← Terug naar "Arrest nr. 87/98 van 15 juli 1998 Rolnummer 1267 In zake : de prejudiciële vraag
betreffende het koninklijk besluit nr. 22 van 24 oktober 1934 waarbij aan bepaalde veroordeelden en aan
de gefailleerden verbod wordt opgelegd bepaalde ambten, b Het Arbitragehof, samengesteld uit de
voorzitters M. Melchior en L. De Grève, en de rechters P. (...)"
| Arrest nr. 87/98 van 15 juli 1998 Rolnummer 1267 In zake : de prejudiciële vraag betreffende het koninklijk besluit nr. 22 van 24 oktober 1934 waarbij aan bepaalde veroordeelden en aan de gefailleerden verbod wordt opgelegd bepaalde ambten, b Het Arbitragehof, samengesteld uit de voorzitters M. Melchior en L. De Grève, en de rechters P. (...) | Arrest nr. 87/98 van 15 juli 1998 Rolnummer 1267 In zake : de prejudiciële vraag betreffende het koninklijk besluit nr. 22 van 24 oktober 1934 waarbij aan bepaalde veroordeelden en aan de gefailleerden verbod wordt opgelegd bepaalde ambten, b Het Arbitragehof, samengesteld uit de voorzitters M. Melchior en L. De Grève, en de rechters P. (...) |
|---|---|
| ARBITRAGEHOF | ARBITRAGEHOF |
| Arrest nr. 87/98 van 15 juli 1998 | Arrest nr. 87/98 van 15 juli 1998 |
| Rolnummer 1267 | Rolnummer 1267 |
| In zake : de prejudiciële vraag betreffende het koninklijk besluit nr. | In zake : de prejudiciële vraag betreffende het koninklijk besluit nr. |
| 22 van 24 oktober 1934 waarbij aan bepaalde veroordeelden en aan de | 22 van 24 oktober 1934 waarbij aan bepaalde veroordeelden en aan de |
| gefailleerden verbod wordt opgelegd bepaalde ambten, beroepen of | gefailleerden verbod wordt opgelegd bepaalde ambten, beroepen of |
| werkzaamheden uit te oefenen en waarbij aan de rechtbanken van | werkzaamheden uit te oefenen en waarbij aan de rechtbanken van |
| koophandel de bevoegdheid wordt toegekend dergelijk verbod uit te | koophandel de bevoegdheid wordt toegekend dergelijk verbod uit te |
| spreken, gesteld door de Correctionele Rechtbank te Charleroi. | spreken, gesteld door de Correctionele Rechtbank te Charleroi. |
| Het Arbitragehof, | Het Arbitragehof, |
| samengesteld uit de voorzitters M. Melchior en L. De Grève, en de | samengesteld uit de voorzitters M. Melchior en L. De Grève, en de |
| rechters P. Martens, G. De Baets, E. Cerexhe, A. Arts en R. Henneuse, | rechters P. Martens, G. De Baets, E. Cerexhe, A. Arts en R. Henneuse, |
| bijgestaan door de griffier L. Potoms, onder voorzitterschap van | bijgestaan door de griffier L. Potoms, onder voorzitterschap van |
| voorzitter M. Melchior, | voorzitter M. Melchior, |
| wijst na beraad het volgende arrest : | wijst na beraad het volgende arrest : |
| I. Onderwerp van de prejudiciële vraag | I. Onderwerp van de prejudiciële vraag |
| Bij vonnis van 22 oktober 1997 in zake het openbaar ministerie tegen | Bij vonnis van 22 oktober 1997 in zake het openbaar ministerie tegen |
| A.M., waarvan de expeditie ter griffie van het Hof is ingekomen op 30 | A.M., waarvan de expeditie ter griffie van het Hof is ingekomen op 30 |
| december 1997, heeft de Correctionele Rechtbank te Charleroi de | december 1997, heeft de Correctionele Rechtbank te Charleroi de |
| volgende prejudiciële vraag gesteld : | volgende prejudiciële vraag gesteld : |
| « Brengen de wetsbepalingen vervat in het koninklijk besluit nr. 22 | « Brengen de wetsbepalingen vervat in het koninklijk besluit nr. 22 |
| van 24 oktober 1934, bekrachtigd bij de wet van 4 augustus 1978, | van 24 oktober 1934, bekrachtigd bij de wet van 4 augustus 1978, |
| artikel 83, die vanaf de veroordeling van een beklaagde - wegens | artikel 83, die vanaf de veroordeling van een beklaagde - wegens |
| bankbreuk, oplichting, uitgifte van cheques zonder dekking - tot een | bankbreuk, oplichting, uitgifte van cheques zonder dekking - tot een |
| vrijheidsstraf van ten minste 3 maanden, zelfs voorwaardelijk, | vrijheidsstraf van ten minste 3 maanden, zelfs voorwaardelijk, |
| voorzien in het bestaande of van rechtswege optredende - automatische | voorzien in het bestaande of van rechtswege optredende - automatische |
| - verbod, zonder uitdrukkelijk te zijn uitgesproken, de functie of het | - verbod, zonder uitdrukkelijk te zijn uitgesproken, de functie of het |
| mandaat van zaakvoerder van een b.v.b.a. en/of bestuurder van een n.v. | mandaat van zaakvoerder van een b.v.b.a. en/of bestuurder van een n.v. |
| uit te oefenen, geen schending teweeg van de artikelen 10 en 11 van de | uit te oefenen, geen schending teweeg van de artikelen 10 en 11 van de |
| Grondwet en de artikelen 61, 63 en 11 van het Europees Verdrag voor de | Grondwet en de artikelen 61, 63 en 11 van het Europees Verdrag voor de |
| Rechten van de Mens (4 november 1950 - Belgisch Staatsblad van 29 juni | Rechten van de Mens (4 november 1950 - Belgisch Staatsblad van 29 juni |
| 1961), zijnde de schending van het gelijkheidsbeginsel en de | 1961), zijnde de schending van het gelijkheidsbeginsel en de |
| miskenning van het evenredigheidsbeginsel, dat in geval van een | miskenning van het evenredigheidsbeginsel, dat in geval van een |
| discriminerende of ongelijke rechtspleging tussen de beklaagden van | discriminerende of ongelijke rechtspleging tussen de beklaagden van |
