← Terug naar "Arrest nr. 87/98 van 15 juli 1998 Rolnummer 1267 In zake : de prejudiciële vraag
betreffende het koninklijk besluit nr. 22 van 24 oktober 1934 waarbij aan bepaalde veroordeelden en aan
de gefailleerden verbod wordt opgelegd bepaalde ambten, b Het Arbitragehof, samengesteld uit de
voorzitters M. Melchior en L. De Grève, en de rechters P. (...)"
Arrest nr. 87/98 van 15 juli 1998 Rolnummer 1267 In zake : de prejudiciële vraag betreffende het koninklijk besluit nr. 22 van 24 oktober 1934 waarbij aan bepaalde veroordeelden en aan de gefailleerden verbod wordt opgelegd bepaalde ambten, b Het Arbitragehof, samengesteld uit de voorzitters M. Melchior en L. De Grève, en de rechters P. (...) | Arrest nr. 87/98 van 15 juli 1998 Rolnummer 1267 In zake : de prejudiciële vraag betreffende het koninklijk besluit nr. 22 van 24 oktober 1934 waarbij aan bepaalde veroordeelden en aan de gefailleerden verbod wordt opgelegd bepaalde ambten, b Het Arbitragehof, samengesteld uit de voorzitters M. Melchior en L. De Grève, en de rechters P. (...) |
---|---|
ARBITRAGEHOF | ARBITRAGEHOF |
Arrest nr. 87/98 van 15 juli 1998 | Arrest nr. 87/98 van 15 juli 1998 |
Rolnummer 1267 | Rolnummer 1267 |
In zake : de prejudiciële vraag betreffende het koninklijk besluit nr. | In zake : de prejudiciële vraag betreffende het koninklijk besluit nr. |
22 van 24 oktober 1934 waarbij aan bepaalde veroordeelden en aan de | 22 van 24 oktober 1934 waarbij aan bepaalde veroordeelden en aan de |
gefailleerden verbod wordt opgelegd bepaalde ambten, beroepen of | gefailleerden verbod wordt opgelegd bepaalde ambten, beroepen of |
werkzaamheden uit te oefenen en waarbij aan de rechtbanken van | werkzaamheden uit te oefenen en waarbij aan de rechtbanken van |
koophandel de bevoegdheid wordt toegekend dergelijk verbod uit te | koophandel de bevoegdheid wordt toegekend dergelijk verbod uit te |
spreken, gesteld door de Correctionele Rechtbank te Charleroi. | spreken, gesteld door de Correctionele Rechtbank te Charleroi. |
Het Arbitragehof, | Het Arbitragehof, |
samengesteld uit de voorzitters M. Melchior en L. De Grève, en de | samengesteld uit de voorzitters M. Melchior en L. De Grève, en de |
rechters P. Martens, G. De Baets, E. Cerexhe, A. Arts en R. Henneuse, | rechters P. Martens, G. De Baets, E. Cerexhe, A. Arts en R. Henneuse, |
bijgestaan door de griffier L. Potoms, onder voorzitterschap van | bijgestaan door de griffier L. Potoms, onder voorzitterschap van |
voorzitter M. Melchior, | voorzitter M. Melchior, |
wijst na beraad het volgende arrest : | wijst na beraad het volgende arrest : |
I. Onderwerp van de prejudiciële vraag | I. Onderwerp van de prejudiciële vraag |
Bij vonnis van 22 oktober 1997 in zake het openbaar ministerie tegen | Bij vonnis van 22 oktober 1997 in zake het openbaar ministerie tegen |
A.M., waarvan de expeditie ter griffie van het Hof is ingekomen op 30 | A.M., waarvan de expeditie ter griffie van het Hof is ingekomen op 30 |
december 1997, heeft de Correctionele Rechtbank te Charleroi de | december 1997, heeft de Correctionele Rechtbank te Charleroi de |
volgende prejudiciële vraag gesteld : | volgende prejudiciële vraag gesteld : |
« Brengen de wetsbepalingen vervat in het koninklijk besluit nr. 22 | « Brengen de wetsbepalingen vervat in het koninklijk besluit nr. 22 |
van 24 oktober 1934, bekrachtigd bij de wet van 4 augustus 1978, | van 24 oktober 1934, bekrachtigd bij de wet van 4 augustus 1978, |
artikel 83, die vanaf de veroordeling van een beklaagde - wegens | artikel 83, die vanaf de veroordeling van een beklaagde - wegens |
bankbreuk, oplichting, uitgifte van cheques zonder dekking - tot een | bankbreuk, oplichting, uitgifte van cheques zonder dekking - tot een |
vrijheidsstraf van ten minste 3 maanden, zelfs voorwaardelijk, | vrijheidsstraf van ten minste 3 maanden, zelfs voorwaardelijk, |
voorzien in het bestaande of van rechtswege optredende - automatische | voorzien in het bestaande of van rechtswege optredende - automatische |
- verbod, zonder uitdrukkelijk te zijn uitgesproken, de functie of het | - verbod, zonder uitdrukkelijk te zijn uitgesproken, de functie of het |
mandaat van zaakvoerder van een b.v.b.a. en/of bestuurder van een n.v. | mandaat van zaakvoerder van een b.v.b.a. en/of bestuurder van een n.v. |
uit te oefenen, geen schending teweeg van de artikelen 10 en 11 van de | uit te oefenen, geen schending teweeg van de artikelen 10 en 11 van de |
Grondwet en de artikelen 61, 63 en 11 van het Europees Verdrag voor de | Grondwet en de artikelen 61, 63 en 11 van het Europees Verdrag voor de |
Rechten van de Mens (4 november 1950 - Belgisch Staatsblad van 29 juni | Rechten van de Mens (4 november 1950 - Belgisch Staatsblad van 29 juni |
1961), zijnde de schending van het gelijkheidsbeginsel en de | 1961), zijnde de schending van het gelijkheidsbeginsel en de |
miskenning van het evenredigheidsbeginsel, dat in geval van een | miskenning van het evenredigheidsbeginsel, dat in geval van een |
discriminerende of ongelijke rechtspleging tussen de beklaagden van | discriminerende of ongelijke rechtspleging tussen de beklaagden van |
