gepubliceerd op 14 oktober 2026
Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 11 juli 2002 houdende vaststelling van de toekenningsvoorwaarden van een forfaitaire vergoeding toegekend aan de personeelsleden van de politiediensten die deelnemen aan humanitaire of politieoperaties onder het gezag van één of meerdere internationale instellingen alsook aan bepaalde operaties ten behoeve van de strijdkrachten
22 SEPTEMBER 2026. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 11 juli 2002Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 11/07/2002 pub. 31/07/2002 numac 2002000398 bron ministerie van binnenlandse zaken en ministerie van justitie Koninklijk besluit houdende vaststelling van de toekenningsvoorwaarden van een forfaitaire vergoeding toegekend aan de personeelsleden van de politiediensten die deelnemen aan humanitaire of politieoperaties onder het gezag van één of meerdere internationale instellingen alsook aan bepaalde operaties ten behoeve van de strijdkrachten sluiten houdende vaststelling van de toekenningsvoorwaarden van een forfaitaire vergoeding toegekend aan de personeelsleden van de politiediensten die deelnemen aan humanitaire of politieoperaties onder het gezag van één of meerdere internationale instellingen alsook aan bepaalde operaties ten behoeve van de strijdkrachten
FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op de wet van 7 december 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/12/1998 pub. 05/01/1999 numac 1998021488 bron diensten van de eerste minister Wet tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus sluiten tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus, artikel 121, vervangen bij de wet van 26 april 2002;
Gelet op het koninklijk besluit van 11 juli 2002Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 11/07/2002 pub. 31/07/2002 numac 2002000398 bron ministerie van binnenlandse zaken en ministerie van justitie Koninklijk besluit houdende vaststelling van de toekenningsvoorwaarden van een forfaitaire vergoeding toegekend aan de personeelsleden van de politiediensten die deelnemen aan humanitaire of politieoperaties onder het gezag van één of meerdere internationale instellingen alsook aan bepaalde operaties ten behoeve van de strijdkrachten sluiten houdende vaststelling van de toekenningsvoorwaarden van een forfaitaire vergoeding toegekend aan de personeelsleden van de politiediensten die deelnemen aan humanitaire of politieoperaties onder het gezag van één of meerdere internationale instellingen alsook aan bepaalde operaties ten behoeve van de strijdkrachten;
Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 7 april 2025;
Gelet op het protocol van onderhandelingen nr. 625/4 van het onderhandelingscomité voor de politiediensten, gesloten op 28 januari 2026;
Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Ambtenarenzaken, d.d. 11 maart 2026;
Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting, d. d. 31 maart 2026;
Gelet op het advies 79.288/2 van de Raad van State, gegeven op 26 mei 2026, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
Op de voordracht van de Minister van Binnenlandse Zaken en de Minister van Justitie,
Hebben Wij besloten en besluiten Wij :
Artikel 1.In artikel 1 van het koninklijk besluit van 11 juli 2002Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 11/07/2002 pub. 31/07/2002 numac 2002000398 bron ministerie van binnenlandse zaken en ministerie van justitie Koninklijk besluit houdende vaststelling van de toekenningsvoorwaarden van een forfaitaire vergoeding toegekend aan de personeelsleden van de politiediensten die deelnemen aan humanitaire of politieoperaties onder het gezag van één of meerdere internationale instellingen alsook aan bepaalde operaties ten behoeve van de strijdkrachten sluiten houdende vaststelling van de toekenningsvoorwaarden van een forfaitaire vergoeding toegekend aan de personeelsleden van de politiediensten die deelnemen aan humanitaire of politieoperaties onder het gezag van één of meerdere internationale instellingen alsook aan bepaalde operaties ten behoeve van de strijdkrachten, wordt het derde lid vervangen als volgt: "Deze dagvergoeding is enkel verschuldigd voor de dagen tijdens dewelke het personeelslid dat ze geniet, daadwerkelijk aanwezig is voor de uitvoering van de taken in opdracht van de operatie waaraan hij meewerkt in het land of de regio dewelke tot de omschrijving van de missie behoort. De dagen waarop het personeelslid verlof opneemt in een ander land of andere regio dan die van de missie, geven geen recht op deze dagvergoeding.".
Art. 2.In artikel 2, § 1, van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° het eerste lid wordt aangevuld met de woorden "en beoogt tevens die verwijdering, die risico's, die hinder en die ongemakken op zich te vergoeden";2° paragraaf 1 wordt aangevuld met een lid, luidende: "De dagvergoeding bedoeld in het eerste lid mag niet gecumuleerd worden met een andere vergoeding die dezelfde kosten dekt of strekt ter vergoeding van dezelfde verwijdering, risico's, hinder en ongemakken en die rechtstreeks wordt betaald aan een personeelslid bedoeld in artikel 1 door andere instanties of internationale organisaties.In voorkomend geval wordt het bedrag van deze andere vergoeding, voor wat het gedeelte ervan betreft dat dezelfde kosten dekt of strekt ter vergoeding van dezelfde verwijdering, risico's, hinder en ongemakken, in mindering gebracht van het bedrag van de dagvergoeding bedoeld in artikel 1.".
Art. 3.In artikel 4, eerste lid, van hetzelfde besluit, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° de woorden "naar het land of de regio dewelke tot de omschrijving van de missie behoort" worden ingevoegd tussen de woorden "het vertrek" en ".Ze zijn"; 2° de woorden "datum van de terugkomst." worden vervangen door de woorden "datum van de definitieve terugkomst van het voormelde land of de voormelde regio."
Art. 4.De minister bevoegd voor Binnenlandse Zaken en de minister bevoegd voor Justitie zijn, elk voor wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 22 september 2026.
FILIP Van Koningswege : De Minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, B. QUINTIN De Minister van Justitie, A. VERLINDEN