Etaamb.openjustice.be
Koninklijk Besluit van 29 juni 2018
gepubliceerd op 19 juli 2018

Koninklijk besluit houdende bezoldigingsregeling van het operationeel personeel van de Civiele Bescherming

bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
numac
2018040279
pub.
19/07/2018
prom.
29/06/2018
ELI
eli/besluit/2018/06/29/2018040279/staatsblad
staatsblad
http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.(...)
links
Raad van State (chrono)
Document Qrcode

29 JUNI 2018. - Koninklijk besluit houdende bezoldigingsregeling van het operationeel personeel van de Civiele Bescherming


VERSLAG AAN DE KONING Sire, Het ontwerp van koninklijk besluit waarvan ik de eer heb het ter ondertekening van Uwe Majesteit voor te leggen, strekt ertoe artikel 156 van de wet van 15 mei 2007 uit te voeren. Dit artikel bepaalt het volgende: "De Koning legt, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, het administratief en geldelijk statuut van de beroeps- en vrijwillige leden van de Civiele Bescherming vast". Er werd beslist om een statuut te creëren dat zo dicht mogelijk aanleunt bij dat van de operationele leden van de hulpverleningszones, rekening houdend, enerzijds, met de aard van de functies die uitgeoefend worden en, anderzijds, om de mobiliteit tussen beide diensten mogelijk te maken.

Wat dit ontwerp betreft, bestaat het principe erin dat enkel de bepalingen van dit statuut van toepassing zijn op het operationeel personeel van de Civiele Bescherming. Dit personeel is uitgesloten van het toepassingsgebied van alle geldelijke reglementeringen die van toepassing zijn op de Rijksambtenaren.

Het ontwerp van geldelijk statuut is praktisch een kopie van het geldelijk statuut van de brandweer, zoals bepaald in het koninklijk besluit van 19 april 2014 houdende bezoldigingsregeling van het operationeel personeel van de hulpverleningszones.

Enerzijds zijn de bepalingen die verschillen van het statuut van de brandweer, de volgende: o Art. 5, 4° : toekenning van een taaltoelage volgens dezelfde voorwaarden als het personeel van de federale overheidsdiensten (momenteel het koninklijk besluit van 13 juli 2017). De taaltoelage bestaat niet in het statuut van de brandweer; o Art. 5, 5° : toekenning van een toelage voor bijkomende prestaties volgens dezelfde voorwaarden als het personeel van de federale overheidsdiensten (momenteel het koninklijk besluit van 13 juli 2017), behalve voor de buitenlandse opdrachten. Voor de brandweer wordt de problematiek van de uitbetaling van de overuren geregeld door de bepalingen betreffende de extra uren (gewoonlijk "opt-out" genoemd), voorzien door de wet van 19 april 2014 betreffende de arbeidstijd van de operationele beroepsleden van de hulpverleningszones (1/1850ste per opt-out-uur); o Art. 31 tot 35 (art. 48 tot 51 voor het vrijwillig personeel): toekenning van een toelage voor buitenlandse operationele opdracht.

Deze bepaling vervangt die van het koninklijk besluit van 28 september 2008, die een niet-geïndexeerd forfait van 75 euro voorzag. Het ontwerp voorziet een geïndexeerd bedrag van 44,82 euro (75 euro aan de huidige index). Tijdens een buitenlandse opdracht wordt het personeelslid geacht 12 uur per dag te presteren; o De uitdovende schalen van luitenant en commandant zijn specifiek voor dit ontwerp. De uitdovende schalen van luitenant zijn gebaseerd op de schalen van adjudant, vermeerderd met 500 euro en vermenigvuldigd met een factor 1,07 ter compensatie van het percentageverschil van de operationaliteitspremie (28 % vs 38 %). De uitdovende schalen van commandant zijn gebaseerd op de schalen van luitenant, vermeerderd met 1000 euro.

Anderzijds legt het statuut van de brandweer, voor de bepalingen die volgen, enkel een kader vast. Voor de brandweer zijn het de hulpverleningszones die beslissen. Voor de personeelsleden van de Civiele Bescherming wordt de beslissing genomen in dit ontwerp van koninklijk besluit: o Art. 3, § 2: tenlasteneming van de kosten voor het woon-werkverkeer volgens dezelfde voorwaarden als het personeel van de federale overheidsdiensten (momenteel het koninklijk besluit van 13 juli 2017).