| eenzelfde categorie of die zich in eenzelfde situatie bevinden ' een | eenzelfde categorie of die zich in eenzelfde situatie bevinden ' een |
| redelijk verband van evenredigheid tussen de aangewende middelen en | redelijk verband van evenredigheid tussen de aangewende middelen en |
| het beoogde doel ' vereist en zulks : | het beoogde doel ' vereist en zulks : |
| 1) aangezien | 1) aangezien |
| de veroordeelde niet uitdrukkelijk is gedagvaard, noch is verzocht | de veroordeelde niet uitdrukkelijk is gedagvaard, noch is verzocht |
| zich nader te verklaren ten aanzien van die veroordeling tot een | zich nader te verklaren ten aanzien van die veroordeling tot een |
| specifieke straf - in tegenstelling met de situatie van alle andere | specifieke straf - in tegenstelling met de situatie van alle andere |
| beklaagden; | beklaagden; |
| 2) aangezien | 2) aangezien |
| de veroordeelde zich niet nader heeft kunnen verklaren ten aanzien van | de veroordeelde zich niet nader heeft kunnen verklaren ten aanzien van |
| die specifieke en zeer ernstige tenlastelegging die niet vervat is in | die specifieke en zeer ernstige tenlastelegging die niet vervat is in |
| de dagvaarding, in tegenstelling met de situatie van alle | de dagvaarding, in tegenstelling met de situatie van alle |
| rechtzoekenden, met schending van de rechten van de verdediging en van | rechtzoekenden, met schending van de rechten van de verdediging en van |
| de debatten op tegenspraak; | de debatten op tegenspraak; |
| 3) aangezien | 3) aangezien |
| die veroordeling tot een dergelijk verbod zelfs niet is vermeld in het | die veroordeling tot een dergelijk verbod zelfs niet is vermeld in het |
| dictum van het veroordelingsarrest en geenszins het gevolg is van een | dictum van het veroordelingsarrest en geenszins het gevolg is van een |
| daaropvolgende en op tegenspraak gevoerde procedure, in tegenstelling | daaropvolgende en op tegenspraak gevoerde procedure, in tegenstelling |
| met de situatie en het lot van de andere rechtzoekenden (in | met de situatie en het lot van de andere rechtzoekenden (in |
| strafzaken, administratieve zaken, handelszaken, sociale en fiscale | strafzaken, administratieve zaken, handelszaken, sociale en fiscale |
| zaken) wanneer het erop aankomt het verbod, de opschorting of het | zaken) wanneer het erop aankomt het verbod, de opschorting of het |
| verval van de beroepsuitoefening uit te spreken, die vooraf zijn | verval van de beroepsuitoefening uit te spreken, die vooraf zijn |
| ingelicht over de vervolgingen met betrekking tot hun veroordeling en | ingelicht over de vervolgingen met betrekking tot hun veroordeling en |
| die, hoe dan ook, door de gerechtelijke beslissing zijn ingelicht over | die, hoe dan ook, door de gerechtelijke beslissing zijn ingelicht over |
| alle veroordelingen te hunnen laste; | alle veroordelingen te hunnen laste; |
| 4) aangezien | 4) aangezien |
| in tegenstelling met dezelfde bedoelde situaties, die veroordeling tot | in tegenstelling met dezelfde bedoelde situaties, die veroordeling tot |
| een dergelijk verbod niet gepaard gaat met enige beperking in de tijd, | een dergelijk verbod niet gepaard gaat met enige beperking in de tijd, |
| zonder ernstige verantwoording; | zonder ernstige verantwoording; |
| 5) aangezien bovendien | 5) aangezien bovendien |
| die veroordeling in ernstige mate en zonder redelijke verantwoording | die veroordeling in ernstige mate en zonder redelijke verantwoording |
| inbreuk maakt op het beginsel van de individualisering van de | inbreuk maakt op het beginsel van de individualisering van de |
| straffen, in zoverre de later geadieerde correctionele rechter slechts | straffen, in zoverre de later geadieerde correctionele rechter slechts |
| een uitermate beperkte en werkelijk marginale beoordelingsbevoegdheid | een uitermate beperkte en werkelijk marginale beoordelingsbevoegdheid |
| heeft - vooral - indien zoals te dezen de concluant niet meer het | heeft - vooral - indien zoals te dezen de concluant niet meer het |
| uitstel van de uitvoering van de gevangenisstraf kan vragen en de | uitstel van de uitvoering van de gevangenisstraf kan vragen en de |
| straf (die voortvloeit uit de oorspronkelijke impliciete veroordeling) | straf (die voortvloeit uit de oorspronkelijke impliciete veroordeling) |
| overigens geenszins in de tijd beperkt is, in tegenstelling met alle | overigens geenszins in de tijd beperkt is, in tegenstelling met alle |
| andere soorten straffen (beroepsverbod) van die aard en alle andere | andere soorten straffen (beroepsverbod) van die aard en alle andere |
| materies waarin zij thans worden uitgesproken; | materies waarin zij thans worden uitgesproken; |
| 6) aangezien ten slotte | 6) aangezien ten slotte |
| die bepalingen, die automatisch en blind worden toegepast, in | die bepalingen, die automatisch en blind worden toegepast, in |
| tegenstelling met wat voor de andere veroordeelden gebeurt, ernstig | tegenstelling met wat voor de andere veroordeelden gebeurt, ernstig |
| inbreuk maken op de vrijheid van vereniging en op de duurzame | inbreuk maken op de vrijheid van vereniging en op de duurzame |
| uitoefening van de professionele, winstgevende of patrimoniale | uitoefening van de professionele, winstgevende of patrimoniale |
