Etaamb.openjustice.be
Ministerieel Besluit van 08 mei 2009
gepubliceerd op 22 juli 2009

Ministerieel besluit tot vaststelling van de voorwaarden inzake lichamelijke en geestelijke geschiktheid van de leden van het stuurpersoneel van burgerlijke luchtvaartuigen

bron
federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer
numac
2009014140
pub.
22/07/2009
prom.
08/05/2009
ELI
eli/besluit/2009/05/08/2009014140/staatsblad
staatsblad
http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.(...)
links
Raad van State (chrono)
Document Qrcode

8 MEI 2009. - Ministerieel besluit tot vaststelling van de voorwaarden inzake lichamelijke en geestelijke geschiktheid van de leden van het stuurpersoneel van burgerlijke luchtvaartuigen


De Minister van Mobiliteit en Vervoer, Gelet op de wet van 27 juni 1937 houdende herziening van de wet van 16 november 1919 betreffende de regeling der luchtvaart, inzonderheid op artikel 5, § 1, gewijzigd door de wet van 2 januari 2001;

Gelet op het koninklijk besluit van 5 juni 2002 tot regeling van de organisatie van de controle van de voorwaarden inzake lichamelijke en geestelijke geschiktheid van de leden van het stuurpersoneel van burgerlijke luchtvaartuigen, inzonderheid op de artikelen 9 en 31, § 3;

Gelet op het ministerieel besluit van 21 juni 2002 tot vaststelling van de voorwaarden inzake lichamelijke en geestelijke geschiktheid van de leden van het stuurpersoneel van burgerlijke luchtvaartuigen;

Gelet op de omstandigheid dat de gewestregeringen bij het ontwerpen van dit besluit betrokken zijn;

Gelet op het advies van de Raad van State nr. 44.841/4 van 20 oktober 2008;

Gelet op het advies van de Raad van State nr. 45.958/4, gegeven op 2 maart 2009, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerde op 12 januari 1973;

Overwegende de JAR-FCL 3 aangenomen door de Joint Aviation Authorities waarnaar dit besluit verwijst ten informatieve titel, Besluit : HOOFDSTUK I. - Algemeenheden

Artikel 1.De voorwaarden inzake lichamelijke en geestelijke geschiktheid waaraan de leden van het stuurpersoneel van burgerlijke luchtvaartuigen moeten voldoen, worden in dit besluit bepaald. HOOFDSTUK II. - Vereisten van klasse 1 Afdeling 1. - Cardiovasculair stelsel

Onderzoek. - Algemeenheden (JAR-FCL 3.130)

Art. 2.1° De aanvrager of houder van een medisch attest van klasse 1, mag geen aangeboren of verworven afwijking vertonen van het cardiovasculair stelsel die een weerslag kan hebben op het volledig veilig gebruik van de voorrechten van de aangevraagde vergunning. 2° Een standaard rustelektrocardiogram van 12 afleidingen met zijn protocol, is vereist bij het initieel onderzoek.Het moet herhaald worden : om de 5 jaar tot de leeftijd van 30 jaar, om de 2 jaar tot de leeftijd van 40 jaar, om het jaar tot de leeftijd van 50 jaar, en daarna bij elke wedergeldigmaking of hernieuwing en telkens het klinisch onderzoek het vereist. 3° Een inspanningselektrocardiogram is enkel verplicht als het klinisch onderzoek het vereist zoals bepaald in hoofdstuk V, artikel 54.4° De elektrocardiografische opnamen, zowel bij rust als na inspanning, moeten geprotocoleerd worden door de EGE of specialisten aangeduid door de SLG.5° Om de evaluatie van het risico te vergemakkelijken is een dosering van de bloedlipiden, met inbegrip van de cholesterol, verplicht bij het initieel medisch onderzoek en bij het eerste geneeskundig onderzoek na de leeftijd van 40 jaar (zie hoofdstuk V, artikel 55).6° Bij de eerste wedergeldigmaking of hernieuwing van een medisch attest klasse 1 na de leeftijd van 65 jaar moet dit geneeskundig onderzoek uitgevoerd worden in een ECLG, of door een cardioloog aanvaard door de SLG. Bloeddruk (JAR-FCL 3.135)

Art. 3.1° De bloeddruk moet bij elk onderzoek gemeten worden volgens de techniek beschreven in hoofdstuk V, artikel 56. 2° De aanvrager moet ongeschikt verklaard worden indien de systolische druk regelmatig boven de 160 mmHg ligt en de diastolische boven de 95 mmHg, met of zonder behandeling.3° De behandeling die toegepast wordt om de bloeddruk te normaliseren moet verenigbaar zijn met het volledig veilig uitoefenen van de voorrechten van de aangevraagde vergunning overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk V, artikel 57.Het aanwenden van een medicamentieuze behandeling vereist het tijdelijk opschorten van het medisch attest om de afwezigheid van belangrijke nevenwerkingen vast te stellen. 4° De aanvrager die een symptomatische arteriële hypotensie vertoont, moet ongeschikt verklaard worden. Coronaropathie (JAR-FCL 3.140)

Art. 4.1° De aanvrager waarbij men het bestaan van een cardiale ischemie vermoedt, moet bijkomende onderzoeken ondergaan. De aanvrager met een asymptomatisch weinig belangrijke coronaire aandoening die geen behandeling vereist, kan door de SLG geschikt verklaard worden indien de resultaten van de vereiste bijkomende onderzoeken voldoen aan de voorwaarden bepaald in hoofdstuk V, artikel 58. 2° De aanvrager met een symptomatische coronaropathie of waarvan de cardiale symptomen onder controle zijn door behandeling moet ongeschikt verklaard worden.3° De aanvrager die een ischemische cardiale aandoening doorgemaakt heeft (zoals myocardinfarct, angina pectoris, belangrijke arrythmia of hartfalen door ischemie of na elke type van cardiale revascularisatie) moet voor een klasse 1 medisch attest bij het initieel onderzoek ongeschikt verklaard worden.De SLG kan een geschiktheidsverklaring bij wedergeldigmaking of hernieuwing overwegen als voldaan wordt aan de voorwaarden van hoofdstuk V, artikel 59.

Ritme- en geleidingsstoornissen (JAR-FCL 3.145)

Art. 5.1° De aanvrager die een significante stoornis van het supraventriculaire ritme, inclusief sinoatriale dysfunctie, vertoont, hetzij intermittent hetzij permanent, moet ongeschikt verklaard worden. De SLG kan een geschiktheidsverklaring overwegen overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk V, artikel 60. 2° De aanvrager die een asymptomatische sinusale bradycardie of een asymptomatische sinusale tachycardie vertoont, kan geschikt verklaard worden als er geen belangrijke onderliggende anomalie is.3° De aanvrager met asymptomatische, geïsoleerde, monomorfe supraventriculaire of ventriculaire ectopische complexen moet niet noodzakelijk ongeschikt verklaard worden.Frequent voorkomende of complexe extrasystolen vergen een volledige cardiologische check-up overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk V, artikel 60. 4° Bij afwezigheid van elke andere anomalie kan de aanvrager die een onvolledige bundeltakblok of een stabiele linkerasafwijking vertoont, geschikt verklaard worden.5° De aanwezigheid van een volledige rechter bundeltakblok vergt, bij de eerste vaststelling ervan, een cardiologische check-up overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk V, artikel 60.6° De aanwezigheid van een volledige linkerbundeltakblock leidt tot ongeschiktheid.De SLG kan een geschiktheidsverklaring overwegen overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk V, artikel 60. 7° De aanvrager met 1e graads AV block en Mobitz type 1 AV block kan geschikt verklaard worden als er geen belangrijke onderliggende anomalie aanwezig is.De aanvrager met Mobitz type 2 AV block of een volledige AV block moet ongeschikt verklaard worden. De SLG kan een geschiktheidsverklaring overwegen overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk V, artikel 60. 8° De aanvrager die brede of smalle complexe tachycardieën vertoont moet ongeschikt verklaard worden.De SLG kan een geschiktheidsverklaring overwegen overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk V, artikel 60. 9° De aanvrager die een ventriculair pre-excitatiesyndroom vertoont, moet ongeschikt verklaard worden.De SLG kan een geschiktheidsverklaring overwegen overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk V, artikel 60. 10° De aanvrager, drager van een endocardiale pacemaker, moet ongeschikt verklaard worden.De SLG kan een geschiktheidsverklaring overwegen overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk V, artikel 60. 11° De aanvrager die een ablatiebehandeling onderging moet ongeschikt verklaard worden.De SLG kan een geschiktheidsverklaring overwegen overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk V, artikel 60.

Cardio-vasculair stelsel. - Algemeenheden (JAR-FCL 3.150)

Art. 6.1° De aanvrager met een perifere arteriële aandoening moet ongeschikt verklaard worden, zowel voor als na een heelkundige ingreep. Op voorwaarde dat er geen significante functionele stoornissen bestaan, kan de SLG een geschiktheidsverklaring overwegen overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk V, artikelen 58 en 59. 2° De aanvrager met een aneurysma van de thoracale of abdominale aorta moet ongeschikt verklaard worden zowel voor als na een heelkundige ingreep.De aanvrager met een aneurysma van de infra-renale abdominale aorta kan bij medisch onderzoek voor wedergeldigmaking of hernieuwing door de SLG geschikt verklaard worden overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk V, artikel 61. 3° De aanvrager met een belangrijke anomalie van één of meerdere hartkleppen moet ongeschikt verklaard worden.a) De aanvrager die weinig belangrijke klepgebreken vertoont, kan geschikt verklaard worden door de SLG overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk V, artikel 62, 1° en 2°;b) De aanvrager met een klepprothese of die een valvuloplastie heeft ondergaan, moet ongeschikt verklaard worden.De SLG kan een geschiktheidsverklaring overwegen overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk V, artikel 62, 3°. 4° Een systemische antistollingsbehandeling heeft ongeschiktheid tot gevolg.Na een antistollingsbehandeling van beperkte duur kan de aanvrager geschikt verklaard worden door de SLG overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk V, artikel 63. 5° De aanvrager met een aandoening van het pericard, het myocard of van het endocard hierboven niet hernomen, moet ongeschikt verklaard worden.De SLG kan een geschiktheidsverklaring overwegen na het volledig verdwijnen van de symptomatologie en een gunstige cardiologische check-up overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk V, artikel 64. 6° De aanvrager met een aangeboren cardiopathie moet ongeschikt verklaard worden zowel voor als na een correctieve heelkundige ingreep.De SLG kan de aanvrager met weinig belangrijke afwijkingen geschikt verklaren na een gunstige cardiologische check-up overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk V, artikel 65. 7° Een hart of hart-longtransplantatie leidt tot ongeschiktheid.8° De aanvrager met een voorgeschiedenis van recidiverende vasovagale syncope moet ongeschikt verklaard worden.De SLG kan een geschiktheidsverklaring overwegen overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk V, artikel 66. Afdeling 2. - Ademhalingsstelsel

Onderzoek. - Algemeenheden (JAR-FCL 3.155)

Art. 7.1° De aanvrager of houder van een medisch attest van klasse 1 mag geen aangeboren of verworven afwijking vertonen van het ademhalingsstelsel die een weerslag kan hebben op het volledig veilig uitoefenen van de voorrechten van de aangevraagde vergunning. 2° Een antero-posterieure radiografie van de longen kan vereist worden bij het initieel onderzoek, bij wedergeldigmaking- of hernieuwingsonderzoeken indien er klinische of epidemiologische indicaties zijn.3° Longfunctietesten (zie hoofdstuk V, artikel 68) zijn vereist bij het initieel onderzoek en daarna bij klinische indicatie.De aanvrager met belangrijke functionele longafwijkingen moet ongeschikt verklaard worden. (zie hoofdstuk V, artikel 68).

Respiratoire aandoeningen (JAR-FCL 3.160)

Art. 8.1° De aanvrager met chronische obstructieve bronchopathie moet ongeschikt verklaard worden. De aanvrager die slechts mineure afwijkingen van de longfunctie vertoont kan geschikt verklaard worden. 2° De aanvrager met astma die een behandeling vereist, wordt geëvalueerd overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk V, artikel 69, 10°.3° De aanvrager die een actieve inflammatoire aandoening van het ademhalingsstelsel vertoont, moet tijdelijk ongeschikt verklaard worden.4° De aanvrager die lijdt aan een actieve sarcoïdose moet ongeschikt verklaard worden (zie hoofdstuk V, artikel 70).5° De aanvrager die een spontane pneumothorax vertoont, moet ongeschikt verklaard worden in afwachting van een volledige check-up (zie hoofdstuk V, artikel 71).6° De aanvrager die een belangrijke chirurgische ingreep op de thorax moet ondergaan, moet ongeschikt verklaard worden gedurende tenminste drie maanden na de operatie en tot de gevolgen van deze ingreep geen weerslag meer hebben op het veilig uitoefenen van de voorrechten van de aangevraagde vergunning (zie hoofdstuk V, artikel 72).7° De aanvrager die lijdt aan een slaap-apneasyndroom zonder doeltreffende behandeling moet ongeschikt verklaard worden. Afdeling 3. - Spijsverteringsstelsel

Algemeenheden (JAR-FCL 3.165)

Art. 9.De aanvrager of houder van een medisch attest van klasse 1 mag geen functionele of organische ziekte van het spijsverteringsstelsel en zijn adnexa vertonen die een weerslag heeft op het volledig veilig uitoefenen van de voorrechten van de aangevraagde vergunning.

Aandoeningen van het spijsverteringsstelsel (JAR-FCL 3.170)

Art. 10.1° De aanvrager die een recidiverende dyspepsie die een behandeling vereist of een pancreatitis vertoont, moet ongeschikt verklaard worden in afwachting van een check-up overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk V, artikel 74. 2° De aanvrager met bij toeval ontdekte asymptomatische galstenen moet beoordeeld worden overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk V, artikel 75.3° De aanvrager met een bevestigde diagnose of voorgeschiedenis van een chronische inflammatoire darmaandoening moet ongeschikt verklaard worden (zie hoofdstuk V, artikel 76).4° De aanvrager mag geen hernia vertonen die symptomen van onvermogen kan veroorzaken.5° Elke nasleep van ziekte of heelkundige ingreep op een deel van het spijsverteringsstelsel of van zijn adnexa die de aanvrager blootstelt aan een onvermogen tijdens de vlucht zoals occlusie door inklemming of compressie, heeft de ongeschiktheid tot gevolg.6° De aanvrager die een heelkundige ingreep heeft ondergaan op het spijsverteringsstelsel of zijn adnexa, bestaande uit de totale of partiële exerese of de derivatie van een van deze organen, moet ongeschikt verklaard worden voor minstens drie maanden of tot het ogenblik waarop de operatieve gevolgen geen weerslag meer dreigen te hebben op het volledig veilig uitoefenen van de voorrechten van de aangevraagde vergunning (zie hoofdstuk V, artikel 77). Afdeling 4. - Metabolische, nutritionele en endocriene ziekten

(JAR-FCL 3.175)

Art. 11.1° De aanvrager of houder van een medisch attest van klasse 1 mag geen functionele of organische, metabolische, nutritionele of endocriene ziekte vertonen die een weerslag zou kunnen hebben op het volledig veilig uitoefenen van de voorrechten van de aangevraagde vergunning. 2° De aanvrager die een metabolische, nutritionele of endocriene dysfunctie vertoont, kan geschikt verklaard worden indien voldaan wordt aan de voorwaarden van hoofdstuk V, artikelen 79 en 82.3° De aanvrager die lijdt aan diabetes mellitus kan slechts geschikt verklaard worden indien voldaan wordt aan de voorwaarden van hoofdstuk V, artikelen 80 en 81.4° Insulinodependente diabetes heeft ongeschiktheid tot gevolg.5° De aanvrager met een Body Mass Index (BMI) van 35 of meer kan geschikt verklaard worden op voorwaarde dat het overgewicht geen weerslag dreigt te hebben op het volledig veilig uitoefenen van de voorrechten van de aangevraagde vergunning.Bijkomend onderzoek mag geen verhoogd cardiovasculair risico aantonen. (Zie hoofdstuk V, artikel 103). Afdeling 5. - Hematologie

(JAR-FCL 3.180)