eenzelfde categorie of die zich in eenzelfde situatie bevinden ' een | eenzelfde categorie of die zich in eenzelfde situatie bevinden ' een |
redelijk verband van evenredigheid tussen de aangewende middelen en | redelijk verband van evenredigheid tussen de aangewende middelen en |
het beoogde doel ' vereist en zulks : | het beoogde doel ' vereist en zulks : |
1) aangezien | 1) aangezien |
de veroordeelde niet uitdrukkelijk is gedagvaard, noch is verzocht | de veroordeelde niet uitdrukkelijk is gedagvaard, noch is verzocht |
zich nader te verklaren ten aanzien van die veroordeling tot een | zich nader te verklaren ten aanzien van die veroordeling tot een |
specifieke straf - in tegenstelling met de situatie van alle andere | specifieke straf - in tegenstelling met de situatie van alle andere |
beklaagden; | beklaagden; |
2) aangezien | 2) aangezien |
de veroordeelde zich niet nader heeft kunnen verklaren ten aanzien van | de veroordeelde zich niet nader heeft kunnen verklaren ten aanzien van |
die specifieke en zeer ernstige tenlastelegging die niet vervat is in | die specifieke en zeer ernstige tenlastelegging die niet vervat is in |
de dagvaarding, in tegenstelling met de situatie van alle | de dagvaarding, in tegenstelling met de situatie van alle |
rechtzoekenden, met schending van de rechten van de verdediging en van | rechtzoekenden, met schending van de rechten van de verdediging en van |
de debatten op tegenspraak; | de debatten op tegenspraak; |
3) aangezien | 3) aangezien |
die veroordeling tot een dergelijk verbod zelfs niet is vermeld in het | die veroordeling tot een dergelijk verbod zelfs niet is vermeld in het |
dictum van het veroordelingsarrest en geenszins het gevolg is van een | dictum van het veroordelingsarrest en geenszins het gevolg is van een |
daaropvolgende en op tegenspraak gevoerde procedure, in tegenstelling | daaropvolgende en op tegenspraak gevoerde procedure, in tegenstelling |
met de situatie en het lot van de andere rechtzoekenden (in | met de situatie en het lot van de andere rechtzoekenden (in |
strafzaken, administratieve zaken, handelszaken, sociale en fiscale | strafzaken, administratieve zaken, handelszaken, sociale en fiscale |
zaken) wanneer het erop aankomt het verbod, de opschorting of het | zaken) wanneer het erop aankomt het verbod, de opschorting of het |
verval van de beroepsuitoefening uit te spreken, die vooraf zijn | verval van de beroepsuitoefening uit te spreken, die vooraf zijn |
ingelicht over de vervolgingen met betrekking tot hun veroordeling en | ingelicht over de vervolgingen met betrekking tot hun veroordeling en |
die, hoe dan ook, door de gerechtelijke beslissing zijn ingelicht over | die, hoe dan ook, door de gerechtelijke beslissing zijn ingelicht over |
alle veroordelingen te hunnen laste; | alle veroordelingen te hunnen laste; |
4) aangezien | 4) aangezien |
in tegenstelling met dezelfde bedoelde situaties, die veroordeling tot | in tegenstelling met dezelfde bedoelde situaties, die veroordeling tot |
een dergelijk verbod niet gepaard gaat met enige beperking in de tijd, | een dergelijk verbod niet gepaard gaat met enige beperking in de tijd, |
zonder ernstige verantwoording; | zonder ernstige verantwoording; |
5) aangezien bovendien | 5) aangezien bovendien |
die veroordeling in ernstige mate en zonder redelijke verantwoording | die veroordeling in ernstige mate en zonder redelijke verantwoording |
inbreuk maakt op het beginsel van de individualisering van de | inbreuk maakt op het beginsel van de individualisering van de |
straffen, in zoverre de later geadieerde correctionele rechter slechts | straffen, in zoverre de later geadieerde correctionele rechter slechts |
een uitermate beperkte en werkelijk marginale beoordelingsbevoegdheid | een uitermate beperkte en werkelijk marginale beoordelingsbevoegdheid |
heeft - vooral - indien zoals te dezen de concluant niet meer het | heeft - vooral - indien zoals te dezen de concluant niet meer het |
uitstel van de uitvoering van de gevangenisstraf kan vragen en de | uitstel van de uitvoering van de gevangenisstraf kan vragen en de |
straf (die voortvloeit uit de oorspronkelijke impliciete veroordeling) | straf (die voortvloeit uit de oorspronkelijke impliciete veroordeling) |
overigens geenszins in de tijd beperkt is, in tegenstelling met alle | overigens geenszins in de tijd beperkt is, in tegenstelling met alle |
andere soorten straffen (beroepsverbod) van die aard en alle andere | andere soorten straffen (beroepsverbod) van die aard en alle andere |
materies waarin zij thans worden uitgesproken; | materies waarin zij thans worden uitgesproken; |
6) aangezien ten slotte | 6) aangezien ten slotte |
die bepalingen, die automatisch en blind worden toegepast, in | die bepalingen, die automatisch en blind worden toegepast, in |
tegenstelling met wat voor de andere veroordeelden gebeurt, ernstig | tegenstelling met wat voor de andere veroordeelden gebeurt, ernstig |
inbreuk maken op de vrijheid van vereniging en op de duurzame | inbreuk maken op de vrijheid van vereniging en op de duurzame |
uitoefening van de professionele, winstgevende of patrimoniale | uitoefening van de professionele, winstgevende of patrimoniale |
