Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Arrest Van Het Grondwettelijk Hof van --
← Terug naar "Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof a) Bij arrest nr. 91.592 van 13 december 2000 in zake de de n.v. Altigoon - Villa Ruitenhof en anderen tegen de Belgische Staat, waarvan de expedi « 1. Schendt de wet van 26 juni 1997 tot bekrachtiging van koninklijke besluiten genomen met toepas(...)"
Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof a) Bij arrest nr. 91.592 van 13 december 2000 in zake de de n.v. Altigoon - Villa Ruitenhof en anderen tegen de Belgische Staat, waarvan de expedi « 1. Schendt de wet van 26 juni 1997 tot bekrachtiging van koninklijke besluiten genomen met toepas(...) Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof a) Bij arrest nr. 91.592 van 13 december 2000 in zake de de n.v. Altigoon - Villa Ruitenhof en anderen tegen de Belgische Staat, waarvan de expedi « 1. Schendt de wet van 26 juni 1997 tot bekrachtiging van koninklijke besluiten genomen met toepas(...)
ARBITRAGEHOF ARBITRAGEHOF
Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6
januari 1989 op het Arbitragehof januari 1989 op het Arbitragehof
a) Bij arrest nr. 91.592 van 13 december 2000 in zake de de n.v. a) Bij arrest nr. 91.592 van 13 december 2000 in zake de de n.v.
Altigoon - Villa Ruitenhof en anderen tegen de Belgische Staat, Altigoon - Villa Ruitenhof en anderen tegen de Belgische Staat,
waarvan de expeditie ter griffie van het Arbitragehof is ingekomen op waarvan de expeditie ter griffie van het Arbitragehof is ingekomen op
5 januari 2001, heeft de Raad van State de volgende prejudiciële 5 januari 2001, heeft de Raad van State de volgende prejudiciële
vragen gesteld : vragen gesteld :
« 1. Schendt de wet van 26 juni 1997 tot bekrachtiging van koninklijke « 1. Schendt de wet van 26 juni 1997 tot bekrachtiging van koninklijke
besluiten genomen met toepassing van de wet van 26 juli 1996 besluiten genomen met toepassing van de wet van 26 juli 1996
strekkende tot realisatie van de budgettaire voorwaarden tot deelname strekkende tot realisatie van de budgettaire voorwaarden tot deelname
van België aan de Europese Economische en Monetaire Unie, van de wet van België aan de Europese Economische en Monetaire Unie, van de wet
van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot
vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels, en vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels, en
van de wet van 26 juli 1996 tot bevordering van de werkgelegenheid en van de wet van 26 juli 1996 tot bevordering van de werkgelegenheid en
tot preventieve vrijwaring van het concurrentievermogen het tot preventieve vrijwaring van het concurrentievermogen het
gelijkheids- en evenredigheidsbeginsel doordat artikel 7, 2°, ervan gelijkheids- en evenredigheidsbeginsel doordat artikel 7, 2°, ervan
bepaalt dat de Koning voor alle instellingen die genoemd worden in de bepaalt dat de Koning voor alle instellingen die genoemd worden in de
artikelen 34, 11° en 69, § 4, van de wet betreffende de verplichte artikelen 34, 11° en 69, § 4, van de wet betreffende de verplichte
verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen gecoördineerd verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen gecoördineerd
op 14 juli 1994, dezelfde begrotingscorrigerende maatregelen kan op 14 juli 1994, dezelfde begrotingscorrigerende maatregelen kan
uitvaardigen, zonder een onderscheid te maken tussen de instellingen uitvaardigen, zonder een onderscheid te maken tussen de instellingen
van de openbare sector die gesubsidieerd kunnen worden en de van de openbare sector die gesubsidieerd kunnen worden en de
privé-instellingen die niet gesubsidieerd kunnen worden ? privé-instellingen die niet gesubsidieerd kunnen worden ?
