Besluit tot Oprichting van de raad voor Personen met een handicap | Besluit tot Oprichting van de raad voor Personen met een handicap |
---|---|
BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST | BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST |
23 NOVEMBER 2017. - Besluit tot Oprichting van de raad voor Personen | 23 NOVEMBER 2017. - Besluit tot Oprichting van de raad voor Personen |
met een handicap | met een handicap |
Gelet op artikel 20 van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot | Gelet op artikel 20 van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot |
hervorming der instellingen, dat de Regering de algemene | hervorming der instellingen, dat de Regering de algemene |
uitvoeringsbevoegdheid verleent; | uitvoeringsbevoegdheid verleent; |
Gelet op artikel 8 van de bijzondere wet van 12 januari 1989 met | Gelet op artikel 8 van de bijzondere wet van 12 januari 1989 met |
betrekking tot de Brusselse instellingen, dat de Regering de | betrekking tot de Brusselse instellingen, dat de Regering de |
bevoegdheid verleent de besluiten te nemen ter uitvoering van de | bevoegdheid verleent de besluiten te nemen ter uitvoering van de |
ordonnanties; | ordonnanties; |
Gelet op de ordonnantie van 8 december 2016 betreffende de integratie | Gelet op de ordonnantie van 8 december 2016 betreffende de integratie |
van de handicapdimensie in de beleidslijnen van het Brussels | van de handicapdimensie in de beleidslijnen van het Brussels |
Hoofdstedelijk Gewest, en meer bepaald het artikel 6 betreffende de | Hoofdstedelijk Gewest, en meer bepaald het artikel 6 betreffende de |
oprichting van een Raad voor personen met een handicap ; | oprichting van een Raad voor personen met een handicap ; |
Gelet op het onderzoek van deze tekst van de rol afgevoerd werd, | Gelet op het onderzoek van deze tekst van de rol afgevoerd werd, |
overeenkomstig artikel 84, § 4, tweede lid, van de wetten op de Raad | overeenkomstig artikel 84, § 4, tweede lid, van de wetten op de Raad |
van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; | van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; |
Gelet op het advies van de Inspectie Financiën; | Gelet op het advies van de Inspectie Financiën; |
Gelet op het akkoord van de Minister van Begroting; | Gelet op het akkoord van de Minister van Begroting; |
Gelet op het advies van de Economische en Sociale Raad voor het | Gelet op het advies van de Economische en Sociale Raad voor het |
Brussels Hoofdstedelijk Gewest; | Brussels Hoofdstedelijk Gewest; |
Gelet op het gelijktijdig aannemen van het « HandiPlan » door de | Gelet op het gelijktijdig aannemen van het « HandiPlan » door de |
uitvoerende organen van het Gewest, de Franse Gemeenschapscommissie en | uitvoerende organen van het Gewest, de Franse Gemeenschapscommissie en |
de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, zodoende de opzet van | de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, zodoende de opzet van |
handistreaming op alle gezagsniveaus van het gewestelijk grondgebied | handistreaming op alle gezagsniveaus van het gewestelijk grondgebied |
te verzekeren; | te verzekeren; |
Op de voordracht van de Minister bevoegd voor het gelijkekansenbeleid, | Op de voordracht van de Minister bevoegd voor het gelijkekansenbeleid, |
Na beraadslaging, | Na beraadslaging, |
Besluit : | Besluit : |
HOOFDSTUK I - Definities | HOOFDSTUK I - Definities |
Artikel 1.Voor de toepassing van dit huidige besluit wordt verstaan |
Artikel 1.Voor de toepassing van dit huidige besluit wordt verstaan |
onder : | onder : |
