Etaamb.openjustice.be
Ministerieel Besluit van 17 januari 2002
gepubliceerd op 15 februari 2002

Ministerieel besluit houdende delegatie van sommige bevoegdheden inzake ontwikkelingssamenwerking aan ambtenaren van het departement Coördinatie van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap

bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
numac
2002035158
pub.
15/02/2002
prom.
17/01/2002
ELI
eli/besluit/2002/01/17/2002035158/staatsblad
staatsblad
http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.(...)
Document Qrcode

17 JANUARI 2002. - Ministerieel besluit houdende delegatie van sommige bevoegdheden inzake ontwikkelingssamenwerking aan ambtenaren van het departement Coördinatie van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap


De Vlaamse minister van Cultuur, Jeugd, Sport, Brusselse Aangelegenheden en Ontwikkelingssamenwerking, Gelet op het besluit van de Vlaamse regering van 13 juli 2001 tot bepaling van de bevoegdheden van de leden van de Vlaamse regering, inzonderheid op artikel 18;

Gelet op het ministerieel besluit van 17 maart 1994 houdende delegatie van sommige bevoegdheden inzake externe betrekkingen aan ambtenaren van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap;

Overwegende dat het, met het oog op een efficiënte organisatie en werking van de diensten, noodzakelijk is bevoegdheden inzake ontwikkelingssamenwerking te delegeren aan ambtenaren en deze delegaties het voorwerp te laten uitmaken van een specifiek besluit, Besluit : HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen

Artikel 1.Dit besluit is van toepassing op de aangelegenheden inzake ontwikkelingssamenwerking die tot de bevoegdheid behoren van het departement Coördinatie, administratie Buitenlands Beleid, en waarvoor de Vlaamse minister van Cultuur, Jeugd, Sport, Brusselse Aangelegenheden en Ontwikkelingssamenwerking bevoegd is.

Art. 2.Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder : 1° minister : de Vlaamse minister van Cultuur, Jeugd, Sport, Brusselse Aangelegenheden en Ontwikkelingssamenwerking;2° secretaris-generaal : de secretaris-generaal van het departement Coördinatie;3° directeur-generaal : de directeur-generaal van de administratie Buitenlands Beleid; 4° kredieten : de kredieten op het activiteitenprogramma 12.2 Ontwikkelingssamenwerking van de administratieve begroting.

Art. 3.De delegaties die bij dit besluit worden verleend, worden tevens verleend aan de ambtenaar die met de waarneming van het ambt van de titularis is belast of deze vervangt bij tijdelijke afwezigheid of verhindering. Bij tijdelijke afwezigheid of verhindering plaatst de betrokken ambtenaar, boven de vermelding van graad en handtekening en onverminderd de bepaling van artikel 15, § 2 van dit besluit, de formule« Voor de (graad van de titularis), afwezig ». HOOFDSTUK II. - Bevoegdheden van de secretaris-generaal

Art. 4.De secretaris-generaal is gemachtigd alle administratieve maatregelen te nemen inzake begrotingsuitvoering, inzonderheid de ondertekening van vastleggings- en ordonnanceringsdocumenten inzake verbintenissen die door de minister of de daartoe overeenkomstig hoofdstuk III gedelegeerde ambtenaar werden aangegaan.

Art. 5.De secretaris-generaal is gemachtigd om : 1° minnelijke schikkingen aan te gaan die voorafgaan aan het ontstaan van een rechtsgeding, voor zover het bedrag van de uitgaven die eruit voortvloeien niet hoger is dan 25.000 euro; 2° de rechtsgedingen te voeren voor de administratieve rechtscolleges en voor het Rekenhof, met uitzondering van de rechtsgedingen voor het Arbitragehof; 3° alle andere dan de in 2° bedoelde rechtsgedingen te voeren, alle noodzakelijke proceshandelingen te verrichten voor hoven en rechtbanken, de rechtsmiddelen in te stellen tegen vonnissen of arresten of desgevallend erin te berusten, voor zover de geschillen niet waardeerbaar zijn voor een bedrag hoger dan 25.000 euro in hoofdsom; 4° het bedrag van de erelonen en van de vergoedbare kosten van de advocaten vast te stellen, voor zover deze niet meer bedragen dan 12.500 euro per aanleg; 5° elk reeds ingeleid rechtsgeding in der minne te regelen door het aangaan van een dading, voor zover het geschil niet waardeerbaar is voor een bedrag hoger dan 25.000 euro in hoofdsom; 6° de uitgaven verbonden aan de uitvoering van vonnissen of arresten, dadingen of schulderkenningen, goed te keuren en de opdracht tot betaling van deze uitgaven te geven.

Art. 6.De secretaris-generaal is gemachtigd om personeelsleden aan te wijzen die het departement zullen vertegenwoordigen bij congressen, colloquia, studiedagen en conferenties of die als afgevaardigde van het departement een interview mogen toestaan of een voordracht of toespraak mogen houden met betrekking tot de in artikel 1 bedoelde aangelegenheden.