2. Schendt artikel 10, 2°, van de wet van 26 juli 1996 tot 2. Schendt artikel 10, 2°, van de wet van 26 juli 1996 tot
modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de
leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels het leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels het
gelijkheidsbeginsel doordat het de Koning ruimere prerogatieven gelijkheidsbeginsel doordat het de Koning ruimere prerogatieven
toekent zonder daarbij nauwkeurig de doelstellingen, de grenzen en de toekent zonder daarbij nauwkeurig de doelstellingen, de grenzen en de
materies af te bakenen, waardoor de verzoekende partijen de materies af te bakenen, waardoor de verzoekende partijen de
grondwettelijke waarborgen worden ontzegd die geboden worden door de grondwettelijke waarborgen worden ontzegd die geboden worden door de
bescherming van de wetgever en een democratische controle ? » bescherming van de wetgever en een democratische controle ? »
b) Bij arrest nr. 91.594 van 13 december 2000 in zake de v.z.w. b) Bij arrest nr. 91.594 van 13 december 2000 in zake de v.z.w.
Federatie van Rust- en Verzorgingsoorden van België en de b.v.b.a. Federatie van Rust- en Verzorgingsoorden van België en de b.v.b.a.
Dubeci tegen de Belgische Staat, waarvan de expeditie ter griffie van Dubeci tegen de Belgische Staat, waarvan de expeditie ter griffie van
het Arbitragehof is ingekomen op 5 januari 2001, heeft de Raad van het Arbitragehof is ingekomen op 5 januari 2001, heeft de Raad van
State de volgende prejudiciële vragen gesteld : State de volgende prejudiciële vragen gesteld :
« 1. Schendt artikel 7, 2°, van de wet van 26 juni 1997 tot « 1. Schendt artikel 7, 2°, van de wet van 26 juni 1997 tot
bekrachtiging van de koninklijke besluiten genomen met toepassing van bekrachtiging van de koninklijke besluiten genomen met toepassing van
de wet van 26 juli 1996 strekkende tot realisatie van de budgettaire de wet van 26 juli 1996 strekkende tot realisatie van de budgettaire
voorwaarden tot deelname van België aan de Europese Economische en voorwaarden tot deelname van België aan de Europese Economische en
Monetaire Unie, van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de Monetaire Unie, van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de
sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de
wettelijke pensioenstelsels, en van de wet van 26 juli 1996 tot wettelijke pensioenstelsels, en van de wet van 26 juli 1996 tot
bevordering van de werkgelegenheid en tot preventieve vrijwaring van bevordering van de werkgelegenheid en tot preventieve vrijwaring van
het concurrentievermogen, de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, het concurrentievermogen, de artikelen 10 en 11 van de Grondwet,
gelezen in samenhang met artikel 6 van het Verdrag tot bescherming van gelezen in samenhang met artikel 6 van het Verdrag tot bescherming van
de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, in zoverre het de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, in zoverre het
door zijn terugwerkende kracht tot gevolg heeft dat het hangende door zijn terugwerkende kracht tot gevolg heeft dat het hangende
geschil aan het oordeel van de Raad van State wordt onttrokken ? geschil aan het oordeel van de Raad van State wordt onttrokken ?
2. Schendt de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale 2. Schendt de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale
zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke
pensioenstelsels de artikelen 10 en 11 van de Grondwet niet, gelezen pensioenstelsels de artikelen 10 en 11 van de Grondwet niet, gelezen
in samenhang met de artikelen 23, 33, 36, 74 en volgende, 105 en 108 in samenhang met de artikelen 23, 33, 36, 74 en volgende, 105 en 108
ervan, in zoverre zij in artikel 10 ervan de Koning niet omschreven ervan, in zoverre zij in artikel 10 ervan de Koning niet omschreven
bevoegdheden toekent met het oog het beheersen van de uitgaven voor bevoegdheden toekent met het oog het beheersen van de uitgaven voor
gezondheidszorg, een aangelegenheid die met name bij artikel 23 van de gezondheidszorg, een aangelegenheid die met name bij artikel 23 van de
Grondwet aan de wetgever is voorbehouden, en ontzegt zij bijgevolg de Grondwet aan de wetgever is voorbehouden, en ontzegt zij bijgevolg de
burger niet op discriminerende wijze de bescherming door de wetgever ? burger niet op discriminerende wijze de bescherming door de wetgever ?
» »
Die zaken zijn ingeschreven onder de nummers 2110 en 2111 van de rol Die zaken zijn ingeschreven onder de nummers 2110 en 2111 van de rol
van het Hof en werden samengevoegd. van het Hof en werden samengevoegd.
De griffier, De griffier,
P.-Y. Dutilleux P.-Y. Dutilleux
^