activiteit van de veroordeelde - op des te nadeliger wijze daar hij | activiteit van de veroordeelde - op des te nadeliger wijze daar hij |
zich reeds in een uiterst moeilijke materiële en financiële situatie | zich reeds in een uiterst moeilijke materiële en financiële situatie |
bevindt en men hem, in abstracto, zonder voldoende reden, weigert | bevindt en men hem, in abstracto, zonder voldoende reden, weigert |
zonder beperking in de tijd een activiteit uit te oefenen die | zonder beperking in de tijd een activiteit uit te oefenen die |
noodzakelijk is voor zijn voortbestaan, het onderhoud van zijn gezin | noodzakelijk is voor zijn voortbestaan, het onderhoud van zijn gezin |
en het vrijwaren van het gezinspatrimonium waarvoor hij instond ? » | en het vrijwaren van het gezinspatrimonium waarvoor hij instond ? » |
II. De feiten en de rechtspleging in het bodemgeschil | II. De feiten en de rechtspleging in het bodemgeschil |
Op 24 mei 1991 heeft het Hof van Beroep te Brussel de beklaagde A.M. | Op 24 mei 1991 heeft het Hof van Beroep te Brussel de beklaagde A.M. |
veroordeeld tot drie jaar gevangenisstraf met uitstel, onder meer | veroordeeld tot drie jaar gevangenisstraf met uitstel, onder meer |
wegens bedrieglijke bankbreuk, uitgifte van ongedekte cheques en | wegens bedrieglijke bankbreuk, uitgifte van ongedekte cheques en |
oplichting. | oplichting. |
Op 4 december 1996 is de beklaagde gedagvaard voor de Correctionele | Op 4 december 1996 is de beklaagde gedagvaard voor de Correctionele |
Rechtbank te Charleroi wegens uitoefening van de functies van | Rechtbank te Charleroi wegens uitoefening van de functies van |
zaakvoerder van een personenvennootschap met beperkte | zaakvoerder van een personenvennootschap met beperkte |
aansprakelijkheid en gedelegeerd bestuurder van een naamloze | aansprakelijkheid en gedelegeerd bestuurder van een naamloze |
vennootschap, terwijl zijn strafrechtelijke veroordeling, krachtens de | vennootschap, terwijl zijn strafrechtelijke veroordeling, krachtens de |
bepalingen van het koninklijk besluit nr. 22 van 24 oktober 1934, | bepalingen van het koninklijk besluit nr. 22 van 24 oktober 1934, |
automatisch het verbod met zich bracht om die functies uit te oefenen. | automatisch het verbod met zich bracht om die functies uit te oefenen. |
Bij vonnis van 22 oktober 1997 heeft de Correctionele Rechtbank aan | Bij vonnis van 22 oktober 1997 heeft de Correctionele Rechtbank aan |
het Hof de voormelde vraag gesteld. | het Hof de voormelde vraag gesteld. |
III. De rechtspleging voor het Hof | III. De rechtspleging voor het Hof |
Bij beschikking van 30 december 1997 heeft de voorzitter in functie de | Bij beschikking van 30 december 1997 heeft de voorzitter in functie de |
rechters van de zetel aangewezen overeenkomstig de artikelen 58 en 59 | rechters van de zetel aangewezen overeenkomstig de artikelen 58 en 59 |
van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof. | van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof. |
De rechters-verslaggevers hebben geoordeeld dat er geen aanleiding was | De rechters-verslaggevers hebben geoordeeld dat er geen aanleiding was |
om artikel 71 of 72 van de organieke wet toe te passen. | om artikel 71 of 72 van de organieke wet toe te passen. |
Van de verwijzingsbeslissing is kennisgegeven overeenkomstig artikel | Van de verwijzingsbeslissing is kennisgegeven overeenkomstig artikel |
77 van de organieke wet bij op 29 januari 1998 ter post aangetekende | 77 van de organieke wet bij op 29 januari 1998 ter post aangetekende |
brieven. | brieven. |
Het bij artikel 74 van de organieke wet voorgeschreven bericht is | Het bij artikel 74 van de organieke wet voorgeschreven bericht is |
bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 27 februari 1998. | bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 27 februari 1998. |
Memories zijn ingediend door : | Memories zijn ingediend door : |
- A.M., wonende te 7180 Seneffe, chemin de la Rocq 24, bij op 6 maart | - A.M., wonende te 7180 Seneffe, chemin de la Rocq 24, bij op 6 maart |
1998 ter post aangetekende brief; | 1998 ter post aangetekende brief; |
- de Ministerraad, Wetstraat 16, 1000 Brussel, bij op 16 maart 1998 | - de Ministerraad, Wetstraat 16, 1000 Brussel, bij op 16 maart 1998 |
ter post aangetekende brief. | ter post aangetekende brief. |
Van die memories is kennisgegeven overeenkomstig artikel 89 van de | Van die memories is kennisgegeven overeenkomstig artikel 89 van de |
organieke wet bij op 25 maart 1998 ter post aangetekende brieven. | organieke wet bij op 25 maart 1998 ter post aangetekende brieven. |
Memories van antwoord zijn ingediend door : | Memories van antwoord zijn ingediend door : |
- A.M., bij op 22 april 1998 ter post aangetekende brief; | - A.M., bij op 22 april 1998 ter post aangetekende brief; |
- de Ministerraad, bij op 24 april 1998 ter post aangetekende brief. | - de Ministerraad, bij op 24 april 1998 ter post aangetekende brief. |
Bij beschikking van 27 mei 1998 heeft het Hof de termijn waarbinnen | Bij beschikking van 27 mei 1998 heeft het Hof de termijn waarbinnen |