Art. 12.1° De aanvrager of houder van een medisch attest van klasse 1 mag geen hematologische ziekte vertonen die een weerslag heeft op het volledig veilig uitoefenen van de voorrechten van de aangevraagde vergunning. 2° Het hemoglobinegehalte moet bij elk geneeskundig onderzoek bepaald worden.De aanvrager met een afwijkend hemoglobinegehalte moet bijkomende onderzoeken ondergaan. De aanvrager met een hematocrietwaarde kleiner dan 32 % moet ongeschikt verklaard worden (zie hoofdstuk V, artikel 84). 3° De aanvrager die een sikkelcelanemie vertoont, moet ongeschikt verklaard worden (zie hoofdstuk V, artikel 84).4° De aanvrager met een belangrijke lokale of veralgemeende zwelling van de lymfeklieren, die gepaard gaat met verschijnselen van een bloedziekte, moet ongeschikt verklaard worden (zie hoofdstuk V, artikel 85).5° Acute leukemie heeft ongeschiktheid tot gevolg.De SLG kan de uitreiking van het medisch attest overwegen na bevestiging van de volledige genezing. De aanvrager die een chronische leukemie vertoont moet ongeschikt verklaard worden. Als zijn toestand stabiel is gedurende een bewezen periode kan de aanvrager geschikt verklaard worden door de SLG overeenkomstig hoofdstuk V, artikel 86. 6° De aanvrager met een significante splenomegalie moet ongeschikt verklaard worden (zie hoofdstuk V, artikel 87).7° De aanvrager met een significante polycythemie moet ongeschikt verklaard worden (zie hoofdstuk V, artikel 88).8° De aanvrager met stoornissen van de bloedstolling moet ongeschikt verklaard worden (zie hoofdstuk V, artikel 89). Afdeling 6. - Urinair stelsel

(JAR-FCL 3.185)

Art. 13.1° De aanvrager of houder van een medisch attest van klasse 1 mag geen functionele of organische ziekte van het urinair stelsel of zijn adnexa vertonen die een weerslag heeft op het volledig veilig uitoefenen van de voorrechten van de aangevraagde vergunning. 2° Elk symptoom van een organische nieraandoening heeft ongeschiktheid tot gevolg.Bij elk geneeskundig onderzoek moet een onderzoek van de urine worden uitgevoerd. De urine mag geen abnormale bestanddelen bevatten die een pathologische betekenis hebben. Er moet bijzondere aandacht geschonken worden aan de aandoeningen van de urinewegen en de geslachtsorganen (zie hoofdstuk V, artikel 91). 3° De aanvrager die nierstenen vertoont, moet ongeschikt verklaard worden (zie hoofdstuk V, artikel 92).4° Elke nasleep van ziekte of heelkundige ingreep op de nieren of de urinewegen die de aanvrager blootstelt aan een plots onvermogen, met name elke obstructie door stenose of compressie, heeft ongeschiktheid tot gevolg.Bij een gecompenseerde nephrectomie zonder arteriële hypertensie of uremie kan de aanvrager geschikt verklaard worden (zie hoofdstuk V, artikel 93). 5° De aanvrager die een belangrijke heelkundige ingreep op de urinewegen of het urinair stelsel heeft ondergaan, die bestaat uit een totale of partiële exerese of een derivatie van een van deze organen, moet ongeschikt verklaard worden voor minstens drie maanden en tot de gevolgen van de ingreep geen plots onvermogen tijdens vlucht meer kan veroorzaken (zie hoofdstuk V, artikelen 93 en 94). Afdeling 7. - Diverse seksueel overdraagbare ziekten en infecties

(JAR-FCL 3.190)

Art. 14.1° De aanvrager of houder van een medisch attest van klasse 1 mag geen bewezen medische antecedenten of klinische tekens vertonen van een seksueel overdraagbare ziekte of infecties die een weerslag hebben op het volledig veilig uitoefenen van de voorrechten van de aangevraagde vergunning. 2° Conform afdeling 7 van hoofdstuk V moet er bijzondere aandacht geschonken worden aan de antecedenten of klinische tekens die wijzen op : a) positieve HIV;b) aantasting van het immunitair systeem;c) infectieuse hepatitis;d) syfilis. Afdeling 8. - Gynaecologie en obstetrie

(JAR-FCL 3.195)

Art. 15.1° De aanvraagster of houdster van een medisch attest van klasse 1 mag geen functionele of organische gynaecologische of obstetrische aandoening vertonen die een weerslag heeft op het volledig veilig uitoefenen van de voorrechten van de aangevraagde vergunning. 2° De aanvraagster met antecedenten van ernstige menstruatiestoornissen, die ongevoelig zijn voor een behandeling, moet ongeschikt verklaard worden.3° Zwangerschap heeft ongeschiktheid tot gevolg.Indien evenwel het obstetrisch onderzoek wijst op een volledig normaal verloop van de zwangerschap kan de aanvraagster geschikt verklaard worden tot het einde van de 26e zwangerschapsweek door de SLG, ECLG of EGE overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk V, artikel 100. De voorrechten van de vergunning kunnen opnieuw uitgeoefend worden nadat een volledig herstel is vastgesteld na de bevalling of het einde van de zwangerschap. 4° De aanvraagster die een belangrijke gynaecologische ingreep heeft ondergaan moet ongeschikt verklaard worden voor een periode van drie maanden of tot de gevolgen van de ingreep geen weerslag meer dreigen te hebben op het volledig veilig uitoefenen van de voorrechten van de aangevraagde vergunning (zie hoofdstuk V, artikel 101). Afdeling 9. - Spier- en skeletvereisten

(JAR-FCL 3.200)

Art. 16.1° De aanvrager of houder van een medisch attest van klasse 1 mag geen aangeboren of verworven anomalie van de beenderen, gewrichten, spieren en pezen vertonen die een weerslag heeft op het volledig veilig uitoefenen van de voorrechten van de aangevraagde vergunning. 2° De gestalte in zittende houding, de lengte van armen en benen en de spierkracht moeten voldoende zijn om volledig veilig de voorrechten van de aangevraagde vergunning uit te oefenen (zie hoofdstuk V, artikel 103).3° De aanvrager moet een voldoende functioneel gebruik hebben van het totale spier- en skeletstelsel.Elke significante nasleep van een ziekte, trauma of aangeboren anomalie van beenderen, gewrichten, spieren of pezen, al dan niet heelkundig behandeld, moet geëvalueerd worden overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk V, artikelen 103, 104 en 105. Afdeling 10. - Psychiatrische voorwaarden

(JAR-FCL 3.205)

Art. 17.1° De aanvrager of houder van een medisch attest van klasse 1 mag geen bewezen medische antecedenten noch klinische tekens vertonen van enige psychiatrische aandoening, acuut of chronisch, aangeboren of verworven, die een weerslag hebben op het volledig veilig uitoefenen van de voorrechten van de aangevraagde vergunning. 2° Er moet bijzondere aandacht geschonken worden aan het volgende (zie hoofdstuk V, afdeling 10) : a) schizofrenie, schizoïde- en waanstoornissen;b) stemmingsstoornissen;c) neurotische-, stress- gerelateerde en somatoforme psychosomatische stoornissen;d) persoonlijkheidsstoornissen;e) psycho organische stoornissen;f) mentale - en gedragsstoornissen als gevolg van alcoholgebruik;g) gebruik of misbruik van psychotrope stoffen. Afdeling 11. - Neurologische aandoeningen

(JAR-FCL 3.210)

Art. 18.1° De aanvrager of houder van een medisch attest van klasse 1 mag geen bewezen medische antecedenten hebben noch klinische tekens vertonen van enige neurologische aandoening die een weerslag hebben op het volledig veilig gebruik van de voorrechten van de aangevraagde vergunning. 2° Er moet bijzondere aandacht geschonken worden aan het volgende (zie hoofdstuk V, afdeling 11) : a) evolutieve aandoeningen van het zenuwstelsel;b) epilepsie en andere oorzaken van bewustzijnsstoornissen;c) toestanden met een uitgesproken neiging tot cerebrale dysfunctie;d) schedeltrauma;e) letsels aan het ruggemerg- of perifere zenuwen.3° Een elektro-encefalogram is vereist (zie hoofdstuk V, afdeling 11) als de antecedenten van de aanvrager of de klinische vaststellingen het rechtvaardigen. Afdeling 12. - Oftalmologische vereisten

(JAR-FCL 3.215)

Art. 19.1° De aanvrager of houder van een medisch attest van klasse 1 mag geen functionele anomalie van de ogen of hun adnexa vertonen, noch een evolutieve, aangeboren of verworven, acute of chronische pathologische aandoening, noch de nasleep van een oogheelkundige ingreep of van een oogtrauma, die een weerslag hebben op het volledig veilig uitoefenen van de voorrechten van de aangevraagde vergunning. 2° Een oftalmologisch onderzoek moet uitgevoerd worden door een door de SLG erkend oftalmoloog bij het initieel onderzoek.Dit onderzoek moet omvatten : a) anamnese en voorgeschiedenis;b) gezichtsscherpte van ver, intermediair en dichtbij : zonder correctie en indien nodig met de beste optische correctie;c) objectieve refractie.Bij hypermetrope kandidaten onder de 25 jaar na cycloplegia; d) oculaire motiliteit en binoculair zicht;e) kleurenzicht;f) onderzoek van het gezichtsveld;g) tonometrie op klinische indicatie en vanaf de leeftijd van 40 jaar;h) onderzoek van het uitwendig oog : anatomie, voorste en achterste oogsegment (spleetlamponderzoek) en oogfundusonderzoek.3° Elk onderzoek voor de wedergeldigmaking en hernieuwing moet een routine-oogonderzoek bevatten (zie hoofdstuk V, artikel 120) met : a) anamnese;b) gezichtsscherpte van ver, intermediair en dichtbij zonder correctie en indien nodig met de beste optische correctie;c) onderzoek van het uitwendig oog : anatomie, voorste en achterste oogsegment en oogfundusonderzoek;d) bijkomend onderzoek op klinische indicatie.(Overeenkomstig hoofdstuk V, artikel 121).

Dit onderzoek mag uitgevoerd worden door een EGE. 4° Als de aanvrager slechts voldoet aan de selectiecriteria (van minstens 7/10 voor elk oog afzonderlijk en minstens 10/10 voor beide ogen samen tabel N 14 op afstand van 100 cm en tabel N 5 op afstand van 30-50 cm) mits het dragen van een optische correctie en als de refractieafwijking groter is dan +/- 3,0 dioptrie moet een volledig onderzoeksrapport van een door de SLG erkend oftalmoloog voorleggen. Bij refractiegebreken tussen +5,0 en -6,0 dioptrie moet dit oftalmologisch onderzoek plaatsvinden binnen de 60 maanden vóór het medisch onderzoek.

Bij refractiegebreken buiten hoger vermelde criteria moet dit onderzoek plaatsvinden binnen de 24 maanden vóór het medisch onderzoek.

Dit onderzoek moet omvatten : a) anamnese;b) gezichtsscherpte van ver, intermediair en dichtbij : zonder correctie en indien nodig met de beste optische correctie;c) refractiemeting;d) oculaire motiliteit en binoculair zicht;e) onderzoek van het gezichtsveld;f) tonometrie vanaf de leeftijd van 40 jaar;g) onderzoek van het uitwendig oog : anatomie, voorste en achterste oogsegment (spleetlamponderzoek) en oogfundusonderzoek. Dit rapport moet aan de Sectie Luchtvaartgeneeskunde overhandigd worden.

Indien er anomalies worden vastgesteld die het zicht van de aanvrager in het gedrang brengen dan is een verder doorgedreven oftalmologisch onderzoek vereist (zie hoofdstuk V, artikel 121). 5° Boven de leeftijd van 40 jaar moet elke aanvrager van een klasse 1 medisch attest om de 2 jaar een tonometrie ondergaan of een rapport van de tonometrie voorleggen dat uitgevoerd werd in de 24 maanden die het algemeen onderzoek voorafgaan.6° Indien een oftalmologisch onderzoek om gelijk welke reden vereist is dan moet dit op het medisch attest vermeld worden onder de beperking « RXO » (oftalmologisch onderzoek vereist).Deze beperking kan door de EGE worden opgelegd maar uitsluitend door de SLG opgeheven worden. Afdeling 13. - Gezichtsvereisten

(JAR-FCL 3.220)

Art. 20.1° Gezichtsscherpte van ver De gezichtsscherpte van ver, met of zonder correctie moet minstens 7/10 bedragen voor elk oog afzonderlijk en minstens 10/10 met beide ogen samen (zie 7° hieronder). Er worden geen grenzen bepaald voor de gezichtsscherpte zonder correctie. 2° Refractiegebreken Een refractiegebrek wordt beschouwd als een afwijking t.o.v. de emmetropie, gemeten in dioptrieën in de meest ametrope as. De refractie moet gemeten worden volgens de standaardmethoden (zie hoofdstuk V, artikel 123). De aanvrager wordt geschikt verklaard, rekening houdend met zijn refractiegebreken, indien hij voldoet aan de volgende voorwaarden : A. Refractieafwijking a) Bij het initieel onderzoek mag de refractieafwijking niet groter zijn dan + 5,0 tot - 6,0 dioptrieën de bepalingen van (zie hoofdstuk V, artikel 124, 1°).b) Bij het onderzoek voor wedergeldigmaking of hernieuwing kan de aanvrager met een vliegervaring die door de SLG voldoende wordt geacht en die een refractieafwijking vertoont die niet groter is dan + 5,0 dioptrieën of een belangrijke myopierefractieafwijking vertoont van meer dan - 6,0 dioptrieën, geschikt verklaard worden door de SLG (zie hoofdstuk V, artikel 124, 2°).c) De aanvrager met een hoge refractieafwijking moet contactlenzen of correctieglazen met een hoge optische index dragen. B. Astigmatisme a) Bij een initieel onderzoek mag ingeval van een refractieafwijking met een astigmatismecomponent, deze niet groter zijn dan 2,0 dioptrieën.b) Bij wedergeldigmaking of hernieuwing kan de aanvrager met een vliegervaring die door de SLG voldoende wordt geacht en met een astigmatisme component van meer dan 3,0 dioptrieën, geschikt worden verklaard door de SLG (zie hoofdstuk V, artikel 125). C. Keratoconus Keratoconus heeft ongeschiktheid tot gevolg. Bij wedergeldigmaking of hernieuwing kan de SLG de aanvrager geschikt verklaren indien hij voldoet aan de gezichtsvereisten beschreven in hoofdstuk V, artikel 126.

D. Anisometropie a) Bij het initieel onderzoek mag het verschil in refractie tussen de twee ogen (anisometropie) niet groter zijn dan 2,0 dioptrieën;b) Bij het onderzoek voor wedergeldigmaking of hernieuwing kan de aanvrager, met een vliegervaring die door de SLG voldoende wordt geacht, geschikt verklaard worden met een verschil in refractie tussen beide ogen van meer dan 3,0 dioptrieën (anisometropie).Bij een anisometropie van méér dan 3,0 dioptrieën is het dragen van contactlenzen verplicht (zie hoofdstuk V, artikel 127).

