Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Arrest Van Het Grondwettelijk Hof van --
← Terug naar "Arrest nr. 7/98 van 21 januari 1998 Rolnummer 1167 In zake : de vordering tot schorsing van artikel 1, § 1, van de wet van 10 april 1990 op de bewakingsondernemingen, de beveiligingsondernemingen en de interne bewakingsdiensten, zoals ge Het Arbitragehof, samengesteld uit de voorzitters L. De Grève en M. Melchior, en de rechters P. (...)"
Arrest nr. 7/98 van 21 januari 1998 Rolnummer 1167 In zake : de vordering tot schorsing van artikel 1, § 1, van de wet van 10 april 1990 op de bewakingsondernemingen, de beveiligingsondernemingen en de interne bewakingsdiensten, zoals ge Het Arbitragehof, samengesteld uit de voorzitters L. De Grève en M. Melchior, en de rechters P. (...) Arrest nr. 7/98 van 21 januari 1998 Rolnummer 1167 In zake : de vordering tot schorsing van artikel 1, § 1, van de wet van 10 april 1990 op de bewakingsondernemingen, de beveiligingsondernemingen en de interne bewakingsdiensten, zoals ge Het Arbitragehof, samengesteld uit de voorzitters L. De Grève en M. Melchior, en de rechters P. (...)
ARBITRAGEHOF ARBITRAGEHOF
Arrest nr. 7/98 van 21 januari 1998 Arrest nr. 7/98 van 21 januari 1998
Rolnummer 1167 Rolnummer 1167
In zake : de vordering tot schorsing van artikel 1, § 1, van de wet In zake : de vordering tot schorsing van artikel 1, § 1, van de wet
van 10 april 1990 op de bewakingsondernemingen, de van 10 april 1990 op de bewakingsondernemingen, de
beveiligingsondernemingen en de interne bewakingsdiensten, zoals beveiligingsondernemingen en de interne bewakingsdiensten, zoals
gewijzigd bij artikel 2, 1°, van de wet van 18 juli 1997, ingesteld gewijzigd bij artikel 2, 1°, van de wet van 18 juli 1997, ingesteld
door de c.v. Security Mediation Company. door de c.v. Security Mediation Company.
Het Arbitragehof, Het Arbitragehof,
samengesteld uit de voorzitters L. De Grève en M. Melchior, en de samengesteld uit de voorzitters L. De Grève en M. Melchior, en de
rechters P. Martens, G. De Baets, E. Cerexhe, A. Arts en R. Henneuse, rechters P. Martens, G. De Baets, E. Cerexhe, A. Arts en R. Henneuse,
bijgestaan door referendaris R. Moerenhout, waarnemend griffier, onder bijgestaan door referendaris R. Moerenhout, waarnemend griffier, onder
voorzitterschap van voorzitter L. De Grève, voorzitterschap van voorzitter L. De Grève,
wijst na beraad het volgende arrest : wijst na beraad het volgende arrest :
I. Onderwerp van de vordering I. Onderwerp van de vordering
Bij verzoekschrift dat aan het Hof is toegezonden bij op 16 oktober Bij verzoekschrift dat aan het Hof is toegezonden bij op 16 oktober
1997 ter post aangetekende brief en ter griffie is ingekomen op 17 1997 ter post aangetekende brief en ter griffie is ingekomen op 17
oktober 1997, heeft de c.v. Security Mediation Company, met oktober 1997, heeft de c.v. Security Mediation Company, met
maatschappelijke zetel te 3700 Tongeren, Elfde Novemberwal 30, een maatschappelijke zetel te 3700 Tongeren, Elfde Novemberwal 30, een
vordering tot schorsing ingesteld van artikel 2, 1°, van de wet van 18 vordering tot schorsing ingesteld van artikel 2, 1°, van de wet van 18
juli 1997 tot wijziging van de wet van 10 april 1990 op de juli 1997 tot wijziging van de wet van 10 april 1990 op de
bewakingsondernemingen, de beveiligingsondernemingen en de interne bewakingsondernemingen, de beveiligingsondernemingen en de interne
bewakingsdiensten, de wet van 19 juli 1991 tot regeling van het beroep bewakingsdiensten, de wet van 19 juli 1991 tot regeling van het beroep
van privé-detective en de wet van 3 januari 1933 op de vervaardiging van privé-detective en de wet van 3 januari 1933 op de vervaardiging
van, de handel in en het dragen van wapens en op de handel in munitie van, de handel in en het dragen van wapens en op de handel in munitie
(bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 28 augustus 1997). (bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 28 augustus 1997).
Bij hetzelfde verzoekschrift vordert de verzoekende partij eveneens de Bij hetzelfde verzoekschrift vordert de verzoekende partij eveneens de
vernietiging van dezelfde wettelijke bepaling. vernietiging van dezelfde wettelijke bepaling.
II. De rechtspleging II. De rechtspleging
Bij beschikking van 17 oktober 1997 heeft de voorzitter in functie de Bij beschikking van 17 oktober 1997 heeft de voorzitter in functie de
rechters van de zetel aangewezen overeenkomstig de artikelen 58 en 59 rechters van de zetel aangewezen overeenkomstig de artikelen 58 en 59
van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof. van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof.
De rechters-verslaggevers hebben geoordeeld dat er geen aanleiding was De rechters-verslaggevers hebben geoordeeld dat er geen aanleiding was
om artikel 71 of 72 van de organieke wet toe te passen. om artikel 71 of 72 van de organieke wet toe te passen.
Bij beschikking van 25 november 1997 heeft het Hof de dag van de Bij beschikking van 25 november 1997 heeft het Hof de dag van de
terechtzitting bepaald op 17 december 1997. terechtzitting bepaald op 17 december 1997.
