op de weg naar en van het werk naar artikel 8 van de het ongeval op de weg naar en van het werk naar artikel 8 van de
arbeidsongevallenwet van 10 april 1971. Uit de combinatie van de arbeidsongevallenwet van 10 april 1971. Uit de combinatie van de
artikelen 7 en 8 van die wet heeft de rechtspraak een ander artikelen 7 en 8 van die wet heeft de rechtspraak een ander
onderscheid afgeleid tussen de slachtoffers van een verkeersongeval : onderscheid afgeleid tussen de slachtoffers van een verkeersongeval :
enerzijds, van een verkeersongeval dat zich voordoet terwijl het enerzijds, van een verkeersongeval dat zich voordoet terwijl het
slachtoffer zich onder het gezag van de werkgever bevindt zodat het slachtoffer zich onder het gezag van de werkgever bevindt zodat het
als een arbeidsongeval beschouwd wordt, met andere woorden, een als een arbeidsongeval beschouwd wordt, met andere woorden, een
ongeval dat zich voordoet tijdens en door het feit van de uitvoering ongeval dat zich voordoet tijdens en door het feit van de uitvoering
van de arbeidsovereenkomst en, anderzijds, van een verkeersongeval dat van de arbeidsovereenkomst en, anderzijds, van een verkeersongeval dat
geen arbeidsongeval is doordat het zich voordoet terwijl het geen arbeidsongeval is doordat het zich voordoet terwijl het
slachtoffer niet onder het gezag van de werkgever staat. In het eerste slachtoffer niet onder het gezag van de werkgever staat. In het eerste
geval kan het slachtoffer slechts aanspraak maken op de forfaitaire geval kan het slachtoffer slechts aanspraak maken op de forfaitaire
arbeidsongevallenvergoeding; in het tweede geval behoudt het arbeidsongevallenvergoeding; in het tweede geval behoudt het
daarenboven in voorkomend geval de gemeenrechtelijke vordering, zoals daarenboven in voorkomend geval de gemeenrechtelijke vordering, zoals
bepaald in artikel 46 van de arbeidsongevallenwet (zie onder meer bepaald in artikel 46 van de arbeidsongevallenwet (zie onder meer
Cass., 14 maart 1968, Arr. Cass., 1968, pp. 932-934; Cass., 19 Cass., 14 maart 1968, Arr. Cass., 1968, pp. 932-934; Cass., 19
september 1972, Arr. Cass., 1972, pp. 72-75; Cass., 28 januari 1975, september 1972, Arr. Cass., 1972, pp. 72-75; Cass., 28 januari 1975,
Arr. Cass., 1975, pp. 596-612). Arr. Cass., 1975, pp. 596-612).
Het bestaan van de gezagsverhouding wordt door de feitenrechter Het bestaan van de gezagsverhouding wordt door de feitenrechter
beoordeeld op grond van verschillende criteria die in hoofdzaak beoordeeld op grond van verschillende criteria die in hoofdzaak
betrekking hebben op het al dan niet verplicht karakter van het betrekking hebben op het al dan niet verplicht karakter van het
georganiseerd vervoer van werknemers, tijdens hetwelk het ongeval zich georganiseerd vervoer van werknemers, tijdens hetwelk het ongeval zich
voordoet, het al dan niet betalen van loon voor de duur van het voordoet, het al dan niet betalen van loon voor de duur van het
traject en soms zelfs het al dan niet bereikt zijn van de plaats waar traject en soms zelfs het al dan niet bereikt zijn van de plaats waar
het werk wordt uitgevoerd. het werk wordt uitgevoerd.
Die rechtspraak geldt op gelijke wijze ten aanzien van Die rechtspraak geldt op gelijke wijze ten aanzien van
arbeidsongevallen in de publieke sector. arbeidsongevallen in de publieke sector.
