Etaamb.openjustice.be
Ministerieel Besluit van 30 september 2026
gepubliceerd op 12 oktober 2026

Ministerieel besluit tot vaststelling van de intermediaire waarden voor de T-4 veiling, T-2 veiling en T-1 veiling in 2027 overeenkomstig artikel 4, § 3, van het koninklijk besluit van 28 april 2021 tot vaststelling van de parameters waarmee het volume aan te kopen capaciteit wordt bepaald, inclusief hun berekeningsmethode, en van de andere parameters die nodig zijn voor de organisatie van de veilingen, alsook de methode en voorwaarden tot het verkrijgen van individuele uitzonderingen op de toepassing van de intermediaire prijslimiet in het kader van het capaciteitsvergoedingsmechanisme

bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
numac
2026007342
pub.
12/10/2026
prom.
30/09/2026
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

30 SEPTEMBER 2026. - Ministerieel besluit tot vaststelling van de intermediaire waarden voor de T-4 veiling, T-2 veiling en T-1 veiling in 2027 overeenkomstig artikel 4, § 3, van het koninklijk besluit van 28 april 2021Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 28/04/2021 pub. 30/04/2021 numac 2021041351 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit tot vaststelling van de paramaters waarmee het volume aan te kopen capaciteit wordt bepaald, inclusief hun berekeningsmethode, en van de andere parameters die nodig zijn voor de organisatie van de veilingen, alsook de methode en voorwaarden tot het verkrijgen van individuele uitzonderingen op de toepassing van de intermediaire prijslimiet in het kader van het capaciteitsvergoedingsmechanisme sluiten tot vaststelling van de parameters waarmee het volume aan te kopen capaciteit wordt bepaald, inclusief hun berekeningsmethode, en van de andere parameters die nodig zijn voor de organisatie van de veilingen, alsook de methode en voorwaarden tot het verkrijgen van individuele uitzonderingen op de toepassing van de intermediaire prijslimiet(en) in het kader van het capaciteitsvergoedingsmechanisme


De Minister van Energie,

Gelet op de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt, artikel 7undecies, §§ 2, 3 en 6, ingevoegd bij de wet van 15 maart 2021, hierna "de Elektriciteitswet";

Gelet op het koninklijk besluit van 28 april 2021Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 28/04/2021 pub. 30/04/2021 numac 2021041351 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit tot vaststelling van de paramaters waarmee het volume aan te kopen capaciteit wordt bepaald, inclusief hun berekeningsmethode, en van de andere parameters die nodig zijn voor de organisatie van de veilingen, alsook de methode en voorwaarden tot het verkrijgen van individuele uitzonderingen op de toepassing van de intermediaire prijslimiet in het kader van het capaciteitsvergoedingsmechanisme sluiten, laatstelijk gewijzigd bij het koninklijk besluit van 25 mei 2024, tot vaststelling van de parameters waarmee het volume aan te kopen capaciteit wordt bepaald, inclusief hun berekeningsmethode, en van de andere parameters die nodig zijn voor de organisatie van de veilingen, alsook de methode en voorwaarden tot het verkrijgen van een individuele uitzondering op de toepassing van de intermediaire prijslimiet(en) in het kader van het capaciteitsvergoedingsmechanisme (hierna ` het koninklijk besluit van 28 april 2021Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 28/04/2021 pub. 30/04/2021 numac 2021041351 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit tot vaststelling van de paramaters waarmee het volume aan te kopen capaciteit wordt bepaald, inclusief hun berekeningsmethode, en van de andere parameters die nodig zijn voor de organisatie van de veilingen, alsook de methode en voorwaarden tot het verkrijgen van individuele uitzonderingen op de toepassing van de intermediaire prijslimiet in het kader van het capaciteitsvergoedingsmechanisme sluiten'), artikel 4, § 3;

Gelet op de voorstellen van de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas met kenmerk (C)3275, (C)3276 en (C)3277 van de brutokost van een nieuwkomer, de correctiefactor X en de gewogen gemiddelde kost van kapitaal voor de T-4 veiling met leveringsperiode 2031-2032, de T-2 veiling met betrekking tot de periode van capaciteitslevering 2029-2030 en de T-1 veiling met leveringsperiode 2028-2029, van 10 september 2026, en de daaraan voorafgaande publieke consultatie die is doorgegaan van 30 juli 2026 tot 30 augustus 2026;