E. De evolutie van de presbyopie moet bij elk medisch onderzoek nagezien worden.

F. De aanvrager moet bekwaam zijn de tabel N5, of een equivalent ervan te lezen op een afstand van 30-50 cm en de tabel N14 of een equivalent ervan op een afstand van 100 cm, met correctieglazen indien deze voorgeschreven worden (zie 7° hieronder). 3° De aanvrager met belangrijke stoornissen van het binoculair zicht moet ongeschikt verklaard worden (zie hoofdstuk V, artikel 128).4° Diplopie heeft ongeschiktheid tot gevolg.5° De aanvrager die een onevenwicht van de oogspieren (heterophorie) vertoont dat met de gewoonlijke voorgeschreven correctie groter is dan : - 2,0 prismadioptrieën bij hyperphorie op 6 meter, - 10 prismadioptrieën bij esophorie op 6 meter, - 8,0 prismadioptrieën, bij exophorie op 6 meter, en - 1,0 prismadioptrie, bij hyperphorie op 33 cm, - 8,0 prismadioptrieën, bij esophorie op 33 cm, - 12,0 prismadioptrieën, bij exophorie op 33 cm, dient ongeschikt verklaard te worden. Indien de fusiereserves voldoende zijn om het optreden van astenopie of van diplopie te voorkomen, kan de SLG de aanvrager geschikt verklaren (zie hoofdstuk V, artikel 129). 6° De aanvrager die een anomalie van het gezichtsveld vertoont moet ongeschikt verklaard worden (zie hoofdstuk V, artikel 128).7° a) Indien aan een vereist criterium slechts voldaan wordt mits het dragen van correctieglazen moeten de bril of de contactlenzen die een optimale gezichtsfunctie verzekeren goed verdragen worden en aangepast zijn aan het gebruik in de luchtvaart.Uitsluitend monofocale contactlenzen voor verzicht zijn toegelaten. Het dragen van orthokeratologische lenzen is niet toegestaan; b) De correctieglazen gedragen door de houder van een vergunning in het kader van zijn luchtvaartactiviteiten moeten hem toelaten te voldoen aan al de gestelde eisen m.b.t. de visuele functies op welke afstand dan ook. Eén enkele bril moet hem toelaten aan al deze criteria te voldoen; c) Uitsluitend monofocale niet-gekleurde contactlenzen zijn toegestaan tijdens het uitoefenen van de voorrechten van zijn vergunning;d) Bij het uitoefenen van de voorrechten van zijn vergunning moet de aanvrager onmiddellijk en gemakkelijk binnen handbereik kunnen beschikken over een andere identieke bril.8° Oogchirurgie a) Refractieve chirurgie heeft de ongeschiktheid tot gevolg.Een geschiktheid kan overwogen worden door de SLG (zie de voorwaarden van hoofdstuk V, artikel 130). b) Cataractchirurgie, retinale chirurgie en glaucoomchirurgie hebben de ongeschiktheid voor gevolg.Een geschiktheid bij wedergeldigmaking of hernieuwing kan door de SLG overwogen worden (zie de voorwaarden van hoofdstuk V, artikelen 131, 132 en 133). Afdeling 14. - Kleurzin

(JAR-FCL 3.225)

Art. 21.1° De kleurzin wordt als normaal aanzien als de aanvrager slaagt in de Ishihara test of met de anomaloscoop van Nagel als normaal trichromaat wordt bevonden (zie hoofdstuk V, artikelen 134 en 135). 2° De aanvrager moet een normale kleurzin hebben of als « colour safe » beschouwd worden.De aanvrager van een initieel medisch attest moet de Ishihara test met gunstig resultaat afleggen. De aanvrager die faalt in de Ishihara test en slaagt in een grondig onderzoek volgens een methode goedgekeurd door de SLG (anomaloscopie of lantaarntest) kan door de SLG geschikt verklaard worden (zie hoofdstuk V, artikel 135). Bij wedergeldigmaking of hernieuwing dient de kleurzin slechts op klinische indicatie onderzocht te worden. 3° De aanvrager die faalt in de erkende kleurzintest dient als « colour unsafe » te worden beschouwd en ongeschikt verklaard te worden. Afdeling 15. - Oto-rhino-laryngologische vereisten (JAR-FCL 3.230)

Art. 22.1° De aanvrager of houder van een medisch attest van klasse 1 mag geen functionele anomalie vertonen van de oren, de neus, de sinussen of de keel (met inbegrip van de mondholte, de tanden en de larynx) noch een evolutieve pathologische aandoening, aangeboren of verworven, acuut of chronisch, noch enige nasleep van een heelkundige ingreep of van een trauma die een weerslag heeft op het veilig gebruik van de voorrechten van de aangevraagde vergunning. 2° Een uitgebreid oto-rhino-laryngologisch onderzoek wordt vereist bij het initieel onderzoek, daarna wordt het uitgebreid onderzoek enkel vereist indien er klinische indicaties zijn.Dit uitgebreid onderzoek omvat (zie hoofdstuk V, artikelen 136 en 137) : a) anamnese;b) klinisch onderzoek met otoscopie, rhinoscopie en onderzoek van mond- en keelholte;c) tympanometrie of gelijkwaardig onderzoek;d) klinisch onderzoek van het vestibulair stelsel. Alle abnormale en twijfelachtige resultaten zullen aan een neus, keel, en oorspecialist gespecialiseerd in luchtvaartgeneeskunde, aanvaard door de SLG, voor advies voorgelegd worden. 3° Een KNO-routine onderzoek moet uitgevoerd worden bij elk onderzoek voor de wedergeldigmaking of hernieuwing (zie hoofdstuk V, afdeling 15).4° De aanwezigheid van een van de volgende stoornissen heeft ongeschiktheid tot gevolg : a) evolutieve, acute of chronische aandoening van het binnenoor of het middenoor;b) niet gecicatriseerde perforatie van het trommelvlies of tubaire dysfunctie met weerslag op het trommelvlies (zie hoofdstuk V, artikel 138);c) stoornissen van de vestibulaire functie (zie hoofdstuk V, artikel 139);d) significante belemmering van de luchtdoorgang door een van de neusgaten of een dysfunctie van de sinussen;e) belangrijke misvorming of belangrijke acute of chronische infectie van de mondholte of de bovenste luchtwegen;f) belangrijke stoornis van de spraak of de stem. Afdeling 16. - Gehoorvereisten

(JAR-FCL 3.235)

Art. 23.1° Het gehoor moet getest worden bij elk onderzoek. De aanvrager moet correct met elk oor afzonderlijk van op een afstand van twee meter, de rug naar de examinator gekeerd, een normaal gesprek kunnen verstaan. 2° De aanvrager moet onderzocht worden bij middel van een zuiver tonale audiometer bij het initieel onderzoek, en nadien - om de vijf jaar tot de leeftijd van 40 jaar en later om de twee jaar - bij de onderzoeken voor wedergeldigmaking of hernieuwing, (zie hoofdstuk V, artikel 141).3° De aanvrager mag, voor elk oor afzonderlijk, geen gehoorverlies vertonen van meer dan 35 dB (HL) voor een van de volgende frequenties : 500, 1 000 en 2 000 Hz of meer dan 50 dB (HL) voor de frequentie van 3 000 Hz.4° Bij de onderzoeken voor wedergeldigmaking of hernieuwing kan de aanvrager die aan hypoacousie lijdt toch geschikt verklaard worden door de SLG indien een vocale verstaanbaarheidstest een voldoende auditieve vaardigheid aantoont (zie hoofdstuk V, artikel 142). Afdeling 17. - Psychologische toestand

(JAR-FCL 3.240)

Art. 24.1° De aanvrager of houder van een medisch attest van klasse 1 mag geen bewezen psychologische deficiënties vertonen (zie hoofdstuk V, artikel 143) die een weerslag hebben op het volledig veilig uitoefenen van de voorrechten van de aangevraagde vergunning. Indien het aangewezen is, kan de SLG een psychologische expertise vereisen, ter vervollediging of als onderdeel van een psychiatrisch of neurologisch onderzoek (zie hoofdstuk V, artikel 144). 2° Indien een psychologische evaluatie nodig is, wordt deze uitgevoerd door een psycholoog aangewezen door de SLG.3° De psycholoog legt een geschreven verslag voor aan de SLG met een gedetailleerde weergave van zijn oordeel en zijn aanbevelingen. Afdeling 18. - Dermatologische vereisten

(JAR-FCL 3.245)

Art. 25.1° De aanvrager of houder van een medisch attest van klasse 1, mag geen bewezen dermatologische aandoeningen vertonen die een weerslag hebben op het volledig veilig uitoefenen van de voorrechten van de aangevraagde vergunning. 2° Er wordt bijzondere aandacht geschonken aan volgende aandoeningen (zie hoofdstuk V, afdeling 18) : - eczeem (exogeen en endogeen); - ernstige psoriasis; - bacteriële infecties; - huiduitslag van medicamenteuze oorsprong; - bulleuze dermatosen; - kwaadaardige huidaandoeningen; - urticaria. Afdeling 19. - Oncologie

(JAR-FCL 3.246)

Art. 26.1° De aanvrager of houder van een medisch attest klasse 1 mag geen bewezen initiële of secundaire kwaadaardige aandoening vertonen die een weerslag heeft op het volledig veilig uitoefenen van de voorrechten van de aangevraagde vergunning. 2° De aanvrager kan na behandeling van een kwaadaardige aandoening geschikt verklaard worden overeenkomstig hoofdstuk V, afdeling 19. HOOFDSTUK III. - Vereisten van klasse 2 Afdeling 1. - Cardiovasculair stelsel

Onderzoek - Algemeenheden (JAR-FCL 3.250)

Art. 27.1° De aanvrager of houder van een medisch attest van klasse 2 mag geen aangeboren of verworven afwijking vertonen die een weerslag kan hebben op het volledig veilig uitoefenen van de voorrechten van de aangevraagde vergunning. 2° Een standaard rustelektrocardiogram met 12 afleidingen met zijn protocol, is vereist bij het initieel onderzoek.Het moet herhaald worden bij het eerste geneeskundig onderzoek na de 40e verjaardag en daarna bij elk geneeskundig onderzoek. 3° Een inspanningselektrocardiogram is niet verplicht, behalve indien er klinische indicaties zijn, overeenkomstig hoofdstuk V, artikel 54.4° De elektrocardiografische opnamen bij rust en bij inspanning moeten geprotocoleerd worden door de EGE of specialisten aangeduid door de SLG. 5° Indien een aanvrager minstens twee belangrijke risicofactoren vertoont (roken, arteriële hypertensie, diabetes mellitus, obesitas enz...) moet een dosering van de serumlipiden en van de cholesterolemie worden uitgevoerd bij het initieel onderzoek en bij het eerste onderzoek na de 40e verjaardag of indien er klinische indicaties zijn. (zie hoofdstuk V, artikel 55) Bloeddruk (JAR-FCL 3.255)

Art. 28.1° De bloeddruk moet bij elk klinisch onderzoek gemeten worden volgens de methode bepaald in hoofdstuk V, artikel 56. 2° De aanvrager moet ongeschikt verklaard worden indien de systolische bloeddruk regelmatig boven de 160 mmHg ligt en de diastolische druk boven de 95 mmHg, met of zonder behandeling.3° De behandeling die gebruikt wordt om de bloeddruk te normaliseren moet verenigbaar zijn met het veilig uitoefenen van de voorrechten van de aangevraagde vergunning, overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk V, artikel 57. De instelling van een medicamenteuze behandeling vereist dat het medisch attest tijdelijk wordt opgeschort om de afwezigheid van belangrijke nevenwerkingen vast te stellen. 4° De aanvrager die een symptomatische arteriële hypotensie vertoont, moet ongeschikt verklaard worden. Coronaropathie (JAR-FCL 3.260)

Art. 29.1° De aanvrager waarbij men het bestaan van een cardiale ischemie vermoedt, moet bijkomende onderzoeken ondergaan. De aanvrager met een asymptomatisch weinig belangrijke coronaire aandoening die geen behandeling vereist, kan door de SLG geschikt verklaard worden indien de resultaten van de vereiste bijkomende onderzoeken voldoen aan de voorwaarden bepaald in hoofdstuk V, artikel 58. 2° De aanvrager met een symptomatische coronaropathie of waarvan de cardiale symptomen onder controle zijn door behandeling moet ongeschikt verklaard worden.3° Voor aanvrager die een ischemische cardiale aandoening doorgemaakt heeft (zoals myocardinfarct, angina pectoris, belangrijke arrytmia of hartfalen door ischemie of na elke ingreep van cardiale revascularisatie) kan door de SLG een klasse 2 medisch attest overwogen worden als de voorwaarden van hoofdstuk V, artikel 59 vervuld zijn. Ritme- en geleidingsstoornissen (JAR-FCL 3.265)

Art. 30.1° De aanvrager die een significante stoornis van het supraventriculaire ritme, inclusief sinoatriale dysfunctie, vertoont, hetzij intermittent hetzij permanent, moet ongeschikt verklaard worden. De SLG kan een geschiktheidsverklaring overwegen overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk V, artikel 60. 2° De aanvrager die een asymptomatische sinusale bradycardie of een asymptomatische sinusale tachycardie vertoont, kan geschikt verklaard worden als er geen belangrijke onderliggende anomalie is.3° De aanvrager met asymptomatische, geïsoleerde, monoforme supraventriculaire of ventriculaire ectopische complexen moet niet noodzakelijk ongeschikt verklaard worden.Frequent voorkomende of complexe extrasystolen vergen een volledige cardiologische check-up overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk V, artikel 60. 4° Bij afwezigheid van elke andere anomalie kan de aanvrager die een onvolledige bundeltakblok of een stabiele linkerasafwijking vertoont, geschikt verklaard worden.5° De aanwezigheid van een volledige rechterbundeltakblok vergt, bij de eerste vaststelling ervan, een cardiologische check-up overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk V, artikel 60.6° Bij aanwezigheid van een volledige linkerbundeltakblock moet de aanvrager ongeschikt verklaard worden.De SLG kan een geschiktheidsverklaring overwegen overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk V, artikel 60. 7° De aanvrager met 1ste graads AV block en Mobitz type 1 AV block kan geschikt verklaard worden als er geen belangrijke onderliggende anomalie aanwezig is.De aanvrager met Mobitz type 2 AV block of een volledige AV block moet ongeschikt verklaard worden. De SLG kan een geschiktheidsverklaring overwegen overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk V, artikel 60. 8° De aanvrager die brede of smalle complexe tachycardieen vertoont moet ongeschikt verklaard worden.De SLG kan een geschiktheidsverklaring overwegen overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk V, artikel 60. 9° De aanvrager die een ventriculair pre-excitatiesyndroom vertoont, moet ongeschikt verklaard worden.De SLG kan een geschiktheidsverklaring overwegen overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk V, artikel 60. 10° De aanvrager, drager van een endocardiale pacemaker, moet ongeschikt verklaard worden.De SLG kan een geschiktheidsverklaring overwegen overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk V, artikel 60. 11° De aanvrager die een ablatiebehandeling onderging moet ongeschikt verklaard worden.De SLG kan een geschiktheidsverklaring overwegen overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk V, artikel 60.

Cardio-vasculair stelsel - Algemeenheden (JAR-FCL 3.270)

Art. 31.1° De aanvrager, met een perifere arteriele aandoening, moet ongeschikt verklaard worden, zowel voor als na een heelkundige ingreep. Op voorwaarde dat er geen significante functionele stoornissen bestaan, kan de SLG een geschiktheidsverklaring overwegen overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk V, artikelen 58 en 59. 2° De aanvrager met een aneurysma van de thoracale of abdominale aorta moet ongeschikt verklaard worden zowel voor als na een heelkundige ingreep.De aanvrager met een aneurysma van de infra-renale abdominale aorta kan door de SLG geschikt verklaard worden overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk V, artikel 61. 3° De aanvrager met een belangrijke anomalie van de hartkleppen moet ongeschikt verklaard worden.a) De aanvrager die weinig belangrijke klepgebreken vertoont, kan geschikt verklaard worden door de SLG overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk V, artikel 62, 1° en 2°.b) De aanvrager met een klepprothese of die een valvuloplastie heeft ondergaan, moet ongeschikt verklaard worden.De SLG kan een geschiktheidsverklaring overwegen overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk V, artikel 62, 3°. 4° Een systemische antistollingsbehandeling heeft ongeschiktheid tot gevolg.Na een antistollingsbehandeling van beperkte duur kan de aanvrager geschikt verklaard worden door de SLG overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk V, artikel 63. 5° De aanvrager met een aandoening van het pericard, het myocard of van het endocard hierboven niet hernomen, moet ongeschikt verklaard worden.De SLG kan een geschiktheidsverklaring overwegen na het volledig verdwijnen van de symptomatologie en een gunstige cardiologische check-up overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk V, artikel 64. 6° De aanvrager met een aangeboren cardiopathie moet ongeschikt verklaard worden zowel voor als na een correctieve heelkundige ingreep.De SLG kan een geschiktheidsverklaring overwegen overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk V, artikel 65. 7° De aanvrager met een hart- of hart-longtransplantatie moet ongeschikt verklaard worden.8° De aanvrager met een voorgeschiedenis van recidiverende vasovagale syncope moet ongeschikt verklaard worden.De SLG kan een geschiktheidsverklaring overwegen overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk V, artikel 66. Afdeling 2. - Ademhalingsstelsel

Onderzoek. - Algemeenheden (JAR-FCL 3.275)

Art. 32.1° De aanvrager of houder van een medisch attest van klasse 2 mag geen aangeboren of verworven anomalie van het ademhalingsstelsel vertonen, die een weerslag kan hebben heeft op het volledig veilig uitoefenen van de voorrechten van de aangevraagde vergunning. 2° Een antero-posterieure longradiografie is maar vereist indien er klinische of epidemiologische indicaties zijn.3° Longfunctietesten zijn slechts vereist indien er klinische indicaties zijn (zie hoofdstuk V, artikel 68).De aanvrager met belangrijke functionele longafwijkingen moet ongeschikt verklaard worden (zie hoofdstuk V, artikel 68).

Respiratoire aandoeningen (JAR-FCL 3.280)

Art. 33.1° De aanvrager met chronische obstructieve bronchopathie moet ongeschikt verklaard worden. De aanvrager die slechts mineure afwijkingen van de longfunctie vertoont kan geschikt verklaard worden. 2° De aanvrager met astma die een behandeling vereist, wordt geëvalueerd overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk V, artikel 69, 2°.3° De aanvrager die een actieve inflammatoire aandoening van het ademhalingsstelsel vertoont, moet tijdelijk ongeschikt verklaard worden.4° De aanvrager die lijdt aan een actieve sarcoïdose moet ongeschikt verklaard worden (zie hoofdstuk V, artikel 70).5° De aanvrager die een spontane pneumothorax vertoont, moet ongeschikt verklaard worden in afwachting van een volledige check-up (zie hoofdstuk V, artikel 71).6° De aanvrager die een belangrijke chirurgische ingreep op de thorax moet ondergaan, moet ongeschikt verklaard worden gedurende tenminste drie maanden na de operatie en tot de gevolgen van deze ingreep geen weerslag meer hebben op het volledig veilig uitoefenen van de voorrechten van de aangevraagde vergunning (zie hoofdstuk V, artikel 72).7° De aanvrager die lijdt aan een slaap-apneasyndroom zonder doeltreffende behandeling moet ongeschikt verklaard worden. Afdeling 3. - Spijsverteringsstelsel

Algemeenheden (JAR-FCL 3.285)

Art. 34.De aanvrager of houder van een medisch attest van klasse 2 mag geen functionele of organische ziekte van het spijsverteringsstelsel of zijn adnexa vertonen die een weerslag heeft op het volledig veilig uitoefenen van de voorrechten van de aangevraagde vergunning.