| activiteit van de veroordeelde - op des te nadeliger wijze daar hij | activiteit van de veroordeelde - op des te nadeliger wijze daar hij |
| zich reeds in een uiterst moeilijke materiële en financiële situatie | zich reeds in een uiterst moeilijke materiële en financiële situatie |
| bevindt en men hem, in abstracto, zonder voldoende reden, weigert | bevindt en men hem, in abstracto, zonder voldoende reden, weigert |
| zonder beperking in de tijd een activiteit uit te oefenen die | zonder beperking in de tijd een activiteit uit te oefenen die |
| noodzakelijk is voor zijn voortbestaan, het onderhoud van zijn gezin | noodzakelijk is voor zijn voortbestaan, het onderhoud van zijn gezin |
| en het vrijwaren van het gezinspatrimonium waarvoor hij instond ? » | en het vrijwaren van het gezinspatrimonium waarvoor hij instond ? » |
| II. De feiten en de rechtspleging in het bodemgeschil | II. De feiten en de rechtspleging in het bodemgeschil |
| Op 24 mei 1991 heeft het Hof van Beroep te Brussel de beklaagde A.M. | Op 24 mei 1991 heeft het Hof van Beroep te Brussel de beklaagde A.M. |
| veroordeeld tot drie jaar gevangenisstraf met uitstel, onder meer | veroordeeld tot drie jaar gevangenisstraf met uitstel, onder meer |
| wegens bedrieglijke bankbreuk, uitgifte van ongedekte cheques en | wegens bedrieglijke bankbreuk, uitgifte van ongedekte cheques en |
| oplichting. | oplichting. |
| Op 4 december 1996 is de beklaagde gedagvaard voor de Correctionele | Op 4 december 1996 is de beklaagde gedagvaard voor de Correctionele |
| Rechtbank te Charleroi wegens uitoefening van de functies van | Rechtbank te Charleroi wegens uitoefening van de functies van |
| zaakvoerder van een personenvennootschap met beperkte | zaakvoerder van een personenvennootschap met beperkte |
| aansprakelijkheid en gedelegeerd bestuurder van een naamloze | aansprakelijkheid en gedelegeerd bestuurder van een naamloze |
| vennootschap, terwijl zijn strafrechtelijke veroordeling, krachtens de | vennootschap, terwijl zijn strafrechtelijke veroordeling, krachtens de |
| bepalingen van het koninklijk besluit nr. 22 van 24 oktober 1934, | bepalingen van het koninklijk besluit nr. 22 van 24 oktober 1934, |
| automatisch het verbod met zich bracht om die functies uit te oefenen. | automatisch het verbod met zich bracht om die functies uit te oefenen. |
| Bij vonnis van 22 oktober 1997 heeft de Correctionele Rechtbank aan | Bij vonnis van 22 oktober 1997 heeft de Correctionele Rechtbank aan |
| het Hof de voormelde vraag gesteld. | het Hof de voormelde vraag gesteld. |
| III. De rechtspleging voor het Hof | III. De rechtspleging voor het Hof |
| Bij beschikking van 30 december 1997 heeft de voorzitter in functie de | Bij beschikking van 30 december 1997 heeft de voorzitter in functie de |
| rechters van de zetel aangewezen overeenkomstig de artikelen 58 en 59 | rechters van de zetel aangewezen overeenkomstig de artikelen 58 en 59 |
| van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof. | van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof. |
| De rechters-verslaggevers hebben geoordeeld dat er geen aanleiding was | De rechters-verslaggevers hebben geoordeeld dat er geen aanleiding was |
| om artikel 71 of 72 van de organieke wet toe te passen. | om artikel 71 of 72 van de organieke wet toe te passen. |
| Van de verwijzingsbeslissing is kennisgegeven overeenkomstig artikel | Van de verwijzingsbeslissing is kennisgegeven overeenkomstig artikel |
| 77 van de organieke wet bij op 29 januari 1998 ter post aangetekende | 77 van de organieke wet bij op 29 januari 1998 ter post aangetekende |
| brieven. | brieven. |
| Het bij artikel 74 van de organieke wet voorgeschreven bericht is | Het bij artikel 74 van de organieke wet voorgeschreven bericht is |
| bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 27 februari 1998. | bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 27 februari 1998. |
| Memories zijn ingediend door : | Memories zijn ingediend door : |
| - A.M., wonende te 7180 Seneffe, chemin de la Rocq 24, bij op 6 maart | - A.M., wonende te 7180 Seneffe, chemin de la Rocq 24, bij op 6 maart |
| 1998 ter post aangetekende brief; | 1998 ter post aangetekende brief; |
| - de Ministerraad, Wetstraat 16, 1000 Brussel, bij op 16 maart 1998 | - de Ministerraad, Wetstraat 16, 1000 Brussel, bij op 16 maart 1998 |
| ter post aangetekende brief. | ter post aangetekende brief. |
| Van die memories is kennisgegeven overeenkomstig artikel 89 van de | Van die memories is kennisgegeven overeenkomstig artikel 89 van de |
| organieke wet bij op 25 maart 1998 ter post aangetekende brieven. | organieke wet bij op 25 maart 1998 ter post aangetekende brieven. |
| Memories van antwoord zijn ingediend door : | Memories van antwoord zijn ingediend door : |
| - A.M., bij op 22 april 1998 ter post aangetekende brief; | - A.M., bij op 22 april 1998 ter post aangetekende brief; |
| - de Ministerraad, bij op 24 april 1998 ter post aangetekende brief. | - de Ministerraad, bij op 24 april 1998 ter post aangetekende brief. |
| Bij beschikking van 27 mei 1998 heeft het Hof de termijn waarbinnen | Bij beschikking van 27 mei 1998 heeft het Hof de termijn waarbinnen |
