Etaamb.openjustice.be
Koninklijk Besluit van 29 september 2026
gepubliceerd op 09 oktober 2026

Koninklijk besluit houdende de oprichting van een Ministerieel Comité en een College voor de coördinatie van de strijd tegen de georganiseerde economische en financiële criminaliteit

bron
federale overheidsdienst financien
numac
2026007316
pub.
09/10/2026
prom.
29/09/2026
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

29 SEPTEMBER 2026. - Koninklijk besluit houdende de oprichting van een Ministerieel Comité en een College voor de coördinatie van de strijd tegen de georganiseerde economische en financiële criminaliteit


VERSLAG AAN DE KONING Sire, Het koninklijk besluit dat U ter ondertekening wordt voorgelegd, heeft tot doel de oprichting van een nieuw coördinatiemechanisme voor de strijd tegen de georganiseerde economische, financiële, sociale en fiscale criminaliteit, bestaande uit een Ministerieel Comité en College en de opheffing van vier bestaande koninklijke besluiten: - het koninklijk besluit van 29 april 2008Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 29/04/2008 pub. 08/05/2008 numac 2008201548 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Koninklijk besluit houdende oprichting van een Ministerieel Comité voor de strijd tegen de fiscale en sociale fraude type koninklijk besluit prom. 29/04/2008 pub. 08/05/2008 numac 2008201551 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Koninklijk besluit houdende oprichting van het College voor de strijd tegen de fiscale en sociale fraude sluiten houdende oprichting van een Ministerieel Comité voor de strijd tegen fiscale en sociale fraude; - het koninklijk besluit van 23 juli 2013Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 23/07/2013 pub. 30/07/2013 numac 2013009380 bron federale overheidsdienst justitie Koninklijk besluit houdende oprichting van het Ministerieel Comité en van het College voor de coördinatie van de strijd tegen het witwassen van geld van illegale afkomst sluiten houdende oprichting van het Ministerieel Comité en van het College voor de coördinatie van de strijd tegen het witwassen van geld van illegale afkomst ; - het koninklijk besluit van 9 november 2020Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 09/11/2020 pub. 30/11/2020 numac 2020043884 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Koninklijk besluit houdende oprichting van het College voor de strijd tegen de fiscale en sociale fraude sluiten houdende oprichting van het College voor de strijd tegen de fiscale en sociale fraude; - het koninklijk besluit van 21 februari 2025Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 21/02/2025 pub. 27/02/2025 numac 2025200646 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Koninklijk besluit houdende aanwijzing van de leden van het Ministerieel Comité voor de strijd tegen de fiscale en sociale fraude sluiten houdende aanwijzing van de leden van het ministerieel comité voor de strijd tegen de fiscale en sociale fraude.

De opdrachten van de bij die koninklijke besluiten ingestelde coördinatieorganen, waarvan de opheffing wordt voorgesteld, worden ondergebracht in het nieuwe coördinatiemechanisme voor de bestrijding van de georganiseerde economische, financiële, sociale en fiscale criminaliteit. Zij zullen verder worden uitgeoefend zonder afbreuk te doen aan de aan de betrokken autoriteiten en instellingen toegekende bevoegdheden, noch aan de grondwettelijke en wettelijke waarborgen inzake onafhankelijkheid en autonomie waarover sommige van die autoriteiten beschikken. 1. Inleiding en achtergrond België wordt geconfronteerd met een steeds geraffineerdere georganiseerde economische, financiële, sociale en fiscale criminaliteit.De witwasconstructies die met deze economische en financiële criminaliteit, alsook met andere ernstige vormen van sociale en fiscale criminaliteit samenhangen, worden almaar complexer en diverser en maken gebruik van steeds verfijndere juridische structuren en financiële stromen. Door haar omvang, haar gestructureerde karakter en haar aanpassingsvermogen vormt deze criminaliteit een structurele bedreiging voor de belangen van de Staat, de sociale zekerheid, de Schatkist, voor de integriteit van het financiële stelsel en voor de goede werking van de economie.

Fraude (fiscaal en sociaal), witwassen van kapitalen en, ruimer, georganiseerde economische en financiële criminaliteit voeden elkaar.

Fraude genereert illegale geldstromen; witwassen is daarvan quasi systematisch het vervolg. Door deze fenomenen binnen afzonderlijke institutionele kaders aan te pakken, wordt het totaalbeeld ervan verstoord en wordt een effectieve bestrijding bemoeilijkt.

In die context behouden de vaststellingen van de bijzondere commissie "internationale fiscale fraude/Panama Papers" (DOC 54 2749/001, p. 91-92) hun volle relevantie. De Commissie stelde onder meer vast dat criminele organisaties hun fraudemechanismen ontplooien volgens een geïntegreerde logica, zonder zich iets aan te trekken van de procedurele, institutionele of territoriale afbakeningen die het optreden van de overheid structureren.

Bovenop deze vaststellingen is er enerzijds de wil van de regering om de samenwerking, de informatie-uitwisseling en de coördinatie te versterken tussen de diensten die betrokken zijn bij de bestrijding van ernstige en georganiseerde fiscale en sociale fraude (zie het Federaal Regeerakkoord 2025-2029, p. 26 en 45), en anderzijds de aanbevolen acties die door de Financiële Actiegroep (FATF) zijn geformuleerd naar aanleiding van de meest recente wederzijdse evaluatie van België, in het bijzonder onder Onmiddellijke Uitkomst 1 en Aanbevelingen 1 en 2, die betrekking hebben op de risicobeoordeling en op de samenwerking en coördinatie op nationaal niveau (zie het in december 2025 gepubliceerde verslag, beschikbaar op de website van de FATF). 2. Doelstellingen van de hervorming Momenteel bestaan op federaal niveau twee parallelle coördinatiestructuren naast elkaar: enerzijds een Ministerieel Comité en een College voor de bestrijding van de fiscale en sociale fraude, respectievelijk opgericht bij de koninklijke besluiten van 29 april 2008 en 9 november 2020, en anderzijds een Ministerieel Comité en een College voor de coördinatie van de bestrijding van het witwassen van geld afkomstig uit illegale oorsprong, opgericht bij het koninklijk besluit van 23 juli 2013Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 23/07/2013 pub. 30/07/2013 numac 2013009380 bron federale overheidsdienst justitie Koninklijk besluit houdende oprichting van het Ministerieel Comité en van het College voor de coördinatie van de strijd tegen het witwassen van geld van illegale afkomst sluiten. Het behoud van deze afzonderlijke structuren laat niet langer toe de toenemende verwevenheid van fraude- en witwasfenomenen op afdoende wijze te benaderen. Daaruit vloeien een versnippering van de risicoanalyses, een verspreiding van de strategische prioriteiten en een nog onvoldoende geïntegreerde coördinatie tussen de betrokken autoriteiten voort. Dit besluit strekt er derhalve toe beide regelingen samen te voegen binnen een gemeenschappelijke architectuur voor strategische coördinatie inzake de bestrijding van de georganiseerde economische, financiële, sociale en fiscale criminaliteit.