het arrest moet worden gewezen, verlengd tot 30 december 1998. | het arrest moet worden gewezen, verlengd tot 30 december 1998. |
Bij beschikking van dezelfde dag heeft het Hof de zaak in gereedheid | Bij beschikking van dezelfde dag heeft het Hof de zaak in gereedheid |
verklaard en de dag van de terechtzitting bepaald op 24 juni 1998, na | verklaard en de dag van de terechtzitting bepaald op 24 juni 1998, na |
de vraag te hebben geherformuleerd. | de vraag te hebben geherformuleerd. |
Van die beschikking is kennisgegeven aan de partijen en hun advocaten | Van die beschikking is kennisgegeven aan de partijen en hun advocaten |
bij op 28 mei 1998 ter post aangetekende brieven. | bij op 28 mei 1998 ter post aangetekende brieven. |
Op de openbare terechtzitting van 24 juni 1998 : | Op de openbare terechtzitting van 24 juni 1998 : |
- zijn verschenen : | - zijn verschenen : |
. Mr. M. Lonfils, advocaat bij de balie te Charleroi, voor A.M.; | . Mr. M. Lonfils, advocaat bij de balie te Charleroi, voor A.M.; |
. Mr. R. Ergec loco P. Traest, advocaten bij de balie te Brussel, voor | . Mr. R. Ergec loco P. Traest, advocaten bij de balie te Brussel, voor |
de Ministerraad; | de Ministerraad; |
- hebben de rechters-verslaggevers P. Martens en G. De Baets verslag | - hebben de rechters-verslaggevers P. Martens en G. De Baets verslag |
uitgebracht; | uitgebracht; |
- zijn de voornoemde advocaten gehoord; | - zijn de voornoemde advocaten gehoord; |
- is de zaak in beraad genomen. | - is de zaak in beraad genomen. |
De rechtspleging is gevoerd overeenkomstig de artikelen 62 en volgende | De rechtspleging is gevoerd overeenkomstig de artikelen 62 en volgende |
van de organieke wet, die betrekking hebben op het gebruik van de | van de organieke wet, die betrekking hebben op het gebruik van de |
talen voor het Hof. | talen voor het Hof. |
IV. In rechte | IV. In rechte |
- A - | - A - |
A.1. Na de omstandigheden in herinnering te hebben gebracht die hem | A.1. Na de omstandigheden in herinnering te hebben gebracht die hem |
voor de correctionele rechtbank hebben doen verschijnen, herhaalt en | voor de correctionele rechtbank hebben doen verschijnen, herhaalt en |
ontwikkelt de beklaagde elk van de zes elementen die in de | ontwikkelt de beklaagde elk van de zes elementen die in de |
prejudiciële vraag zijn uiteengezet. Hij besluit daaruit dat de | prejudiciële vraag zijn uiteengezet. Hij besluit daaruit dat de |
gelijkheid onder de rechtzoekenden voor de wet is verbroken en dat er | gelijkheid onder de rechtzoekenden voor de wet is verbroken en dat er |
schending is van de artikelen 10 en 11 van Grondwet alsmede van de | schending is van de artikelen 10 en 11 van Grondwet alsmede van de |
artikelen 6.1, 6.3 en 11 van het Europees Verdrag voor de Rechten van | artikelen 6.1, 6.3 en 11 van het Europees Verdrag voor de Rechten van |
de Mens. | de Mens. |
A.2. De Ministerraad herinnert aan de bewoordingen van het verslag aan | A.2. De Ministerraad herinnert aan de bewoordingen van het verslag aan |
de Koning dat aan het koninklijk besluit nr. 22 voorafgaat en leidt | de Koning dat aan het koninklijk besluit nr. 22 voorafgaat en leidt |
daaruit af dat het koninklijk besluit gegrond is op objectieve en | daaruit af dat het koninklijk besluit gegrond is op objectieve en |
redelijke criteria van onderscheid, en dat de in artikel 1 bedoelde | redelijke criteria van onderscheid, en dat de in artikel 1 bedoelde |
veroordeelden zich van de andere categorieën van personen | veroordeelden zich van de andere categorieën van personen |
onderscheiden doordat zij zich niet in staat hebben getoond hun eigen | onderscheiden doordat zij zich niet in staat hebben getoond hun eigen |
zaken te beheren. De maatregel zou evenredig zijn met het nagestreefde | zaken te beheren. De maatregel zou evenredig zijn met het nagestreefde |
doel dat erin bestaat de veiligheid van derden te vrijwaren. De | doel dat erin bestaat de veiligheid van derden te vrijwaren. De |
rechter kan weliswaar het verbod in de tijd niet beperken, maar de | rechter kan weliswaar het verbod in de tijd niet beperken, maar de |
veroordeelde kan steeds een rehabilitatie verkrijgen die de straf voor | veroordeelde kan steeds een rehabilitatie verkrijgen die de straf voor |
de toekomst uitwist, zodat het beroepsverbod op hem niet meer van | de toekomst uitwist, zodat het beroepsverbod op hem niet meer van |
toepassing is. | toepassing is. |
De Ministerraad voegt eraan toe dat er geen sprake kan zijn van een | De Ministerraad voegt eraan toe dat er geen sprake kan zijn van een |
inbreuk op de individualisering van de straffen, noch van een | inbreuk op de individualisering van de straffen, noch van een |
schending van artikel 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van | schending van artikel 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van |
de Mens, aangezien het beroepsverbod een veiligheidsmaatregel is die | de Mens, aangezien het beroepsverbod een veiligheidsmaatregel is die |
niet met een straf kan worden gelijkgesteld. Hij is van oordeel dat | niet met een straf kan worden gelijkgesteld. Hij is van oordeel dat |