| het arrest moet worden gewezen, verlengd tot 30 december 1998. | het arrest moet worden gewezen, verlengd tot 30 december 1998. |
| Bij beschikking van dezelfde dag heeft het Hof de zaak in gereedheid | Bij beschikking van dezelfde dag heeft het Hof de zaak in gereedheid |
| verklaard en de dag van de terechtzitting bepaald op 24 juni 1998, na | verklaard en de dag van de terechtzitting bepaald op 24 juni 1998, na |
| de vraag te hebben geherformuleerd. | de vraag te hebben geherformuleerd. |
| Van die beschikking is kennisgegeven aan de partijen en hun advocaten | Van die beschikking is kennisgegeven aan de partijen en hun advocaten |
| bij op 28 mei 1998 ter post aangetekende brieven. | bij op 28 mei 1998 ter post aangetekende brieven. |
| Op de openbare terechtzitting van 24 juni 1998 : | Op de openbare terechtzitting van 24 juni 1998 : |
| - zijn verschenen : | - zijn verschenen : |
| . Mr. M. Lonfils, advocaat bij de balie te Charleroi, voor A.M.; | . Mr. M. Lonfils, advocaat bij de balie te Charleroi, voor A.M.; |
| . Mr. R. Ergec loco P. Traest, advocaten bij de balie te Brussel, voor | . Mr. R. Ergec loco P. Traest, advocaten bij de balie te Brussel, voor |
| de Ministerraad; | de Ministerraad; |
| - hebben de rechters-verslaggevers P. Martens en G. De Baets verslag | - hebben de rechters-verslaggevers P. Martens en G. De Baets verslag |
| uitgebracht; | uitgebracht; |
| - zijn de voornoemde advocaten gehoord; | - zijn de voornoemde advocaten gehoord; |
| - is de zaak in beraad genomen. | - is de zaak in beraad genomen. |
| De rechtspleging is gevoerd overeenkomstig de artikelen 62 en volgende | De rechtspleging is gevoerd overeenkomstig de artikelen 62 en volgende |
| van de organieke wet, die betrekking hebben op het gebruik van de | van de organieke wet, die betrekking hebben op het gebruik van de |
| talen voor het Hof. | talen voor het Hof. |
| IV. In rechte | IV. In rechte |
| - A - | - A - |
| A.1. Na de omstandigheden in herinnering te hebben gebracht die hem | A.1. Na de omstandigheden in herinnering te hebben gebracht die hem |
| voor de correctionele rechtbank hebben doen verschijnen, herhaalt en | voor de correctionele rechtbank hebben doen verschijnen, herhaalt en |
| ontwikkelt de beklaagde elk van de zes elementen die in de | ontwikkelt de beklaagde elk van de zes elementen die in de |
| prejudiciële vraag zijn uiteengezet. Hij besluit daaruit dat de | prejudiciële vraag zijn uiteengezet. Hij besluit daaruit dat de |
| gelijkheid onder de rechtzoekenden voor de wet is verbroken en dat er | gelijkheid onder de rechtzoekenden voor de wet is verbroken en dat er |
| schending is van de artikelen 10 en 11 van Grondwet alsmede van de | schending is van de artikelen 10 en 11 van Grondwet alsmede van de |
| artikelen 6.1, 6.3 en 11 van het Europees Verdrag voor de Rechten van | artikelen 6.1, 6.3 en 11 van het Europees Verdrag voor de Rechten van |
| de Mens. | de Mens. |
| A.2. De Ministerraad herinnert aan de bewoordingen van het verslag aan | A.2. De Ministerraad herinnert aan de bewoordingen van het verslag aan |
| de Koning dat aan het koninklijk besluit nr. 22 voorafgaat en leidt | de Koning dat aan het koninklijk besluit nr. 22 voorafgaat en leidt |
| daaruit af dat het koninklijk besluit gegrond is op objectieve en | daaruit af dat het koninklijk besluit gegrond is op objectieve en |
| redelijke criteria van onderscheid, en dat de in artikel 1 bedoelde | redelijke criteria van onderscheid, en dat de in artikel 1 bedoelde |
| veroordeelden zich van de andere categorieën van personen | veroordeelden zich van de andere categorieën van personen |
| onderscheiden doordat zij zich niet in staat hebben getoond hun eigen | onderscheiden doordat zij zich niet in staat hebben getoond hun eigen |
| zaken te beheren. De maatregel zou evenredig zijn met het nagestreefde | zaken te beheren. De maatregel zou evenredig zijn met het nagestreefde |
| doel dat erin bestaat de veiligheid van derden te vrijwaren. De | doel dat erin bestaat de veiligheid van derden te vrijwaren. De |
| rechter kan weliswaar het verbod in de tijd niet beperken, maar de | rechter kan weliswaar het verbod in de tijd niet beperken, maar de |
| veroordeelde kan steeds een rehabilitatie verkrijgen die de straf voor | veroordeelde kan steeds een rehabilitatie verkrijgen die de straf voor |
| de toekomst uitwist, zodat het beroepsverbod op hem niet meer van | de toekomst uitwist, zodat het beroepsverbod op hem niet meer van |
| toepassing is. | toepassing is. |
| De Ministerraad voegt eraan toe dat er geen sprake kan zijn van een | De Ministerraad voegt eraan toe dat er geen sprake kan zijn van een |
| inbreuk op de individualisering van de straffen, noch van een | inbreuk op de individualisering van de straffen, noch van een |
| schending van artikel 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van | schending van artikel 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van |
| de Mens, aangezien het beroepsverbod een veiligheidsmaatregel is die | de Mens, aangezien het beroepsverbod een veiligheidsmaatregel is die |
| niet met een straf kan worden gelijkgesteld. Hij is van oordeel dat | niet met een straf kan worden gelijkgesteld. Hij is van oordeel dat |
