Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Arrest Van Het Grondwettelijk Hof van --
← Terug naar "Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof a. Bij arrest nr. 93.609 van 28 februari 2001 in zake de v.z.w. Belgisch Verbond der Syndicale Artsenkamers en J. de Toeuf tegen de Belgische Staa « 1. Houden artikel 3 van de wet van 26 juli 1996 en de bekrachtigingswet een schending in van het (...)"
Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof a. Bij arrest nr. 93.609 van 28 februari 2001 in zake de v.z.w. Belgisch Verbond der Syndicale Artsenkamers en J. de Toeuf tegen de Belgische Staa « 1. Houden artikel 3 van de wet van 26 juli 1996 en de bekrachtigingswet een schending in van het (...) Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof a. Bij arrest nr. 93.609 van 28 februari 2001 in zake de v.z.w. Belgisch Verbond der Syndicale Artsenkamers en J. de Toeuf tegen de Belgische Staa « 1. Houden artikel 3 van de wet van 26 juli 1996 en de bekrachtigingswet een schending in van het (...)
ARBITRAGEHOF ARBITRAGEHOF
Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6
januari 1989 op het Arbitragehof januari 1989 op het Arbitragehof
a. Bij arrest nr. 93.609 van 28 februari 2001 in zake de v.z.w. a. Bij arrest nr. 93.609 van 28 februari 2001 in zake de v.z.w.
Belgisch Verbond der Syndicale Artsenkamers en J. de Toeuf tegen de Belgisch Verbond der Syndicale Artsenkamers en J. de Toeuf tegen de
Belgische Staat, waarvan de expeditie ter griffie van het Arbitragehof Belgische Staat, waarvan de expeditie ter griffie van het Arbitragehof
is ingekomen op 15 maart 2001, heeft de Raad van State de volgende is ingekomen op 15 maart 2001, heeft de Raad van State de volgende
prejudiciële vragen gesteld : prejudiciële vragen gesteld :
« 1. Houden artikel 3 van de wet van 26 juli 1996 en de « 1. Houden artikel 3 van de wet van 26 juli 1996 en de
bekrachtigingswet een schending in van het gelijkheidsbeginsel doordat bekrachtigingswet een schending in van het gelijkheidsbeginsel doordat
daarin aan de Koning prerogatieven worden verleend waarvan de daarin aan de Koning prerogatieven worden verleend waarvan de
geldigheidsduur kan worden verlengd, terwijl de doelstellingen, de geldigheidsduur kan worden verlengd, terwijl de doelstellingen, de
grenzen en de aangelegenheden niet precies zijn bepaald, zodat de grenzen en de aangelegenheden niet precies zijn bepaald, zodat de
verzoekende partijen de fundamentele garanties van de bescherming door verzoekende partijen de fundamentele garanties van de bescherming door
de wetgever en van een democratische controle worden ontzegd ? de wetgever en van een democratische controle worden ontzegd ?
2. Houdt de terugwerking van de bekrachtigingswet een schending in van 2. Houdt de terugwerking van de bekrachtigingswet een schending in van
de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, in onderlinge samenhang gelezen de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, in onderlinge samenhang gelezen
met artikel 6 van het E.V.R.M., doordat die terugwerking alleen of met artikel 6 van het E.V.R.M., doordat die terugwerking alleen of
hoofdzakelijk tot doel heeft het aanhangige geding aan de hoofdzakelijk tot doel heeft het aanhangige geding aan de
toetsingsbevoegdheid van de Raad van State te onttrekken ? toetsingsbevoegdheid van de Raad van State te onttrekken ?
3. Houdt de bekrachtiging bij wet een schending in van de artikelen 10 3. Houdt de bekrachtiging bij wet een schending in van de artikelen 10
en 11 van de Grondwet, in onderlinge samenhang gelezen met artikel 1 en 11 van de Grondwet, in onderlinge samenhang gelezen met artikel 1
van het Eerste Aanvullend Protocol bij het Europees verdrag voor de van het Eerste Aanvullend Protocol bij het Europees verdrag voor de
rechten van de Mens, en van de algemene rechtsbeginselen, doordat die rechten van de Mens, en van de algemene rechtsbeginselen, doordat die
bekrachtiging betrekking heeft op een van de maatregelen die de facto bekrachtiging betrekking heeft op een van de maatregelen die de facto
terugwerken ? terugwerken ?