B.6.2. Dat het slachtoffer al dan niet onder het gezag van de in B.6.2. Dat het slachtoffer al dan niet onder het gezag van de in
artikel 1 van de wet van 3 juli 1967 bedoelde rechtspersoon of artikel 1 van de wet van 3 juli 1967 bedoelde rechtspersoon of
instelling stond, is een objectief criterium van onderscheid. Rekening instelling stond, is een objectief criterium van onderscheid. Rekening
houdend met het doel en de gevolgen van de in het geding zijnde houdend met het doel en de gevolgen van de in het geding zijnde
wettelijke bepaling is dat criterium van onderscheid evenwel niet wettelijke bepaling is dat criterium van onderscheid evenwel niet
relevant. Het feit dat een personeelslid al dan niet onder het gezag relevant. Het feit dat een personeelslid al dan niet onder het gezag
van zijn in artikel 1 van de wet van 3 juli 1967 bedoelde van zijn in artikel 1 van de wet van 3 juli 1967 bedoelde
rechtspersoon of instelling staat, beïnvloedt immers op geen enkele rechtspersoon of instelling staat, beïnvloedt immers op geen enkele
wijze het bestaan en de toename van het aantal verkeersongevallen die wijze het bestaan en de toename van het aantal verkeersongevallen die
hadden verantwoord dat de wetgever afweek van het forfaitaire hadden verantwoord dat de wetgever afweek van het forfaitaire
vergoedingsstelsel; dat feit vertoont geen verband met de ernst van de vergoedingsstelsel; dat feit vertoont geen verband met de ernst van de
schade die uit dergelijke ongevallen voor de personeelsleden schade die uit dergelijke ongevallen voor de personeelsleden
voortvloeit en heeft evenmin een weerslag op de moeilijkheid om het voortvloeit en heeft evenmin een weerslag op de moeilijkheid om het
bewijs te leveren van het oorzakelijk verband tussen de schade en de bewijs te leveren van het oorzakelijk verband tussen de schade en de
schuld van de in artikel 1 van de wet van 3 juli 1967 bedoelde schuld van de in artikel 1 van de wet van 3 juli 1967 bedoelde
rechtspersoon of instelling en de leden van hun personeel. rechtspersoon of instelling en de leden van hun personeel.
Bijgevolg is, met betrekking tot de mogelijkheid om een Bijgevolg is, met betrekking tot de mogelijkheid om een
gemeenrechtelijke vordering inzake burgerlijke aansprakelijkheid in te gemeenrechtelijke vordering inzake burgerlijke aansprakelijkheid in te
stellen, het ingevoerde onderscheid tussen de slachtoffers van een stellen, het ingevoerde onderscheid tussen de slachtoffers van een
door de in artikel 1 van de wet van 3 juli 1967 bedoelde rechtspersoon door de in artikel 1 van de wet van 3 juli 1967 bedoelde rechtspersoon
of instelling en de leden van hun personeel onopzettelijk veroorzaakt of instelling en de leden van hun personeel onopzettelijk veroorzaakt
verkeersongeval, naargelang zij al dan niet onder het gezag van de verkeersongeval, naargelang zij al dan niet onder het gezag van de
werkgever staan, niet verantwoord. werkgever staan, niet verantwoord.