Het statuut van de brandweer maakt deze tenlasteneming door de hulpverleningszone mogelijk, maar voorziet geen enkele verplichting hieromtrent; o Art. 3, § 3: toekenning van dezelfde sociale voordelen als het personeel van de FOD Binnenlandse Zaken (bijvoorbeeld hospitalisatieverzekering, voordelig gsm-tarief, ...). Het statuut van de brandweer maakt deze tenlasteneming door de hulpverleningszone mogelijk, maar voorziet geen enkele verplichting hieromtrent; o Art. 30: toekenning, aan het beroepslid, van een specialisatietoelage waarvan het jaarlijks bedrag 250 of 500 euro bedraagt, naargelang de specialisatie vermeld wordt op de door de minister te bepalen lijst A of lijst B. Voor de brandweer dient het bedrag bepaald te worden door de hulpverleningszone, met een maximum van 500 of 1000 euro, naargelang de specialisatie vermeld wordt op de door de minister te bepalen lijst A of lijst B; o Art. 42 tot 44: toekenning, aan het vrijwillig lid, van een toelage voor onregelmatige prestaties, gelijk aan 25 % van het bedrag per uur voor de interventies uitgevoerd tussen 22 uur en 6 uur, of op zondag of op een feestdag. Voor de brandweer bepaalt de hulpverleningszone het toelagepercentage, dat niet meer kan bedragen dan 25 % voor de nachtprestaties en 100 % voor de prestaties op zaterdag, zon- of feestdagen.

Ik heb de eer te zijn, Sire, Van Uwe Majesteit, de zeer eerbiedige en zeer getrouwe dienaar, De Minister van Binnenlandse Zaken, J. JAMBON

RAAD VAN STATE afdeling Wetgeving Advies 63.327/2 van 28 mei 2018 over een ontwerp van koninklijk besluit `houdende bezoldigingsregeling van het operationeel personeel van de Civiele Bescherming' Op 12 april 2018 is de Raad van State, afdeling Wetgeving, door de Vice-Eersteminister en Minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, belast met de Regie der gebouwen verzocht binnen een termijn van dertig dagen verlengd tot 15 juni 2018 (*) een advies te verstrekken over een ontwerp van koninklijk besluit `houdende bezoldigingsregeling van het operationeel personeel van de Civiele Bescherming'.

Het ontwerp is door de tweede kamer onderzocht op 28 mei 2018. De kamer was samengesteld uit Jacques JAUMOTTE, voorzitter van de Raad van State, Pierre VANDERNOOT, kamervoorzitter, Luc DETROUX, staatsraad, Christian BEHRENDT en Jacques ENGLEBERT, assessoren, en Béatrice DRAPIER, griffier.

Het verslag is uitgebracht door Roger WIMMER, eerste auditeur.

De overeenstemming tussen de Franse en de Nederlandse tekst van het advies is nagezien onder toezicht van Pierre VANDERNOOT. Het advies, waarvan de tekst hierna volgt, is gegeven op 28 mei 2018.

Aangezien de adviesaanvraag ingediend is op basis van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten `op de Raad van State', gecoördineerd op 12 januari 1973, beperkt de afdeling Wetgeving overeenkomstig artikel 84, § 3, van de voornoemde gecoördineerde wetten haar onderzoek tot de rechtsgrond van het ontwerp, de bevoegdheid van de steller van de handeling en de te vervullen voorafgaande vormvereisten.

Wat die drie punten betreft, geeft het ontwerp aanleiding tot de volgende opmerkingen.

BIJZONDERE OPMERKINGEN AANHEF 1. In de aanhef moet een verwijzing worden toegevoegd naar de besluiten die opgeheven worden bij artikel 52 van het ontwerp. 2. Volgens de documenten die bij de adviesaanvraag gevoegd zijn, heeft de inspecteur van Financiën op 20 en 27 oktober 2017 en op 9 en 23 januari 2018 een ongunstig advies uitgebracht over het ontwerp en heeft de minister van Begroting zich per brief d.d. 5 februari 2018 niet akkoord verklaard met het ontwerp.

Uit het dossier dat aan de afdeling Wetgeving overgezonden is, blijkt evenwel dat de Ministerraad zich tijdens zijn beraadslaging van 4 april 2018 gunstig uitgesproken heeft over het ontwerp.

Bijgevolg moet, overeenkomstig artikel 8 van het koninklijk besluit van 16 november 1994 `betreffende de administratieve en begrotingscontrole', het vierde lid van de aanhef vervangen worden door het volgende lid: "Gelet op het besluit van de Ministerraad van 4 april 2018 waarbij wordt voorbijgegaan aan de niet-akkoordbevinding van de Minister van Begroting".