Aandoeningen van het spijsverteringsstelsel (JAR-FCL 3.290)

Art. 35.1° De aanvrager die een recidiverende dyspepsie die een behandeling vereist of een pancreatitis vertoont, moet ongeschikt verklaard worden in afwachting van een check-up overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk V, artikel 74. 2° De aanvrager met bij toeval ontdekte asymptomatische galstenen moet beoordeeld worden overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk V, artikel 75.3° De aanvrager met een bevestigde diagnose of voorgeschiedenis van een chronische inflammatoire darmaandoening moet ongeschikt verklaard worden (zie hoofdstuk V, artikel 76).4° De aanvrager mag geen hernia vertonen die symptomen van onvermogen kan veroorzaken.5° Elke nasleep van een ziekte of heelkundige ingreep op een van de onderdelen van het spijsverteringsstelsel of zijn adnexa, die de aanvrager blootstelt aan een onvermogen tijdens de vlucht zoals een occlusie door inklemming of compressie, leidt tot ongeschiktheid.6° De aanvrager die een heelkundige ingreep heeft ondergaan op het spijsverteringsstelsel of zijn adnexa, die bestaat uit de totale of partiële exerese of de derivatie van een van deze organen, moet ongeschikt verklaard worden voor minstens drie maanden of tot het ogenblik waarop de operatieve gevolgen geen weerslag meer dreigen te hebben op het volledig veilig uitoefenen van de voorrechten van de aangevraagde vergunning (zie hoofdstuk V, artikel 77). Afdeling 4. - Metabolische, nutritionele en endocriene ziekten

(JAR-FCL 3.295)

Art. 36.1° De aanvrager of houder van een medisch attest van klasse 2 mag geen functionele of organische, metabolische, nutritionele of endocriene ziekte vertonen die een weerslag zou kunnen hebben op het volledig veilig uitoefenen van de voorrechten van de aangevraagde vergunning. 2° De aanvrager die een metabolische, nutritionele of endocriene dysfunctie vertoont, kan geschikt verklaard worden indien voldaan wordt aan de voorwaarden van hoofdstuk V, artikelen 79 en 82.3° De aanvrager die lijdt aan diabetes mellitus, kan slechts geschikt verklaard worden indien voldaan wordt aan de voorwaarden van hoofdstuk V, artikelen 80 en 81.4° Insulinodependente diabetes heeft ongeschiktheid tot gevolg.5° De aanvrager met een Body Mass Index (BMI) van 35 of meer kan geschikt verklaard worden op voorwaarde dat het overgewicht geen weerslag dreigt te hebben op het volledig veilig uitoefenen van de voorrechten van de aangevraagde vergunning.Bijkomend onderzoek mag geen verhoogd cardiovasculair risico aantonen (zie hoofdstuk V, artikel 103). Afdeling 5. - Hematologie (JAR-FCL 3.300)

Art. 37.1° De aanvrager of houder van een medisch attest van klasse 2 mag geen hematologische ziekte vertonen die een weerslag heeft op het volledig veilig uitoefenen van de voorrechten van de aangevraagde vergunning. 2° Het hemoglobinegehalte moet bepaald worden bij het initieel onderzoek en telkens de klinische toestand het rechtvaardigt. Aanvragers met een abnormaal hemoglobinegehalte moeten bijkomende onderzoeken ondergaan. De aanvrager met een hematocrietwaarde kleiner dan 32 % moet ongeschikt verklaard worden (zie hoofdstuk V, artikel 84). 3° De aanvrager die een sikkelcelanemie vertoont, moet ongeschikt verklaard worden (zie hoofdstuk V, artikel 84).4° De aanvrager met een belangrijke lokale of veralgemeende zwelling van de lymfeklieren, die gepaard gaat met verschijnselen van een bloedziekte, moet ongeschikt verklaard worden (zie hoofdstuk V, artikel 85). Acute leukemie heeft ongeschiktheid tot gevolg. De SLG kan de uitreiking van het medisch attest overwegen na bevestiging van de volledige genezing. De aanvrager die een chronische leukemie vertoont moet ongeschikt verklaard worden. Als zijn toestand stabiel is gedurende een bewezen periode kan de aanvrager geschikt verklaard worden door de SLG overeenkomstig hoofdstuk V, artikel 86. 5° De aanvrager met een significante splenomegalie moet ongeschikt verklaard worden (zie hoofdstuk V, artikel 87).6° De aanvrager met een significante polycytemie moet ongeschikt verklaard worden (zie hoofdstuk V, artikel 88).7° De aanvrager met stoornissen van de bloedstolling moet ongeschikt verklaard worden (zie hoofdstuk V, artikel 89). Afdeling 6. - Urinair stelsel

(JAR-FCL 3.305)

Art. 38.1° De aanvrager of houder van een medisch attest van klasse 2 mag geen functionele of organische ziekte van het urinair stelsel of zijn adnexa vertonen die een weerslag heeft op het volledig veilig uitoefenen van de voorrechten van de aangevraagde vergunning. 2° Elk symptoom van een organische nieraandoening heeft ongeschiktheid tot gevolg.Bij elk geneeskundige onderzoek moeten een onderzoek van de urine worden uitgevoerd. De urine mag geen abnormale bestanddelen bevatten die een pathologische betekenis hebben. Er moet bijzondere aandacht geschonken worden aan de aandoeningen van de urinewegen en de geslachtsorganen (zie hoofdstuk V, artikel 91). 3° De aanvrager die nierstenen vertoont, moet ongeschikt verklaard worden (zie hoofdstuk V, artikel 92).4° Elke nasleep van ziekte of heelkundige ingreep op de nieren of de urinewegen die de aanvrager blootstelt aan een plots onvermogen, met name elke obstructie door stenose of compressie, heeft ongeschiktheid tot gevolg.Bij een gecompenseerde nephrectomie zonder arteriële hypertensie of uremie kan de aanvrager door de SLG geschikt verklaard worden (zie hoofdstuk V, artikel 93). 5° De aanvrager die een belangrijke heelkundige ingreep op de urinewegen of het urinair stelsel heeft ondergaan, die bestaat uit een totale of partiële exerese of een derivatie van een van deze organen, moet ongeschikt verklaard worden voor minstens drie maanden en tot de gevolgen van de ingreep geen weerslag meer hebben op het volledig veilig uitoefenen van de voorrechten van de aangevraagde vergunning (zie hoofdstuk V, artikelen 93 en 94). Afdeling 7. - Diverse seksueel overdraagbare ziekten en infecties

(JAR-FCL 3.310)

Art. 39.1° De aanvrager of houder van een medisch attest van klasse 2 mag geen bewezen medische antecedenten of klinische tekens vertonen van een seksueel overdraagbare ziekte of infecties die een weerslag hebben op het volledig veilig uitoefenen van de voorrechten van de aangevraagde vergunning. 2° Overeenkomstig afdeling 7 van hoofdstuk V moet er bijzondere aandacht geschonken worden aan de antecedenten of klinische tekens die wijzen op : a) positieve HIV;b) aantasting van het immunitair systeem;c) infectieuse hepatitis;d) syfilis. Afdeling 8. - Gynaecologie en obstetrie

(JAR-FCL 3.315)

Art. 40.1° De aanvraagster of houdster van een medisch attest van klasse 2 mag geen functionele of organische gynaecologische of obstetrische aandoening vertonen die een weerslag heeft op het volledig veilig uitoefenen van de voorrechten van de aangevraagde vergunning. 2° De aanvraagster met antecedenten van ernstige menstruatiestoornissen, die ongevoelig zijn voor een behandeling, moet ongeschikt verklaard worden.3° Zwangerschap heeft ongeschiktheid tot gevolg.Indien evenwel het obstetrisch onderzoek wijst op een volledig normaal verloop van de zwangerschap, kan de aanvraagster geschikt verklaard worden tot het einde van de 26e zwangerschapsweek door de SLG, ECLG of EGE overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk V, artikel 100. De voorrechten van de vergunning kunnen opnieuw uitgeoefend worden nadat een volledig herstel is vastgesteld na de bevalling of het einde van de zwangerschap. 4° De aanvraagster die een belangrijke gynaecologische ingreep heeft ondergaan moet ongeschikt verklaard worden voor een periode van drie maanden of tot de gevolgen van de ingreep geen weerslag meer dreigen te hebben op het volledig veilig uitoefenen van de voorrechten van de aangevraagde vergunning (zie hoofdstuk V, artikel 101). Afdeling 9. - Spier- en skeletvereisten

(JAR-FCL 3.320)

Art. 41.1° De aanvrager of houder van een medisch attest van klasse 2 mag geen aangeboren of verworven anomalie van de beenderen, gewrichten, spieren en pezen vertonen die een weerslag heeft op het volledig veilig uitoefenen van de voorrechten van de aangevraagde vergunning. 2° De gestalte in zittende houding, de lengte van armen en benen en de spierkracht moeten voldoende zijn om volledig veilig de voorrechten van de aangevraagde vergunning uit te kunnen oefenen (zie hoofdstuk V, artikel 103).3° De aanvrager moet een voldoende functioneel gebruik hebben van het totale spier- en skeletstelsel.Elke significante nasleep van een ziekte, trauma of aangeboren anomalie van de beenderen, gewrichten, spieren of pezen, al dan niet heelkundig behandeld, moet geëvalueerd worden overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk V, artikelen 103, 104 en 105. Afdeling 10. - Psychiatrische aandoeningen

(JAR-FCL 3.325)

Art. 42.1° De aanvrager of houder van een medisch attest van klasse 2 mag geen bewezen medische antecedenten noch klinische tekens vertonen van enige psychiatrische aandoening, acuut of chronisch, aangeboren of verworven, die een weerslag hebben op het volledig veilig uitoefenen van de voorrechten van de aangevraagde vergunning. 2° Er moet bijzondere aandacht geschonken worden aan het volgende (zie hoofdstuk V, afdeling 10) : a) schizofrenie, schizoïde - en waanstoornissen;b) stemmingsstoornissen;c) neurotische, stress- gerelateerde en somatoforme psychosomatische stoornissen;d) persoonlijkheidsstoornissen;e) psycho organische stoornissen;f) mentale en gedragsstoornissen als gevolg van alcoholgebruik;g) gebruik of misbruik van psychotrope stoffen. Afdeling 11. - Neurologische aandoeningen

(JAR-FCL 3.330)

Art. 43.1° De aanvrager of houder van een medisch attest van klasse 2 mag geen bewezen medische antecedenten noch klinische tekens vertonen van enige neurologische aandoening die een weerslag hebben op het volledig veilig uitoefenen van de voorrechten van de aangevraagde vergunning. 2° Er moet bijzondere aandacht geschonken worden aan het volgende (zie hoofdstuk V, afdeling 11) : a) evolutieve aandoeningen van het zenuwstelsel;b) epilepsie en andere oorzaken van bewustzijnsstoornissen;c) toestanden met een uitgesproken neiging tot cerebrale dysfunctie;d) schedeltrauma;e) letsels aan het ruggemerg of perifere zenuwen. Afdeling 12. - Oftalmologische vereisten

(JAR-FCL 3.335)

Art. 44.1° De aanvrager of houder van een medisch attest van klasse 2 mag geen functionele anomalie van de ogen of hun adnexa vertonen, noch een evolutieve, aangeboren of verworven, acute of chronische pathologische aandoening, noch de nasleep van een oogheelkundige ingreep of van een oogtrauma vertonen die een weerslag hebben op het volledig veilig uitoefenen van de voorrechten van de aangevraagde vergunning. 2° Een oftalmologisch onderzoek moet uitgevoerd worden door een door de SLG erkend oftalmoloog bij het initieel onderzoek.Dit onderzoek moet omvatten : a) anamnese en voorgeschiedenis;b) gezichtsscherpte van ver en dichtbij : zonder correctie en indien nodig met de beste optische correctie;c) oculaire motiliteit en binoculair zicht;d) kleurenzicht;e) onderzoek van het gezichtsveld;f) onderzoek van het uitwendig oog : anatomie, voorste en achterste oogsegment en oogfundusonderzoek.3° Elk onderzoek voor de wedergeldigmaking en hernieuwing moet een routine-oogonderzoek bevatten (zie hoofdstuk V, artikel 120) met : a) anamnese;b) gezichtsscherpte van ver en dichtbij : zonder correctie en indien nodig met de beste optische correctie;c) onderzoek van het uitwendig oog : anatomie, voorste en achterste oogsegment en oogfundusonderzoek;d) bijkomend onderzoek bij klinische indicatie overeenkomstig hoofdstuk V, artikel 121. Dit onderzoek mag uitgevoerd worden door een EGE. Afdeling 13. - Gezichtsvereisten

(JAR-FCL 3.340)

Art. 45.1° Gezichtsscherpte van ver De gezichtsscherpte van ver, met of zonder correctie moet minstens 5/10 bedragen voor elk oog afzonderlijk en minstens 10/10 met beide ogen samen (zie 6° hieronder). Er worden geen grenzen bepaald voor de gezichtsscherpte zonder correctie. 2° Refractiegebreken Een refractiegebrek wordt beschouwd als een afwijking t.o.v. de emmetropie, gemeten in dioptrieën in de meest ametrope as. De refractie moet gemeten worden volgens de standaardmethoden (zie hoofdstuk V, artikel 123). De aanvrager wordt geschikt verklaard, rekening houdend met zijn refractiegebreken, indien hij voldoet aan de volgende voorwaarden : A) Refractieafwijking a) Bij het initieel onderzoek mag de refractieafwijking niet groter zijn dan +5,0 tot -8,0 dioptrieën overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk V, artikel 124, 3°.b) Bij wedergeldigmaking of hernieuwing kan de aanvrager, met een vliegervaring die door de SLG voldoende wordt geacht, en die een refractieafwijking vertoont die niet groter is dan +5,0 dioptrieën of een belangrijke myopierefractieafwijking vertoont van meer dan -8,0 dioptrieën geschikt verklaard worden door de SLG (zie hoofdstuk V, artikel 124, 3°).c) De aanvrager met een hoge refractieafwijking moet contactlenzen of correctieglazen met een hoge optische index dragen. B) Astigmatisme a) Bij een initieel onderzoek mag ingeval van een refractieafwijking met een astigmatisme component, deze niet groter zijn dan 3,0 dioptrieën;b) Bij wedergeldigmaking of hernieuwing kan de aanvrager, met een vliegervaring die door de SLG voldoende wordt geacht, met een astigmatisme component van meer dan 3,0 dioptrieën geschikt worden verklaard door de SLG. C) Keratoconus heeft ongeschiktheid tot gevolg. De SLG kan de aanvrager geschikt verklaren op voorwaarde dat hij aan de visuele vereisten voldoet beschreven in hoofdstuk V, artikel 126.

D) Bij de aanvrager met amblyopie moet het amblyope oog een gezichtsscherpte hebben van 3/10 of meer. De aanvrager kan geschikt verklaard worden op voorwaarde dat het andere oog een gezichtsscherpte heeft van 10/10 of beter met of zonder optische correctie en dat er geen significante pathologie kan aangetoond worden.

E) Anisometropie a) Bij het initiële onderzoek mag het verschil in refractie tussen de twee ogen (anisometropie) niet groter zijn dan 3,0 dioptrieën;b) Bij wedergeldigmaking of hernieuwing kan de aanvrager, met een vliegervaring die door de SLG voldoende wordt geacht, geschikt verklaard worden met een verschil in refractie tussen beide ogen van meer dan 3,0 dioptrieën (anisometropie).Bij een anisometropie van méér dan 3,0 dioptrieën is het dragen van contactlenzen verplicht.

F) De evolutie van de presbyopie moet bij elk onderzoek nagezien worden.

