← Terug naar "Uittreksel uit arrest nr. 27/2001 van 1 maart 2001 Rolnummer 2092 In zake : de prejudiciële
vraag betreffende artikel 35terdecies, § 5, van de wet van 26 maart 1971 op de bescherming van
de oppervlaktewateren tegen verontreiniging, zoals Het Arbitragehof, samengesteld
uit de voorzitters G. De Baets en M. Melchior, en de rechters H. (...)"
Uittreksel uit arrest nr. 27/2001 van 1 maart 2001 Rolnummer 2092 In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 35terdecies, § 5, van de wet van 26 maart 1971 op de bescherming van de oppervlaktewateren tegen verontreiniging, zoals Het Arbitragehof, samengesteld uit de voorzitters G. De Baets en M. Melchior, en de rechters H. (...) | Uittreksel uit arrest nr. 27/2001 van 1 maart 2001 Rolnummer 2092 In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 35terdecies, § 5, van de wet van 26 maart 1971 op de bescherming van de oppervlaktewateren tegen verontreiniging, zoals Het Arbitragehof, samengesteld uit de voorzitters G. De Baets en M. Melchior, en de rechters H. (...) |
---|---|
ARBITRAGEHOF | ARBITRAGEHOF |
Uittreksel uit arrest nr. 27/2001 van 1 maart 2001 | Uittreksel uit arrest nr. 27/2001 van 1 maart 2001 |
Rolnummer 2092 | Rolnummer 2092 |
In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 35terdecies, § 5, | In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 35terdecies, § 5, |
van de wet van 26 maart 1971 op de bescherming van de | van de wet van 26 maart 1971 op de bescherming van de |
oppervlaktewateren tegen verontreiniging, zoals ingevoegd bij artikel | oppervlaktewateren tegen verontreiniging, zoals ingevoegd bij artikel |
69 van het decreet van de Vlaamse Raad van 21 december 1990, gesteld | 69 van het decreet van de Vlaamse Raad van 21 december 1990, gesteld |
door het Hof van Beroep te Gent. | door het Hof van Beroep te Gent. |
Het Arbitragehof, | Het Arbitragehof, |
samengesteld uit de voorzitters G. De Baets en M. Melchior, en de | samengesteld uit de voorzitters G. De Baets en M. Melchior, en de |
rechters H. Boel, L. François, J. Delruelle, A. Arts en M. Bossuyt, | rechters H. Boel, L. François, J. Delruelle, A. Arts en M. Bossuyt, |
bijgestaan door de griffier L. Potoms, onder voorzitterschap van | bijgestaan door de griffier L. Potoms, onder voorzitterschap van |
voorzitter G. De Baets, | voorzitter G. De Baets, |
wijst na beraad het volgende arrest : | wijst na beraad het volgende arrest : |
I. Onderwerp van de prejudiciële vraag | I. Onderwerp van de prejudiciële vraag |
Bij arrest van 30 november 2000 in zake de n.v. Masureel Veredeling | Bij arrest van 30 november 2000 in zake de n.v. Masureel Veredeling |
tegen de Vlaamse Milieumaatschappij, waarvan de expeditie ter griffie | tegen de Vlaamse Milieumaatschappij, waarvan de expeditie ter griffie |
van het Arbitragehof is ingekomen op 12 december 2000, heeft het Hof | van het Arbitragehof is ingekomen op 12 december 2000, heeft het Hof |
van Beroep te Gent de volgende prejudiciële vraag gesteld : | van Beroep te Gent de volgende prejudiciële vraag gesteld : |
« Is artikel 35terdecies, § 5, van de wet van 26 maart 1971 op de | « Is artikel 35terdecies, § 5, van de wet van 26 maart 1971 op de |
bescherming van de oppervlaktewateren tegen verontreiniging, ingevoegd | bescherming van de oppervlaktewateren tegen verontreiniging, ingevoegd |
bij art. 69 van het decreet van 21 december 1990 houdende | bij art. 69 van het decreet van 21 december 1990 houdende |