| het verbod om bepaalde functies in een vennootschap uit te oefenen, | het verbod om bepaalde functies in een vennootschap uit te oefenen, |
| niet gelijkstaat met een verbod om zich te verenigen. | niet gelijkstaat met een verbod om zich te verenigen. |
| Hij wijst op het bestaan van een wetsvoorstel dat ertoe strekt het | Hij wijst op het bestaan van een wetsvoorstel dat ertoe strekt het |
| automatisch karakter van het verbod op te heffen en dat aan de rechter | automatisch karakter van het verbod op te heffen en dat aan de rechter |
| een beoordelingsbevoegdheid toekent. | een beoordelingsbevoegdheid toekent. |
| A.3. De beklaagde repliceert dat de maatregel is genomen toen de | A.3. De beklaagde repliceert dat de maatregel is genomen toen de |
| faillissementen, die minder talrijk waren, als onterend werden | faillissementen, die minder talrijk waren, als onterend werden |
| beschouwd. Hij wijst op de evolutie die het strafrecht sedertdien | beschouwd. Hij wijst op de evolutie die het strafrecht sedertdien |
| heeft ondergaan, op de ontwikkeling van de rechten van de verdediging | heeft ondergaan, op de ontwikkeling van de rechten van de verdediging |
| en op de verankering van de rechten van de mens, waaronder het recht | en op de verankering van de rechten van de mens, waaronder het recht |
| op arbeid. | op arbeid. |
| Hij beklemtoont dat de schendingen die hij betwist nergens anders | Hij beklemtoont dat de schendingen die hij betwist nergens anders |
| voorkomen in de strafrechtelijke, gerechtelijke, administratieve, | voorkomen in de strafrechtelijke, gerechtelijke, administratieve, |
| fiscale en economische co-ercitieve bepalingen. | fiscale en economische co-ercitieve bepalingen. |
| Hij betwist de pertinentie van het argument van de rehabilitatie : | Hij betwist de pertinentie van het argument van de rehabilitatie : |
| deze veronderstelt een proeftijd van vijf jaar en de inachtneming van | deze veronderstelt een proeftijd van vijf jaar en de inachtneming van |
| zware voorwaarden en kan de tekortkomingen van de maatregel zelf niet | zware voorwaarden en kan de tekortkomingen van de maatregel zelf niet |
| goedmaken. | goedmaken. |
| Gesteld dat men het verbod als een veiligheidsmaatregel kan | Gesteld dat men het verbod als een veiligheidsmaatregel kan |
| beschouwen, dan onderscheidt het onbeperkte karakter ervan en de | beschouwen, dan onderscheidt het onbeperkte karakter ervan en de |
| ontstentenis van een rechtspleging op tegenspraak het van de | ontstentenis van een rechtspleging op tegenspraak het van de |
| veiligheidsmaatregelen die op fiscaal, administratief of | veiligheidsmaatregelen die op fiscaal, administratief of |
| tuchtrechtelijk vlak worden genomen. | tuchtrechtelijk vlak worden genomen. |
| A.4. De Ministerraad antwoordt met te herinneren aan het feit dat geen | A.4. De Ministerraad antwoordt met te herinneren aan het feit dat geen |
| enkel grondwettelijk of strafrechtelijk beginsel vereist dat een « | enkel grondwettelijk of strafrechtelijk beginsel vereist dat een « |
| veiligheidsmaatregel » voorkomt in een veroordelingsvonnis of dat | veiligheidsmaatregel » voorkomt in een veroordelingsvonnis of dat |
| degene op wie het vonnis betrekking heeft zich voor een rechtbank zou | degene op wie het vonnis betrekking heeft zich voor een rechtbank zou |
| kunnen verdedigen ten aanzien van de toepassing van de maatregel op | kunnen verdedigen ten aanzien van de toepassing van de maatregel op |
| zijn persoon. De enige vraag is of het betwiste systeem een | zijn persoon. De enige vraag is of het betwiste systeem een |
| onverantwoord onderscheid teweegbrengt, wat niet het geval is op grond | onverantwoord onderscheid teweegbrengt, wat niet het geval is op grond |
| van het nagestreefde doel, dat erin bestaat het vertrouwen in de | van het nagestreefde doel, dat erin bestaat het vertrouwen in de |
| handel te verzekeren. | handel te verzekeren. |
| - B - | - B - |
| B.1. De prejudiciële vraag, geherformuleerd door het Hof, luidt : | B.1. De prejudiciële vraag, geherformuleerd door het Hof, luidt : |
| « Worden de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, gelezen in samenhang | « Worden de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, gelezen in samenhang |
| met de artikelen 6.1, 6.3 en 11 van het Europees Verdrag voor de | met de artikelen 6.1, 6.3 en 11 van het Europees Verdrag voor de |
| Rechten van de Mens, geschonden door de bepalingen die zijn vervat in | Rechten van de Mens, geschonden door de bepalingen die zijn vervat in |
| het koninklijk besluit nr. 22 van 24 oktober 1934, bekrachtigd door de | het koninklijk besluit nr. 22 van 24 oktober 1934, bekrachtigd door de |
| wet van 4 augustus 1978 tot economische heroriëntering, die, in geval | wet van 4 augustus 1978 tot economische heroriëntering, die, in geval |
| van veroordeling van een beklaagde wegens bankbreuk, oplichting, | van veroordeling van een beklaagde wegens bankbreuk, oplichting, |
| uitgifte van cheques zonder dekking, tot een gevangenisstraf van ten | uitgifte van cheques zonder dekking, tot een gevangenisstraf van ten |
| minste drie maanden, zelfs voorwaardelijk, voorzien in een verbod tot | minste drie maanden, zelfs voorwaardelijk, voorzien in een verbod tot |