G) De aanvrager moet bekwaam zijn de tabel N5 of een equivalent ervan te lezen op een afstand van 30-50 cm en de tabel N14 of een equivalent ervan op een afstand van 100 cm, met correctieglazen indien deze voorgeschreven worden (zie 6° hieronder). 3° De aanvrager met belangrijke stoornissen van het binoculair zicht moet ongeschikt verklaard worden (zie hoofdstuk V, artikel 128).4° Diplopie heeft ongeschiktheid tot gevolg. 5 ° De aanvrager die een anomalie van gezichtsveld vertoont moet ongeschikt verklaard worden (zie hoofdstuk V, artikel 128). 6° a) Indien aan een vereist criterium slechts voldaan wordt mits het dragen van correctieglazen moeten de bril of de contactlenzen die een optimale gezichtsfunctie verzekeren goed verdragen worden en aangepast zijn aan het gebruik in de luchtvaart.Uitsluitend monofocale contactlenzen voor verzicht zijn toegelaten. Het dragen van orthokeratologische lenzen is niet toegestaan; b) De correctieglazen gedragen door de houder van een vergunning in het kader van zijn luchtvaartactiviteiten moeten hem toelaten te voldoen aan al de gestelde eisen m.b.t. de visuele functies op welke afstand dan ook. Eén enkele bril moet hem toelaten aan al deze criteria te voldoen; c) Uitsluitend monofocale niet - gekleurde contactlenzen zijn toegestaan tijdens het uitoefenen van de voorrechten van zijn vergunning;d) Bij het uitoefenen van de voorrechten van zijn vergunning moet de aanvrager onmiddellijk en gemakkelijk binnen handbereik kunnen beschikken over een andere identieke bril.7° Oogchirurgie a) Refractieve chirurgie heeft de ongeschiktheid tot gevolg.Een geschiktheid kan uitgesproken worden door de SLG overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk V, artikel 130. b) Cataractchirurgie, retinale chirurgie en glaucoomchirurgie hebben de ongeschiktheid tot gevolg.Een geschiktheid bij wedergeldigmaking of hernieuwing kan door de SLG uitgesproken worden overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk V, artikelen 131, 132 en 133. Afdeling 14. - Kleurzin

(JAR-FCL 3.345)

Art. 46.1° De kleurzin wordt als normaal aanzien als de aanvrager slaagt in de Ishihara test of met de anomaloscoop van Nagel als normaal trichromaat wordt bevonden (zie hoofdstuk V, artikelen 134 en 135). 2° De aanvrager moet een normale kleurzin hebben of « colour safe » (kleurveilig) zijn.De aanvrager van een initieel medisch attest moet de Ishihara test met gunstig resultaat afleggen. De aanvrager die faalt in de Ishihara test en slaagt in een grondig onderzoek volgens een methode goedgekeurd door de SLG (anomaloscopie of lantaarntest) kan als kleurveilig beschouwd worden (zie hoofdstuk V, artikel 135).

Bij wedergeldigmaking of hernieuwing dient de kleurzin slechts op klinische indicatie onderzoekt te worden. 3° De aanvrager die faalt in de erkende kleurzintest dient als « colour unsafe » (kleuronveilig) te worden beschouwd en ongeschikt verklaard te worden.4° De aanvrager die niet beantwoordt aan de hierboven vermelde eisen van de kleurzin kan niettemin geschikt verklaard worden om enkel dagvluchten uit te voeren. Afdeling 15. - Oto-rhino-laryngologische vereisten (JAR-FCL 3.350)

Art. 47.1° De aanvrager of houder van een medisch attest van klasse 2 mag geen functionele anomalie vertonen van de oren, de neus, de sinussen of de keel (met inbegrip van de mondholte, tanden en larynx) noch een evolutieve pathologische aandoening, aangeboren of verworven, acuut of chronisch, noch enige nasleep van een heelkundige ingreep of van een trauma die een weerslag heeft op het volledig veilig uitoefenen van de voorrechten van de aangevraagde vergunning. 2° Een KNO-routine onderzoek moet uitgevoerd worden bij elk onderzoek voor wedergeldigmaking of hernieuwing (zie hoofdstuk V, artikel 137).3° De aanwezigheid van een van de volgende stoornissen heeft ongeschiktheid tot gevolg : a) evolutieve, acute of chronische aandoening van het binnenoor of het middenoor;b) niet gecicatriseerde perforatie van het trommelvlies of tubaire dysfunctie met weerslag op het trommelvlies (zie hoofdstuk V, artikel 138);c) stoornissen van de vestibulaire functie (zie hoofdstuk V, artikel 139);d) significante belemmering van de luchtdoorgang door een van de neusgaten of een dysfunctie van de sinussen;e) belangrijke misvorming of belangrijke acute of chronische infectie van de mondholte of van de bovenste luchtwegen;f) belangrijke stoornis van de spraak of de stem. Afdeling 16. - Gehoorvereisten

(JAR-FCL 3.355)

Art. 48.1° Het gehoor moet getest worden bij elk onderzoek. De aanvrager moet vanop een afstand van twee meter, met de rug naar de onderzoeker gekeerd, correct een gewoon gesprek kunnen verstaan. 2° Indien de aangevraagde vergunning een bevoegdverklaring instrumentvliegen inhoudt, is een tonale audiometrie (zie hoofdstuk V, artikel 141) vereist bij het eerste onderzoek voor deze bevoegdverklaring.Dit onderzoek moet om de vijf jaar tot de leeftijd van 40 jaar en nadien om de twee jaar herhaald worden. a) Voor elk oor afzonderlijk mag geen gehoorverlies bestaan van meer dan 35 dB (HL) voor een van de frequenties : 500, 1 000 en 2 000 Hz of meer dan 50 dB (HL) voor de frequentie 3 000 Hz.b) Bij de onderzoeken voor wedergeldigmaking of hernieuwing kan de aanvrager die aan hypoacousie lijdt toch geschikt verklaard worden door de SLG indien een vocale verstaanbaarheidstest een voldoende auditieve vaardigheid aantoont (zie hoofdstuk V, artikel 142). Afdeling 17. - Psychologische toestand

(JAR-FCL 3.360)

Art. 49.1° De aanvrager of houder van een medisch attest van klasse 2 mag geen bewezen psychologische deficiënties vertonen, met name omtrent het uitoefenen van zijn operationele functies, noch persoonlijkheidsstoornissen die een weerslag hebben op het volledig veilig uitoefenen van de voorrechten van de aangevraagde vergunning.

Indien aangewezen kan de SLG een psychologische expertise vereisen ter vervollediging of als onderdeel van een psychiatrisch of neurologisch onderzoek (zie hoofdstuk V, artikel 144). 2° Indien een psychologische evaluatie nodig is, wordt deze uitgevoerd door een psycholoog aangewezen door de SLG.3° De psycholoog legt een geschreven verslag voor aan de SLG met een gedetailleerde weergave van zijn oordeel en zijn aanbevelingen. Afdeling 18. - Dermatologische vereisten

(JAR-FCL 3.365)

Art. 50.1° De aanvrager of houder van een medisch attest van klasse 2 mag geen bewezen dermatologische aandoeningen vertonen die een weerslag hebben op het volledig veilig uitoefenen van de voorrechten van de aangevraagde vergunning. 2° Er wordt bijzondere aandacht geschonken aan de volgende kwalen (zie hoofdstuk V, afdeling 18) : - eczeem (exogeen en endogeen); - ernstige psoriasis; - bacteriële infecties; - huiduitslag van medicamenteuze oorsprong; - bulleuze dermatosen; - kwaadaardige huidaandoeningen; - urticaria. Afdeling 19. - Oncologie

Art. 51.1° De aanvrager of houder van een medisch attest klasse 2 mag geen bewezen initiële of secundaire kwaadaardige aandoening vertonen die een weerslag heeft op het volledig veilig uitoefenen van de voorrechten van de aangevraagde vergunning. 2° De aanvrager kan na behandeling van een kwaadaardige aandoening geschikt verklaard worden overeenkomstig hoofdstuk V, afdeling 19. HOOFDSTUK IV. - Vereisten voor klasse 4 Afdeling 1. - Algemeenheden

Art. 52.De algemene normen van lichamelijke en geestelijke geschiktheid van toepassing op de kandidaten voor een medisch attest van klasse 4 zijn dezelfde als deze die gelden voor klasse 2, behalve de vereisten voor gezichtsscherpte. Afdeling 2. - Gezichtsvereisten

Art. 53.1° Gezicht van ver De gezichtsscherpte wordt gemeten volgens de methode die van toepassing is voor klasse 2.

De kandidaat moet met beide ogen samen een gezichtsscherpte vertonen van minstens 7/10 met of zonder optische correctie, en aan het minst goede oog een gezichtsscherpte van minstens 4/10 met of zonder correctie.

Indien deze gezichtsscherpte slechts bereikt wordt met behulp van een optische correctie kan de kandidaat daarenboven maar geschikt verklaard worden op voorwaarde dat hij zijn middelen voor de optische correctie draagt als hij de voorrechten van de aangevraagde of verkregen vergunning uitoefent. 2° Gezichtsscherpte van dichtbij De kandidaat moet bekwaam zijn de tabel N5 of het equivalent ervan (tabel 3 van de tabellen van Parinaud) vanaf een afstand door hem gekozen tussen 30 en 50 cm te lezen.Indien aan deze voorwaarden slechts voldaan wordt mits het dragen van een optische correctie, kan de kandidaat maar geschikt verklaard worden op voorwaarde dat hij die correctieglazen binnen handbereik heeft bij het uitoefenen van de voorrechten van zijn vergunning. De kandidaat mag slechts één bril gebruiken om te bewijzen dat hij voldoet aan deze gezichtsvereisten. HOOFDSTUK V. - Technisch commentaar Afdeling 1. - Cardiovasculair stelsel

(JAR-FCL - Appendix 1)

Art. 54.Een inspanningselektrocardiogram moet uitgevoerd worden : 1° indien er tekens of symptomen zijn die wijzen op een cardiovasculaire ziekte;2° voor het verduidelijken van een elektrocardiogram bij rust dat twijfelachtig is;3° op aanvraag van een geneesheer specialist in luchtvaartgeneeskunde;4° op de leeftijd van 65 jaar, nadien om de 4 jaar voor de wedergeldigmaking of hernieuwing van een medisch attest klasse 1.

Art. 55.1° Het doseren van de serumlipiden is een opsporingsonderzoek. Duidelijke anomalieën vereisen de uitvoering van bijkomende onderzoeken waarvan de resultaten door de ECLG of EGE in samenspraak met de SLG worden nagezien. 2° Een cardiologische check-up moet uitgevoerd worden indien er meerdere risicofactoren bestaan (tabagisme, familiale antecedenten, afwijkingen in de lipidenspiegel, hypertensie enz.). De resultaten zullen door de ECLG of EGE in samenspraak met de SLG worden nagezien.

Art. 56.De diagnose hypertensie vraagt het nazicht van bijkomende potentiële vasculaire risicofactoren. De systolische arteriële bloeddruk stemt overeen met het optreden van de Korotkoffgeruisen (fase I) en de diastolische bloeddruk met het verdwijnen ervan (fase V). De bloeddruk moet tweemaal gemeten worden. Het vaststellen van een verhoogde bloeddruk en/of verhoogde hartfrequentie bij rust vereist bijkomende maatregelen.

Art. 57.Een behandeling van hypertensie kan de door de SLG toegestane geneesmiddelen bevatten : 1° diuretica die niet inwerken op de lis van Henle;2° bepaalde bètablokkers (meestal hydrofiele);3° ACE-inhibitoren;4° Angiotensine II receptorantagonisten (de sartanen);5° stoffen die de trage calciumkanalen blokkeren. Voor klasse 1 kan een met medicatie behandelde hoge bloeddruk de OML-beperking inhouden en voor klasse 2 een OSL-beperking vereisen.

Art. 58.Indien een asymptomatische coronaropathie of een perifere arteriële aandoening vermoed wordt, moet een inspanningselektrocardiogram worden uitgevoerd (overeenkomstig art. 59) dat - indien nodig - gevolgd wordt door bijkomende onderzoeken (een scintigrafie, stress-echocardiografie, coronarografie of evenwaardige onderzoeken aanvaard door de SLG) die geen myocardischemie of belangrijke coronaire stenose aantonen.

Art. 59.De klachtenvrije aanvrager dient, na een doorgemaakte ischemische myocardaandoening met een revascularisatie of na een perifere arteriële aandoening, alle aanwezige vasculaire risicofactoren verminderd te hebben tot een aanvaardbaar niveau. Elke medicatie om ischemische hartklachten te behandelen is ontoelaatbaar.

De kandidaat dient secundair een aanvaardbare preventieve behandeling te volgen.

Een coronarografie uitgevoerd tijdens de ischemische myocardaanval of kort na de periode van myocardischemie moet voorhanden zijn. Een volledig uitgebreid klinisch verslag van het ischemisch incident, de coronarografie en het volledig operatieverslag moet aan de SLG overgemaakt worden.

Er mag geen stenose van meer dan 50 % aanwezig zijn in een van de belangrijke onbehandelde bloedvaten noch in een veneuze noch in een arteriële ent of stent (angioplastie) uitgezonderd in de aangetaste arterie. Meer dan twee stenosen tussen 30 % en 50 % in de coronaire kransslagaders zijn onaanvaardbaar.

Een volledig uitgebreid coronair onderzoek moet aanvaardbaar zijn voor een door de SLG erkend cardioloog en men zal bijzondere aandacht schenken aan meertaksstenosen en/of multipele revascularisaties.

Een onbehandelde stenose van meer dan 30 % in de linkerhoofd coronaire of proximale linker anterior descendens arterie is niet aanvaardbaar.

Ten minste 6 maanden na een ischemische myocardaandoening, revascularisatie inbegrepen, moeten volgende onderzoeken ondergaan worden : 1° een symptoomgelimiteerd inspannings ECG tot aan Bruce stadium IV of gelijkwaardig, waarin geen tekens van een bestaande myocardischemie of ritmestoornissen aanwezig zijn;2° een echocardiogram of een gelijkwaardig onderzoek aanvaardbaar voor de SLG dat een bevredigende linkerventrikelfunctie toont zonder significante afwijkingen in de wandbeweging (zoals dyskinesie of akinesie) en een linkerventriculaire ejectiefractie van 50 % of meer;3° na een angioplastie of stenting een myocard perfusiescan of stress- echocardiographie (of gelijkwaardig onderzoek aanvaardbaar door de SLG) zonder enige vorm van reversiebele myocardischemie.Bij de minste twijfel over de myocardperfusie (zoals na myocardinfarct en na revascularisatie) is een myocardperfusiescan vereist; 4° bijkomende onderzoeken zoals een 24 uur ECG-registratie kan noodzakelijk zijn om belangrijke ritmestoornissen uit te sluiten. Een jaarlijkse follow-up is vereist (zelfs frekwenter indien noodzakelijk) om elke achteruitgang van de cardiovasculaire status uit te sluiten. Deze opvolging omvat een onderzoek door een door de SLG erkend specialist, een inspannings ECG en een cardio-vasculaire risicobepaling. Bijkomende onderzoeken kunnen door de SLG vereist worden.

Na een veneuze coronaire bypass operatie dient er een myocardiale perfusiescan (of evenwaardig onderzoek aanvaard door de SLG) te worden verricht bij de minste indicatie en in ieder geval binnen de vijf jaren na de ingreep.

Bij elk teken of symptoom van myocardischemie door een niet-invasief onderzoek zal altijd een coronarografie of een evenwaardig onderzoek aanvaard door de SLG vereist zijn.

Beoordeling door de SLG Klasse 1 : kandidaten die hogervernoemd onderzoek na een periode van 6 maanden met gunstig resultaat hebben ondergaan worden geschikt verklaard met de beperking OML. Klasse 2 : kandidaten die hogervernoemd onderzoek met een gunstig resultaat hebben ondergaan, kunnen een medisch attest zonder beperking verkrijgen. De SLG kan evenwel een tijdelijke OSL-beperking opleggen.

Klasse 2 : kandidaten die bij wedergeldigmaking of hernieuwing enkel een inspannings ECG voorleggen kunnen door de SLG geschikt verklaard worden met OSL-beperking.

Art. 60.Elke belangrijke ritme - of geleidingsstoornis vereist een cardiologisch bilan door een door de SLG erkende cardioloog en in geval van geschiktheid een aangewezen opvolging.

