Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Arrest Van Het Grondwettelijk Hof van --
← Terug naar "Arrest nr. 138/98 van 16 december 1998 Rolnummer 1271 In zake : het beroep tot vernietiging van artikel 12, F, van de wet van 20 mei 1997 houdende diverse maatregelen inzake ambtenarenzaken, ingesteld door de v.z.w. Nationale Confederatie der Het Arbitragehof, samengesteld uit de voorzitters L. De Grève en M. Melchior, en de rechters H. (...)"
Arrest nr. 138/98 van 16 december 1998 Rolnummer 1271 In zake : het beroep tot vernietiging van artikel 12, F, van de wet van 20 mei 1997 houdende diverse maatregelen inzake ambtenarenzaken, ingesteld door de v.z.w. Nationale Confederatie der Het Arbitragehof, samengesteld uit de voorzitters L. De Grève en M. Melchior, en de rechters H. (...) Arrest nr. 138/98 van 16 december 1998 Rolnummer 1271 In zake : het beroep tot vernietiging van artikel 12, F, van de wet van 20 mei 1997 houdende diverse maatregelen inzake ambtenarenzaken, ingesteld door de v.z.w. Nationale Confederatie der Het Arbitragehof, samengesteld uit de voorzitters L. De Grève en M. Melchior, en de rechters H. (...)
ARBITRAGEHOF ARBITRAGEHOF
Arrest nr. 138/98 van 16 december 1998 Arrest nr. 138/98 van 16 december 1998
Rolnummer 1271 Rolnummer 1271
In zake : het beroep tot vernietiging van artikel 12, F, van de wet In zake : het beroep tot vernietiging van artikel 12, F, van de wet
van 20 mei 1997 houdende diverse maatregelen inzake ambtenarenzaken, van 20 mei 1997 houdende diverse maatregelen inzake ambtenarenzaken,
ingesteld door de v.z.w. Nationale Confederatie der Griffiers, ingesteld door de v.z.w. Nationale Confederatie der Griffiers,
Secretarissen en Personeel van de Griffies en de Parketten van de Secretarissen en Personeel van de Griffies en de Parketten van de
Hoven en Rechtbanken (Ceneger) en H. Vanmaldeghem. Hoven en Rechtbanken (Ceneger) en H. Vanmaldeghem.
Het Arbitragehof, Het Arbitragehof,
samengesteld uit de voorzitters L. De Grève en M. Melchior, en de samengesteld uit de voorzitters L. De Grève en M. Melchior, en de
rechters H. Boel, L. François, J. Delruelle, R. Henneuse en M. rechters H. Boel, L. François, J. Delruelle, R. Henneuse en M.
Bossuyt, bijgestaan door de griffier L. Potoms, onder voorzitterschap Bossuyt, bijgestaan door de griffier L. Potoms, onder voorzitterschap
van voorzitter L. De Grève, van voorzitter L. De Grève,
wijst na beraad het volgende arrest : wijst na beraad het volgende arrest :
I. Onderwerp van het beroep I. Onderwerp van het beroep
Bij verzoekschrift dat aan het Hof is toegezonden bij op 7 januari Bij verzoekschrift dat aan het Hof is toegezonden bij op 7 januari
1998 ter post aangetekende brief en ter griffie is ingekomen op 8 1998 ter post aangetekende brief en ter griffie is ingekomen op 8
januari 1998, hebben de v.z.w. Nationale Confederatie der Griffiers, januari 1998, hebben de v.z.w. Nationale Confederatie der Griffiers,
Secretarissen en Personeel van de Griffies en de Parketten van de Secretarissen en Personeel van de Griffies en de Parketten van de
Hoven en Rechtbanken, met maatschappelijke zetel te 1000 Brussel, Hoven en Rechtbanken, met maatschappelijke zetel te 1000 Brussel,
Gerechtsgebouw, Poelaertplein, en H. Vanmaldeghem, wonende te 9840 De Gerechtsgebouw, Poelaertplein, en H. Vanmaldeghem, wonende te 9840 De
Pinte, Reevijver 6, beroep tot vernietiging ingesteld van artikel 12, Pinte, Reevijver 6, beroep tot vernietiging ingesteld van artikel 12,
F, van de wet van 20 mei 1997 houdende diverse maatregelen inzake F, van de wet van 20 mei 1997 houdende diverse maatregelen inzake
ambtenarenzaken (bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 8 juli ambtenarenzaken (bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 8 juli
1997). 1997).
II. De rechtspleging II. De rechtspleging
Bij beschikking van 8 januari 1998 heeft de voorzitter in functie de Bij beschikking van 8 januari 1998 heeft de voorzitter in functie de
rechters van de zetel aangewezen overeenkomstig de artikelen 58 en 59 rechters van de zetel aangewezen overeenkomstig de artikelen 58 en 59
van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof. van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof.
De rechters-verslaggevers hebben geoordeeld dat er geen aanleiding was De rechters-verslaggevers hebben geoordeeld dat er geen aanleiding was
om artikel 71 of 72 van de organieke wet toe te passen. om artikel 71 of 72 van de organieke wet toe te passen.
Van het beroep is kennisgegeven overeenkomstig artikel 76 van de Van het beroep is kennisgegeven overeenkomstig artikel 76 van de
organieke wet bij op 26 februari 1998 ter post aangetekende brieven. organieke wet bij op 26 februari 1998 ter post aangetekende brieven.
Het bij artikel 74 van de organieke wet voorgeschreven bericht is Het bij artikel 74 van de organieke wet voorgeschreven bericht is
bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 11 maart 1998. bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 11 maart 1998.
De Ministerraad, Wetstraat 16, 1000 Brussel, heeft een memorie De Ministerraad, Wetstraat 16, 1000 Brussel, heeft een memorie
ingediend bij op 9 april 1998 ter post aangetekende brief. ingediend bij op 9 april 1998 ter post aangetekende brief.
Van die memorie is kennisgegeven overeenkomstig artikel 89 van de Van die memorie is kennisgegeven overeenkomstig artikel 89 van de
organieke wet bij op 28 april 1998 ter post aangetekende brief. organieke wet bij op 28 april 1998 ter post aangetekende brief.
De verzoekende partijen hebben een memorie van antwoord ingediend bij De verzoekende partijen hebben een memorie van antwoord ingediend bij
op 26 mei 1998 ter post aangetekende brief. op 26 mei 1998 ter post aangetekende brief.
Bij beschikking van 30 juni 1998 heeft het Hof de termijn waarbinnen Bij beschikking van 30 juni 1998 heeft het Hof de termijn waarbinnen
het arrest moet worden gewezen, verlengd tot 7 januari 1999. het arrest moet worden gewezen, verlengd tot 7 januari 1999.
Bij beschikking van 23 september 1998 heeft het Hof de zaak in Bij beschikking van 23 september 1998 heeft het Hof de zaak in
gereedheid verklaard en de dag van de terechtzitting bepaald op 4 gereedheid verklaard en de dag van de terechtzitting bepaald op 4
november 1998. november 1998.
Van die beschikking is kennisgegeven aan de partijen en hun advocaten Van die beschikking is kennisgegeven aan de partijen en hun advocaten
bij op 24 september 1998 ter post aangetekende brieven. bij op 24 september 1998 ter post aangetekende brieven.