| uitoefening van de functie van zaakvoerder van een | uitoefening van de functie van zaakvoerder van een |
| personenvennootschap met beperkte aansprakelijkheid of van bestuurder | personenvennootschap met beperkte aansprakelijkheid of van bestuurder |
| van een naamloze vennootschap, doordat : | van een naamloze vennootschap, doordat : |
| - die veroordeling is uitgesproken zonder dat de veroordeelde is | - die veroordeling is uitgesproken zonder dat de veroordeelde is |
| gedagvaard, noch is verzocht zich daarover te verklaren, | gedagvaard, noch is verzocht zich daarover te verklaren, |
| - zij niet is vermeld in het dictum van de beslissing tot veroordeling | - zij niet is vermeld in het dictum van de beslissing tot veroordeling |
| en niet het gevolg is van een rechtspleging op tegenspraak, | en niet het gevolg is van een rechtspleging op tegenspraak, |
| - zij niet gepaard gaat met enige beperking in de tijd, | - zij niet gepaard gaat met enige beperking in de tijd, |
| - zij inbreuk maakt op het beginsel van de individualisering van de | - zij inbreuk maakt op het beginsel van de individualisering van de |
| straffen, | straffen, |
| - zij inbreuk maakt op de vrijheid van vereniging van de veroordeelde | - zij inbreuk maakt op de vrijheid van vereniging van de veroordeelde |
| en op de duurzame uitoefening van een beroepsactiviteit ? » | en op de duurzame uitoefening van een beroepsactiviteit ? » |
| B.2. Vermits de aangevoerde discriminerende behandeling vervat is in | B.2. Vermits de aangevoerde discriminerende behandeling vervat is in |
| de artikelen 1 en 1bis van het koninklijk besluit nr. 22 van 24 | de artikelen 1 en 1bis van het koninklijk besluit nr. 22 van 24 |
| oktober 1934 « waarbij aan bepaalde veroordeelden en aan de | oktober 1934 « waarbij aan bepaalde veroordeelden en aan de |
| gefailleerden verbod wordt opgelegd bepaalde ambten, beroepen of | gefailleerden verbod wordt opgelegd bepaalde ambten, beroepen of |
| werkzaamheden uit te oefenen en waarbij aan de rechtbanken van | werkzaamheden uit te oefenen en waarbij aan de rechtbanken van |
| koophandel de bevoegdheid wordt toegekend dergelijk verbod uit te | koophandel de bevoegdheid wordt toegekend dergelijk verbod uit te |
| spreken », beperkt het Hof zijn toetsing tot die bepalingen. | spreken », beperkt het Hof zijn toetsing tot die bepalingen. |
| B.3. Artikel 1 van het koninklijk besluit nr. 22 van 24 oktober 1934 | B.3. Artikel 1 van het koninklijk besluit nr. 22 van 24 oktober 1934 |
| voert van rechtswege een verbod in tot het uitoefenen van « de functie | voert van rechtswege een verbod in tot het uitoefenen van « de functie |
| van beheerder, commissaris of zaakvoerder in een vennootschap op | van beheerder, commissaris of zaakvoerder in een vennootschap op |
| aandelen, besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid, | aandelen, besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid, |
| coöperatieve vennootschap, enige functie waarbij macht wordt verleend | coöperatieve vennootschap, enige functie waarbij macht wordt verleend |
| om een van die vennootschappen te verbinden, [en] de functies van | om een van die vennootschappen te verbinden, [en] de functies van |
| aangestelde voor het beheer van een Belgisch filiaal bedoeld in | aangestelde voor het beheer van een Belgisch filiaal bedoeld in |
| artikel 198, tweede lid, van de op 30 november 1935 gecoördineerde | artikel 198, tweede lid, van de op 30 november 1935 gecoördineerde |
| wetten op de handelsvennootschappen ». | wetten op de handelsvennootschappen ». |
| Dat verbod geldt ten aanzien van personen die zijn veroordeeld tot een | Dat verbod geldt ten aanzien van personen die zijn veroordeeld tot een |
| gevangenisstraf van ten minste drie maanden, zelfs voorwaardelijk, | gevangenisstraf van ten minste drie maanden, zelfs voorwaardelijk, |
| voor een van de in artikel 1, litterae a tot h, opgesomde misdrijven. | voor een van de in artikel 1, litterae a tot h, opgesomde misdrijven. |
| B.4. In het verslag aan de Koning dat het koninklijk besluit nr. 22 | B.4. In het verslag aan de Koning dat het koninklijk besluit nr. 22 |
| van 24 oktober 1934 voorafgaat, is de doelstelling van het besluit als | van 24 oktober 1934 voorafgaat, is de doelstelling van het besluit als |
| volgt omschreven : | volgt omschreven : |
| « Om het vertrouwen in bedoelde instellingen [- bedoeld zijn de | « Om het vertrouwen in bedoelde instellingen [- bedoeld zijn de |
| vennootschappen die een beroep doen op de spaargelden van derden -] te | vennootschappen die een beroep doen op de spaargelden van derden -] te |
| versterken komt het er op aan het bestuur, het toezicht en het beheer | versterken komt het er op aan het bestuur, het toezicht en het beheer |
| er van te ontzeggen aan onwaardige personen, wier gebrek aan | er van te ontzeggen aan onwaardige personen, wier gebrek aan |
| rechtschapenheid duidelijk blijkt of aan personen, zoals | rechtschapenheid duidelijk blijkt of aan personen, zoals |
| gefailleerden, die, waar ze zich ongeschikt hebben betoond om hun | gefailleerden, die, waar ze zich ongeschikt hebben betoond om hun |