Art. 7.Om een efficiënte organisatie te waarborgen subdelegeert de secretaris-generaal de hiervoor in aanmerking komende gedelegeerde bevoegdheden aan personeelsleden van het departement, tot op het meest functionele niveau. Elke subdelegatie wordt meegedeeld aan het Rekenhof. HOOFDSTUK III. - Bevoegdheden van de directeur-generaal Afdeling 1. - Delegaties van algemene aard

Art. 8.De directeur-generaal is gemachtigd om : 1° de dagelijkse briefwisseling te ondertekenen, onverminderd de bijzondere regeling die geldt voor de antwoorden op brieven van het Rekenhof met betrekking tot de door het Hof geformuleerde opmerkingen;2° gewone en aangetekende zendingen in ontvangst te nemen, met uitzondering van de dagvaardingen betekend aan de Vlaamse Gemeenschap en/of het Vlaamse Gewest;3° uittreksels en afschriften van documenten eensluidend te verklaren en af te leveren;4° staten van verschuldigde sommen betreffende presentiegelden en reis- en verblijfkosten goed te keuren, voor zover ze verband houden met de werking van advies- en overlegorganen die aan de administratie verbonden zijn. Afdeling 2. - Bepalingen betreffende het gunnen en de uitvoering van

overheidsopdrachten en het doen van andere uitgaven

Art. 9.De directeur-generaal is gemachtigd om bestekken voor werken, leveringen of diensten goed te keuren, de wijze te kiezen waarop de opdrachten worden gegund, opdrachten voor de aanneming van werken, leveringen of diensten te gunnen en in te staan voor de uitvoering ervan. Deze machtiging geldt slechts binnen de perken van de in de begroting voorziene kredieten en indien het geraamde bedrag respectievelijk het goed te keuren offertebedrag de hierna vermelde bedragen niet overschrijdt : 1° in geval van een openbare aanbesteding of algemene offerteaanvraag : .. . . . 100.000 euro; 2° in geval van een beperkte aanbesteding of beperkte offerteaanvraag : .. . . . 75.000 euro; 3° in geval van een onderhandelingsprocedure met bekendmaking : .. . . . 32.500 euro; 4° in geval van een onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking : .. . . . 17.500 euro.

De directeur-generaal staat tevens in voor de eenvoudige uitvoering van de opdrachten voor de aanneming van werken, leveringen of diensten die werden gegund door de minister of de Vlaamse regering.

Onder eenvoudige uitvoering wordt verstaan : het treffen van alle maatregelen en beslissingen die het mogelijk maken om de opdracht uit te voeren en die binnen de perken van de aanneming blijven, met uitzondering van de maatregelen en beslissingen die een beoordeling vanwege de gunnende overheid vereisen.

Art. 10.De directeur-generaal is gemachtigd om : 1° met betrekking tot de in artikel 9, eerste lid, vermelde opdrachten : a) gemotiveerde afwijkingen toe te staan op de essentiële bepalingen en voorwaarden van de overeenkomst, in toepassing van artikel 8 van het koninklijk besluit van 26 september 1996 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten en van de concessies voor openbare werken;b) boeten kwijt te schelden;2° met betrekking tot de in artikel 9, eerste en tweede lid, vermelde opdrachten : a) prijsherzieningen voortvloeiend uit de betrokken overeenkomsten goed te keuren, zonder beperking van bedrag; b) verrekeningen, andere dan voormelde herzieningen, goed te keuren voor zover hieruit geen bijkomende uitgaven van meer dan 25 % van het gunningsbedrag voortvloeien en deze bijkomende uitgaven 12.500 euro niet overschrijden.

Art. 11.De directeur-generaal is gemachtigd om allerlei uitgaven die buiten de toepassing vallen van de wetgeving op de overheidsopdrachten goed te keuren, tot een bedrag van maximum 12.500 euro per beslissing, voor zover het niet gaat om subsidies.

Art. 12.De in deze afdeling vermelde bedragen zijn exclusief de belasting op de toegevoegde waarde. Afdeling 3. - Specifieke delegaties

Art. 13.De directeur-generaal is gemachtigd om de beslissing tot betaalbaarstelling te nemen voor elke schijf van subsidies en dotaties die in schijven worden uitbetaald en aangerekend op het in artikel 2, 4°, vermeld activiteitenprogramma, met inbegrip van de afrekening.

Art. 14.De directeur-generaal is gemachtigd, binnen de perken van de uitvoerende opdracht, de Vlaamse Gemeenschap en het Vlaamse Gewest te vertegenwoordigen in federale en internationale instellingen en organen alsmede in technische comités en werkgroepen aangaande ontwikkelingssamenwerking, voor zover het gaat om de dagelijkse administratieve vertegenwoordiging. Afdeling 4. - Gemeenschappelijke bepalingen

Art. 15.§ 1. De directeur-generaal kan de daarvoor in aanmerking komende gedelegeerde bevoegdheden, na overleg met de secretaris-generaal, aan personeelsleden subdelegeren, tot op het meest functionele niveau. Elke subdelegatie wordt meegedeeld aan het Rekenhof en aan de minister. § 2. Bij gebruik van de in de afdelingen 2 en 3 van dit hoofdstuk bedoelde delegaties plaatst de delegatiehouder boven de vermelding van graad en handtekening de formule « Namens de Vlaamse minister van Cultuur, Jeugd, Sport, Brusselse Aangelegenheden en Ontwikkelingssamenwerking ».

Art. 16.Over het gebruik van de in de afdelingen 2 en 3 van dit hoofdstuk bedoelde bevoegdheden wordt trimestrieel gerapporteerd in een activiteitenverslag dat aan de minister wordt meegedeeld via de secretaris-generaal. HOOFDSTUK IV. - Slotbepalingen

Art. 17.Het ministerieel besluit van 17 maart 1994 houdende delegatie van sommige bevoegdheden inzake externe betrekkingen aan ambtenaren van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, wordt opgeheven, wat betreft de aangelegenheden die het voorwerp uitmaken van onderhavig besluit.

Art. 18.Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2002.

Brussel, 17 januari 2002.

De Vlaamse minister van Cultuur, Jeugd, Sport, Brusselse Aangelegenheden en Ontwikkelingssamenwerking, B. ANCIAUX

^