Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Arrest Van Het Grondwettelijk Hof van --
← Terug naar "Arrest nr. 129/2002 van 10 juli 2002 Rolnummer 2404 In zake : de vordering tot schorsing van artikel 25 van de wet van 14 januari 2002 houdende maatregelen inzake gezondheidszorg, ingesteld door B. Meeus. Het Arbitragehof, samengesteld wijst na beraad het volgende arrest : I. Onderwerp van de vordering Bij verzoekschrift dat aa(...)"
Arrest nr. 129/2002 van 10 juli 2002 Rolnummer 2404 In zake : de vordering tot schorsing van artikel 25 van de wet van 14 januari 2002 houdende maatregelen inzake gezondheidszorg, ingesteld door B. Meeus. Het Arbitragehof, samengesteld wijst na beraad het volgende arrest : I. Onderwerp van de vordering Bij verzoekschrift dat aa(...) Arrest nr. 129/2002 van 10 juli 2002 Rolnummer 2404 In zake : de vordering tot schorsing van artikel 25 van de wet van 14 januari 2002 houdende maatregelen inzake gezondheidszorg, ingesteld door B. Meeus. Het Arbitragehof, samengesteld wijst na beraad het volgende arrest : I. Onderwerp van de vordering Bij verzoekschrift dat aa(...)
ARBITRAGEHOF ARBITRAGEHOF
Arrest nr. 129/2002 van 10 juli 2002 Arrest nr. 129/2002 van 10 juli 2002
Rolnummer 2404 Rolnummer 2404
In zake : de vordering tot schorsing van artikel 25 van de wet van 14 In zake : de vordering tot schorsing van artikel 25 van de wet van 14
januari 2002 houdende maatregelen inzake gezondheidszorg, ingesteld januari 2002 houdende maatregelen inzake gezondheidszorg, ingesteld
door B. Meeus. door B. Meeus.
Het Arbitragehof, Het Arbitragehof,
samengesteld uit de voorzitters A. Arts en M. Melchior, en de rechters samengesteld uit de voorzitters A. Arts en M. Melchior, en de rechters
L. François, P. Martens, M. Bossuyt, A. Alen en J.-P. Moerman, L. François, P. Martens, M. Bossuyt, A. Alen en J.-P. Moerman,
bijgestaan door de griffier L. Potoms, onder voorzitterschap van bijgestaan door de griffier L. Potoms, onder voorzitterschap van
voorzitter A. Arts, voorzitter A. Arts,
wijst na beraad het volgende arrest : wijst na beraad het volgende arrest :
I. Onderwerp van de vordering I. Onderwerp van de vordering
Bij verzoekschrift dat aan het Hof is toegezonden bij op 28 maart 2002 Bij verzoekschrift dat aan het Hof is toegezonden bij op 28 maart 2002
ter post aangetekende brief en ter griffie is ingekomen op 29 maart ter post aangetekende brief en ter griffie is ingekomen op 29 maart
2002, heeft B. Meeus, wonende te 3000 Leuven, Louis Melsensstraat 16, 2002, heeft B. Meeus, wonende te 3000 Leuven, Louis Melsensstraat 16,
een vordering tot schorsing ingesteld van artikel 25 van de wet van 14 een vordering tot schorsing ingesteld van artikel 25 van de wet van 14
januari 2002 houdende maatregelen inzake gezondheidszorg januari 2002 houdende maatregelen inzake gezondheidszorg
(bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 22 februari 2002). (bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 22 februari 2002).
Bij hetzelfde verzoekschrift vordert de verzoekende partij eveneens de Bij hetzelfde verzoekschrift vordert de verzoekende partij eveneens de
vernietiging van voormelde wetsbepaling. vernietiging van voormelde wetsbepaling.
II. De rechtspleging II. De rechtspleging
Bij beschikking van 29 maart 2002 heeft de voorzitter in functie de Bij beschikking van 29 maart 2002 heeft de voorzitter in functie de
rechters van de zetel aangewezen overeenkomstig de artikelen 58 en 59 rechters van de zetel aangewezen overeenkomstig de artikelen 58 en 59
van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof. van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof.
De rechters-verslaggevers hebben geoordeeld dat er geen aanleiding was De rechters-verslaggevers hebben geoordeeld dat er geen aanleiding was
om artikel 71 of 72 van de organieke wet toe te passen. om artikel 71 of 72 van de organieke wet toe te passen.
Bij beschikking van 2 mei 2002 heeft het Hof de dag van de Bij beschikking van 2 mei 2002 heeft het Hof de dag van de
terechtzitting bepaald op 29 mei 2002, na de eventueel tussenkomende terechtzitting bepaald op 29 mei 2002, na de eventueel tussenkomende
partijen te hebben verzocht ter terechtzitting te antwoorden op de partijen te hebben verzocht ter terechtzitting te antwoorden op de
hierna vermelde vragen : hierna vermelde vragen :
« Overwegende dat : « Overwegende dat :
- door het koninklijk besluit van 10 april 1995 houdende - door het koninklijk besluit van 10 april 1995 houdende
vereenvoudiging van de loopbaan van sommige ambtenaren in de vereenvoudiging van de loopbaan van sommige ambtenaren in de
rijksbesturen die behoren tot de niveaus 1 en 2+ (artikel 19, § 1) is rijksbesturen die behoren tot de niveaus 1 en 2+ (artikel 19, § 1) is
bepaald dat alleen de sociaal inspecteurs in aanmerking komen voor een bepaald dat alleen de sociaal inspecteurs in aanmerking komen voor een
bevordering tot de graad van sociaal inspecteur-directeur. In het bevordering tot de graad van sociaal inspecteur-directeur. In het
koninklijk besluit van 8 november 1998 houdende vereenvoudiging van de koninklijk besluit van 8 november 1998 houdende vereenvoudiging van de
loopbaan van sommige ambtenaren van het Rijksinstituut voor Ziekte- en loopbaan van sommige ambtenaren van het Rijksinstituut voor Ziekte- en
Invaliditeitsverzekering (artikel 14, § 1) is bepaald dat ook de Invaliditeitsverzekering (artikel 14, § 1) is bepaald dat ook de
ambtenaren van het Rijksinstituut voor Ziekte- en ambtenaren van het Rijksinstituut voor Ziekte- en
Invaliditeitsverzekering, titularis van de geschrapte graad van Invaliditeitsverzekering, titularis van de geschrapte graad van
directeur bij de Dienst voor administratieve controle, kunnen worden directeur bij de Dienst voor administratieve controle, kunnen worden
benoemd tot de graad van sociaal inspecteur-directeur; benoemd tot de graad van sociaal inspecteur-directeur;
- artikel 11, § 1, van de wet van 16 maart 1954 betreffende de - artikel 11, § 1, van de wet van 16 maart 1954 betreffende de
controle op sommige instellingen van openbaar nut, aan de Koning de controle op sommige instellingen van openbaar nut, aan de Koning de
bevoegdheid delegeert om het statuut van het personeel van die bevoegdheid delegeert om het statuut van het personeel van die
instellingen te regelen; instellingen te regelen;
Welke zijn de redenen die de wetgever ertoe gebracht hebben : Welke zijn de redenen die de wetgever ertoe gebracht hebben :
- een aangelegenheid die voorheen geregeld was bij koninklijk besluit, - een aangelegenheid die voorheen geregeld was bij koninklijk besluit,
thans bij wet te regelen ? thans bij wet te regelen ?