| eigen zaken te beheren, niet zonder gevaar geroepen kunnen worden om | eigen zaken te beheren, niet zonder gevaar geroepen kunnen worden om |
| andermans belangen waar te nemen. | andermans belangen waar te nemen. |
| De veroordeelingen, in artikel 1 van het ontwerp opgesomd, worden | De veroordeelingen, in artikel 1 van het ontwerp opgesomd, worden |
| slechts uitgesproken voor feiten die niet strooken met de meeste | slechts uitgesproken voor feiten die niet strooken met de meeste |
| elementaire eerlijkheid, of voor feiten waaruit blijkt dat de persoon, | elementaire eerlijkheid, of voor feiten waaruit blijkt dat de persoon, |
| die ze beging, tot het beheeren van een handelszaak of | die ze beging, tot het beheeren van een handelszaak of |
| nijverheidsbedrijf onbevoegd is. | nijverheidsbedrijf onbevoegd is. |
| De feiten moeten reeds van vrij ernstigen aard zijn, daar het verbod | De feiten moeten reeds van vrij ernstigen aard zijn, daar het verbod |
| slechts kan toegepast worden, indien de uitgesproken straf een | slechts kan toegepast worden, indien de uitgesproken straf een |
| vrijheidsstraf is van ten minste drie maanden. Of de straf al dan niet | vrijheidsstraf is van ten minste drie maanden. Of de straf al dan niet |
| voorwaardelijk was doet weinig ter zake. Eenerzijds wordt een | voorwaardelijk was doet weinig ter zake. Eenerzijds wordt een |
| veroordeeling tot drie maanden gevangenisstraf, zelfs met uitstel, | veroordeeling tot drie maanden gevangenisstraf, zelfs met uitstel, |
| nooit uitgesproken voor een gering vergrijp; anderzijds ware het | nooit uitgesproken voor een gering vergrijp; anderzijds ware het |
| onrechtvaardig het verbod te doen afhangen van een omstandigheid | onrechtvaardig het verbod te doen afhangen van een omstandigheid |
| vreemd aan het gepleegd vergrijp, bijvoorbeeld van een vroegere | vreemd aan het gepleegd vergrijp, bijvoorbeeld van een vroegere |
| veroordeeling tot een correctioneele boete uit hoofde van een | veroordeeling tot een correctioneele boete uit hoofde van een |
| politieovertreding op het wegverkeer. | politieovertreding op het wegverkeer. |
| Het verbod begint den dag waarop de beslissing kracht van gewijsde | Het verbod begint den dag waarop de beslissing kracht van gewijsde |
| heeft verkregen; overeenkomstig het gemeen recht doet het eerherstel | heeft verkregen; overeenkomstig het gemeen recht doet het eerherstel |
| van den veroordeelde het verbod ophouden (art. 7 der wet van 25 April | van den veroordeelde het verbod ophouden (art. 7 der wet van 25 April |
| 1896). | 1896). |
| Het verbod treft ook, krachtens artikel 2, de personen die, | Het verbod treft ook, krachtens artikel 2, de personen die, |
| veroordeeld in het buitenland, hun werkzaamheid in België komen | veroordeeld in het buitenland, hun werkzaamheid in België komen |
| uitoefenen. [...] | uitoefenen. [...] |
| In verband met de redenen, die dit verbod wettigen, moet het zelfs van | In verband met de redenen, die dit verbod wettigen, moet het zelfs van |
| toepassing zijn op hen, die vóór het van kracht worden van het | toepassing zijn op hen, die vóór het van kracht worden van het |
| tegenwoordig besluit veroordeeld zijn geworden. Bovendien heeft het | tegenwoordig besluit veroordeeld zijn geworden. Bovendien heeft het |
| verbod hier niet het karakter van een straf, maar van eene burgerlijke | verbod hier niet het karakter van een straf, maar van eene burgerlijke |
| onbekwaamheid waaraan artikel 2 van het Wetboek van Strafrecht vreemd | onbekwaamheid waaraan artikel 2 van het Wetboek van Strafrecht vreemd |
| is. [...] » (Belgisch Staatsblad, 27 oktober 1934, pp. 5768-5769) | is. [...] » (Belgisch Staatsblad, 27 oktober 1934, pp. 5768-5769) |
| B.5. Die oorspronkelijke doelstelling is bij wet van 4 augustus 1978 | B.5. Die oorspronkelijke doelstelling is bij wet van 4 augustus 1978 |
| tot economische heroriëntering uitgebreid met het oog op « de strijd | tot economische heroriëntering uitgebreid met het oog op « de strijd |
| tegen de koppelbazen en meer algemeen voor de gezondmaking van de | tegen de koppelbazen en meer algemeen voor de gezondmaking van de |
| handelsfunctie » (Gedr. St., Senaat, 1977-1978, nr. 415-1, p. 46). | handelsfunctie » (Gedr. St., Senaat, 1977-1978, nr. 415-1, p. 46). |
| Naast de wijziging van het opschrift van het koninklijk besluit nr. 22 | Naast de wijziging van het opschrift van het koninklijk besluit nr. 22 |
| en de vervanging van artikel 1 - dat op een aantal punten afwijkt van | en de vervanging van artikel 1 - dat op een aantal punten afwijkt van |
| de vorige bepaling, maar de basisregels ervan ongewijzigd laat - werd | de vorige bepaling, maar de basisregels ervan ongewijzigd laat - werd |
| door artikel 84 van de wet van 4 augustus 1978 een artikel 1bis | door artikel 84 van de wet van 4 augustus 1978 een artikel 1bis |
| ingevoegd in het koninklijk besluit nr. 22. | ingevoegd in het koninklijk besluit nr. 22. |
| Artikel 1bis verruimt, voor de daders of mededaders van een eenvoudige | Artikel 1bis verruimt, voor de daders of mededaders van een eenvoudige |
| of bedrieglijke bankbreuk veroordeeld tot een vrijheidsberovende straf | of bedrieglijke bankbreuk veroordeeld tot een vrijheidsberovende straf |
