← Terug naar "Arrest nr. 129/2002 van 10 juli 2002 Rolnummer 2404 In zake : de vordering tot schorsing
van artikel 25 van de wet van 14 januari 2002 houdende maatregelen inzake gezondheidszorg, ingesteld
door B. Meeus. Het Arbitragehof, samengesteld wijst na beraad het volgende arrest
: I. Onderwerp van de vordering Bij verzoekschrift dat aa(...)"
Arrest nr. 129/2002 van 10 juli 2002 Rolnummer 2404 In zake : de vordering tot schorsing van artikel 25 van de wet van 14 januari 2002 houdende maatregelen inzake gezondheidszorg, ingesteld door B. Meeus. Het Arbitragehof, samengesteld wijst na beraad het volgende arrest : I. Onderwerp van de vordering Bij verzoekschrift dat aa(...) | Arrest nr. 129/2002 van 10 juli 2002 Rolnummer 2404 In zake : de vordering tot schorsing van artikel 25 van de wet van 14 januari 2002 houdende maatregelen inzake gezondheidszorg, ingesteld door B. Meeus. Het Arbitragehof, samengesteld wijst na beraad het volgende arrest : I. Onderwerp van de vordering Bij verzoekschrift dat aa(...) |
---|---|
ARBITRAGEHOF | ARBITRAGEHOF |
Arrest nr. 129/2002 van 10 juli 2002 | Arrest nr. 129/2002 van 10 juli 2002 |
Rolnummer 2404 | Rolnummer 2404 |
In zake : de vordering tot schorsing van artikel 25 van de wet van 14 | In zake : de vordering tot schorsing van artikel 25 van de wet van 14 |
januari 2002 houdende maatregelen inzake gezondheidszorg, ingesteld | januari 2002 houdende maatregelen inzake gezondheidszorg, ingesteld |
door B. Meeus. | door B. Meeus. |
Het Arbitragehof, | Het Arbitragehof, |
samengesteld uit de voorzitters A. Arts en M. Melchior, en de rechters | samengesteld uit de voorzitters A. Arts en M. Melchior, en de rechters |
L. François, P. Martens, M. Bossuyt, A. Alen en J.-P. Moerman, | L. François, P. Martens, M. Bossuyt, A. Alen en J.-P. Moerman, |
bijgestaan door de griffier L. Potoms, onder voorzitterschap van | bijgestaan door de griffier L. Potoms, onder voorzitterschap van |
voorzitter A. Arts, | voorzitter A. Arts, |
wijst na beraad het volgende arrest : | wijst na beraad het volgende arrest : |
I. Onderwerp van de vordering | I. Onderwerp van de vordering |
Bij verzoekschrift dat aan het Hof is toegezonden bij op 28 maart 2002 | Bij verzoekschrift dat aan het Hof is toegezonden bij op 28 maart 2002 |
ter post aangetekende brief en ter griffie is ingekomen op 29 maart | ter post aangetekende brief en ter griffie is ingekomen op 29 maart |
2002, heeft B. Meeus, wonende te 3000 Leuven, Louis Melsensstraat 16, | 2002, heeft B. Meeus, wonende te 3000 Leuven, Louis Melsensstraat 16, |
een vordering tot schorsing ingesteld van artikel 25 van de wet van 14 | een vordering tot schorsing ingesteld van artikel 25 van de wet van 14 |
januari 2002 houdende maatregelen inzake gezondheidszorg | januari 2002 houdende maatregelen inzake gezondheidszorg |
(bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 22 februari 2002). | (bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 22 februari 2002). |
Bij hetzelfde verzoekschrift vordert de verzoekende partij eveneens de | Bij hetzelfde verzoekschrift vordert de verzoekende partij eveneens de |
vernietiging van voormelde wetsbepaling. | vernietiging van voormelde wetsbepaling. |
II. De rechtspleging | II. De rechtspleging |
Bij beschikking van 29 maart 2002 heeft de voorzitter in functie de | Bij beschikking van 29 maart 2002 heeft de voorzitter in functie de |
rechters van de zetel aangewezen overeenkomstig de artikelen 58 en 59 | rechters van de zetel aangewezen overeenkomstig de artikelen 58 en 59 |
van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof. | van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof. |
De rechters-verslaggevers hebben geoordeeld dat er geen aanleiding was | De rechters-verslaggevers hebben geoordeeld dat er geen aanleiding was |
om artikel 71 of 72 van de organieke wet toe te passen. | om artikel 71 of 72 van de organieke wet toe te passen. |
Bij beschikking van 2 mei 2002 heeft het Hof de dag van de | Bij beschikking van 2 mei 2002 heeft het Hof de dag van de |
terechtzitting bepaald op 29 mei 2002, na de eventueel tussenkomende | terechtzitting bepaald op 29 mei 2002, na de eventueel tussenkomende |
partijen te hebben verzocht ter terechtzitting te antwoorden op de | partijen te hebben verzocht ter terechtzitting te antwoorden op de |
hierna vermelde vragen : | hierna vermelde vragen : |
« Overwegende dat : | « Overwegende dat : |
- door het koninklijk besluit van 10 april 1995 houdende | - door het koninklijk besluit van 10 april 1995 houdende |
vereenvoudiging van de loopbaan van sommige ambtenaren in de | vereenvoudiging van de loopbaan van sommige ambtenaren in de |
rijksbesturen die behoren tot de niveaus 1 en 2+ (artikel 19, § 1) is | rijksbesturen die behoren tot de niveaus 1 en 2+ (artikel 19, § 1) is |
bepaald dat alleen de sociaal inspecteurs in aanmerking komen voor een | bepaald dat alleen de sociaal inspecteurs in aanmerking komen voor een |
bevordering tot de graad van sociaal inspecteur-directeur. In het | bevordering tot de graad van sociaal inspecteur-directeur. In het |
koninklijk besluit van 8 november 1998 houdende vereenvoudiging van de | koninklijk besluit van 8 november 1998 houdende vereenvoudiging van de |
loopbaan van sommige ambtenaren van het Rijksinstituut voor Ziekte- en | loopbaan van sommige ambtenaren van het Rijksinstituut voor Ziekte- en |
Invaliditeitsverzekering (artikel 14, § 1) is bepaald dat ook de | Invaliditeitsverzekering (artikel 14, § 1) is bepaald dat ook de |
ambtenaren van het Rijksinstituut voor Ziekte- en | ambtenaren van het Rijksinstituut voor Ziekte- en |
Invaliditeitsverzekering, titularis van de geschrapte graad van | Invaliditeitsverzekering, titularis van de geschrapte graad van |
directeur bij de Dienst voor administratieve controle, kunnen worden | directeur bij de Dienst voor administratieve controle, kunnen worden |
benoemd tot de graad van sociaal inspecteur-directeur; | benoemd tot de graad van sociaal inspecteur-directeur; |
- artikel 11, § 1, van de wet van 16 maart 1954 betreffende de | - artikel 11, § 1, van de wet van 16 maart 1954 betreffende de |
controle op sommige instellingen van openbaar nut, aan de Koning de | controle op sommige instellingen van openbaar nut, aan de Koning de |
bevoegdheid delegeert om het statuut van het personeel van die | bevoegdheid delegeert om het statuut van het personeel van die |
instellingen te regelen; | instellingen te regelen; |
Welke zijn de redenen die de wetgever ertoe gebracht hebben : | Welke zijn de redenen die de wetgever ertoe gebracht hebben : |