begrotingstechnische bepalingen alsmede bepalingen tot begeleiding van | begrotingstechnische bepalingen alsmede bepalingen tot begeleiding van |
de begroting 1991, en luidend als volgt : | de begroting 1991, en luidend als volgt : |
' § 5. Binnen een termijn van 30 dagen na betekening van het | ' § 5. Binnen een termijn van 30 dagen na betekening van het |
dwangbevel bedoeld in § 4 kan de heffingsplichtige bij | dwangbevel bedoeld in § 4 kan de heffingsplichtige bij |
gerechtsdeurwaardersexploot een met redenen omkleed verzet doen, | gerechtsdeurwaardersexploot een met redenen omkleed verzet doen, |
houdende dagvaarding van het Vlaamse Gewest, bij de rechtbank van | houdende dagvaarding van het Vlaamse Gewest, bij de rechtbank van |
eerste aanleg van het arrondissement waar de standplaats van de | eerste aanleg van het arrondissement waar de standplaats van de |
ambtenaar die het dwangbevel heeft uitgevaardigd gevestigd is. Dit | ambtenaar die het dwangbevel heeft uitgevaardigd gevestigd is. Dit |
verzet schorst de tenuitvoerlegging van het dwangbevel. Hiertoe kiest | verzet schorst de tenuitvoerlegging van het dwangbevel. Hiertoe kiest |
het Vlaamse Gewest woonplaats bij de Maatschappij ' | het Vlaamse Gewest woonplaats bij de Maatschappij ' |
strijdig met artikel 94 van de Grondwet (thans 146 G.W.) nl. in | strijdig met artikel 94 van de Grondwet (thans 146 G.W.) nl. in |
zoverre artikel 69 van het decreet van 21 december 1990 houdende | zoverre artikel 69 van het decreet van 21 december 1990 houdende |
begrotingstechnische bepalingen alsmede bepalingen tot begeleiding van | begrotingstechnische bepalingen alsmede bepalingen tot begeleiding van |
de begroting 1991 in art. 35terdecies, § 5, de materiële en de | de begroting 1991 in art. 35terdecies, § 5, de materiële en de |
territoriale bevoegdheid van de rechtbanken bepaalt en aldus een | territoriale bevoegdheid van de rechtbanken bepaalt en aldus een |
aangelegenheid regelt die door artikel 94 van de Grondwet (art. 146 | aangelegenheid regelt die door artikel 94 van de Grondwet (art. 146 |
van de gecoördineerde Grondwet) aan de nationale wetgever is | van de gecoördineerde Grondwet) aan de nationale wetgever is |
voorbehouden ? » | voorbehouden ? » |
(...) | (...) |
IV. In rechte | IV. In rechte |
(...) | (...) |
B.1. De vraag peilt naar de bestaanbaarheid met de | B.1. De vraag peilt naar de bestaanbaarheid met de |
bevoegdheidverdelende regels van artikel 35terdecies, § 5, van de wet | bevoegdheidverdelende regels van artikel 35terdecies, § 5, van de wet |
van 26 maart 1971 op de bescherming van de oppervlaktewateren tegen | van 26 maart 1971 op de bescherming van de oppervlaktewateren tegen |
verontreiniging, ingevoegd bij artikel 69 van het decreet van de | verontreiniging, ingevoegd bij artikel 69 van het decreet van de |
Vlaamse Raad van 21 december 1990 houdende begrotingstechnische | Vlaamse Raad van 21 december 1990 houdende begrotingstechnische |
bepalingen alsmede bepalingen tot begeleiding van de begroting 1991, | bepalingen alsmede bepalingen tot begeleiding van de begroting 1991, |
in zoverre het de materiële en territoriale bevoegdheid van de | in zoverre het de materiële en territoriale bevoegdheid van de |
rechtbanken bepaalt. | rechtbanken bepaalt. |
B.2. De in het geding zijnde bepaling luidde vóór de vervanging ervan | B.2. De in het geding zijnde bepaling luidde vóór de vervanging ervan |
bij artikel 44 van het decreet van 25 juni 1992 als volgt : | bij artikel 44 van het decreet van 25 juni 1992 als volgt : |