A. Dit bilan moet omvatten : a) een inspanningselektrocardiogram volgens Bruce protocol of gelijkwaardig.Dit onderzoek moet gebeuren tot de maximale inspanningsgrens of tot het optreden van symptomen. Bruce stadium IV moet bereikt worden zonder enig significante ritme-of geleidingsstoornis noch enig teken van myocardischemie. Voor dit onderzoek is het stopzetten van elke cardiale medicatie noodzakelijk; b) een 24 uren ambulant opgenomen elektrocardiogram dat geen significante ritme-of geleidingsstoornis aantoont;c) een bidimensionele Doppler-echocardiografie die geen significant selectieve kamervergroting noch enige andere significante structurele of functionele afwijking aantoont en een linker ventrikelejectiefractie van minstens 50%. B. Bijkomende evaluatie kan volgende onderzoeken omvatten : a) registratie van opeenvolgende 24 Uur-ECG opnames;b) een elektrofysiologische studie;c) myocardperfusiescan of gelijkwaardig onderzoek;d) cardiale NMR of gelijkwaardig onderzoek;e) coronarografie of gelijkwaardig onderzoek (zie hoofdstuk V, artikel 59). C. Beoordeling door de SLG voor klasse 1 1) Voorkamerfibrillatie/flutter i.Een initieel klasse 1 attest mag enkel afgeleverd worden aan kandidaten die slechts een éénmalige periode van ritmestoornissen hebben doorgemaakt en waarvan de SLG het opnieuw voorkomen als onwaarschijnlijk acht. ii. Over de wedergeldigmaking of hernieuwing van het medisch attest classe 1 zal door de SLG beslist worden. 2) Volledige rechter bundeltakblok i.Het uitreiken van een initieel klasse 1 medisch attest kan door de SLG in overweging genomen worden indien de aanvrager jonger is dan 40 jaar. Indien de aanvrager ouder is dan 40 jaar moet een stabiele periode aangetoond worden van 12 maanden. ii. Wedergeldigmaking of hernieuwing klasse 1 medisch attest kan in overweging genomen worden zonder beperking indien de aanvrager jonger is dan 40 jaar. Indien de aanvrager ouder is dan 40 jaar moet er een OML beperking opgelegd worden gedurende 12 maanden. 3) Volledige linker bundeltakblok Een coronaire oppuntstelling is noodzakelijk indien de aanvrager ouder is dan 40 jaar.i. De aanvrager van een initieel klasse 1 medisch attest moet een stabiele periode van 3 jaar voorleggen. ii. Wedergeldigmaking of hernieuwing van een klasse 1 medisch attest zonder beperking kan in overweging genomen worden na een periode van 3 jaar. Tijdens deze 3 jaar is een OML-beperking vereist. 4) Venticulaire pre-excitatie i.Een initieel klasse 1 medisch attest mag door de SLG in overweging genomen worden bij een asymptomatische kandidaat indien het electrofysiologisch onderzoek met medicamenteuze stimulatie van het autonome zenuwstelsel geen re-entry tachycardie uitlokt en het bestaan van multipele accessoire pathways uitsluit. ii. Wedergeldigmaking of hernieuwing van het medisch attest klasse 1 bij asymptomatische aanvragers met pre-excitatie kan door de SLG uitgereikt worden met een OML-beperking. 5) Pacemaker Na de implantatie van een permanente pacemaker kan een medische geschiktheid ten vroegste 3 maanden na de ingreep overwogen op voorwaarde dat : a) er geen andere reden tot ongeschiktheid bestaat;b) het toestel met bipolaire afleidingen werkt;c) de aanvrager niet afhankelijk is van de pacemaker;d) een regelmatige follow-up verzekerd wordt met controle van de pacemaker;en e) wedergeldigmaking of hernieuwing van het medisch attest klasse 1 vereist de OML-beperking.6) Ablatie De aanvrager van een medisch attest klasse 1 die met succes een katheder ablatie-ingreep heeft ondergaan, zal een OML-beperking van minstens 1 jaar krijgen tenzij een electrofysiologisch onderzoek uitgevoerd minimum twee maanden na deze ingreep een bevredigend resultaat geeft. In de andere gevallen waar een gunstige evolutie op langere termijn niet kan aangetoond worden door invasief of niet-invasief onderzoek, kan een bijkomende periode met OML-beperking voor klasse 1 en/of van observatie noodzakelijk zijn.

D. Beslissing door de SLG van Klasse 2 De beslissing door de SLG van de klasse 2 kandidaten gebeurt volgens dezelfde procedure als voor klasse 1. Een OSL (uitsluitend met « safety pilot ») of OPL (uitsluitend zonder passagiers) beperking kan opgelegd worden.

Art. 61.Aanvragers met een niet geopereerd infrarenaal abdominaal aorta-aneurysma kunnen door de SLG geschikt verklaard worden voor een medisch attest klasse 1 met OML-beperking of klasse 2 met OSL-beperking. Follow-up door echografie kan, indien noodzakelijk door de SLG opgelegd worden.

Na de operatie van een infrarenaal abdominaal aorta-aneurysma zonder complicaties en na een cardiovasculaire beoordeling kan een medisch attest klasse 1 met OML-beperking of klasse 2 met OSL-beperking door de SLG afgeleverd worden indien de door de SLG opgelegde follow-up plaatsvindt.

Art. 62.1° Hartgeruis Het vaststellen van hartgeruis van onbekende oorsprong vereist het advies van een door de SLG erkend cardioloog en evaluatie door de SLG. Indien het geruis significant wordt bevonden, moet een check-up worden uitgevoerd met tenminste een bidimensionele-Doppler-echocardiografie. 2° Valvulopathie a) De aanvrager met een bicuspiede aortaklep kan zonder OML- of OSL-beperking geschikt verklaard worden indien geen andere cardiale of aorta-anomalie wordt aangetoond.Follow-up met een echocardiografie kan, indien noodzakelijk, door de SLG opgelegd worden. b) De aanvrager die een stenose van de aortaklep vertoont moet door de SLG geëvalueerd worden.De linkerventrikelfunctie moet intact zijn.

Een voorgeschiedenis van systeemembolie of een belangrijke dilatatie van de thoracale aorta leidt tot ongeschiktheid. De aanvrager met een gemiddelde differentiële druk lager dan 20 mm Hg kan geschikt verklaard worden. De aanvrager met een gemiddelde differentiële druk tussen 20 mm Hg en 40 mm Hg kan geschikt verklaard worden voor klasse 2 of voor klasse 1 met OML-beperking. Bij een gemiddelde differentiële druk tot 50 mm Hg kan de SLG een geschiktheid overwegen. De SLG kan, indien noodzakelijk, een opvolging met bidimensionele Doppler-echocardiografie opleggen. c) Een banale aorta insufficiëntie kan aanvaard worden voor klasse 1 zonder OML-beperking en voor klasse 2 zonder OSL-beperking.De bidimensionele Doppler-echocardiografie mag geen anomalie van de aorta ascendens aantonen. Een follow-up, indien noodzakelijk, kan door de SLG bepaald worden. d) Een rheumatische mitraalklepaandoening heeft normaliter ongeschiktheid tot gevolg.e) Mitraal prolaps of mitraal-insufficiëntie : de asymptomatische kandidaat die een geïsoleerde mediosystolische click vertoont, kan geschikt verklaard worden voor klasse 1 zonder OML-beperking en voor klasse 2 zonder OSL-beperking.De kandidaat met een lichte mitralis-insufficiëntie zonder verwikkelingen kan voor klasse 1 een OML-beperking opgelegd krijgen door de SLG. De kandidaat die een volumeoverbelasting van de linker ventrikel vertoont met een vergroting van de linker ventriculaire telediastolische diameter, moet ongeschikt verklaard worden. In al deze gevallen wordt een periodieke controle door de SLG vereist. 3° Valvulaire chirurgie a) De kandidaat met een mechanische klepprothese moet ongeschikt verklaard worden.b) Asymptomatische kandidaten met een biologische hartklepprothese die tenminste 6 maanden na de ingreep met goed resultaat de onderzoeken hebben ondergaan die een normale klep- en ventrikelfunctie alsook een normale morfologie aantonen, kunnen door de SLG geschikt verklaard worden onder voorbehoud van : 1) een bevredigend symptoomgelimiteerd inspannings-ECG tot aan Bruce stadium IV of gelijkwaardig waarbij een door de SLG aanvaard cardioloog geen significante afwijkingen aantoont.Een myocardscintigrafie/stress-echocardiografie is vereist indien het ECG in rust abnormaal is en er een coronaire aandoening is aangetoond. Zie hoofdstuk V, artikelen 58, 59 en 60; 2) een bidimensionele Doppler-echocardiografie die geen significante selectieve ventrikelvergroting aantoont, een weefselklep met slechts minimale structurele veranderingen, met een normale Doppler bloedflow en geen structurele, noch functionele afwijking van de andere hartkleppen.De linker ventrikelejectiefractie moet normaal zijn; 3) de bewezen afwezigheid van een coronaire aandoening, tenzij een bevredigende revascularisatie is bereikt (zie hoofdstuk V, artikel 60);4) geen vereiste cardioactieve medicatie;5) een cardiologische follow-up met inspannings- ECG en bidimensionele echocardiografie door de SLG opgelegd indien noodzakelijk. Een geschiktheidsverklaring dient vergezeld te zijn van een OML-beperking voor klasse 1. Voor klasse 2 kan een geschiktheid zonder OSL-beperking.

Art. 63.De aanvrager die een onder behandeling is van anticoagulantia, moet door de SLG geevalueerd worden. Veneuze trombose en longembolie leiden tot ongeschiktheid tot het einde van de anti-stollingsbehandeling. Longembolie vereist een volledige evaluatie. Een anti-stollingsbehandeling voor een mogelijke arteriële thrombo-embolie leidt tot ongeschiktheid.

Art. 64.De anomalieën van het epicard, het myocard en het endocard, primair of secundair, leiden tot ongeschiktheid tot aan de verdwijning van de klinische symptomen. De cardiovasculaire check-up voorgelegd aan de SLG voor beslissing, kan een bidimensionele Doppler-echocardiografie, een inspanningselektrocardiogram, en/of een myocardscintigrafie / een stressechocardiografie en een gedurende 24 uren ambulant opgenomen elektrocardiogram vereisen. Een coronarografie kan aangewezen zijn. Regelmatige controleonderzoeken en een OML-beperking voor klasse 1 en OSL-beperking voor klasse 2 kunnen opgelegd worden.

Art. 65.Congenitale cardiopathieën, zelfs chirurgisch gecorrigeerd, moeten normaliter leiden tot ongeschiktheid, tenzij zij functioneel van milde graad zijn en geen medicamenteuze behandeling vereisen. Een cardiologische check-up moet door de SLG vereist worden. De onderzoekingen kunnen bestaan uit een bidimensionele Doppler-echocardiografie, een inspanningselektrocardiogram en een gedurende 24 uren ambulant opgenomen elektrocardiogram. Regelmatige cardiologische controles zijn verplicht. OML-beperkingen voor klasse 1 en OSL-beperkingen voor klasse 2 kunnen opgelegd worden.

Art. 66.Kandidaten die recidiverende syncopes hebben vertoond moeten volgende onderzoeken ondergaan : a) een symptoomgelimiteerd inspannings ECG met 12 afleidingen tot aan Bruce stadium IV, of gelijkwaardig dat door een door de SLG aanvaard cardioloog zonder significante afwijkingen is bevonden.Indien het ECG in rust abnormaal is, zal een myocardscintigrafie/ stress-echocardiografie noodzakelijk zijn; b) een bidimensionele Doppler echocardiografie die geen belangrijke selectieve uitzetting van de caviteiten noch structurele noch functionele afwijkingen van de hartkleppen of het myocard aantoont;c) een ambulant 24 uurs ECG dat geen geleidingsstoornis, geen complexe of aanhoudende ritmestoornis, noch enig teken van myocardischemie aantoont;d) eventueel een volgens standaardprotocol uitgevoerde « tilt-test », die geen tekens van vasomotorische instabiliteit aantoont, volgens een door de SLG aanvaard cardioloog. Kandidaten die aan bovenstaande voorwaarden voldoen kunnen niet vroeger dan 6 maanden na het begin van de aanval geschikt verklaard worden met OML-beperking voor klasse 1 of OSL-beperking voor klasse 2 en indien er geen recidief is. Een neurologische bilan is aangewezen.

Een periode zonder recidief van 5 jaar is noodzakelijk alvorens de OML-beperking voor klasse 1 of de OSL-beperking voor klasse 2 kan opgeheven worden. Kortere of langere periodes kunnen door de SLG aanvaard worden naargelang de individuele casus. Kandidaten die lijden aan een bewustzijnsverlies zonder prodromale tekens moeten ongeschikt verklaard worden.

Art. 67.De evaluaties omtrent de medische geschiktheid bij kwaadaardige cardio-vasculaire gezwellen in dit domein worden uitvoeriger besproken in het hoofdstuk « Oncologie » van het Handboek, dat de SLG raadpleegt samen met het hoofdstuk dat specifiek handelt over het cardiovasculair stelsel. Afdeling 2. - Ademhalingsstelsel

(JAR-FCL - Appendix 2)

Art. 68.Voor de afgifte van een medisch attest voor klasse 1 zijn spirometrische tests vereist bij het initieel onderzoek : een verhouding FEV1/FVC lager dan 70 % vereist het advies van een pneumoloog.

Art. 69.De kandidaat die recidiverende astmacrisissen vertoont, wordt ongeschikt verklaard. 1° De SLG kan een medisch attest klasse 1 uitreiken, indien de klinische toestand stabiel is, met bevredigende longfunctieproeven, en indien de behandeling strikt verenigbaar is met de veiligheid tijdens het vliegen.Het gebruik van systemische steroïden is niet toegestaan. 2° Het medisch attest voor klasse 2 kan door de EGE met het akkoord van de SLG afgeleverd worden, indien de klinische toestand stabiel is met bevredigende longfunctieproeven, indien de behandeling strikt verenigbaar is met de veiligheid van het luchtverkeer en onder voorbehoud van een volledig gunstig verslag aan de SLG.Het gebruik van systemische steroïden is niet toegestaan.

Art. 70.De kandidaat die lijdt aan evolutieve sarcoïdose moet ongeschikt verklaard worden. Het uitreiken van een medisch attest kan door de SLG evenwel overwogen worden indien : 1° een volledige check-up geen veralgemening van de ziekte aantoont en 2° de ziekte beperkt tot de hilaire lymfklieren inactief is en geen medicamenteuze behandeling vereist. Spontane pneumothorax

Art. 71.1° Na de volledige genezing van een geïsoleerde spontane pneumothorax, kan een medisch attest uitgereikt worden, één jaar na het voorval en na een volledig respiratoir bilan. 2° Het hernieuwen van een medisch attest met OML-beperking voor klasse 1 of met OSL-beperking voor klasse 2 kan door de SLG toegestaan worden indien, na 6 weken, de kandidaat volledig hersteld is van een geïsoleerde spontane pneumothorax.Het opheffen van elke OML of OSL-beperking kan door de SLG overwogen worden één jaar na het voorval en na een volledig respiratoir bilan. 3° Recidiverende spontane pneumothorax heeft ongeschiktheid tot gevolg.Het medisch attest kan evenwel door de SLG worden uitgereikt na een heelkundige ingreep met een bevredigende recuperatie.

Art. 72.Een pneumonectomie heeft ongeschiktheid tot gevolg. De SLG kan aanvaarden dat een medisch attest wordt uitgereikt na een minder belangrijke ingreep op de thorax, na een volledig herstel en na een volledige respiratoire check-up. Een OML-beperking voor klasse 1 of een OSL-beperking voor klasse 2 kan opgelegd worden.

Art. 73.De evaluaties omtrent kwaadaardige gezwellen in dit domein worden uitvoerig besproken in het hoofdstuk « Oncologie » van het Handboek dat door de SLG samen met het hoofdstuk betreffende de pneumologie wordt geraadpleegd. Afdeling 3. - Spijsverteringsstelsel

(JAR-FCL - Appendix 3)

Art. 74.1° De aanvrager met een recidiverende dyspepsie die een behandeling vereist moet bijkomend onderzoek ondergaan. 2° Pancreatitis heeft ongeschiktheid tot gevolg.De SLG kan het uitreiken van een medisch attest overwegen indien de oorzaak van de obstructie niet meer aanwezig is (vb : medicatie, galstenen). 3° Alcohol kan de oorzaak zijn van dyspepsie of van pancreatitis. Desgevallend zal een volledige evaluatie van het gebruik of het misbruik ervan uitgevoerd worden.

Art. 75.Voor de aanvragers met één grote asymptomatische galsteen kan de SLG het uitreiken van een medisch attest overwegen. Voor de aanvrager met meerdere asymptomatische galstenen kan de SLG een medisch attest uitreiken voor klasse 2 of een wedergeldigmaking/hernieuwing voor klasse 1 met OML-beperking.

Art. 76.Chronische inflammatoire darmaandoeningen zijn enkel aanvaardbaar als het bewijs kan geleverd worden dat er een volledige remissie en stabilisatie is zonder noodzakelijke inname van systemische corticosteroïden.

Art. 77.Elke abdominale chirurgische ingreep leidt tot een ongeschiktheid van minstens drie maanden. De SLG mag al vroeger een medisch attest wedergeldig maken of hernieuwen indien een volledige genezing is ingetreden, de kandidaat klachtenvrij is en het risico van secundaire verwikkelingen of recidief minimaal is.

Art. 78.De evaluaties omtrent kwaadaardige gezwellen in dit domein worden uitvoerig besproken in het hoofdstuk « Oncologie » van het Handboek dat de SLG raadpleegt samen met het hoofdstuk dat specifiek over het spijsverteringsstelsel handelt. Afdeling 4. - Metabolische, nutritionele en endocriene stoornissen

(JAR-FCL - Appendix 4)

Art. 79.Een metabolische, nutritionele of endocriene dysfunctie heeft ongeschiktheid tot gevolg. De geschiktheid kan overwogen worden door de SLG indien de aandoening asymptomatisch verloopt, klinisch gecompenseerd en stabiel is, met of zonder substitutietherapie, en indien zij regelmatig gecontroleerd wordt door een bevoegd specialist.

