Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Arrest Van Het Grondwettelijk Hof van --
← Terug naar "Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof Bij arrest van 21 januari 2003 in zake M. Heuvelmans tegen D. De Greef, waarvan de expeditie ter griffie van het Arbitragehof is ingekomen op 27 « 1. Schendt artikel 337, § 1, van het Burgerlijk Wetboek, in de mate dat het bepaalt dat kin(...)"
Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof Bij arrest van 21 januari 2003 in zake M. Heuvelmans tegen D. De Greef, waarvan de expeditie ter griffie van het Arbitragehof is ingekomen op 27 « 1. Schendt artikel 337, § 1, van het Burgerlijk Wetboek, in de mate dat het bepaalt dat kin(...) Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof Bij arrest van 21 januari 2003 in zake M. Heuvelmans tegen D. De Greef, waarvan de expeditie ter griffie van het Arbitragehof is ingekomen op 27 « 1. Schendt artikel 337, § 1, van het Burgerlijk Wetboek, in de mate dat het bepaalt dat kin(...)
ARBITRAGEHOF ARBITRAGEHOF
Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6
januari 1989 op het Arbitragehof januari 1989 op het Arbitragehof
Bij arrest van 21 januari 2003 in zake M. Heuvelmans tegen D. De Bij arrest van 21 januari 2003 in zake M. Heuvelmans tegen D. De
Greef, waarvan de expeditie ter griffie van het Arbitragehof is Greef, waarvan de expeditie ter griffie van het Arbitragehof is
ingekomen op 27 januari 2003, heeft het Hof van Beroep te Brussel de ingekomen op 27 januari 2003, heeft het Hof van Beroep te Brussel de
volgende prejudiciële vragen gesteld : volgende prejudiciële vragen gesteld :
« 1. Schendt artikel 337, § 1, van het Burgerlijk Wetboek, in de mate « 1. Schendt artikel 337, § 1, van het Burgerlijk Wetboek, in de mate
dat het bepaalt dat kinderen die (of namens wie) een dat het bepaalt dat kinderen die (of namens wie) een
onderhoudsvordering instellen (wordt ingesteld) tegen hun verwekker onderhoudsvordering instellen (wordt ingesteld) tegen hun verwekker
overeenkomstig artikel 336 van het Burgerlijk Wetboek, die vordering overeenkomstig artikel 336 van het Burgerlijk Wetboek, die vordering
moeten instellen binnen een korte vervaltermijn van drie jaar vanaf moeten instellen binnen een korte vervaltermijn van drie jaar vanaf
hun geboorte respectievelijk vanaf het staken van de vrijwillig hun geboorte respectievelijk vanaf het staken van de vrijwillig
verleende hulp, de artikelen 10 en 11 van de Grondwet in zoverre aldus verleende hulp, de artikelen 10 en 11 van de Grondwet in zoverre aldus
een verschil in behandeling wordt ingesteld tussen deze kinderen en een verschil in behandeling wordt ingesteld tussen deze kinderen en
alle andere kinderen die voor het instellen van een alle andere kinderen die voor het instellen van een
onderhoudsvordering tegen hun vader niet met zo'n vervaltermijn onderhoudsvordering tegen hun vader niet met zo'n vervaltermijn
geconfronteerd worden ? geconfronteerd worden ?
