Etaamb.openjustice.be
Ministerieel Besluit van 02 oktober 2026
gepubliceerd op 15 oktober 2026

Ministerieel besluit tot vaststelling van het gemiddelde jaarlijkse gasverbruik van een woning voor de verwarming dat gebruikt moet worden voor de berekening van de huurtoeslag voor de passieve, lage energie of zeer lage energiewoning in de sociale huisvestingssector in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest

bron
brussels hoofdstedelijk gewest
numac
2026007356
pub.
15/10/2026
prom.
02/10/2026
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

2 OKTOBER 2026. - Ministerieel besluit tot vaststelling van het gemiddelde jaarlijkse gasverbruik van een woning voor de verwarming dat gebruikt moet worden voor de berekening van de huurtoeslag voor de passieve, lage energie of zeer lage energiewoning in de sociale huisvestingssector in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest


De Minister-President van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering belast voor Sociale Actie en Solidariteit, Plaatselijke Besturen, Gelijke Kansen en Schoolondersteuning, Gelet op de ordonnantie van 17 juli 2003 houdende de Brusselse Huisvestingscode;

Gelet op het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 26 september 1996 houdende de regeling van de verhuur van woningen die beheerd worden door de openbare vastgoedmaatschappijen, en in het bijzonder zijn artikel 26, derde lid;

Gelet op het voorstel van de Brusselse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij overeenkomstig artikel 26, derde lid van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 26 september 1996;

Op voorstel van de Staatssecretaris van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest bevoegd voor Huisvesting, de Taxisector en Sportinfrastructuur;

Besluit : Enig artikel. Het jaarlijkse gemiddelde gasverbruik van een woning voor de verwarming per m2 wordt voor het jaar 2027 vastgesteld op 99,85 KWh/m2.

Deze waarde stemt overeen met het gemiddelde verbruik dat voortvloeit uit het gebruik gebaseerd op een steekproef van 13.588 sociale woningen.

Het gemiddelde verbruik per woningtype wordt vastgelegd door het gemiddelde verbruik dat op basis van de steekproef berekend wordt met een coëfficiënt te vermenigvuldigen die bekomen wordt door de oppervlakte van de gehuurde woning door de oppervlakte van de typewoning te delen.

De oppervlakte van de gehuurde woning wordt bepaald als de bewoonbare oppervlakte.

De oppervlakten van de verschillende woningtypes in functie van het aantal slaapkamers zijn, voor het jaar 2027, de volgende:

Woningtypes

Type-oppervlakten in m2

Types de logement

Surfaces type en m2

Studio/flat

38,23

Studio/flat

38,23

Appartement 1 slpk.

51,85

Appartement 1 ch.

51,85

Appartement 2 slpk.

69,56

Appartement 2 ch.

69,56

Appartement 3 slpk.

87,03

Appartement 3 ch.

87,03

Appartement 4 slpk.

113,74

Appartement 4 ch.

113,74

Appartement 5 slpk.

140,62

Appartement 5 ch.

140,62

Appartement 6 slpk.en +

168,19

Appartement 6 ch. et plus

168,19


Huis 1 slpk.

57,62

Maison 1 ch.

57,62

Huis 2 slpk.

83,19

Maison 2 ch.

83,19

Huis 3 slpk.

100,52

Maison 3 ch.

100,52

Huis 4 slpk.

114,97

Maison 4 ch.

114,97

Huis 5 slpk.

136,28

Maison 5 ch.

136,28

Huis 6 slpk.

158,25

Maison 6 ch.

158,25

Huis 7 slpk.

194,00

Maison 7 ch.

194,00

Huis 8 slpk. en +

183,80

Maison 8 ch. et plus

183,80


Er wordt een onderscheid gemaakt voor de oppervlakte van de PBM-woningen, waarvoor de oppervlakten van de verschillende woningtypes in functie van het aantal slaapkamers, voor de berekening voor het jaar 2027, de volgende zijn:

Woningtypes

Type-oppervlakten in m2

Types de logement

Surfaces type en m2

Studio/flat

46,31

Studio/flat

46,31

Woning 1 slpk.

60,21

Logement 1 ch.

60,21

Woning 2 slpk.

84,03

Logement 2 ch.

84,03

Woning 3 slpk.

98,59

Logement 3 ch.

98,59

Woning 4 slpk.

127,45

Logement 4 ch.

127,45

Woning 5 slpk en +

147,35

Logement 5 ch.

147,35

Woning 6 slpk

165,7

Logement 6 ch.

165,7


Het sociaal tarief van gas dat vastgesteld is voor de berekening voor het jaar 2027 stemt overeen met 0,0515937 €/ kWh.

Brussel, 2 oktober 2026.

De Minister-President van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering belast voor Sociale Actie en Solidariteit, Plaatselijke Besturen, Gelijke Kansen en Schoolondersteuning, A. LAAOUEJ De Staatssecretaris van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest bevoegd voor Huisvesting, de Taxisector en Sportinfrastructuur, K. LALIEUX


^