Etaamb.openjustice.be
Ministerieel Besluit van 12 juni 2001
gepubliceerd op 27 juli 2001

Ministerieel besluit houdende vaststelling van de procedure tot het verlenen, het verlengen, het weigeren of het intrekken van een principieel akkoord, een erkenning en subsidiëring van kinderdagverblijven en diensten voor opvanggezinnen

bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
numac
2001035797
pub.
27/07/2001
prom.
12/06/2001
ELI
eli/besluit/2001/06/12/2001035797/staatsblad
staatsblad
http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.(...)
links
Raad van State (chrono)
Document Qrcode

12 JUNI 2001. - Ministerieel besluit houdende vaststelling van de procedure tot het verlenen, het verlengen, het weigeren of het intrekken van een principieel akkoord, een erkenning en subsidiëring van kinderdagverblijven en diensten voor opvanggezinnen


De Vlaamse minister van Welzijn, Gezondheid en Gelijke Kansen, Gelet op het decreet van 29 mei 1984 houdende de oprichting van de instelling Kind en Gezin, gewijzigd bij de decreten van 3 mei 1989, 23 februari 1994, 24 juni 1997, 7 juli 1998 en 9 maart 2001 : Gelet op het besluit van de Vlaamse regering van 15 september 1998 betreffende de adviserende beroepscommissie inzake gezins- en welzijnsaangelegenheden, gewijzigd bij besluit van de Vlaamse regering van 29 september 2000;

Gelet op het besluit van de Vlaamse regering van 13 juli 1999 tot bepaling van de bevoegdheden van de leden van de Vlaamse regering, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse regering van 15 oktober 1999, 14 april 2000 en 26 mei 2000;

Gelet op het besluit van de Vlaamse regering van 23 februari 2001 houdende voorwaarden inzake erkenning en subsidiëring van kinderdagverblijven en diensten voor opvanggezinnen;

Gelet op het advies van de raad van bestuur van Kind en Gezin, gegeven op 2 mei 2001;

Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 2 mei 2001;

Gelet op de wetten van de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, inzonderheid op artikel 3, § 1, vervangen bij de wet van 4 juli 1989 en gewijzigd bij de wet van 4 augustus 1996;

Gelet op de dringende noodzakelijkheid;

Overwegende dat de rechtszekerheid en de continuïteit met betrekking tot het erkennen en subsidiëren van kinderdagverblijven en diensten voor opvanggezinnen nopen tot een onmiddellijke vastlegging van de administratieve procedures, zodat de behandeling van hangende dossiers kan worden verzekerd, Besluit : HOOFDSTUK I. - Inleidende bepalingen

Artikel 1.§ 1. In dit besluit wordt verstaan onder : 1° K&G : de instelling Kind en Gezin, opgericht bij het decreet van 29 mei 1984, houdende de oprichting van de instelling Kind en Gezin;2° besluit van de Vlaamse regering : het besluit van de Vlaamse regering van 23 februari 2001 houdende de voorwaarden inzake erkenning en subsidiëring van kinderdagverblijven en diensten voor opvanggezinnen;3° voorziening : kinderdagverblijf en dienst voor opvanggezinnen;4° kinderdagverblijf : peutertuin en creche, erkend door K&G;5° dienst : dienst voor opvanggezinnen, erkend door K&G;6° principieel akkoord : akkoord met betrekking tot de opportuniteit voor de oprichting van een voorziening, voor de uitbreiding van een voorziening of voor de verhuizing van een voorziening of een vestigingsplaats van een voorziening, dat een voorafgaande voorwaarde vormt om een erkenningsdossier te kunnen opstarten;7° erkenning : erkenning van het feit dat de voorziening in kwestie voldoet aan de algemene en specifieke erkenningsvoorwaarden zoals vastgelegd in het besluit van de Vlaamse regering van 23 februari 2001 houdende de voorwaarden inzake erkenning en subsidiëring van kinderdagverblijven en diensten voor opvanggezinnen;8° de minister : de Vlaamse minister, bevoegd voor de bijstand aan personen. § 2. De procedure tot het verlenen, het verlengen, het weigeren of het intrekken van een principieel akkoord, een erkenning en subsidiëring van kinderdagverblijven en diensten voor opvanggezinnen verloopt volgens de bepalingen van dit besluit. HOOFDSTUK II. - Verlenen, verlengen, weigeren of intrekken van een principieel akkoord