Deze hervorming strekt er aldus toe de doeltreffendheid te versterken van de voorkoming en de bestrijding van het witwassen van geld, van ernstige en georganiseerde fiscale en sociale fraude en, ruimer, van de georganiseerde economische en financiële criminaliteit. Daartoe streeft de hervorming in de eerste plaats naar een verbetering van de strategische informatie-uitwisseling tussen de bevoegde autoriteiten.

Zij beoogt een vlottere doorstroming van gegevens, signalen, analyses en relevante informatie tussen de betrokken administratieve, gerechtelijke en toezichthoudende autoriteiten te bevorderen, teneinde de reeds binnen de verschillende diensten beschikbare informatie beter te valoriseren en hun gemeenschappelijke inzicht in de risico's, fenomenen, werkwijzen en kwetsbaarheden in verband met ernstige en georganiseerde fiscale en sociale fraude, alsook met het witwassen van geld, te versterken.

In de tweede plaats streeft zij naar een meer coherente en geïntegreerde vaststelling van de strategische prioriteiten. Door de onderlinge afstemming van de door de verschillende bevoegde autoriteiten en instellingen verrichte analyses te versterken, moet de hervorming een betere identificatie mogelijk maken van de meest impactvolle criminele fenomenen en van de risico's die zij meebrengen, teneinde de uitwerking van gemeenschappelijke prioriteiten en van een gecoördineerde strategie op federaal niveau te ondersteunen.

In de derde plaats beoogt zij een betere uitvoering van de aldus vastgestelde prioriteiten. In dat perspectief strekt de hervorming ertoe een meer coherente opvolging van de uitvoering van de gezamenlijk vastgestelde oriëntaties te verzekeren, de complementariteit van de door de betrokken autoriteiten en instellingen ondernomen acties te versterken en de evaluatie van de behaalde resultaten te verbeteren.

In die logica wijzigt de hervorming noch de eigen bevoegdheden van de betrokken autoriteiten en instellingen, noch de wettelijke en reglementaire regelingen die van toepassing zijn inzake voorkoming, opsporing, controle, onderzoek, vervolging, beslag, verbeurdverklaring, invordering en sancties. Zij past binnen het kader van de geldende rechtsgronden, inzonderheid artikel 502 van het Strafwetboek, en doet geen afbreuk aan de regels die de verhouding tussen het administratief optreden en het gerechtelijk optreden organiseren, in het bijzonder die welke voortvloeien uit artikel 29 van het Wetboek van Strafvordering en uit de regeling "Una Via" in fiscale zaken.

De hervorming wordt bovendien uitgevoerd met eerbiediging van de onafhankelijkheid van het openbaar ministerie, zoals verankerd in artikel 151 van de Grondwet, alsook van de autonomie die de wet aan bepaalde administratieve autoriteiten toekent, in het bijzonder aan de Cel voor Financiële Informatieverwerking. Zij kent derhalve geen instructie- of substitutiebevoegdheid toe ten aanzien van de bevoegde autoriteiten, maar strekt uitsluitend tot versterking van de strategische coherentie, de informatie-uitwisseling en de coördinatie van hun optreden.

Ten slotte raakt de hervorming niet aan de coördinatiemechanismen die bevoegd zijn inzake de financiering van terrorisme en de financiering van de proliferatie van massavernietigingswapens. In die aangelegenheden blijven de coördinatieorganen de Nationale Veiligheidsraad, alsook zijn twee comités, namelijk het strategisch comité en het coördinatiecomité, opgericht bij het koninklijk besluit van 22 december 2020Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 22/12/2020 pub. 29/12/2020 numac 2020044555 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Koninklijk besluit tot oprichting van de Nationale Veiligheidsraad, het Strategisch Comité Inlichtingen en Veiligheid en het Coördinatiecomité Inlichtingen en Veiligheid sluiten houdende oprichting van de Nationale Veiligheidsraad, het Strategisch Comité voor Inlichting en Veiligheid en het Coördinatiecomité voor Inlichting en Veiligheid. 3. Artikelsgewijze bespreking

Artikel 1 - Oprichting van een Ministerieel Comité voor de coördinatie van de strijd tegen de georganiseerde economische en financiële criminaliteit. Het Ministerieel Comité vormt het sturingsorgaan van het coördinatiemechanisme voor de strijd tegen de georganiseerde economische en financiële criminaliteit. Het bepaalt de strategische oriëntatie en de nationale prioriteiten ervan.

Hoewel er geen wettelijke definitie is, deels vanwege de evoluerende aard ervan, omvat georganiseerde economische, financiële, sociale en fiscale criminaliteit voornamelijk misdaden die op een gestructureerde of geplande manier worden gepleegd met als doel illegale economische of financiële voordelen te behalen.