B.7.1. Er moet evenwel rekening worden gehouden met het hiervoor B.7.1. Er moet evenwel rekening worden gehouden met het hiervoor
uiteengezette parallellisme tussen de in het geding zijnde bepaling en uiteengezette parallellisme tussen de in het geding zijnde bepaling en
artikel 46 van de arbeidsongevallenwet van 10 april 1971. De artikel 46 van de arbeidsongevallenwet van 10 april 1971. De
parlementaire voorbereiding van de wet van 11 juni 1964 lijkt niet te parlementaire voorbereiding van de wet van 11 juni 1964 lijkt niet te
hebben uitgesloten dat de rechtsvordering inzake burgerlijke hebben uitgesloten dat de rechtsvordering inzake burgerlijke
aansprakelijkheid met toepassing van artikel 46 van de aansprakelijkheid met toepassing van artikel 46 van de
arbeidsongevallenwet, zou worden toegekend aan het slachtoffer van het arbeidsongevallenwet, zou worden toegekend aan het slachtoffer van het
door de werkgever, zijn lasthebbers of aangestelden onopzettelijk door de werkgever, zijn lasthebbers of aangestelden onopzettelijk
veroorzaakte verkeersongeval dat zich voordeed op het ogenblik dat het veroorzaakte verkeersongeval dat zich voordeed op het ogenblik dat het
slachtoffer onder het gezag van de werkgever stond (Parl. St., Kamer, slachtoffer onder het gezag van de werkgever stond (Parl. St., Kamer,
1962-1963, nr. 593/1, p. 2) zodat mag worden aangenomen dat de 1962-1963, nr. 593/1, p. 2) zodat mag worden aangenomen dat de
wetgever dezelfde bedoeling had inzake artikel 14 van de wet van 3 wetgever dezelfde bedoeling had inzake artikel 14 van de wet van 3
juli 1967 betreffende het slachtoffer van een door de in artikel 1 van juli 1967 betreffende het slachtoffer van een door de in artikel 1 van
de wet van 3 juli 1967 bedoelde rechtspersoon of instelling en de de wet van 3 juli 1967 bedoelde rechtspersoon of instelling en de
leden van hun personeel onopzettelijk veroorzaakt verkeersongeval. leden van hun personeel onopzettelijk veroorzaakt verkeersongeval.
B.7.2. Gelet op de vaststelling dat het probleem van de bewijslast B.7.2. Gelet op de vaststelling dat het probleem van de bewijslast
zich niet anders aandient wanneer het verkeersongeval zich voordoet op zich niet anders aandient wanneer het verkeersongeval zich voordoet op
een ogenblik dat het personeelslid, zij het zelfs onrechtstreeks, een ogenblik dat het personeelslid, zij het zelfs onrechtstreeks,
onder het gezag van de in artikel 1 van de wet van 3 juli 1967 onder het gezag van de in artikel 1 van de wet van 3 juli 1967
bedoelde rechtspersoon of instelling staat, en rekening houdend met de bedoelde rechtspersoon of instelling staat, en rekening houdend met de
ontwikkelingen van de arbeidsverhoudingen, die van personeelsleden een ontwikkelingen van de arbeidsverhoudingen, die van personeelsleden een
steeds grotere mobiliteit vereisen, valt onder het begrip « ongeval op steeds grotere mobiliteit vereisen, valt onder het begrip « ongeval op
de weg naar en van het werk », ook : ieder ongeval dat zich bij de de weg naar en van het werk », ook : ieder ongeval dat zich bij de
uitvoering van de opdracht waartoe de werknemer middels een uitvoering van de opdracht waartoe de werknemer middels een
arbeidsovereenkomst is gehouden, op de openbare weg voordoet buiten de arbeidsovereenkomst is gehouden, op de openbare weg voordoet buiten de
normale plaats van het werk en buiten de beroepsactiviteit van de normale plaats van het werk en buiten de beroepsactiviteit van de
werknemer (Parl. St., Kamer, 1962-1963, nr. 593/1, p. 2). werknemer (Parl. St., Kamer, 1962-1963, nr. 593/1, p. 2).
In die interpretatie van artikel 46 van de arbeidsongevallenwet In die interpretatie van artikel 46 van de arbeidsongevallenwet
schendt het onderscheid tussen de slachtoffers van een arbeidsongeval schendt het onderscheid tussen de slachtoffers van een arbeidsongeval
en de slachtoffers van een ongeval op de weg naar en van het werk de en de slachtoffers van een ongeval op de weg naar en van het werk de
artikelen 10 en 11 van de Grondwet niet. artikelen 10 en 11 van de Grondwet niet.