Art. 2.§ 1. Het organiserend bestuur van een voorziening kan een principieel akkoord aanvragen bij K&G. § 2. Elke aanvraag voor een kinderdagverblijf vermeldt de hoedanigheid en identificatie van het organiserend bestuur en bevat per vestigingsplaats de volgende gegevens : 1° het adres en een inplantingsplan in de gemeente;2° de geplande capaciteit;3° de opportuniteit van het kinderdagverblijf in het licht van een analyse van vraag en aanbod van kinderopvang in de omgeving, eventueel aangevuld met een advies vanuit het lokale overleg kinderopvang;4° het mogelijk aanvullende aanbod van het kinderdagverblijf;5° de vermoedelijke startdatum;6° de beoogde financieringsbasis voor de werking;7° de voornemens qua infrastructuur en financiering ervan;8° de eventuele samenwerkingsverbanden waarin het kinderdagverblijf past. § 3. Elke aanvraag voor een dienst vermeldt de hoedanigheid en identificatie van het organiserend bestuur en de volgende gegevens : 1° het beoogde werkingsgebied;2° het beoogde aantal opvanggezinnen;3° de opportuniteit van de dienst in het licht van een analyse van vraag en aanbod van kinderopvang in de omgeving, eventueel aangevuld met een advies vanuit het lokale overleg kinderopvang;4° het mogelijk aanvullende aanbod van de dienst;5° de vermoedelijke startdatum;6° de beoogde financieringsbasis voor de werking;7° de eventuele samenwerkingsverbanden waarin de dienst past.

Art. 3.§ 1. Na ontvangst van de aanvraag stuurt K&G onmiddellijk een ontvangstmelding aan het organiserend bestuur, en brengt het organiserend bestuur in kennis van eventuele opmerkingen. § 2. De aanvraag tot een principieel akkoord verleent de door K&G aangestelde ambtenaren het recht om de voorziening te inspecteren. § 3. Vanaf de dag dat het organiserend bestuur in kennis gebracht is van eventuele opmerkingen beschikt het over maximaal dertig kalenderdagen om die opmerkingen te beantwoorden. § 4. Binnen negentig kalenderdagen na het afronden van de procedurestap, vermeld in artikel 3, § 3, wordt het dossier voor advies voorgelegd aan het, Provinciaal Comité in kwestie, en nemen de beheerinstanties van K&G een beslissing.

Art. 4.§ 1. K&G stelt het aanvragend organiserend bestuur schriftelijk in kennis van de genomen beslissing, uiterlijk binnen dertig kalenderdagen na de in artikel 3, § 4, vermelde beslissing. § 2. Een weigering of een gedeeltelijke toekenning van een principieel akkoord wordt door een met redenen omklede beslissing aan het aanvragend organiserend bestuur meegedeeld.

Art. 5.§ 1. Een positieve beslissing impliceert voor een kinderdagverblijf een principieel akkoord en bepaalt per vestigingsplaats de maximumcapaciteit. § 2. Een positieve beslissing impliceert voor een dienst een principieel akkoord en bepaalt het minimumaantal aan te sluiten opvanggezinnen en het werkingsgebied van de dienst.

Art. 6.§ 1. Voor de kinderdagverblijven heeft het principieel akkoord per vestigingsplaats een geldigheidsduur van drie jaar, te rekenen vanaf de ingangsdatum, bepaald door K&G. Die termijn kan door K&G op gemotiveerd verzoek worden verlengd met één jaar. § 2. Voor de diensten heeft het principieel akkoord een geldigheidsduur van één jaar. Die termijn kan door K&G op gemotiveerd verzoek eenmalig worden verlengd met een termijn van één jaar.