1 ° de ordonnantie : de ordonnantie van 8 december 2016 betreffende de | 1 ° de ordonnantie : de ordonnantie van 8 december 2016 betreffende de |
integratie van de handicapdimensie in de beleidslijnen van het | integratie van de handicapdimensie in de beleidslijnen van het |
Brussels Hoofdstedelijk Gewest; | Brussels Hoofdstedelijk Gewest; |
2° Raad voor personen met een handicap : de Raad zoals beoogd in | 2° Raad voor personen met een handicap : de Raad zoals beoogd in |
artikel 6 van de ordonnantie. | artikel 6 van de ordonnantie. |
HOOFDSTUK II - Raad voor personen met een handicap | HOOFDSTUK II - Raad voor personen met een handicap |
Art. 2.De Raad voor personen met een handicap wordt opgericht. |
Art. 2.De Raad voor personen met een handicap wordt opgericht. |
§ 1. De Raad voor personen met een handicap is gemachtigd om adviezen | § 1. De Raad voor personen met een handicap is gemachtigd om adviezen |
of voorstellen te formuleren met betrekking tot handistreaming. De | of voorstellen te formuleren met betrekking tot handistreaming. De |
Raad heeft als opdracht effectief bij te dragen tot de uitbanning van | Raad heeft als opdracht effectief bij te dragen tot de uitbanning van |
directe of indirecte discriminatie ten opzichte van personen met een | directe of indirecte discriminatie ten opzichte van personen met een |
handicap. | handicap. |
§ 2. De Raad formuleert adviezen met betrekking tot alle aspecten die | § 2. De Raad formuleert adviezen met betrekking tot alle aspecten die |
een impact hebben van de integratie van de handicapdimensie in de | een impact hebben van de integratie van de handicapdimensie in de |
beleidslijnen van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest kunnen | beleidslijnen van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest kunnen |
beïnvloeden. | beïnvloeden. |
§ 3. De Raad wordt verzocht een advies uit te brengen aan het begin, | § 3. De Raad wordt verzocht een advies uit te brengen aan het begin, |
midden en einde van de legislatuur aangaande de strategische | midden en einde van de legislatuur aangaande de strategische |
doelstellingen en resultaten van de Regering van het Brussels | doelstellingen en resultaten van de Regering van het Brussels |
Hoofdstedelijk overeenkomstig artikel 3 van de ordonnantie. | Hoofdstedelijk overeenkomstig artikel 3 van de ordonnantie. |
§ 4. De Raad heeft onder meer als missies : | § 4. De Raad heeft onder meer als missies : |
1° adviezen en aanbevelingen formuleren over alle aangelegenheden met | 1° adviezen en aanbevelingen formuleren over alle aangelegenheden met |
betrekking tot de integratie van personen met een handicap in het | betrekking tot de integratie van personen met een handicap in het |
Brussels Hoofdstedelijk Gewest; | Brussels Hoofdstedelijk Gewest; |
2° prioriteit geven aan adviezen betreffende regelgevende maatregelen | 2° prioriteit geven aan adviezen betreffende regelgevende maatregelen |
die een impact hebben op de integratie van personen met een handicap | die een impact hebben op de integratie van personen met een handicap |
in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest; | in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest; |
3° de thematiek te volgen, met inbegrip van andere bestuursniveaus, | 3° de thematiek te volgen, met inbegrip van andere bestuursniveaus, |
zolang deze een impact kunnen hebben op het Brussels Hoofdstedelijk | zolang deze een impact kunnen hebben op het Brussels Hoofdstedelijk |
Gewest. | Gewest. |
4° Met het oog op de uitvoering van een genderperspectief, formuleert | 4° Met het oog op de uitvoering van een genderperspectief, formuleert |