- een aangelegenheid die voorheen geregeld was bij koninklijk besluit, | - een aangelegenheid die voorheen geregeld was bij koninklijk besluit, |
thans bij wet te regelen ? | thans bij wet te regelen ? |
- de wetswijziging te beperken tot de betrekking van sociaal | - de wetswijziging te beperken tot de betrekking van sociaal |
inspecteur-directeur bij het Instituut, terwijl de loopbaan van de | inspecteur-directeur bij het Instituut, terwijl de loopbaan van de |
ambtenaren bij het RIZIV voor het overige bij koninklijk besluit | ambtenaren bij het RIZIV voor het overige bij koninklijk besluit |
geregeld blijft ? | geregeld blijft ? |
- te beslissen dat de betrekking van sociaal inspecteur-directeur bij | - te beslissen dat de betrekking van sociaal inspecteur-directeur bij |
het RIZIV voortaan op gelijke wijze moet openstaan voor de sociaal | het RIZIV voortaan op gelijke wijze moet openstaan voor de sociaal |
inspecteurs via bevordering en voor de personeelsleden van rang 13 via | inspecteurs via bevordering en voor de personeelsleden van rang 13 via |
verandering van graad ? » | verandering van graad ? » |
Van die beschikking is kennisgegeven aan de in artikel 76 van de | Van die beschikking is kennisgegeven aan de in artikel 76 van de |
organieke wet vermelde autoriteiten evenals aan de verzoekende partij | organieke wet vermelde autoriteiten evenals aan de verzoekende partij |
bij op 3 mei 2002 ter post aangetekende brieven. | bij op 3 mei 2002 ter post aangetekende brieven. |
Bij beschikking van 8 mei 2002 heeft het Hof de zaak verdaagd naar de | Bij beschikking van 8 mei 2002 heeft het Hof de zaak verdaagd naar de |
terechtzitting van 30 mei 2002. | terechtzitting van 30 mei 2002. |
Van die beschikking is kennisgegeven aan de in artikel 76 van de | Van die beschikking is kennisgegeven aan de in artikel 76 van de |
organieke wet vermelde autoriteiten evenals aan de verzoekende partij | organieke wet vermelde autoriteiten evenals aan de verzoekende partij |
bij op 13 mei 2002 ter post aangetekende brieven. | bij op 13 mei 2002 ter post aangetekende brieven. |
Op de openbare terechtzitting van 30 mei 2002 : | Op de openbare terechtzitting van 30 mei 2002 : |
- zijn verschenen : | - zijn verschenen : |
. de verzoeker, in eigen persoon; | . de verzoeker, in eigen persoon; |
. Mr. B. Van Hyfte, advocaat bij de balie te Brussel, voor de | . Mr. B. Van Hyfte, advocaat bij de balie te Brussel, voor de |
Ministerraad; | Ministerraad; |
- hebben de rechters-verslaggevers M. Bossuyt en L. François verslag | - hebben de rechters-verslaggevers M. Bossuyt en L. François verslag |
uitgebracht; | uitgebracht; |
- zijn de voornoemde partijen gehoord; | - zijn de voornoemde partijen gehoord; |
- is de zaak in beraad genomen. | - is de zaak in beraad genomen. |
De rechtspleging is gevoerd overeenkomstig de artikelen 62 en volgende | De rechtspleging is gevoerd overeenkomstig de artikelen 62 en volgende |
van de organieke wet, die betrekking hebben op het gebruik van de | van de organieke wet, die betrekking hebben op het gebruik van de |
talen voor het Hof. | talen voor het Hof. |
III. In rechte | III. In rechte |
- A - | - A - |
Standpunt van de verzoekende partij | Standpunt van de verzoekende partij |
A.1. De verzoeker meent dat hij als ambtenaar beschikt over het | A.1. De verzoeker meent dat hij als ambtenaar beschikt over het |
rechtens vereiste belang om de vernietiging van de bestreden bepaling | rechtens vereiste belang om de vernietiging van de bestreden bepaling |
te vorderen, nu hij ten gevolge van die bepaling voor de mogelijke | te vorderen, nu hij ten gevolge van die bepaling voor de mogelijke |
bevordering tot de betrekking van sociaal inspecteur-directeur bij het | bevordering tot de betrekking van sociaal inspecteur-directeur bij het |
Rijksinstituut voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering (RIZIV) de | Rijksinstituut voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering (RIZIV) de |
concurrentie zal ondergaan van ambtenaren van rang 13 die niet behoren | concurrentie zal ondergaan van ambtenaren van rang 13 die niet behoren |
tot het korps. | tot het korps. |
A.2.1. In een eerste middel voert de verzoeker een schending aan van | A.2.1. In een eerste middel voert de verzoeker een schending aan van |
de artikelen 10 en 11 van de Grondwet doordat de bestreden bepaling | de artikelen 10 en 11 van de Grondwet doordat de bestreden bepaling |
zijn recht op toegang tot de rechter aantast. | zijn recht op toegang tot de rechter aantast. |
Volgens de parlementaire voorbereiding was de bestreden bepaling | Volgens de parlementaire voorbereiding was de bestreden bepaling |
noodzakelijk om, naar aanleiding van de rechtspraak van de Raad van | noodzakelijk om, naar aanleiding van de rechtspraak van de Raad van |
State, wettelijke duidelijkheid te creëren omtrent de personen die | State, wettelijke duidelijkheid te creëren omtrent de personen die |
kunnen dingen naar de betrekking van sociaal inspecteur-directeur. | kunnen dingen naar de betrekking van sociaal inspecteur-directeur. |
Zoals werd opgemerkt in het advies van de afdeling wetgeving van de | Zoals werd opgemerkt in het advies van de afdeling wetgeving van de |
Raad van State wordt evenwel niet gepreciseerd waarin die | Raad van State wordt evenwel niet gepreciseerd waarin die |
onduidelijkheid bestond. Evenmin wordt een antwoord gegeven op de | onduidelijkheid bestond. Evenmin wordt een antwoord gegeven op de |
opmerking van de Raad van State dat de bestreden bepaling vanwege haar | opmerking van de Raad van State dat de bestreden bepaling vanwege haar |
aard niet thuishoort in een wet, doch wel in een koninklijk besluit. | aard niet thuishoort in een wet, doch wel in een koninklijk besluit. |
A.2.2. De verzoeker betoogt dat artikel 25 van de wet van 14 januari | A.2.2. De verzoeker betoogt dat artikel 25 van de wet van 14 januari |
2002 als enig doel heeft de Raad van State te verhinderen zich uit te | 2002 als enig doel heeft de Raad van State te verhinderen zich uit te |
spreken over de eventuele onregelmatigheid van het koninklijk besluit | spreken over de eventuele onregelmatigheid van het koninklijk besluit |
van 8 november 1998. | van 8 november 1998. |
Naar aanleiding van een door de verzoeker bij de Raad van State | Naar aanleiding van een door de verzoeker bij de Raad van State |
ingesteld beroep tot vernietiging met vordering tot schorsing, heeft | ingesteld beroep tot vernietiging met vordering tot schorsing, heeft |
de Raad van State immers bij arrest nr. 91.922 van 8 januari 2001 een | de Raad van State immers bij arrest nr. 91.922 van 8 januari 2001 een |