Het wordt met name gekenmerkt door: - een hiërarchische of genetwerkte structuur; - een rolverdeling tussen organisatoren, facilitators, stromannen, enz.; - een prioritaire doelstelling van winstbejag; - een vermogen om zich aan te passen aan controlemaatregelen; - de wens om te verbergen via complexe juridische, fiscale of boekhoudkundige constructies (lege vennootschappen, slapende vennootschappen, offshore-constructies); - een veel voorkomende transnationale dimensie; - een toenemende infiltratie in de legale economie; - een polycriminaliteit, met feiten die verband houden met misdrijven van gemeen recht met een financiële, economische, fiscale en sociale component en ernstige elementen van corruptie of het witwassen van geld.

Verschillende vormen van georganiseerde misdaad infiltreren in economische risicosectoren en optimaliseren het gebruik van alle mazen in de wetgeving en de moeilijkheden voor de overheidsdiensten om dit te controleren.

De exploitatie van de legale en illegale economie, het witwassen van geld en sociale en fiscale fraude zijn dus met elkaar verweven: - Drugshandel en (lucht-)havencriminaliteit: infiltratie van criminele netwerken in de (lucht-)havenlogistiek voor de invoer van cocaïne en andere handel door gebruik te maken van de grote doorvoer van goederen. - Witwassen via handelsfraude en compensatiefraude: recycleren van criminele opbrengsten via alternatieve circuits (hawala, crypto, contant geld). Er wordt ook beroep gedaan op non-profitorganisaties of andere bedrijfsstructuren om geld naar het buitenland te sluizen of om deze bedragen wit te wassen door middel van investeringen in de economie (onroerend goed, winkels, enz.). - Btw-carrousels: gebruik van valse facturen om btw ten onrechte terug te vorderen via lege vennootschappen. - Sociale dumping en valse detachering: bedrijven maken gebruik van ondoorzichtige onderaannemingsketens om sociale en loonregels te omzeilen. Voorbeeld: misbruik van gedetacheerde werknemers in de bouwsector, zonder naleving van de Belgische normen. - Zwartwerk en identiteitsdiefstal: in de horeca of op digitale platforms worden personen tewerkgesteld zonder aangifte, soms onder valse identiteiten. - Mensenhandel voor economisch gewin: Netwerken maken gebruik van kwetsbare mensen in sectoren als landbouw of schoonmaak. - Insolventieorganisatie: overdracht van activa naar rekeningen van derden voorafgaand aan een gepland faillissement om aan belastingschulden te ontsnappen.

De risicoanalyses die door de verschillende bevoegde diensten worden uitgevoerd, hebben verschillende kenmerken die op een gecoördineerde en geïntegreerde manier moeten worden geanalyseerd om dit soort criminaliteit doeltreffend te bestrijden. Voorbeelden van specifieke kenmerken: Georganiseerde belastingfraude: - Gebruik van offshore-constructies, lege vennootschappen, trusts of buitenlandse bankrekeningen; - Btw-carrouselmechanismen, valse facturen, misbruik van belastingwetgeving; - Organisatie in sectoren met gespecialiseerde rollen (belastingadviseurs, stromannen, tussenpersonen); - Internationale dimensie en gebruik van belastingparadijzen of landen met een voordelige belastingheffing;

Georganiseerde sociale fraude: - Zwartwerk, identiteitsdiefstal, uitbuiting van arbeiders (onder meer door mensenhandel); - Gebruik van lege vennootschappen of digitale platforms om sociale verplichtingen te omzeilen; - Coördinatie tussen werkgevers, tussenpersonen en schijnzelfstandigen.

Witwassen van geld: - De omzetting van geld afkomstig van illegale activiteiten in ogenschijnlijk legitieme activa; - Technisch: compensatie, stratificatie, integratie, gebruik van crypto-activa, investeringen in onroerend goed; - Witwassen is vaak het logische gevolg van belastingfraude.

De bestrijding van economische, financiële, sociale en fiscale criminaliteit is van cruciaal belang om de parallelle economie te beteugelen, die wordt gevoed door illegaal kapitaal uit mensenhandel.

Deze misdaad maakt deel uit van een systemische en destabiliserende logica van fraude, die vaak moeilijk op te sporen en te bestrijden is zonder een interinstitutionele aanpak.

Via het Ministerieel comité en het College worden de nodige besluitvormingsstructuren gecreëerd om zowel op regeringsniveau als op het niveau van de betrokken overheidsdiensten, directies en instellingen een gecoördineerde strategie en een gecoördineerd beheer te kunnen uitwerken. Zo zal op het niveau van het College een gemeenschappelijke gecoördineerde aanpak van de strijd tegen het witwassen van geld en de georganiseerde economische, financiële, sociale en fiscale criminaliteit worden gerealiseerd, terwijl het Ministerieel comité de nodige politieke beslissingen zal nemen. Gezien de grondwettelijke bepalingen inzake het Openbaar ministerie zal een vertegenwoordiger van de minister van Justitie worden uitgenodigd om aan de vergaderingen deel te nemen.

Artikel 2 - Samenstelling en voorzitterschap van het Ministerieel Comité Het voorzitterschap dat aan de Eerste Minister wordt toevertrouwd, wordt verantwoord door het transversale karakter van de betrokken fenomenen.

De samenstelling van het Ministerieel Comité is op dezelfde logica gestoeld. De regeringsleden die bevoegd zijn voor Financiën, Justitie, Sociale Zaken, Binnenlandse Zaken, Buitenlandse Zaken, Economie, Werk, Middenstand, Zelfstandigen, K.M.O's en de fiscale en sociale fraudebestrijding, maken er deel van uit wegens de rechtstreekse betrokkenheid van hun respectieve bevoegdheden bij de voorkoming, de opsporing, de controle en de repressie van deze fenomenen.

De mogelijkheid om, naargelang van de behandelde onderwerpen, andere regeringsleden uit te nodigen, strekt ertoe de voor de goede werking van het Comité vereiste soepelheid te waarborgen en het mogelijk te maken de nuttige bevoegdheden te betrekken wanneer de aard van de dossiers zulks vereist.