Overwegende dat de motivatie vervat in de voorstellen (C)3275, (C)3276 en (C)3277 van de Commissie, zowel wat de verschillende onderdelen, als de eindbeoordeling betreft, uitdrukkelijk eigen wordt gemaakt met uitzondering van de elementen die hieronder worden gemotiveerd;

Overwegende dat de Commissie voorstelt dat de waarden van de gewogen gemiddelde kapitaalkosten voor de T-4, T-2 en T-1 veilingen in 2027 bestaan uit een minimumrendement van 2,8% en een technologiespecifieke risicopremie op basis van de meest recente studie « CRM Hurdle Rates and Missing Money Calculation » van Pr. Boudt van 6 Juli 2025 zoals bijgevoegd in bijlage 1;

Overwegende dat de commissie de vaste exploitatie- en onderhoudskosten evenals de investeringskosten heeft geïndexeerd om deze waarden uit te drukken in euro, met december 2025 als referentieperiode;

Overwegende dat de Algemene Directie Energie een afwijking in de indexeringsberekeningen heeft vastgesteld en dat deze, na overleg met de CREG, heeft geleid tot een herziening van de betrokken waarden;

Overwegende dat de commissie in tabel 1 van haar voorstellen (C)3275, (C)3276 en (C)3277 de waarden van de investeringskosten, de vaste exploitatie- en onderhoudskosten en de reductiefactoren voorstelt die in aanmerking moeten worden genomen voor de berekening van de bruto kost van een nieuwkomer;

Overwegende dat de commissie in tabel 3 van haar voorstellen (C3275, (C) 3276 en (C)3277 de brutokost van een nieuwkomer voorstelt, berekend op basis van voormelde elementen en overeenkomstig de op 2 oktober 2020 goedgekeurde methodologie bedoeld in artikel 23, lid 6 van de Verordening (EU) 2019/943;

Overwegende dat de commissie de ramingen uit de studie "Adequacy and flexibility study for Belgium" van juni 2025 van de netbeheerder nam voor vaste exploitatie- en onderhoudskosten voor thermische technologieën en batterijen;

Overwegende dat de kosten van een nieuwkomer gekalibreerd moeten worden op een technologie en niet op bepaalde eenheden van die technologie;

Overwegende dat de technologie vraagrespons een technologie is met een erg heterogene kostenstructuur;

Overwegende dat de Commissie verschillende categorieën vraagrespons beschouwt op basis van hun volume en dat de brutokost van een nieuwkomer in deze technologie toeneemt naargelang dit volume;

Overwegende artikel 10, § 4, tweede lid van het Koninklijk Methodebesluit, dat bepaalt dat "de lijst is gebaseerd op de in de Belgische regelzone bestaande technologieën en op de technologieën die redelijkerwijs voor het betrokken jaar beschikbaar zouden kunnen zijn;", wat dus niet het geval is voor de technologie van verbrandingsmotoren;

Overwegende dat de commissie een correctiefactor X gelijk aan 1,1 voorstelt voor de T-1-veiling van 2027, een correctiefactor van 1,25 voor de T-2-veiling van 2027 en een correctiefactor van 1,25 voor de T-4-veiling van 2027;

Besluit :

Artikel 1.§ 1. De definities vervat in artikel 1 van het koninklijk besluit van 28 april 2021Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 28/04/2021 pub. 30/04/2021 numac 2021041351 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit tot vaststelling van de paramaters waarmee het volume aan te kopen capaciteit wordt bepaald, inclusief hun berekeningsmethode, en van de andere parameters die nodig zijn voor de organisatie van de veilingen, alsook de methode en voorwaarden tot het verkrijgen van individuele uitzonderingen op de toepassing van de intermediaire prijslimiet in het kader van het capaciteitsvergoedingsmechanisme sluiten tot vaststelling van de parameters waarmee het volume aan te kopen capaciteit wordt bepaald, inclusief hun berekeningsmethode, en van de andere parameters die nodig zijn voor de organisatie van de veilingen, alsook de methode en voorwaarden tot het verkrijgen van individuele uitzonderingen op de toepassing van de intermediaire prijslimiet(en) in het kader van het capaciteitsvergoedingsmechanisme, zijn van toepassing op dit besluit. § 2. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder: 1° "de veiling T-4": de veiling vier jaar voor de periode van capaciteitslevering startend op 1 november 2031;2° "de veiling T-2": de veiling twee jaar voor de periode van de capaciteitslevering startend op 1 november 2029;3° "de veiling T-1": de veiling één jaar voor de periode van de capaciteitslevering startend op 1 november 2028;

Art. 2.Dit besluit is van toepassing op Elia Transmission Belgium NV, met maatschappelijke zetel te 1000 Brussel, Keizerslaan 20, met ondernemingsnummer 0731.852.231.