individuele administratieve beslissing die steunde op het voormelde | individuele administratieve beslissing die steunde op het voormelde |
koninklijk besluit geschorst. De Raad oordeelde daarbij dat het middel | koninklijk besluit geschorst. De Raad oordeelde daarbij dat het middel |
ernstig was, waarbij werd aangevoerd dat het voormelde koninklijk | ernstig was, waarbij werd aangevoerd dat het voormelde koninklijk |
besluit onwettig was, enerzijds, omdat werd nagelaten het verplichte | besluit onwettig was, enerzijds, omdat werd nagelaten het verplichte |
advies in te winnen van de Minister van Ambtenarenzaken, van het | advies in te winnen van de Minister van Ambtenarenzaken, van het |
beheerscomité van het RIZIV en van het sectorieel comité, en, | beheerscomité van het RIZIV en van het sectorieel comité, en, |
anderzijds, omdat niet het advies werd gevraagd van de afdeling | anderzijds, omdat niet het advies werd gevraagd van de afdeling |
wetgeving van de Raad van State. | wetgeving van de Raad van State. |
A.2.3. Volgens de verzoeker was de opneming van de bestreden bepaling | A.2.3. Volgens de verzoeker was de opneming van de bestreden bepaling |
in een wet niet nodig om aan de door de Raad van State vastgestelde | in een wet niet nodig om aan de door de Raad van State vastgestelde |
bezwaren tegemoet te komen. Het was voldoende een nieuw koninklijk | bezwaren tegemoet te komen. Het was voldoende een nieuw koninklijk |
besluit te nemen waarbij wel aan de gestelde vormvereisten werd | besluit te nemen waarbij wel aan de gestelde vormvereisten werd |
voldaan. | voldaan. |
Met de bestreden bepaling heeft de wetgever de bevoegdheid van de Raad | Met de bestreden bepaling heeft de wetgever de bevoegdheid van de Raad |
van State om uitspraak te doen over het beroep tot vernietiging willen | van State om uitspraak te doen over het beroep tot vernietiging willen |
uithollen. Die werkwijze, die afbreuk doet aan het recht op toegang | uithollen. Die werkwijze, die afbreuk doet aan het recht op toegang |
tot de rechter, aan het gezag van gewijsde en aan het beginsel van de | tot de rechter, aan het gezag van gewijsde en aan het beginsel van de |
scheiding der machten, werd door het Arbitragehof reeds eerder | scheiding der machten, werd door het Arbitragehof reeds eerder |
veroordeeld. | veroordeeld. |
A.3.1. In het tweede middel voert de verzoeker een schending aan van | A.3.1. In het tweede middel voert de verzoeker een schending aan van |
de artikelen 10 en 11 van de Grondwet doordat de bestreden wet | de artikelen 10 en 11 van de Grondwet doordat de bestreden wet |
toestaat dat de sociaal inspecteurs via bevordering, enerzijds, en de | toestaat dat de sociaal inspecteurs via bevordering, enerzijds, en de |
personeelsleden van rang dertien via verandering van graad, | personeelsleden van rang dertien via verandering van graad, |
anderzijds, op dezelfde wijze naar de betrekking van sociaal | anderzijds, op dezelfde wijze naar de betrekking van sociaal |
inspecteur-directeur bij het RIZIV dingen. Aldus worden ongelijke | inspecteur-directeur bij het RIZIV dingen. Aldus worden ongelijke |
toestanden ten onrechte gelijk behandeld. | toestanden ten onrechte gelijk behandeld. |
A.3.2. Het administratief statuut van de sociaal directeurs, dat | A.3.2. Het administratief statuut van de sociaal directeurs, dat |
berust op het principe van de gescheiden loopbaan, wordt geregeld door | berust op het principe van de gescheiden loopbaan, wordt geregeld door |
het koninklijk besluit van 20 juli 1964 betreffende de hiërarchische | het koninklijk besluit van 20 juli 1964 betreffende de hiërarchische |
indeling en de loopbaan van sommige personeelsleden van de | indeling en de loopbaan van sommige personeelsleden van de |
rijksbesturen, toepasselijk verklaard bij het koninklijk besluit van 8 | rijksbesturen, toepasselijk verklaard bij het koninklijk besluit van 8 |
januari 1973 tot vaststelling van het statuut van het personeel van | januari 1973 tot vaststelling van het statuut van het personeel van |
sommige instellingen van openbaar nut. Op grond van die regeling | sommige instellingen van openbaar nut. Op grond van die regeling |
kunnen alleen de ambtenaren die titularis zijn van de graad van | kunnen alleen de ambtenaren die titularis zijn van de graad van |
sociaal inspecteur worden bevorderd tot de graad van sociaal | sociaal inspecteur worden bevorderd tot de graad van sociaal |
inspecteur-directeur, en worden de bedoelde bevorderingen toegekend | inspecteur-directeur, en worden de bedoelde bevorderingen toegekend |
volgens de regels van de bevordering door verhoging in graad. | volgens de regels van de bevordering door verhoging in graad. |
Overeenkomstig het koninklijk besluit van 7 augustus 1939 betreffende | Overeenkomstig het koninklijk besluit van 7 augustus 1939 betreffende |
de evaluatie en de loopbaan van het rijkspersoneel, gewijzigd bij het | de evaluatie en de loopbaan van het rijkspersoneel, gewijzigd bij het |
koninklijk besluit van 2 juni 1998, wordt de bevordering tot de graden | koninklijk besluit van 2 juni 1998, wordt de bevordering tot de graden |
van rang 13 verleend bij wege van verhoging in graad. | van rang 13 verleend bij wege van verhoging in graad. |
A.3.3. Het aldus geregelde statuut berust op een precair evenwicht : | A.3.3. Het aldus geregelde statuut berust op een precair evenwicht : |
enerzijds, werd voor de sociaal inspecteurs de zekerheid geschapen dat | enerzijds, werd voor de sociaal inspecteurs de zekerheid geschapen dat |
de bevorderingen in hun korps niet toegankelijk zouden zijn voor | de bevorderingen in hun korps niet toegankelijk zouden zijn voor |
niet-titularissen van de graad; anderzijds, maakt de gescheiden | niet-titularissen van de graad; anderzijds, maakt de gescheiden |
loopbaan het niet mogelijk dat zij door verandering van graad of door | loopbaan het niet mogelijk dat zij door verandering van graad of door |
verhoging in graad buiten het korps worden benoemd. | verhoging in graad buiten het korps worden benoemd. |
Met het koninklijk besluit van 8 november 1998 en thans opnieuw met de | Met het koninklijk besluit van 8 november 1998 en thans opnieuw met de |
bestreden bepaling heeft de overheid dat evenwicht verstoord doordat, | bestreden bepaling heeft de overheid dat evenwicht verstoord doordat, |
in afwijking van het koninklijk besluit van 20 juli 1964, ook de | in afwijking van het koninklijk besluit van 20 juli 1964, ook de |
ambtenaren van het RIZIV, titularis van de geschrapte graad van | ambtenaren van het RIZIV, titularis van de geschrapte graad van |
