Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Arrest Van Het Grondwettelijk Hof van --
← Terug naar "Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 Bij arrest van 21 mei 2008 in zake Alain Benit en Rose-Mary Vandesteene tegen de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid, waarvan de expeditie ter griffie van het Hof is « Schendt artikel 30bis, § 1, van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van(...)"
Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 Bij arrest van 21 mei 2008 in zake Alain Benit en Rose-Mary Vandesteene tegen de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid, waarvan de expeditie ter griffie van het Hof is « Schendt artikel 30bis, § 1, van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van(...) Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 Bij arrest van 21 mei 2008 in zake Alain Benit en Rose-Mary Vandesteene tegen de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid, waarvan de expeditie ter griffie van het Hof is « Schendt artikel 30bis, § 1, van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van(...)
GRONDWETTELIJK HOF GRONDWETTELIJK HOF
Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6
januari 1989 januari 1989
Bij arrest van 21 mei 2008 in zake Alain Benit en Rose-Mary Bij arrest van 21 mei 2008 in zake Alain Benit en Rose-Mary
Vandesteene tegen de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid, waarvan de Vandesteene tegen de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid, waarvan de
expeditie ter griffie van het Hof is ingekomen op 3 juni 2008, heeft expeditie ter griffie van het Hof is ingekomen op 3 juni 2008, heeft
het Arbeidshof te Bergen de volgende prejudiciële vraag gesteld : het Arbeidshof te Bergen de volgende prejudiciële vraag gesteld :
« Schendt artikel 30bis, § 1, van de wet van 27 juni 1969 tot « Schendt artikel 30bis, § 1, van de wet van 27 juni 1969 tot
herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende
maatschappelijke zekerheid der arbeiders, in de versie ervan die van maatschappelijke zekerheid der arbeiders, in de versie ervan die van
toepassing was vóór de wijziging ervan bij artikel 1 van het toepassing was vóór de wijziging ervan bij artikel 1 van het
koninklijk besluit van 26 december 1998, de artikelen 10 en 11 van de koninklijk besluit van 26 december 1998, de artikelen 10 en 11 van de
Grondwet, afzonderlijk of in onderlinge samenhang gelezen, in zoverre Grondwet, afzonderlijk of in onderlinge samenhang gelezen, in zoverre
het de beginselen van gelijkheid en niet-discriminatie zou verbreken het de beginselen van gelijkheid en niet-discriminatie zou verbreken
tussen twee groepen van opdrachtgevers die oorspronkelijk onderworpen tussen twee groepen van opdrachtgevers die oorspronkelijk onderworpen
waren aan dezelfde verplichtingen die hun werden opgelegd bij artikel waren aan dezelfde verplichtingen die hun werden opgelegd bij artikel
30bis, § 1, van de voormelde wet naar gelang van de keuze van de door 30bis, § 1, van de voormelde wet naar gelang van de keuze van de door
hen aangestelde dienstverrichters die de werken dienden uit te voeren hen aangestelde dienstverrichters die de werken dienden uit te voeren
bedoeld in het koninklijk besluit van 5 oktober 1978 waarbij de bedoeld in het koninklijk besluit van 5 oktober 1978 waarbij de
werkzaamheden worden vastgesteld waarop de bepalingen van artikel werkzaamheden worden vastgesteld waarop de bepalingen van artikel
30bis van toepassing zijn, waarbij de eerste groep die wordt 30bis van toepassing zijn, waarbij de eerste groep die wordt
vertegenwoordigd door de in België gevestigde opdrachtgevers die een vertegenwoordigd door de in België gevestigde opdrachtgevers die een
niet in België geregistreerde buitenlandse medecontractant kiezen, te niet in België geregistreerde buitenlandse medecontractant kiezen, te
zijnen bate het voordeel van het absolute gezag van gewijsde kan zijnen bate het voordeel van het absolute gezag van gewijsde kan
aanvoeren van het arrest inzake niet-nakoming uitgesproken op 9 aanvoeren van het arrest inzake niet-nakoming uitgesproken op 9
november 2006 door het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen november 2006 door het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen
(Jur., 2006, p. 10653), dat België heeft veroordeeld wegens schending (Jur., 2006, p. 10653), dat België heeft veroordeeld wegens schending