Art. 3.Elia Transmission Belgium NV hanteert voor de organisatie van de T-4, T-2 en T-1 veiling van 2025, met het oog op de bepaling van de vraagcurve voor de veiling T-4, de veiling T-2 en de veiling T-1, een gewogen gemiddelde kapitaalkost, hierna "WACC" bestaande uit een minimumrendement van 2,8% voor alle technologieën en een risicopremie zoals bepaald in de bij dit besluit gevoegde bijlage 1.

Art. 4.Elia Transmission Belgium NV gebruikt voor de organisatie van de veiling T-4, T-2 en de veiling T-1, de brutokost van een nieuwkomer van de technologieën die opgenomen zijn in de beperkte lijst van technologieën zoals vastgesteld volgens de bijlage 1 bij dit besluit.

Art. 5.Elia Transmission Belgium NV gebruikt voor de organisatie van de veiling T-4, een correctiefactor X gelijk aan 1,25.

Elia Transmission Belgium NV gebruikt voor de organisatie van de veiling T-2, een correctiefactor X gelijk aan 1,25.

Elia Transmission Belgium NV gebruikt voor de organisatie van de veiling T-1, een correctiefactor X gelijk aan 1,1.

Art. 6.Een voor eensluidend verklaard afschrift van dit besluit wordt overgemaakt aan Elia Transmission Belgium NV en aan de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas.

Art. 7.Dit besluit treedt in werking op 30 september 2026.

Brussel, 30 september 2026.

M. BIHET


Bijlage 1 Tabel 1: Brutokosten voor referentietechnologieën voor de T-4 veiling, leveringsperiode 2031-2032

Referentietechnologie

EAC (€/kW/y)

Reductiefactor [%]

CONEfixed, RT (€/kW/y)

Gasturbine met open cyclus (OCGT > 100 MW)

103,55

92%

112,55

Gasturbine gecombineerde cyclus (CCGT > 800 MW)

123,58

93%

132,88

Warmtekrachtkoppeling (CHP < 100 MW)

161,81

94%

172,14

Fotovoltaïsche energie

83,49

1%

8348,92

Onshore windenergie

178,32

9%

1981,37

Offshore windenergie

293,31

8%

3666,40

Batterijopslag (2u)

83,89

29%

289,28

Batterijopslag (4u)

130,93

47%

278,56

Vraagrespons (0<300 MW)

26,54

50%

53,07

Vraagrespons (300<600 MW)

53,07

50%

106,14

Vraagrespons (600<900 MW)

79,61

50%

159,21

Vraagrespons (900<1200 MW)

107,16

50%

214,33


Tabel 2: Brutokosten voor referentietechnologieën voor de T-2 veiling, leveringsperiode 2029-2030

Referentietechnologie

EAC (€/kW/y)

Reductiefactor [%]

CONEfixed, RT (€/kW/y)

Gasturbine met open cyclus (OCGT > 100 MW)

103,55

92%

112,55

Warmtekrachtkoppeling (CHP < 100 MW)

161,81

94%

172,14

Fotovoltaïsche energie

83,49

1%

8348,92

Onshore windenergie

178,32

9%

1981,37

Batterijopslag (2u)

83,89

31%

270,62

Batterijopslag (4u)

130,93

51%

256,71

Vraagrespons (0<300 MW)

26,54

51%

52,03

Vraagrespons (300<600 MW)

53,07

51%

104,06

Vraagrespons (600<900 MW)

79,61

51%

156,09

Vraagrespons (900<1200 MW)

107,16

51%

210,12


Tabel 3: Brutokosten voor referentietechnologieën voor de T-1 veiling, leveringsperiode 2028-2029

Referentietechnologie

EAC (€/kW/y)

Reductiefactor [%]

CONEfixed, RT (€/kW/y)

Fotovoltaïsche energie

83,49

1%

8348,92

Onshore windenergie

178,32

10%

1783,23

Batterijopslag (2u)

83,89

33%

254,22

Batterijopslag (4u)

130,93

53%

247,03

Vraagrespons (0<300 MW)

26,54

52%

51,03

Vraagrespons (300<600 MW)