directeur bij de Dienst voor administratieve controle, voortaan kunnen | directeur bij de Dienst voor administratieve controle, voortaan kunnen |
worden benoemd in de graad van sociaal inspecteur-directeur. | worden benoemd in de graad van sociaal inspecteur-directeur. |
A.3.4. Volgens de verzoeker is het door de wetgever nagestreefde doel | A.3.4. Volgens de verzoeker is het door de wetgever nagestreefde doel |
niet legitiem, nu hij, door te kiezen voor een regeling bij wet, een | niet legitiem, nu hij, door te kiezen voor een regeling bij wet, een |
aantal vormvereisten die verplicht zijn bij een regeling door een | aantal vormvereisten die verplicht zijn bij een regeling door een |
koninklijk besluit heeft willen omzeilen. | koninklijk besluit heeft willen omzeilen. |
De bestreden maatregel is ook onevenredig met het nagestreefde doel, | De bestreden maatregel is ook onevenredig met het nagestreefde doel, |
nu de bevorderingskansen van de sociaal inspecteurs, die in het | nu de bevorderingskansen van de sociaal inspecteurs, die in het |
verleden reeds zeer beperkt waren doordat voor elke taalrol slechts | verleden reeds zeer beperkt waren doordat voor elke taalrol slechts |
één functie van sociaal inspecteur bestaat, aanzienlijk worden | één functie van sociaal inspecteur bestaat, aanzienlijk worden |
beperkt. | beperkt. |
A.4.1. Volgens de verzoeker kan de onmiddellijke uitvoering van de | A.4.1. Volgens de verzoeker kan de onmiddellijke uitvoering van de |
bestreden bepaling hem een moeilijk te herstellen ernstig nadeel | bestreden bepaling hem een moeilijk te herstellen ernstig nadeel |
berokkenen. | berokkenen. |
De schorsing is noodzakelijk om het de verzoeker en de andere sociaal | De schorsing is noodzakelijk om het de verzoeker en de andere sociaal |
inspecteurs mogelijk te maken te dingen naar een betrekking die hen | inspecteurs mogelijk te maken te dingen naar een betrekking die hen |
werd voorbehouden, zonder concurrentie van andere ambtenaren. De | werd voorbehouden, zonder concurrentie van andere ambtenaren. De |
bestreden maatregel houdt voor de verzoeker in de eerste plaats een | bestreden maatregel houdt voor de verzoeker in de eerste plaats een |
moreel nadeel in doordat hij getuigt van de hardnekkigheid van de | moreel nadeel in doordat hij getuigt van de hardnekkigheid van de |
overheid om een niet-sociaal inspecteur te benoemen, waaruit blijkt | overheid om een niet-sociaal inspecteur te benoemen, waaruit blijkt |
dat de sociaal inspecteurs, voor wie de functie normaal is | dat de sociaal inspecteurs, voor wie de functie normaal is |
voorbehouden, onbekwaam worden geacht. De schorsing moet ook | voorbehouden, onbekwaam worden geacht. De schorsing moet ook |
verhinderen dat de overheid onmiddellijk een nieuwe | verhinderen dat de overheid onmiddellijk een nieuwe |
benoemingsprocedure zal opstarten die bijna met zekerheid opnieuw zal | benoemingsprocedure zal opstarten die bijna met zekerheid opnieuw zal |
leiden tot de benoeming van een adviseur van rang 13. De verzoeker | leiden tot de benoeming van een adviseur van rang 13. De verzoeker |
heeft een eerste verzoekschrift ingediend bij de Raad van State in | heeft een eerste verzoekschrift ingediend bij de Raad van State in |
1990, wat in 1998 tot een vernietiging heeft geleid. Sindsdien was hij | 1990, wat in 1998 tot een vernietiging heeft geleid. Sindsdien was hij |
genoodzaakt nog tweemaal een beroep tot vernietiging en een vordering | genoodzaakt nog tweemaal een beroep tot vernietiging en een vordering |
tot schorsing in te dienen. Indien de bestreden bepaling niet wordt | tot schorsing in te dienen. Indien de bestreden bepaling niet wordt |
geschorst, zal de verzoeker verplicht zijn de nieuwe benoeming opnieuw | geschorst, zal de verzoeker verplicht zijn de nieuwe benoeming opnieuw |
te bestrijden bij de Raad van State om zijn rechten af te dwingen. | te bestrijden bij de Raad van State om zijn rechten af te dwingen. |
De verzoeker voert ook aan dat de onmiddellijke toepassing van de | De verzoeker voert ook aan dat de onmiddellijke toepassing van de |
bestreden bepaling hem een niet te herstellen financieel nadeel zal | bestreden bepaling hem een niet te herstellen financieel nadeel zal |
berokkenen. Het mogelijke financiële nadeel dat de verzoeker in het | berokkenen. Het mogelijke financiële nadeel dat de verzoeker in het |
verleden heeft geleden doordat hij sinds 1990 niet te kans kreeg op | verleden heeft geleden doordat hij sinds 1990 niet te kans kreeg op |
een wettige wijze te dingen naar een bevordering waarvoor hij in | een wettige wijze te dingen naar een bevordering waarvoor hij in |
aanmerking kwam, is wellicht niet meer herstelbaar. De verzoeker is | aanmerking kwam, is wellicht niet meer herstelbaar. De verzoeker is |
thans 59 jaar en zou, indien hij wordt bevorderd, de laatste vijf jaar | thans 59 jaar en zou, indien hij wordt bevorderd, de laatste vijf jaar |
van zijn loopbaan worden bezoldigd als titularis van rang 13, wat ook | van zijn loopbaan worden bezoldigd als titularis van rang 13, wat ook |
bepalend zal zijn voor zijn toekomstig pensioen. Indien de bestreden | bepalend zal zijn voor zijn toekomstig pensioen. Indien de bestreden |
bepaling niet wordt geschorst, wordt hem die laatste kans ontnomen. | bepaling niet wordt geschorst, wordt hem die laatste kans ontnomen. |
- B - | - B - |
De bestreden bepaling | De bestreden bepaling |
B.1. De verzoeker vordert de schorsing en de vernietiging van artikel | B.1. De verzoeker vordert de schorsing en de vernietiging van artikel |
25 van de wet van 14 januari 2002 houdende maatregelen inzake | 25 van de wet van 14 januari 2002 houdende maatregelen inzake |
gezondheidszorg, dat artikel 185, § 2, tweede lid, 2°, van de wet | gezondheidszorg, dat artikel 185, § 2, tweede lid, 2°, van de wet |
betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en | betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en |
uitkeringen aanvult als volgt : | uitkeringen aanvult als volgt : |
« Naar de betrekking van sociaal inspecteur-directeur bij het | « Naar de betrekking van sociaal inspecteur-directeur bij het |
Instituut kunnen de sociaal inspecteurs via bevordering en de | Instituut kunnen de sociaal inspecteurs via bevordering en de |
personeelsleden van rang 13 via verandering van graad dingen. Zij | personeelsleden van rang 13 via verandering van graad dingen. Zij |
moeten naargelang het geval de graadanciënniteit hebben die door de | moeten naargelang het geval de graadanciënniteit hebben die door de |
Koning voor de bevordering tot rang 13 of voor de benoeming via | Koning voor de bevordering tot rang 13 of voor de benoeming via |