het verbod om bepaalde functies in een vennootschap uit te oefenen, | het verbod om bepaalde functies in een vennootschap uit te oefenen, |
niet gelijkstaat met een verbod om zich te verenigen. | niet gelijkstaat met een verbod om zich te verenigen. |
Hij wijst op het bestaan van een wetsvoorstel dat ertoe strekt het | Hij wijst op het bestaan van een wetsvoorstel dat ertoe strekt het |
automatisch karakter van het verbod op te heffen en dat aan de rechter | automatisch karakter van het verbod op te heffen en dat aan de rechter |
een beoordelingsbevoegdheid toekent. | een beoordelingsbevoegdheid toekent. |
A.3. De beklaagde repliceert dat de maatregel is genomen toen de | A.3. De beklaagde repliceert dat de maatregel is genomen toen de |
faillissementen, die minder talrijk waren, als onterend werden | faillissementen, die minder talrijk waren, als onterend werden |
beschouwd. Hij wijst op de evolutie die het strafrecht sedertdien | beschouwd. Hij wijst op de evolutie die het strafrecht sedertdien |
heeft ondergaan, op de ontwikkeling van de rechten van de verdediging | heeft ondergaan, op de ontwikkeling van de rechten van de verdediging |
en op de verankering van de rechten van de mens, waaronder het recht | en op de verankering van de rechten van de mens, waaronder het recht |
op arbeid. | op arbeid. |
Hij beklemtoont dat de schendingen die hij betwist nergens anders | Hij beklemtoont dat de schendingen die hij betwist nergens anders |
voorkomen in de strafrechtelijke, gerechtelijke, administratieve, | voorkomen in de strafrechtelijke, gerechtelijke, administratieve, |
fiscale en economische co-ercitieve bepalingen. | fiscale en economische co-ercitieve bepalingen. |
Hij betwist de pertinentie van het argument van de rehabilitatie : | Hij betwist de pertinentie van het argument van de rehabilitatie : |
deze veronderstelt een proeftijd van vijf jaar en de inachtneming van | deze veronderstelt een proeftijd van vijf jaar en de inachtneming van |
zware voorwaarden en kan de tekortkomingen van de maatregel zelf niet | zware voorwaarden en kan de tekortkomingen van de maatregel zelf niet |
goedmaken. | goedmaken. |
Gesteld dat men het verbod als een veiligheidsmaatregel kan | Gesteld dat men het verbod als een veiligheidsmaatregel kan |
beschouwen, dan onderscheidt het onbeperkte karakter ervan en de | beschouwen, dan onderscheidt het onbeperkte karakter ervan en de |
ontstentenis van een rechtspleging op tegenspraak het van de | ontstentenis van een rechtspleging op tegenspraak het van de |
veiligheidsmaatregelen die op fiscaal, administratief of | veiligheidsmaatregelen die op fiscaal, administratief of |
tuchtrechtelijk vlak worden genomen. | tuchtrechtelijk vlak worden genomen. |
A.4. De Ministerraad antwoordt met te herinneren aan het feit dat geen | A.4. De Ministerraad antwoordt met te herinneren aan het feit dat geen |
enkel grondwettelijk of strafrechtelijk beginsel vereist dat een « | enkel grondwettelijk of strafrechtelijk beginsel vereist dat een « |
veiligheidsmaatregel » voorkomt in een veroordelingsvonnis of dat | veiligheidsmaatregel » voorkomt in een veroordelingsvonnis of dat |
degene op wie het vonnis betrekking heeft zich voor een rechtbank zou | degene op wie het vonnis betrekking heeft zich voor een rechtbank zou |
kunnen verdedigen ten aanzien van de toepassing van de maatregel op | kunnen verdedigen ten aanzien van de toepassing van de maatregel op |
zijn persoon. De enige vraag is of het betwiste systeem een | zijn persoon. De enige vraag is of het betwiste systeem een |
onverantwoord onderscheid teweegbrengt, wat niet het geval is op grond | onverantwoord onderscheid teweegbrengt, wat niet het geval is op grond |
van het nagestreefde doel, dat erin bestaat het vertrouwen in de | van het nagestreefde doel, dat erin bestaat het vertrouwen in de |
handel te verzekeren. | handel te verzekeren. |
- B - | - B - |
B.1. De prejudiciële vraag, geherformuleerd door het Hof, luidt : | B.1. De prejudiciële vraag, geherformuleerd door het Hof, luidt : |
« Worden de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, gelezen in samenhang | « Worden de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, gelezen in samenhang |
met de artikelen 6.1, 6.3 en 11 van het Europees Verdrag voor de | met de artikelen 6.1, 6.3 en 11 van het Europees Verdrag voor de |
Rechten van de Mens, geschonden door de bepalingen die zijn vervat in | Rechten van de Mens, geschonden door de bepalingen die zijn vervat in |
het koninklijk besluit nr. 22 van 24 oktober 1934, bekrachtigd door de | het koninklijk besluit nr. 22 van 24 oktober 1934, bekrachtigd door de |
wet van 4 augustus 1978 tot economische heroriëntering, die, in geval | wet van 4 augustus 1978 tot economische heroriëntering, die, in geval |
van veroordeling van een beklaagde wegens bankbreuk, oplichting, | van veroordeling van een beklaagde wegens bankbreuk, oplichting, |
uitgifte van cheques zonder dekking, tot een gevangenisstraf van ten | uitgifte van cheques zonder dekking, tot een gevangenisstraf van ten |
minste drie maanden, zelfs voorwaardelijk, voorzien in een verbod tot | minste drie maanden, zelfs voorwaardelijk, voorzien in een verbod tot |