Art. 7.§ 1. Het principieel akkoord vervalt ambtshalve bij het verstrijken van de in artikel 6 bepaalde termijnen, tenzij bewezen wordt dat binnen die termijnen een aanvraag tot erkenning is ingediend zoals bepaald in artikel 8. § 2. K&G kan het principieel akkoord eenzijdig intrekken in de volgende gevallen : l° als het organiserend bestuur daarom verzoekt;2° als de bevoegde ambtenaar van K&G vaststelt dat er ernstige redenen zijn die de intrekking noodzakelijk maken;3° als de elementen van het ingediende dossier grondig gewijzigd worden. In het geval, bedoeld in 3°, is het organiserend bestuur verplicht elke belangrijke wijziging te melden. HOOFDSTUK III. - Verlenen en weigeren van een erkenning

Art. 8.§ 1. Het organiserend bestuur van een voorziening dat een principieel akkoord heeft verkregen, kan gedurende de periode van de geldigheidsduur van het principieel akkoord, voor een kinderdagverblijf voor de vestigingsplaats in kwestie, een erkenning aanvragen bij K&G. § 2. Een aanvraag bevat de volgende gegevens : 1° voor de kinderdagverblijven, per vestigingsplaats die erkend moet worden : a) de samenstelling van de minimaal vereiste personeelsformatie, en voor elk personeelslid het in aanmerking genomen diploma en de datum van indiensttreding;b) een exemplaar van het huishoudelijk reglement, opgesteld volgens de richtlijnen van K&G;c) de infrastructuurplannen, opgesteld volgens de geldende bouwnormen en goedgekeurd door K&G;d) een kopie van de verzekeringsbewijzen zoals vereist in artikel 9 van het besluit van de Vlaamse regering;e) een attest of verslag van de brandweer na controle van de brandveiligheid van gebouw en inrichting op basis van de vigerende regelgeving;f) de naam van de arts op wie het kinderdagverblijf een beroep doet;g) de naam van de contactpersoon met K&G;h) de te erkennen capaciteit en de gewenste erkenningsdatum;i) als het organiserend bestuur een vzw is, de statuten;2° voor de diensten : a) de samenstelling van de minimaal vereiste personeelsformatie, en voor elk personeelslid het in aanmerking genomen diploma;b) een exemplaar van het huishoudelijk reglement, opgesteld volgens de richtlijnen van K&G;c) het overzicht van de aangesloten opvanggezinnen die voldoen aan de bepalingen van het ministerieel besluit houdende de voorwaarden waaraan opvanggezinnen moeten voldoen om aanvaard te worden door een dienst voor opvanggezinnen, en de datum waarop ze werden aangesloten;d) het bewijs dat het minimumaantal te erkennen opvanggezinnen effectief bereikt is en de datum waarop dat aantal werd bereikt;e) een kopie van de verzekeringsbewijzen zoals vereist in artikel 20 van het besluit van de Vlaamse regering;f) de naam van de contactpersoon met K&G;g) het adres van het plaatselijk secretariaat van de dienst;h) als het organiserend bestuur een vzw is, de statuten.

Art. 9.§ 1. Na ontvangst van de aanvraag stuurt K&G onmiddellijk een ontvangstmelding aan het organiserend bestuur. § 2. Binnen zestig kalenderdagen na de ontvangstmelding doet K&G een onderzoek ter plaatse en brengt K&G het aanvragend organiserend bestuur op de hoogte van eventuele opmerkingen. Het aanvragend bestuur beschikt over maximaal dertig kalenderdagen om die opmerkingen te beantwoorden. § 3. Binnen negentig kalenderdagen na het afronden van de procedurestap, vermeld in artikel 9, § 2, beslist K&G over de erkenning van de voorziening.

Art. 10.§ 1. K&G stelt het aanvragend organiserend bestuur schriftelijk in kennis van de genomen beslissing, uiterlijk binnen dertig kalenderdagen na de in artikel 9, § 3, vermelde termijn. § 2. Een weigering van een erkenning of een erkenning voor een lagere capaciteit dan het principieel akkoord wordt met redenen omkleed.

Art. 11.§ 1. De erkenningsbeslissing zoals bedoeld in artikel 9 § 3 bepaalt : 1° voor de kinderdagverblijven, per vestigingsplaats die erkend moet worden : a) de ingangsdatum van de erkenning;b) de capaciteit;2° voor de diensten : a) de ingangsdatum van de erkenning;b) de gemeenten die behoren tot het werkingsgebied van de dienst;c) het minimumaantal opvanggezinnen en het minimumaantal en maximumaantal opvangdagen. § 2. Die erkenningsbeslissing kan tevens voorwaarden, met bepaling van een realisatietermijn vanaf de uitvoerbaarheid van de beslissing, bevatten. § 3. De ingangsdatum van de erkenning kan niet voor de datum van het principieel akkoord liggen.