verandering van graad is vastgesteld. » | verandering van graad is vastgesteld. » |
De voorgeschiedenis van de bestreden bepaling | De voorgeschiedenis van de bestreden bepaling |
B.2.1. In 1990 werd de functie vacant verklaard van | B.2.1. In 1990 werd de functie vacant verklaard van |
hoofdinspecteur-directeur, Nederlandstalig kader - rang 13, bij de | hoofdinspecteur-directeur, Nederlandstalig kader - rang 13, bij de |
Dienst voor administratieve controle van het Rijksinstituut voor | Dienst voor administratieve controle van het Rijksinstituut voor |
Ziekte- en Invaliditeitsverzekering (RIZIV). Volgens het bericht van | Ziekte- en Invaliditeitsverzekering (RIZIV). Volgens het bericht van |
vacantverklaring werd de betrekking bij voorrang begeven bij wijze van | vacantverklaring werd de betrekking bij voorrang begeven bij wijze van |
verandering van graad en slechts in subsidiaire orde bij wijze van | verandering van graad en slechts in subsidiaire orde bij wijze van |
bevordering door verhoging in graad. | bevordering door verhoging in graad. |
De verzoeker diende samen met twee andere ambtenaren zijn kandidatuur | De verzoeker diende samen met twee andere ambtenaren zijn kandidatuur |
in voor een benoeming bij wijze van verhoging in graad. Bij koninklijk | in voor een benoeming bij wijze van verhoging in graad. Bij koninklijk |
besluit van 18 mei 1990 werd de enige kandidaat voor een benoeming bij | besluit van 18 mei 1990 werd de enige kandidaat voor een benoeming bij |
wijze van verandering van graad, benoemd. De verzoeker stelde een | wijze van verandering van graad, benoemd. De verzoeker stelde een |
beroep tot vernietiging in bij de Raad van State en de benoeming werd | beroep tot vernietiging in bij de Raad van State en de benoeming werd |
vernietigd bij arrest van 9 maart 1998. De Raad van State oordeelde | vernietigd bij arrest van 9 maart 1998. De Raad van State oordeelde |
dat de beslissing om bij de benoeming voorrang te geven aan degenen | dat de beslissing om bij de benoeming voorrang te geven aan degenen |
die kandideren bij wijze van verandering van graad, niet kon worden | die kandideren bij wijze van verandering van graad, niet kon worden |
genomen door de interne organen van het RIZIV, maar enkel door de | genomen door de interne organen van het RIZIV, maar enkel door de |
Koning. | Koning. |
B.2.2. In afwijking van het koninklijk besluit van 10 april 1995 | B.2.2. In afwijking van het koninklijk besluit van 10 april 1995 |
houdende vereenvoudiging van de loopbaan van sommige ambtenaren in de | houdende vereenvoudiging van de loopbaan van sommige ambtenaren in de |
rijksbesturen die behoren tot de niveaus 1 en 2+, dat de bevordering | rijksbesturen die behoren tot de niveaus 1 en 2+, dat de bevordering |
tot sociaal inspecteur-directeur had voorbehouden aan de sociaal | tot sociaal inspecteur-directeur had voorbehouden aan de sociaal |
inspecteurs, werd bij koninklijk besluit van 8 november 1998 houdende | inspecteurs, werd bij koninklijk besluit van 8 november 1998 houdende |
vereenvoudiging van de loopbaan van sommige ambtenaren van het | vereenvoudiging van de loopbaan van sommige ambtenaren van het |
Rijksinstituut voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering, bepaald dat | Rijksinstituut voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering, bepaald dat |
de ambtenaren van het RIZIV, titularis van de geschrapte graad van | de ambtenaren van het RIZIV, titularis van de geschrapte graad van |
directeur bij de Dienst voor administratieve controle, eveneens | directeur bij de Dienst voor administratieve controle, eveneens |
benoemd konden worden in de graad van sociaal inspecteur-directeur. In | benoemd konden worden in de graad van sociaal inspecteur-directeur. In |
dat geval zal de benoeming geschieden volgens de regels van de | dat geval zal de benoeming geschieden volgens de regels van de |
verandering in graad. | verandering in graad. |
In de daarop volgende benoemingsprocedure heeft de Koning de vacante | In de daarop volgende benoemingsprocedure heeft de Koning de vacante |
functie toegekend bij wijze van verandering van graad. Bij koninklijk | functie toegekend bij wijze van verandering van graad. Bij koninklijk |
besluit van 23 mei 2000 werd de kandidaat wiens eerdere benoeming door | besluit van 23 mei 2000 werd de kandidaat wiens eerdere benoeming door |
de Raad van State was vernietigd, opnieuw benoemd. De verzoeker stelde | de Raad van State was vernietigd, opnieuw benoemd. De verzoeker stelde |
tegen de nieuwe benoemingsbeslissing een vordering tot schorsing en | tegen de nieuwe benoemingsbeslissing een vordering tot schorsing en |
een beroep tot vernietiging in bij de Raad van State. De vordering tot | een beroep tot vernietiging in bij de Raad van State. De vordering tot |
schorsing werd ingewilligd bij arrest van 8 januari 2001 en de | schorsing werd ingewilligd bij arrest van 8 januari 2001 en de |
benoemingsbeslissing werd vernietigd bij arrest van 25 maart 2002. In | benoemingsbeslissing werd vernietigd bij arrest van 25 maart 2002. In |
dat laatste arrest wordt ook gesteld dat het koninklijk besluit van 8 | dat laatste arrest wordt ook gesteld dat het koninklijk besluit van 8 |
november 1998 tot stand is gekomen met miskenning van artikel 3, § 1, | november 1998 tot stand is gekomen met miskenning van artikel 3, § 1, |
van de gecoördineerde wetten op de Raad van State en op grond van | van de gecoördineerde wetten op de Raad van State en op grond van |
artikel 159 van de Grondwet buiten toepassing moet worden gelaten. | artikel 159 van de Grondwet buiten toepassing moet worden gelaten. |
Ten aanzien van de vordering tot schorsing | Ten aanzien van de vordering tot schorsing |
B.3. Naar luid van artikel 20, 1°, van de bijzondere wet van 6 januari | B.3. Naar luid van artikel 20, 1°, van de bijzondere wet van 6 januari |
1989 op het Arbitragehof dient aan twee grondvoorwaarden te zijn | 1989 op het Arbitragehof dient aan twee grondvoorwaarden te zijn |
voldaan opdat tot schorsing kan worden besloten : | voldaan opdat tot schorsing kan worden besloten : |
- de middelen die worden aangevoerd moeten ernstig zijn; | - de middelen die worden aangevoerd moeten ernstig zijn; |
- de onmiddellijke uitvoering van de bestreden maatregel moet een | - de onmiddellijke uitvoering van de bestreden maatregel moet een |
moeilijk te herstellen ernstig nadeel kunnen berokkenen. | moeilijk te herstellen ernstig nadeel kunnen berokkenen. |
Daar de twee voorwaarden cumulatief zijn, leidt de vaststelling dat | Daar de twee voorwaarden cumulatief zijn, leidt de vaststelling dat |