- de wetswijziging te beperken tot de betrekking van sociaal - de wetswijziging te beperken tot de betrekking van sociaal
inspecteur-directeur bij het Instituut, terwijl de loopbaan van de inspecteur-directeur bij het Instituut, terwijl de loopbaan van de
ambtenaren bij het RIZIV voor het overige bij koninklijk besluit ambtenaren bij het RIZIV voor het overige bij koninklijk besluit
geregeld blijft ? geregeld blijft ?
- te beslissen dat de betrekking van sociaal inspecteur-directeur bij - te beslissen dat de betrekking van sociaal inspecteur-directeur bij
het RIZIV voortaan op gelijke wijze moet openstaan voor de sociaal het RIZIV voortaan op gelijke wijze moet openstaan voor de sociaal
inspecteurs via bevordering en voor de personeelsleden van rang 13 via inspecteurs via bevordering en voor de personeelsleden van rang 13 via
verandering van graad ? » verandering van graad ? »
Van die beschikking is kennisgegeven aan de in artikel 76 van de Van die beschikking is kennisgegeven aan de in artikel 76 van de
organieke wet vermelde autoriteiten evenals aan de verzoekende partij organieke wet vermelde autoriteiten evenals aan de verzoekende partij
bij op 3 mei 2002 ter post aangetekende brieven. bij op 3 mei 2002 ter post aangetekende brieven.
Bij beschikking van 8 mei 2002 heeft het Hof de zaak verdaagd naar de Bij beschikking van 8 mei 2002 heeft het Hof de zaak verdaagd naar de
terechtzitting van 30 mei 2002. terechtzitting van 30 mei 2002.
Van die beschikking is kennisgegeven aan de in artikel 76 van de Van die beschikking is kennisgegeven aan de in artikel 76 van de
organieke wet vermelde autoriteiten evenals aan de verzoekende partij organieke wet vermelde autoriteiten evenals aan de verzoekende partij
bij op 13 mei 2002 ter post aangetekende brieven. bij op 13 mei 2002 ter post aangetekende brieven.
Op de openbare terechtzitting van 30 mei 2002 : Op de openbare terechtzitting van 30 mei 2002 :
- zijn verschenen : - zijn verschenen :
. de verzoeker, in eigen persoon; . de verzoeker, in eigen persoon;
. Mr. B. Van Hyfte, advocaat bij de balie te Brussel, voor de . Mr. B. Van Hyfte, advocaat bij de balie te Brussel, voor de
Ministerraad; Ministerraad;
- hebben de rechters-verslaggevers M. Bossuyt en L. François verslag - hebben de rechters-verslaggevers M. Bossuyt en L. François verslag
uitgebracht; uitgebracht;
- zijn de voornoemde partijen gehoord; - zijn de voornoemde partijen gehoord;
- is de zaak in beraad genomen. - is de zaak in beraad genomen.
De rechtspleging is gevoerd overeenkomstig de artikelen 62 en volgende De rechtspleging is gevoerd overeenkomstig de artikelen 62 en volgende
van de organieke wet, die betrekking hebben op het gebruik van de van de organieke wet, die betrekking hebben op het gebruik van de
talen voor het Hof. talen voor het Hof.
III. In rechte III. In rechte
- A - - A -
Standpunt van de verzoekende partij Standpunt van de verzoekende partij
A.1. De verzoeker meent dat hij als ambtenaar beschikt over het A.1. De verzoeker meent dat hij als ambtenaar beschikt over het
rechtens vereiste belang om de vernietiging van de bestreden bepaling rechtens vereiste belang om de vernietiging van de bestreden bepaling
te vorderen, nu hij ten gevolge van die bepaling voor de mogelijke te vorderen, nu hij ten gevolge van die bepaling voor de mogelijke
bevordering tot de betrekking van sociaal inspecteur-directeur bij het bevordering tot de betrekking van sociaal inspecteur-directeur bij het
Rijksinstituut voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering (RIZIV) de Rijksinstituut voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering (RIZIV) de
concurrentie zal ondergaan van ambtenaren van rang 13 die niet behoren concurrentie zal ondergaan van ambtenaren van rang 13 die niet behoren
tot het korps. tot het korps.
A.2.1. In een eerste middel voert de verzoeker een schending aan van A.2.1. In een eerste middel voert de verzoeker een schending aan van
de artikelen 10 en 11 van de Grondwet doordat de bestreden bepaling de artikelen 10 en 11 van de Grondwet doordat de bestreden bepaling
zijn recht op toegang tot de rechter aantast. zijn recht op toegang tot de rechter aantast.
Volgens de parlementaire voorbereiding was de bestreden bepaling Volgens de parlementaire voorbereiding was de bestreden bepaling
noodzakelijk om, naar aanleiding van de rechtspraak van de Raad van noodzakelijk om, naar aanleiding van de rechtspraak van de Raad van
State, wettelijke duidelijkheid te creëren omtrent de personen die State, wettelijke duidelijkheid te creëren omtrent de personen die
kunnen dingen naar de betrekking van sociaal inspecteur-directeur. kunnen dingen naar de betrekking van sociaal inspecteur-directeur.
Zoals werd opgemerkt in het advies van de afdeling wetgeving van de Zoals werd opgemerkt in het advies van de afdeling wetgeving van de
Raad van State wordt evenwel niet gepreciseerd waarin die Raad van State wordt evenwel niet gepreciseerd waarin die
onduidelijkheid bestond. Evenmin wordt een antwoord gegeven op de onduidelijkheid bestond. Evenmin wordt een antwoord gegeven op de
opmerking van de Raad van State dat de bestreden bepaling vanwege haar opmerking van de Raad van State dat de bestreden bepaling vanwege haar
aard niet thuishoort in een wet, doch wel in een koninklijk besluit. aard niet thuishoort in een wet, doch wel in een koninklijk besluit.
A.2.2. De verzoeker betoogt dat artikel 25 van de wet van 14 januari A.2.2. De verzoeker betoogt dat artikel 25 van de wet van 14 januari
2002 als enig doel heeft de Raad van State te verhinderen zich uit te 2002 als enig doel heeft de Raad van State te verhinderen zich uit te
spreken over de eventuele onregelmatigheid van het koninklijk besluit spreken over de eventuele onregelmatigheid van het koninklijk besluit
van 8 november 1998. van 8 november 1998.