4. Houdt de lineaire vermindering met 3 % van de honoraria een 4. Houdt de lineaire vermindering met 3 % van de honoraria een
schending in van het gelijkheidsbeginsel doordat daarin geen enkel schending in van het gelijkheidsbeginsel doordat daarin geen enkel
element van progressiviteit vervat zit en doordat die vermindering element van progressiviteit vervat zit en doordat die vermindering
slechts één categorie van burgers treft, terwijl andere categorieën slechts één categorie van burgers treft, terwijl andere categorieën
niet aan zulke verminderingen worden onderworpen maar, integendeel, niet aan zulke verminderingen worden onderworpen maar, integendeel,
verhogingen of indexeringen genieten die het budget van de ziekte- en verhogingen of indexeringen genieten die het budget van de ziekte- en
invaliditeitsverzekering bezwaren, de kosten ten laste van de invaliditeitsverzekering bezwaren, de kosten ten laste van de
honoraria verhogen en dus strijdig zijn met de nagestreefde honoraria verhogen en dus strijdig zijn met de nagestreefde
doelstelling van beperking van de uitgaven ? doelstelling van beperking van de uitgaven ?
5. Worden de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, in onderlinge 5. Worden de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, in onderlinge
samenhang gelezen met artikel 6 van het E.V.R.M.F.V., geschonden samenhang gelezen met artikel 6 van het E.V.R.M.F.V., geschonden
doordat de terugwerking van de bekrachtigingswet alleen of doordat de terugwerking van de bekrachtigingswet alleen of
hoofdzakelijk tot doel heeft het aanhangige geding aan de hoofdzakelijk tot doel heeft het aanhangige geding aan de
toetsingsbevoegdheid van de Raad van State te onttrekken en/of te toetsingsbevoegdheid van de Raad van State te onttrekken en/of te
interfereren met de afhandeling van de bij de strafrechter ingediende interfereren met de afhandeling van de bij de strafrechter ingediende
klachten en van de lopende strafrechtelijke procedures, op grond van klachten en van de lopende strafrechtelijke procedures, op grond van
de omstandigheid dat de derde en de vierde uitgave van het Belgisch de omstandigheid dat de derde en de vierde uitgave van het Belgisch
Staatsblad van 31 december 1996 geantidateerd zijn ? » Staatsblad van 31 december 1996 geantidateerd zijn ? »
b. Bij arrest nr. 93.608 van 28 februari 2001 in zake de v.z.w. b. Bij arrest nr. 93.608 van 28 februari 2001 in zake de v.z.w.
Belgisch Verbond der Syndicale Artsenkamers en G. Ruyse tegen de Belgisch Verbond der Syndicale Artsenkamers en G. Ruyse tegen de
Belgische Staat, waarvan de expeditie ter griffie van het Arbitragehof Belgische Staat, waarvan de expeditie ter griffie van het Arbitragehof
is ingekomen op 15 maart 2001, heeft de Raad van State de volgende is ingekomen op 15 maart 2001, heeft de Raad van State de volgende
prejudiciële vragen gesteld : prejudiciële vragen gesteld :
« 1. Houden artikel 3 van de wet van 26 juli 1996 en de « 1. Houden artikel 3 van de wet van 26 juli 1996 en de
bekrachtigingswet een schending in van het gelijkheidsbeginsel doordat bekrachtigingswet een schending in van het gelijkheidsbeginsel doordat
daarin aan de Koning prerogatieven worden verleend waarvan de daarin aan de Koning prerogatieven worden verleend waarvan de
geldigheidsduur kan worden verlengd, terwijl de doelstellingen, de geldigheidsduur kan worden verlengd, terwijl de doelstellingen, de
grenzen en de aangelegenheden niet precies zijn bepaald, zodat de grenzen en de aangelegenheden niet precies zijn bepaald, zodat de
verzoekende partijen de fundamentele garanties van de bescherming door verzoekende partijen de fundamentele garanties van de bescherming door
de wetgever en van een democratische controle worden ontzegd ? de wetgever en van een democratische controle worden ontzegd ?