één van die voorwaarden niet is vervuld tot verwerping van de | één van die voorwaarden niet is vervuld tot verwerping van de |
vordering tot schorsing. | vordering tot schorsing. |
Over de ernst van de middelen | Over de ernst van de middelen |
B.4.1. Het eerste middel is afgeleid uit een schending van de | B.4.1. Het eerste middel is afgeleid uit een schending van de |
artikelen 10 en 11 van de Grondwet, doordat het recht op toegang tot | artikelen 10 en 11 van de Grondwet, doordat het recht op toegang tot |
de rechter, zoals gewaarborgd bij artikel 6 van het Europees Verdrag | de rechter, zoals gewaarborgd bij artikel 6 van het Europees Verdrag |
voor de Rechten van de Mens en bij artikel 14 van de gecoördineerde | voor de Rechten van de Mens en bij artikel 14 van de gecoördineerde |
wetten op de Raad van State, zou zijn aangetast. Volgens de verzoeker | wetten op de Raad van State, zou zijn aangetast. Volgens de verzoeker |
heeft de bestreden bepaling als enig doel de Raad van State te | heeft de bestreden bepaling als enig doel de Raad van State te |
verhinderen zich uit te spreken over de eventuele onregelmatigheid van | verhinderen zich uit te spreken over de eventuele onregelmatigheid van |
een hem ter beoordeling voorgelegd koninklijk besluit. De wetgever zou | een hem ter beoordeling voorgelegd koninklijk besluit. De wetgever zou |
de verzoeker een jurisdictionele waarborg ontnemen die aan alle | de verzoeker een jurisdictionele waarborg ontnemen die aan alle |
burgers wordt geboden, zonder dat het verschil in behandeling | burgers wordt geboden, zonder dat het verschil in behandeling |
verantwoord is door de aangevoerde doelstellingen. | verantwoord is door de aangevoerde doelstellingen. |
B.4.2. In het tweede middel voert de verzoeker een schending aan van | B.4.2. In het tweede middel voert de verzoeker een schending aan van |
de artikelen 10 en 11 van de Grondwet doordat de bestreden bepaling | de artikelen 10 en 11 van de Grondwet doordat de bestreden bepaling |
het mogelijk maakt dat voortaan niet enkel de sociaal inspecteurs, | het mogelijk maakt dat voortaan niet enkel de sociaal inspecteurs, |
maar ook de personeelsleden van rang 13 van het Instituut, naar de | maar ook de personeelsleden van rang 13 van het Instituut, naar de |
betrekking van sociaal inspecteur-directeur kunnen dingen. | betrekking van sociaal inspecteur-directeur kunnen dingen. |
Volgens de verzoeker wijkt die bepaling ten onrechte af van artikel | Volgens de verzoeker wijkt die bepaling ten onrechte af van artikel |
19, § 1, van het koninklijk besluit van 20 juli 1964 betreffende de | 19, § 1, van het koninklijk besluit van 20 juli 1964 betreffende de |
hiërarchische indeling en de loopbaan van sommige personeelsleden van | hiërarchische indeling en de loopbaan van sommige personeelsleden van |
de rijksbesturen, toepasselijk verklaard bij koninklijk besluit van 8 | de rijksbesturen, toepasselijk verklaard bij koninklijk besluit van 8 |
januari 1973 tot vaststelling van het statuut van het personeel van | januari 1973 tot vaststelling van het statuut van het personeel van |
sommige instellingen van openbaar nut. Luidens die bepaling kunnen | sommige instellingen van openbaar nut. Luidens die bepaling kunnen |
alleen de ambtenaren die titularis zijn van de graad van sociaal | alleen de ambtenaren die titularis zijn van de graad van sociaal |
inspecteur, dingen naar de functie van sociaal inspecteur-directeur. | inspecteur, dingen naar de functie van sociaal inspecteur-directeur. |
B.5.1. Het personeel van het RIZIV valt onder het koninklijk besluit | B.5.1. Het personeel van het RIZIV valt onder het koninklijk besluit |
van 8 januari 1973 tot vaststelling van het statuut van het personeel | van 8 januari 1973 tot vaststelling van het statuut van het personeel |
van sommige instellingen van openbaar nut. Bij de totstandkoming van | van sommige instellingen van openbaar nut. Bij de totstandkoming van |
die regeling bleek dat het streven van de Koning erop gericht was een | die regeling bleek dat het streven van de Koning erop gericht was een |
eenheidsregeling tot stand te brengen waarbij het personeelsstatuut | eenheidsregeling tot stand te brengen waarbij het personeelsstatuut |
van die instellingen wordt geregeld door de algemene beginselen die de | van die instellingen wordt geregeld door de algemene beginselen die de |
toestand van het personeel in rijksdienst bepalen (advies Raad van | toestand van het personeel in rijksdienst bepalen (advies Raad van |
State, Belgisch Staatsblad , 23 februari 1973, p. 2384). Het | State, Belgisch Staatsblad , 23 februari 1973, p. 2384). Het |
koninklijk besluit van 24 januari 2002 houdende vaststelling van het | koninklijk besluit van 24 januari 2002 houdende vaststelling van het |
statuut van het personeel van de openbare instellingen van sociale | statuut van het personeel van de openbare instellingen van sociale |
zekerheid, dat in werking is getreden op 1 januari 2002, verklaart het | zekerheid, dat in werking is getreden op 1 januari 2002, verklaart het |
vermelde besluit onverkort van toepassing op het RIZIV als openbare | vermelde besluit onverkort van toepassing op het RIZIV als openbare |
instelling van sociale zekerheid. | instelling van sociale zekerheid. |
B.5.2. Volgens artikel 3, 12° en 39°, van het koninklijk besluit van 8 | B.5.2. Volgens artikel 3, 12° en 39°, van het koninklijk besluit van 8 |
januari 1973 behoren tot de bepalingen die van toepassing zijn op de | januari 1973 behoren tot de bepalingen die van toepassing zijn op de |
ambtenaren van de instellingen van openbaar nut, onder voorbehoud van | ambtenaren van de instellingen van openbaar nut, onder voorbehoud van |
wat nader geregeld is in dat besluit, het koninklijk besluit van 20 | wat nader geregeld is in dat besluit, het koninklijk besluit van 20 |
juli 1964 betreffende de hiërarchische indeling van de graden waarvan | juli 1964 betreffende de hiërarchische indeling van de graden waarvan |
de ambtenaren in de rijksbesturen titularis kunnen zijn en het | de ambtenaren in de rijksbesturen titularis kunnen zijn en het |
koninklijk besluit van 10 april 1995 houdende vereenvoudiging van de | koninklijk besluit van 10 april 1995 houdende vereenvoudiging van de |
loopbaan van sommige ambtenaren in de rijksbesturen die behoren tot de | loopbaan van sommige ambtenaren in de rijksbesturen die behoren tot de |
niveaus 1 en 2+. | niveaus 1 en 2+. |
B.5.3. Luidens artikel 16, § 2, van het koninklijk besluit van 20 juli | B.5.3. Luidens artikel 16, § 2, van het koninklijk besluit van 20 juli |
1964, zoals ingevoegd bij het koninklijk besluit van 10 april 1995, | 1964, zoals ingevoegd bij het koninklijk besluit van 10 april 1995, |