Naar aanleiding van een door de verzoeker bij de Raad van State Naar aanleiding van een door de verzoeker bij de Raad van State
ingesteld beroep tot vernietiging met vordering tot schorsing, heeft ingesteld beroep tot vernietiging met vordering tot schorsing, heeft
de Raad van State immers bij arrest nr. 91.922 van 8 januari 2001 een de Raad van State immers bij arrest nr. 91.922 van 8 januari 2001 een
individuele administratieve beslissing die steunde op het voormelde individuele administratieve beslissing die steunde op het voormelde
koninklijk besluit geschorst. De Raad oordeelde daarbij dat het middel koninklijk besluit geschorst. De Raad oordeelde daarbij dat het middel
ernstig was, waarbij werd aangevoerd dat het voormelde koninklijk ernstig was, waarbij werd aangevoerd dat het voormelde koninklijk
besluit onwettig was, enerzijds, omdat werd nagelaten het verplichte besluit onwettig was, enerzijds, omdat werd nagelaten het verplichte
advies in te winnen van de Minister van Ambtenarenzaken, van het advies in te winnen van de Minister van Ambtenarenzaken, van het
beheerscomité van het RIZIV en van het sectorieel comité, en, beheerscomité van het RIZIV en van het sectorieel comité, en,
anderzijds, omdat niet het advies werd gevraagd van de afdeling anderzijds, omdat niet het advies werd gevraagd van de afdeling
wetgeving van de Raad van State. wetgeving van de Raad van State.
A.2.3. Volgens de verzoeker was de opneming van de bestreden bepaling A.2.3. Volgens de verzoeker was de opneming van de bestreden bepaling
in een wet niet nodig om aan de door de Raad van State vastgestelde in een wet niet nodig om aan de door de Raad van State vastgestelde
bezwaren tegemoet te komen. Het was voldoende een nieuw koninklijk bezwaren tegemoet te komen. Het was voldoende een nieuw koninklijk
besluit te nemen waarbij wel aan de gestelde vormvereisten werd besluit te nemen waarbij wel aan de gestelde vormvereisten werd
voldaan. voldaan.
Met de bestreden bepaling heeft de wetgever de bevoegdheid van de Raad Met de bestreden bepaling heeft de wetgever de bevoegdheid van de Raad
van State om uitspraak te doen over het beroep tot vernietiging willen van State om uitspraak te doen over het beroep tot vernietiging willen
uithollen. Die werkwijze, die afbreuk doet aan het recht op toegang uithollen. Die werkwijze, die afbreuk doet aan het recht op toegang
tot de rechter, aan het gezag van gewijsde en aan het beginsel van de tot de rechter, aan het gezag van gewijsde en aan het beginsel van de
scheiding der machten, werd door het Arbitragehof reeds eerder scheiding der machten, werd door het Arbitragehof reeds eerder
veroordeeld. veroordeeld.
A.3.1. In het tweede middel voert de verzoeker een schending aan van A.3.1. In het tweede middel voert de verzoeker een schending aan van
de artikelen 10 en 11 van de Grondwet doordat de bestreden wet de artikelen 10 en 11 van de Grondwet doordat de bestreden wet
toestaat dat de sociaal inspecteurs via bevordering, enerzijds, en de toestaat dat de sociaal inspecteurs via bevordering, enerzijds, en de
personeelsleden van rang dertien via verandering van graad, personeelsleden van rang dertien via verandering van graad,
anderzijds, op dezelfde wijze naar de betrekking van sociaal anderzijds, op dezelfde wijze naar de betrekking van sociaal
inspecteur-directeur bij het RIZIV dingen. Aldus worden ongelijke inspecteur-directeur bij het RIZIV dingen. Aldus worden ongelijke
toestanden ten onrechte gelijk behandeld. toestanden ten onrechte gelijk behandeld.
A.3.2. Het administratief statuut van de sociaal directeurs, dat A.3.2. Het administratief statuut van de sociaal directeurs, dat
berust op het principe van de gescheiden loopbaan, wordt geregeld door berust op het principe van de gescheiden loopbaan, wordt geregeld door
het koninklijk besluit van 20 juli 1964 betreffende de hiërarchische het koninklijk besluit van 20 juli 1964 betreffende de hiërarchische
indeling en de loopbaan van sommige personeelsleden van de indeling en de loopbaan van sommige personeelsleden van de
rijksbesturen, toepasselijk verklaard bij het koninklijk besluit van 8 rijksbesturen, toepasselijk verklaard bij het koninklijk besluit van 8
januari 1973 tot vaststelling van het statuut van het personeel van januari 1973 tot vaststelling van het statuut van het personeel van
sommige instellingen van openbaar nut. Op grond van die regeling sommige instellingen van openbaar nut. Op grond van die regeling
kunnen alleen de ambtenaren die titularis zijn van de graad van kunnen alleen de ambtenaren die titularis zijn van de graad van
sociaal inspecteur worden bevorderd tot de graad van sociaal sociaal inspecteur worden bevorderd tot de graad van sociaal
inspecteur-directeur, en worden de bedoelde bevorderingen toegekend inspecteur-directeur, en worden de bedoelde bevorderingen toegekend
volgens de regels van de bevordering door verhoging in graad. volgens de regels van de bevordering door verhoging in graad.
Overeenkomstig het koninklijk besluit van 7 augustus 1939 betreffende Overeenkomstig het koninklijk besluit van 7 augustus 1939 betreffende
de evaluatie en de loopbaan van het rijkspersoneel, gewijzigd bij het de evaluatie en de loopbaan van het rijkspersoneel, gewijzigd bij het
koninklijk besluit van 2 juni 1998, wordt de bevordering tot de graden koninklijk besluit van 2 juni 1998, wordt de bevordering tot de graden
van rang 13 verleend bij wege van verhoging in graad. van rang 13 verleend bij wege van verhoging in graad.
A.3.3. Het aldus geregelde statuut berust op een precair evenwicht : A.3.3. Het aldus geregelde statuut berust op een precair evenwicht :
enerzijds, werd voor de sociaal inspecteurs de zekerheid geschapen dat enerzijds, werd voor de sociaal inspecteurs de zekerheid geschapen dat
de bevorderingen in hun korps niet toegankelijk zouden zijn voor de bevorderingen in hun korps niet toegankelijk zouden zijn voor
niet-titularissen van de graad; anderzijds, maakt de gescheiden niet-titularissen van de graad; anderzijds, maakt de gescheiden
loopbaan het niet mogelijk dat zij door verandering van graad of door loopbaan het niet mogelijk dat zij door verandering van graad of door
verhoging in graad buiten het korps worden benoemd. verhoging in graad buiten het korps worden benoemd.
Met het koninklijk besluit van 8 november 1998 en thans opnieuw met de Met het koninklijk besluit van 8 november 1998 en thans opnieuw met de
bestreden bepaling heeft de overheid dat evenwicht verstoord doordat, bestreden bepaling heeft de overheid dat evenwicht verstoord doordat,
in afwijking van het koninklijk besluit van 20 juli 1964, ook de in afwijking van het koninklijk besluit van 20 juli 1964, ook de
ambtenaren van het RIZIV, titularis van de geschrapte graad van ambtenaren van het RIZIV, titularis van de geschrapte graad van
directeur bij de Dienst voor administratieve controle, voortaan kunnen directeur bij de Dienst voor administratieve controle, voortaan kunnen
worden benoemd in de graad van sociaal inspecteur-directeur. worden benoemd in de graad van sociaal inspecteur-directeur.