DISPOSITIEF Artikel 9 De vraag rijst of niet ook dient te worden verwezen naar artikel 11 van het ontwerp.

De griffier, Béatrice Drapier De voorzitter van de Raad van State, Jacques Jaumotte _______ Nota (*) Bij e mail van 16 april 2018.

29 JUNI 2018. - Koninklijk besluit houdende bezoldigingsregeling van het operationeel personeel van de Civiele Bescherming FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet van 15 mei 2007 betreffende de civiele veiligheid, artikel 156;

Gelet op het koninklijk besluit van 25 mei 1966 houdende bijzondere regelen inzake reiskosten voor de instructeurs van de civiele bescherming;

Gelet op het koninklijk besluit van 22 maart 1999 tot regeling van de toekenning van een toelage voor bijkomende prestaties aan het personeel van de Civiele Bescherming dat tewerkgesteld is in continudienst;

Gelet op het koninklijk besluit van 28 september 2008 tot regeling van de toekenning van een forfaitaire toelage aan de personeelsleden van de Algemene Directie van de Civiele Veiligheid tijdens operationele opdrachten in het buitenland.

Gelet op het ministerieel besluit van 15 februari 1961 betreffende de prestaties uitgevoerd door de niet-voltijds tewerkgestelde agenten die als vrijwillige bijkomende prestaties beschouwd worden;

Gelet op het ministerieel besluit van 31 juli 1969 houdende toekenning van een toelage voor onregelmatige prestaties aan het personeel van de permanente eenheden van de Civiele Bescherming die tot vierentwintig-urendienst gehouden zijn;

Gelet op het ministerieel besluit van 4 mei 1999 tot toekenning van bepaalde toelagen aan het personeel dat titularis is van operationele graden bij de Civiele Bescherming;

Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 20 en 27 oktober 2017 en 9 en 23 januari 2018;

Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Ambtenarenzaken van 22 november 2017;

Gelet op het besluit van de Ministerraad van 4 april 2018 waarbij wordt voorbijgegaan aan de niet-akkoordbevinding van de Minister van Begroting;

Gelet op de protocollen nr. 2017/04 van 26 januari 2018 en nr 2018/02 van 18 mei 2018 van het sectorcomité V - Binnenlandse Zaken;

Gelet op de vrijstelling van een impactanalyse op basis van artikel 8, § 1, 4°, van de wet van 15 december 2013 houdende diverse bepalingen inzake administratieve vereenvoudiging;

Gelet op advies 63.327/2 van de Raad van State, gegeven op 28 mei 2018, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Op de voordracht van de Minister van Binnenlandse Zaken en op het advies van de in Raad vergaderde Ministers, Hebben Wij besloten en besluiten Wij : BOEK 1. - ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit verstaat men onder: 1° de minister: de minister bevoegd voor Binnenlandse Zaken;2° de wet van 15 mei 2007: de wet van 15 mei 2007 betreffende de civiele veiligheid;3° de operationele eenheid: de operationele eenheid van de Civiele Bescherming, vermeld in artikel 153 van de wet van 15 mei 2007;4° de Voorzitter: de Voorzitter van het Directiecomité van de FOD Binnenlandse Zaken;5° de Directeur-generaal: de directeur-generaal van de Algemene Directie Civiele Veiligheid van de FOD Binnenlandse Zaken;6° het operationeel personeel: het personeel van de Civiele Bescherming dat belast is met operationele taken als beroepspersoneelslid of als vrijwillig personeelslid;7° het beroepspersoneelslid: het beroepslid van de Civiele Bescherming als vermeld in artikel 155, tweede lid, van de wet van 15 mei 2007;8° het vrijwillig personeelslid: het vrijwillig lid van de Civiele Bescherming als vermeld in artikel 155, derde lid, van de wet van 15 mei 2007;9° het personeelslid: de persoon die deel uitmaakt van het operationeel personeel van de Civiele Bescherming, ongeacht of hij/zij beroepspersoneelslid of vrijwillig personeelslid is;10° de buitenlandse operationele opdrachten: de operationele opdrachten die het personeelslid uitvoert buiten het Belgische grondgebied en die als dusdanig erkend zijn, ofwel door de voorzitter van de Coördinatieraad van de Belgian First Aid and Support Team, ofwel door de Directeur-generaal;11° de bevordering in weddeschaal: de overgang, binnen éénzelfde graad, naar de weddeschaal van de onmiddellijk hogerliggende rang;12° de voortgezette opleiding : de voorgezette opleiding, vermeld in artikel 70 van het koninklijk besluit van 29 juni 2018 tot bepaling van het administratief statuut van het operationeel personeel van de Civiele Bescherming.