van de verplichtingen waartoe het gehouden is krachtens het in de van de verplichtingen waartoe het gehouden is krachtens het in de
artikelen 49 en 50 van het EG-Verdrag verankerde beginsel van het artikelen 49 en 50 van het EG-Verdrag verankerde beginsel van het
vrije verkeer van dienstverrichters dat toepasbaar is in de Belgische vrije verkeer van dienstverrichters dat toepasbaar is in de Belgische
interne rechtsorde, waarbij kan worden besloten dat artikel 30bis, § interne rechtsorde, waarbij kan worden besloten dat artikel 30bis, §
1, van de wet van 27 juni 1969 niet in overeenstemming is met het 1, van de wet van 27 juni 1969 niet in overeenstemming is met het
Europees recht, rekening houdend met het onderhavige vreemdelingschap, Europees recht, rekening houdend met het onderhavige vreemdelingschap,
een situatie die ertoe zou leiden dat de vertegenwoordigers van de een situatie die ertoe zou leiden dat de vertegenwoordigers van de
eerste groep zich uiteindelijk zouden kunnen vrijstellen van de hun eerste groep zich uiteindelijk zouden kunnen vrijstellen van de hun
bij artikel 30bis, § 1, van de wet van 27 juni 1969 opgelegde bij artikel 30bis, § 1, van de wet van 27 juni 1969 opgelegde
verplichtingen en sancties, terwijl de in België gevestigde verplichtingen en sancties, terwijl de in België gevestigde
opdrachtgever die een beroep doet op een in België gevestigde opdrachtgever die een beroep doet op een in België gevestigde
dienstverrichter om de werken uit te voeren bedoeld in het koninklijk dienstverrichter om de werken uit te voeren bedoeld in het koninklijk
besluit van 5 oktober 1978 zich zijnerzijds zou dienen te onderwerpen besluit van 5 oktober 1978 zich zijnerzijds zou dienen te onderwerpen
aan de verplichtingen voorgeschreven bij artikel 30bis, § 1, van de aan de verplichtingen voorgeschreven bij artikel 30bis, § 1, van de
wet van 27 juni 1969 en de daarin bedoelde sancties zou moeten wet van 27 juni 1969 en de daarin bedoelde sancties zou moeten
ondergaan in het geval bedoeld in artikel 30bis van de wet van 27 juni ondergaan in het geval bedoeld in artikel 30bis van de wet van 27 juni
1969 (in België gevestigde dienstverrichter die niet of niet langer 1969 (in België gevestigde dienstverrichter die niet of niet langer
geregistreerd is op het ogenblik waarop het contract wordt afgesloten geregistreerd is op het ogenblik waarop het contract wordt afgesloten
of die zijn registratie is verloren tijdens de uitvoering van het of die zijn registratie is verloren tijdens de uitvoering van het
contract), zonder te zijnen bate het voordeel te kunnen opeisen van contract), zonder te zijnen bate het voordeel te kunnen opeisen van
het absolute gezag van gewijsde van het op 9 november 2006 door het het absolute gezag van gewijsde van het op 9 november 2006 door het
Hof van Justitie uitgesproken arrest inzake niet-nakoming en bijgevolg Hof van Justitie uitgesproken arrest inzake niet-nakoming en bijgevolg
zonder te kunnen worden vrijgesteld van de hoofdelijke zonder te kunnen worden vrijgesteld van de hoofdelijke
aansprakelijkheid tot betaling van de bijdragen, bijdrageopslagen en aansprakelijkheid tot betaling van de bijdragen, bijdrageopslagen en
verwijlintresten beperkt tot 50 pct. van de totale prijs van het werk, verwijlintresten beperkt tot 50 pct. van de totale prijs van het werk,
exclusief belasting over de toegevoegde waarde, en zulks bij gebrek exclusief belasting over de toegevoegde waarde, en zulks bij gebrek
aan het vreemdelingschap waarbij de inachtneming van het in de aan het vreemdelingschap waarbij de inachtneming van het in de
artikelen 49 en 50 van het EG-Verdrag verankerde beginsel van het artikelen 49 en 50 van het EG-Verdrag verankerde beginsel van het
vrije verkeer van dienstverrichters binnen de Europese Unie kan worden vrije verkeer van dienstverrichters binnen de Europese Unie kan worden
opgelegd en de bepalingen van artikel 30bis, § 1, van de wet van 27 opgelegd en de bepalingen van artikel 30bis, § 1, van de wet van 27
juni 1969 die strijdig worden geacht met het Europees recht kunnen juni 1969 die strijdig worden geacht met het Europees recht kunnen
worden geweerd ? ». worden geweerd ? ».
Die zaak is ingeschreven onder nummer 4474 van de rol van het Hof. Die zaak is ingeschreven onder nummer 4474 van de rol van het Hof.
De griffier, De griffier,
P.-Y. Dutilleux. P.-Y. Dutilleux.
^