Art. 12.De erkenning van een (nieuwe vestigingsplaats van een) kinderdagverblijf of de erkenning van een nieuwe dienst heeft een geldigheidsduur van twee jaar, te rekenen vanaf de ingangsdatum van de erkenning. HOOFDSTUK IV. - Verlenen en weigeren van subsidiëring

Art. 13.§ 1. Het organiserend bestuur van een voorziening dat een erkenning aanvraagt of aan wie een erkenning verleend is, kan, voor het kinderdagverblijf per vestigingsplaats, subsidiëring aanvragen bij K&G. § 2. De aanvraag tot subsidiëring kan op zijn vroegst gelijktijdig met de aanvraag tot erkenning gebeuren.

Art. 14.§ 1. Na ontvangst van de aanvraag stuurt K&G onmiddellijk een ontvangstmelding aan het organiserend bestuur. § 2. Binnen zestig kalenderdagen na de ontvangstmelding brengt K&G het aanvragend organiserend bestuur op de hoogte van eventuele opmerkingen. Het organiserend bestuur beschikt over maximaal dertig kalenderdagen om die opmerkingen te beantwoorden. § 3. Binnen negentig kalenderdagen na het afronden van de procedurestap vermeld in artikel 14, § 2, beslist K&G, rekening houdend met de beschikbare budgetten, over de subsidiëring van de erkende voorziening, voor het kinderdagverblijf per vestigingsplaats.

Art. 15.§ 1. K&G stelt het aanvragend organiserend bestuur schriftelijk in kennis van de genomen beslissing, uiterlijk binnen dertig kalenderdagen na de in artikel 14, § 3, vermelde termijn. § 2. Een weigering of een gedeeltelijke toekenning van de subsidiëring wordt met redenen omkleed.

Art. 16.De beslissing tot toekenning van subsidies bepaalt, voor een kinderdagverblijf per vestigingsplaats, de ingangsdatum en de subsidiabele capaciteit. HOOFDSTUK V. - Verlenging van een erkenning en subsidiëring

Art. 17.§ 1. De erkenning en de eventuele subsidiëring, voor een kinderdagverblijf per vestigingsplaats, zijn verlengbaar voor een termijn van telkens vijf jaar. § 2. Op zijn vroegst twaalf maanden en uiterlijk twee maanden voor het verstrijken van de einddatum van de erkenningsperiode, richt de voorziening, voor een kinderdagverblijf per vestigingsplaats, aan K&G een schriftelijke aanvraag tot verlenging van de erkenning en de eventuele subsidiëring. De voorziening levert in voorkomend geval ook het bewijs van de realisatie van eventueel bij de erkenningsbeslissing bepaalde voorwaarden, zoals bepaald in artikel 11, § 2. § 3. Binnen zestig kalenderdagen na ontvangst van het schriftelijke verzoek tot verlenging van de erkenning brengt K&G het aanvragend organiserend bestuur op de hoogte van eventuele opmerkingen die het verlengen van de erkenning in het gedrang zouden kunnen brengen. § 4. Indien niet is voldaan aan de in de erkenningsbeslissing gestelde voorwaarden zoals vermeld in artikel 17, § 2, of aan de opmerkingen waarvan sprake in artikel 17, § 3, kan K&G beslissen geen verlenging toe te kennen. Indien is voldaan aan de in de erkenningsbeslissing gestelde voorwaarden in artikel 17, § 2, of aan de opmerkingen zoals vermeld in artikel 17, § 3, of indien er geen werden gemaakt, en er in de verlopen tijd geen nieuwe vaststellingen werden gedaan die de erkenning en de eventuele subsidiëring in het gedrang kunnen brengen, dan besluit K&G tot de verlenging van de erkenning en de eventuele subsidiëring, voor een kinderdagverblijf per vestigingsplaats. § 5. Indien de erkenning niet verlengd wordt, wordt ook de subsidiëring niet verlengd. HOOFDSTUK VI. - Intrekking van een erkenning en subsidiëring