Art. 2.Het personeelslid is, voor wat geldelijk statuut betreft, enkel onderworpen aan dit besluit met uitsluiting van elke andere regelgevende bepaling die van toepassing is op het personeel van de federale overheidsdiensten.

Art. 3.§ 1. Het personeelslid geniet de terugbetaling van de gemaakte reis- en verblijfskosten in het kader van een behoorlijk toegestane opdracht volgens dezelfde voorwaarden als het personeel van de federale overheidsdiensten. § 2. Het personeelslid geniet de ten laste neming van zijn kosten voor zijn woon-werkverkeer volgens dezelfde voorwaarden als het personeel van de federale overheidsdiensten.

Het personeel dat werkt in continudienst wordt verondersteld te voldoen aan de voorwaarden bedoeld in artikel 64, eerste lid, 3°, van het koninklijk besluit van 13 juli 2017 tot vaststelling van de toelagen en vergoedingen van de personeelsleden van het federaal openbaar ambt. § 3. Het beroepspersoneelslid geniet dezelfde sociale voordelen als de andere personeelsleden van de FOD Binnenlandse Zaken.

Art. 4.De door dit besluit vastgelegde bedragen zijn verbonden aan de schommelingen van de index van de consumptieprijzen overeenkomstig de regels voorgeschreven door de wet van 1 maart 1977 houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld, gewijzigd door het koninklijk besluit nr. 178 van 30 december 1982.

Deze bedragen zijn gekoppeld aan de spilindex 138,01.

BOEK 2. - BEPALINGEN VOOR HET BEROEPSPERSONEELSLID TITEL 1. - Algemene bepalingen

Art. 5.Het beroepspersoneelslid geniet de volgende toelagen volgens dezelfde voorwaarden als het personeel van de federale overheidsdiensten : 1° een haard- en standplaatstoelage;2° een eindejaarstoelage;3° een vakantiegeld;4° een taaltoelage;5° een toelage voor bijkomende prestaties, onder voorbehoud van artikel 33. TITEL 2. - Wedde

Art. 6.De jaarwedde van het beroepspersoneelslid wordt vastgelegd door weddeschalen verbonden aan de verschillende graden; elke weddeschaal bevat verschillende weddetrappen die overeenstemmen met het aantal jaren geldelijke anciënniteit.

Elke schaal behoort tot één van de drie kaders die aangewezen worden met de letters B, M en O. De letter van de schaal geeft het kader weer, het eerste cijfer de graad en het tweede cijfer de rang van de weddeschaal ten opzichte van de andere weddeschalen van deze graad.

De verschillende weddeschalen zijn opgenomen in bijlage 1.

De weddeschalen B0-0 van stagiair-sappeur door aanwerving, M0-0 van stagiair-sergeant door aanwerving en O2-0 van stagiair-kapitein door aanwerving zijn van toepassing tot de datum waarop de vaste benoeming daadwerkelijk ingaat. Wanneer de vaste benoeming ingaat op een andere datum dan de eerste dag van de maand, zal dewedde van de lopende maand niet gewijzigd worden.

Art. 7.De wedde wordt maandelijks betaald na vervallen termijn op de voorlaatste werkdag van demaand.

De voltijdse maandwedde is gelijk aan één twaalfde van de jaarwedde.

Het personeelslid dat deeltijds presteert wordt pro rata betaald.

Het voltijds of deeltijds presterende personeelslid dat slechts tijdens een gedeelte van de maand diensten heeft geleverd, wordt op evenredige wijze bezoldigd.Dit deel wordt uitgedrukt in een breuk waarvan de teller het aantal reëel gepresteerde dagen is en de noemer het aantal arbeidsdagen. Indien het aantal uren varieert naargelang van de dagen, zijn de teller en de noemer de overeenstemmende uuraantallen.

Het basisuurloon stemt overeen met 1/1850ste van de jaarwedde.

TITEL 3. - Toekenning van de weddeschaal ingeval van hiërarchische bevordering

Art. 8.Bij een hiërarchische bevordering naar de graad van korporaal en kapitein, geniet het beroepspersoneelslid de weddeschaal van dezelfde rang als de weddeschaal die hij genoot in zijn vroegere graad.

Bij een hiërarchische bevordering naar de graad van sergeant, adjudant, luitenant, majoor of kolonel, vanuit de onmiddellijk lagere graad, geniet het beroepspersoneelslid de weddeschaal van de eerste rang als hij in zijn vroegere graad een weddeschaal van de eerste twee rangen genoot; hij geniet respectievelijk de weddeschaal van de tweede of derde rang als hij in zijn vroegere graad een weddeschaal van de derde of de vierde rang genoot.