Van die beschikking is kennisgegeven aan de in artikel 76 van de Van die beschikking is kennisgegeven aan de in artikel 76 van de
organieke wet vermelde autoriteiten evenals aan de verzoekende partij organieke wet vermelde autoriteiten evenals aan de verzoekende partij
en haar advocaten bij op 27 november 1997 ter post aangetekende en haar advocaten bij op 27 november 1997 ter post aangetekende
brieven. brieven.
Op de openbare terechtzitting van 17 december 1997 : Op de openbare terechtzitting van 17 december 1997 :
- zijn verschenen : - zijn verschenen :
. Mr. G. Alofs, advocaat bij de balie te Tongeren, voor de verzoekende . Mr. G. Alofs, advocaat bij de balie te Tongeren, voor de verzoekende
partij; partij;
. Mr. L. Brewaeys loco Mr. E. Brewaeys, advocaten bij de balie te . Mr. L. Brewaeys loco Mr. E. Brewaeys, advocaten bij de balie te
Brussel, voor de Ministerraad; Brussel, voor de Ministerraad;
- hebben de rechters-verslaggevers G. De Baets en P. Martens verslag - hebben de rechters-verslaggevers G. De Baets en P. Martens verslag
uitgebracht; uitgebracht;
- zijn de voornoemde advocaten gehoord; - zijn de voornoemde advocaten gehoord;
- is de zaak in beraad genomen. - is de zaak in beraad genomen.
De rechtspleging is gevoerd overeenkomstig de artikelen 62 en volgende De rechtspleging is gevoerd overeenkomstig de artikelen 62 en volgende
van de organieke wet, die betrekking hebben op het gebruik van de van de organieke wet, die betrekking hebben op het gebruik van de
talen voor het Hof. talen voor het Hof.
III. In rechte III. In rechte
- A - - A -
Verzoekschrift Verzoekschrift
Ten aanzien van het belang van de verzoekende partij Ten aanzien van het belang van de verzoekende partij
A.1.1. De verzoekende partij heeft de vorm van een coöperatieve A.1.1. De verzoekende partij heeft de vorm van een coöperatieve
vennootschap aangenomen en is ingeschreven in het handelsregister te vennootschap aangenomen en is ingeschreven in het handelsregister te
Tongeren onder het nummer 63.270. Met toepassing van de wet van 10 Tongeren onder het nummer 63.270. Met toepassing van de wet van 10
april 1990, werd zij als bewakingsonderneming toegelaten door het april 1990, werd zij als bewakingsonderneming toegelaten door het
Ministerie van Binnenlandse Zaken op 28 december 1993. Volgens de Ministerie van Binnenlandse Zaken op 28 december 1993. Volgens de
verzoekende partij wordt haar rechtssituatie door de bestreden norm verzoekende partij wordt haar rechtssituatie door de bestreden norm
rechtstreeks en ongunstig geraakt nu zij kan getuigen van een rechtstreeks en ongunstig geraakt nu zij kan getuigen van een
rechtmatig, zeker, persoonlijk en rechtstreeks belang. rechtmatig, zeker, persoonlijk en rechtstreeks belang.
A.1.2. De bestreden norm heeft tot gevolg dat een individuele A.1.2. De bestreden norm heeft tot gevolg dat een individuele
vergunningsplicht wordt opgelegd aan de zelfstandige coöperanten en vergunningsplicht wordt opgelegd aan de zelfstandige coöperanten en
aan alle bewakingsondernemingen die bewakingsactiviteiten uitoefenen « aan alle bewakingsondernemingen die bewakingsactiviteiten uitoefenen «
anders dan in het verband van een arbeidsovereenkomst ». De anders dan in het verband van een arbeidsovereenkomst ». De
zelfstandige coöperanten zullen in de toekomst, net zoals de zelfstandige coöperanten zullen in de toekomst, net zoals de
coöperatieve vennootschap waarvan zij deel uitmaken, over een coöperatieve vennootschap waarvan zij deel uitmaken, over een
persoonlijke vergunning moeten beschikken. Die individuele persoonlijke vergunning moeten beschikken. Die individuele
vergunningsplicht brengt op fiscaal en financieel vlak alsook op het vergunningsplicht brengt op fiscaal en financieel vlak alsook op het
vlak van de sociale zekerheid een aantal administratieve moeilijkheden vlak van de sociale zekerheid een aantal administratieve moeilijkheden
teweeg die niet in verhouding staan tot het beoogde wettige doel van teweeg die niet in verhouding staan tot het beoogde wettige doel van
de bestreden maatregel, inzonderheid in vergelijking met het statuut de bestreden maatregel, inzonderheid in vergelijking met het statuut
van de bewakers die in het kader van een arbeidsovereenkomst voor een van de bewakers die in het kader van een arbeidsovereenkomst voor een
bewakingsonderneming werken en niet onderworpen zijn aan de bewakingsonderneming werken en niet onderworpen zijn aan de
individuele vergunningsplicht. individuele vergunningsplicht.
De toepassing van de bestreden norm zal een einde maken aan het De toepassing van de bestreden norm zal een einde maken aan het
bestaan van de verzoekende partij en van alle legale coöperatieve bestaan van de verzoekende partij en van alle legale coöperatieve
vennootschappen die werkzaam zijn in de bewakingssector, wat indruist vennootschappen die werkzaam zijn in de bewakingssector, wat indruist
tegen de vrijheid van vereniging, gewaarborgd in artikel 27 van de tegen de vrijheid van vereniging, gewaarborgd in artikel 27 van de
Grondwet. De verzoekende partij en haar coöperanten zijn immers Grondwet. De verzoekende partij en haar coöperanten zijn immers
verplicht af te zien van een vennootschapsvorm die nochtans bij wet is verplicht af te zien van een vennootschapsvorm die nochtans bij wet is
toegelaten en de zelfstandige vennoten van de verzoekende partij toegelaten en de zelfstandige vennoten van de verzoekende partij
zullen ten gevolge van de bestreden wetsbepaling werkloos worden zullen ten gevolge van de bestreden wetsbepaling werkloos worden
zonder recht te hebben op werkloosheidsuitkering. zonder recht te hebben op werkloosheidsuitkering.