A.3.4. Volgens de verzoeker is het door de wetgever nagestreefde doel A.3.4. Volgens de verzoeker is het door de wetgever nagestreefde doel
niet legitiem, nu hij, door te kiezen voor een regeling bij wet, een niet legitiem, nu hij, door te kiezen voor een regeling bij wet, een
aantal vormvereisten die verplicht zijn bij een regeling door een aantal vormvereisten die verplicht zijn bij een regeling door een
koninklijk besluit heeft willen omzeilen. koninklijk besluit heeft willen omzeilen.
De bestreden maatregel is ook onevenredig met het nagestreefde doel, De bestreden maatregel is ook onevenredig met het nagestreefde doel,
nu de bevorderingskansen van de sociaal inspecteurs, die in het nu de bevorderingskansen van de sociaal inspecteurs, die in het
verleden reeds zeer beperkt waren doordat voor elke taalrol slechts verleden reeds zeer beperkt waren doordat voor elke taalrol slechts
één functie van sociaal inspecteur bestaat, aanzienlijk worden één functie van sociaal inspecteur bestaat, aanzienlijk worden
beperkt. beperkt.
A.4.1. Volgens de verzoeker kan de onmiddellijke uitvoering van de A.4.1. Volgens de verzoeker kan de onmiddellijke uitvoering van de
bestreden bepaling hem een moeilijk te herstellen ernstig nadeel bestreden bepaling hem een moeilijk te herstellen ernstig nadeel
berokkenen. berokkenen.
De schorsing is noodzakelijk om het de verzoeker en de andere sociaal De schorsing is noodzakelijk om het de verzoeker en de andere sociaal
inspecteurs mogelijk te maken te dingen naar een betrekking die hen inspecteurs mogelijk te maken te dingen naar een betrekking die hen
werd voorbehouden, zonder concurrentie van andere ambtenaren. De werd voorbehouden, zonder concurrentie van andere ambtenaren. De
bestreden maatregel houdt voor de verzoeker in de eerste plaats een bestreden maatregel houdt voor de verzoeker in de eerste plaats een
moreel nadeel in doordat hij getuigt van de hardnekkigheid van de moreel nadeel in doordat hij getuigt van de hardnekkigheid van de
overheid om een niet-sociaal inspecteur te benoemen, waaruit blijkt overheid om een niet-sociaal inspecteur te benoemen, waaruit blijkt
dat de sociaal inspecteurs, voor wie de functie normaal is dat de sociaal inspecteurs, voor wie de functie normaal is
voorbehouden, onbekwaam worden geacht. De schorsing moet ook voorbehouden, onbekwaam worden geacht. De schorsing moet ook
verhinderen dat de overheid onmiddellijk een nieuwe verhinderen dat de overheid onmiddellijk een nieuwe
benoemingsprocedure zal opstarten die bijna met zekerheid opnieuw zal benoemingsprocedure zal opstarten die bijna met zekerheid opnieuw zal
leiden tot de benoeming van een adviseur van rang 13. De verzoeker leiden tot de benoeming van een adviseur van rang 13. De verzoeker
heeft een eerste verzoekschrift ingediend bij de Raad van State in heeft een eerste verzoekschrift ingediend bij de Raad van State in
1990, wat in 1998 tot een vernietiging heeft geleid. Sindsdien was hij 1990, wat in 1998 tot een vernietiging heeft geleid. Sindsdien was hij
genoodzaakt nog tweemaal een beroep tot vernietiging en een vordering genoodzaakt nog tweemaal een beroep tot vernietiging en een vordering
tot schorsing in te dienen. Indien de bestreden bepaling niet wordt tot schorsing in te dienen. Indien de bestreden bepaling niet wordt
geschorst, zal de verzoeker verplicht zijn de nieuwe benoeming opnieuw geschorst, zal de verzoeker verplicht zijn de nieuwe benoeming opnieuw
te bestrijden bij de Raad van State om zijn rechten af te dwingen. te bestrijden bij de Raad van State om zijn rechten af te dwingen.
De verzoeker voert ook aan dat de onmiddellijke toepassing van de De verzoeker voert ook aan dat de onmiddellijke toepassing van de
bestreden bepaling hem een niet te herstellen financieel nadeel zal bestreden bepaling hem een niet te herstellen financieel nadeel zal
berokkenen. Het mogelijke financiële nadeel dat de verzoeker in het berokkenen. Het mogelijke financiële nadeel dat de verzoeker in het
verleden heeft geleden doordat hij sinds 1990 niet te kans kreeg op verleden heeft geleden doordat hij sinds 1990 niet te kans kreeg op
een wettige wijze te dingen naar een bevordering waarvoor hij in een wettige wijze te dingen naar een bevordering waarvoor hij in
aanmerking kwam, is wellicht niet meer herstelbaar. De verzoeker is aanmerking kwam, is wellicht niet meer herstelbaar. De verzoeker is
thans 59 jaar en zou, indien hij wordt bevorderd, de laatste vijf jaar thans 59 jaar en zou, indien hij wordt bevorderd, de laatste vijf jaar
van zijn loopbaan worden bezoldigd als titularis van rang 13, wat ook van zijn loopbaan worden bezoldigd als titularis van rang 13, wat ook
bepalend zal zijn voor zijn toekomstig pensioen. Indien de bestreden bepalend zal zijn voor zijn toekomstig pensioen. Indien de bestreden
bepaling niet wordt geschorst, wordt hem die laatste kans ontnomen. bepaling niet wordt geschorst, wordt hem die laatste kans ontnomen.