Bij een hiërarchische bevordering naar een graad die niet de onmiddellijk hogere graad is, geniet het personeelslid de weddeschaal die hij genoten zou hebben overeenkomstig de vorige leden in geval van opeenvolgende hiërarchische bevorderingen.

Bij een hiërarchische bevordering zal het beroepspersoneelslid in zijn nieuwe graad nooit een wedde krijgen die lager ligt dan de wedde die hij in zijn vroegere graad gekregen zou hebben.

Wanneer de hiërarchische bevordering ingaat op een andere datum dan de eerste dag van de maand, zal de wedde van de lopende maand niet gewijzigd worden.

TITEL 4. - Bevordering in weddeschaal

Art. 9.In afwijking van de bepalingen van deze titel, blijven, bij een hiërarchische bevordering, de opleidingsuren bedoeld in 3° van de artikelen 11 tot en met 19, die aanneembaar waren in de laatste weddeschaal van het beroepspersoneelslid in zijn oude graad aanneembaar voor een bevordering in weddeschaal in zijn nieuwe graad, indien deze opleidingen geen voorwaarde vormden voor de hiërarchische bevordering in deze nieuwe graad.

Art. 10.Bij een bevordering in weddeschaal krijgt het beroepspersoneelslid in zijn nieuwe weddeschaal nooit een wedde die lager ligt dan de wedde die hij in zijn oude weddeschaal gekregen zou hebben.

Art. 11.Binnen de graad van sappeur wordt een bevordering in weddeschaal toegekend op de eerste dag van de maand die volgt op de maand waarin aan de volgende voorwaarden voldaan is: 1° Vijf jaar in aanmerking komende diensten in zijn weddeschaal hebben;2° Minstens de vermelding « voldoet aan de verwachtingen » gekregen hebben bij de laatste evaluatie;3° In zijn weddeschaal, minstens 120 uur voortgezette opleiding gevolgd hebben.

Art. 12.Binnen de graad van korporaal wordt een bevordering in weddeschaal toegekend op de eerste dag van de maand die volgt op de maand waarin aan de volgende voorwaarden voldaan is: 1° Vijf jaar in aanmerking komende diensten in zijn weddeschaal hebben.Voor de berekening van de anciënniteit in de eerste weddeschaal toegekend na een bevordering in de graad van korporaal, wordt ook rekening gehouden met de anciënniteit die werd verworven in de laatste weddeschaal waarvan het personeelslid genoot in de graad van sappeur; 2° Minstens, de vermelding `voldoet aan de verwachtingen' gekregen hebben bij de laatste evaluatie;3° In zijn weddeschaal, minstens 120 uur voortgezette opleiding gevolgd hebben.

Art. 13.Binnen de graad van sergeant wordt een bevordering in weddeschaal toegekend op de eerste dag van de maand die volgt op de maand waarin aan de volgende voorwaarden voldaan is : 1° Vier jaar in aanmerking komende diensten in zijn weddeschaal hebben;2° Minstens de vermelding `voldoet aan de verwachtingen' gekregen hebben bij de laatste evaluatie;3° In zijn weddeschaal, minstens 96 uur voortgezette opleiding gevolgd hebben.

Art. 14.Binnen de graad van adjudant wordt een bevordering in weddeschaal toegekend op de eerste dag van de maand die volgt op de maand waarin aan de volgende voorwaarden voldaan is : 1° Vier jaar in aanmerking komende diensten in zijn weddeschaal hebben;2° Minstens de vermelding `voldoet aan de verwachtingen' gekregen hebben bij de laatste evaluatie;3° In zijn weddeschaal, minstens 96 uur voortgezette opleiding gevolgd hebben.

Art. 15.Binnen de graad van luitenant wordt een bevordering in weddeschaal toegekend op de eerste dag van de maand die volgt op de maand waarin aan de volgende voorwaarden voldaan is : 1° Vier jaar in aanmerking komende diensten in zijn weddeschaal hebben;2° Minstens de vermelding `voldoet aan de verwachtingen' gekregen hebben bij de laatste evaluatie;3° In zijn weddeschaal, minstens 96 uur voortgezette opleiding gevolgd hebben.

Art. 16.Binnen de graad van commandant wordt een bevordering in weddeschaal toegekend op de eerste dag van de maand die volgt op de maand waarin aan de volgende voorwaarden voldaan is : 1° Vier jaar in aanmerking komende diensten in zijn weddeschaal hebben;2° Minstens de vermelding `voldoet aan de verwachtingen' gekregen hebben bij de laatste evaluatie;3° In zijn weddeschaal, minstens 96 uur voortgezette opleiding gevolgd hebben.