Ten aanzien van het ernstig karakter van de middelen Ten aanzien van het ernstig karakter van de middelen
A.2.1. De verzoekende partij voert een schending aan van de artikelen A.2.1. De verzoekende partij voert een schending aan van de artikelen
10 en 11 van de Grondwet, doordat de bestreden wetsbepaling een 10 en 11 van de Grondwet, doordat de bestreden wetsbepaling een
onverantwoorde discriminatie invoert tussen een zelfstandige en een onverantwoorde discriminatie invoert tussen een zelfstandige en een
tewerkgestelde bewaker, door voor de zelfstandige bewaker een tewerkgestelde bewaker, door voor de zelfstandige bewaker een
persoonlijke vergunningsplicht in te voeren, naast die van de persoonlijke vergunningsplicht in te voeren, naast die van de
vennootschap waarvan hij deel uitmaakt. vennootschap waarvan hij deel uitmaakt.
A.2.2. De eerste doelstelling van de wetsbepaling werd door de A.2.2. De eerste doelstelling van de wetsbepaling werd door de
wetgever zelf gesitueerd in het karakter van openbare orde van de wet. wetgever zelf gesitueerd in het karakter van openbare orde van de wet.
Ten onrechte gaat de wetgever ervan uit dat de openbare orde enkel Ten onrechte gaat de wetgever ervan uit dat de openbare orde enkel
wordt gewaarborgd bij de uitoefening van bewakingsactiviteiten in het wordt gewaarborgd bij de uitoefening van bewakingsactiviteiten in het
kader van een arbeidsovereenkomst, omdat tewerkgestelden een kader van een arbeidsovereenkomst, omdat tewerkgestelden een
specifieke en duurzame band zouden hebben met hun werkgever. Die specifieke en duurzame band zouden hebben met hun werkgever. Die
specifieke en duurzame band bestaat evenzeer tussen de zelfstandige specifieke en duurzame band bestaat evenzeer tussen de zelfstandige
bewaker en de coöperatieve vennootschap waarvan hij deel uitmaakt, bewaker en de coöperatieve vennootschap waarvan hij deel uitmaakt,
vermits elke coöperant beschikt over een stem in de algemene vermits elke coöperant beschikt over een stem in de algemene
vergadering en rechtstreeks betrokken is bij de goede werking en het vergadering en rechtstreeks betrokken is bij de goede werking en het
welzijn van de vennootschap. welzijn van de vennootschap.
Die band tussen de coöperant en de vennootschap is daarentegen juist Die band tussen de coöperant en de vennootschap is daarentegen juist
sterker dan de band tussen de tewerkgestelde en de sterker dan de band tussen de tewerkgestelde en de
bewakingsonderneming, vermits de coöperant orgaan én bestuurder van de bewakingsonderneming, vermits de coöperant orgaan én bestuurder van de
vennootschap is en enkel bewakingswerk voor de cliënteel van de vennootschap is en enkel bewakingswerk voor de cliënteel van de
vennootschap volbrengt. vennootschap volbrengt.
De bewering dat de band tussen de vennootschap en de vennoot niet De bewering dat de band tussen de vennootschap en de vennoot niet
sterk genoeg zou zijn om de vergunning van de vennootschap ook te sterk genoeg zou zijn om de vergunning van de vennootschap ook te
laten gelden voor de zelfstandige coöperant, miskent de affectio laten gelden voor de zelfstandige coöperant, miskent de affectio
societatis die vennoten bindt en gaat voorbij aan het feit dat de societatis die vennoten bindt en gaat voorbij aan het feit dat de
zelfstandige coöperant moet voldoen aan de voorwaarden vervat in de zelfstandige coöperant moet voldoen aan de voorwaarden vervat in de
artikelen 5 en 6 van de wet van 10 april 1990 en derhalve dezelfde artikelen 5 en 6 van de wet van 10 april 1990 en derhalve dezelfde
waarborgen van veiligheid en bekwaamheid biedt als een tewerkgestelde. waarborgen van veiligheid en bekwaamheid biedt als een tewerkgestelde.
A.2.3. Daarnaast beoogde de wetgever met de bestreden bepaling tevens A.2.3. Daarnaast beoogde de wetgever met de bestreden bepaling tevens
de kwaliteit van de geleverde diensten van bewaking en beveiliging te de kwaliteit van de geleverde diensten van bewaking en beveiliging te
bevorderen en te waarborgen. De zelfstandige bewakers zouden zich, bevorderen en te waarborgen. De zelfstandige bewakers zouden zich,
zonder vergunning, ten dienste kunnen stellen van verschillende zonder vergunning, ten dienste kunnen stellen van verschillende
bewakingsfirma's met vergunning, wat nadelige gevolgen zou kunnen bewakingsfirma's met vergunning, wat nadelige gevolgen zou kunnen
hebben voor de dienstverlening. hebben voor de dienstverlening.