kan de graad van sociaal inspecteur worden toegekend aan de geslaagden | kan de graad van sociaal inspecteur worden toegekend aan de geslaagden |
voor een vergelijkend wervingsexamen en voor een vergelijkend examen | voor een vergelijkend wervingsexamen en voor een vergelijkend examen |
voor overgang naar het hogere niveau. Volgens artikel 19 kunnen alleen | voor overgang naar het hogere niveau. Volgens artikel 19 kunnen alleen |
de sociaal inspecteurs worden bevorderd tot de graad van sociaal | de sociaal inspecteurs worden bevorderd tot de graad van sociaal |
inspecteur-directeur en wordt die bevordering toegekend volgens de | inspecteur-directeur en wordt die bevordering toegekend volgens de |
regels van de bevordering door verhoging in graad. | regels van de bevordering door verhoging in graad. |
B.5.4. Door in artikel 19 te bepalen dat alleen de sociaal inspecteurs | B.5.4. Door in artikel 19 te bepalen dat alleen de sociaal inspecteurs |
kunnen worden bevorderd tot de functie van sociaal | kunnen worden bevorderd tot de functie van sociaal |
inspecteur-directeur geeft de Koning te kennen dat Hij hen bij uitstek | inspecteur-directeur geeft de Koning te kennen dat Hij hen bij uitstek |
geschikt acht om die functie te vervullen. Voor de betrokken | geschikt acht om die functie te vervullen. Voor de betrokken |
personeelsleden berust die regeling op een evenwicht : ze genieten | personeelsleden berust die regeling op een evenwicht : ze genieten |
tegelijk een beschermde en beperkte bevorderingsregeling. | tegelijk een beschermde en beperkte bevorderingsregeling. |
B.6.1. De bestreden bepaling wijkt af van artikel 19 van het | B.6.1. De bestreden bepaling wijkt af van artikel 19 van het |
koninklijk besluit van 10 april 1995 doordat ze bepaalt dat naar de | koninklijk besluit van 10 april 1995 doordat ze bepaalt dat naar de |
betrekking van sociaal inspecteur-directeur bij het Instituut niet | betrekking van sociaal inspecteur-directeur bij het Instituut niet |
alleen de sociaal inspecteurs via bevordering maar ook de | alleen de sociaal inspecteurs via bevordering maar ook de |
personeelsleden van rang 13 via verandering van graad kunnen dingen. | personeelsleden van rang 13 via verandering van graad kunnen dingen. |
B.6.2. Zoals de afdeling wetgeving van de Raad van State in haar | B.6.2. Zoals de afdeling wetgeving van de Raad van State in haar |
advies bij het ontwerp van de bestreden bepaling heeft opgemerkt, | advies bij het ontwerp van de bestreden bepaling heeft opgemerkt, |
regelt de wetgever aldus een aangelegenheid die in beginsel tot de | regelt de wetgever aldus een aangelegenheid die in beginsel tot de |
bevoegdheid van de Koning behoort (Parl. St., Kamer, 2000-2001, Doc. | bevoegdheid van de Koning behoort (Parl. St., Kamer, 2000-2001, Doc. |
50 1322/001, p. 163). | 50 1322/001, p. 163). |
Zowel de wet van 16 maart 1954 betreffende de controle op sommige | Zowel de wet van 16 maart 1954 betreffende de controle op sommige |
instellingen van openbaar nut (artikel 11), waaronder het RIZIV in het | instellingen van openbaar nut (artikel 11), waaronder het RIZIV in het |
verleden ressorteerde, als het koninklijk besluit van 3 april 1997 « | verleden ressorteerde, als het koninklijk besluit van 3 april 1997 « |
houdende maatregelen met het oog op de responsabilisering van de | houdende maatregelen met het oog op de responsabilisering van de |
openbare instellingen van sociale zekerheid, met toepassing van | openbare instellingen van sociale zekerheid, met toepassing van |
artikel 47 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de | artikel 47 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de |
sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de | sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de |
wettelijke pensioenstelsels » (artikel 21), verlenen de Koning de | wettelijke pensioenstelsels » (artikel 21), verlenen de Koning de |
bevoegdheid om het statuut van het personeel van die instellingen te | bevoegdheid om het statuut van het personeel van die instellingen te |
regelen. | regelen. |
B.6.3. De wetgever kan beslissen een aangelegenheid die hij aan de | B.6.3. De wetgever kan beslissen een aangelegenheid die hij aan de |
Koning heeft opgedragen en die Hem niet door de Grondwet is | Koning heeft opgedragen en die Hem niet door de Grondwet is |
voorbehouden, zelf te regelen, nu de artikelen 37 en 107 van de | voorbehouden, zelf te regelen, nu de artikelen 37 en 107 van de |
Grondwet niet van toepassing zijn op het RIZIV. Inzake het statuut van | Grondwet niet van toepassing zijn op het RIZIV. Inzake het statuut van |
de ambtenaren van de parastatale instellingen leidt de gevolgde | de ambtenaren van de parastatale instellingen leidt de gevolgde |
werkwijze echter ertoe dat een aantal vormvereisten die bij de | werkwijze echter ertoe dat een aantal vormvereisten die bij de |
regeling door een koninklijk besluit zijn opgelegd, niet kunnen worden | regeling door een koninklijk besluit zijn opgelegd, niet kunnen worden |
toegepast. In casu gaat het om het advies van het algemeen | toegepast. In casu gaat het om het advies van het algemeen |
beheerscomité van het RIZIV, om het akkoord van de Ministers van | beheerscomité van het RIZIV, om het akkoord van de Ministers van |
Ambtenarenzaken en van Begroting en om het advies van de afdeling | Ambtenarenzaken en van Begroting en om het advies van de afdeling |
wetgeving van de Raad van State. | wetgeving van de Raad van State. |
B.6.4. Aangezien die vormvereisten voor de betrokken ambtenaren een | B.6.4. Aangezien die vormvereisten voor de betrokken ambtenaren een |
waarborg vormen, zou de wetgever de aangelegenheid die hij heeft | waarborg vormen, zou de wetgever de aangelegenheid die hij heeft |
opgedragen, niet zelf kunnen regelen, enkel en alleen om ze te | opgedragen, niet zelf kunnen regelen, enkel en alleen om ze te |
omzeilen. | omzeilen. |
Te dezen wordt in de parlementaire voorbereiding verwezen naar de wil | Te dezen wordt in de parlementaire voorbereiding verwezen naar de wil |
om het aantal personen waaruit de overheid « de beschikbare kandidaat | om het aantal personen waaruit de overheid « de beschikbare kandidaat |
die het best bij de functie past » kan kiezen, te vergroten. Die | die het best bij de functie past » kan kiezen, te vergroten. Die |
overweging kan niet volstaan om de ingreep van de wetgever te | overweging kan niet volstaan om de ingreep van de wetgever te |
verantwoorden, en dat terwijl de bestreden norm werd aangenomen | verantwoorden, en dat terwijl de bestreden norm werd aangenomen |