2. Houdt de terugwerking van de bekrachtigingswet een schending in van 2. Houdt de terugwerking van de bekrachtigingswet een schending in van
de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, in onderlinge samenhang gelezen de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, in onderlinge samenhang gelezen
met artikel 6 van het E.V.R.M., doordat die terugwerking alleen of met artikel 6 van het E.V.R.M., doordat die terugwerking alleen of
hoofdzakelijk tot doel heeft het aanhangige geding aan de hoofdzakelijk tot doel heeft het aanhangige geding aan de
toetsingsbevoegdheid van de Raad van State te onttrekken ? toetsingsbevoegdheid van de Raad van State te onttrekken ?
3. Houdt de bekrachtiging bij wet een schending in van de artikelen 10 3. Houdt de bekrachtiging bij wet een schending in van de artikelen 10
en 11 van de Grondwet, in onderlinge samenhang gelezen met artikel 1 en 11 van de Grondwet, in onderlinge samenhang gelezen met artikel 1
van het Eerste Aanvullend Protocol bij het Europees verdrag voor de van het Eerste Aanvullend Protocol bij het Europees verdrag voor de
rechten van de Mens, en van de algemene rechtsbeginselen, doordat die rechten van de Mens, en van de algemene rechtsbeginselen, doordat die
bekrachtiging betrekking heeft op een van de maatregelen die de facto bekrachtiging betrekking heeft op een van de maatregelen die de facto
terugwerken ? terugwerken ?
4. Houdt de bevriezing van het remgeld een schending in van het 4. Houdt de bevriezing van het remgeld een schending in van het
gelijkheidsbeginsel doordat daarin geen enkel element van gelijkheidsbeginsel doordat daarin geen enkel element van
progressiviteit vervat zit en doordat die bevriezing slechts één progressiviteit vervat zit en doordat die bevriezing slechts één
categorie van burgers (sic) treft, terwijl andere categorieën geen categorie van burgers (sic) treft, terwijl andere categorieën geen
dergelijke lasten dienen te dragen maar, integendeel, hun wedde of dergelijke lasten dienen te dragen maar, integendeel, hun wedde of
loon verhoogd of geïndexeerd zien, wat het budget van de ziekte- en loon verhoogd of geïndexeerd zien, wat het budget van de ziekte- en
invaliditeitsverzekering bezwaart en dus strijdig is met de invaliditeitsverzekering bezwaart en dus strijdig is met de
nagestreefde doelstelling van beperking van de uitgaven ? nagestreefde doelstelling van beperking van de uitgaven ?
5. Worden de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, in onderlinge 5. Worden de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, in onderlinge
samenhang gelezen met artikel 6 van het E.V.R.M.F.V., geschonden samenhang gelezen met artikel 6 van het E.V.R.M.F.V., geschonden
doordat de terugwerking van de bekrachtigingswet alleen of doordat de terugwerking van de bekrachtigingswet alleen of
hoofdzakelijk tot doel heeft het aanhangige geding aan de hoofdzakelijk tot doel heeft het aanhangige geding aan de
toetsingsbevoegdheid van de Raad van State te onttrekken en/of te toetsingsbevoegdheid van de Raad van State te onttrekken en/of te
interfereren met de afhandeling van de bij de strafrechter ingediende interfereren met de afhandeling van de bij de strafrechter ingediende
klachten en van de lopende strafrechtelijke procedures, op grond van klachten en van de lopende strafrechtelijke procedures, op grond van
de omstandigheid dat de derde en de vierde uitgave van het Belgisch de omstandigheid dat de derde en de vierde uitgave van het Belgisch
Staatsblad van 31 december 1996 geantidateerd zijn ? » Staatsblad van 31 december 1996 geantidateerd zijn ? »
c. Bij arrest nr. 93.607 van 28 februari 2001 in zake de v.z.w. c. Bij arrest nr. 93.607 van 28 februari 2001 in zake de v.z.w.