Op de openbare terechtzitting van 4 november 1998 : Op de openbare terechtzitting van 4 november 1998 :
- zijn verschenen : - zijn verschenen :
. Mr. D. Lindemans, advocaat bij de balie te Brussel, voor de . Mr. D. Lindemans, advocaat bij de balie te Brussel, voor de
verzoekende partijen; verzoekende partijen;
. Mr. W. Timmermans loco Mr. P. Peeters, advocaten bij de balie te . Mr. W. Timmermans loco Mr. P. Peeters, advocaten bij de balie te
Brussel, voor de Ministerraad; Brussel, voor de Ministerraad;
- hebben de rechters-verslaggevers M. Bossuyt en R. Henneuse verslag - hebben de rechters-verslaggevers M. Bossuyt en R. Henneuse verslag
uitgebracht; uitgebracht;
- zijn de voornoemde advocaten gehoord; - zijn de voornoemde advocaten gehoord;
- is de zaak in beraad genomen. - is de zaak in beraad genomen.
De rechtspleging is gevoerd overeenkomstig de artikelen 62 en volgende De rechtspleging is gevoerd overeenkomstig de artikelen 62 en volgende
van de organieke wet, die betrekking hebben op het gebruik van de van de organieke wet, die betrekking hebben op het gebruik van de
talen voor het Hof. talen voor het Hof.
III. In rechte III. In rechte
- A - - A -
Verzoekschrift Verzoekschrift
A.1.1. In het eerste onderdeel van het verzoekschrift voeren de A.1.1. In het eerste onderdeel van het verzoekschrift voeren de
verzoekers argumenten aan tot staving van hun belang bij het beroep verzoekers argumenten aan tot staving van hun belang bij het beroep
tot vernietiging. tot vernietiging.
Op grond van artikel 1 van de wet van 19 december 1974 tot regeling Op grond van artikel 1 van de wet van 19 december 1974 tot regeling
van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar
personeel komt het aan de Koning toe de bij die wet vastgestelde personeel komt het aan de Koning toe de bij die wet vastgestelde
regeling onder de voorwaarden en binnen de grenzen welke Hij vaststelt regeling onder de voorwaarden en binnen de grenzen welke Hij vaststelt
al dan niet van toepassing te verklaren op bepaalde categorieën van al dan niet van toepassing te verklaren op bepaalde categorieën van
personen, waaronder het personeel behorend tot « de diensten die de personen, waaronder het personeel behorend tot « de diensten die de
rechterlijke macht ter zijde staan ». De bestreden bepaling beoogt de rechterlijke macht ter zijde staan ». De bestreden bepaling beoogt de
uitsluiting van de griffiers uit de categorie van personen op wie de uitsluiting van de griffiers uit de categorie van personen op wie de
voormelde wet niet van toepassing kan worden verklaard. voormelde wet niet van toepassing kan worden verklaard.
A.1.2. De verzoekers menen dat ze nu reeds een voldoende actueel A.1.2. De verzoekers menen dat ze nu reeds een voldoende actueel
belang hebben bij de vernietiging van de bestreden bepaling, ondanks belang hebben bij de vernietiging van de bestreden bepaling, ondanks
het feit dat nog een koninklijk besluit is vereist om de wet effectief het feit dat nog een koninklijk besluit is vereist om de wet effectief
op de griffiers van toepassing te maken, en ondanks het feit dat het op de griffiers van toepassing te maken, en ondanks het feit dat het
volgens hen betwistbaar is en zeker niet ondubbelzinnig is dat volgens hen betwistbaar is en zeker niet ondubbelzinnig is dat
griffiers begrepen zijn onder de woorden « personeel behorend tot de griffiers begrepen zijn onder de woorden « personeel behorend tot de
diensten die de rechterlijke macht ter zijde staan » zodat de vraag diensten die de rechterlijke macht ter zijde staan » zodat de vraag
rijst of de griffiers door de enkele wijziging van artikel 1, § 2, 2°, rijst of de griffiers door de enkele wijziging van artikel 1, § 2, 2°,
wel binnen de werkingssfeer van de wet kunnen worden gebracht op grond wel binnen de werkingssfeer van de wet kunnen worden gebracht op grond
van artikel 1, § 1, 1°. van artikel 1, § 1, 1°.
A.1.3. Wat specifiek de eerste verzoekende partij betreft, wordt erop A.1.3. Wat specifiek de eerste verzoekende partij betreft, wordt erop
gewezen dat ze de beroepsbelangen van onder meer de griffiers gewezen dat ze de beroepsbelangen van onder meer de griffiers
behartigt, dat haar maatschappelijk doel zich derhalve onderscheidt behartigt, dat haar maatschappelijk doel zich derhalve onderscheidt
van het algemeen belang, dat ze dat doel ook werkelijk nastreeft en van het algemeen belang, dat ze dat doel ook werkelijk nastreeft en
dat ze als gesprekspartner fungeert voor de Minister van Justitie en dat ze als gesprekspartner fungeert voor de Minister van Justitie en
de Commissie voor de Justitie in verband met de zaken die de griffiers de Commissie voor de Justitie in verband met de zaken die de griffiers
aanbelangen. aanbelangen.
Zowel de verzoekster zelf als de griffiers worden rechtstreeks en Zowel de verzoekster zelf als de griffiers worden rechtstreeks en
ongunstig geraakt door het feit dat de griffiers niet langer ongunstig geraakt door het feit dat de griffiers niet langer
onttrokken blijven aan de werkingssfeer van de wet van 19 december onttrokken blijven aan de werkingssfeer van de wet van 19 december
1974 en gelijkgesteld worden met overheidspersoneel in het algemeen en 1974 en gelijkgesteld worden met overheidspersoneel in het algemeen en
met het personeel van de griffies en van de parketten in het met het personeel van de griffies en van de parketten in het
bijzonder. Bovendien dreigt de tenuitvoerlegging van de bestreden bijzonder. Bovendien dreigt de tenuitvoerlegging van de bestreden
bepaling de verzoekster te verdringen als gesprekspartner van de bepaling de verzoekster te verdringen als gesprekspartner van de
overheid. overheid.
A.1.4. De tweede verzoeker, die hoofdgriffier is, doet eveneens A.1.4. De tweede verzoeker, die hoofdgriffier is, doet eveneens
blijken van het rechtens vereiste belang, nu de bestreden bepaling hem blijken van het rechtens vereiste belang, nu de bestreden bepaling hem
voor sommige aspecten van zijn statuut ten onrechte onttrekt aan een voor sommige aspecten van zijn statuut ten onrechte onttrekt aan een
eigen, van die van de andere ambtenaren onderscheiden positie. eigen, van die van de andere ambtenaren onderscheiden positie.
A.2.1. In een enig middel verwijten de verzoekers de bestreden A.2.1. In een enig middel verwijten de verzoekers de bestreden
bepaling een schending van de artikelen 10 en 11 van de Grondwet bepaling een schending van de artikelen 10 en 11 van de Grondwet
doordat de griffiers van de rechterlijke orde voortaan inzake de doordat de griffiers van de rechterlijke orde voortaan inzake de
betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel
gelijk worden behandeld met het personeel behorend tot de besturen en gelijk worden behandeld met het personeel behorend tot de besturen en
de andere diensten van de Staat, met inbegrip van onder meer de de andere diensten van de Staat, met inbegrip van onder meer de
diensten die de rechterlijke macht ter zijde staan, en de griffiers diensten die de rechterlijke macht ter zijde staan, en de griffiers
worden onttrokken aan de groep van personen bedoeld in artikel 1, § 2, worden onttrokken aan de groep van personen bedoeld in artikel 1, § 2,
van de wet van 19 december 1974 die worden uitgesloten van de van de wet van 19 december 1974 die worden uitgesloten van de
mogelijke werkingssfeer van die wet en tot wie onder meer de mogelijke werkingssfeer van die wet en tot wie onder meer de
magistraten behoren. magistraten behoren.
