Etaamb.openjustice.be
Koninklijk Besluit van 31 augustus 2026
gepubliceerd op 30 september 2026

Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend worden verklaard : a) de collectieve arbeidsovereenkomst van 18 februari 2026, gesloten in het Paritair Comité voor het kleding- en confectiebedrijf, betreffende het akkoord van sociale vrede 2025-2026; b) de collectieve arbeidsovereenkomst van 19 mei 2026, gesloten in het Paritair Comité voor het kleding- en confectiebedrijf, tot wijziging van de collectieve arbeidsovereenkomst van 18 februari 2026 betreffende het akkoord van sociale vrede 2025-2026

bron
federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg
numac
2026006540
pub.
30/09/2026
prom.
31/08/2026
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

31 AUGUSTUS 2026. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend worden verklaard : a) de collectieve arbeidsovereenkomst van 18 februari 2026, gesloten in het Paritair Comité voor het kleding- en confectiebedrijf, betreffende het akkoord van sociale vrede 2025-2026; b) de collectieve arbeidsovereenkomst van 19 mei 2026, gesloten in het Paritair Comité voor het kleding- en confectiebedrijf, tot wijziging van de collectieve arbeidsovereenkomst van 18 februari 2026 betreffende het akkoord van sociale vrede 2025-2026 (1)


FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. Gelet op de wet van 5 december 1968Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/12/1968 pub. 22/05/2009 numac 2009000346 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel 28;

Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor het kleding- en confectiebedrijf;

Op de voordracht van de Minister van Werk,

Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Algemeen verbindend worden verklaard : a) de als bijlage 1 overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 18 februari 2026, gesloten in het Paritair Comité voor het kleding- en confectiebedrijf, betreffende het akkoord van sociale vrede 2025-2026;b) de als bijlage 2 overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 19 mei 2026, gesloten in het Paritair Comité voor het kleding- en confectiebedrijf, tot wijziging van de collectieve arbeidsovereenkomst van 18 februari 2026 betreffende het akkoord van sociale vrede 2025-2026.

Art. 2.De minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 31 augustus 2026.

FILIP Van Koningswege : De Minister van Werk, D. CLARINVAL _______ Nota (1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : Wet van 5 december 1968Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/12/1968 pub. 22/05/2009 numac 2009000346 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969.

Bijlage 1 Paritair Comité voor het kleding- en confectiebedrijf Collectieve arbeidsovereenkomst van 18 februari 2026 Akkoord van sociale vrede 2025-2026 (Overeenkomst geregistreerd op 10 maart 2026 onder het nummer 198446/CO/109) Toepassingsgebied

Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werkgevers en de arbeiders en arbeidsters, hierna werknemers genoemd, van de ondernemingen die onder het Paritair Comité van het kleding- en confectiebedrijf ressorteren.

Duur

Art. 2.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing van 1 januari 2025 tot en met 31 december 2026, met uitzondering van artikel 8 dat van toepassing is van 1 januari 2026 tot en met 30 juni 2029, en de artikelen 1, 3, 4 en 7 die gelden voor onbepaalde duur.

De bepalingen welke voor onbepaalde duur gelden kunnen opgezegd worden door elk van de ondertekenende partijen mits inachtneming van een opzeggingstermijn van drie maanden per aangetekend schrijven aan de voorzitter van het paritair comité en aan de ondertekenende partijen.

Art. 3.Maaltijdcheques Vanaf 1 april 2026 wordt het bedrag van de werkgeverstussenkomst in de maaltijdcheque verhoogd met 1,25 EUR. Vanaf 1 april 2026 heeft derhalve de minimale maaltijdcheque een nominale waarde van 6,25 EUR per maaltijdcheque, waarbij de tussenkomst van de werkgever 5,16 EUR bedraagt en de tussenkomst van de werknemer 1,09 EUR bedraagt.

De verhoging van de maaltijdcheques moet ook worden toegekend door werkgevers die reeds een maaltijdcheque met een hogere waarde dan op sectorniveau toekennen op ondernemingsniveau.

In de ondernemingen waar de maaltijdcheque het fiscaal maximum had bereikt op 6 januari 2026, moet de werkgever voorzien in een gelijkwaardig voordeel.

De collectieve arbeidsovereenkomst van 24 november 2023 betreffende de maaltijdcheques (registratienummer 184851/CO/109) zal worden vervangen.

Sociaal fonds

Art. 4.Tijdelijke werkloosheid § 1. Vanaf 1 januari 2026 verhoogt het sectoraal supplement bij economische werkloosheid met 1,5 EUR. Dit geeft de volgende bedragen : - 7,5 EUR voor de eerste 35 dagen tijdelijke werk loosheid; - 6,5 EUR voor de volgende 35 dagen tijdelijke werkloosheid.