Om die redenen, Om die redenen,
het Hof het Hof
zegt voor recht : zegt voor recht :
- Artikel 14, § 1, van de wet van 3 juli 1967 betreffende de preventie - Artikel 14, § 1, van de wet van 3 juli 1967 betreffende de preventie
van of de schadevergoeding voor arbeidsongevallen, voor ongevallen op van of de schadevergoeding voor arbeidsongevallen, voor ongevallen op
de weg naar en van het werk en voor beroepsziekten in de de weg naar en van het werk en voor beroepsziekten in de
overheidssector, zoals dit van kracht was op 5 oktober 1991, schendt overheidssector, zoals dit van kracht was op 5 oktober 1991, schendt
de artikelen 10 en 11 van de Grondwet indien het in die zin wordt de artikelen 10 en 11 van de Grondwet indien het in die zin wordt
uitgelegd dat het, volgens de gemeenrechtelijke regels inzake uitgelegd dat het, volgens de gemeenrechtelijke regels inzake
burgerlijke aansprakelijkheid, een volledige schadevergoeding weigert burgerlijke aansprakelijkheid, een volledige schadevergoeding weigert
aan het personeelslid dat het slachtoffer is van een verkeersongeval aan het personeelslid dat het slachtoffer is van een verkeersongeval
dat onopzettelijk is veroorzaakt door de in artikel 1 van de voormelde dat onopzettelijk is veroorzaakt door de in artikel 1 van de voormelde
wet bedoelde publiekrechtelijke rechtspersonen of instellingen en de wet bedoelde publiekrechtelijke rechtspersonen of instellingen en de
leden van hun personeel, terwijl het slachtoffer onder het gezag van leden van hun personeel, terwijl het slachtoffer onder het gezag van
die rechtspersoon of instelling staat. die rechtspersoon of instelling staat.
- Artikel 14, § 1, van de wet van 3 juli 1967 betreffende de preventie - Artikel 14, § 1, van de wet van 3 juli 1967 betreffende de preventie
van of de schadevergoeding voor arbeidsongevallen, voor ongevallen op van of de schadevergoeding voor arbeidsongevallen, voor ongevallen op
de weg naar en van het werk en voor beroepsziekten in de de weg naar en van het werk en voor beroepsziekten in de
overheidssector, zoals dit van kracht was op 5 oktober 1991, schendt overheidssector, zoals dit van kracht was op 5 oktober 1991, schendt
de artikelen 10 en 11 van de Grondwet niet indien het in die zin wordt de artikelen 10 en 11 van de Grondwet niet indien het in die zin wordt
uitgelegd dat het, volgens de gemeenrechtelijke regels inzake uitgelegd dat het, volgens de gemeenrechtelijke regels inzake
burgerlijke aansprakelijkheid, een volledige schadevergoeding toekent burgerlijke aansprakelijkheid, een volledige schadevergoeding toekent
aan het personeelslid dat het slachtoffer is van een verkeersongeval aan het personeelslid dat het slachtoffer is van een verkeersongeval
dat onopzettelijk is veroorzaakt door de in artikel 1 van de voormelde dat onopzettelijk is veroorzaakt door de in artikel 1 van de voormelde
wet bedoelde publiekrechtelijke rechtspersonen of instellingen en de wet bedoelde publiekrechtelijke rechtspersonen of instellingen en de
leden van hun personeel, zelfs terwijl het slachtoffer onder het gezag leden van hun personeel, zelfs terwijl het slachtoffer onder het gezag
van die rechtspersoon of instelling staat. van die rechtspersoon of instelling staat.
Aldus uitgesproken in het Nederlands en het Frans, overeenkomstig Aldus uitgesproken in het Nederlands en het Frans, overeenkomstig
artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het
Arbitragehof, op de openbare terechtzitting van 21 juni 2001. Arbitragehof, op de openbare terechtzitting van 21 juni 2001.
De griffier, De griffier,
L. Potoms L. Potoms
De voorzitter, De voorzitter,
H. Boel H. Boel
^