A.2.2. De verzoekers betogen dat de situatie van de griffiers dermate A.2.2. De verzoekers betogen dat de situatie van de griffiers dermate
verschilt van die van de ambtenaren dat zij niet zonder schending van verschilt van die van de ambtenaren dat zij niet zonder schending van
het gelijkheidsbeginsel aan hetzelfde vakbondsstatuut kunnen worden het gelijkheidsbeginsel aan hetzelfde vakbondsstatuut kunnen worden
onderworpen. Ter ondersteuning van die stelling verwijzen ze naar de onderworpen. Ter ondersteuning van die stelling verwijzen ze naar de
rechtspraak van het Hof waaruit blijkt dat de griffiers minstens voor rechtspraak van het Hof waaruit blijkt dat de griffiers minstens voor
welbepaalde elementen van hun rechtspositie zich op wezenlijke en welbepaalde elementen van hun rechtspositie zich op wezenlijke en
relevante wijze onderscheiden van de andere ambtenaren. relevante wijze onderscheiden van de andere ambtenaren.
Het ambt van griffier vertoont een tweeledigheid doordat de griffier, Het ambt van griffier vertoont een tweeledigheid doordat de griffier,
enerzijds, fungeert als openbaar ambtenaar belast met gerechtelijke enerzijds, fungeert als openbaar ambtenaar belast met gerechtelijke
taken en, anderzijds, de rechter moet bijstaan in de taken en, anderzijds, de rechter moet bijstaan in de
ambtsverrichtingen waardoor hij optreedt als lid van de rechterlijke ambtsverrichtingen waardoor hij optreedt als lid van de rechterlijke
orde. orde.
Het statuut van de griffiers wordt bij wet vastgesteld en niet door de Het statuut van de griffiers wordt bij wet vastgesteld en niet door de
Koning, zoals voor nagenoeg alle ambtenaren, waardoor zij ook Koning, zoals voor nagenoeg alle ambtenaren, waardoor zij ook
wezenlijk verschillen. Die specificiteit heeft ook tot gevolg dat de wezenlijk verschillen. Die specificiteit heeft ook tot gevolg dat de
gelijkstelling van beide categorieën voor de toepassing van de wet van gelijkstelling van beide categorieën voor de toepassing van de wet van
19 december 1974 zelfs niet werkbaar is. 19 december 1974 zelfs niet werkbaar is.
Ook het disciplinair statuut en de taken van de griffier onderscheiden Ook het disciplinair statuut en de taken van de griffier onderscheiden
hem van de ambtenaren. De griffier verleent bijstand aan de rechter hem van de ambtenaren. De griffier verleent bijstand aan de rechter
waarbij hij een zekere onafhankelijkheid geniet die door de waarbij hij een zekere onafhankelijkheid geniet die door de
onderwerping aan het vakbondsstatuut in het gedrang zou kunnen worden onderwerping aan het vakbondsstatuut in het gedrang zou kunnen worden
gebracht. gebracht.
Besluitend stellen de verzoekers dat de griffier van de rechterlijke Besluitend stellen de verzoekers dat de griffier van de rechterlijke
orde zowel naar de inhoud en de wijze van totstandkoming van zijn orde zowel naar de inhoud en de wijze van totstandkoming van zijn
statuut als naar functie en taken, naar verantwoordelijkheid en naar statuut als naar functie en taken, naar verantwoordelijkheid en naar
organisatie wezenlijk verschilt van de ambtenaren van het actief organisatie wezenlijk verschilt van de ambtenaren van het actief
bestuur. Op geen enkele manier kan het doel van de bestreden bepaling, bestuur. Op geen enkele manier kan het doel van de bestreden bepaling,
dat niet kenbaar werd gemaakt maar dat hoogstens erin kan bestaan de dat niet kenbaar werd gemaakt maar dat hoogstens erin kan bestaan de
vakbonden te behagen en de rechtspositie van de griffiers te vakbonden te behagen en de rechtspositie van de griffiers te
verbeteren, de bestreden gelijkschakeling verantwoorden. verbeteren, de bestreden gelijkschakeling verantwoorden.
A.2.3. Ook de beoogde gelijke behandeling van de griffiers van de A.2.3. Ook de beoogde gelijke behandeling van de griffiers van de
rechterlijke orde en de secretarissen van de parketten kan de rechterlijke orde en de secretarissen van de parketten kan de
bestreden bepaling niet verantwoorden, nu laatstgenoemden helemaal bestreden bepaling niet verantwoorden, nu laatstgenoemden helemaal
niet de specificiteit van de griffiers vertonen, noch naar functie en niet de specificiteit van de griffiers vertonen, noch naar functie en
taken, noch naar verantwoordelijkheid en organisatie. taken, noch naar verantwoordelijkheid en organisatie.
Ten slotte bekritiseren de verzoekers ook het feit dat zij onttrokken Ten slotte bekritiseren de verzoekers ook het feit dat zij onttrokken
worden aan de groep van personen die wordt uitgesloten van de worden aan de groep van personen die wordt uitgesloten van de
mogelijke werkingssfeer van de wet van 19 december 1974, terwijl dat mogelijke werkingssfeer van de wet van 19 december 1974, terwijl dat
niet het geval is voor de griffiers bij de Raad van State. niet het geval is voor de griffiers bij de Raad van State.
Memorie van de Ministerraad Memorie van de Ministerraad
A.3.1. Volgens de Ministerraad doet geen van beide verzoekers blijken A.3.1. Volgens de Ministerraad doet geen van beide verzoekers blijken
van het vereiste belang bij het beroep tot vernietiging, doordat zij van het vereiste belang bij het beroep tot vernietiging, doordat zij
noch rechtstreeks, noch ongunstig worden geraakt door de bestreden noch rechtstreeks, noch ongunstig worden geraakt door de bestreden
bepaling. bepaling.
De bestreden bepaling beoogt enkel de uitsluiting van de griffiers uit De bestreden bepaling beoogt enkel de uitsluiting van de griffiers uit
de categorie van personen op wie de wet van 19 december 1974 niet de categorie van personen op wie de wet van 19 december 1974 niet
toepasselijk kan worden verklaard. De onrechtmatig geachte gelijke toepasselijk kan worden verklaard. De onrechtmatig geachte gelijke
behandeling vloeit niet voort uit de bestreden wet doch slechts uit behandeling vloeit niet voort uit de bestreden wet doch slechts uit
een eventueel koninklijk besluit waarbij de voornoemde wettelijke een eventueel koninklijk besluit waarbij de voornoemde wettelijke
regeling toepasselijk zou worden verklaard op de griffiers. Het staat regeling toepasselijk zou worden verklaard op de griffiers. Het staat
niet aan het Hof vooruit te lopen op de manier waarop de machtiging niet aan het Hof vooruit te lopen op de manier waarop de machtiging
door de Koning zal worden toegepast. door de Koning zal worden toegepast.