de Raad, desgevallend, de impact op vrouwen en mannen met een | de Raad, desgevallend, de impact op vrouwen en mannen met een |
handicap. | handicap. |
5° De Raad bevordert onderling overleg en samenwerking tussen alle | 5° De Raad bevordert onderling overleg en samenwerking tussen alle |
belanghebbende actoren. | belanghebbende actoren. |
HOOFDSTUK III - Samenstelling | HOOFDSTUK III - Samenstelling |
Art. 3.De leden van de Raad voor personen met een handicap worden |
Art. 3.De leden van de Raad voor personen met een handicap worden |
benoemd door de regering, op grond van artikel 6 van de ordonnantie. | benoemd door de regering, op grond van artikel 6 van de ordonnantie. |
De regering benoemt de raadsleden en hun plaatsvervangers zoals | De regering benoemt de raadsleden en hun plaatsvervangers zoals |
bedoeld in artikel 4. | bedoeld in artikel 4. |
Art. 4.De Raad is samengesteld als volgt: |
Art. 4.De Raad is samengesteld als volgt: |
§ 1. Drie leden voorgedragen door de adviesraad « Aide aux personnes | § 1. Drie leden voorgedragen door de adviesraad « Aide aux personnes |
et Santé » van de Franse Gemeenschapscommissie, | et Santé » van de Franse Gemeenschapscommissie, |
§ 2. drie leden voorgedragen door de adviesraad voor Gezondheids- en | § 2. drie leden voorgedragen door de adviesraad voor Gezondheids- en |
Welzijnszorg van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie | Welzijnszorg van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie |
§ 3. drie leden voorgedragen door de adviesraad Welzijn van de Vlaamse | § 3. drie leden voorgedragen door de adviesraad Welzijn van de Vlaamse |
Gemeenschapscommissie worden uitgenodigd om deel uit te maken van de | Gemeenschapscommissie worden uitgenodigd om deel uit te maken van de |
Raad voor personen met een handicap. | Raad voor personen met een handicap. |
§ 4. vijf leden met expertise op het gebied van handistreaming. | § 4. vijf leden met expertise op het gebied van handistreaming. |
§ 5. Een afgevaardigde van UNIA wordt eveneens uitgenodigd om deel uit | § 5. Een afgevaardigde van UNIA wordt eveneens uitgenodigd om deel uit |
te maken van de Raad. | te maken van de Raad. |
§ 6. Op dezelfde wijze worden de plaatsvervangende leden benoemd van | § 6. Op dezelfde wijze worden de plaatsvervangende leden benoemd van |
bovenstaande leden. | bovenstaande leden. |
§ 7. De effectieve leden of plaatsvervangende leden benoemd voor een | § 7. De effectieve leden of plaatsvervangende leden benoemd voor een |
mandaat van 5 jaar. | mandaat van 5 jaar. |
§ 8. De effectieve leden of plaatsvervangers kunnen door de minister | § 8. De effectieve leden of plaatsvervangers kunnen door de minister |
ontslagen worden als ze niet langer representatief zijn of in geval | ontslagen worden als ze niet langer representatief zijn of in geval |
van een overtreding van dit besluit. | van een overtreding van dit besluit. |
§ 9. Als een effectief of plaatsvervangend lid voor het verstrijken | § 9. Als een effectief of plaatsvervangend lid voor het verstrijken |
van zijn mandaat ontslag uit de Raad neemt of ontslagen wordt, kan de | van zijn mandaat ontslag uit de Raad neemt of ontslagen wordt, kan de |
minister een opvolger voor dat mandaat benoemen. | minister een opvolger voor dat mandaat benoemen. |
HOOFDSTUK IV. - Werking | HOOFDSTUK IV. - Werking |
Art. 5.De Raad benoemt een voorzitter en een ondervoorzitter uit de |
Art. 5.De Raad benoemt een voorzitter en een ondervoorzitter uit de |
leden als bedoeld in artikel 4. De Raad stelt tijdens de eerste | leden als bedoeld in artikel 4. De Raad stelt tijdens de eerste |
vergadering van de Raad het huishoudelijk reglement vast. Dit | vergadering van de Raad het huishoudelijk reglement vast. Dit |