Art. 80.Het vaststellen van een glycosurie en een abnormale glycemie vereist bijkomend onderzoek. De geschiktheid kan door de SLG overwogen worden indien aangetoond wordt dat de glucosetolerantie normaal is (verlaagde nierdrempel) of bij gestoorde glucosetolerantie zonder diabetische pathologie de toestand van de kandidaat volledig onder controle is door dieet en regelmatige follow-up.

Art. 81.Een behandeling met antidiabetische geneesmiddelen heeft ongeschiktheid tot gevolg. In bepaalde gevallen evenwel, kan het gebruik van biguaniden of alfa-glucosidase inhibitoren toegestaan worden, mits een OML-beperking voor klasse 1 of zonder enige beperking voor klasse 2. Een behandeling met sulfonylurea kan aanvaard worden bij een wedergeldigmaking of hernieuwing van het medisch attest van klasse 2 met OSL-beperking.

Art. 82.De ziekte van Addison leidt tot ongeschiktheid. Het uitreiken van het initieel medisch attest van klasse 2 of de wedergeldigmaking of hernieuwing van het medisch attest van klasse 1 kan door de SLG overwogen worden op voorwaarde dat cortisone voorradig is voor gebruik tijdens het uitoefenen van de voorrechten van de aangevraagde vergunning. Een klasse 1 met OML-beperking of klasse 2 met OSL- beperking kan opgelegd worden.

Art. 83.De evaluaties omtrent kwaadaardige gezwellen in dit domein worden uitvoerig besproken in het hoofdstuk « Oncologie » van het Handboek dat de SLG raadpleegt samen met het hoofdstuk dat specifiek handelt over metabolische, nutritionele en endocriene stoornissen. Afdeling 5. - Hematologie

(JAR-FCL - Appendix 5)

Art. 84.Bloedarmoede die zich uit in een vermindering van het hemoglobinegehalte in het bloed vereist verdere onderzoeken. Een anemie die niet reageert op medicatie heeft ongeschiktheid tot gevolg.

De SLG kan het uitreiken van een medisch attest overwegen indien de primaire oorzaak (bv. een ijzertekort of een tekort aan vitamine B 12) efficiënt kan behandeld worden en het hematocriet gestabiliseerd wordt op een peil hoger dan 32% of indien het gaat om milde vormen van thalassemie of hemoglobinopathie, bij afwezigheid van paroxystische antecedenten en na het bewijs dat de functionele mogelijkheden perfect bewaard zijn.

Art. 85.Elke hypertrofie van de lymfklieren vereist een check-up. De SLG kan het uitreiken van een medisch attest overwegen ingeval het gaat om een volledige genezing van een acuut infectieus proces of om een lymphoom van Hodgkin of een non-Hodgkin-lymfoom van hoge graad die behandeld werd en volledig hersteld is.

Art. 86.Ingeval van chronische leukemie, kan de SLG het uitreiken van een medisch attest overwegen. Er mogen geen antecedenten van aantasting van het centraal zenuwstelsel zijn noch blijvende bijwerkingen van enige behandeling die het uitoefenen van de voorrechten van de aangevraagde vergunning kunnen beïnvloeden. Het hemoglobinegehalte en het aantal bloedplaatjes moeten bevredigend zijn. Een regelmatige follow-up is vereist.

Art. 87.Elke splenomegalie vereist een check-up. De SLG kan het uitreiken van een medisch attest overwegen, indien de hypertrofie miniem is, stabiel en niet gepaard gaat met een andere ziekte (bv. een chronische malaria die behandeld wordt) of indien het gaat om een minimale splenomegalie in associatie met een andere ziekte die geen invloed heeft op de geschiktheid (bijvoorbeeld een lymphoom van Hodgkin in remissie).

Art. 88.Bij polycytemie is een check-up vereist. De SLG kan het uitreiken van een medisch attest met beperking OML voor klasse 1 of OSL voor klasse 2 overwegen indien de toestand stabiel is en niet gepaard gaat met een andere aandoening.

Art. 89.Belangrijke stoornissen in de bloedstolling vereisen een check-up. De SLG kan het uitreiken van een medisch attest met beperking OML voor klasse 1 of OSL voor klasse 2 overwegen, bij afwezigheid van antecedenten met significante bloedingen of trombo-embolische episoden.

Art. 90.De evaluaties omtrent kwaadaardige gezwellen van dit stelsel worden uitvoerig behandeld in het hoofdstuk « Oncologie » van het Handboek, dat de SLG raadpleegt samen met het hoofdstuk dat specifiek handelt over de hematologie. Afdeling 6. - Urinair stelsel

(JAR-FCL - Appendix 6)

Art. 91.Elke anomalie bij een urineonderzoek vereist bijkomend onderzoek.

Art. 92.Asymptomatische nierstenen of antecedenten van nierkolieken vereisen een check-up. Tijdens de onderzoekingen of in afwachting van een behandeling, kan de SLG wedergeldigmaking of hernieuwing van het medisch attest overwegen met OML-beperking voor klasse 1 of met OSL-beperking voor klasse 2. Na een efficiënte behandeling kan de SLG het uitreiken van een medisch attest overwegen zonder OML-beperking voor klasse 1 of OSL-beperking voor klasse 2. Indien een niersteen overblijft kan de SLG de wedergeldigmaking of hernieuwing van het medisch attest voor klasse 1 met OML-beperking, en met of zonder OSL-beperking voor klasse 2 overwegen.

Art. 93.Elke belangrijke urologische chirurgische ingreep leidt tot ongeschiktheid voor minstens drie maanden. De SLG kan de uitreiking van een medisch attest overwegen indien de kandidaat volledig klachtenvrij is en indien het risico op secundaire verwikkelingen of recidive gering is.

Art. 94.Niertransplantatie of totale cystectomie zijn onverenigbaar met het uitreiken van een initieel medisch attest. Bij wedergeldigmaking of hernieuwing ervan kan een geschiktheid overwogen worden door de SLG onder de volgende voorwaarden : 1° de niertransplantatie moet volledig gecompenseerd zijn en goed verdragen worden met uitsluitend een minimale immunosuppressietherapie, en na verloop van minstens 12 maanden;2° de totale cystectomie moet functioneel bevredigend zijn, zonder tekens van recidive, van besmetting of van een andere primaire pathologie. In beide gevallen kan de OML-beperking voor klasse 1 of de OSL-beperking voor klasse 2 opgelegd worden.

Art. 95.De evaluaties omtrent kwaadaardige gezwellen van dit stelsel worden uitvoerig besproken in het hoofdstuk « Oncologie » van het Handboek dat de SLG raadpleegt samen met het hoofdstuk dat specifiek handelt over het urinair stelsel. Afdeling 7. - Diverse seksueel overdraagbare ziekten en infecties

(JAR-FCL - Appendix 7)

Art. 96.Een positieve HIV heeft ongeschiktheid tot gevolg.

Art. 97.De SLG kan een wedergeldigmaking of hernieuwing van het medisch attest van personen die HIV- positief zijn overwegen met OML-beperking voor klasse 1 of met OSL-beperking voor klasse 2 en onder voorbehoud van frequente controleonderzoeken. Het optreden van AIDS of een complex verwant met AIDS heeft ongeschiktheid tot gevolg.

Art. 98.Acute syfilis heeft ongeschiktheid tot gevolg. De SLG kan het uitreiken van een medisch attest overwegen voor een kandidaat die correct behandeld wordt en genezen is van elke aandoening van het primaire of secundaire stadium van de ziekte.

Art. 99.De evaluaties omtrent kwaadaardige gezwellen in dit domein worden uitvoerig behandeld in het hoofdstuk « Oncologie » van het Handboek dat de SLG raadpleegt samen met het hoofdstuk dat specifiek handelt over de seksueel overdraagbare ziekten en infecties. Afdeling 8. - Gynaecologie en obstetrie

(JAR-FCL. - Appendix 8)

Art. 100.Na kennis te hebben genomen van een obstetrische check-up, kan de SLG, de EGE of ECLG in samenspraak met de SLG, een medisch attest uitreiken aan zwangere vrouwen tijdens de eerste 26 weken van hun zwangerschap. De SLG, ECLG, EGE, zal de kandidate en haar behandelend geneesheer een geschreven nota overhandigen met informatie over de mogelijke significante verwikkelingen van de zwangerschap (zie Handboek). In dit geval bevat het medisch attest van klasse 1 een tijdelijke OML-beperking. In geval van zwangerschap zal de tijdelijk opgelegde OML-restrictie voor klasse 1 na het einde van de zwangerschap of na de bevalling opgeheven worden door de ECLG of EGE, die de SLG inlichten.

Art. 101.Belangrijke gynaecologische chirurgische ingrepen leiden tot een ongeschiktheid van minstens drie maanden. De SLG mag voortijdig een geschiktheid overwegen bij wedergeldigmaking of hernieuwing van het medisch attest indien de houdster ervan volledig klachtenvrij is en het risico op secundaire verwikkelingen of recidive minimaal is.

Art. 102.De evaluaties omtrent kwaadaardige gezwellen in dit domein worden uitvoerig behandeld in het hoofdstuk « Oncologie » van het Handboek dat de SLG raadpleegt samen met het hoofdstuk dat specifiek handelt over gynaecologie en obstetrie. Afdeling 9. - Spier- en skeletvereisten

(JAR-FCL - Appendix 9)

Art. 103.Een lichamelijke anomalie, zoals obesitas of een spierzwakte, kan een medische test vereisen tijdens een vlucht of in een simulator erkend door de SLG. Er wordt bijzondere aandacht besteed aan de procedures in geval van noodsituaties en de evacuatie in deze gevallen. Een OML-beperking voor klasse 1 of een OSL-beperking voor klasse 2 kan nodig zijn of een beperking voor een specifiek aangeduid vliegtuig (OAL) of voor bepaalde vliegtuigtypen.

Art. 104.In geval van deficiëntie van een lidmaat, kan de SLG de uitreiking van medisch attest klasse 2 of wedergeldigmaking of hernieuwing van een medisch attest klasse 1 overwegen, overeenkomstig JAR - FCL 3.125, en na het slagen in een medische test in vlucht of in een vluchtsimulator.

Art. 105.De SLG kan het uitreiken van een medisch attest overwegen aan de aanvrager die een inflammatoire, infiltrerende, traumatische of degeneratieve aandoening van het spierstelsel of het skelet vertoont.

In de mate dat de ziekte in remissie is, de kandidaat geen verboden medicatie inneemt en geslaagd is in een eventuele medisch test in vlucht of in een vluchtsimulator, kan het nodig zijn een bijzondere beperking op te leggen voor een specifiek aangeduid vliegtuig (OAL) of voor bepaalde vliegtuigtypen of een OML-beperking voor klasse 1 of een OSL-beperking voor klasse 2.

Art. 106.De evaluaties omtrent kwaadaardige gezwellen in dit domein worden uitvoerig behandeld in het hoofdstuk « Oncologie » van het Handboek dat de SLG raadpleegt samen met het hoofdstuk dat specifiek handelt over spieren en skelet. Afdeling 10. - Psychiatrische aandoeningen

(JAR-FCL - Appendix 10)

Art. 107.Een bevestigde schizofrenie, een schizofreniforme aandoening of een bevestigde waanstoornis heeft ongeschiktheid tot gevolg. Een geschiktheid kan slechts door de SLG overwogen worden indien de SLG de verzekering heeft dat de initiële diagnose verkeerd was of onvoldoende gestaafd of indien het maar ging om een éénmalige episode van waanzin op voorwaarde dat de aanvrager geen definitieve schade heeft opgelopen.

Art. 108.Een bevestigde stemmingsstoornis heeft ongeschiktheid tot gevolg. De SLG kan het uitreiken van een medisch attest overwegen na kennisname van het individuele dossier en in functie van het type en de ernst van de stemmingsstoornis en nadat alle psychotrope medicatie sedert een aanvaardbare periode werd stopgezet.

Art. 109.Eén enkele zelfmoordpoging of herhaalde episodes van opzettelijke zelfverwonding hebben ongeschiktheid tot gevolg. De SLG kan het uitreiken van een medisch attest evenwel overwegen na een grondige individuele evaluatie die een psychologische evaluatie of een psychiatrische expertise of een neuropsychologische beoordeling kan vereisen.

Art. 110.Mentale- of gedragsstoornissen te wijten aan misbruik alcohol of andere middelen met of zonder afhankelijkheid, hebben ongeschiktheid tot gevolg. De SLG kan het uitreiken van een medisch attest overwegen na verloop van twee jaar tijdens dewelke het bewijs geleverd wordt dat betrokkene sober is m.b.t. alcoholgebruik of geen middelen meer inneemt. De SLG kan voortijdig een wedergeldigmaking of hernieuwing overwegen voor klasse 1 met OML-beperking of voor klasse 2 met OSL-beperking. Deze beslissing wordt door de SLG op individuele basis genomen en bevat behandeling en opvolging onder volgende voorwaarden : 1° hospitalisatie voor behandeling van enkele weken in een gespecialiseerde instelling gevolgd door : 2° expertise door een psychiater erkend door de SLG;3° doorlopende evaluatie, met inbegrip van bloedonderzoeken en verslagen verstrekt door het professioneel milieu en dit voor onbepaalde duur. Afdeling 11. - Neurologische aandoeningen

(JAR-FCL - Appendix 11)

Art. 111.Al de aandoeningen van het zenuwstelsel, gestabiliseerd of progressief, die tot een onvermogen hebben geleid of daartoe kunnen aanleiding geven, hebben ongeschiktheid tot gevolg. De SLG kan evenwel, na een grondige evaluatie, lichte functionele deficits die deel uitmaken van een gestabiliseerde ziekte, aanvaarden en de geschiktheid overwegen.

Art. 112.Het voorkomen van een of meerdere perioden van bewustzijnsstoornissen zonder gekende oorzaak leidt tot ongeschiktheid. In geval van een unieke dergelijke episode kan de SLG de geschiktheid aanvaarden als het optreden ervan op een aannemelijke wijze kan toegeschreven worden aan een niet-recurrente oorzaak en na een grondige neurologische check-up. Recurrentie leidt tot ongeschiktheid.

Art. 113.Epileptiforme paroxystische elektro-encefalografische anomalieën en focaal trage golven hebben ongeschiktheid tot gevolg.

Een bijkomende evaluatie zal door de SLG vereist worden.

Art. 114.De diagnose van epilepsie leidt tot ongeschiktheid, uitgezonderd wanneer er een onmiskenbaar bewijs is van een goedaardige vorm van epilepsie tijdens de kinderjaren met een te verwaarlozen risico op herval. De aanvrager dient symptoomvrij te zijn en geen behandeling meer te volgen sedert minstens 10 jaar. Het optreden van één of meerdere convulsieve episodes na de leeftijd van 5 jaar leidt tot ongeschiktheid. In het geval van een acute symptomatische episode, die door een neuroloog, aanvaard door de SLG, met zeer weinig risico voor recidive beschouwd wordt, kan de SLG een geschiktheidsverklaring uitreiken.

Art. 115.Aan de kandidaat met een éénmalige afebrile epileptiforme aanval en niet meer optredend na meer dan 10 jaar na de behandeling en waar er geen enkele evidentie is van blijvende voorbestemdheid tot epilepsie kan een medisch attest afgeleverd worden indien het risico op het voorkomen van dergelijke aanvallen in de toekomst volgens de SLG binnen aanvaardbare limieten ligt. Voor klasse 1 dient een OML-beperking te worden opgelegd.

Art. 116.Schedeltrauma met bewustzijnsverlies met of zonder open hersentrauma kunnen door de SLG aanvaard worden na volledige genezing en na een grondige neurologische check-up. Na volledige genezing en een verwaarloosbaar risico op epilepsie-aanvallen kan de SLG de geschiktheid overwegen.

Art. 117.Kandidaten met een voorgeschiedenis van trauma aan het ruggemerg- of perifere zenuwstelsel moeten beoordeeld worden volgens de musculo-skeletale vereisten overeenkomstig afdeling 9, artikel 104 en zoals hernomen in de « Manual of Civil Aviation Medicine ».

Art. 118.De evaluaties omtrent kwaadaardige gezwellen in dit domein worden uitvoerig behandeld in het hoofdstuk « Oncologie » van het Handboek dat de SLG raadpleegt samen met het hoofdstuk dat specifiek handelt over neurologische aandoeningen. Afdeling 12. - Oftalmologische vereisten

(JAR-FCL - Appendix 12)

Art. 119.1° Bij het initieel onderzoek voor het uitreiken van een medisch attest van klasse 1 moet een oftalmologisch onderzoek uitgevoerd worden door een door de SLG erkend oftalmoloog. 2° Bij het initieel onderzoek voor het uitreiken van het medisch attest voor klasse 2 moet het oftalmologisch onderzoek uitgevoerd worden door een oftalmoloog erkend door de SLG.Elke kandidaat die een correctie nodig heeft om te voldoen aan de criteria, moet een afschrift voorleggen van het meest recente voorschrift van de correctieglazen.