Tot op heden bestaat er geen georganiseerd overleg met de Tot op heden bestaat er geen georganiseerd overleg met de
beroepsorganisaties van griffiers, in tegenstelling tot de beroepsorganisaties van griffiers, in tegenstelling tot de
parketsecretarissen. Indien de Koning de wet van 19 december 1974 parketsecretarissen. Indien de Koning de wet van 19 december 1974
toepasselijk zou verklaren wordt die situatie verholpen zodat men niet toepasselijk zou verklaren wordt die situatie verholpen zodat men niet
inziet hoe die bijkomende waarborg de situatie van de verzoekers inziet hoe die bijkomende waarborg de situatie van de verzoekers
ongunstig zou raken. ongunstig zou raken.
A.3.2. De bewering van de eerste verzoekende partij dat zij ten A.3.2. De bewering van de eerste verzoekende partij dat zij ten
gevolge van de bestreden bepaling dreigt te worden verdrongen als gevolge van de bestreden bepaling dreigt te worden verdrongen als
gesprekspartner van de Minister van Justitie is feitelijk ongegrond, gesprekspartner van de Minister van Justitie is feitelijk ongegrond,
nu er tot op heden enkel officieuze vormen van overleg bestaan en geen nu er tot op heden enkel officieuze vormen van overleg bestaan en geen
georganiseerd overleg. De eventuele toepassing van de wet van 19 georganiseerd overleg. De eventuele toepassing van de wet van 19
december 1974 sluit ook niet uit dat de griffiers een eigen vakbond december 1974 sluit ook niet uit dat de griffiers een eigen vakbond
laten erkennen, voor zover die voldoet aan de in de wet bepaalde laten erkennen, voor zover die voldoet aan de in de wet bepaalde
vereisten inzake representativiteit. vereisten inzake representativiteit.
Ten slotte merkt de Ministerraad op dat het bevreemdend overkomt dat Ten slotte merkt de Ministerraad op dat het bevreemdend overkomt dat
de eerste verzoekende partij, die op gelijke wijze de beroepsbelangen de eerste verzoekende partij, die op gelijke wijze de beroepsbelangen
van griffiers en parketsecretarissen verdedigt, haar enig middel van griffiers en parketsecretarissen verdedigt, haar enig middel
ontleent aan de vermeende onrechtmatige gelijke behandeling van beide ontleent aan de vermeende onrechtmatige gelijke behandeling van beide
categorieën in hun betrekkingen met de overheid. categorieën in hun betrekkingen met de overheid.
A.4.1. Ten gronde is de Ministerraad van oordeel dat, enerzijds, de A.4.1. Ten gronde is de Ministerraad van oordeel dat, enerzijds, de
verschillende behandeling van griffiers en magistraten en, anderzijds, verschillende behandeling van griffiers en magistraten en, anderzijds,
de gelijke behandeling van griffiers, ambtenaren en de gelijke behandeling van griffiers, ambtenaren en
parketsecretarissen redelijk verantwoord zijn met betrekking tot het parketsecretarissen redelijk verantwoord zijn met betrekking tot het
doel en de gevolgen van de bestreden bepaling. doel en de gevolgen van de bestreden bepaling.
Tussen magistraten en griffiers bestaan fundamentele verschillen. Tussen magistraten en griffiers bestaan fundamentele verschillen.
Magistraten zijn leden van de rechterlijke macht in enge zin, moeten Magistraten zijn leden van de rechterlijke macht in enge zin, moeten
voldoen aan vereisten van onafhankelijkheid en onpartijdigheid, voldoen aan vereisten van onafhankelijkheid en onpartijdigheid,
genieten waarborgen inzake onafzetbaarheid en onverplaatsbaarheid en genieten waarborgen inzake onafzetbaarheid en onverplaatsbaarheid en
hebben een specifiek disciplinair statuut. hebben een specifiek disciplinair statuut.
Griffiers daarentegen zijn openbare ambtenaren. Hoewel zij de rechter Griffiers daarentegen zijn openbare ambtenaren. Hoewel zij de rechter
bijstaan en als zodanig een gerechtelijke functie uitoefenen met een bijstaan en als zodanig een gerechtelijke functie uitoefenen met een
zekere zelfstandigheid, zijn zij geen magistraten in de eigenlijke zin zekere zelfstandigheid, zijn zij geen magistraten in de eigenlijke zin
van het woord en zijn de vermelde waarborgen die gelden ten aanzien van het woord en zijn de vermelde waarborgen die gelden ten aanzien
van magistraten niet op hen van toepassing. van magistraten niet op hen van toepassing.
De verdragsrechtelijke en grondwettelijke bepalingen inzake de De verdragsrechtelijke en grondwettelijke bepalingen inzake de
onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de magistraten nopen tot een onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de magistraten nopen tot een
verregaande bescherming van laatstgenoemden, niet alleen ten aanzien verregaande bescherming van laatstgenoemden, niet alleen ten aanzien
van de wetgevende en uitvoerende macht, maar eveneens ten aanzien van van de wetgevende en uitvoerende macht, maar eveneens ten aanzien van
« feitelijke machten » zoals politieke partijen, economische en « feitelijke machten » zoals politieke partijen, economische en
sociale pressiegroepen, die een steeds belangrijker rol spelen bij het sociale pressiegroepen, die een steeds belangrijker rol spelen bij het
bepalen van het beleid van de overheid. Het is dan ook belangrijk dat bepalen van het beleid van de overheid. Het is dan ook belangrijk dat
de betrekkingen van de magistraten met de overheid worden geregeld op de betrekkingen van de magistraten met de overheid worden geregeld op
een wijze die met die specifieke toestand rekening houdt. een wijze die met die specifieke toestand rekening houdt.
Eenzelfde verregaande bescherming is niet vereist ten aanzien van de Eenzelfde verregaande bescherming is niet vereist ten aanzien van de
griffiers, juist omdat zij niet geroepen zijn in volle griffiers, juist omdat zij niet geroepen zijn in volle
onafhankelijkheid op te treden in welke rechtsprekende functie dan onafhankelijkheid op te treden in welke rechtsprekende functie dan
ook. De griffier is veeleer gelijk te stellen met een openbaar ook. De griffier is veeleer gelijk te stellen met een openbaar
ambtenaar zodat hij wat de betrekkingen met de overheid betreft kan ambtenaar zodat hij wat de betrekkingen met de overheid betreft kan
worden onderworpen aan de regels die gelden voor de ambtenaren. worden onderworpen aan de regels die gelden voor de ambtenaren.
A.4.2. De Ministerraad is tevens van oordeel dat de gelijke A.4.2. De Ministerraad is tevens van oordeel dat de gelijke
behandeling van griffiers en parketsecretarissen, zoals ze volgt uit behandeling van griffiers en parketsecretarissen, zoals ze volgt uit
de bestreden bepaling, rechtmatig is. de bestreden bepaling, rechtmatig is.
De recente wet van 17 februari 1997 tot wijziging van sommige De recente wet van 17 februari 1997 tot wijziging van sommige
bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek met betrekking tot het bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek met betrekking tot het
personeel van de griffies en parketten beoogde de analogie tussen de personeel van de griffies en parketten beoogde de analogie tussen de
griffiers en de parketsecretarissen uit te breiden, onder meer op het griffiers en de parketsecretarissen uit te breiden, onder meer op het
vlak van de uniformisering van de benamingen van de ambten en ook van vlak van de uniformisering van de benamingen van de ambten en ook van
de taakomschrijving. de taakomschrijving.