- B - - B -
De bestreden bepaling De bestreden bepaling
B.1. De verzoeker vordert de schorsing en de vernietiging van artikel B.1. De verzoeker vordert de schorsing en de vernietiging van artikel
25 van de wet van 14 januari 2002 houdende maatregelen inzake 25 van de wet van 14 januari 2002 houdende maatregelen inzake
gezondheidszorg, dat artikel 185, § 2, tweede lid, 2°, van de wet gezondheidszorg, dat artikel 185, § 2, tweede lid, 2°, van de wet
betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en
uitkeringen aanvult als volgt : uitkeringen aanvult als volgt :
« Naar de betrekking van sociaal inspecteur-directeur bij het « Naar de betrekking van sociaal inspecteur-directeur bij het
Instituut kunnen de sociaal inspecteurs via bevordering en de Instituut kunnen de sociaal inspecteurs via bevordering en de
personeelsleden van rang 13 via verandering van graad dingen. Zij personeelsleden van rang 13 via verandering van graad dingen. Zij
moeten naargelang het geval de graadanciënniteit hebben die door de moeten naargelang het geval de graadanciënniteit hebben die door de
Koning voor de bevordering tot rang 13 of voor de benoeming via Koning voor de bevordering tot rang 13 of voor de benoeming via
verandering van graad is vastgesteld. » verandering van graad is vastgesteld. »
De voorgeschiedenis van de bestreden bepaling De voorgeschiedenis van de bestreden bepaling
B.2.1. In 1990 werd de functie vacant verklaard van B.2.1. In 1990 werd de functie vacant verklaard van
hoofdinspecteur-directeur, Nederlandstalig kader - rang 13, bij de hoofdinspecteur-directeur, Nederlandstalig kader - rang 13, bij de
Dienst voor administratieve controle van het Rijksinstituut voor Dienst voor administratieve controle van het Rijksinstituut voor
Ziekte- en Invaliditeitsverzekering (RIZIV). Volgens het bericht van Ziekte- en Invaliditeitsverzekering (RIZIV). Volgens het bericht van
vacantverklaring werd de betrekking bij voorrang begeven bij wijze van vacantverklaring werd de betrekking bij voorrang begeven bij wijze van
verandering van graad en slechts in subsidiaire orde bij wijze van verandering van graad en slechts in subsidiaire orde bij wijze van
bevordering door verhoging in graad. bevordering door verhoging in graad.
De verzoeker diende samen met twee andere ambtenaren zijn kandidatuur De verzoeker diende samen met twee andere ambtenaren zijn kandidatuur
in voor een benoeming bij wijze van verhoging in graad. Bij koninklijk in voor een benoeming bij wijze van verhoging in graad. Bij koninklijk
besluit van 18 mei 1990 werd de enige kandidaat voor een benoeming bij besluit van 18 mei 1990 werd de enige kandidaat voor een benoeming bij
wijze van verandering van graad, benoemd. De verzoeker stelde een wijze van verandering van graad, benoemd. De verzoeker stelde een
beroep tot vernietiging in bij de Raad van State en de benoeming werd beroep tot vernietiging in bij de Raad van State en de benoeming werd
vernietigd bij arrest van 9 maart 1998. De Raad van State oordeelde vernietigd bij arrest van 9 maart 1998. De Raad van State oordeelde
dat de beslissing om bij de benoeming voorrang te geven aan degenen dat de beslissing om bij de benoeming voorrang te geven aan degenen
die kandideren bij wijze van verandering van graad, niet kon worden die kandideren bij wijze van verandering van graad, niet kon worden
genomen door de interne organen van het RIZIV, maar enkel door de genomen door de interne organen van het RIZIV, maar enkel door de
Koning. Koning.
B.2.2. In afwijking van het koninklijk besluit van 10 april 1995 B.2.2. In afwijking van het koninklijk besluit van 10 april 1995
houdende vereenvoudiging van de loopbaan van sommige ambtenaren in de houdende vereenvoudiging van de loopbaan van sommige ambtenaren in de
rijksbesturen die behoren tot de niveaus 1 en 2+, dat de bevordering rijksbesturen die behoren tot de niveaus 1 en 2+, dat de bevordering
tot sociaal inspecteur-directeur had voorbehouden aan de sociaal tot sociaal inspecteur-directeur had voorbehouden aan de sociaal
inspecteurs, werd bij koninklijk besluit van 8 november 1998 houdende inspecteurs, werd bij koninklijk besluit van 8 november 1998 houdende
vereenvoudiging van de loopbaan van sommige ambtenaren van het vereenvoudiging van de loopbaan van sommige ambtenaren van het
Rijksinstituut voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering, bepaald dat Rijksinstituut voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering, bepaald dat
de ambtenaren van het RIZIV, titularis van de geschrapte graad van de ambtenaren van het RIZIV, titularis van de geschrapte graad van
directeur bij de Dienst voor administratieve controle, eveneens directeur bij de Dienst voor administratieve controle, eveneens
benoemd konden worden in de graad van sociaal inspecteur-directeur. In benoemd konden worden in de graad van sociaal inspecteur-directeur. In
dat geval zal de benoeming geschieden volgens de regels van de dat geval zal de benoeming geschieden volgens de regels van de
verandering in graad. verandering in graad.
In de daarop volgende benoemingsprocedure heeft de Koning de vacante In de daarop volgende benoemingsprocedure heeft de Koning de vacante
functie toegekend bij wijze van verandering van graad. Bij koninklijk functie toegekend bij wijze van verandering van graad. Bij koninklijk
besluit van 23 mei 2000 werd de kandidaat wiens eerdere benoeming door besluit van 23 mei 2000 werd de kandidaat wiens eerdere benoeming door
de Raad van State was vernietigd, opnieuw benoemd. De verzoeker stelde de Raad van State was vernietigd, opnieuw benoemd. De verzoeker stelde
tegen de nieuwe benoemingsbeslissing een vordering tot schorsing en tegen de nieuwe benoemingsbeslissing een vordering tot schorsing en
een beroep tot vernietiging in bij de Raad van State. De vordering tot een beroep tot vernietiging in bij de Raad van State. De vordering tot
schorsing werd ingewilligd bij arrest van 8 januari 2001 en de schorsing werd ingewilligd bij arrest van 8 januari 2001 en de
benoemingsbeslissing werd vernietigd bij arrest van 25 maart 2002. In benoemingsbeslissing werd vernietigd bij arrest van 25 maart 2002. In
dat laatste arrest wordt ook gesteld dat het koninklijk besluit van 8 dat laatste arrest wordt ook gesteld dat het koninklijk besluit van 8
november 1998 tot stand is gekomen met miskenning van artikel 3, § 1, november 1998 tot stand is gekomen met miskenning van artikel 3, § 1,
van de gecoördineerde wetten op de Raad van State en op grond van van de gecoördineerde wetten op de Raad van State en op grond van
artikel 159 van de Grondwet buiten toepassing moet worden gelaten. artikel 159 van de Grondwet buiten toepassing moet worden gelaten.
Ten aanzien van de vordering tot schorsing Ten aanzien van de vordering tot schorsing
B.3. Naar luid van artikel 20, 1°, van de bijzondere wet van 6 januari B.3. Naar luid van artikel 20, 1°, van de bijzondere wet van 6 januari
1989 op het Arbitragehof dient aan twee grondvoorwaarden te zijn 1989 op het Arbitragehof dient aan twee grondvoorwaarden te zijn
voldaan opdat tot schorsing kan worden besloten : voldaan opdat tot schorsing kan worden besloten :
- de middelen die worden aangevoerd moeten ernstig zijn; - de middelen die worden aangevoerd moeten ernstig zijn;
- de onmiddellijke uitvoering van de bestreden maatregel moet een - de onmiddellijke uitvoering van de bestreden maatregel moet een
moeilijk te herstellen ernstig nadeel kunnen berokkenen. moeilijk te herstellen ernstig nadeel kunnen berokkenen.
