← Terug naar "Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 Bij arrest
van 11 juni 2013 in zake de vzw « United Western of the World » tegen de gewestelijk stedenbouwkundig
inspecteur en anderen, waarvan de expeditie ter grif « Schendt artikel 418, eerste
lid, Wetboek van Strafvordering, in samenhang gelezen met artikel 420(...)"
Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 Bij arrest van 11 juni 2013 in zake de vzw « United Western of the World » tegen de gewestelijk stedenbouwkundig inspecteur en anderen, waarvan de expeditie ter grif « Schendt artikel 418, eerste lid, Wetboek van Strafvordering, in samenhang gelezen met artikel 420(...) | Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 Bij arrest van 11 juni 2013 in zake de vzw « United Western of the World » tegen de gewestelijk stedenbouwkundig inspecteur en anderen, waarvan de expeditie ter grif « Schendt artikel 418, eerste lid, Wetboek van Strafvordering, in samenhang gelezen met artikel 420(...) |
---|---|
GRONDWETTELIJK HOF | GRONDWETTELIJK HOF |
Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 | Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 |
januari 1989 | januari 1989 |
Bij arrest van 11 juni 2013 in zake de vzw « United Western of the | Bij arrest van 11 juni 2013 in zake de vzw « United Western of the |
World » tegen de gewestelijk stedenbouwkundig inspecteur en anderen, | World » tegen de gewestelijk stedenbouwkundig inspecteur en anderen, |
waarvan de expeditie ter griffie van het Hof is ingekomen op 25 juni | waarvan de expeditie ter griffie van het Hof is ingekomen op 25 juni |
2013, heeft het Hof van Cassatie de volgende prejudiciële vraag | 2013, heeft het Hof van Cassatie de volgende prejudiciële vraag |
gesteld : | gesteld : |
« Schendt artikel 418, eerste lid, Wetboek van Strafvordering, in | « Schendt artikel 418, eerste lid, Wetboek van Strafvordering, in |
samenhang gelezen met artikel 420bis Wetboek van Strafvordering, de | samenhang gelezen met artikel 420bis Wetboek van Strafvordering, de |
artikelen 10 en 11 Grondwet, in de interpretatie dat het aan de | artikelen 10 en 11 Grondwet, in de interpretatie dat het aan de |
derdenverzetdoende partij de verplichting oplegt, binnen de termijn | derdenverzetdoende partij de verplichting oplegt, binnen de termijn |
bedoeld in artikel 420bis, over te gaan tot de betekening van het | bedoeld in artikel 420bis, over te gaan tot de betekening van het |
cassatieberoep aan de partij tegen wie het gericht is en tot | cassatieberoep aan de partij tegen wie het gericht is en tot |
neerlegging van de stukken waaruit deze betekening blijkt, en dit op | neerlegging van de stukken waaruit deze betekening blijkt, en dit op |
straffe van niet ontvankelijkheid van het cassatieberoep, terwijl geen | straffe van niet ontvankelijkheid van het cassatieberoep, terwijl geen |
gelijkaardige verplichting bestaat voor de inverdenkinggestelde noch | gelijkaardige verplichting bestaat voor de inverdenkinggestelde noch |
voor de burgerlijke partij die een cassatieberoep instelt ? ». | voor de burgerlijke partij die een cassatieberoep instelt ? ». |
Die zaak is ingeschreven onder nummer 5678 van de rol van het Hof. | Die zaak is ingeschreven onder nummer 5678 van de rol van het Hof. |
De griffier, | De griffier, |
F. Meersschaut | F. Meersschaut |