Art. 120.Bij elk geneeskundig onderzoek voor wedergeldigmaking of hernieuwing moet de visuele geschiktheid van de houder van de vergunning nagegaan worden en ook een eventuele stoornis in elk oog.

Al de abnormale of twijfelachtige gevallen moeten verwezen worden naar een oftalmoloog erkend door de SLG.

Art. 121.Een oftalmologisch onderzoek is minstens vereist in volgende omstandigheden : - bij een belangrijke vermindering van de ongecorrigeerde gezichtsscherpte; - bij elke vermindering van de best gecorrigeerde gezichtsscherpte; - na elke oogaandoening door ziekte, trauma of na oogchirurgie.

Art. 122.De evaluaties omtrent kwaadaardige gezwellen in dit domein worden uitvoerig behandeld in het hoofdstuk « Oncologie » van het Handboek dat de SLG raadpleegt samen met het hoofdstuk dat specifiek handelt over oftalmologie. Afdeling 13. - Gezichtsvereisten

(JAR-FCL - Appendix 13)

Art. 123.De refractie van het oog en de functionele werking moet de maatstaf zijn voor het bepalen van de geschiktheid.

Art. 124.1° Klasse 1. Voor de kandidaten die slechts voldoen aan de criteria met het dragen van een optische correctie kan de SLG het uitreiken van een medisch attest voor klasse 1 overwegen indien de refractiestoornis gelegen is tussen +5,0 en -6,0 dioptrieën, en op voorwaarde dat : a) geen belangrijke pathologie wordt vastgesteld;b) een optimale correctie wordt bekomen;c) indien de refractiestoornis groter is dan +/- 3,0 dioptrie, een oftalmologisch onderzoek door een oftalmoloog erkend door de SLG om de vijf jaar wordt uitgevoerd.2° Klasse 1.De SLG kan de wedergeldigmaking of hernieuwing van het medisch attest overwegen bij een refractiestoornis groter dan 6,0 dioptrieën op voorwaarde dat : a) geen belangrijke pathologie wordt vastgesteld;b) een optimale correctie wordt bekomen;c) een oftalmologisch onderzoek door een oftalmoloog erkend door de SLG om de twee jaar wordt uitgevoerd.3° Klasse 2.Indien de refractiestoornis gelegen is tussen -5,0 en -8,0 dioptrieën bij het initieel medisch onderzoek of meer dan -8,0 dioptrieën bij wedergeldigmaking of hernieuwing kan de SLG het uitreiken van een medisch attest van klasse 2 overwegen op voorwaarde dat : a) geen belangrijke pathologie wordt vastgesteld;b) een optimale correctie wordt bekomen. Astigmatisme

Art. 125.Klasse 1. De SLG kan de wedergeldigmaking of hernieuwing van het medisch attest klasse 1 overwegen indien de astigmatismecomponent groter is dan 3,0 dioptrieën op voorwaarde dat : a) geen belangrijke pathologie wordt vastgesteld;b) een optimale correctie wordt bekomen;c) een oftalmologisch onderzoek door een oftalmoloog erkend door de SLG om de twee jaar wordt uitgevoerd. Keratoconus

Art. 126.De SLG kan het uitreiken van het medisch attest klasse 2 of de wedergeldigmaking of de vernieuwing van het medisch attest klasse 1 overwegen bij keratoconus op voorwaarde dat : a) aan de gezichtsvereisten voldaan wordt met behulp van correctielenzen;b) een oftalmologisch onderzoek op tijdstippen zoals bepaald door de SLG door een oftalmoloog erkend door de SLG wordt uitgevoerd. Anisometropie

Art. 127.Klasse 1. De SLG kan een geschiktheid overwegen bij wedergeldigmaking of hernieuwing van het medisch attest indien de anisometropie groter is dan 3,0 dioptrieën op voorwaarde dat : a) geen belangrijke pathologie wordt vastgesteld;b) een optimale correctie wordt bekomen;c) een oftalmologisch onderzoek door een oftalmoloog erkend door de SLG om de twee jaar wordt uitgevoerd. Monoculariteit

Art. 128.1° 1. Het verlies van het zicht uit één oog leidt tot ongeschiktheid voor klasse 1. 2. Bij het initieel onderzoek voor een medisch attest van klasse 2 van een kandidaat met een functioneel verlies van één oog kan de SLG een medisch attest overwegen onder de volgende voorwaarden : a) het verlies van het zicht uit één oog trad op na de leeftijd van 5 jaar;b) op het ogenblik van het initieel onderzoek moet het beste oog volgende karakteristieken vertonen : i.een gezichtsscherpte voor ver van minstens 10/10 zonder optische correctie; ii. geen refractieafwijking; iii. geen antecedenten van refractieve chirurgie; iv. geen belangrijke pathologie. c) slagen in een vliegtest afgenomen door een door het DGLV erkend examinator die kennis heeft van de mogelijke problemen tijdens vlucht bij verlies van het zicht uit één oog;d) operationele beperkingen kunnen door het DGLV opgelegd worden.3. De SLG kan een wedergeldigmaking of hernieuwing van een medisch attest klasse 2 overwegen op voorwaarde dat de oftamoloog erkend door de SLG oordeelt dat de onderliggende pathologie aanvaardbaar is en de aanvrager een bevredigende test tijdens vlucht heeft afgelegd bij een door het DGLV erkend examinator die kennis heeft van de eventuele problemen bij verlies van het zicht uit één oog.Operationele beperkingen, kunnen door het DGLV opgelegd worden. 2° Elke daling van de centrale gezichtsscherpte van één oog onder de grenzen bepaald in hoofdstuk II, artikel 22 (JAR-FCL 3.220) kan aanvaard worden voor de wedergeldigmaking of hernieuwing van een medisch attest van klasse 1, indien het gezichtsveld gemeten met beide ogen samen normaal is en indien de oftalmoloog oordeelt dat de onderliggende pathologie aanvaardbaar is. Een bevredigende test tijdens vlucht is vereist, en een OML-beperking voor klasse 1 wordt opgelegd. 3° In geval de gezichtsscherpte uit één oog daalt onder de grenzen bepaald in hoofdstuk III, artikel 47 (JAR-FCL 3.340) kan de SLG de wedergeldigmaking of hernieuwing van een medisch attest van klasse 2 overwegen, indien de onderliggende pathologie aanvaardbaar wordt geacht, indien de gezichtsscherpte uit het andere oog aanvaardbaar is bij oftalmologische evaluatie aanvaard door de SLG en, indien aangewezen, onder voorbehoud van een eventuele medische test in vlucht met bevredigend resultaat. 4° De aanvrager die een defect van het gezichtsveld vertoont kan geschikt verklaard worden op voorwaarde dat het binoculair gezichtsveld normaal is en de onderliggende pathologie aanvaardbaar is voor de SLG. Heteroforieën

Art. 129.De aanvrager of houder van een medisch certificaat moet een oftamologisch onderzoek ondergaan bij een oftalmoloog erkend door de SLG. De fusiereserves zullen onderzocht worden volgens de methoden aanvaard door de SLG (bv : Rood/Groen binoculaire fusietest van Goldman).

Art. 130.Na refractieve chirurgie kan de SLG de afgifte van een medisch attest overwegen voor klasse 1 of 2 op voorwaarde dat : 1° de preoperatieve refractie de limieten +5,0 / -6,0 dioptrie voor klasse 1 en + 5,0 / - 8,0 dioptrie voor klasse 2 niet overschrijden zoals bepaald in hoofdstuk II, artikel 22, 2° en in hoofdstuk III, artikel 47, 2°, [JAR-FCL 3.220 (b) en 3.340 (b)]; 2° een voldoende stabilisatie van de refractie bekomen wordt (variaties van minder dan 0,75 dioptrieën gedurende de dag);3° het oogonderzoek geen postoperatieve complicaties aantoont;4° de gevoeligheid voor verblinding binnen de normale limieten valt;5° de mesopische contrastgevoeligheid niet verminderd is;6° opvolging plaatsvind door een door de SLG erkend oftalmoloog. Cataractchirurgie

Art. 131.De afgifte van een medisch attest klasse 1 of klasse 2 kan door SLG overwogen worden 3 maanden na de ingreep.

Retinachirurgie

Art. 132.De wedergeldigmaking of de hernieuwing van het medisch attest klasse 1 en de afgifte van een initieel medisch attest klasse 2 kan door de SLG uitgereikt worden 6 maanden na een succesvolle ingreep. De SLG kan een geschiktheid overwegen voor klasse 1 en 2 medisch attest na een Laser-retinabehandeling. De SLG kan, indien nodig, een oftalmologische follow-up opleggen.

Glaucoma chirurgie

Art. 133.De wedergeldigmaking of de hernieuwing van het medisch attest klasse 1 en de afgifte van een initieel medisch attest klasse 2 kan door de SLG uitgereikt worden 6 maanden na een succesvolle ingreep. De SLG kan, indien nodig, een oftalmologische follow-up opleggen. Afdeling 14. - Kleurzin

(JAR-FCL - Appendix 14)

Art. 134.De test van Ishihara (uitgave 24 platen) wordt beschouwd als geslaagd indien de eerste 15 platen correct worden gelezen, zonder twijfel of aarzeling (minder dan 3 seconden per plaat). Deze platen worden ad random aan de aanvrager voorgelegd. Men raadpleegt de voorschriften van het Handboek voor de belichtingsnormen.

Art. 135.De kandidaat die mislukt in de test van Ishihara wordt onderzocht met behulp van : 1° hetzij de anomaloscoop van Nagel of een equivalent toestel.Deze test wordt beschouwd als geslaagd indien het afstemmen van de kleuren trichromatisch is en indien de afstemming van de kleuren gelijk is of kleiner dan 4 schaaleenheden; 2° hetzij de test met de lantaarn.Deze test wordt beschouwd als geslaagd indien de betrokkene zonder vergissing een test uitvoert met een lantaarn goedgekeurd door de SLG, zoals de lantaarn van Holmes-Wright, de lamp van Beyne of de lantaarn Spectrolux. Afdeling 15. - Oto-rhino-laryngologische vereisten

(JAR-FCL - Appendix 15)

Art. 136.Bij het initieel onderzoek moet een grondig ORL-onderzoek worden uitgevoerd in een ECLG of door een door de SLG aanvaard oto-rhino-laryngoloog, gespecialiseerd in luchtvaartgeneeskunde (zie handboek).

Art. 137.Ter gelegenheid van de onderzoeken voor wedergeldigmaking of hernieuwing moeten al de abnormale of twijfelachtige gevallen op ORL-gebied, verwezen worden naar een door de SLG aanvaarde oto-rhino-laryngoloog, gespecialiseerd in luchtvaartgeneeskunde.

Art. 138.Het vaststellen van een unieke, droge perforatie van niet-infectieuze oorsprong, die de normale functie van het oor niet stoort, staat de uitreiking van een medisch attest niet in de weg.

Art. 139.Het vaststellen van een spontane of een positionele nystagmus vereist een volledige vestibulaire check-up door een door de SLG aanvaard oto-rhino-laryngoloog. In deze gevallen kan men significante abnormale antwoorden bij de calorische of de rotatoire proeven niet aanvaarden. Bij de onderzoeken voor wedergeldigmaking of hernieuwing moet de SLG abnormale vestibulaire antwoorden in functie van de klinische context beoordelen.

Art. 140.De evaluaties omtrent kwaadaardige gezwellen in dit domein worden uitvoerig behandeld in het hoofdstuk « Oncologie » van het handboek dat de SLG raadpleegt samen met het hoofdstuk dat specifiek handelt over de oto-rhino-laryngologische vereisten. Afdeling 16. - Gehoorvereisten

(JAR-FCL - Appendix 16)

Art. 141.Het tonale audiogram moet de band van de frequenties 500 tot 3000 Hz bestrijken. In deze frequentieband worden de drempels bepaald voor de volgende frequenties : - 500 Hz; - 1 000 Hz; - 2 000 Hz; - 3 000 Hz.

Art. 142.1° De kandidaten die een hypoacousie vertonen moeten verwezen worden naar de SLG voor verdere check-up en evaluatie. 2° Indien de verstaanbaarheid voldoende aangetoond kan worden in omstandigheden als de lawaaierige cockpit-omgeving en dit tijdens alle fazen van de vlucht, kan de SLG een wedergeldigmaking of hernieuwing van het medisch attest overwegen. Afdeling 17. - Psychologische toestand

(JAR-FCL - Appendix 17) Indicatie

Art. 143.Een psychologische check-up moet overwogen worden als onderdeel of complement van een gespecialiseerd psychiatrisch of neurologisch onderzoek wanneer de instanties belast met de medische onderzoeken of de directeur-generaal van het DGLV controleerbare inlichtingen ontvangt van een na te trekken bron, die wijzen op twijfels over de geestelijke gegrondheid of persoonlijkheid van een bepaalde persoon. Deze inlichtingen kunnen afkomstig zijn uit een ongeval of incident, problemen bij de opleiding of de professionele bekwaamheidstesten, misdrijven of inlichtingen die betrekking hebben op het volledig veilig uitoefenen van de voorrechten van de vergunningen.

Psychologische criteria

Art. 144.Een psychologische check-up kan een geheel van biografische gegevens, het opleggen van geschiktheids- en personaliteitstesten alsook een onderhoud met een psycholoog omvatten. Afdeling 18. - Dermatologische vereisten

(JAR-FCL. - Appendix 18)

Art. 145.Een huidaandoening die pijn, ongemak, irritatie of jeuk veroorzaakt kan de aandacht van het bemanningslid afleiden en aldus de veiligheid van de vlucht in het gedrang brengen.

Art. 146.Elke behandeling van de huid door bestraling of medicamenten kan algemene repercussies hebben waarmee rekening moet worden gehouden alvorens te besluiten tot de geschiktheid, de ongeschiktheid of de geschiktheid met een OML-beperking voor klasse 1 of een OSL-beperking voor klasse 2.

Kankers of precancereuze aandoeningen van de huid.

Art. 147.1° Het kwaadaardig melanoom, het spinocellulaire epithelioom, de ziekte van Bowen en de ziekte van Paget hebben ongeschiktheid tot gevolg. De SLG kan het uitreiken van een medisch attest overwegen als bewezen wordt dat het letsel, indien nodig, totaal verwijderd werd en onder voorbehoud van een regelmatige follow-up. 2° Het basocellulair epithelioom of het ulcus rodens, het kerato-acanthoom en de actinische keratosen vereisen een behandeling en/of excisie om het uitreiken of behouden van een medisch attest mogelijk te maken. Andere huidaandoeningen

Art. 148.1° acuut of veralgemeend chronisch eczeem; 2° huidreticulosis;3° huidmanifestaties van een algemene ziekte. Al deze of gelijkaardige aandoeningen vereisen dat er rekening wordt gehouden met elke onderliggende aandoening of elke ingestelde behandeling alvorens de SLG een beslissing kan nemen.

Art. 149.De evaluaties omtrent kwaadaardige gezwellen in dit domein worden uitvoerig behandeld in het hoofdstuk « Oncologie » van het Handboek dat de SLG raadpleegt samen met het hoofdstuk dat specifiek handelt over dermatologische aandoeningen. Afdeling 19. - Oncologie

(JAR-FCl - Appendix 19)

Art. 150.Het uitreiken van een klasse 1 medisch attest kan door de SLG overwogen worden en het uitreiken van een klasse 2 medisch attest kan door de EGE in overleg met de SLG overwogen worden, indien : a) er na de behandeling geen spoor bestaat van een overgebleven kwaadaardige aandoening;b) de bij het type tumor horende tijd voor kans op recidief verstreken is sinds het einde van de behandeling;c) het risico op plots onvermogen tijdens vlucht door herval of de aanwezigheid van uitzaaiingen door de SLG als verwaarloosbaar wordt beschouwd;d) er geen aanwijzing is voor bijwerkingen van de behandeling noch op korte of lange termijn.Aanvragers die een chemotherapie behandeling met anthracycline kregen moeten speciaal opgevolgd worden; e) de nabehandeling door de SLG aanvaard wordt. Een OML restrictie bij wedergeldigmaking of hernieuwing klasse 1 medisch attest of OSL restrictie bij klasse 2 medisch attest kan overwogen worden. HOOFDSTUK VI. - Opheffings- en slotbepalingen

Art. 151.Het ministerieel besluit van 21 juni 2002 tot vaststelling van de voorwaarden inzake lichamelijke en geestelijke geschiktheid van de leden van het stuurpersoneel van burgerlijke luchtvaartuigen wordt opgeheven.

Brussel, 8 mei 2009.

De Eerste Minister, H. VAN ROMPUY De Staatssecretaris voor Mobiliteit, toegevoegd aan de Eerste Minister, E. SCHOUPPE

^