Etaamb.openjustice.be
Koninklijk Besluit van 31 januari 2024
gepubliceerd op 20 februari 2024

Koninklijk besluit betreffende de bijdrage in de werkings-, personeels- en oprichtingskosten van de Kansspelcommissie verschuldigd door de houders van de vergunningen klasse A, A+, B, B+, C, E, F1, F1+ en F2 voor het burgerlijk jaar 2024

bron
federale overheidsdienst justitie
numac
2024000986
pub.
20/02/2024
prom.
31/01/2024
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

31 JANUARI 2024. - Koninklijk besluit betreffende de bijdrage in de werkings-, personeels- en oprichtingskosten van de Kansspelcommissie verschuldigd door de houders van de vergunningen klasse A, A+, B, B+, C, E, F1, F1+ en F2 voor het burgerlijk jaar 2024


FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet van 7 mei 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/05/1999 pub. 30/12/1999 numac 1999010222 bron ministerie van justitie Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers sluiten op de kansspelen, de weddenschappen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers, artikel 19, § 1, vijfde lid, laatste gewijzigd bij de wet van 18 januari 2024;

Gelet op het advies van de Kansspelcommissie, gegeven op 14 september 2023;

Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 28 november 2023;

Gelet op de akkoordbevinding van de Staatssecretaris voor Begroting, d.d. 11 december 2023;

Gelet op de impactanalyse van de regelgeving, uitgevoerd overeenkomstig artikelen 6 en 7 van de wet van 15 december 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/12/2013 pub. 31/12/2013 numac 2013021138 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet houdende diverse bepalingen inzake administratieve vereenvoudiging sluiten houdende diverse bepalingen inzake administratieve vereenvoudiging;

Gelet op het advies 75.240/4 van de Raad van State, gegeven op 24 januari 2024, met toepassing van het artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Op de voordracht van de Minister van Economie, van de Minister van Financiën, belast met de Nationale loterij, van de Minister van Volksgezondheid, van de Minister van Justitie, van de Minister van Binnenlandse Zaken, en op advies van de in Raad vergaderde Ministers, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.§ 1. Voor het burgerlijk jaar 2024, bedraagt de bijdrage in de werkings-, personeels- en oprichtingskosten van de Kansspelcommissie: 1° 22.085 euro voor de houders van een vergunning klasse A; 2° onverminderd de in 1° bedoelde bijdrage, 714 euro per toestel met een minimum van 21.475 euro voor de houders van een vergunning klasse A, die automatische toestellen exploiteren; 3° 11.042 euro voor de houders van een vergunning klasse A+; 4° 11.042 euro voor de houders van een vergunning klasse B; 5° 11.042 euro voor de houders van een vergunning klasse B+; 6° 752 euro voor de houders van een vergunning klasse C die hun vergunning ontvangen in het burgerlijk jaar 2024; 7° 12.603 euro voor de houders van een vergunning klasse F1; 8° 12.603 euro voor de houders van een vergunning klasse F1+; 9° 3.780 euro voor de houders van een vergunning klasse F2 die de aanneming van weddenschappen in een kansspelinrichting van klasse IV toestaat; 10° 1.737 euro voor de houders van een vergunning klasse F2 die weddenschappen aannemen buiten een kansspelinrichting klasse IV; 11° 446 euro voor automatische kansspelen zoals bedoeld in artikel 43/4, § 2, derde lid, van de wet van 7 mei 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/05/1999 pub. 30/12/1999 numac 1999010222 bron ministerie van justitie Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers sluiten op de kansspelen, de weddenschappen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers. § 2. Voor het burgerlijk jaar 2024, wordt de bijdrage in de werkings-, personeels- en oprichtingskosten van de Kansspelcommissie verschuldigd door de houders van een vergunning klasse E berekend op basis van de verleende diensten en bedraagt deze: 1° 3.682 euro voor de houders van een vergunning klasse E die diensten leveren inzake onderhoud, herstelling of uitrusting van kansspelen waarvan zij geen eigenaar zijn; 2° 12.603 euro voor de houders van een vergunning klasse E die instaan voor het leveren van de diensten bedoeld in 1° voor de uitbating van kansspelen via informatiemaatschappij; 3° 1.842 euro voor de andere houders van een vergunning klasse E per aangevatte schijf van 50 toestellen. § 3 Voor vergunninghouders moeten de bedragen bedoeld in paragrafen 1 en 2 per vergunning worden betaald.

Art. 2.Voor de houders van een vergunning klasse A, A+, B, B+, E, F1 en F1+, worden de in artikel 1 bedoelde bijdragen, één keer per jaar, betaald, ongeacht de duur van de uitbating en dit voor heel de komende werkingsperiode van de Kansspelcommissie, die overeenkomt met één burgerlijk jaar. Het bedrag van de bijdragen wordt jaarlijks vastgesteld Voor de houders van een vergunning klasse C en F2 dient de in artikel 1 bedoelde bijdrage te worden betaald vóór de vergunning wordt toegekend. Het bedrag ervan komt overeen met dat van een bijdrage die de volledige duur van de vergunning dekt, ongeacht de duur van de uitbating.

Art. 3.Uiterlijk op 1 maart 2024, delen de houders van een vergunning klasse E aan de Kansspelcommissie : 1° het aantal toestellen dat zij verhuren, in leasing geven, leveren of ter beschikking stellen op 1 januari 2024;2° het aantal kansspelen dat zij produceren, verkopen of invoeren gedurende het burgerlijk jaar 2024.

Art. 4.Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2024.

Art. 5.De minister bevoegd voor Economie, de minister bevoegd voor Financiën en de Nationale loterij, de minister bevoegd voor Volksgezondheid, de minister bevoegd voor Justitie en de minister bevoegd voor Binnenlandse Zaken, zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 31 januari 2024.

FILIP Van Koningswege : De Minister van Economie, P-Y DERMAGNE De Minister van Financiën, belast met de Nationale loterij, V. VAN PETEGHEM De Minister van Volksgezondheid, F. VANDENBROUCKE De Minister van Justitie, P. VAN TIGCHELT De Minister van Binnenlandse Zaken, A. VERLINDEN

^