De verzoekende partij is van oordeel dat er evenwel geen objectieve en De verzoekende partij is van oordeel dat er evenwel geen objectieve en
redelijke verantwoording zou bestaan om te stellen dat een redelijke verantwoording zou bestaan om te stellen dat een
tewerkgestelde, gedekt door de vergunning van zijn werkgever, beter tewerkgestelde, gedekt door de vergunning van zijn werkgever, beter
zou presteren dan de zelfstandige coöperant. Er is dan ook geen enkel zou presteren dan de zelfstandige coöperant. Er is dan ook geen enkel
objectief verschil tussen een werknemer, orgaan in dienstverband, en objectief verschil tussen een werknemer, orgaan in dienstverband, en
een zelfstandige coöperant, orgaan van een coöperatieve vennootschap een zelfstandige coöperant, orgaan van een coöperatieve vennootschap
waarin hij actief participeert. waarin hij actief participeert.
A.2.4. De verzoekende partij verwijst tevens naar twee in de bestreden A.2.4. De verzoekende partij verwijst tevens naar twee in de bestreden
wetsbepaling opgenomen uitzonderingen op de individuele wetsbepaling opgenomen uitzonderingen op de individuele
vergunningsplicht van zelfstandige coöperanten, waarin de band tussen vergunningsplicht van zelfstandige coöperanten, waarin de band tussen
zelfstandige vennoten en de vennootschap sterk genoeg is om de zelfstandige vennoten en de vennootschap sterk genoeg is om de
vergunning van de vennootschap ook te laten gelden voor de vergunning van de vennootschap ook te laten gelden voor de
zelfstandige vennoten. Aldus zijn de bloed- en aanverwanten tot in de zelfstandige vennoten. Aldus zijn de bloed- en aanverwanten tot in de
tweede graad van één der oprichtende vennoten of de vennoten van een tweede graad van één der oprichtende vennoten of de vennoten van een
vennootschap van ten hoogste vier actieve vennoten niet onderworpen vennootschap van ten hoogste vier actieve vennoten niet onderworpen
aan de individuele vergunningsplicht. Blijkbaar druisen die aan de individuele vergunningsplicht. Blijkbaar druisen die
uitzonderingen niet in tegen de openbare orde waarvoor de wetgever uitzonderingen niet in tegen de openbare orde waarvoor de wetgever
zich als beschermer opwerpt. zich als beschermer opwerpt.
Dergelijke uitzonderingen verhogen slechts de discriminatie onder de Dergelijke uitzonderingen verhogen slechts de discriminatie onder de
zelfstandigen onderling, zonder enige redelijke en objectieve zelfstandigen onderling, zonder enige redelijke en objectieve
verantwoording. verantwoording.
A.2.5. De verzoekende partij is dan ook van oordeel dat voor het door A.2.5. De verzoekende partij is dan ook van oordeel dat voor het door
de bestreden norm ingestelde onderscheid geen enkele redelijke de bestreden norm ingestelde onderscheid geen enkele redelijke
verantwoording bestaat en dat de door de wetgever nagestreefde verantwoording bestaat en dat de door de wetgever nagestreefde
doelstellingen evenzeer worden bereikt zonder invoering van de doelstellingen evenzeer worden bereikt zonder invoering van de
maatregel van de individuele vergunningsplicht, zonder dat daarbij de maatregel van de individuele vergunningsplicht, zonder dat daarbij de
vrijheid van vereniging dient te worden aangetast. vrijheid van vereniging dient te worden aangetast.
Ten aanzien van het risico van een moeilijk te herstellen ernstig Ten aanzien van het risico van een moeilijk te herstellen ernstig
nadeel nadeel
A.3.1. De verzoekende partij voert aan dat de onmiddellijke toepassing A.3.1. De verzoekende partij voert aan dat de onmiddellijke toepassing
van de bestreden norm haar een moeilijk te herstellen ernstig nadeel van de bestreden norm haar een moeilijk te herstellen ernstig nadeel
oplevert. De bestreden wetsbepaling is immers onmiddellijk van kracht oplevert. De bestreden wetsbepaling is immers onmiddellijk van kracht
geworden en laat aan de coöperanten van de verzoekende partij geen geworden en laat aan de coöperanten van de verzoekende partij geen
termijn om zich te conformeren. termijn om zich te conformeren.
A.3.2. Uit briefwisseling van de administratie van het Ministerie van A.3.2. Uit briefwisseling van de administratie van het Ministerie van
Binnenlandse Zaken blijkt dat de verzoekende partij zich zelfs diende Binnenlandse Zaken blijkt dat de verzoekende partij zich zelfs diende
te conformeren vóór de inwerkingtreding van de wet en dat zij te conformeren vóór de inwerkingtreding van de wet en dat zij
verkeerdelijk werd voorgelicht over de datum van inwerkingtreding van verkeerdelijk werd voorgelicht over de datum van inwerkingtreding van
de bestreden wetsbepaling. Een dergelijke houding druist in tegen het de bestreden wetsbepaling. Een dergelijke houding druist in tegen het
rechtszekerheidsbeginsel. rechtszekerheidsbeginsel.
Het aanvragen en verkrijgen van de vereiste vergunningen zal de Het aanvragen en verkrijgen van de vereiste vergunningen zal de
oplossing vergen van talrijke administratieve problemen op fiscaal, oplossing vergen van talrijke administratieve problemen op fiscaal,
financieel en sociaalrechtelijk vlak en zal, door de trage werking van financieel en sociaalrechtelijk vlak en zal, door de trage werking van
de administratie, talrijke maanden in beslag nemen. de administratie, talrijke maanden in beslag nemen.
Aldus zullen de verzoekende partij en haar vennoten in de illegaliteit Aldus zullen de verzoekende partij en haar vennoten in de illegaliteit
terechtkomen zodat geen enkele gebruiker nog een beroep zal willen terechtkomen zodat geen enkele gebruiker nog een beroep zal willen
doen op de diensten van de verzoekende partij als blijkt dat haar doen op de diensten van de verzoekende partij als blijkt dat haar
coöperanten (nog) niet (kunnen) voldoen aan de wettelijke voorwaarden. coöperanten (nog) niet (kunnen) voldoen aan de wettelijke voorwaarden.