53,07

52%

102,06

Vraagrespons (600<900 MW)

79,61

52%

153,09

Vraagrespons (900<1200 MW)

107,16

52%

206,08


Tabel 4: Gewogen gemiddelde kapitaalkost voor nieuwe capaciteiten, geldig voor alle leveringsperiodes

Referentietechnologie

Minimaal rendement

Risico premie

WACC

Gasturbine met open cyclus (OCGT > 100 MW)

2,8 %

5,1%

7,9 %

Gasturbine gecombineerde cyclus (CCGT > 800 MW)

2,8 %

4,3%

7,1 %

Warmtekrachtkoppeling (CHP < 100 MW)

2,8 %

4,3%

7,1 %

Fotovoltaïsche energie

2,8 %

3,2%

6,0 %

Onshore windenergie

2,8 %

3,8%

6,6 %

Offshore windenergie

2,8 %

3,8%

6,6 %

Batterijopslag (2u)

2,8 %

2,5%

5,3 %

Batterijopslag (4u)

2,8 %

2,4%

5,2 %

Vraagrespons (0<300 MW)

2,8 %

2,6%

5,4 %

Vraagrespons (300<600 MW)

2,8 %

2,6%

5,4 %

Vraagrespons (600<900 MW)

2,8 %

2,6%

5,4 %

Vraagrespons (900<1200 MW)

2,8 %

2,6%

5,4 %


Table 5 : Risicopremie voor bestaande capaciteit, geldig voor alle leveringsperiodes

Referentietechnologie

No Investment

Mogelijke extra risicopremie bij investeringen in CAPEX met een economische levensduur van minder dan 3 jaar

Mogelijke extra risicopremie bij investeringen in CAPEX met een economische levensduur van meer dan 3 jaar

OCGT

N/A

0 %

2,2 %

CCGT

N/A

0 %

2,6 %

CHP

N/A

0 %

2,6 %

Fotovoltaïsche energie

N/A

0 %

3,2 %

Onshore windenergie

N/A

0 %

3,8 %

Batterijopslag (2u)

N/A

0,56 %

2,5 %

Batterijopslag (4u)

N/A

0,56 %

2,4 %

Vraagrespons

N/A

0,56 %

2,6 %


Gezien om gevoegd te worden bij het ministerieel besluit van 30 september 2026 tot vaststelling van de intermediaire waarden voor de T-4 veiling, T-2 veiling en T-1 veiling in 2027 overeenkomstig artikel 4, § 3, van het koninklijk besluit van 28 april 2021Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 28/04/2021 pub. 30/04/2021 numac 2021041351 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit tot vaststelling van de paramaters waarmee het volume aan te kopen capaciteit wordt bepaald, inclusief hun berekeningsmethode, en van de andere parameters die nodig zijn voor de organisatie van de veilingen, alsook de methode en voorwaarden tot het verkrijgen van individuele uitzonderingen op de toepassing van de intermediaire prijslimiet in het kader van het capaciteitsvergoedingsmechanisme sluiten tot vaststelling van de parameters waarmee het volume aan te kopen capaciteit wordt bepaald, inclusief hun berekeningsmethode, en van de andere parameters die nodig zijn voor de organisatie van de veilingen, alsook de methode en voorwaarden tot het verkrijgen van individuele uitzonderingen op de toepassing van de intermediaire prijslimiet(en) in het kader van het capaciteitsvergoedingsmechanisme.

Brussel, 30 september 2026.

M. BIHET


ANNEXE 1re Tableau 1 : Coût brut pour les technologies de référence pour l'enchère T-4, période de livraison 2031-2032

Technologie de référence

EAC (€/kW/y)

Facteur de réduction [%]

CONEfixed, RT (€/kW/y)

Turbine à gaz à cycle ouvert (OCGT >100 MW)

103,55

92%

112,55

Turbine à gaz à cycle combiné (CCGT >800 MW)

123,58

93%

132,88

Cogénération (CHP <100 MW)

161,81

94%

172,14

Photovoltaïque

83,49

1%

8348,92

Eolien onshore

178,32

9%

1981,37

Eolien offshore

293,31

8%

3666,40

Stockage par batterie (2h)

83,89

29%

289,28

Stockage par batterie (4h)

130,93

47%

278,56

Participation active de la demande (0<300 MW)

26,54

50%

53,07

Participation active de la demande (300<600 MW)

53,07

50%

106,14

Participation active de la demande (600<900 MW)