reglement omvat onder meer regels inzake de taken van de voorzitter en | reglement omvat onder meer regels inzake de taken van de voorzitter en |
ondervoorzitter, vergaderfrequentie, vergaderdata, uitnodigingen voor | ondervoorzitter, vergaderfrequentie, vergaderdata, uitnodigingen voor |
de vergaderingen, verslaggeving, agenda, goedkeuring van agenda en | de vergaderingen, verslaggeving, agenda, goedkeuring van agenda en |
verslag alsook een gedetailleerde definiëring van de te volgen | verslag alsook een gedetailleerde definiëring van de te volgen |
procedures. De ondervoorzitter vervangt de voorzitter indien deze | procedures. De ondervoorzitter vervangt de voorzitter indien deze |
afwezig of verhinderd is. | afwezig of verhinderd is. |
Art. 6.§ 1. De Raad komt bijeen op eigen initiatief of op vraag van |
Art. 6.§ 1. De Raad komt bijeen op eigen initiatief of op vraag van |
een minister of staatssecretaris. | een minister of staatssecretaris. |
§ 2. De adviezen worden verstrekt binnen een maand na het verzoek van | § 2. De adviezen worden verstrekt binnen een maand na het verzoek van |
een minister of staatssecretaris. De adviezen van de Raad worden | een minister of staatssecretaris. De adviezen van de Raad worden |
voorgelegd aan de minister of staatssecretaris bevoegd voor Gelijke | voorgelegd aan de minister of staatssecretaris bevoegd voor Gelijke |
Kansen. De minister of staatssecretaris kan beslissen over een andere | Kansen. De minister of staatssecretaris kan beslissen over een andere |
termijn. | termijn. |
§ 3. De Raad beraadslaagt op geldige wijze als de meerderheid van zijn | § 3. De Raad beraadslaagt op geldige wijze als de meerderheid van zijn |
leden aanwezig is. Is die meerderheid niet aanwezig, dan kan de Raad | leden aanwezig is. Is die meerderheid niet aanwezig, dan kan de Raad |
na een nieuwe bijeenroeping op geldige wijze over hetzelfde onderwerp | na een nieuwe bijeenroeping op geldige wijze over hetzelfde onderwerp |
beraadslagen, ongeacht het aantal aanwezige leden. | beraadslagen, ongeacht het aantal aanwezige leden. |
§ 4. De Raad maakt zijn adviezen per consensus op. Bij gebreke daarvan | § 4. De Raad maakt zijn adviezen per consensus op. Bij gebreke daarvan |
wordt het advies van de Raad aangevuld met een vermelding van de | wordt het advies van de Raad aangevuld met een vermelding van de |
afwijkende mening van de leden die zich verzetten tegen het advies | afwijkende mening van de leden die zich verzetten tegen het advies |
uitgebracht door de meerderheid. | uitgebracht door de meerderheid. |
§ 5. Maximum twee derde van de effectieve en plaatsvervangende leden | § 5. Maximum twee derde van de effectieve en plaatsvervangende leden |
van de Raad behoren tot hetzelfde geslacht. | van de Raad behoren tot hetzelfde geslacht. |
§ 6. De plaatsvervanger mag het lid gedurende zijn afwezigheid | § 6. De plaatsvervanger mag het lid gedurende zijn afwezigheid |
vervangen en heeft dezelfde bevoegdheden. | vervangen en heeft dezelfde bevoegdheden. |
§ 7. Wanneer een lid niet aanwezig kan zijn, kan hij zijn advies | § 7. Wanneer een lid niet aanwezig kan zijn, kan hij zijn advies |
elektronisch overmaken aan een lid die het zal overbrengen aan de Raad | elektronisch overmaken aan een lid die het zal overbrengen aan de Raad |
tijdens de bijeenkomst. | tijdens de bijeenkomst. |
§ 8. Alle leden worden gemandateerd door de organisaties die zij | § 8. Alle leden worden gemandateerd door de organisaties die zij |
vertegenwoordigen. | vertegenwoordigen. |