Zowel griffiers als parketsecretarissen behoren tot de diensten die de Zowel griffiers als parketsecretarissen behoren tot de diensten die de
rechterlijke macht ter zijde staan. De talrijke overeenkomsten tussen rechterlijke macht ter zijde staan. De talrijke overeenkomsten tussen
beide categorieën van personen, onder meer op het vlak van hun taken, beide categorieën van personen, onder meer op het vlak van hun taken,
het toezicht, het tuchtrecht en de wedden, zijn van die aard dat ze het toezicht, het tuchtrecht en de wedden, zijn van die aard dat ze
niet kunnen worden geacht zich wezenlijk in verschillende situaties te niet kunnen worden geacht zich wezenlijk in verschillende situaties te
bevinden. bevinden.
De gelijke behandeling van griffiers en parketsecretarissen is, wat de De gelijke behandeling van griffiers en parketsecretarissen is, wat de
toepassing van de wet van 19 december 1974 betreft, redelijk toepassing van de wet van 19 december 1974 betreft, redelijk
verantwoord ten opzichte van het doel en de gevolgen van de beoogde verantwoord ten opzichte van het doel en de gevolgen van de beoogde
maatregel. maatregel.
Het doel van de bestreden bepaling is de uitsluiting van de griffiers Het doel van de bestreden bepaling is de uitsluiting van de griffiers
uit de categorie van personen op wie de Koning de wet van 19 december uit de categorie van personen op wie de Koning de wet van 19 december
1974 niet toepasselijk kan verklaren. Indien de Koning van Zijn 1974 niet toepasselijk kan verklaren. Indien de Koning van Zijn
bevoegdheid gebruik maakt, kunnen verscheidene grondregels inzake het bevoegdheid gebruik maakt, kunnen verscheidene grondregels inzake het
statuut van de griffiers niet worden vastgesteld dan na statuut van de griffiers niet worden vastgesteld dan na
onderhandelingen met de representatieve vakorganisaties. De voormelde onderhandelingen met de representatieve vakorganisaties. De voormelde
wet is ook niet strijdig met de vrijheid van vereniging nu zij geen wet is ook niet strijdig met de vrijheid van vereniging nu zij geen
verplichting tot lidmaatschap van een bepaalde vakbond inhoudt, maar verplichting tot lidmaatschap van een bepaalde vakbond inhoudt, maar
er de overheid enkel toe verplicht over bepaalde onderwerpen overleg er de overheid enkel toe verplicht over bepaalde onderwerpen overleg
te voeren met de representatieve vakbonden. te voeren met de representatieve vakbonden.
Memorie van antwoord Memorie van antwoord
A.5.1. De verzoekers betwisten de stelling van de Ministerraad dat ze A.5.1. De verzoekers betwisten de stelling van de Ministerraad dat ze
geen rechtstreeks belang zouden hebben doordat de bestreden bepaling geen rechtstreeks belang zouden hebben doordat de bestreden bepaling
slechts een machtiging aan de Koning verleent. Ze wijzen erop dat de slechts een machtiging aan de Koning verleent. Ze wijzen erop dat de
beoordeling van de opportuniteit om de griffiers van de rechterlijke beoordeling van de opportuniteit om de griffiers van de rechterlijke
orde niet langer met de magistraten gelijk te stellen wat hun orde niet langer met de magistraten gelijk te stellen wat hun
vakbondsstatuut betreft, wel degelijk in de bestreden norm zelf is vakbondsstatuut betreft, wel degelijk in de bestreden norm zelf is
besloten. besloten.
Bovendien zijn de verzoekers van oordeel dat ze ongunstig worden Bovendien zijn de verzoekers van oordeel dat ze ongunstig worden
geraakt door de bestreden bepaling. De eerste verzoekende partij zou geraakt door de bestreden bepaling. De eerste verzoekende partij zou
op grond van de bestreden bepaling verplicht zijn zich om te vormen op grond van de bestreden bepaling verplicht zijn zich om te vormen
tot een representatieve vakbond indien ze aan het overleg met de tot een representatieve vakbond indien ze aan het overleg met de
overheid wil deelnemen, waarbij zij tevens in concurrentie dreigt te overheid wil deelnemen, waarbij zij tevens in concurrentie dreigt te
komen met de onderhandelingsstructuur gecontroleerd door de komen met de onderhandelingsstructuur gecontroleerd door de
representatieve vakorganisaties. De verzoekster geeft overigens de representatieve vakorganisaties. De verzoekster geeft overigens de
voorkeur aan de huidige officieuze overlegstructuren in plaats van een voorkeur aan de huidige officieuze overlegstructuren in plaats van een
structuur van georganiseerd vakbondsoverleg. structuur van georganiseerd vakbondsoverleg.
Ook de tweede verzoeker heeft een legitiem belang bij het behoud van Ook de tweede verzoeker heeft een legitiem belang bij het behoud van
de toestand waarin de betrekkingen tussen de overheid en hemzelf of de de toestand waarin de betrekkingen tussen de overheid en hemzelf of de
organisaties die zijn belang dienen, niet worden overheerst door een « organisaties die zijn belang dienen, niet worden overheerst door een «
syndicaal » georganiseerde onderhandelingsstructuur. Dit zou syndicaal » georganiseerde onderhandelingsstructuur. Dit zou
impliceren dat zijn ambt anders wordt beschouwd, minder gaat aanleunen impliceren dat zijn ambt anders wordt beschouwd, minder gaat aanleunen
bij de uitoefening van de rechterlijke macht en geen uitdrukking meer bij de uitoefening van de rechterlijke macht en geen uitdrukking meer
geeft aan het belang van de griffierstaak daarin. Dat belang volstaat, geeft aan het belang van de griffierstaak daarin. Dat belang volstaat,
ook al is het louter moreel. ook al is het louter moreel.
A.5.2. Wat de grond van de zaak betreft menen de verzoekers, in A.5.2. Wat de grond van de zaak betreft menen de verzoekers, in
tegenstelling tot de Ministerraad, dat de verschillen tussen de tegenstelling tot de Ministerraad, dat de verschillen tussen de
griffiers en het andere overheidspersoneel die door het Hof in griffiers en het andere overheidspersoneel die door het Hof in
verscheidene arresten werden onderschreven, ook in deze zaak moeten verscheidene arresten werden onderschreven, ook in deze zaak moeten
worden doorgetrokken. worden doorgetrokken.
De verzoekers betwisten ook niet dat er onderscheiden tussen griffiers De verzoekers betwisten ook niet dat er onderscheiden tussen griffiers
en magistraten bestaan en gelijkenissen tussen griffiers en en magistraten bestaan en gelijkenissen tussen griffiers en
parketsecretarissen. Maar die kunnen niet zo zwaarwegend zijn dat zij parketsecretarissen. Maar die kunnen niet zo zwaarwegend zijn dat zij
zouden verantwoorden dat een einde wordt gemaakt aan een bestaande zouden verantwoorden dat een einde wordt gemaakt aan een bestaande
toestand waarbij griffiers wegens het grote verschil met de toestand waarbij griffiers wegens het grote verschil met de
overheidsambtenaren niet onder de werkingssfeer van de wet van 19 overheidsambtenaren niet onder de werkingssfeer van de wet van 19
december 1974 konden worden gebracht. december 1974 konden worden gebracht.