Artikel 3 - Vaststelling van de nationale strategie en prioriteiten Het Ministerieel Comité stelt een strategisch actieplan op waarin de nationale prioriteiten inzake de strijd tegen de georganiseerde economische, financiële, sociale en fiscale criminaliteit en de strijd tegen het witwassen zijn opgenomen, op basis van de nationale risicoanalyses en de aanbevelingen van het College.

Voorts bepaalt het ontwerp, teneinde de continuïteit van de uitvoering van de bestaande wetten te verzekeren, dat de wettelijke opdrachten die, enerzijds, bij de wet van 18 september 2017Relevante gevonden documenten type wet prom. 18/09/2017 pub. 06/10/2017 numac 2017013368 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie, federale overheidsdienst binnenlandse zaken, federale overheidsdienst justitie en federale overheidsdienst financien Wet tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten sluiten tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten aan het Ministerieel Comité tot coördinatie van de strijd tegen het witwassen van geld van illegale oorsprong zijn toegekend en, anderzijds, bij het Sociaal Strafwetboek aan het Ministerieel Comité voor de strijd tegen de fraude zijn toegekend, voortaan zullen worden uitgeoefend door het nieuwe Ministerieel Comité voor de strijd tegen de georganiseerde economische en financiële criminaliteit.

De uitoefening van deze bevoegdheid laat de specifieke bevoegdheden onverlet die bij de Grondwet, het Gerechtelijk Wetboek, het Sociaal Strafwetboek of andere wetten zijn toegekend, inzonderheid de wet van 18 september 2017Relevante gevonden documenten type wet prom. 18/09/2017 pub. 06/10/2017 numac 2017013368 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie, federale overheidsdienst binnenlandse zaken, federale overheidsdienst justitie en federale overheidsdienst financien Wet tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten sluiten tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten. Hiermee wordt eraan herinnerd dat de bij dit besluit georganiseerde coördinatie geen afbreuk mag doen aan de eigen bevoegdheden van de bevoegde autoriteiten en organen, maar er integendeel toe strekt de samenhang van hun optreden te waarborgen.

Artikel 4 - Procedures voor het bijeenroepen en organiseren van vergaderingen Dit artikel regelt de wijze waarop het Ministerieel Comité wordt samengeroepen en preciseert dat de agenda wordt vastgesteld door de Eerste Minister of zijn vertegenwoordiger. Het behoeft geen nadere toelichting.

Artikel 5 - Oprichting van een College voor de coördinatie van de strijd tegen de georganiseerde economische en financiële criminaliteit

Artikel 5 creëert, bij de Eerste Minister, een College voor de coördinatie van de bestrijding van de georganiseerde economische en financiële criminaliteit. De plaatsing van het College bij de Eerste Minister is ingegeven door het transversale karakter van de beoogde fenomenen. Die keuze berust op dezelfde logica als die welke verantwoordt dat het voorzitterschap van het Ministerieel Comité aan de Eerste Minister wordt toevertrouwd.

Artikel 6 - Samenstelling van het College Paragraaf 1 bepaalt dat het College gezamenlijk wordt voorgezeten door de vertegenwoordigers van de Minister van Financiën, de Minister van Justitie en de leden van de regering die bevoegd zijn voor de bestrijding van de fiscale en sociale fraude. De keuze voor een op ministerieel niveau uitgeoefend gezamenlijk voorzitterschap maakt het mogelijk de leiding van de werkzaamheden van het College te situeren op een niveau dat buiten de erin vertegenwoordigde autoriteiten staat.

Dit waarborgt een coördinatie die zich met geen van die autoriteiten vereenzelvigt en daardoor op transversale en evenwichtige wijze kan worden uitgeoefend. Deze oplossing biedt bovendien de nodige autoriteit om de samenhang van de werkzaamheden te verzekeren tussen autoriteiten die onder uiteenlopende administratieve of gerechtelijke, preventieve of repressieve logica's ressorteren.

Paragraaf 2 bepaalt de samenstelling van het College. Die samenstelling strekt ertoe de voornaamste autoriteiten samen te brengen waarvan de bevoegdheden, expertise of informatie noodzakelijk zijn voor een strategische en transversale coördinatie van de bestrijding van de georganiseerde economische, financiële, sociale en fiscale criminaliteit en het witwassen. Tevens wordt gepreciseerd dat elke autoriteit een vertegenwoordiger aanwijst die beschikt over de vereiste expertise en over een voldoende verantwoordelijkheidsniveau om de opvolging van de werkzaamheden van het College en, in voorkomend geval, de uitvoering van de beslissingen die haar aanbelangen, te verzekeren.

Paragraaf 3 maakt het mogelijk dat andere leden van de regering, of hun vertegenwoordigers, de werkzaamheden van het College bijwonen.

Paragraaf 4 herinnert eraan dat de in het College vertegenwoordigde autoriteiten verantwoordelijk blijven en, binnen de grenzen van hun bevoegdheden en van de middelen waarover zij beschikken, de nodige ondersteuning moeten verlenen voor de uitvoering van zijn opdrachten.

De paragrafen 5 en 6 waarborgen ten slotte de voor de goede werking van het College vereiste soepelheid, door toe te laten dat, naargelang van de behoeften, deskundigen, leidende ambtenaren, andere instellingen of andere autoriteiten bij de werkzaamheden ervan worden betrokken.

Artikel 7 - Opdrachten van het College

Artikel 7 bepaalt de opdrachten van het College, die tweeledig zijn: - het bevorderen, op strategisch en transversaal niveau, van de coördinatie tussen de bevoegde autoriteiten inzake de bestrijding van georganiseerde economische en financiële criminaliteit; - het voorbereiden van de werkzaamheden van het Ministerieel Comité in het kader van de opdrachten die bij artikel 3 aan dat Comité worden toegewezen, en het toezien op de uitvoering van het strategisch actieplan en de prioriteiten die door het Ministerieel Comité worden vastgesteld.

