gepubliceerd op 06 november 2026
Ministerieel besluit tot wijziging van het ministerieel besluit van 22 december 2025 houdende tijdelijke aanvullende maatregelen voor het jaar 2026 tot het behoud van de visbestanden in zee
30 OKTOBER 2026. - Ministerieel besluit tot wijziging van het ministerieel besluit van 22 december 2025 houdende tijdelijke aanvullende maatregelen voor het jaar 2026 tot het behoud van de visbestanden in zee
Werk, Economie, Wetenschap, Innovatie, Landbouw en Sociale Economie
Rechtsgronden Dit besluit is gebaseerd op: - het decreet van 28 juni 2013 betreffende het landbouw- en visserijbeleid, artikel 24; - het
besluit van de Vlaamse Regering van 16 december 2005Relevante gevonden documenten
type
besluit van de vlaamse regering
prom.
16/12/2005
pub.
23/01/2006
numac
2006035027
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Besluit van de Vlaamse Regering tot de instelling van een visvergunning en houdende tijdelijke maatregelen voor de uitvoering van de communautaire regeling inzake de instandhouding en de duurzame exploitatie van de visbestanden
sluiten tot de instelling van een visvergunning en houdende tijdelijke maatregelen voor de uitvoering van de communautaire regeling inzake de instandhouding en de duurzame exploitatie van de visbestanden, artikel 18; - het
besluit van de Vlaamse Regering van 9 september 2016Relevante gevonden documenten
type
besluit van de vlaamse regering
prom.
09/09/2016
pub.
21/09/2016
numac
2016036420
bron
vlaamse overheid
Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van aanvullende nationale maatregelen voor de instandhouding en het beheer van de visbestanden en voor controle op de visserijactiviteiten
sluiten tot vaststelling van aanvullende nationale maatregelen voor de instandhouding en het beheer van de visbestanden en voor controle op de visserijactiviteiten, artikel 10/1.
Vormvereiste Er is geen advies gevraagd aan de Raad van State, met toepassing van artikel 3, § 1 van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973. Er is een dringende noodzakelijkheid omdat het beheer van quota gebeurt op basis van een collectief benuttingssysteem waaraan heel snel aanpassingen moeten kunnen gebeuren, gelet op de verplichtingen die door de Europese en internationale regelgeving op het gebied van de zeevisserij worden opgelegd met betrekking tot het beheer van visquota.
Motivering Dit besluit is gebaseerd op de volgende motieven: - In haar zitting van 13 oktober 2026 heeft de quotacommissie maatregelen geadviseerd tot aanpassing van de aanvullende quotamaatregelen. - Op verzoek van de quotacommissie wordt het tongquotum voor vaartuigen van het GVS in de Noordzee voor de tweede toewijsperiode verhoogd. - Het beheer van quota gebeurt op basis van een collectief benuttingssysteem. De jaarlijks aan België toegekende quota voor de verschillende bestanden wordt verdeeld tussen het Groot Vlootsegment (GVS) en het Klein Vlootsegment (KVS) volgens een driejaarlijks voortschrijdend gemiddeld historische vangstratio in ieder segment.
Dit resulteert in een segmentquotum respectievelijk voor het GVS en KVS. - Voor het GVS wordt de toekenning verdeeld in drie periodes: januari-juni, juli-oktober, en november-december (6-4-2). Voor het KVS gelden slechts twee blokken, namelijk januari-oktober en november-december (10-2). - Aangezien de tweede toekenningsperiode voor GVS en de eerste toekenningsperiode voor het KVS aflopen op 31 oktober 2026, dient voor de verschillende visbestanden in de verschillende ICES-gebieden op zeer korte termijn een nieuwe verdeling te gebeuren op basis van de meest recent beschikbare cijfergegevens voor de vaartuigen voor de derde toekenningsperiode van 1 november 2026 tot en met 31 december 2026.
DE VLAAMSE MINISTER VAN BINNENLAND, STEDEN- EN PLATTELANDSBELEID, SAMENLEVEN, INTEGRATIE EN INBURGERING, BESTUURSZAKEN, SOCIALE ECONOMIE EN ZEEVISSERIJ BESLUIT:
Artikel 1.In artikel 14 van het ministerieel besluit van 22 december 2025 houdende tijdelijke aanvullende maatregelen voor 2026 tot het behoud van de visbestanden in zee, gewijzigd bij de ministeriële besluiten van 29 juni 2026 en 17 september 2026, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° aan paragraaf 2 wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt: "In de periode van 1 november 2026 tot en met 31 december 2026 is het in de ICES-gebieden II, IV, zijnde Noordzee en Schelde-estuarium, voor een vissersvaartuig van het KVS verboden bij de tongvangst een hoeveelheid te overschrijden die gelijk is aan 50 kg, vermenigvuldigd met het motorvermogen van het vissersvaartuig, uitgedrukt in kW."; 2° in paragraaf 3, tweede lid, wordt de hoeveelheid "25 kg" vervangen door de hoeveelheid "30 kg"; 3° aan paragraaf 3 wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt: "In de periode van 1 november 2026 tot en met 31 december 2026 is het in de ICES-gebieden II, IV, zijnde Noordzee en Schelde-estuarium, voor een vissersvaartuig van het GVS verboden bij de tongvangst die gelijk is aan 20 kg, vermenigvuldigd met het motorvermogen van het vissersvaartuig, uitgedrukt in kW.".