Art. 17.Binnen de graad van kapitein wordt een bevordering in weddeschaal toegekend op de eerste dag van de maand die volgt op de maand waarin aan de volgende voorwaarden voldaan is : 1° Vijf jaar in aanmerking komende diensten in zijn weddeschaal hebben;2° Minstens de vermelding `voldoet aan de verwachtingen' gekregen hebben bij de laatste evaluatie;3° In zijn weddeschaal, minstens 120 uur voortgezette opleiding gevolgd hebben.

Art. 18.Binnen de graad van majoor wordt een bevordering in weddeschaal toegekend op de eerste dag van de maand die volgt op de maand waarin aan de volgende voorwaarden voldaan is : 1° Vijf jaar in aanmerking komende diensten in zijn weddeschaal hebben;2° Minstens de vermelding `voldoet aan de verwachtingen' gekregen hebben bij de laatste;3° In zijn weddeschaal, minstens 120 uur voortgezette opleiding gevolgd hebben.

Art. 19.Binnen de graad van kolonel wordt een bevordering in weddeschaal toegekend op de eerste dag van de maand die volgt op de maand waarin aan de volgende voorwaarden voldaan is : 1° Vier jaar in aanmerking komende diensten in zijn weddeschaal hebben;2° Minstens de vermelding `voldoet aan de verwachtingen' gekregen hebben bij de laatste evaluatie;3° In zijn weddeschaal, minstens 96 uur voortgezette opleiding gevolgd hebben TITEL 5.- Geldelijke anciënniteit

Art. 20.De geldelijke anciënniteit van het beroepspersoneelslid wordt gevormd door twee delen : 1° deze die erkend wordt als verworven bij de indienstneming;2° deze die verworven is als personeeslid na de indienstneming. Het eerste deel wordt omschreven in de artikelen 21 tot 23 en het tweede deel wordt omschreven in artikel 24.

Art. 21.§ 1. Op het ogenblik van de indiensttreding stelt de Voorzitter of zijn afgevaardigde de van rechtswege verworven geldelijke anciënniteit vast, te weten de anciënniteit die resulteert uit de diensten die daadwerkelijk verricht werden in de openbare diensten van de Staten die deel uitmaken van de Europese Economische Ruimte of van de Zwitserse Bondsstaat.

De personeelsleden aangeworven door privaatrechtelijke of publiekrechtelijke rechtspersonen die niet bedoeld zouden worden in het eerste lid, in een rechtspositie die eenzijdig bepaald is door de bevoegde overheid of krachtens een machtiging van de overheid, door hun bevoegde bestuursorgaan, worden beschouwd als behorend tot de openbare diensten. § 2. De in aanmerking komende diensten worden berekend per kalendermaand; die welke geen volle maand bedragen, in voorkomend geval bij verschillende werkgevers, worden niet meegeteld. § 3. De diensten zijn volledig wanneer zij voltijds gepresteerd worden.

De onvolledige diensten worden naar rato aangenomen in verhouding tot de volledige diensten.

Wanneer het personeelslid echter deeltijds gepresteerde diensten doet gelden en deze voltijds in aanmerking werden genomen voor de berekening van zijn geldelijke anciënniteit in de overheidsdienst waar ze gepresteerd werden, wordt de geldelijke anciënniteit erkend als voltijds verworven.

Ook wanneer periodes waarin het personeelslid niet daadwerkelijk diensten heeft gepresteerd in aanmerking werden genomen voor de berekening van zijn geldelijke anciënniteit in de overheidsdienst waar ze gepresteerd werden, wordt de geldelijke anciënniteit als voltijds verworven erkend. § 4. In afwijking van de bepalingen van de paragrafen 2 en 3 wordt de duur van de in aanmerking komende diensten die het personeelslid in het onderwijs ad interim of tijdelijk verricht heeft, vastgelegd door de Voorzitter op basis van het attest afgeleverd door de bevoegde overheden.

De voltijds gepresteerde diensten in het onderwijs over perioden korter dan 12 opeenvolgende maanden worden in aanmerking genomen volgens de volgende formule: het aantal dagen van een periode van prestaties wordt vermenigvuldigd met 1,2 en de uitkomst wordt gedeeld door 30. Het quotiënt bepaalt het aantal maanden; met de cijfers na de komma en de rest wordt geen rekening gehouden. De deeltijds gepresteerde diensten worden naar rato gevaloriseerd, volgens dezelfde berekening. § 5. Behoudens materiële fout of bedrog is de bij de indiensttreding verworven geldelijke anciënniteit definitief verworven. Ze maakt niet het voorwerp uit van een nieuwe berekening wanneer de regels volgens welke ze werd berekend, worden gewijzigd.