Tot slot bakent het artikel het optreden van het College af om elke verwarring met de operationele bevoegdheden van de erin vertegenwoordigde autoriteiten te vermijden. Het College handelt met inachtneming van de eigen bevoegdheden van elke autoriteit en treedt niet in de plaats van die autoriteiten bij de uitoefening van hun wettelijke, reglementaire of operationele opdrachten. Het doet evenmin afbreuk aan het grondwettelijk beginsel van de onafhankelijkheid van het openbaar ministerie, noch aan de onafhankelijkheid en de operationele autonomie van de Cel voor Financiële Informatieverwerking.

Artikel 8 - Bevoegdheden van het College De punten 1° en 2° van artikel 8 kennen aan het College een rol toe bij het op elkaar afstemmen van de informatie, evaluaties en analyses waarover de bevoegde autoriteiten beschikken, teneinde een transversaal inzicht mogelijk te maken in de risico's verbonden aan georganiseerde economische, financiële, sociale en fiscale criminaliteit en het witwassen.

De in 3° bedoelde nationale risicoanalyse vormt in dat verband het gemeenschappelijk referentie-instrument waarop de werkzaamheden van het College steunen. Er wordt verduidelijkt dat zij moet passen in een geïntegreerde benadering, in voorkomend geval moet worden afgestemd op de sectorale risicoanalyses, en moet voldoen aan de vereisten die voortvloeien uit de wet van 18 september 2017Relevante gevonden documenten type wet prom. 18/09/2017 pub. 06/10/2017 numac 2017013368 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie, federale overheidsdienst binnenlandse zaken, federale overheidsdienst justitie en federale overheidsdienst financien Wet tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten sluiten, uit het toepasselijke recht van de Europese Unie en uit de aanbevelingen van de FATF. De punten 4° tot 6° bevestigen dat het College een voorbereidende, coördinerende en opvolgende rol uitoefent, zonder zich in de plaats te stellen van de bevoegde autoriteiten of instellingen bij de uitoefening van hun eigen opdrachten. Elke daarin vertegenwoordigde autoriteit blijft aldus, binnen de grenzen van haar bevoegdheden, verantwoordelijk voor de uitvoering van de acties die haar aanbelangen en voor de mobilisering van de daartoe noodzakelijke middelen.

Artikel 9 - Huishoudelijk reglement Het college stelt zijn huishoudelijk reglement vast en garandeert de goede werking en de duidelijkheid van de procedures.

Artikel 10 - Modaliteiten van de vergaderingen van het College Het College vergadert ten minste eenmaal per kwartaal, op uitnodiging van de voorzitter. De samenstelling van de deelnemers kan variëren afhankelijk van de agendapunten, wat zorgt voor flexibiliteit en relevantie.

Artikel 11 - Secretariaat van het College Het secretariaat wordt verzorgd door de FOD Financiën en garandeert de administratieve continuïteit en het documentbeheer.

Via deze secretariaatsfunctie neemt de FOD Financiën de opdracht over die tot op heden door de CFI werd uitgeoefend met betrekking tot de coördinatie inzake de bestrijding van het witwassen van geld (AML).

Deze wijziging strekt ertoe de CFI in staat te stellen zich ten volle toe te leggen op haar wettelijke opdrachten inzake financiële inlichtingen en beoogt tevens een optimalisering van de bestaande organisatorische regeling. Zij vindt haar grondslag in de aanbevelingen geformuleerd in het wederzijds evaluatierapport van België door de FATF. In dat rapport wordt aangegeven dat de rol van de CFI binnen de Belgische AML/CFT-architectuur dient te worden heroverwogen, teneinde haar in staat te stellen haar essentiële operationele activiteiten op doeltreffende wijze uit te oefenen.

Artikel 12 - Intrekking van bestaande koninklijke besluiten De koninklijke besluiten van 23 juli 2013 houdende oprichting van het Ministerieel Comité en het Coördinatiecollege voor de strijd tegen het witwassen van geld, en van 29 april 2008, 9 november 2020 en 21 februari 2025 houdende respectievelijk de oprichting van het Ministerieel Comité en het College voor de strijd tegen fiscale en sociale fraude, alsook de aanwijzing van de leden van dat Ministerieel Comité, worden opgeheven.

Artikel 13 - Overdracht van opdrachten De opdrachten, verplichtingen en actieplannen van de in artikel 12 ontbonden structuren worden overgenomen door de nieuwe organen die bij dit besluit worden opgericht. Deze bepaling zorgt voor de overgang en de continuïteit van het beleid.

Artikel 14 - Inwerkingtreding Het besluit treedt in werking op de eerste dag van de maand na die waarin het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.

Artikel 15 - Uitvoeringsbepaling Dit artikel behoeft geen uitleg.

Dit is, Sire, de draagwijdte van het besluit dat U wordt voorgelegd.

Wij hebben de eer te zijn, Sire, Van Uwe Majesteit, de zeer eerbiedige en zeer getrouwe dienaars, De Eerste Minister, B. DE WEVER De Minister van Economie, D. CLARINVAL De Minister van Sociale Zaken, F. VANDENBROUCKE De Minister van Financiën, J. JAMBON De Minister van Justitie, A. VERLINDEN De Minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, B. QUINTIN De Minister van Sociale Fraudebestrijding, R. BEENDERS De Minister van Middenstand, Zelfstandigen en KMO's, E. SIMONET


RAAD VAN STATE afdeling Wetgeving Tweede kamer en tweede vakantiekamer De door de Vice-eersteminister en Minister van Financiën en Pensioenen, belast met de Nationale Loterij en de Federale Culturele Instellingen op 22 juli 2026 ingediende aanvraag om advies over een ontwerp van koninklijk besluit `houdende de oprichting van een ministerieel comité en een college voor de coördinatie van de strijd tegen de georganiseerde economische en financiële criminaliteit', ingeschreven op de rol van de afdeling Wetgeving van de Raad van State onder het nummer 79.884/2/V, werd op 30 juli 2026 van de rol afgevoerd, overeenkomstig artikel 84, § 5, van de wetten `op de Raad van State', gecoördineerd op 12 januari 1973.