Daardoor komt het voortbestaan van de verzoekende partij in het Daardoor komt het voortbestaan van de verzoekende partij in het
gedrang en zullen haar coöperanten werkloos worden, zonder recht te gedrang en zullen haar coöperanten werkloos worden, zonder recht te
hebben op werkloosheidsuitkering. hebben op werkloosheidsuitkering.
A.3.3. Aangezien de verzoekende partij niet alleen ernstige middelen A.3.3. Aangezien de verzoekende partij niet alleen ernstige middelen
aanhaalt maar tevens een moeilijk te herstellen ernstig nadeel zal aanhaalt maar tevens een moeilijk te herstellen ernstig nadeel zal
lijden, meent zij dat haar verzoek tot schorsing van bestreden norm lijden, meent zij dat haar verzoek tot schorsing van bestreden norm
gerechtvaardigd is. gerechtvaardigd is.
Standpunt van de Ministerraad Standpunt van de Ministerraad
Ten aanzien van het ernstig karakter van de middelen Ten aanzien van het ernstig karakter van de middelen
A.4.1. De Ministerraad wijst erop dat het karakter van openbare orde A.4.1. De Ministerraad wijst erop dat het karakter van openbare orde
van de wet niet als enige wettige rechtvaardiging van de betrokken van de wet niet als enige wettige rechtvaardiging van de betrokken
wijziging dient. Uit de parlementaire voorbereiding blijkt ook dat het wijziging dient. Uit de parlementaire voorbereiding blijkt ook dat het
de uitdrukkelijke bedoeling was de onduidelijkheid weg te werken de uitdrukkelijke bedoeling was de onduidelijkheid weg te werken
inzake de individuele vergunningsplicht van zelfstandige coöperatieve inzake de individuele vergunningsplicht van zelfstandige coöperatieve
vennoten in een bewakingsonderneming, om aldus de « valse vennoten in een bewakingsonderneming, om aldus de « valse
zelfstandigen » uit te sluiten. Die laatstgenoemde praktijk leidt zelfstandigen » uit te sluiten. Die laatstgenoemde praktijk leidt
ertoe dat de vennootschappen minder sociale lasten dienen te betalen ertoe dat de vennootschappen minder sociale lasten dienen te betalen
en dat aldus concurrentievervalsing plaatsgrijpt. en dat aldus concurrentievervalsing plaatsgrijpt.
A.4.2. Om de bestaanbaarheid van een bestreden norm met de artikelen A.4.2. Om de bestaanbaarheid van een bestreden norm met de artikelen
10 en 11 van de Grondwet te beoordelen, moet het Hof onderzoeken of de 10 en 11 van de Grondwet te beoordelen, moet het Hof onderzoeken of de
categorieën van personen ten aanzien van wie de ongelijkheid wordt categorieën van personen ten aanzien van wie de ongelijkheid wordt
aangevoerd, wel voldoende vergelijkbaar zijn. De vergelijking die de aangevoerd, wel voldoende vergelijkbaar zijn. De vergelijking die de
verzoekende partij met andere vennootschapsvormen maakt gaat te dezen verzoekende partij met andere vennootschapsvormen maakt gaat te dezen
niet op. niet op.
De verwijzing naar de uitzonderingen met betrekking tot De verwijzing naar de uitzonderingen met betrekking tot
familievennootschappen is niet relevant, aangezien de laatstgenoemde familievennootschappen is niet relevant, aangezien de laatstgenoemde
categorie van personen zich in een andere toestand bevindt, gelet op categorie van personen zich in een andere toestand bevindt, gelet op
de bijzondere blijvende band tussen de vennoten en de rechtspersonen. de bijzondere blijvende band tussen de vennoten en de rechtspersonen.
In dezelfde zin kan de verzoekende partij niet wijzen op de In dezelfde zin kan de verzoekende partij niet wijzen op de
verschillende behandeling van vennoten, leden van een coöperatieve verschillende behandeling van vennoten, leden van een coöperatieve
vennootschap, die niet in een arbeidsverhouding staan tot die vennootschap, die niet in een arbeidsverhouding staan tot die
vennootschap en de personen die wel in het kader van een vennootschap en de personen die wel in het kader van een
arbeidsverhouding als tewerkgestelde met die vennootschap zijn arbeidsverhouding als tewerkgestelde met die vennootschap zijn
verbonden. verbonden.
A.4.3. Er is volgens de Ministerraad geen sprake van aantasting van de A.4.3. Er is volgens de Ministerraad geen sprake van aantasting van de
vrijheid van vereniging. In het arrest nr. 23/89 stelde het Hof immers vrijheid van vereniging. In het arrest nr. 23/89 stelde het Hof immers
dat er een aantasting van de vrijheid van vereniging is wanneer aan dat er een aantasting van de vrijheid van vereniging is wanneer aan
alle personen die, in casu, in een bepaalde soort van laboratoria alle personen die, in casu, in een bepaalde soort van laboratoria
verstrekkingen van klinische biologie verrichtten, de verplichting verstrekkingen van klinische biologie verrichtten, de verplichting
werd opgelegd vennoot te zijn van de vennootschap die het laboratorium werd opgelegd vennoot te zijn van de vennootschap die het laboratorium
uitbaat. uitbaat.
Voor de verzoekende partij bestaat geenszins de verplichting om zich Voor de verzoekende partij bestaat geenszins de verplichting om zich
aan te sluiten bij een vereniging. Daarvoor verwijst de Ministerraad aan te sluiten bij een vereniging. Daarvoor verwijst de Ministerraad
naar het verzoekschrift waarin wordt gesteld « dat immers verzoekster naar het verzoekschrift waarin wordt gesteld « dat immers verzoekster
en haar coöperanten door de wetgever worden gedwongen af te zien van en haar coöperanten door de wetgever worden gedwongen af te zien van
de vennootschapsvorm van de C.V. die bij wet is toegelaten ». de vennootschapsvorm van de C.V. die bij wet is toegelaten ».