Art. 22.De diensten verricht in andere overheidsdiensten of in de privé-sector of als zelfstandige worden eveneens aangenomen wanneer ze worden erkend, door de Voorzitter en na advies van de Directeur-generaal, op het ogenblik van de aanwerving, als beroepservaring die bijzonder nuttig is voor de uitoefening van de functie. De beslissing van de Voorzitter wordt genomen binnen de drie maanden na het indienen van de erkenningsaanvraag. Bij gebrek aan beslissing binnen deze termijn wordt de aanvraag geacht niet ingewilligd te zijn.

De beroepservaring die bijzonder nuttig is voor de functie is deze die aan de betrokkene een klaarblijkelijk voordeel verschaft wat betreft de competenties voor de uitoefening van de functie.

Het personeelslid dat de erkenning vraagt van een beroepservaring die bijzonder nuttig is voor de functie, levert hiervan het bewijs. Hij dient de aanvraag, op straffe van nietigheid, in binnen de drie maanden na zijn indienstneming.

Art. 23.Het resultaat van de berekening van de verworven geldelijke anciënniteit mag nooit tot gevolg hebben dat een hoger aantal maanden in aanmerking genomen wordt dan het aantal maanden waarin de diensten gepresteerd werden. Niettemin tellen de tien maanden van het schooljaar voor het onderwijs voor twaalf maanden.

De duur van de in aanmerking komende diensten verricht in twee of meer functies tijdens éénzelfde periode, mag nooit de duur overschrijden van de diensten die verricht geweest zouden zijn tijdens dezelfde periode in één enkele functie met volledige werkprestaties.

Art. 24.§ 1. Het beroepspersoneelslid wordt beschouwd aanneembare diensten te verrichten voor de berekening van de geldelijke anciënniteit wanneer hij in dienstactiviteit is en wanneer hij niet de vermelding « onvoldoende » of « te verbeteren » gekregen heeft bij de laatste evaluatie. § 2. De in aanmerking komende diensten worden berekend per kalendermaand; die welke geen volle maand bedragen worden niet meegeteld.

TITEL 6. - Premie voor operationaliteit en onregelmatige prestaties

Art. 25.Het beroepspersoneelslid geniet een premie voor elke daadwerkelijk gepresteerde periode.

Wanneer een beroepspersoneelslid wedertewerkgesteld wordt in lichtere operationele taken als lid van het operationeel personeel, krachtens de bepalingen van titel 3 van boek 5 van het koninklijkbesluit van 29 juni 2018 tot bepaling van het administratief statuut van het operationeel personeel van de Civiele Bescherming, wordt het bedrag van de premie verminderd met vijfentwintig procent.

Wanneer een beroepspersoneelslid wedertewerkgesteld wordt in administratieve, technische of logistieketaken als lid van het administratief personeel, krachtens de bepalingen van titel 3 van boek 5 van het koninklijk besluit van 29 juni 2018 tot bepaling van het administratief statuut van het operationeel personeel van de Civiele Bescherming, wordt het bedrag van de premie verminderd met vijfenzeventig procent.

Wanneer een beroepspersoneelslid tewerkgesteld is in een lichtere, aangepaste betrekking, vermeld in titel 5 van boek 5 van het koninklijk besluit van 29 juni 2018 tot bepaling van het administratief statuut van het operationeel personeel van de Civiele Bescherming, wordt het bedrag van de premie verminderd met vijfentwintig procent. Indien het personeelslid voorafgaand aan deze tewerkstelling al definitief wedertewerkgesteld was in administratieve, technische of logistieke taken als lid van het administratief personeel, krachtens de bepalingen van titel 3 van boek 5 van het koninklijk besluit van 29 juni 2018 tot bepaling van het administratief statuut van het operationeel personeel van de Civiele Bescherming, wordt het bedrag van de premie verminderd met vijfenzeventig procent.

Wanneer een beroepspersoneelslid tewerkgesteld is in functies van dispatcher, wordt het bedrag van de premie verminderd met vijfentwintig procent.