teneinde in een reeds vacante betrekking te voorzien en die betrekking | teneinde in een reeds vacante betrekking te voorzien en die betrekking |
het voorwerp had uitgemaakt van een door de Raad van State tweemaal | het voorwerp had uitgemaakt van een door de Raad van State tweemaal |
vernietigde benoeming. | vernietigde benoeming. |
De invoeging in een wetgevende tekst van de bestreden regel, die het | De invoeging in een wetgevende tekst van de bestreden regel, die het |
door de Raad van State onwettig bevonden koninklijk besluit van 8 | door de Raad van State onwettig bevonden koninklijk besluit van 8 |
november 1998 vervangt, heeft trouwens tot gevolg dat de Raad van | november 1998 vervangt, heeft trouwens tot gevolg dat de Raad van |
State verhinderd wordt zich uit te spreken over de bestaanbaarheid van | State verhinderd wordt zich uit te spreken over de bestaanbaarheid van |
zulk een regel met de beginselen die het statuut van ambtenaren die | zulk een regel met de beginselen die het statuut van ambtenaren die |
onderworpen blijven aan het stelsel van de gescheiden loopbaan, | onderworpen blijven aan het stelsel van de gescheiden loopbaan, |
beheersen. | beheersen. |
B.6.5. Het beginsel van de gelijke toegang tot de openbare dienst en | B.6.5. Het beginsel van de gelijke toegang tot de openbare dienst en |
het beginsel volgens hetwelk de benoemingen gebeuren op basis van | het beginsel volgens hetwelk de benoemingen gebeuren op basis van |
rechtsregels die vooraf op algemene en objectieve wijze zijn bepaald, | rechtsregels die vooraf op algemene en objectieve wijze zijn bepaald, |
vormen een corollarium van de artikelen 10 en 11 van de Grondwet. | vormen een corollarium van de artikelen 10 en 11 van de Grondwet. |
Wegens de bijzondere omstandigheden waarin de bestreden norm werd | Wegens de bijzondere omstandigheden waarin de bestreden norm werd |
aangenomen, zijn de uit de schending van die bepalingen afgeleide | aangenomen, zijn de uit de schending van die bepalingen afgeleide |
middelen ernstig. | middelen ernstig. |
Over het moeilijk te herstellen ernstig nadeel | Over het moeilijk te herstellen ernstig nadeel |
B.7.1. Een schorsing door het Hof moet kunnen voorkomen dat voor de | B.7.1. Een schorsing door het Hof moet kunnen voorkomen dat voor de |
verzoeker, door de onmiddellijke toepassing van de bestreden norm, een | verzoeker, door de onmiddellijke toepassing van de bestreden norm, een |
ernstig nadeel zou ontstaan dat door de gevolgen van een eventuele | ernstig nadeel zou ontstaan dat door de gevolgen van een eventuele |
vernietiging niet of nog moeilijk zou kunnen worden hersteld. | vernietiging niet of nog moeilijk zou kunnen worden hersteld. |
B.7.2. Uit de voorgeschiedenis van de bestreden wet, zoals weergegeven | B.7.2. Uit de voorgeschiedenis van de bestreden wet, zoals weergegeven |
onder B.2, blijkt dat de verzoeker zich sinds 1990 genoodzaakt zag | onder B.2, blijkt dat de verzoeker zich sinds 1990 genoodzaakt zag |
meerdere procedures voor de Raad van State te voeren om zijn | meerdere procedures voor de Raad van State te voeren om zijn |
benoemingskansen te vrijwaren. De door hem aangevoerde grieven werden | benoemingskansen te vrijwaren. De door hem aangevoerde grieven werden |
door de Raad van State gegrond bevonden. Gedurende al die tijd heeft | door de Raad van State gegrond bevonden. Gedurende al die tijd heeft |
de verzoeker moeten dingen naar een functie in omstandigheden die zijn | de verzoeker moeten dingen naar een functie in omstandigheden die zijn |
bevorderingskansen verminderden. | bevorderingskansen verminderden. |
De verzoeker vordert de vernietiging en de schorsing van de bestreden | De verzoeker vordert de vernietiging en de schorsing van de bestreden |
wet, onder meer omdat ze de functie van sociaal inspecteur-directeur | wet, onder meer omdat ze de functie van sociaal inspecteur-directeur |
voortaan openstelt voor alle ambtenaren van rang 13, waardoor zijn | voortaan openstelt voor alle ambtenaren van rang 13, waardoor zijn |
benoemingskansen aanzienlijk kleiner worden dan voorheen. Zoals | benoemingskansen aanzienlijk kleiner worden dan voorheen. Zoals |
hiervoor is vermeld, moeten de middelen als ernstig worden beschouwd | hiervoor is vermeld, moeten de middelen als ernstig worden beschouwd |
en kunnen zij mogelijkerwijs leiden tot de vernietiging van de | en kunnen zij mogelijkerwijs leiden tot de vernietiging van de |
bestreden bepaling. Een nieuwe benoeming vooraleer het Hof zich ten | bestreden bepaling. Een nieuwe benoeming vooraleer het Hof zich ten |
gronde heeft uitgesproken, zal met die vernietiging niet uit de | gronde heeft uitgesproken, zal met die vernietiging niet uit de |
rechtsorde verdwijnen; zij dient te worden bestreden voor de Raad van | rechtsorde verdwijnen; zij dient te worden bestreden voor de Raad van |
State. | State. |
B.7.3. De verzoeker is 59 jaar en nadert dus de pensioenleeftijd. | B.7.3. De verzoeker is 59 jaar en nadert dus de pensioenleeftijd. |
Rekening houdend met zijn leeftijd, dreigt zonder schorsing zijn kans | Rekening houdend met zijn leeftijd, dreigt zonder schorsing zijn kans |
op benoeming zo gering te worden dat ze als niet bestaand moet worden | op benoeming zo gering te worden dat ze als niet bestaand moet worden |
beschouwd. Het verlies van een laatste kans op een benoeming op het | beschouwd. Het verlies van een laatste kans op een benoeming op het |
einde van zijn loopbaan, na alle procedures die de verzoeker reeds | einde van zijn loopbaan, na alle procedures die de verzoeker reeds |
heeft gevoerd, berokkent hem een ernstig nadeel dat moeilijk te | heeft gevoerd, berokkent hem een ernstig nadeel dat moeilijk te |
herstellen blijft, zelfs bij de vernietiging van de bestreden wet. | herstellen blijft, zelfs bij de vernietiging van de bestreden wet. |
Om die redenen, | Om die redenen, |
het Hof | het Hof |
schorst artikel 25 van de wet van 14 januari 2002 houdende maatregelen | schorst artikel 25 van de wet van 14 januari 2002 houdende maatregelen |
inzake gezondheidszorg. | inzake gezondheidszorg. |
Aldus uitgesproken in het Nederlands, het Frans en het Duits, | Aldus uitgesproken in het Nederlands, het Frans en het Duits, |
overeenkomstig artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op | overeenkomstig artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op |
het Arbitragehof, op de openbare terechtzitting van 10 juli 2002. | het Arbitragehof, op de openbare terechtzitting van 10 juli 2002. |
De griffier, De voorzitter, | De griffier, De voorzitter, |
L. Potoms. A. Arts. | L. Potoms. A. Arts. |