Het supplement van 2 EUR dat verschuldigd is aan de werknemer conform artikel 51, § 8 van de wet op de arbeidsovereenkomsten naar de vijfdagenweek zit ook in deze verhoging verrekend. § 2. Het supplement dat de werkgever moet betalen ter compensatie van de verlaging van de tijdelijke werkloosheid van 65 pct. naar 60 pct. is gecollectiviseerd in de sector, waardoor de werkgever dit supplement kan terugvorderen bij het fonds. Omwille van administratieve vereenvoudiging zal dit supplement vanaf 1 januari 2026 worden verrekend naar de 5-dagenweek voor de terugbetaling door het fonds aan de werkgever. Concreet komt het huidige supplement van 5,20 EUR dan te liggen op 6,24 EUR. De overige modaliteiten (jaarlijkse indexering van het supplement) blijven ongewijzigd : de werkgever betaalt de opleg maandelijks en recupereert de opleg per kwartaal bij het sociaal fonds.

Art. 5.Opleg ter ondersteuning van ouders met jonge kinderen De sectorale opleg ter ondersteuning van ouders met jonge kinderen bedraagt voor 2025 3 EUR per dag en maximum 300 EUR per jaar, en wordt vanaf 1 januari 2026 verhoogd naar 5 EUR per dag en maximum 500 EUR per jaar. De overige modaliteiten blijven ongewijzigd.

Art. 6.Opleg bij progressieve werkhervatting - Vanaf 1 januari 2026 wordt een opleg bij progressieve werkhervatting ten laste van het sociaal fonds ingevoerd. Hiermee willen de sectorale sociale partners inspelen op de problematiek van langdurige ziekte en de re-integratie van werknemers in de ondernemingen.

Werknemers die na ziekte het werk onmiddellijk volledig hervatten (dus niet progressief), hebben geen recht op de sectorale opleg.

Deze opleg ziet eruit als volgt. - De werknemer opent het recht op deze opleg na de maand van gewaarborgd loon. Bij een progressieve werkhervatting van : - Minimum 40 pct. heeft de werknemer recht op een opleg van 75 EUR gedurende twee maanden; - Minimum 80 pct. heeft de werknemer recht op een opleg van 75 EUR gedurende vier maanden.

Indien de werknemer progressief het werk hervat aan 40 pct. en binnen de 6 maanden zijn arbeid opschaalt naar 80 pct. heeft deze ook recht op een bijkomende opleg van 75 EUR voor 2 maanden.

De werknemer die het werk progressief hervat, heeft dus voor maximaal 4 maanden recht op een opleg van 75 EUR. Echter zal de werknemer die binnen het jaar het werk volledig hervat, recht hebben op een bijkomende opleg van 150 EUR. Deze opleg zal de werknemer ontvangen na één maand volledige werkhervatting.

In de loop van 2026 wordt hierover een collectieve arbeidsovereenkomst opgemaakt. De statuten van het sociaal fonds worden hiertoe aangepast.

Art. 7.Anciënniteitsverlof § 1. Sedert 1 januari 2024 heeft de werknemer recht op een bijkomende anciënniteitsdag vanaf 10 jaar sectoranciënniteit.

Deze bijkomende anciënniteitsdag wordt betaald door de werkgever. De werkgever kan de kost van deze bijkomende dag sectoranciënniteit recupereren van het sociaal fonds.

Wanneer deze anciënniteitsdag reeds bestond op ondernemingsniveau, moest er gezocht worden naar een alternatieve invulling. Deze alternatieve invulling hoeft niet noodzakelijk een bijkomende anciënniteitsdag te zijn. § 2. De dag anciënniteitsverlof waarop de werknemer recht heeft vanaf 20 jaar ondernemingsanciënniteit, werd vanaf 1 januari 2024 gewijzigd als volgt : ondernemingsanciënniteit wordt sectoranciënniteit. § 3. Deze anciënniteitsdag vanaf 20 jaar sectoranciënniteit wordt betaald door de werkgever. De werkgever kan de kost van deze dag sectoranciënniteit recupereren van het sociaal fonds.

De werknemer die op 1 januari 2024 reeds recht had op een anciënniteitsdag op 20 jaar, behoudt dit recht. De wijziging van de berekening mag bijgevolg geen negatieve gevolgen hebben voor de rechten van de individuele werknemer. § 4. Vanaf 1 januari 2026 hebben de werknemers recht op een dag loopbaanverlof vanaf de leeftijd van 58 jaar en mits 25 jaar sectoranciënniteit. Deze dag komt ten laste van het fonds. De werkgevers zullen deze dag kunnen terugvorderen bij het fonds vanaf het einde van het kwartaal waarin het verlof is opgenomen. Hiertoe zullen de nodige modaliteiten worden uitgewerkt in 2026.

Art. 8.Landingsbanen De sectorale collectieve arbeidsovereenkomst van 3 juli 2025 betreffende de landingsbanen (registratienummer 194488/CO/109) zal worden opgevolgd door twee nieuwe collectieve arbeidsovereenkomsten, in toepassing van de collectieve arbeidsovereenkomsten nr. 179 en nr. 180, die respectievelijk zullen lopen van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2027 en 1 januari 2028 tot en met 30 juni 2029.