Art. 18.§ 1. Behoudens het bepaalde in artikel 17, § 4, kan K&G de erkenning, voor een kinderdagverblijf per vestigingsplaats, te allen tijde intrekken wanneer de erkenning niet meer in overeenstemming is met de voorwaarden zoals vermeld in het besluit van de Vlaamse regering, of wanneer de richtlijnen die K&G geeft ter uitvoering daarvan, niet nageleefd worden. § 2. K&G stelt het organiserend bestuur vooraf in kennis van de motieven van het voornemen tot intrekking. Het organiserend bestuur beschikt over dertig kalenderdagen om deze motieven te beantwoorden. § 3. Binnen zestig kalenderdagen vanaf de ontvangst van het antwoord neemt K&G een met redenen omklede beslissing die vervolgens binnen dertig kalenderdagen aan het organiserend bestuur wordt meegedeeld met vermelding van de ingangsdatum van de intrekking.

Art. 19.De erkenning, voor een kinderdagverblijf per vestigingsplaats, kan onmiddellijk worden ingetrokken als K&G vaststelt dat er ernstige redenen zijn die de intrekking noodzakelijk maken, en in het bijzonder als de veiligheid of de gezondheid van de opgevangen kinderen ernstig in gevaar wordt gebracht.

Art. 20.Indien de erkenning, voor een kinderdagverblijf per vestigingsplaats, ingetrokken wordt, wordt ook de subsidiëring van de opvangvoorziening, voor een kinderdagverblijf per vestigingsplaats, stopgezet. HOOFDSTUK VII. - Herziening van de beslissing

Art. 21.Het organiserend bestuur kan, voor een kinderdagverblijf per vestigingsplaats, op basis van aanvullende elementen een herziening vragen van : 1° een beslissing tot gehele of gedeeltelijke weigering van een principieel akkoord;2° een beslissing tot gehele of gedeeltelijke weigering van een erkenning;3° een beslissing tot gehele of gedeeltelijke weigering van subsidiëring;4° een beslissing tot intrekking van een erkenning;5° een beslissing tot weigering van de verlenging van de erkenning.

Art. 22.§ 1. Het organiserend bestuur dient, voor een kinderdagverblijf per vestigingsplaats, de aanvraag tot herziening in bij K&G, uiterlijk binnen 15 kalenderdagen na ontvangst van de beslissing. De aanvraag bevat een uitvoerige argumentatie, op basis waarvan de herziening wordt aangevraagd. § 2. Binnen dertig kalenderdagen na ontvangst van de aanvraag tot herziening stelt K&G een onderzoek in en wordt het organiserend bestuur in kennis gesteld van de besluiten ervan. § 3. Binnen de daaropvolgende zestig kalenderdagen neemt K&G een beslissing, nadat het organiserend bestuur de kans kreeg gehoord te worden. De beslissing wordt aan het organiserend bestuur ter kennis gebracht.

Art. 23.Het inzetten van een procedure tot herziening schort de initiële beslissing niet op.

Art. 24.De herziene beslissing is niet voor een tweede herziening door K&G vatbaar. HOOFDSTUK VIII. - Beroepsprocedure hu de beroepscommissie van de Vlaamse Gezins- en Welzijnsraad

Art. 25.§ 1. Het organiserend bestuur kan, voor een kinderdagverblijf per vestigingsplaats, beroep aantekenen bij de minister tegen : 1° de beslissing tot gehele of gedeeltelijke weigering van een principieel akkoord;2° de beslissing tot gehele of gedeeltelijke weigering van een erkenning;3° de beslissing tot gehele of gedeeltelijke weigering van subsidiëring;4° de beslissing tot intrekking van een erkenning;5° de beslissing tot de weigering van de verlenging van de erkenning;6° de herziening van een beslissing, vermeld in 1° tot 5°. § 2. Ook tegen het geuite en formeel betekende voornemen tot het nemen van een beslissing vermeld in § 1, kan het organiserend bestuur beroep aantekenen.