Daar de twee voorwaarden cumulatief zijn, leidt de vaststelling dat Daar de twee voorwaarden cumulatief zijn, leidt de vaststelling dat
één van die voorwaarden niet is vervuld tot verwerping van de één van die voorwaarden niet is vervuld tot verwerping van de
vordering tot schorsing. vordering tot schorsing.
Over de ernst van de middelen Over de ernst van de middelen
B.4.1. Het eerste middel is afgeleid uit een schending van de B.4.1. Het eerste middel is afgeleid uit een schending van de
artikelen 10 en 11 van de Grondwet, doordat het recht op toegang tot artikelen 10 en 11 van de Grondwet, doordat het recht op toegang tot
de rechter, zoals gewaarborgd bij artikel 6 van het Europees Verdrag de rechter, zoals gewaarborgd bij artikel 6 van het Europees Verdrag
voor de Rechten van de Mens en bij artikel 14 van de gecoördineerde voor de Rechten van de Mens en bij artikel 14 van de gecoördineerde
wetten op de Raad van State, zou zijn aangetast. Volgens de verzoeker wetten op de Raad van State, zou zijn aangetast. Volgens de verzoeker
heeft de bestreden bepaling als enig doel de Raad van State te heeft de bestreden bepaling als enig doel de Raad van State te
verhinderen zich uit te spreken over de eventuele onregelmatigheid van verhinderen zich uit te spreken over de eventuele onregelmatigheid van
een hem ter beoordeling voorgelegd koninklijk besluit. De wetgever zou een hem ter beoordeling voorgelegd koninklijk besluit. De wetgever zou
de verzoeker een jurisdictionele waarborg ontnemen die aan alle de verzoeker een jurisdictionele waarborg ontnemen die aan alle
burgers wordt geboden, zonder dat het verschil in behandeling burgers wordt geboden, zonder dat het verschil in behandeling
verantwoord is door de aangevoerde doelstellingen. verantwoord is door de aangevoerde doelstellingen.
B.4.2. In het tweede middel voert de verzoeker een schending aan van B.4.2. In het tweede middel voert de verzoeker een schending aan van
de artikelen 10 en 11 van de Grondwet doordat de bestreden bepaling de artikelen 10 en 11 van de Grondwet doordat de bestreden bepaling
het mogelijk maakt dat voortaan niet enkel de sociaal inspecteurs, het mogelijk maakt dat voortaan niet enkel de sociaal inspecteurs,
maar ook de personeelsleden van rang 13 van het Instituut, naar de maar ook de personeelsleden van rang 13 van het Instituut, naar de
betrekking van sociaal inspecteur-directeur kunnen dingen. betrekking van sociaal inspecteur-directeur kunnen dingen.
Volgens de verzoeker wijkt die bepaling ten onrechte af van artikel Volgens de verzoeker wijkt die bepaling ten onrechte af van artikel
19, § 1, van het koninklijk besluit van 20 juli 1964 betreffende de 19, § 1, van het koninklijk besluit van 20 juli 1964 betreffende de
hiërarchische indeling en de loopbaan van sommige personeelsleden van hiërarchische indeling en de loopbaan van sommige personeelsleden van
de rijksbesturen, toepasselijk verklaard bij koninklijk besluit van 8 de rijksbesturen, toepasselijk verklaard bij koninklijk besluit van 8
januari 1973 tot vaststelling van het statuut van het personeel van januari 1973 tot vaststelling van het statuut van het personeel van
sommige instellingen van openbaar nut. Luidens die bepaling kunnen sommige instellingen van openbaar nut. Luidens die bepaling kunnen
alleen de ambtenaren die titularis zijn van de graad van sociaal alleen de ambtenaren die titularis zijn van de graad van sociaal
inspecteur, dingen naar de functie van sociaal inspecteur-directeur. inspecteur, dingen naar de functie van sociaal inspecteur-directeur.
B.5.1. Het personeel van het RIZIV valt onder het koninklijk besluit B.5.1. Het personeel van het RIZIV valt onder het koninklijk besluit
van 8 januari 1973 tot vaststelling van het statuut van het personeel van 8 januari 1973 tot vaststelling van het statuut van het personeel
van sommige instellingen van openbaar nut. Bij de totstandkoming van van sommige instellingen van openbaar nut. Bij de totstandkoming van
die regeling bleek dat het streven van de Koning erop gericht was een die regeling bleek dat het streven van de Koning erop gericht was een
eenheidsregeling tot stand te brengen waarbij het personeelsstatuut eenheidsregeling tot stand te brengen waarbij het personeelsstatuut
van die instellingen wordt geregeld door de algemene beginselen die de van die instellingen wordt geregeld door de algemene beginselen die de
toestand van het personeel in rijksdienst bepalen (advies Raad van toestand van het personeel in rijksdienst bepalen (advies Raad van
State, Belgisch Staatsblad , 23 februari 1973, p. 2384). Het State, Belgisch Staatsblad , 23 februari 1973, p. 2384). Het
koninklijk besluit van 24 januari 2002 houdende vaststelling van het koninklijk besluit van 24 januari 2002 houdende vaststelling van het
statuut van het personeel van de openbare instellingen van sociale statuut van het personeel van de openbare instellingen van sociale
zekerheid, dat in werking is getreden op 1 januari 2002, verklaart het zekerheid, dat in werking is getreden op 1 januari 2002, verklaart het
vermelde besluit onverkort van toepassing op het RIZIV als openbare vermelde besluit onverkort van toepassing op het RIZIV als openbare
instelling van sociale zekerheid. instelling van sociale zekerheid.
B.5.2. Volgens artikel 3, 12° en 39°, van het koninklijk besluit van 8 B.5.2. Volgens artikel 3, 12° en 39°, van het koninklijk besluit van 8
januari 1973 behoren tot de bepalingen die van toepassing zijn op de januari 1973 behoren tot de bepalingen die van toepassing zijn op de
ambtenaren van de instellingen van openbaar nut, onder voorbehoud van ambtenaren van de instellingen van openbaar nut, onder voorbehoud van
wat nader geregeld is in dat besluit, het koninklijk besluit van 20 wat nader geregeld is in dat besluit, het koninklijk besluit van 20
juli 1964 betreffende de hiërarchische indeling van de graden waarvan juli 1964 betreffende de hiërarchische indeling van de graden waarvan
de ambtenaren in de rijksbesturen titularis kunnen zijn en het de ambtenaren in de rijksbesturen titularis kunnen zijn en het
koninklijk besluit van 10 april 1995 houdende vereenvoudiging van de koninklijk besluit van 10 april 1995 houdende vereenvoudiging van de
loopbaan van sommige ambtenaren in de rijksbesturen die behoren tot de loopbaan van sommige ambtenaren in de rijksbesturen die behoren tot de
niveaus 1 en 2+. niveaus 1 en 2+.