« Binnen een termijn van 30 dagen na betekening van het dwangbevel | « Binnen een termijn van 30 dagen na betekening van het dwangbevel |
bedoeld in § 4 kan de heffingsplichtige bij | bedoeld in § 4 kan de heffingsplichtige bij |
gerechtsdeurwaardersexploot een met redenen omkleed verzet doen, | gerechtsdeurwaardersexploot een met redenen omkleed verzet doen, |
houdende dagvaarding van het Vlaamse Gewest, bij de rechtbank van | houdende dagvaarding van het Vlaamse Gewest, bij de rechtbank van |
eerste aanleg van het arrondissement, waar de standplaats van de | eerste aanleg van het arrondissement, waar de standplaats van de |
ambtenaar die het dwangbevel heeft uitgevaardigd gevestigd is. Dit | ambtenaar die het dwangbevel heeft uitgevaardigd gevestigd is. Dit |
verzet schorst de tenuitvoerlegging van het dwangbevel. | verzet schorst de tenuitvoerlegging van het dwangbevel. |
Hiertoe kiest het Vlaamse Gewest woonplaats bij de Maatschappij. » | Hiertoe kiest het Vlaamse Gewest woonplaats bij de Maatschappij. » |
B.3. Die bepaling vertoonde sterke gelijkenis met artikel 47decies, § | B.3. Die bepaling vertoonde sterke gelijkenis met artikel 47decies, § |
2, van het decreet van het Vlaamse Gewest van 2 juli 1981 betreffende | 2, van het decreet van het Vlaamse Gewest van 2 juli 1981 betreffende |
het beheer van afvalstoffen, ingevoegd door artikel 2 van het decreet | het beheer van afvalstoffen, ingevoegd door artikel 2 van het decreet |
van 20 december 1989 houdende bepalingen tot uitvoering van de | van 20 december 1989 houdende bepalingen tot uitvoering van de |
begroting van de Vlaamse Gemeenschap, dat luidde : | begroting van de Vlaamse Gemeenschap, dat luidde : |
« Binnen een termijn van dertig dagen na betekening van het dwangbevel | « Binnen een termijn van dertig dagen na betekening van het dwangbevel |
kan de heffingsplichtige bij gerechtsdeurwaardersexploot een met | kan de heffingsplichtige bij gerechtsdeurwaardersexploot een met |
redenen omkleed verzet doen, houdende dagvaarding van het Vlaamse | redenen omkleed verzet doen, houdende dagvaarding van het Vlaamse |
Gewest, bij de rechtbank van eerste aanleg van het arrondissement, | Gewest, bij de rechtbank van eerste aanleg van het arrondissement, |
waar de standplaats van de ambtenaar die het dwangbevel heeft | waar de standplaats van de ambtenaar die het dwangbevel heeft |
uitgevaardigd gevestigd is. | uitgevaardigd gevestigd is. |
Hiertoe kiest het Vlaamse Gewest woonplaats bij de OVAM. » | Hiertoe kiest het Vlaamse Gewest woonplaats bij de OVAM. » |
B.4. Artikel 47decies, § 2, van het voormelde decreet is door het Hof | B.4. Artikel 47decies, § 2, van het voormelde decreet is door het Hof |
bij arrest nr. 139/98 van 16 december 1998 vernietigd met toepassing | bij arrest nr. 139/98 van 16 december 1998 vernietigd met toepassing |
van artikel 4, 2°, van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het | van artikel 4, 2°, van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het |
Arbitragehof, met verwijzing naar zijn arrest nr. 46/97 van 14 juli | Arbitragehof, met verwijzing naar zijn arrest nr. 46/97 van 14 juli |
1997, waarin het Hof reeds voor recht had gezegd dat het in strijd was | 1997, waarin het Hof reeds voor recht had gezegd dat het in strijd was |
met de regels die door of krachtens de Grondwet zijn vastgesteld voor | met de regels die door of krachtens de Grondwet zijn vastgesteld voor |
het bepalen van de onderscheiden bevoegdheden van de Staat, de | het bepalen van de onderscheiden bevoegdheden van de Staat, de |