Art. 9.Vlaamse aanmoedigingspremies De sector tekent verder in op het stelsel van de Vlaamse aanmoedigingspremies, bedoeld in hoofdstuk III van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 maart 2002.

Art. 10.Flexibiliteit § 1. Tijdens de duurtijd van deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt er geen sectorale uitbreiding van de flexibiliteitsregelingen voorzien. Op ondernemingsvlak moet constructief overleg kunnen gevoerd worden over maatregelen inzake arbeidsorganisatie die wenselijk zijn voor de onderneming. Dit overleg zal verlopen volgens de wettelijke procedure. § 2. De sociale partners zullen een kader uitwerken rond het gebruik van flexi-jobs in de ondernemingen in de sector. Zodra het wettelijk kader rond flexi-jobs bekend is, zullen zij de werkzaamheden hierover opstarten.

Art. 11.Sectoraal kader collectieve arbeidsovereenkomst nr. 104 De sociale partners zetten hun werkzaamheden in het kader van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 104 verder. Tijdens de periode van het sectorakkoord zullen zij hierover een sectoraal kader uitwerken en een collectieve arbeidsovereenkomst afsluiten.

Bijzondere aandachtspunten

Art. 12.Vorming en opleiding De sociale partners zullen in de schoot van IVOC een sectoraal model van opleidingsplan maken met aandacht voor diversiteit en kennisborging. Dit model zal suppletief van toepassing zijn in de sector.

Art. 13.Due diligence De sociale partners onderschrijven het belang van due diligence ofwel ketenzorg en bevelen de bedrijven aan hun maatschappelijke verantwoordelijkheid op te nemen voor het respecteren van de mensenrechten in de gehele toeleveringsketen. In het bijzonder wordt opgeroepen aandacht te besteden aan waardige arbeidsomstandigheden en eerlijke loon- en arbeidsvoorwaarden.

Art. 14.Aanbeveling starterslonen De sociale partners komen overeen om de aanbeveling van 26 juni 2019 betreffende de starterslonen verder te zetten voor de duurtijd van het akkoord.

Art. 15.Actualisering van de collectieve arbeidsovereenkomst werkzekerheid De collectieve arbeidsovereenkomst werkzekerheid, de invoering van nieuwe technologieën en de tewerkstelling zal worden geactualiseerd en aangepast. Hierbij wordt er rekening gehouden met zowel de aandachtspunten van werknemers als werkgevers.

Sociale vrede

Art. 16.Tijdens de duur van deze collectieve arbeidsovereenkomst waarborgen de ondertekenende partijen de inachtneming van de sociale vrede, hetgeen het volgende inhoudt : 1. alle bepalingen betreffende de lonen en arbeidsvoorwaarden worden stipt nageleefd en kunnen niet in betwisting worden gebracht door de werknemers- of de werkgeversorganisaties, noch door de werknemers of de werkgevers;2. de werknemersorganisaties en de werknemers verbinden er zich toe geen eisen te stellen op nationaal noch op gewestelijk vlak, noch op dat van de onderneming aangezien alle individuele normatieve bepalingen geregeld zijn door onderhavige collectieve arbeidsovereenkomst. Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 31 augustus 2026.

De Minister van Werk, D. CLARINVAL


Bijlage 2 Paritair Comité voor het kleding- en confectiebedrijf Collectieve arbeidsovereenkomst van 19 mei 2026 Wijziging van de collectieve arbeidsovereenkomst van 18 februari 2026 betreffende het akkoord van sociale vrede 2025-2026 (Overeenkomst geregistreerd op 11 juni 2026 onder het nummer 200161/CO/109)

Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werkgevers en de arbeiders en arbeidsters, hierna werknemers genoemd, van de ondernemingen die onder het Paritair Comité van het kleding- en confectiebedrijf ressorteren.

Art. 2.In artikel 3 van de collectieve arbeidsovereenkomst afgesloten op 18 februari 2026 door het Paritair Comité voor het kleding- en confectiebedrijf (reg. nr. 198446/CO/109) wordt het als volgt luidende 4de lid geschrapt : "In ondernemingen waar de maaltijdcheque het fiscaal maximum heeft bereikt op 6 januari 2026, moet de werkgever voorzien in een gelijkwaardig voordeel.".

Art. 3.Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1 januari 2025 en is gesloten voor onbepaalde duur.

Zij kan door elk van de ondertekenende partijen worden opgezegd, mits inachtneming van een opzeggingstermijn van drie maanden per aangetekend schrijven aan de voorzitter van het Paritair Comité voor het kleding- en confectiebedrijf en aan de ondertekenende partijen.

Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 31 augustus 2026.

De Minister van Werk, D. CLARINVAL


^