79,61

50%

159,21

Participation active de la demande (900<1200 MW)

107,16

50%

214,33


Tableau 2 : Coût brut pour les technologies de référence pour l'enchère T-2, période de livraison 2029-2030

Technologie de référence

EAC (€/kW/y)

Facteur de réduction [%]

CONEfixed, RT (€/kW/y)

OCGT (>100 MW)

103,55

92%

112,55

CHP (<100 MW)

161,81

94%

172,14

Photovoltaïque

83,49

1%

8348,92

Eolien onshore

178,32

9%

1981,37

Stockage par batterie (2h)

83,89

31%

270,62

Stockage par batterie (4h)

130,93

51%

256,71

Participation active de la demande (0<300 MW)

26,54

51%

52,03

Participation active de la demande (300<600 MW)

53,07

51%

104,06

Participation active de la demande (600<900 MW)

79,61

51%

156,09

Participation active de la demande (900<1200 MW)

107,16

51%

210,12


Tableau 3 : Coût brut pour les technologies de référence pour l'enchère T-1, période de livraison 2028-2029

Technologie de référence

EAC (€/kW/y)

Facteur de réduction [%]

CONEfixed, RT (€/kW/y)

Photovoltaïque

83,49

1%

8348,92

Eolien onshore

178,32

10%

1783,23

Stockage par batterie (2h)

83,89

33%

254,22

Stockage par batterie (4h)

130,93

53%

247,03

Participation active de la demande (0<300 MW)

26,54

52%

51,03

Participation active de la demande (300<600 MW)

53,07

52%

102,06

Participation active de la demande (600<900 MW)

79,61

52%

153,09

Participation active de la demande (900<1200 MW)

107,16

52%

206,08


Tableau 4 : Coût moyen pondéré du capital par technologie pour une nouvelle capacité, valable pour chaque période livraison

Technologie de référence

Rendement minimum

Prime de risque

WACC

Turbine à gaz à cycle ouvert (OCGT >100 MW)

2,8 %

5,1%

7,9 %

Turbine à gaz à cycle combiné (CCGT >800 MW)

2,8 %

4,3%

7,1 %

Cogénération (CHP <100 MW)

2,8 %

4,3%

7,1 %

Photovoltaïque

2,8 %

3,2%

6,0 %

Eolien onshore

2,8 %

3,8%

6,6 %

Eolien offshore

2,8 %

3,8%

6,6 %

Stockage par batterie (2h)

2,8 %

2,5%

5,3 %

Stockage par batterie (4h)

2,8 %

2,4%

5,2 %

Participation active de la demande (0<300 MW)

2,8 %

2,6%

5,4 %

Participation active de la demande (300<600 MW)

2,8 %

2,6%

5,4 %

Participation active de la demande (600<900 MW)

2,8 %

2,6%

5,4 %

Participation active de la demande (900<1200 MW)

2,8 %

2,6%

5,4 %


Tableau 5 : Prime de risque pour une capacité existante, valable pour chaque période livraison

Technologie de référence

No Investment

Prime de risque additionnelle possible liée à un investissement en CAPEX dont la durée de vie économique est inférieure à 3 ans

Prime de risque additionnelle possible liée à un investissement en CAPEX dont la durée de vie économique est supérieure à 3 ans

OCGT

N/A

0 %

2,2 %

CCGT

N/A

0 %

2,6 %

CHP

N/A

0 %

2,6 %

Photovoltaïque

N/A

0 %

3,2 %

Eolien onshore

N/A

0 %

3,8 %

Stockage par batterie (2h)

N/A

0,56 %

2,5 %

Stockage par batterie (4h)

N/A

0,56 %

2,4 %

Participation active de la demande

N/A

0,56 %

2,6 %


Vu pour être annexé à l'arrêté ministériel du 30 septembre 2026 déterminant les valeurs intermédiaires pour les mise aux enchères T-4, T- 2 et T-1 de 2027 conformément à l'article 4, § 3, de l'arrêté royal du 28 avril 2021 fixant les paramètres avec lesquels le volume de la capacité à prévoir est déterminé, y compris leurs méthodes de calcul, et les autres paramètres nécessaires pour l'organisation des mises aux enchères, ainsi que la méthode pour et les conditions à l'octroi d'une dérogation individuelle à l'application du ou des plafond(s) de prix intermédiaire(s) dans le cadre du mécanisme de rémunération de capacité.

Bruxelles, 30 septembre 2026.

M. BIHET


^