uitoefening van de functie van zaakvoerder van een | uitoefening van de functie van zaakvoerder van een |
personenvennootschap met beperkte aansprakelijkheid of van bestuurder | personenvennootschap met beperkte aansprakelijkheid of van bestuurder |
van een naamloze vennootschap, doordat : | van een naamloze vennootschap, doordat : |
- die veroordeling is uitgesproken zonder dat de veroordeelde is | - die veroordeling is uitgesproken zonder dat de veroordeelde is |
gedagvaard, noch is verzocht zich daarover te verklaren, | gedagvaard, noch is verzocht zich daarover te verklaren, |
- zij niet is vermeld in het dictum van de beslissing tot veroordeling | - zij niet is vermeld in het dictum van de beslissing tot veroordeling |
en niet het gevolg is van een rechtspleging op tegenspraak, | en niet het gevolg is van een rechtspleging op tegenspraak, |
- zij niet gepaard gaat met enige beperking in de tijd, | - zij niet gepaard gaat met enige beperking in de tijd, |
- zij inbreuk maakt op het beginsel van de individualisering van de | - zij inbreuk maakt op het beginsel van de individualisering van de |
straffen, | straffen, |
- zij inbreuk maakt op de vrijheid van vereniging van de veroordeelde | - zij inbreuk maakt op de vrijheid van vereniging van de veroordeelde |
en op de duurzame uitoefening van een beroepsactiviteit ? » | en op de duurzame uitoefening van een beroepsactiviteit ? » |
B.2. Vermits de aangevoerde discriminerende behandeling vervat is in | B.2. Vermits de aangevoerde discriminerende behandeling vervat is in |
de artikelen 1 en 1bis van het koninklijk besluit nr. 22 van 24 | de artikelen 1 en 1bis van het koninklijk besluit nr. 22 van 24 |
oktober 1934 « waarbij aan bepaalde veroordeelden en aan de | oktober 1934 « waarbij aan bepaalde veroordeelden en aan de |
gefailleerden verbod wordt opgelegd bepaalde ambten, beroepen of | gefailleerden verbod wordt opgelegd bepaalde ambten, beroepen of |
werkzaamheden uit te oefenen en waarbij aan de rechtbanken van | werkzaamheden uit te oefenen en waarbij aan de rechtbanken van |
koophandel de bevoegdheid wordt toegekend dergelijk verbod uit te | koophandel de bevoegdheid wordt toegekend dergelijk verbod uit te |
spreken », beperkt het Hof zijn toetsing tot die bepalingen. | spreken », beperkt het Hof zijn toetsing tot die bepalingen. |
B.3. Artikel 1 van het koninklijk besluit nr. 22 van 24 oktober 1934 | B.3. Artikel 1 van het koninklijk besluit nr. 22 van 24 oktober 1934 |
voert van rechtswege een verbod in tot het uitoefenen van « de functie | voert van rechtswege een verbod in tot het uitoefenen van « de functie |
van beheerder, commissaris of zaakvoerder in een vennootschap op | van beheerder, commissaris of zaakvoerder in een vennootschap op |
aandelen, besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid, | aandelen, besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid, |
coöperatieve vennootschap, enige functie waarbij macht wordt verleend | coöperatieve vennootschap, enige functie waarbij macht wordt verleend |
om een van die vennootschappen te verbinden, [en] de functies van | om een van die vennootschappen te verbinden, [en] de functies van |
aangestelde voor het beheer van een Belgisch filiaal bedoeld in | aangestelde voor het beheer van een Belgisch filiaal bedoeld in |
artikel 198, tweede lid, van de op 30 november 1935 gecoördineerde | artikel 198, tweede lid, van de op 30 november 1935 gecoördineerde |
wetten op de handelsvennootschappen ». | wetten op de handelsvennootschappen ». |
Dat verbod geldt ten aanzien van personen die zijn veroordeeld tot een | Dat verbod geldt ten aanzien van personen die zijn veroordeeld tot een |
gevangenisstraf van ten minste drie maanden, zelfs voorwaardelijk, | gevangenisstraf van ten minste drie maanden, zelfs voorwaardelijk, |
voor een van de in artikel 1, litterae a tot h, opgesomde misdrijven. | voor een van de in artikel 1, litterae a tot h, opgesomde misdrijven. |
B.4. In het verslag aan de Koning dat het koninklijk besluit nr. 22 | B.4. In het verslag aan de Koning dat het koninklijk besluit nr. 22 |
van 24 oktober 1934 voorafgaat, is de doelstelling van het besluit als | van 24 oktober 1934 voorafgaat, is de doelstelling van het besluit als |
volgt omschreven : | volgt omschreven : |
« Om het vertrouwen in bedoelde instellingen [- bedoeld zijn de | « Om het vertrouwen in bedoelde instellingen [- bedoeld zijn de |
vennootschappen die een beroep doen op de spaargelden van derden -] te | vennootschappen die een beroep doen op de spaargelden van derden -] te |
versterken komt het er op aan het bestuur, het toezicht en het beheer | versterken komt het er op aan het bestuur, het toezicht en het beheer |
er van te ontzeggen aan onwaardige personen, wier gebrek aan | er van te ontzeggen aan onwaardige personen, wier gebrek aan |
rechtschapenheid duidelijk blijkt of aan personen, zoals | rechtschapenheid duidelijk blijkt of aan personen, zoals |
gefailleerden, die, waar ze zich ongeschikt hebben betoond om hun | gefailleerden, die, waar ze zich ongeschikt hebben betoond om hun |