A.4.4. De wetgever vermocht op extensieve wijze het begrip onderneming A.4.4. De wetgever vermocht op extensieve wijze het begrip onderneming
te omschrijven, zoals in andere reglementeringen is geschied. Zo te omschrijven, zoals in andere reglementeringen is geschied. Zo
verwijst de Ministerraad naar de vestigingswet van 15 december 1970, verwijst de Ministerraad naar de vestigingswet van 15 december 1970,
naar artikel 32 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen en naar de naar artikel 32 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen en naar de
Europese context, waarin het begrip « onderneming » op economische Europese context, waarin het begrip « onderneming » op economische
wijze wordt geïnterpreteerd : als beslissend criterium geldt de wijze wordt geïnterpreteerd : als beslissend criterium geldt de
economische onafhankelijkheid, niet de juridische constructie. economische onafhankelijkheid, niet de juridische constructie.
Ten aanzien van het risico van een moeilijk te herstellen ernstig Ten aanzien van het risico van een moeilijk te herstellen ernstig
nadeel nadeel
A.5.1. De Ministerraad herinnert eraan dat de verzoekende partij A.5.1. De Ministerraad herinnert eraan dat de verzoekende partij
concrete elementen dient aan te halen waaruit het bestaan van een concrete elementen dient aan te halen waaruit het bestaan van een
moeilijk te herstellen ernstig nadeel blijkt; loutere beweringen moeilijk te herstellen ernstig nadeel blijkt; loutere beweringen
volstaan niet. volstaan niet.
A.5.2. Dat de wetgever niet heeft voorzien in een overgangsregeling, A.5.2. Dat de wetgever niet heeft voorzien in een overgangsregeling,
is geen moeilijk te herstellen ernstig nadeel. Uit de rechtspraak van is geen moeilijk te herstellen ernstig nadeel. Uit de rechtspraak van
het Hof is immers gebleken dat de wetgever mag raken aan verkregen het Hof is immers gebleken dat de wetgever mag raken aan verkregen
rechten, anders zou elke wetswijziging onmogelijk worden en zou de rechten, anders zou elke wetswijziging onmogelijk worden en zou de
wetgever niet in staat zijn het beleid aan te passen aan de wisselende wetgever niet in staat zijn het beleid aan te passen aan de wisselende
omstandigheden van het algemeen belang. omstandigheden van het algemeen belang.
A.5.3. Het aangevoerde nadeel heeft geen persoonlijk karakter : het A.5.3. Het aangevoerde nadeel heeft geen persoonlijk karakter : het
gaat immers om een eventueel nadeel voor de coöperanten, niet voor de gaat immers om een eventueel nadeel voor de coöperanten, niet voor de
verzoekende vennootschap. verzoekende vennootschap.
Dat geldt inzonderheid voor de beweerde werkloosheid van de Dat geldt inzonderheid voor de beweerde werkloosheid van de
coöperanten die zou voortvloeien uit de onmiddellijke toepassing van coöperanten die zou voortvloeien uit de onmiddellijke toepassing van
de wet en voor het nadeel voortvloeiende uit het feit dat « het de wet en voor het nadeel voortvloeiende uit het feit dat « het
aanvragen en het bekomen van de vereiste individuele vergunningen door aanvragen en het bekomen van de vereiste individuele vergunningen door
een hele resem administratiemoeilijkheden op fiscaal, financieel en een hele resem administratiemoeilijkheden op fiscaal, financieel en
sociaal rechterlijk vlak en door de werking van het administratief sociaal rechterlijk vlak en door de werking van het administratief
apparaat ettelijke maanden in beslag zou nemen ». Ook dat nadeel apparaat ettelijke maanden in beslag zou nemen ». Ook dat nadeel
bestaat slechts voor de coöperanten en is puur hypothetisch, want het bestaat slechts voor de coöperanten en is puur hypothetisch, want het
vloeit niet voort uit de bestreden norm doch uit de werking van de vloeit niet voort uit de bestreden norm doch uit de werking van de
administratie. administratie.
Het feit dat men een aantal administratieve formaliteiten dient te Het feit dat men een aantal administratieve formaliteiten dient te
vervullen kan niet als een moeilijk te herstellen ernstig nadeel vervullen kan niet als een moeilijk te herstellen ernstig nadeel
worden beschouwd (Arbitragehof, nr. 9/89). Men dient immers bereid te worden beschouwd (Arbitragehof, nr. 9/89). Men dient immers bereid te
zijn bijkomende inspanningen te leveren en uitgaven te doen om het zijn bijkomende inspanningen te leveren en uitgaven te doen om het
herstel te bewerkstelligen. Een aan private rechtspersonen opgelegde herstel te bewerkstelligen. Een aan private rechtspersonen opgelegde
structuurwijziging is door het Hof niet beschouwd als een moeilijk te structuurwijziging is door het Hof niet beschouwd als een moeilijk te
herstellen ernstig nadeel (arrest nr. 21/89). herstellen ernstig nadeel (arrest nr. 21/89).
