Etaamb.openjustice.be
Ministerieel Besluit van 06 juli 2000
gepubliceerd op 26 september 2000

Besluit van de Regering tot wijziging van het ministerieel besluit van 27 maart 1979 tot vaststelling van de financiële participatie van de Staat aan de door koninklijk besluit van 4 oktober 1976 betreffende de voortdurende vorming in de Middenstand van de Duitstalige Gemeenschap geregelde permanente vorming

bron
ministerie van de duitstalige gemeenschap
numac
2000033072
pub.
26/09/2000
prom.
06/07/2000
ELI
eli/besluit/2000/07/06/2000033072/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
links
Raad van State (chrono)
Document Qrcode

6 JULI 2000. - Besluit van de Regering tot wijziging van het ministerieel besluit van 27 maart 1979 tot vaststelling van de financiële participatie van de Staat aan de door koninklijk besluit van 4 oktober 1976 betreffende de voortdurende vorming in de Middenstand van de Duitstalige Gemeenschap geregelde permanente vorming


De Regering van de Duitstalige Gemeenschap, Gelet op de wet van 31 december 1983 tot hervorming der instellingen voor de Duitstalige Gemeenschap, gewijzigd bij de wetten van 6 juli 1990, 18 juli 1990, 16 juli 1993, 30 december 1993, 16 december 1996 en 6 mei 1999;

Gelet op het decreet van 16 december 1991 betreffende de opleiding en de voortgezette opleiding in de Middenstand en de KMO'S, gewijzigd bij de decreten van 20 mei 1997, 29 juni 1998 en 14 februari 2000;

Gelet op het ministerieel besluit van 27 maart 1979 tot vaststelling van de financiële participatie van de Staat aan de door koninklijk besluit van 4 oktober 1976 betreffende de voortdurende vorming in de Middenstand van de Duitstalige Gemeenschap geregelde permanente vorming, gewijzigd bij de besluiten van 7 juni 1983, 4 juli 1984, 19 maart 1984, 14 april 1989, 7 september 1990, 26 juni 1991, 9 september 1992, 14 oktober 1992, 8 april 1993, 24 juni 1994 en 27 april 1995;

Gelet op het advies van het Instituut voor de opleiding en de voortgezette opleiding in de Middenstand en de KMO's, gegeven op 22 maart 2000;

Gelet op het advies van de inspecteur van Financiën, gegeven op 15 juni 2000;

Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, inzonderheid op artikel 3, § 1, gewijzigd bij de wetten van 4 juli 1989 en 4 augustus 1996;

Gelet op de dringende noodzakelijkheid;

Overwegende dat de wedden uitbetaald aan de leraren in de opleiding en de voortgezette opleiding in de Middenstand zonder verwijl wezenlijk moeten worden aangepast om de sociale vrede in de centra voor de opleiding en de voortgezette opleiding in de Middenstand en de KMO's te garanderen.

Overwegende dat een subsidie voor de onderhoudskosten onverwijld moet worden toegekend aan de centra voor de opleiding en de voortgezette opleiding in de Middenstand en de KMO's opdat zij dringende onderhoudswerken ter verbetering van de veiligheid en van de energiebesparing kunnen uitvoeren;

Op de voordracht van de Minister van Onderwijs en Vorming, Cultuur en Toerisme;

Na beraadslaging, Besluit :

Artikel 1.In artikel 5, § 1, van het ministerieel besluit van 27 maart 1979 tot vaststelling van de financiële participatie van de Staat aan de door koninklijk besluit van 4 oktober 1976 betreffende de voortdurende vorming in de Middenstand geregelde permanente vorming wordt de passus bevattende de litterae a) tot e) als volgt vervangen : « a) voor de leertijd : 856 F resp. 21,22 euro per lesuur; b) voor de opleiding tot ondernemingshoofd : 952 F resp.23,60 euro per lesuur; c) voor de taalleergangen : 952 F resp.23,60 euro per lesuur; d) voor de voortgezette opleiding : 1.227 F resp. 31,66 euro per lesuur; e) voor de omscholing : 1.227 F resp. 31,66 euro per lesuur. »

Art. 2.Artikel 13 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt : « Artikel 13 - § 1 - Aan de centra kan een toelage van ten hoogste 80 % van de bewijsbare uitgaven worden toegekend om de kosten te dekken die voortvloeien uit de huur van de gebouwen of de bezetting van de lokalen waarin activiteiten i.v.m. de opleiding en de voortgezette opleiding van de Middenstand worden georganiseerd.

De toekenning van de toelage geschiedt op voorlegging van een schriftelijk gemotiveerde aanvraag van het centrum, van het ontwerp van het huurcontract, het aanhangsel aan het huurcontract of de overeenkomst over de terbeschikkingstelling van de lokalen.

Ten minste vier weken vóór de bezetting van het gebouw of van de lokalen dient de aanvraag van het centrum bij het Instituut voor de opleiding en de voortgezette opleiding in de Middenstand en de KMO's te worden ingediend en door de beheerraad ervan te worden goedgekeurd. § 2 - De aanschaffing of de bouw van gebouwen door de centra kunnen worden gesubsidieerd door : - de toekenning van een kapitaalsubsidie die 80 % van de totale investering niet mag overschrijden; - de toekenning van een bijkomende jaarlijkse toelage die ertoe dient het kapitaal en de rente m.b.t. de overblijvende 20 % van de investering te dekken.

In geval van ontbinding van de vereniging zonder winstgevend doel die het centrum vormt, moet de Duitstalige Gemeenschap een bedrag worden terugbetaald dat gelijk is met de in dit lid vermelde toelagen. »

Art. 3.Na artikel 15 van hetzelfde besluit wordt een artikel 15bis ingevoegd dat luidt als volgt : « Artikel 15bis : Om de energie- en onderhoudskosten te dekken kan het centrum, voor elke lesuur die in het stadium van de leertijd of van de opleiding tot ondernemingshoofd wordt verstrekt, een forfait van 20 F resp. 0,5 euro worden toegekend.

Voor zover de lokalen of het gebouw waar het onderwijs wordt georganiseerd eigendom van het centrum zijn, bedraagt het in het voorafgaande lid vermelde forfait 80F resp. 1,98 euro . »

Art. 4.In artikel 22, lid 1, van hetzelfde besluit wordt vóór het getal « 19 » het getal « 15bis » ingevoegd.

Art. 5.Dit besluit heeft uitwerking op 1 januari 2000.

Art. 6.De Minister van Onderwijs en Vorming, Cultuur en Toerisme is belast met de uitvoering van dit besluit.

Eupen, 6 juli 2000.

Voor de Regering van de Duitstalige Gemeenschap : De Minister-President, Minister van Werkgelegenheid, Gehandicaptenbeleid, Media en Sport, K.-H. LAMBERTZ De Minister van Onderwijs en Vorming, Cultuur en Toerisme, B. GENTGES

^