De verwijzing door de Ministerraad naar de wet van 17 februari 1997 De verwijzing door de Ministerraad naar de wet van 17 februari 1997
tot wijziging van sommige bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek met tot wijziging van sommige bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek met
betrekking tot het personeel van de griffies en parketten is niet betrekking tot het personeel van de griffies en parketten is niet
dienstig, nu het streven naar gelijke behandeling betrekking heeft op dienstig, nu het streven naar gelijke behandeling betrekking heeft op
het griffiepersoneel en het personeel van het secretariaat van de het griffiepersoneel en het personeel van het secretariaat van de
parketten en niet op de griffiers en de secretarissen. De taken van de parketten en niet op de griffiers en de secretarissen. De taken van de
parketsecretarissen zijn veeleer van administratieve en parketsecretarissen zijn veeleer van administratieve en
organisatorische aard. De taken van de griffier zijn ruimer en vooral organisatorische aard. De taken van de griffier zijn ruimer en vooral
vindt men zijn « rechterlijke functies », waarbij hij notuleert en vindt men zijn « rechterlijke functies », waarbij hij notuleert en
authentificeert als bijstand bij de rechter, niet terug bij de authentificeert als bijstand bij de rechter, niet terug bij de
parketsecretarissen. parketsecretarissen.
Ten slotte merken de verzoekers op dat de Ministerraad niet ingaat op Ten slotte merken de verzoekers op dat de Ministerraad niet ingaat op
de door hen aangeklaagde discriminatie tussen de griffiers van de de door hen aangeklaagde discriminatie tussen de griffiers van de
rechterlijke orde en die van de Raad van State. rechterlijke orde en die van de Raad van State.
- B - - B -
B.1. Het bestreden artikel 12, F, van de wet van 20 mei 1997 houdende B.1. Het bestreden artikel 12, F, van de wet van 20 mei 1997 houdende
diverse maatregelen inzake ambtenarenzaken heeft artikel 1, § 2, 2°, diverse maatregelen inzake ambtenarenzaken heeft artikel 1, § 2, 2°,
van de wet van 19 december 1974 tot regeling van de betrekkingen van de wet van 19 december 1974 tot regeling van de betrekkingen
tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel, dat luidde : « tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel, dat luidde : «
magistraten en griffiers van de rechterlijke orde », vervangen door de magistraten en griffiers van de rechterlijke orde », vervangen door de
volgende bepaling : « magistraten van de Rechterlijke Orde ». Hierdoor volgende bepaling : « magistraten van de Rechterlijke Orde ». Hierdoor
kan de bij de wet van 19 december 1974 ingestelde regeling kan de bij de wet van 19 december 1974 ingestelde regeling
toepasselijk worden verklaard op de griffiers van de rechterlijke toepasselijk worden verklaard op de griffiers van de rechterlijke
orde. orde.
Over de ontvankelijkheid van het beroep tot vernietiging Over de ontvankelijkheid van het beroep tot vernietiging
B.2.1. De Ministerraad betwist de ontvankelijkheid van het beroep tot B.2.1. De Ministerraad betwist de ontvankelijkheid van het beroep tot
vernietiging doordat geen van beide verzoekers zou doen blijken van vernietiging doordat geen van beide verzoekers zou doen blijken van
het vereiste belang. het vereiste belang.
B.2.2.1. Eerst wordt aangevoerd dat de verzoekers niet rechtstreeks B.2.2.1. Eerst wordt aangevoerd dat de verzoekers niet rechtstreeks
worden geraakt door de bestreden bepaling, aangezien de onrechtmatig worden geraakt door de bestreden bepaling, aangezien de onrechtmatig
geachte behandeling niet voortvloeit uit de bestreden wet, doch uit geachte behandeling niet voortvloeit uit de bestreden wet, doch uit
een eventueel koninklijk besluit waarbij de wet van 19 december 1974 een eventueel koninklijk besluit waarbij de wet van 19 december 1974
tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden
van haar personeel op de griffiers van toepassing zou worden van haar personeel op de griffiers van toepassing zou worden
verklaard. verklaard.
B.2.2.2. Het onttrekken van de griffiers aan de categorieën waarop de B.2.2.2. Het onttrekken van de griffiers aan de categorieën waarop de
wet van 19 december 1974 niet van toepassing kan worden verklaard, is wet van 19 december 1974 niet van toepassing kan worden verklaard, is
vervat in de bestreden wet zelf. De omstandigheid dat nog een vervat in de bestreden wet zelf. De omstandigheid dat nog een
verordenende handeling moet worden genomen na de bekendmaking van een verordenende handeling moet worden genomen na de bekendmaking van een
norm, neemt niet weg dat die norm vanaf de bekendmaking iemands norm, neemt niet weg dat die norm vanaf de bekendmaking iemands
situatie rechtstreeks en ongunstig zou kunnen raken. situatie rechtstreeks en ongunstig zou kunnen raken.
B.2.3.1. De Ministerraad ziet ook niet in hoe de bestreden bepaling, B.2.3.1. De Ministerraad ziet ook niet in hoe de bestreden bepaling,
die de griffiers bijkomende waarborgen biedt in hun betrekkingen met die de griffiers bijkomende waarborgen biedt in hun betrekkingen met
de overheid, hun situatie ongunstig zou kunnen raken. de overheid, hun situatie ongunstig zou kunnen raken.
B.2.3.2. De Nationale Confederatie der Griffiers, Secretarissen en B.2.3.2. De Nationale Confederatie der Griffiers, Secretarissen en
Personeel van de Griffies en de Parketten van de Hoven en Rechtbanken Personeel van de Griffies en de Parketten van de Hoven en Rechtbanken
stelt zich volgens haar statuten tot doel de samenhorigheid van haar stelt zich volgens haar statuten tot doel de samenhorigheid van haar
leden te ontwikkelen en aan de bevoegde autoriteiten desiderata en leden te ontwikkelen en aan de bevoegde autoriteiten desiderata en
suggesties van haar leden en groeperingen voor te leggen betreffende suggesties van haar leden en groeperingen voor te leggen betreffende
beroepsaangelegenheden van algemene aard. Uit de aan het Hof beroepsaangelegenheden van algemene aard. Uit de aan het Hof
voorgelegde stukken blijkt dat ze regelmatig door de overheid wordt voorgelegde stukken blijkt dat ze regelmatig door de overheid wordt
geconsulteerd bij het uitwerken van regelgeving omtrent het ambt van geconsulteerd bij het uitwerken van regelgeving omtrent het ambt van
griffier. griffier.
De verzoekster kan ongunstig worden geraakt door de bestreden De verzoekster kan ongunstig worden geraakt door de bestreden
bepaling, nu zij binnen het toepassingsgebied van de wet van 19 bepaling, nu zij binnen het toepassingsgebied van de wet van 19
december 1974 haar taak slechts kan blijven waarnemen indien ze erkend december 1974 haar taak slechts kan blijven waarnemen indien ze erkend
wordt als representatieve vakorganisatie, waarbij ze bovendien wordt als representatieve vakorganisatie, waarbij ze bovendien
mogelijkerwijze niet langer de enige en bevoorrechte gesprekspartner mogelijkerwijze niet langer de enige en bevoorrechte gesprekspartner
van de overheid zal blijven zoals in het verleden. van de overheid zal blijven zoals in het verleden.
B.2.3.3. H. Vanmaldeghem voert aan dat hij als griffier belang heeft B.2.3.3. H. Vanmaldeghem voert aan dat hij als griffier belang heeft
bij het behoud van een toestand waarbij de griffiers op dezelfde wijze bij het behoud van een toestand waarbij de griffiers op dezelfde wijze
worden behandeld als de magistraten wat de toepassing van de wet van worden behandeld als de magistraten wat de toepassing van de wet van
19 december 1974 betreft. 19 december 1974 betreft.