- B - - B -
De in het geding zijnde bepalingen De in het geding zijnde bepalingen
B.1. De vordering tot schorsing is gericht tegen artikel 2, 1°, van de B.1. De vordering tot schorsing is gericht tegen artikel 2, 1°, van de
wet van 18 juli 1997 tot wijziging van de wet van 10 april 1990 op de wet van 18 juli 1997 tot wijziging van de wet van 10 april 1990 op de
bewakingsondernemingen, de beveiligingsondernemingen en de interne bewakingsondernemingen, de beveiligingsondernemingen en de interne
bewakingsdiensten, de wet van 19 juli 1991 tot regeling van het beroep bewakingsdiensten, de wet van 19 juli 1991 tot regeling van het beroep
van privé-detective en de wet van 3 januari 1933 op de vervaardiging van privé-detective en de wet van 3 januari 1933 op de vervaardiging
van, de handel in en het dragen van wapens en op de handel in munitie, van, de handel in en het dragen van wapens en op de handel in munitie,
waarbij artikel 1, § 1, van de wet van 10 april 1990 op de waarbij artikel 1, § 1, van de wet van 10 april 1990 op de
bewakingsondernemingen, de beveiligingsondernemingen en de interne bewakingsondernemingen, de beveiligingsondernemingen en de interne
bewakingsdiensten werd vervangen. bewakingsdiensten werd vervangen.
Artikel 1, § 1, van de wet van 10 april 1990 luidt thans : Artikel 1, § 1, van de wet van 10 april 1990 luidt thans :
« In de zin van deze wet wordt als bewakingsonderneming beschouwd, « In de zin van deze wet wordt als bewakingsonderneming beschouwd,
elke rechtspersoon of natuurlijke persoon die, anders dan in het elke rechtspersoon of natuurlijke persoon die, anders dan in het
verband van een arbeidsovereenkomst, een activiteit uitoefent verband van een arbeidsovereenkomst, een activiteit uitoefent
bestaande in de blijvende of tijdelijke levering aan derden van bestaande in de blijvende of tijdelijke levering aan derden van
diensten van : diensten van :
1° toezicht op en bescherming van roerende of onroerende goederen; 1° toezicht op en bescherming van roerende of onroerende goederen;
2° bescherming van personen; 2° bescherming van personen;
3° toezicht op en bescherming bij vervoer van waarden; 3° toezicht op en bescherming bij vervoer van waarden;
4° beheer van alarmcentrales. 4° beheer van alarmcentrales.
In de zin van het eerste lid, 3°, worden als waarden beschouwd alle In de zin van het eerste lid, 3°, worden als waarden beschouwd alle
goederen die, omwille van hun kostbaar karakter of bijzondere aard, goederen die, omwille van hun kostbaar karakter of bijzondere aard,
onderhevig zijn aan bedreiging. De Koning kan echter bepaalde onderhevig zijn aan bedreiging. De Koning kan echter bepaalde
waarde[n] uitsluiten van het toepassingsgebied van onderhavige wet. waarde[n] uitsluiten van het toepassingsgebied van onderhavige wet.
Als bewakingsondernemingen worden evenwel niet beschouwd de vennoten Als bewakingsondernemingen worden evenwel niet beschouwd de vennoten
in een vergunde bewakingsonderneming die effectief activiteiten, in een vergunde bewakingsonderneming die effectief activiteiten,
bepaald in het eerste lid, uitoefenen, indien zij in een band van aan- bepaald in het eerste lid, uitoefenen, indien zij in een band van aan-
of bloedverwantschap tot in de tweede graad staan met één der of bloedverwantschap tot in de tweede graad staan met één der
oprichtende vennoten of indien de betrokken vennootschap bestaat uit oprichtende vennoten of indien de betrokken vennootschap bestaat uit
maximaal vier actieve vennoten die activiteiten, bepaald in het eerste maximaal vier actieve vennoten die activiteiten, bepaald in het eerste
lid, uitoefenen. » lid, uitoefenen. »
Ten aanzien van de vordering tot schorsing Ten aanzien van de vordering tot schorsing
B.2. Naar luid van artikel 20, 1°, van de bijzondere wet van 6 januari B.2. Naar luid van artikel 20, 1°, van de bijzondere wet van 6 januari
1989 op het Arbitragehof dient aan twee grondvoorwaarden te zijn 1989 op het Arbitragehof dient aan twee grondvoorwaarden te zijn
voldaan opdat tot schorsing kan worden besloten : voldaan opdat tot schorsing kan worden besloten :
- de middelen die worden aangevoerd moeten ernstig zijn; - de middelen die worden aangevoerd moeten ernstig zijn;
- de onmiddellijke uitvoering van de bestreden maatregel moet een - de onmiddellijke uitvoering van de bestreden maatregel moet een
moeilijk te herstellen ernstig nadeel kunnen berokkenen. moeilijk te herstellen ernstig nadeel kunnen berokkenen.
Daar de twee voorwaarden cumulatief zijn, leidt de vaststelling dat Daar de twee voorwaarden cumulatief zijn, leidt de vaststelling dat
één van die voorwaarden niet is vervuld tot verwerping van de één van die voorwaarden niet is vervuld tot verwerping van de
vordering tot schorsing. vordering tot schorsing.
Ten aanzien van het moeilijk te herstellen ernstig nadeel Ten aanzien van het moeilijk te herstellen ernstig nadeel
B.3.1. De verzoekende partij voert aan dat de onmiddellijke toepassing B.3.1. De verzoekende partij voert aan dat de onmiddellijke toepassing
van de bestreden norm haar een moeilijk te herstellen ernstig nadeel van de bestreden norm haar een moeilijk te herstellen ernstig nadeel
kan berokkenen. kan berokkenen.