B.5.3. Luidens artikel 16, § 2, van het koninklijk besluit van 20 juli B.5.3. Luidens artikel 16, § 2, van het koninklijk besluit van 20 juli
1964, zoals ingevoegd bij het koninklijk besluit van 10 april 1995, 1964, zoals ingevoegd bij het koninklijk besluit van 10 april 1995,
kan de graad van sociaal inspecteur worden toegekend aan de geslaagden kan de graad van sociaal inspecteur worden toegekend aan de geslaagden
voor een vergelijkend wervingsexamen en voor een vergelijkend examen voor een vergelijkend wervingsexamen en voor een vergelijkend examen
voor overgang naar het hogere niveau. Volgens artikel 19 kunnen alleen voor overgang naar het hogere niveau. Volgens artikel 19 kunnen alleen
de sociaal inspecteurs worden bevorderd tot de graad van sociaal de sociaal inspecteurs worden bevorderd tot de graad van sociaal
inspecteur-directeur en wordt die bevordering toegekend volgens de inspecteur-directeur en wordt die bevordering toegekend volgens de
regels van de bevordering door verhoging in graad. regels van de bevordering door verhoging in graad.
B.5.4. Door in artikel 19 te bepalen dat alleen de sociaal inspecteurs B.5.4. Door in artikel 19 te bepalen dat alleen de sociaal inspecteurs
kunnen worden bevorderd tot de functie van sociaal kunnen worden bevorderd tot de functie van sociaal
inspecteur-directeur geeft de Koning te kennen dat Hij hen bij uitstek inspecteur-directeur geeft de Koning te kennen dat Hij hen bij uitstek
geschikt acht om die functie te vervullen. Voor de betrokken geschikt acht om die functie te vervullen. Voor de betrokken
personeelsleden berust die regeling op een evenwicht : ze genieten personeelsleden berust die regeling op een evenwicht : ze genieten
tegelijk een beschermde en beperkte bevorderingsregeling. tegelijk een beschermde en beperkte bevorderingsregeling.
B.6.1. De bestreden bepaling wijkt af van artikel 19 van het B.6.1. De bestreden bepaling wijkt af van artikel 19 van het
koninklijk besluit van 10 april 1995 doordat ze bepaalt dat naar de koninklijk besluit van 10 april 1995 doordat ze bepaalt dat naar de
betrekking van sociaal inspecteur-directeur bij het Instituut niet betrekking van sociaal inspecteur-directeur bij het Instituut niet
alleen de sociaal inspecteurs via bevordering maar ook de alleen de sociaal inspecteurs via bevordering maar ook de
personeelsleden van rang 13 via verandering van graad kunnen dingen. personeelsleden van rang 13 via verandering van graad kunnen dingen.
B.6.2. Zoals de afdeling wetgeving van de Raad van State in haar B.6.2. Zoals de afdeling wetgeving van de Raad van State in haar
advies bij het ontwerp van de bestreden bepaling heeft opgemerkt, advies bij het ontwerp van de bestreden bepaling heeft opgemerkt,
regelt de wetgever aldus een aangelegenheid die in beginsel tot de regelt de wetgever aldus een aangelegenheid die in beginsel tot de
bevoegdheid van de Koning behoort (Parl. St., Kamer, 2000-2001, Doc. bevoegdheid van de Koning behoort (Parl. St., Kamer, 2000-2001, Doc.
50 1322/001, p. 163). 50 1322/001, p. 163).
Zowel de wet van 16 maart 1954 betreffende de controle op sommige Zowel de wet van 16 maart 1954 betreffende de controle op sommige
instellingen van openbaar nut (artikel 11), waaronder het RIZIV in het instellingen van openbaar nut (artikel 11), waaronder het RIZIV in het
verleden ressorteerde, als het koninklijk besluit van 3 april 1997 « verleden ressorteerde, als het koninklijk besluit van 3 april 1997 «
houdende maatregelen met het oog op de responsabilisering van de houdende maatregelen met het oog op de responsabilisering van de
openbare instellingen van sociale zekerheid, met toepassing van openbare instellingen van sociale zekerheid, met toepassing van
artikel 47 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de artikel 47 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de
sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de
wettelijke pensioenstelsels » (artikel 21), verlenen de Koning de wettelijke pensioenstelsels » (artikel 21), verlenen de Koning de
bevoegdheid om het statuut van het personeel van die instellingen te bevoegdheid om het statuut van het personeel van die instellingen te
regelen. regelen.
B.6.3. De wetgever kan beslissen een aangelegenheid die hij aan de B.6.3. De wetgever kan beslissen een aangelegenheid die hij aan de
Koning heeft opgedragen en die Hem niet door de Grondwet is Koning heeft opgedragen en die Hem niet door de Grondwet is
voorbehouden, zelf te regelen, nu de artikelen 37 en 107 van de voorbehouden, zelf te regelen, nu de artikelen 37 en 107 van de
Grondwet niet van toepassing zijn op het RIZIV. Inzake het statuut van Grondwet niet van toepassing zijn op het RIZIV. Inzake het statuut van
de ambtenaren van de parastatale instellingen leidt de gevolgde de ambtenaren van de parastatale instellingen leidt de gevolgde
werkwijze echter ertoe dat een aantal vormvereisten die bij de werkwijze echter ertoe dat een aantal vormvereisten die bij de
regeling door een koninklijk besluit zijn opgelegd, niet kunnen worden regeling door een koninklijk besluit zijn opgelegd, niet kunnen worden
toegepast. In casu gaat het om het advies van het algemeen toegepast. In casu gaat het om het advies van het algemeen
beheerscomité van het RIZIV, om het akkoord van de Ministers van beheerscomité van het RIZIV, om het akkoord van de Ministers van
Ambtenarenzaken en van Begroting en om het advies van de afdeling Ambtenarenzaken en van Begroting en om het advies van de afdeling
wetgeving van de Raad van State. wetgeving van de Raad van State.
B.6.4. Aangezien die vormvereisten voor de betrokken ambtenaren een B.6.4. Aangezien die vormvereisten voor de betrokken ambtenaren een
waarborg vormen, zou de wetgever de aangelegenheid die hij heeft waarborg vormen, zou de wetgever de aangelegenheid die hij heeft
opgedragen, niet zelf kunnen regelen, enkel en alleen om ze te opgedragen, niet zelf kunnen regelen, enkel en alleen om ze te
omzeilen. omzeilen.
Te dezen wordt in de parlementaire voorbereiding verwezen naar de wil Te dezen wordt in de parlementaire voorbereiding verwezen naar de wil
om het aantal personen waaruit de overheid « de beschikbare kandidaat om het aantal personen waaruit de overheid « de beschikbare kandidaat
die het best bij de functie past » kan kiezen, te vergroten. Die die het best bij de functie past » kan kiezen, te vergroten. Die
overweging kan niet volstaan om de ingreep van de wetgever te overweging kan niet volstaan om de ingreep van de wetgever te
verantwoorden, en dat terwijl de bestreden norm werd aangenomen verantwoorden, en dat terwijl de bestreden norm werd aangenomen
teneinde in een reeds vacante betrekking te voorzien en die betrekking teneinde in een reeds vacante betrekking te voorzien en die betrekking
het voorwerp had uitgemaakt van een door de Raad van State tweemaal het voorwerp had uitgemaakt van een door de Raad van State tweemaal
vernietigde benoeming. vernietigde benoeming.