2. Schendt artikel 337, § 1, van het Burgerlijk Wetboek, in de mate 2. Schendt artikel 337, § 1, van het Burgerlijk Wetboek, in de mate
dat het bepaalt dat kinderen die (of namens wie) een dat het bepaalt dat kinderen die (of namens wie) een
onderhoudsvordering instellen (wordt ingesteld) tegen hun verwekker onderhoudsvordering instellen (wordt ingesteld) tegen hun verwekker
overeenkomstig artikel 336 van het Burgerlijk Wetboek, die vordering overeenkomstig artikel 336 van het Burgerlijk Wetboek, die vordering
moeten instellen binnen een korte vervaltermijn van drie jaar vanaf moeten instellen binnen een korte vervaltermijn van drie jaar vanaf
hun geboorte respectievelijk vanaf het staken van de vrijwillig hun geboorte respectievelijk vanaf het staken van de vrijwillig
verleende hulp, de artikelen 10 en 11 van de Grondwet in zoverre aldus verleende hulp, de artikelen 10 en 11 van de Grondwet in zoverre aldus
een verschil in behandeling wordt ingesteld tussen de kinderen zonder een verschil in behandeling wordt ingesteld tussen de kinderen zonder
juridische vader die een onderhoudsvordering instellen tegen hun juridische vader die een onderhoudsvordering instellen tegen hun
verwekker overeenkomstig artikel 336 van het Burgerlijk Wetboek, en de verwekker overeenkomstig artikel 336 van het Burgerlijk Wetboek, en de
kinderen zonder juridische vader die een onderzoek naar het vaderschap kinderen zonder juridische vader die een onderzoek naar het vaderschap
instellen overeenkomstig artikel 322 van het Burgerlijk Wetboek - instellen overeenkomstig artikel 322 van het Burgerlijk Wetboek -
vordering die ingeval van succes eveneens een onderhoudsverplichting vordering die ingeval van succes eveneens een onderhoudsverplichting
ten laste van de verwerende man meebrengt - en die overeenkomstig ten laste van de verwerende man meebrengt - en die overeenkomstig
artikel 331ter van het Burgerlijk Wetboek hun vordering kunnen artikel 331ter van het Burgerlijk Wetboek hun vordering kunnen
instellen gedurende 30 jaar vanaf de dag waarop hun de staat die zij instellen gedurende 30 jaar vanaf de dag waarop hun de staat die zij
inroepen is ontzegd, dat wil zeggen gedurende 30 jaar vanaf de inroepen is ontzegd, dat wil zeggen gedurende 30 jaar vanaf de
geboorte ingeval zij geen bezit van staat genieten ? geboorte ingeval zij geen bezit van staat genieten ?
3. Schendt artikel 337, § 1, van het Burgerlijk Wetboek, in de mate 3. Schendt artikel 337, § 1, van het Burgerlijk Wetboek, in de mate
dat het bepaalt dat de onderhoudsvordering tegen de verwekker dat het bepaalt dat de onderhoudsvordering tegen de verwekker
vooropgesteld in artikel 336 van het Burgerlijk Wetboek ingesteld moet vooropgesteld in artikel 336 van het Burgerlijk Wetboek ingesteld moet
worden binnen een korte vervaltermijn van drie jaar vanaf de geboorte worden binnen een korte vervaltermijn van drie jaar vanaf de geboorte
respectievelijk vanaf het staken van de vrijwillig verleende hulp, de respectievelijk vanaf het staken van de vrijwillig verleende hulp, de
artikelen 10 en 11 van de Grondwet, in zoverre aldus een verschil in artikelen 10 en 11 van de Grondwet, in zoverre aldus een verschil in
behandeling wordt ingesteld tussen mannen die een door hen niet erkend behandeling wordt ingesteld tussen mannen die een door hen niet erkend
kind verwekt hebben tegen wie een onderhoudsvordering ex artikel 336 kind verwekt hebben tegen wie een onderhoudsvordering ex artikel 336
van het Burgerlijk Wetboek wordt ingesteld en die de exceptie van van het Burgerlijk Wetboek wordt ingesteld en die de exceptie van
verval kunnen opwerpen indien de vordering wordt ingesteld meer dan 3 verval kunnen opwerpen indien de vordering wordt ingesteld meer dan 3
jaar na de geboorte respektievelijk na het staken van de door hen jaar na de geboorte respektievelijk na het staken van de door hen
vrijwillig verleende hulp, en mannen die een door hen niet erkend kind vrijwillig verleende hulp, en mannen die een door hen niet erkend kind
verwekt hebben tegen wie een onderzoek naar het vaderschap wordt verwekt hebben tegen wie een onderzoek naar het vaderschap wordt
ingesteld - met een verplichting tot het betalen van onderhoudsgeld ingesteld - met een verplichting tot het betalen van onderhoudsgeld
als gevolg - en die deze exceptie van verval niet kunnen opwerpen ? » als gevolg - en die deze exceptie van verval niet kunnen opwerpen ? »
Die zaak is ingeschreven onder nummer 2615 van de rol van het Hof. Die zaak is ingeschreven onder nummer 2615 van de rol van het Hof.
De griffier, De griffier,
L. Potoms. L. Potoms.
^