eigen zaken te beheren, niet zonder gevaar geroepen kunnen worden om | eigen zaken te beheren, niet zonder gevaar geroepen kunnen worden om |
andermans belangen waar te nemen. | andermans belangen waar te nemen. |
De veroordeelingen, in artikel 1 van het ontwerp opgesomd, worden | De veroordeelingen, in artikel 1 van het ontwerp opgesomd, worden |
slechts uitgesproken voor feiten die niet strooken met de meeste | slechts uitgesproken voor feiten die niet strooken met de meeste |
elementaire eerlijkheid, of voor feiten waaruit blijkt dat de persoon, | elementaire eerlijkheid, of voor feiten waaruit blijkt dat de persoon, |
die ze beging, tot het beheeren van een handelszaak of | die ze beging, tot het beheeren van een handelszaak of |
nijverheidsbedrijf onbevoegd is. | nijverheidsbedrijf onbevoegd is. |
De feiten moeten reeds van vrij ernstigen aard zijn, daar het verbod | De feiten moeten reeds van vrij ernstigen aard zijn, daar het verbod |
slechts kan toegepast worden, indien de uitgesproken straf een | slechts kan toegepast worden, indien de uitgesproken straf een |
vrijheidsstraf is van ten minste drie maanden. Of de straf al dan niet | vrijheidsstraf is van ten minste drie maanden. Of de straf al dan niet |
voorwaardelijk was doet weinig ter zake. Eenerzijds wordt een | voorwaardelijk was doet weinig ter zake. Eenerzijds wordt een |
veroordeeling tot drie maanden gevangenisstraf, zelfs met uitstel, | veroordeeling tot drie maanden gevangenisstraf, zelfs met uitstel, |
nooit uitgesproken voor een gering vergrijp; anderzijds ware het | nooit uitgesproken voor een gering vergrijp; anderzijds ware het |
onrechtvaardig het verbod te doen afhangen van een omstandigheid | onrechtvaardig het verbod te doen afhangen van een omstandigheid |
vreemd aan het gepleegd vergrijp, bijvoorbeeld van een vroegere | vreemd aan het gepleegd vergrijp, bijvoorbeeld van een vroegere |
veroordeeling tot een correctioneele boete uit hoofde van een | veroordeeling tot een correctioneele boete uit hoofde van een |
politieovertreding op het wegverkeer. | politieovertreding op het wegverkeer. |
Het verbod begint den dag waarop de beslissing kracht van gewijsde | Het verbod begint den dag waarop de beslissing kracht van gewijsde |
heeft verkregen; overeenkomstig het gemeen recht doet het eerherstel | heeft verkregen; overeenkomstig het gemeen recht doet het eerherstel |
van den veroordeelde het verbod ophouden (art. 7 der wet van 25 April | van den veroordeelde het verbod ophouden (art. 7 der wet van 25 April |
1896). | 1896). |
Het verbod treft ook, krachtens artikel 2, de personen die, | Het verbod treft ook, krachtens artikel 2, de personen die, |
veroordeeld in het buitenland, hun werkzaamheid in België komen | veroordeeld in het buitenland, hun werkzaamheid in België komen |
uitoefenen. [...] | uitoefenen. [...] |
In verband met de redenen, die dit verbod wettigen, moet het zelfs van | In verband met de redenen, die dit verbod wettigen, moet het zelfs van |
toepassing zijn op hen, die vóór het van kracht worden van het | toepassing zijn op hen, die vóór het van kracht worden van het |
tegenwoordig besluit veroordeeld zijn geworden. Bovendien heeft het | tegenwoordig besluit veroordeeld zijn geworden. Bovendien heeft het |
verbod hier niet het karakter van een straf, maar van eene burgerlijke | verbod hier niet het karakter van een straf, maar van eene burgerlijke |
onbekwaamheid waaraan artikel 2 van het Wetboek van Strafrecht vreemd | onbekwaamheid waaraan artikel 2 van het Wetboek van Strafrecht vreemd |
is. [...] » (Belgisch Staatsblad, 27 oktober 1934, pp. 5768-5769) | is. [...] » (Belgisch Staatsblad, 27 oktober 1934, pp. 5768-5769) |
B.5. Die oorspronkelijke doelstelling is bij wet van 4 augustus 1978 | B.5. Die oorspronkelijke doelstelling is bij wet van 4 augustus 1978 |
tot economische heroriëntering uitgebreid met het oog op « de strijd | tot economische heroriëntering uitgebreid met het oog op « de strijd |
tegen de koppelbazen en meer algemeen voor de gezondmaking van de | tegen de koppelbazen en meer algemeen voor de gezondmaking van de |
handelsfunctie » (Gedr. St., Senaat, 1977-1978, nr. 415-1, p. 46). | handelsfunctie » (Gedr. St., Senaat, 1977-1978, nr. 415-1, p. 46). |
Naast de wijziging van het opschrift van het koninklijk besluit nr. 22 | Naast de wijziging van het opschrift van het koninklijk besluit nr. 22 |
en de vervanging van artikel 1 - dat op een aantal punten afwijkt van | en de vervanging van artikel 1 - dat op een aantal punten afwijkt van |
de vorige bepaling, maar de basisregels ervan ongewijzigd laat - werd | de vorige bepaling, maar de basisregels ervan ongewijzigd laat - werd |
door artikel 84 van de wet van 4 augustus 1978 een artikel 1bis | door artikel 84 van de wet van 4 augustus 1978 een artikel 1bis |
ingevoegd in het koninklijk besluit nr. 22. | ingevoegd in het koninklijk besluit nr. 22. |
Artikel 1bis verruimt, voor de daders of mededaders van een eenvoudige | Artikel 1bis verruimt, voor de daders of mededaders van een eenvoudige |
of bedrieglijke bankbreuk veroordeeld tot een vrijheidsberovende straf | of bedrieglijke bankbreuk veroordeeld tot een vrijheidsberovende straf |