gemeenschappen en de gewesten, « door te bepalen dat de | gemeenschappen en de gewesten, « door te bepalen dat de |
heffingsplichtige van een milieuheffing verzet kan doen tegen een hem | heffingsplichtige van een milieuheffing verzet kan doen tegen een hem |
betekend dwangbevel bij de rechtbank van eerste aanleg van het | betekend dwangbevel bij de rechtbank van eerste aanleg van het |
arrondissement waar de standplaats van de ambtenaar die het dwangbevel | arrondissement waar de standplaats van de ambtenaar die het dwangbevel |
heeft uitgevaardigd gevestigd is. » | heeft uitgevaardigd gevestigd is. » |
In zijn arrest nr. 139/98 stelde het Hof met betrekking tot arrest nr. | In zijn arrest nr. 139/98 stelde het Hof met betrekking tot arrest nr. |
46/97 : | 46/97 : |
« Dat arrest was inzonderheid gestoeld op de overweging dat de | « Dat arrest was inzonderheid gestoeld op de overweging dat de |
omschrijving van de bevoegdheden van de rechtbanken - op grond van | omschrijving van de bevoegdheden van de rechtbanken - op grond van |
artikel 19, § 1, eerste lid, van de bijzondere wet van 8 augustus | artikel 19, § 1, eerste lid, van de bijzondere wet van 8 augustus |
1980, zoals dat artikel was gesteld op het tijdstip waarop de in het | 1980, zoals dat artikel was gesteld op het tijdstip waarop de in het |
geding zijnde bepaling was aangenomen, gelezen in samenhang met het | geding zijnde bepaling was aangenomen, gelezen in samenhang met het |
toenmalige artikel 94 van de Grondwet - tot de uitsluitende | toenmalige artikel 94 van de Grondwet - tot de uitsluitende |
bevoegdheid van de federale wetgever behoorde. De decreetgever kon | bevoegdheid van de federale wetgever behoorde. De decreetgever kon |
derhalve te dien aanzien geen bepalingen uitvaardigen, zelfs niet | derhalve te dien aanzien geen bepalingen uitvaardigen, zelfs niet |
wanneer die bepalingen slechts de bevestiging van bestaande | wanneer die bepalingen slechts de bevestiging van bestaande |
bevoegdheden van een bepaalde rechtbank zouden inhouden en wanneer de | bevoegdheden van een bepaalde rechtbank zouden inhouden en wanneer de |
federale wetgever soortgelijke bevoegdheden aan die rechtbank zou | federale wetgever soortgelijke bevoegdheden aan die rechtbank zou |
hebben toegewezen. » | hebben toegewezen. » |
B.5. De thans in het geding zijnde bepaling is in de wet van 26 maart | B.5. De thans in het geding zijnde bepaling is in de wet van 26 maart |
1971 ingevoegd door artikel 69 van het Vlaamse decreet van 21 december | 1971 ingevoegd door artikel 69 van het Vlaamse decreet van 21 december |
1990, en is derhalve - zoals dit het geval was met de inmiddels | 1990, en is derhalve - zoals dit het geval was met de inmiddels |
vernietigde bepaling van het afvalstoffendecreet van 2 juli 1981 die | vernietigde bepaling van het afvalstoffendecreet van 2 juli 1981 die |
bij decreet van 20 december 1989 was ingevoegd - aangenomen op een | bij decreet van 20 december 1989 was ingevoegd - aangenomen op een |
tijdstip vóór de wijziging van artikel 19, § 1, eerste lid, van de | tijdstip vóór de wijziging van artikel 19, § 1, eerste lid, van de |
bijzondere wet van 8 augustus 1980 door de bijzondere wet van 16 juli | bijzondere wet van 8 augustus 1980 door de bijzondere wet van 16 juli |
1993. | 1993. |
Zonder dat het nodig is uit te maken of een bepaling met de | Zonder dat het nodig is uit te maken of een bepaling met de |
draagwijdte van het in het geding zijnde artikel door de decreetgever | draagwijdte van het in het geding zijnde artikel door de decreetgever |