Vermits de bestreden bepaling de toestand van de verzoeker kan raken, Vermits de bestreden bepaling de toestand van de verzoeker kan raken,
doet hij blijken van het vereiste belang. doet hij blijken van het vereiste belang.
B.2.4. De door de Ministerraad opgeworpen excepties worden verworpen. B.2.4. De door de Ministerraad opgeworpen excepties worden verworpen.
Ten gronde Ten gronde
B.3.1. Vóór de wijziging door de bestreden bepaling van artikel 1, § B.3.1. Vóór de wijziging door de bestreden bepaling van artikel 1, §
2, van de wet van 19 december 1974 tot regeling van de betrekkingen 2, van de wet van 19 december 1974 tot regeling van de betrekkingen
tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel behoorden de tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel behoorden de
griffiers van de rechterlijke orde samen met de magistraten tot de griffiers van de rechterlijke orde samen met de magistraten tot de
categorieën van personen op wie de bij de voormelde wet ingestelde categorieën van personen op wie de bij de voormelde wet ingestelde
regeling niet van toepassing kon worden verklaard. De bestreden regeling niet van toepassing kon worden verklaard. De bestreden
bepaling beperkt de uitsluiting vermeld in artikel 1, § 2, 2°, van de bepaling beperkt de uitsluiting vermeld in artikel 1, § 2, 2°, van de
wet van 19 december 1974 voortaan tot de magistraten. Overeenkomstig wet van 19 december 1974 voortaan tot de magistraten. Overeenkomstig
artikel 3, § 1, 1°, van het koninklijk besluit van 28 september 1984, artikel 3, § 1, 1°, van het koninklijk besluit van 28 september 1984,
zoals gewijzigd door het koninklijk besluit van 17 juli 1998, worden zoals gewijzigd door het koninklijk besluit van 17 juli 1998, worden
de griffiers beschouwd als behorend tot « de diensten die de de griffiers beschouwd als behorend tot « de diensten die de
rechterlijke macht ter zijde staan », waarop ingevolge artikel 1, § 1, rechterlijke macht ter zijde staan », waarop ingevolge artikel 1, § 1,
de bij de wet vastgestelde regeling van toepassing kan worden de bij de wet vastgestelde regeling van toepassing kan worden
verklaard. verklaard.
B.3.2. De verzoekende partijen verwijten de bestreden bepaling de B.3.2. De verzoekende partijen verwijten de bestreden bepaling de
artikelen 10 en 11 van de Grondwet te schenden doordat zij, wat de artikelen 10 en 11 van de Grondwet te schenden doordat zij, wat de
toepassing van de wet van 19 december 1974 betreft, enerzijds, de toepassing van de wet van 19 december 1974 betreft, enerzijds, de
griffiers anders behandelt dan de magistraten en, anderzijds, de griffiers anders behandelt dan de magistraten en, anderzijds, de
griffiers op dezelfde wijze behandelt als de personeelsleden bedoeld griffiers op dezelfde wijze behandelt als de personeelsleden bedoeld
in artikel 1, § 1, 1°, van die wet, waartoe ook de parketsecretarissen in artikel 1, § 1, 1°, van die wet, waartoe ook de parketsecretarissen
behoren. behoren.
B.4.1. Vanaf de totstandkoming van de wet van 19 december 1974 B.4.1. Vanaf de totstandkoming van de wet van 19 december 1974
behoorden de griffiers samen met de magistraten van de rechterlijke behoorden de griffiers samen met de magistraten van de rechterlijke
orde tot de categorieën van personen op wie die wet niet van orde tot de categorieën van personen op wie die wet niet van
toepassing kon worden verklaard. toepassing kon worden verklaard.
Enkel de omstandigheid dat de wetgever in 1997 een maatregel heeft Enkel de omstandigheid dat de wetgever in 1997 een maatregel heeft
genomen die verschilt van die welke hij in 1974 heeft genomen, houdt genomen die verschilt van die welke hij in 1974 heeft genomen, houdt
geen discriminatie in. De artikelen 10 en 11 van de Grondwet zijn geen discriminatie in. De artikelen 10 en 11 van de Grondwet zijn
evenwel geschonden indien uit de bestreden maatregel een onderscheid evenwel geschonden indien uit de bestreden maatregel een onderscheid
voortvloeit dat discriminatoir is. voortvloeit dat discriminatoir is.
B.4.2. Voor de beslissing van de wetgever om de griffiers van de B.4.2. Voor de beslissing van de wetgever om de griffiers van de
rechterlijke orde niet langer uit te sluiten uit het toepassingsgebied rechterlijke orde niet langer uit te sluiten uit het toepassingsgebied
van de wet van 19 december 1974 wordt in de parlementaire van de wet van 19 december 1974 wordt in de parlementaire
voorbereiding de volgende toelichting verschaft : voorbereiding de volgende toelichting verschaft :
« Die uitsluiting is des te minder gerechtvaardigd daar die wet van « Die uitsluiting is des te minder gerechtvaardigd daar die wet van
toepassing is op de secretarissen van de parketten die een toepassing is op de secretarissen van de parketten die een
administratief en geldelijk statuut hebben dat gelijkwaardig is aan administratief en geldelijk statuut hebben dat gelijkwaardig is aan
dat van de griffiers van de rechterlijke orde. » (Gedr. St., Kamer, dat van de griffiers van de rechterlijke orde. » (Gedr. St., Kamer,
1995-1996, nr. 645/1, pp. 7 en 8) 1995-1996, nr. 645/1, pp. 7 en 8)
De wet van 17 februari 1997 tot wijziging van sommige bepalingen van De wet van 17 februari 1997 tot wijziging van sommige bepalingen van
het Gerechtelijk Wetboek met betrekking tot het personeel van de het Gerechtelijk Wetboek met betrekking tot het personeel van de
griffies en parketten heeft wijzigingen aangebracht in het statuut van griffies en parketten heeft wijzigingen aangebracht in het statuut van
de griffier en de parketsecretaris. de griffier en de parketsecretaris.
Luidens artikel 182 van het Gerechtelijk Wetboek zijn de Luidens artikel 182 van het Gerechtelijk Wetboek zijn de
parketsecretarissen belast met de administratieve diensten van het parketsecretarissen belast met de administratieve diensten van het
parket onder leiding en toezicht van de parketmagistraten. parket onder leiding en toezicht van de parketmagistraten.
Het ambt van griffier wordt geregeld door de bepalingen van het Het ambt van griffier wordt geregeld door de bepalingen van het
Gerechtelijk Wetboek betreffende de rechterlijke organisatie. Luidens Gerechtelijk Wetboek betreffende de rechterlijke organisatie. Luidens
artikel 170 van het Gerechtelijk Wetboek is de griffier belast met de artikel 170 van het Gerechtelijk Wetboek is de griffier belast met de
door de wet opgesomde taken in de griffie en staat hij de rechter bij door de wet opgesomde taken in de griffie en staat hij de rechter bij
in alle verrichtingen van diens ambt. Artikel 171 bepaalt dat de in alle verrichtingen van diens ambt. Artikel 171 bepaalt dat de
griffiers een gerechtelijke functie uitoefenen. Diverse regels griffiers een gerechtelijke functie uitoefenen. Diverse regels
betreffende de rechters en de parketmagistraten zijn ook van betreffende de rechters en de parketmagistraten zijn ook van
toepassing op de griffiers. toepassing op de griffiers.