van ten minste drie maanden, het in artikel 1 bedoelde verbod tot een | van ten minste drie maanden, het in artikel 1 bedoelde verbod tot een |
verbod van uitoefening, persoonlijk of door een tussenpersoon, van een | verbod van uitoefening, persoonlijk of door een tussenpersoon, van een |
koopmansbedrijf. | koopmansbedrijf. |
B.6. Uit de aard van de in artikel 1, litterae a tot h, en artikel | B.6. Uit de aard van de in artikel 1, litterae a tot h, en artikel |
1bis opgesomde misdrijven blijkt dat het telkens gaat om strafbare | 1bis opgesomde misdrijven blijkt dat het telkens gaat om strafbare |
feiten die de dader als onbetrouwbaar doen overkomen voor het | feiten die de dader als onbetrouwbaar doen overkomen voor het |
uitoefenen van bepaalde commerciële activiteiten. De wetgever heeft | uitoefenen van bepaalde commerciële activiteiten. De wetgever heeft |
derhalve een onderscheid gemaakt dat steunt op een objectief criterium | derhalve een onderscheid gemaakt dat steunt op een objectief criterium |
dat redelijk verband houdt met het beoogde doel, ook al kunnen er | dat redelijk verband houdt met het beoogde doel, ook al kunnen er |
andere strafbare feiten zijn die eveneens het vertrouwen zouden kunnen | andere strafbare feiten zijn die eveneens het vertrouwen zouden kunnen |
schokken. | schokken. |
B.7. Evenwel dient te worden onderzocht of de maatregelen genomen ten | B.7. Evenwel dient te worden onderzocht of de maatregelen genomen ten |
aanzien van de in de artikelen 1 en 1bis bedoelde personen niet | aanzien van de in de artikelen 1 en 1bis bedoelde personen niet |
klaarblijkelijk onevenredig zijn met het nagestreefde doel. | klaarblijkelijk onevenredig zijn met het nagestreefde doel. |
Die maatregelen vormen voor de personen die ze ondergaan een zeer | Die maatregelen vormen voor de personen die ze ondergaan een zeer |
ernstige beperking van de vrijheid van handel en nijverheid. | ernstige beperking van de vrijheid van handel en nijverheid. |
Het beroepsverbod is het automatische gevolg van de strafrechtelijke | Het beroepsverbod is het automatische gevolg van de strafrechtelijke |
veroordeling; het is - behalve in geval van eerherstel - onbeperkt in | veroordeling; het is - behalve in geval van eerherstel - onbeperkt in |
de tijd, ongeacht de ernst van het misdrijf; het dient niet te worden | de tijd, ongeacht de ernst van het misdrijf; het dient niet te worden |
gevorderd door het openbaar ministerie en er dient geen debat over te | gevorderd door het openbaar ministerie en er dient geen debat over te |
worden gevoerd; het vloeit voort uit een vonnis dat op dat punt niet | worden gevoerd; het vloeit voort uit een vonnis dat op dat punt niet |
is gemotiveerd. | is gemotiveerd. |
Dergelijke modaliteiten gaan verder dan wat noodzakelijk is om de | Dergelijke modaliteiten gaan verder dan wat noodzakelijk is om de |
nagestreefde doelstelling te bereiken. | nagestreefde doelstelling te bereiken. |
Het blijkt niet dat het vertrouwen in de handel, dat het door de | Het blijkt niet dat het vertrouwen in de handel, dat het door de |
wetgever nagestreefde doel is, niet voldoende zou zijn gewaarborgd | wetgever nagestreefde doel is, niet voldoende zou zijn gewaarborgd |
wanneer over het beroepsverbod een debat wordt gevoerd na afloop | wanneer over het beroepsverbod een debat wordt gevoerd na afloop |
waarvan de rechter de duur ervan kan bepalen bij een gemotiveerde | waarvan de rechter de duur ervan kan bepalen bij een gemotiveerde |
beslissing. | beslissing. |
Hieruit volgt dat de bepalingen waarin de artikelen 1 en 1bis voorzien | Hieruit volgt dat de bepalingen waarin de artikelen 1 en 1bis voorzien |
de evenredigheidstoets niet kunnen doorstaan. | de evenredigheidstoets niet kunnen doorstaan. |
B.8. De prejudiciële vraag moet bevestigend worden beantwoord. | B.8. De prejudiciële vraag moet bevestigend worden beantwoord. |
Om die redenen, | Om die redenen, |
het Hof | het Hof |
zegt voor recht : | zegt voor recht : |
De artikelen 1 en 1bis van het koninklijk besluit nr. 22 van 24 | De artikelen 1 en 1bis van het koninklijk besluit nr. 22 van 24 |
oktober 1934, respectievelijk vervangen en ingevoegd bij de artikelen | oktober 1934, respectievelijk vervangen en ingevoegd bij de artikelen |
83 en 84 van de wet van 4 augustus 1978 tot economische | 83 en 84 van de wet van 4 augustus 1978 tot economische |
heroriëntering, schenden de artikelen 10 en 11 van de Grondwet in | heroriëntering, schenden de artikelen 10 en 11 van de Grondwet in |
zoverre zij automatische en niet in de tijd beperkte beroepsverboden | zoverre zij automatische en niet in de tijd beperkte beroepsverboden |
instellen. | instellen. |
Aldus uitgesproken in het Frans en het Nederlands, overeenkomstig | Aldus uitgesproken in het Frans en het Nederlands, overeenkomstig |
artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het | artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het |
Arbitragehof, op de openbare terechtzitting van 15 juli 1998. | Arbitragehof, op de openbare terechtzitting van 15 juli 1998. |
De griffier, | De griffier, |
L. Potoms. | L. Potoms. |
De voorzitter, | De voorzitter, |
M. Melchior. | M. Melchior. |