Belgisch Verbond der Syndicale Artsenkamers en J. de Toeuf tegen de Belgisch Verbond der Syndicale Artsenkamers en J. de Toeuf tegen de
Belgische Staat, waarvan de expeditie ter griffie van het Arbitragehof Belgische Staat, waarvan de expeditie ter griffie van het Arbitragehof
is ingekomen op 15 maart 2001, heeft de Raad van State de volgende is ingekomen op 15 maart 2001, heeft de Raad van State de volgende
prejudiciële vragen gesteld : prejudiciële vragen gesteld :
« 1. Houden artikel 3 van de wet van 26 juli 1996 en de « 1. Houden artikel 3 van de wet van 26 juli 1996 en de
bekrachtigingswet een schending in van het gelijkheidsbeginsel doordat bekrachtigingswet een schending in van het gelijkheidsbeginsel doordat
daarin aan de Koning prerogatieven worden verleend waarvan de daarin aan de Koning prerogatieven worden verleend waarvan de
geldigheidsduur kan worden verlengd, terwijl de doelstellingen, de geldigheidsduur kan worden verlengd, terwijl de doelstellingen, de
grenzen en de aangelegenheden niet precies zijn bepaald, zodat de grenzen en de aangelegenheden niet precies zijn bepaald, zodat de
verzoekende partijen de fundamentele garanties van de bescherming door verzoekende partijen de fundamentele garanties van de bescherming door
de wetgever en van een democratische controle worden ontzegd ? de wetgever en van een democratische controle worden ontzegd ?
2. Houdt de terugwerking van de bekrachtigingswet een schending in van 2. Houdt de terugwerking van de bekrachtigingswet een schending in van
de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, in onderlinge samenhang gelezen de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, in onderlinge samenhang gelezen
met artikel 6 van het E.V.R.M., doordat die terugwerking alleen of met artikel 6 van het E.V.R.M., doordat die terugwerking alleen of
hoofdzakelijk tot doel heeft het aanhangige geding aan de hoofdzakelijk tot doel heeft het aanhangige geding aan de
toetsingsbevoegdheid van de Raad van State te onttrekken ? toetsingsbevoegdheid van de Raad van State te onttrekken ?
3. Houdt de bekrachtiging bij wet een schending in van de artikelen 10 3. Houdt de bekrachtiging bij wet een schending in van de artikelen 10
en 11 van de Grondwet, in onderlinge samenhang gelezen met artikel 1 en 11 van de Grondwet, in onderlinge samenhang gelezen met artikel 1
van het Eerste Aanvullend Protocol bij het Europees verdrag voor de van het Eerste Aanvullend Protocol bij het Europees verdrag voor de
rechten van de Mens, en van de algemene rechtsbeginselen, doordat die rechten van de Mens, en van de algemene rechtsbeginselen, doordat die
bekrachtiging betrekking heeft op een van de maatregelen die de facto bekrachtiging betrekking heeft op een van de maatregelen die de facto
terugwerken ? terugwerken ?
4. Houdt de bevriezing van de honoraria een schending in van het 4. Houdt de bevriezing van de honoraria een schending in van het
gelijkheidsbeginsel doordat daarin geen enkel element van gelijkheidsbeginsel doordat daarin geen enkel element van
progressiviteit vervat zit en doordat die bevriezing slechts één progressiviteit vervat zit en doordat die bevriezing slechts één
categorie van burgers treft, terwijl andere categorieën niet aan zulke categorie van burgers treft, terwijl andere categorieën niet aan zulke
beperkingen worden onderworpen maar, integendeel, verhogingen of beperkingen worden onderworpen maar, integendeel, verhogingen of
indexeringen genieten die het budget van de ziekte- en indexeringen genieten die het budget van de ziekte- en
invaliditeitsverzekering bezwaren, de kosten ten laste van de invaliditeitsverzekering bezwaren, de kosten ten laste van de
honoraria verhogen en dus strijdig zijn met de nagestreefde honoraria verhogen en dus strijdig zijn met de nagestreefde
doelstelling van beperking van de uitgaven ? » doelstelling van beperking van de uitgaven ? »
Die zaken zijn ingeschreven onder de nummers 2141, 2142 en 2143 van de Die zaken zijn ingeschreven onder de nummers 2141, 2142 en 2143 van de
rol van het Hof en werden samengevoegd. rol van het Hof en werden samengevoegd.
De griffier, De griffier,
P.-Y. Dutilleux. P.-Y. Dutilleux.
^