§ 9. De leden worden vergoed. De minister of staatssecretaris bepaalt | § 9. De leden worden vergoed. De minister of staatssecretaris bepaalt |
de bedragen van de zitpenningen. De leden van de Raad hebben recht op | de bedragen van de zitpenningen. De leden van de Raad hebben recht op |
terugbetaling van hun reiskosten, conform de modaliteiten voorzien | terugbetaling van hun reiskosten, conform de modaliteiten voorzien |
voor de personeelsleden van de Gewestelijke Overheidsdienst van het | voor de personeelsleden van de Gewestelijke Overheidsdienst van het |
Brussels-Hoofdstedelijk Gewest. | Brussels-Hoofdstedelijk Gewest. |
Art. 7.§ 1. De Raad kan deskundigen, die geen lid zijn en in een |
Art. 7.§ 1. De Raad kan deskundigen, die geen lid zijn en in een |
specifiek onderwerp onderlegd zijn, uitnodigen om deel te nemen aan de | specifiek onderwerp onderlegd zijn, uitnodigen om deel te nemen aan de |
vergaderingen. Zij worden geacht de vertrouwelijkheid van de debatten | vergaderingen. Zij worden geacht de vertrouwelijkheid van de debatten |
te respecteren. De reiskosten van de uitgenodigde deskundigen worden | te respecteren. De reiskosten van de uitgenodigde deskundigen worden |
terugbetaald conform de modaliteiten voor de leden van de Raad. | terugbetaald conform de modaliteiten voor de leden van de Raad. |
§ 2. Bij het vervullen van haar missie, kan de Raad rapporten | § 2. Bij het vervullen van haar missie, kan de Raad rapporten |
schrijven, onderzoek doen, voorstellen doen inzake wettelijke of | schrijven, onderzoek doen, voorstellen doen inzake wettelijke of |
reglementaire maatregelen, voorziet in de ter beschikking stellen en | reglementaire maatregelen, voorziet in de ter beschikking stellen en |
verspreiden van informatie en gegevens. | verspreiden van informatie en gegevens. |
Artikel 8.Het secretariaat van de Raad wordt verzorgd door agenten |
Artikel 8.Het secretariaat van de Raad wordt verzorgd door agenten |
van de Gewestelijke Overheidsdienst van het Brussels Hoofdstedelijk | van de Gewestelijke Overheidsdienst van het Brussels Hoofdstedelijk |
Gewest. De zetel van de Raad is bij de Gewestelijke Overheidsdienst | Gewest. De zetel van de Raad is bij de Gewestelijke Overheidsdienst |
van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest gevestigd. | van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest gevestigd. |
HOOFDSTUK V - Slotbepalingen | HOOFDSTUK V - Slotbepalingen |
Art. 8.De Minister bevoegd voor gelijke kansen is belast met de |
Art. 8.De Minister bevoegd voor gelijke kansen is belast met de |
uitvoering van dit besluit. | uitvoering van dit besluit. |
Brussel, 23 november 2017. | Brussel, 23 november 2017. |
Voor de het Brussels Hoofdstedelijk Gewest : | Voor de het Brussels Hoofdstedelijk Gewest : |
De Minister-President van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, | De Minister-President van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, |
belast met Plaatselijke Besturen, Territoriale Ontwikkeling, Stedelijk | belast met Plaatselijke Besturen, Territoriale Ontwikkeling, Stedelijk |
Beleid, Monumenten en Landschappen, Studentenaangelegenheden, | Beleid, Monumenten en Landschappen, Studentenaangelegenheden, |
Toerisme, Openbaar Ambt, Wetenschappelijk Onderzoek en Openbare | Toerisme, Openbaar Ambt, Wetenschappelijk Onderzoek en Openbare |
Netheid, | Netheid, |
R. VERVOORT | R. VERVOORT |
De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering belast met | De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering belast met |
Mobiliteit en Openbare Werken bevoegd voor het Gelijkekansenbeleid, | Mobiliteit en Openbare Werken bevoegd voor het Gelijkekansenbeleid, |
P. SMET | P. SMET |