De invoeging in een wetgevende tekst van de bestreden regel, die het De invoeging in een wetgevende tekst van de bestreden regel, die het
door de Raad van State onwettig bevonden koninklijk besluit van 8 door de Raad van State onwettig bevonden koninklijk besluit van 8
november 1998 vervangt, heeft trouwens tot gevolg dat de Raad van november 1998 vervangt, heeft trouwens tot gevolg dat de Raad van
State verhinderd wordt zich uit te spreken over de bestaanbaarheid van State verhinderd wordt zich uit te spreken over de bestaanbaarheid van
zulk een regel met de beginselen die het statuut van ambtenaren die zulk een regel met de beginselen die het statuut van ambtenaren die
onderworpen blijven aan het stelsel van de gescheiden loopbaan, onderworpen blijven aan het stelsel van de gescheiden loopbaan,
beheersen. beheersen.
B.6.5. Het beginsel van de gelijke toegang tot de openbare dienst en B.6.5. Het beginsel van de gelijke toegang tot de openbare dienst en
het beginsel volgens hetwelk de benoemingen gebeuren op basis van het beginsel volgens hetwelk de benoemingen gebeuren op basis van
rechtsregels die vooraf op algemene en objectieve wijze zijn bepaald, rechtsregels die vooraf op algemene en objectieve wijze zijn bepaald,
vormen een corollarium van de artikelen 10 en 11 van de Grondwet. vormen een corollarium van de artikelen 10 en 11 van de Grondwet.
Wegens de bijzondere omstandigheden waarin de bestreden norm werd Wegens de bijzondere omstandigheden waarin de bestreden norm werd
aangenomen, zijn de uit de schending van die bepalingen afgeleide aangenomen, zijn de uit de schending van die bepalingen afgeleide
middelen ernstig. middelen ernstig.
Over het moeilijk te herstellen ernstig nadeel Over het moeilijk te herstellen ernstig nadeel
B.7.1. Een schorsing door het Hof moet kunnen voorkomen dat voor de B.7.1. Een schorsing door het Hof moet kunnen voorkomen dat voor de
verzoeker, door de onmiddellijke toepassing van de bestreden norm, een verzoeker, door de onmiddellijke toepassing van de bestreden norm, een
ernstig nadeel zou ontstaan dat door de gevolgen van een eventuele ernstig nadeel zou ontstaan dat door de gevolgen van een eventuele
vernietiging niet of nog moeilijk zou kunnen worden hersteld. vernietiging niet of nog moeilijk zou kunnen worden hersteld.
B.7.2. Uit de voorgeschiedenis van de bestreden wet, zoals weergegeven B.7.2. Uit de voorgeschiedenis van de bestreden wet, zoals weergegeven
onder B.2, blijkt dat de verzoeker zich sinds 1990 genoodzaakt zag onder B.2, blijkt dat de verzoeker zich sinds 1990 genoodzaakt zag
meerdere procedures voor de Raad van State te voeren om zijn meerdere procedures voor de Raad van State te voeren om zijn
benoemingskansen te vrijwaren. De door hem aangevoerde grieven werden benoemingskansen te vrijwaren. De door hem aangevoerde grieven werden
door de Raad van State gegrond bevonden. Gedurende al die tijd heeft door de Raad van State gegrond bevonden. Gedurende al die tijd heeft
de verzoeker moeten dingen naar een functie in omstandigheden die zijn de verzoeker moeten dingen naar een functie in omstandigheden die zijn
bevorderingskansen verminderden. bevorderingskansen verminderden.
De verzoeker vordert de vernietiging en de schorsing van de bestreden De verzoeker vordert de vernietiging en de schorsing van de bestreden
wet, onder meer omdat ze de functie van sociaal inspecteur-directeur wet, onder meer omdat ze de functie van sociaal inspecteur-directeur
voortaan openstelt voor alle ambtenaren van rang 13, waardoor zijn voortaan openstelt voor alle ambtenaren van rang 13, waardoor zijn
benoemingskansen aanzienlijk kleiner worden dan voorheen. Zoals benoemingskansen aanzienlijk kleiner worden dan voorheen. Zoals
hiervoor is vermeld, moeten de middelen als ernstig worden beschouwd hiervoor is vermeld, moeten de middelen als ernstig worden beschouwd
en kunnen zij mogelijkerwijs leiden tot de vernietiging van de en kunnen zij mogelijkerwijs leiden tot de vernietiging van de
bestreden bepaling. Een nieuwe benoeming vooraleer het Hof zich ten bestreden bepaling. Een nieuwe benoeming vooraleer het Hof zich ten
gronde heeft uitgesproken, zal met die vernietiging niet uit de gronde heeft uitgesproken, zal met die vernietiging niet uit de
rechtsorde verdwijnen; zij dient te worden bestreden voor de Raad van rechtsorde verdwijnen; zij dient te worden bestreden voor de Raad van
State. State.
B.7.3. De verzoeker is 59 jaar en nadert dus de pensioenleeftijd. B.7.3. De verzoeker is 59 jaar en nadert dus de pensioenleeftijd.
Rekening houdend met zijn leeftijd, dreigt zonder schorsing zijn kans Rekening houdend met zijn leeftijd, dreigt zonder schorsing zijn kans
op benoeming zo gering te worden dat ze als niet bestaand moet worden op benoeming zo gering te worden dat ze als niet bestaand moet worden
beschouwd. Het verlies van een laatste kans op een benoeming op het beschouwd. Het verlies van een laatste kans op een benoeming op het
einde van zijn loopbaan, na alle procedures die de verzoeker reeds einde van zijn loopbaan, na alle procedures die de verzoeker reeds
heeft gevoerd, berokkent hem een ernstig nadeel dat moeilijk te heeft gevoerd, berokkent hem een ernstig nadeel dat moeilijk te
herstellen blijft, zelfs bij de vernietiging van de bestreden wet. herstellen blijft, zelfs bij de vernietiging van de bestreden wet.
Om die redenen, Om die redenen,
het Hof het Hof
schorst artikel 25 van de wet van 14 januari 2002 houdende maatregelen schorst artikel 25 van de wet van 14 januari 2002 houdende maatregelen
inzake gezondheidszorg. inzake gezondheidszorg.
Aldus uitgesproken in het Nederlands, het Frans en het Duits, Aldus uitgesproken in het Nederlands, het Frans en het Duits,
overeenkomstig artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op overeenkomstig artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op
het Arbitragehof, op de openbare terechtzitting van 10 juli 2002. het Arbitragehof, op de openbare terechtzitting van 10 juli 2002.
De griffier, De voorzitter, De griffier, De voorzitter,
L. Potoms. A. Arts. L. Potoms. A. Arts.
^