Art. 26.§ 1. Het organiserend bestuur dient uiterlijk l5 kalenderdagen na kennisname van de beslissing, of van het formeel betekende voornemen daartoe, voor een kinderdagverblijf per vestigingsplaats, een gemotiveerd en aangetekend beroepschrift in op het adres van de hoofdzetel van K&G. § 2. Het beroepschrift bevat, voor een kinderdagverblijf per vestigingsplaats, minimaal de volgende elementen : 1° de naam en het adres van het organiserende bestuur;2° de datum van ontvangst van de betwiste beslissing;3° een verwijzing naar of kopie van de betwiste beslissing;4° een uitvoerige motivering van het beroep;5° de datum van instelling van het beroep;6° de naam en de handtekening van de voorzitter van het organiserend bestuur. § 3. Een beroepschrift dat niet voldoet aan de in § 1 en § 2 vermelde voorwaarden is niet ontvankelijk.

Art. 27.K&G beslist over de ontvankelijkheid van het beroepschrift, voor een kinderdagverblijf per vestigingsplaats, en brengt binnen 15 dagen na ontvangst het organiserend bestuur daarvan op de hoogte per aangetekende brief.

Art. 28.Het beroep schort de uitvoering van de beslissing op, behalve wanneer een ernstig gevaar voor de opgevangen kinderen, de ouders, het personeel of de onmiddellijke omgeving dreigt. K&G beslist in dat geval over het opschortende karakter van het beroep en brengt binnen de 15 dagen na ontvangst van het beroepschrift het organiserende bestuur daarvan op de hoogte per aangetekende brief.

Art. 29.Overeenkomstig artikel 7 van het besluit van de Vlaamse regering van l5 september 1998 betreffende de adviserende beroepscommissie inzake gezins- en welzijnsaangelegenheden, bezorgt K&G binnen de vijftien dagen na ontvangst van het ontvankelijke beroepschrift, dat beroepschrift samen met het volledige administratieve dossier en eventuele verweermiddelen aan de adviserende beroepscommissie van de Vlaamse gezins- en welzijnsraad.

K&G bezorgt tegelijkertijd een kopie van het beroepschrift aan de minister.

Art. 30.§ 1. Uiterlijk drie maanden na ontvangst van het beroepschrift en het administratieve dossier, bezorgt de commissie haar met redenen omkleed advies aan de minister en aan de administratie van Kind en Gezin. § 2. De minister deelt binnen twee maanden na ontvangst van het advies van de commissie, of bij ontstentenis daarvan na het verstrijken van de in artikel 30, § 1, vermelde termijn, de definitieve beslissing per aangetekende brief mee aan de indiener van het beroep. § 3. Indien de beslissing van de minister niet binnen de in artikel 30, § 2, vermelde termijnen wordt meegedeeld aan de indiener, wordt het beroep van rechtswege geacht ingewilligd te zijn. HOOFDSTUK IX. - Overgangs- en slotbepalingen

Art. 31.De regeling zoals bepaald in artikel 7 van dit besluit geldt eveneens voor de principiële akkoorden, toegekend voor de inwerkingtreding van dit besluit.

Art. 32.De erkende voorziening is ertoe gehouden jaarlijks een activiteitenverslag op te stellen volgens de richtlijnen van K&G. Dat verslag is uiterlijk 6 maanden na het verstrijken van het jaar waarop het betrekking heeft ter beschikking en kan worden opgevraagd door K&G.

Art. 33.§ 1. Alle bewijsstukken moeten minstens tien jaar ter plaatse worden bewaard, met uitzondering van de administratieve dossiers van de opgevangen kinderen en de aangesloten opvanggezinnen, welke informatie tot drie jaar na beëindiging van de opvang of de medewerking bewaard moet blijven. § 2. De medische dossiers van de opgevangen kinderen worden afzonderlijk bewaard en behandeld met inachtneming van het beroepsgeheim. Voor deze stukken geldt een algemene bewaartermijn van twintig jaar, gedurende welke periode de dossiers gelokaliseerd moeten kunnen worden.

Art. 34.Het ministerieel besluit van 18 juni 1998 houdende vaststelling van de procedure tot het verlenen, het verlengen, het weigeren of het intrekken van een principieel akkoord en een erkenning van een voorziening voor kinderdagopvang, wordt opgeheven.

Art. 35.Dit besluit heeft uitwerking met ingang van l januari 2001.

Brussel, 12 juli 2001.

Mevr. M. VOGELS

^