B.4.3. Volgens de Raad van State wordt « het ambt van griffier [...] B.4.3. Volgens de Raad van State wordt « het ambt van griffier [...]
gekenmerkt door een dualiteit. Enerzijds fungeert hij als openbaar gekenmerkt door een dualiteit. Enerzijds fungeert hij als openbaar
ambtenaar belast met gerechtelijke taken. Anderzijds moet hij de ambtenaar belast met gerechtelijke taken. Anderzijds moet hij de
rechter bijstaan in al zijn ambtsverrichtingen, waarbij hij als lid rechter bijstaan in al zijn ambtsverrichtingen, waarbij hij als lid
van de rechterlijke orde optreedt als authentificator van het van de rechterlijke orde optreedt als authentificator van het
gerechtelijk gebeuren. [...] Uit de boeken I en II van deel II van het gerechtelijk gebeuren. [...] Uit de boeken I en II van deel II van het
Gerechtelijk Wetboek kan worden afgeleid dat de griffier een orgaan is Gerechtelijk Wetboek kan worden afgeleid dat de griffier een orgaan is
van de gerechtelijke macht en behoort tot de rechterlijke orde » van de gerechtelijke macht en behoort tot de rechterlijke orde »
(Gedr. St., Kamer, 1995-1996, nr. 645/11, pp. 16 en 17). (Gedr. St., Kamer, 1995-1996, nr. 645/11, pp. 16 en 17).
Het is uit hoofde van zijn medewerking aan de uitoefening van de Het is uit hoofde van zijn medewerking aan de uitoefening van de
rechterlijke macht dat de griffier, die naast en met de rechter rechterlijke macht dat de griffier, die naast en met de rechter
publiek optreedt, in de ogen van het publiek onafhankelijkheid en publiek optreedt, in de ogen van het publiek onafhankelijkheid en
onpartijdigheid dient uit te stralen. onpartijdigheid dient uit te stralen.
Zoals ook opgemerkt door de Raad van State sluit het statuut van de Zoals ook opgemerkt door de Raad van State sluit het statuut van de
griffiers, zoals geregeld in het Gerechtelijk Wetboek, nauwer aan bij griffiers, zoals geregeld in het Gerechtelijk Wetboek, nauwer aan bij
dat van de magistraten dan de regeling welke van toepassing is op de dat van de magistraten dan de regeling welke van toepassing is op de
secretarissen van de parketten (ibid., p. 20). secretarissen van de parketten (ibid., p. 20).
Dienaangaande is ook relevant de gemaakte vaststelling dat « de Dienaangaande is ook relevant de gemaakte vaststelling dat « de
ambtenaren welke niet aan het gezag of aan het rechtstreeks toezicht ambtenaren welke niet aan het gezag of aan het rechtstreeks toezicht
van de uitvoerende macht onderworpen zijn, of die ten opzichte van die van de uitvoerende macht onderworpen zijn, of die ten opzichte van die
macht een zekere onafhankelijkheid moeten bewaren, traditioneel uit de macht een zekere onafhankelijkheid moeten bewaren, traditioneel uit de
werkingssfeer van de wetten betreffende het syndicaal statuut van het werkingssfeer van de wetten betreffende het syndicaal statuut van het
overheidspersoneel werden gehouden » (ibid.). overheidspersoneel werden gehouden » (ibid.).
B.4.4. Het enkele feit dat het ambt van griffier weliswaar B.4.4. Het enkele feit dat het ambt van griffier weliswaar
gedeeltelijk bij het ambt van parketsecretaris aanleunt is geen gedeeltelijk bij het ambt van parketsecretaris aanleunt is geen
voldoende verantwoording om de griffiers binnen het toepassingsgebied voldoende verantwoording om de griffiers binnen het toepassingsgebied
van de wet van 19 december 1974 te brengen, nu hun ambt in meer van de wet van 19 december 1974 te brengen, nu hun ambt in meer
aspecten aanleunt bij dat van de magistraten, gegeven zijnde dat het aspecten aanleunt bij dat van de magistraten, gegeven zijnde dat het
ambt van griffier nauw verbonden is met het begrip rechtbank. ambt van griffier nauw verbonden is met het begrip rechtbank.
B.4.5. Uit een vergelijking van de verschillende categorieën van B.4.5. Uit een vergelijking van de verschillende categorieën van
personen op wie de wet van 19 december 1974 niet van toepassing kan personen op wie de wet van 19 december 1974 niet van toepassing kan
worden verklaard, blijkt bovendien dat, terwijl de magistraten en de worden verklaard, blijkt bovendien dat, terwijl de magistraten en de
griffiers van de rechterlijke orde thans verschillend worden behandeld griffiers van de rechterlijke orde thans verschillend worden behandeld
wat de toepassing van die wet betreft, daarentegen bij de Raad van wat de toepassing van die wet betreft, daarentegen bij de Raad van
State de griffiers op dezelfde wijze worden behandeld als de leden State de griffiers op dezelfde wijze worden behandeld als de leden
zelf van dat rechtscollege. Nochtans verhouden de griffiers van de zelf van dat rechtscollege. Nochtans verhouden de griffiers van de
rechterlijke macht zich tot de magistraten van de zetel op een wijze rechterlijke macht zich tot de magistraten van de zetel op een wijze
die vergelijkbaar is met de verhouding tussen de griffiers en de leden die vergelijkbaar is met de verhouding tussen de griffiers en de leden
van de Raad van State. van de Raad van State.
Ten slotte zijn de magistraten en de griffiers van de rechterlijke Ten slotte zijn de magistraten en de griffiers van de rechterlijke
orde aan eenzelfde stelsel van onverenigbaarheden onderworpen, wat orde aan eenzelfde stelsel van onverenigbaarheden onderworpen, wat
onder meer inhoudt dat beide ambten onverenigbaar zijn met de onder meer inhoudt dat beide ambten onverenigbaar zijn met de
uitoefening van een bij verkiezing verleend openbaar mandaat, waardoor uitoefening van een bij verkiezing verleend openbaar mandaat, waardoor
de wetgever de neutraliteit en de objectiviteit heeft willen de wetgever de neutraliteit en de objectiviteit heeft willen
waarborgen van de personen die aan de uitoefening van de gerechtelijke waarborgen van de personen die aan de uitoefening van de gerechtelijke
ambten deelnemen. ambten deelnemen.
B.5. Het verschil in behandeling tussen beide categorieën berust niet B.5. Het verschil in behandeling tussen beide categorieën berust niet
op een voldoende verantwoording. op een voldoende verantwoording.
Het middel is gegrond. Het middel is gegrond.
Om die redenen, Om die redenen,
het Hof het Hof
vernietigt artikel 12, F, van de wet van 20 mei 1997 houdende diverse vernietigt artikel 12, F, van de wet van 20 mei 1997 houdende diverse
maatregelen inzake ambtenarenzaken. maatregelen inzake ambtenarenzaken.
Aldus uitgesproken in het Nederlands, het Frans en het Duits, Aldus uitgesproken in het Nederlands, het Frans en het Duits,
overeenkomstig artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op overeenkomstig artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op
het Arbitragehof, op de openbare terechtzitting van 16 december 1998. het Arbitragehof, op de openbare terechtzitting van 16 december 1998.
De griffier, De griffier,
L. Potoms. L. Potoms.
De voorzitter, De voorzitter,
L. De Grève. L. De Grève.
^