29 SEPTEMBER 2026. - Koninklijk besluit houdende de oprichting van een Ministerieel Comité en een College voor de coördinatie van de strijd tegen de georganiseerde economische en financiële criminaliteit FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de Grondwet, artikel 37;

Gelet op de wet van 18 september 2017Relevante gevonden documenten type wet prom. 18/09/2017 pub. 06/10/2017 numac 2017013368 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie, federale overheidsdienst binnenlandse zaken, federale overheidsdienst justitie en federale overheidsdienst financien Wet tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten sluiten betreffende de voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en betreffende de beperking van het gebruik van contanten;

Gelet op het Sociaal Strafwetboek, artikel 2;

Gelet op het koninklijk besluit van 29 april 2008Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 29/04/2008 pub. 08/05/2008 numac 2008201548 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Koninklijk besluit houdende oprichting van een Ministerieel Comité voor de strijd tegen de fiscale en sociale fraude type koninklijk besluit prom. 29/04/2008 pub. 08/05/2008 numac 2008201551 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Koninklijk besluit houdende oprichting van het College voor de strijd tegen de fiscale en sociale fraude sluiten houdende oprichting van een Ministerieel Comité voor de strijd tegen fiscale en sociale fraude, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 4 februari 2021 en 24 maart 2025;

Gelet op het koninklijk besluit van 23 juli 2013Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 23/07/2013 pub. 30/07/2013 numac 2013009380 bron federale overheidsdienst justitie Koninklijk besluit houdende oprichting van het Ministerieel Comité en van het College voor de coördinatie van de strijd tegen het witwassen van geld van illegale afkomst sluiten houdende oprichting van het Ministerieel Comité en van het College voor de coördinatie van de strijd tegen het witwassen van geld van illegale afkomst;

Gelet op het koninklijk besluit van 9 november 2020Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 09/11/2020 pub. 30/11/2020 numac 2020043884 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Koninklijk besluit houdende oprichting van het College voor de strijd tegen de fiscale en sociale fraude sluiten houdende oprichting van het College voor de strijd tegen de fiscale en sociale fraude, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 4 februari 2021, 19 maart 2023 en 24 maart 2025.

Gelet op het koninklijk besluit van 21 februari 2025Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 21/02/2025 pub. 27/02/2025 numac 2025200646 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Koninklijk besluit houdende aanwijzing van de leden van het Ministerieel Comité voor de strijd tegen de fiscale en sociale fraude sluiten houdende aanwijzing van de leden van het Ministerieel Comité voor de strijd tegen de fiscale en sociale fraude;

Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 3 juli 2026;

Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting, d.d. 15 juli 2026;

Gelet op de adviesaanvraag aan de Raad van State binnen een termijn van 30 dagen verlengd met 15 dagen, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Overwegende dat de adviesaanvraag is ingeschreven op 22 juli 2026 op de rol van de afdeling Wetgeving van de Raad van State onder het nummer 79.884/2/V;

Gelet op de beslissing van de afdeling Wetgeving van 30 juli 2026 om binnen de gevraagde termijn geen advies te verlenen, met toepassing van artikel 84, § 5, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Gelet op de vrijstelling van het verrichten van de regelgevingsimpactanalyse, bedoeld in artikel 8, § 1, 4°, van de wet van 15 december 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/12/2013 pub. 31/12/2013 numac 2013021138 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet houdende diverse bepalingen inzake administratieve vereenvoudiging sluiten houdende diverse bepalingen inzake administratieve vereenvoudiging;

Op de voordracht van de Eerste Minister en de Vice-eersteminister en Minister van Financiën, alsook de Vice-eersteminister en Minister van Economie, de Vice-eersteminister en Minister van Sociale Zaken, de Minister van Justitie, de Minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, de Minister van Sociale Fraudebestrijding, de Minister van Middenstand, Zelfstandigen en KMO's, en op het advies van de in Raad vergaderde Ministers,

Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Binnen de Regering wordt een Ministerieel Comité voor de coördinatie van de strijd tegen de georganiseerde economische en financiële criminaliteit, hierna genoemd "Comité", opgericht.

Art. 2.Het Ministerieel Comité wordt voorgezeten door de Eerste Minister en is samengesteld uit de Minister van Financiën, de Minister van Justitie, de Minister van Binnenlandse Zaken, de Minister van Buitenlandse Zaken, de Minister van Sociale Zaken, de Minister van Werk, de Minister van Economie, de Minister van Middenstand, Zelfstandigen en K.M.O's, alsook de leden van de regering bevoegd voor de bestrijding van de fiscale en sociale fraude.

De Regeringsleden die geen deel uitmaken van het Comité kunnen door de Eerste Minister worden uitgenodigd eraan deel te nemen voor het onderzoek van zaken die hen in het bijzonder aanbelangen.

Art. 3.§ 1. Onverminderd de bevoegdheden die zijn toegekend aan de Minister van Justitie en aan de procureurs-generaal op grond van artikel 151 van de Grondwet en van de artikelen 143bis, 143quater en 146bis van het Gerechtelijk Wetboek, stelt het Comité, op basis van de nationale risicoanalyse, een strategisch actieplan ter bestrijding van economische, financiële, sociale en fiscale criminaliteit op en bepaalt het de prioriteiten van de bij deze bestrijding betrokken diensten. § 2. De opdrachten die bij de wet van 18 september 2017Relevante gevonden documenten type wet prom. 18/09/2017 pub. 06/10/2017 numac 2017013368 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie, federale overheidsdienst binnenlandse zaken, federale overheidsdienst justitie en federale overheidsdienst financien Wet tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten sluiten tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten, alsmede de bepalingen welke die wet vervangen of wijzigen, aan het Ministerieel Comité voor de coördinatie van de strijd tegen het witwassen van geld van illegale afkomst zijn toevertrouwd, worden door het Comité uitgeoefend overeenkomstig de nadere regels bepaald bij dit besluit. § 3. De opdrachten die bij artikel 2 van het Sociaal Strafwetboek aan het Ministerieel Comité voor de fraudebestrijding zijn toevertrouwd, worden door het Comité uitgeoefend overeenkomstig de nadere regels bepaald bij dit besluit. § 4. Het Comité ziet toe op de uniforme toepassing van de betrokken wetgeving in het hele land, en handelt uitsluitend binnen de bestaande bevoegdheden van de deelnemende overheden, zonder afbreuk te doen aan de garanties van autonomie en onafhankelijkheid die met name aan het College van procureurs-generaal en de Cel voor Financiële Informatieverwerking worden toegekend.