Art. 2.In artikel 15 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het ministerieel besluit van 29 juni 2026, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° aan paragraaf 2 wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt: "In de periode van 1 november 2026 tot en met 31 december 2026 is het in de ICES-gebieden II, IV, zijnde Noordzee en Schelde-estuarium, voor een vissersvaartuig van het KVS verboden bij de scholvangst een hoeveelheid te overschrijden die gelijk is aan 300 kg, vermenigvuldigd met het motorvermogen van het vissersvaartuig, uitgedrukt in kW."; 2° aan paragraaf 3 wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt: "In de periode van 1 november 2026 tot en met 31 december 2026 is het in de ICES-gebieden II, IV, zijnde Noordzee en Schelde-estuarium, voor een vissersvaartuig van het GVS verboden bij de scholvangst een hoeveelheid te overschrijden die gelijk is aan 260 kg, vermenigvuldigd met het motorvermogen van het vissersvaartuig, uitgedrukt in kW.".
Art. 3.Aan artikel 16, § 3, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het ministerieel besluit van 29 juni 2026, wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt: "In de periode van 1 november 2026 tot en met 31 december 2026 is het in de ICES-gebieden VIIf, g voor een vissersvaartuig van het GVS verboden bij de tongvangst een hoeveelheid te overschrijden die gelijk is aan 500 kg per vissersvaartuig.".
Art. 4.In artikel 17 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het ministerieel besluit van 29 juni 2026, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° tussen het eerste en het tweede lid wordt een lid ingevoegd, dat luidt als volgt: "In de periode van 1 november 2026 tot en met 31 december 2026 is het in de ICES-gebieden VIIb-c, VIIe-k, VIII, voor een vissersvaartuig van het KVS verboden een totale kabeljauwvangst te realiseren die groter is dan 25 kg."; 2° er wordt een vijfde lid toegevoegd, dat luidt als volgt: "In de periode van 1 november 2026 tot en met 31 december 2026 is het in de ICES-gebieden VIIb-c, VIIe-k, VIII, voor een vissersvaartuig van het GVS verboden een totale kabeljauwvangst te realiseren die groter is dan 50 kg.".
Art. 5.Aan artikel 18 van hetzelfde besluit wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt: "In de periode van 1 november 2026 tot en met 31 december 2026 is het in het ICES-gebied VIId voor een vissersvaartuig verboden bij de kabeljauwvangst een hoeveelheid te overschrijden die gelijk is aan 1 kg, vermenigvuldigd met het motorvermogen van het vissersvaartuig, uitgedrukt in kW.".
Art. 6.In artikel 20 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de ministeriële besluiten van 26 maart 2026, 27 april 2026 en 28 mei 2026, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° aan paragaaf 1 wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt: "In de periode van 1 november 2026 tot en met 31 december 2026 is het in het ICES-gebied VIIa voor een vaartuig van het GVS verboden een totale tongvangst te realiseren die groter is dan 10 kg vermenigvuldigd met het motorvermogen van het vissersvaartuig, uitgedrukt in kW."; 2° in paragraaf 2 wordt in het derde lid de zin "Vanaf 1 juni 2026 bedraagt deze maximale hoeveelheid 100 kg per vaartdag." vervangen door de zinnen "In de periode van 1 juni 2026 tot en met 31 oktober 2026 bedraagt de maximale hoeveelheid 100 kg per vaartdag. In de periode van 1 november 2026 tot en met 31 december 2026 is het in het ICES-gebied VIId voor een vissersvaartuig van het KVS verboden een totale tongvangst te realiseren die groter is dan 4000 kg."; 3° in paragraaf 2 wordt tussen het vijfde en het zesde lid een lid ingevoegd, dat luidt als volgt: "In het ICES-gebied VIId is het voor een vissersvaartuig van het GVS tijdens de periode van 1 november 2026 tot 31 december 2026 verboden bij de tongvangst een hoeveelheid te overschrijden die gelijk is aan 3 kg vermenigvuldigd met het motorvermogen van het vissersvaartuig, uitgedrukt in kW."; 4° in paragraaf 3 wordt tussen het tweede en het derde lid een lid ingevoegd, dat luidt als volgt: "In de periode van 1 november 2026 tot en met 31 december 2026 is het in het ICES-gebied VIIe voor een vissersvaartuig van het KVS met vismachtiging overeenkomstig artikel 11, § 2, verboden een totale tongvangst te realiseren die groter is dan 500 kg."; 5° in paragraaf 3 wordt tussen het bestaande vierde en vijfde lid, dat het vijfde en het zevende lid wordt, een lid ingevoegd, dat luidt als volgt: "In de periode van 1 november 2026 tot en met 31 december 2026 is het in het ICES-gebied VIIe voor een vissersvaartuig van het GVS met vismachtiging overeenkomstig artikel 11, § 2, verboden een totale tongvangst te realiseren die groter is dan 1000 kg.".