thans wel zou kunnen worden aangenomen met toepassing van artikel 10 | thans wel zou kunnen worden aangenomen met toepassing van artikel 10 |
van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der | van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der |
instellingen, stelt het Hof vast dat de decreetgevers, op het tijdstip | instellingen, stelt het Hof vast dat de decreetgevers, op het tijdstip |
waarop de betwiste bepaling werd aangenomen, niet bevoegd waren om de | waarop de betwiste bepaling werd aangenomen, niet bevoegd waren om de |
aangelegenheden te regelen die bij artikel 94 (thans 146) van de | aangelegenheden te regelen die bij artikel 94 (thans 146) van de |
Grondwet aan de federale wetgever waren voorbehouden. | Grondwet aan de federale wetgever waren voorbehouden. |
B.6. Wat betreft de stelling van de verwerende partij voor het | B.6. Wat betreft de stelling van de verwerende partij voor het |
verwijzende rechtscollege dat niet alle aspecten van de in het geding | verwijzende rechtscollege dat niet alle aspecten van de in het geding |
zijnde bepaling rechtstreeks betrekking hebben op de bevoegdheid van | zijnde bepaling rechtstreeks betrekking hebben op de bevoegdheid van |
de rechtbanken, moet worden opgemerkt dat het Hof enkel is ondervraagd | de rechtbanken, moet worden opgemerkt dat het Hof enkel is ondervraagd |
over de inachtneming van de bevoegdheidverdelende regels door het in | over de inachtneming van de bevoegdheidverdelende regels door het in |
het geding zijnde artikel « in zoverre [het] de materiële en de | het geding zijnde artikel « in zoverre [het] de materiële en de |
territoriale bevoegdheid van de rechtbanken bepaalt ». | territoriale bevoegdheid van de rechtbanken bepaalt ». |
B.7. De prejudiciële vraag moet bevestigend worden beantwoord. | B.7. De prejudiciële vraag moet bevestigend worden beantwoord. |
Om die redenen, | Om die redenen, |
het Hof | het Hof |
zegt voor recht : | zegt voor recht : |
Artikel 35terdecies, § 5, van de wet van 26 maart 1971 op de | Artikel 35terdecies, § 5, van de wet van 26 maart 1971 op de |
bescherming van de oppervlaktewateren tegen verontreiniging, ingevoegd | bescherming van de oppervlaktewateren tegen verontreiniging, ingevoegd |
bij artikel 69 van het decreet van de Vlaamse Raad van 21 december | bij artikel 69 van het decreet van de Vlaamse Raad van 21 december |
1990 houdende begrotingstechnische bepalingen alsmede bepalingen tot | 1990 houdende begrotingstechnische bepalingen alsmede bepalingen tot |
begeleiding van de begroting 1991, schendt de regels die door of | begeleiding van de begroting 1991, schendt de regels die door of |
krachtens de Grondwet zijn vastgesteld voor het bepalen van de | krachtens de Grondwet zijn vastgesteld voor het bepalen van de |
onderscheiden bevoegdheden van de Staat, de gemeenschappen en de | onderscheiden bevoegdheden van de Staat, de gemeenschappen en de |
gewesten. | gewesten. |
Aldus uitgesproken in het Nederlands en het Frans, overeenkomstig | Aldus uitgesproken in het Nederlands en het Frans, overeenkomstig |
artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het | artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het |
Arbitragehof, op de openbare terechtzitting van 1 maart 2001. | Arbitragehof, op de openbare terechtzitting van 1 maart 2001. |
De griffier, | De griffier, |
L. Potoms. | L. Potoms. |
De voorzitter, | De voorzitter, |
G. De Baets. | G. De Baets. |