Art. 4.Het Comité vergadert na bijeenroeping door de Eerste Minister, of zijn vertegenwoordiger, die de agenda vaststelt.

Art. 5.Er wordt bij de Eerste Minister, een College voor de coördinatie voor de strijd tegen de georganiseerde economische en financiële criminaliteit opgericht, hierna genoemd "College".

Art. 6.§ 1. Het College wordt gezamenlijk voorgezeten door de vertegenwoordigers van de leden van de Regering bevoegd voor Financiën, Justitie en de fiscale en sociale fraudebestrijding. § 2. Het College is bovendien samengesteld uit vertegenwoordigers van de volgende autoriteiten: 1° de Cel voor Financiële Informatieverwerking;2° de volgende federale overheidsdiensten: a) de Federale Overheidsdienst Financiën; b) de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie; c) de Federale Overheidsdienst Justitie;d) de Federale Overheidsdienst Buitenlandse Zaken;e) de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg;3° de Sociale Inlichtingen- en Opsporingsdienst;4° de volgende openbare instellingen van sociale zekerheid: a) de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid;b) de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening;c) het Rijksinstituut voor de Sociale Verzekeringen der Zelfstandigen;d) het Rijksinstituut voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering;e) de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid;5° de volgende organen van het openbaar ministerie: a) het College van procureurs-generaal;b) de federale procureur;c) het Centraal Orgaan voor de Inbeslagneming en de Verbeurdverklaring;6° de federale gerechtelijke politie;7° het Nationaal Drugscommissariaat;8° de toezichtautoriteiten bevoegd voor de onderworpen entiteiten in de zin van artikel 85, § 1, 3° en 4° van de wet van 18 september 2017Relevante gevonden documenten type wet prom. 18/09/2017 pub. 06/10/2017 numac 2017013368 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie, federale overheidsdienst binnenlandse zaken, federale overheidsdienst justitie en federale overheidsdienst financien Wet tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten sluiten tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten: a) de Nationale Bank van België;b) de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten; Elke in het eerste lid genoemde autoriteit ziet erop toe dat de vertegenwoordiger die zij aanwijst beschikt over de nodige expertise en een functie bekleedt die hem in staat stelt binnen die autoriteit de uitvoering van de beslissingen van het College en van het Comité te verzekeren. § 3. De vertegenwoordigers van de Regeringsleden bevoegd voor Binnenlandse Zaken, Werk, Economie, Middenstand, Zelfstandigen en KMO's, en Sociale Zaken kunnen de werkzaamheden van het College bijwonen. § 4. Elke in het College vertegenwoordigde autoriteit verleent, binnen de grenzen van haar respectieve bevoegdheden en van de middelen waarover ze beschikt, de medewerking die nodig is voor de uitvoering van de in artikels 7 en 8 bedoelde opdrachten.

Elke daarin vertegenwoordigde autoriteit, voor zover dit onder haar bevoegdheden valt, verantwoordelijk blijft voor de uitvoering van de acties die haar aanbelangen en voor de mobilisering van de daartoe noodzakelijke middelen. § 5. Het College kan experten of elke leidende ambtenaar van een overheidsdienst uitnodigen als het dit nuttig acht in het kader van zijn opdracht. § 6. Het College kan andere organismen of autoriteiten raadplegen ingeval het van oordeel is dat een bijdrage van die organismen en autoriteiten nuttig kan zijn voor de uitoefening van zijn opdracht.

Art. 7.Onverminderd de bevoegdheden die krachtens artikel 151 van de Grondwet en de artikelen 143bis, 143quater en 146bis van het Gerechtelijk Wetboek aan de Minister van Justitie en aan de procureurs-generaal zijn toegekend, heeft het College tot opdracht: 1° op strategisch en transversaal niveau De coördinatie te bevorderen tussen de bevoegde autoriteiten inzake de georganiseerde economische, financiële, sociale en fiscale criminaliteit, zowel wat het preventieve als het repressieve luik betreft;2° het voorbereiden van de beslissingen van het Comité in het kader van de in artikel 3 bedoelde opdrachten en het toezien op de gecoördineerde uitvoering ervan. Het College handelt uitsluitend binnen de bestaande bevoegdheden van de deelnemende overheden, en met inachtneming van de eigen bevoegdheden van elke overheid. Het treedt niet in de plaats van de bevoegde overheden bij de uitoefening van hun wettelijke, reglementaire of operationele opdrachten. Het doet geen afbreuk aan het grondwettelijk beginsel van de onafhankelijkheid van het openbaar ministerie, noch aan de onafhankelijkheid en de operationele autonomie van de Cel voor Financiële Informatieverwerking.