Art. 7.In artikel 21 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het ministerieel besluit van 29 juni 2026, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in paragraaf 1, tweede lid, wordt de zinsnede "31 oktober 2026" vervangen door de zinsnede "16 oktober 2023"; 2° aan paragraaf 1 wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt: "In de periode van 17 oktober 2026 tot en met 31 december 2026 is het voor een vissersvaartuig verboden te vissen in het ICES-gebied VIIh, j, k, met uitzondering van het vaartuig dat overeenkomstig § 2 voor het laatste kwartaal is uitgeloot.".
Art. 8.In artikel 22, § 4, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het ministerieel besluit van 29 juni 2026, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in het tweede lid wordt de zinsnede "31 oktober 2026" vervangen door de zinsnede "16 oktober 2026"; 2° er wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt: "In de periode van 17 oktober 2026 tot en met 31 december 2026 is de scholvangst in de ICES-gebieden VIIh,j,k verboden.".
Art. 9.Aan artikel 23, § 3, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het ministerieel besluit van 29 juni 2026, wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt: "In de periode van 1 november 2026 tot en met 31 december 2026 is het in het ICES-gebied VIIa voor een vissersvaartuig verboden bij de kabeljauwvangst een hoeveelheid te overschrijden die gelijk is aan 200 kg.".
Art. 10.In artikel 24 van hetzelfde besluit wordt paragraaf 2 vervangen door wat volgt: " § 2. In de periode van 1 januari 2026 tot en met 31 oktober 2026 is het in het ICES-gebied VIId voor een vissersvaartuig van het KVS verboden bij de rogvangsten per visreis een hoeveelheid te overschrijden die gelijk is aan 200 kg vermenigvuldigd met het aantal vaartdagen, gerealiseerd tijdens die visreis in het desbetreffende ICES-gebied.
In de periode van 1 november 2026 tot en met 31 december 2026 is het in het ICES-gebied VIId voor een vissersvaartuig van het KVS verboden bij de rogvangsten per visreis een hoeveelheid te overschrijden die gelijk is aan 300 kg vermenigvuldigd met het aantal vaartdagen, gerealiseerd tijdens die visreis in het desbetreffende ICES-gebied.
In de periode van 1 januari 2026 tot en met 31 oktober 2026 is het in het ICES-gebied VIId voor een vissersvaartuig van het GVS verboden bij de rogvangsten per visreis een hoeveelheid te overschrijden die gelijk is aan 400 kg vermenigvuldigd met het aantal vaartdagen, gerealiseerd tijdens die visreis in het desbetreffende ICES-gebied.
In de periode van 1 november 2026 tot en met 31 december 2026 is het in het ICES-gebied VIId voor een vissersvaartuig van het GVS verboden bij de rogvangsten per visreis een hoeveelheid te overschrijden die gelijk is aan 600 kg vermenigvuldigd met het aantal vaartdagen, gerealiseerd tijdens die visreis in het desbetreffende ICES-gebied.".
Art. 11.In artikel 25 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het ministerieel besluit van 29 juni 2026, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° aan paragraaf 5 wordt een vierde lid toegevoegd, dat luidt als volgt: "Het is in de ICES-gebieden VIIbc-ek voor een vissersvaartuig tijdens de periode van 1 november 2026 tot en met 31 december 2026 verboden bij de wijtingvangsten per vaartuig een hoeveelheid te overschrijden die gelijk is aan 500 kg."; 2° aan paragraaf 7 wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt: "In de periode van 1 november 2026 tot en met 31 december 2026 is het in het ICES-gebied VIIa voor een vissersvaartuig van het GVS verboden bij wijtingvangsten een hoeveelheid te overschrijden die gelijk is aan 100 kg."; 3° in paragraaf 11 wordt tussen het derde en het vierde lid een lid ingevoegd, dat luidt als volgt: "In de periode van 1 november 2026 tot en met 31 december 2026 is het in de ICES-gebieden VIIb-k, VIII voor een vissersvaartuig van het GVS verboden bij de schelvisvangst een hoeveelheid te overschrijden die gelijk is aan 200 kg per vaartuig.".
Art. 12.Dit besluit treedt in werking op 1 november 2026, met uitzondering van artikel 7 en 8, die in werking treden op 17 oktober 2026.
Brussel, 30 oktober 2026.
De Vlaamse minister van Binnenland, Steden- en Plattelandsbeleid, Samenleven, Integratie en Inburgering, Bestuurszaken, Sociale Economie en Zeevisserij, H. CREVITS