De verzoekende partij heeft ter terechtzitting van 17 december 1997 in De verzoekende partij heeft ter terechtzitting van 17 december 1997 in
haar pleidooi betoogd dat zij een vergunning heeft als haar pleidooi betoogd dat zij een vergunning heeft als
bewakingsonderneming tot in 1998 en dat haar vennoten, door de bewakingsonderneming tot in 1998 en dat haar vennoten, door de
onmiddellijke toepassing van de wet, in de onwettigheid zijn onmiddellijke toepassing van de wet, in de onwettigheid zijn
terechtgekomen, aangezien zij met ingang van de datum van terechtgekomen, aangezien zij met ingang van de datum van
inwerkingtreding van de bestreden bepaling niet meer op een wettige inwerkingtreding van de bestreden bepaling niet meer op een wettige
wijze kunnen voldoen aan hun vaak langlopende contractuele wijze kunnen voldoen aan hun vaak langlopende contractuele
verplichtingen. verplichtingen.
Bovendien heeft zij gepleit dat de indiening en de beoordeling van de Bovendien heeft zij gepleit dat de indiening en de beoordeling van de
aanvragen van vergunningen van de individuele coöperanten in ieder aanvragen van vergunningen van de individuele coöperanten in ieder
geval maanden in beslag zouden nemen, zodat in afwachting de geval maanden in beslag zouden nemen, zodat in afwachting de
vennootschap onwettig te werk gaat. vennootschap onwettig te werk gaat.
Hieruit leidt zij af dat haar voortbestaan in het gedrang komt en dat Hieruit leidt zij af dat haar voortbestaan in het gedrang komt en dat
de coöperanten werkloos dreigen te worden, zonder recht op de coöperanten werkloos dreigen te worden, zonder recht op
werkloosheidsuitkering. werkloosheidsuitkering.
B.3.2. De Ministerraad meent dat verzoekende partij onvoldoende B.3.2. De Ministerraad meent dat verzoekende partij onvoldoende
concrete elementen aanreikt waaruit het moeilijk te herstellen ernstig concrete elementen aanreikt waaruit het moeilijk te herstellen ernstig
nadeel blijkt. Hij betwist dat het niet voorzien in nadeel blijkt. Hij betwist dat het niet voorzien in
overgangsbepalingen, kan worden beschouwd als een oorzaak van een overgangsbepalingen, kan worden beschouwd als een oorzaak van een
moeilijk te herstellen ernstig nadeel. moeilijk te herstellen ernstig nadeel.
Bovendien wijst de Ministerraad erop dat het nadeel voor de Bovendien wijst de Ministerraad erop dat het nadeel voor de
coöperanten niet kan worden beschouwd als een moeilijk te herstellen coöperanten niet kan worden beschouwd als een moeilijk te herstellen
ernstig nadeel voor de verzoekende partij; het nadeel vertoont met ernstig nadeel voor de verzoekende partij; het nadeel vertoont met
andere woorden geen persoonlijk karakter. andere woorden geen persoonlijk karakter.
B.4. Krachtens artikel 22 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op B.4. Krachtens artikel 22 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op
het Arbitragehof moeten de partijen die de schorsing vorderen, om aan het Arbitragehof moeten de partijen die de schorsing vorderen, om aan
de tweede vereiste van artikel 20, 1°, van die wet te voldoen, in hun de tweede vereiste van artikel 20, 1°, van die wet te voldoen, in hun
verzoekschrift, aan het Hof concrete feiten voorleggen die voldoende verzoekschrift, aan het Hof concrete feiten voorleggen die voldoende
bewijzen dat de uitvoering van de bestreden bepalingen, op de datum bewijzen dat de uitvoering van de bestreden bepalingen, op de datum
van inwerkingtreding ervan, hun een ernstig en moeilijk te herstellen van inwerkingtreding ervan, hun een ernstig en moeilijk te herstellen
nadeel kan berokkenen. nadeel kan berokkenen.
B.5. De verzoekende partij laat na de concrete elementen voor te B.5. De verzoekende partij laat na de concrete elementen voor te
leggen ter staving van haar bewering dat zij gebonden is door leggen ter staving van haar bewering dat zij gebonden is door
contractuele verplichtingen. contractuele verplichtingen.
Zij bewijst niet dat er geen andere mogelijkheid bestaat om haar Zij bewijst niet dat er geen andere mogelijkheid bestaat om haar
beweerde verplichtingen na te leven gedurende de procedure ten gronde. beweerde verplichtingen na te leven gedurende de procedure ten gronde.
Evenmin legt zij bedrijfseconomische gegevens voor waaruit zou blijken Evenmin legt zij bedrijfseconomische gegevens voor waaruit zou blijken
dat zij in haar voortbestaan als onderneming zou worden bedreigd door dat zij in haar voortbestaan als onderneming zou worden bedreigd door
de onmiddellijke toepassing van de bestreden bepaling. de onmiddellijke toepassing van de bestreden bepaling.
B.6. De verzoekende partij heeft bijgevolg niet aangetoond dat de B.6. De verzoekende partij heeft bijgevolg niet aangetoond dat de
onmiddellijke uitvoering van de bestreden wet een moeilijk te onmiddellijke uitvoering van de bestreden wet een moeilijk te
herstellen nadeel kan berokkenen. herstellen nadeel kan berokkenen.
Zij voldoet dan ook niet aan de tweede voorwaarde gesteld in artikel Zij voldoet dan ook niet aan de tweede voorwaarde gesteld in artikel
20, 1°, van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof. 20, 1°, van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof.
Om die redenen, Om die redenen,
het Hof het Hof
verwerpt de vordering tot schorsing. verwerpt de vordering tot schorsing.
Aldus uitgesproken in het Nederlands en het Frans, overeenkomstig Aldus uitgesproken in het Nederlands en het Frans, overeenkomstig
artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het
Arbitragehof, op de openbare terechtzitting van 21 januari 1998. Arbitragehof, op de openbare terechtzitting van 21 januari 1998.
De wnd. griffier, De wnd. griffier,
R. Moerenhout. R. Moerenhout.
De voorzitter, De voorzitter,
L. De Grève. L. De Grève.
^