Art. 8.Binnen de grenzen van de opdrachten die hem bij artikel 7 worden toevertrouwd, is het College met name belast met: 1° het bevorderen, op strategisch en transversaal niveau, met inachtneming van de toepasselijke wettelijke en reglementaire bepalingen alsook van de eigen bevoegdheden van elke autoriteit, van de uitwisseling van relevante gegevens, informatie, signalen, evaluaties en analyses tussen de bevoegde autoriteiten, teneinde hun gemeenschappelijke kennis van de risico's, fenomenen en modi operandi inzake georganiseerde economische, financiële, sociale en fiscale criminaliteit te versterken en bij te dragen tot de bepaling van de prioriteiten op dit gebied;2° het, met name op basis van de door de bevoegde autoriteiten overgezonden gegevens, evaluaties en sectorale analyses, coördineren van de identificatie, de analyse en de actualisering van de risico's waarmee België wordt geconfronteerd inzake georganiseerde economische, financiële, sociale en fiscale criminaliteit;3° het, met name op basis van de in 2° bedoelde coördinatie, opstellen van de nationale risicoanalyse inzake de bestrijding van de georganiseerde economische, financiële, sociale, fiscale criminaliteit en het witwassen van geld, het actualiseren ervan en aan het Comité voor te leggen, waarbij erop wordt toegezien dat zij: - past in een geïntegreerde benadering van de bestrijding van de georganiseerde economische, financiële, sociale en fiscale criminaliteit en, in voorkomend geval, naar behoren wordt afgestemd op de sectorale risicoanalyses; - voldoet aan de vereisten die voortvloeien uit de wet van 18 september 2017Relevante gevonden documenten type wet prom. 18/09/2017 pub. 06/10/2017 numac 2017013368 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie, federale overheidsdienst binnenlandse zaken, federale overheidsdienst justitie en federale overheidsdienst financien Wet tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten sluiten tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten, alsmede uit de bepalingen tot wijziging of vervanging van die wet, uit het toepasselijke recht van de Europese Unie en uit de aanbevelingen van de FATF. Daartoe kan het College zijn leden verzoeken hem, binnen de termijnen die het bepaalt, de analyses, informatie of bijdragen over te zenden die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van die opdracht. 4° het aan het Ministerieel Comité voorleggen van een strategisch actieplan voor de bestrijding van georganiseerde economische, financiële, sociale en fiscale criminaliteit, op basis van de in 3° bedoelde nationale risicoanalyse;5° het verzekeren van de opvolging van de uitvoering van het strategisch actieplan en de prioriteiten van de betrokken diensten, de desbetreffende rapportering en de evaluatie van de resultaten ervan;6° het, naargelang van de behoefte, voorbereiden en coördineren van de evaluaties waaraan België op internationaal niveau wordt onderworpen, met name door de FATF, de OESO, de VN en de GRECO;

Art. 9.Het College stelt zijn huishoudelijk reglement vast.

Art. 10.Het College vergadert zo vaak als nodig en ten minste eenmaal per kwartaal, op bijeenroeping van een of meer leden van het voorzitterschap. De oproeping vermeldt de agenda.

Het College vergadert in aanwezigheid van ten minste een lid van het voorzitterschap of diens vertegenwoordiger.

De leden die voor de vergaderingen van het College worden opgeroepen, worden bepaald in functie van de op de agenda ingeschreven punten.

Art. 11.Het secretariaat van het College wordt verzekerd door de FOD Financiën.

Art. 12.Worden opgeheven: 1° het koninklijk besluit van 29 april 2008Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 29/04/2008 pub. 08/05/2008 numac 2008201548 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Koninklijk besluit houdende oprichting van een Ministerieel Comité voor de strijd tegen de fiscale en sociale fraude type koninklijk besluit prom. 29/04/2008 pub. 08/05/2008 numac 2008201551 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Koninklijk besluit houdende oprichting van het College voor de strijd tegen de fiscale en sociale fraude sluiten houdende oprichting van een Ministerieel Comité voor de strijd tegen fiscale en sociale fraude, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 4 februari 2021 en 24 maart 2025;2° het koninklijk besluit van 23 juli 2013Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 23/07/2013 pub. 30/07/2013 numac 2013009380 bron federale overheidsdienst justitie Koninklijk besluit houdende oprichting van het Ministerieel Comité en van het College voor de coördinatie van de strijd tegen het witwassen van geld van illegale afkomst sluiten houdende oprichting van het Ministerieel Comité en van het College voor de coördinatie van de strijd tegen het witwassen van geld van illegale afkomst;3° het koninklijk besluit van 9 november 2020Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 09/11/2020 pub. 30/11/2020 numac 2020043884 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Koninklijk besluit houdende oprichting van het College voor de strijd tegen de fiscale en sociale fraude sluiten houdende oprichting van het College voor de strijd tegen de fiscale en sociale fraude, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 4 februari 2021, 19 maart 2023 en 24 maart 2025.4° het koninklijk besluit van 21 februari 2025Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 21/02/2025 pub. 27/02/2025 numac 2025200646 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Koninklijk besluit houdende aanwijzing van de leden van het Ministerieel Comité voor de strijd tegen de fiscale en sociale fraude sluiten houdende aanwijzing van de leden van het Ministerieel Comité voor de strijd tegen de fiscale en sociale fraude.

Art. 13.De lopende opdrachten, verplichtingen en actieplannen die onder de bevoegdheid van de krachtens artikel 12 opgeheven organen vallen, worden voortgezet en, in voorkomend geval, afgewerkt door de nieuwe organen die bij dit besluit worden ingesteld, met inachtneming van de bevoegdheden die hun worden toegekend.

Art. 14.Dit besluit treedt in werking op de eerste dag van de maand na die waarin het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.

Art. 15.De Eerste Minister en de Minister bevoegd voor Financiën, de Minister bevoegd voor Justitie, de Minister bevoegd voor Binnenlandse Zaken, de Minister bevoegd voor Sociale Zaken, de Minister bevoegd voor Werk, de Minister bevoegd voor Economie, de Minister bevoegd voor Middenstand, de Minister bevoegd voor Zelfstandigen, de Minister bevoegd voor KMO's en de Ministers bevoegd voor fiscale en sociale fraudebestrijding, zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 29 september 2026.

FILIP Van Koningswege : De Eerste Minister, B. DE WEVER De Minister van Economie, D. CLARINVAL De Minister van Sociale Zaken, F. VANDENBROUCKE De Minister van Financiën, J. JAMBON De Minister van Justitie, A. VERLINDEN De Minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, B. QUINTIN De Minister van Sociale Fraudebestrijding, R. BEENDERS De Minister van Middenstand, Zelfstandigen en KMO's E. SIMONET


^