| van ten minste drie maanden, het in artikel 1 bedoelde verbod tot een | van ten minste drie maanden, het in artikel 1 bedoelde verbod tot een |
| verbod van uitoefening, persoonlijk of door een tussenpersoon, van een | verbod van uitoefening, persoonlijk of door een tussenpersoon, van een |
| koopmansbedrijf. | koopmansbedrijf. |
| B.6. Uit de aard van de in artikel 1, litterae a tot h, en artikel | B.6. Uit de aard van de in artikel 1, litterae a tot h, en artikel |
| 1bis opgesomde misdrijven blijkt dat het telkens gaat om strafbare | 1bis opgesomde misdrijven blijkt dat het telkens gaat om strafbare |
| feiten die de dader als onbetrouwbaar doen overkomen voor het | feiten die de dader als onbetrouwbaar doen overkomen voor het |
| uitoefenen van bepaalde commerciële activiteiten. De wetgever heeft | uitoefenen van bepaalde commerciële activiteiten. De wetgever heeft |
| derhalve een onderscheid gemaakt dat steunt op een objectief criterium | derhalve een onderscheid gemaakt dat steunt op een objectief criterium |
| dat redelijk verband houdt met het beoogde doel, ook al kunnen er | dat redelijk verband houdt met het beoogde doel, ook al kunnen er |
| andere strafbare feiten zijn die eveneens het vertrouwen zouden kunnen | andere strafbare feiten zijn die eveneens het vertrouwen zouden kunnen |
| schokken. | schokken. |
| B.7. Evenwel dient te worden onderzocht of de maatregelen genomen ten | B.7. Evenwel dient te worden onderzocht of de maatregelen genomen ten |
| aanzien van de in de artikelen 1 en 1bis bedoelde personen niet | aanzien van de in de artikelen 1 en 1bis bedoelde personen niet |
| klaarblijkelijk onevenredig zijn met het nagestreefde doel. | klaarblijkelijk onevenredig zijn met het nagestreefde doel. |
| Die maatregelen vormen voor de personen die ze ondergaan een zeer | Die maatregelen vormen voor de personen die ze ondergaan een zeer |
| ernstige beperking van de vrijheid van handel en nijverheid. | ernstige beperking van de vrijheid van handel en nijverheid. |
| Het beroepsverbod is het automatische gevolg van de strafrechtelijke | Het beroepsverbod is het automatische gevolg van de strafrechtelijke |
| veroordeling; het is - behalve in geval van eerherstel - onbeperkt in | veroordeling; het is - behalve in geval van eerherstel - onbeperkt in |
| de tijd, ongeacht de ernst van het misdrijf; het dient niet te worden | de tijd, ongeacht de ernst van het misdrijf; het dient niet te worden |
| gevorderd door het openbaar ministerie en er dient geen debat over te | gevorderd door het openbaar ministerie en er dient geen debat over te |
| worden gevoerd; het vloeit voort uit een vonnis dat op dat punt niet | worden gevoerd; het vloeit voort uit een vonnis dat op dat punt niet |
| is gemotiveerd. | is gemotiveerd. |
| Dergelijke modaliteiten gaan verder dan wat noodzakelijk is om de | Dergelijke modaliteiten gaan verder dan wat noodzakelijk is om de |
| nagestreefde doelstelling te bereiken. | nagestreefde doelstelling te bereiken. |
| Het blijkt niet dat het vertrouwen in de handel, dat het door de | Het blijkt niet dat het vertrouwen in de handel, dat het door de |
| wetgever nagestreefde doel is, niet voldoende zou zijn gewaarborgd | wetgever nagestreefde doel is, niet voldoende zou zijn gewaarborgd |
| wanneer over het beroepsverbod een debat wordt gevoerd na afloop | wanneer over het beroepsverbod een debat wordt gevoerd na afloop |
| waarvan de rechter de duur ervan kan bepalen bij een gemotiveerde | waarvan de rechter de duur ervan kan bepalen bij een gemotiveerde |
| beslissing. | beslissing. |
| Hieruit volgt dat de bepalingen waarin de artikelen 1 en 1bis voorzien | Hieruit volgt dat de bepalingen waarin de artikelen 1 en 1bis voorzien |
| de evenredigheidstoets niet kunnen doorstaan. | de evenredigheidstoets niet kunnen doorstaan. |
| B.8. De prejudiciële vraag moet bevestigend worden beantwoord. | B.8. De prejudiciële vraag moet bevestigend worden beantwoord. |
| Om die redenen, | Om die redenen, |
| het Hof | het Hof |
| zegt voor recht : | zegt voor recht : |
| De artikelen 1 en 1bis van het koninklijk besluit nr. 22 van 24 | De artikelen 1 en 1bis van het koninklijk besluit nr. 22 van 24 |
| oktober 1934, respectievelijk vervangen en ingevoegd bij de artikelen | oktober 1934, respectievelijk vervangen en ingevoegd bij de artikelen |
| 83 en 84 van de wet van 4 augustus 1978 tot economische | 83 en 84 van de wet van 4 augustus 1978 tot economische |
| heroriëntering, schenden de artikelen 10 en 11 van de Grondwet in | heroriëntering, schenden de artikelen 10 en 11 van de Grondwet in |
| zoverre zij automatische en niet in de tijd beperkte beroepsverboden | zoverre zij automatische en niet in de tijd beperkte beroepsverboden |
| instellen. | instellen. |
| Aldus uitgesproken in het Frans en het Nederlands, overeenkomstig | Aldus uitgesproken in het Frans en het Nederlands, overeenkomstig |
| artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het | artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het |
| Arbitragehof, op de openbare terechtzitting van 15 juli 1998. | Arbitragehof, op de openbare terechtzitting van 15 juli 1998. |
| De griffier, | De griffier, |
| L. Potoms. | L. Potoms. |
| De voorzitter, | De voorzitter, |
| M. Melchior. | M. Melchior. |