Art. 26.§ 1. Het bedrag van de premie wordt berekend volgens de volgende formule: xBU. § 2. De waarde B stemt overeen met het bedrag van het basisuurloon. § 3. De waarde U stemt overeen met het aantal uren van de daadwerkelijk gepresteerde periode. § 4. De waarde x stemt overeen met de weging van de premie die varieert naar gelang van de graad van het beroepspersoneelslid : - voor de graden van sappeur, korporaal, sergeant, adjudant, is x gelijk aan 0,38; - voor de graden van luitenant, commandant en kapitein, is x gelijk aan 0,28; - voor de graad van majoor, is x gelijk aan 0,22; - voor de graad van kolonel, is x gelijk aan 0,18 TITEL 7. - Toelage voor de uitoefening van een hogere functie

Art. 27.Een toelage wordt toegekend aan het beroepspersoneelslid dat een hoger ambt uitoefent, ongeacht of de betrekking die met dat ambt overeenstemt tijdelijk niet waargenomen wordt of vacant is.

De toelage wordt aan het beroepspersoneelslid verleend voor zover hij het hoger ambt ononderbroken uitgeoefend heeft gedurende ten minste dertig dagen.

Wanneer voldaan wordt aan de in het tweede lid vermelde voorwaarde, is de toelage verschuldigd vanaf de datum waarop de aanwijzing voor de uitoefening van een hogere functie daadwerkelijk uitwerking heeft.

Indien het personeelslid wordt bevorderd tot de graad die overeenstemt met de betrekking welke hij zonder onderbreking heeft waargenomen en indien hij voor deze betrekking wordt aangewezen, neemt hij voor een bevordering in weddeschaal rang in op de datum vanaf welke hij die betrekking ononderbroken waarneemt. Deze datum mag niet teruggaan tot voor de datum waarop het personeelslid alle vereisten heeft vervuld welke het administratief statuut stelt om bevorderd te worden, noch tot voor de datum waarop die betrekking vacant is geworden.

Art. 28.Het bedrag van de toelage voor de uitoefening van een hogere functie is gelijk aan het verschil tussen de bezoldiging die de betrokkene zou krijgen in de graad van de voorlopig waargenomen functie en de bezoldiging die hij in zijn effectieve graad krijgt.

De in het eerste lid vermelde bezoldiging omvat de wedde, de premie voor operationaliteit en onreglematige prestaties en eventueel de haard- of standplaatstoelage.

Art. 29.De toelage voor de uitoefening van een hogere functie wordt betaald volgens de modaliteiten die voor de wedden gelden.

TITEL 8. - Specialisatietoelage

Art. 30.§ 1. Het beroepspersoneelslid ontvangt een specialisatietoelage onder de voorwaarden bepaald in paragraaf 2 tot 4. § 2. De toelage wordt toegekend voor de door de minister, na een risicoanalyse, erkende getuigschriften bedoeld in artikel 10, § 1, 2° van het koninklijk besluit van 18 november 2015 betreffende de opleiding van de leden van de openbare hulpdiensten en tot wijziging van diverse koninklijk besluiten. § 3. Het getuigschrift dat aanleiding geeft tot de toekenning van een toelage, moet onmiddellijk nuttig zijn voor de uitoefening van de functie.

De toelage wordt maandelijks betaald na vervallen termijn, naar rato van de werkelijk gepresteerde periodes. § 4. De minister bepaalt een lijst A en een lijst B waarin per graad de erkende getuigschriften opgenomen worden.

De inschrijving op lijst A geeft aanleiding tot een jaarlijkse toelage van 250 euro.

De inschrijving op lijst B geeft aanleiding tot een jaarlijkse toelage van 500 euro.

Het totaalbedrag dat toegekend wordt, mag niet meer dan 1000 euro per kalenderjaar bedragen, ongeacht het aantal toegekende toelages.

TITEL 9. - De toelage voor buitenlandse operationele opdracht

Art. 31.De werkelijk opgelopen kosten waarvan de terugbetaling gevraagd wordt op voorlegging van een bewijsstaat, overeenkomstig de bepalingen van artikel 3, § 1, worden niet bedoeld in deze titel.

Art. 32.Elk beroepspersoneelslid dat deelneemt aan een buitenlandse operationele opdracht heeft recht op een dagtoelage van 44,82 euro.

Art. 33.Deze toelage wordt toegekend: 1° ter compensatie van de nadelen verbonden aan het feit dat het beroepspersoneelslid zich in het buitenland bevindt;2° om de bijkomende prestaties te dekken, geleverd door het beroepspersoneelslid tijdens een buitenlandse operationele opdracht.

Art. 34.De toekenning van de in deze titel bedoelde toelage doet geen afbreuk aan de toekenning van de premie voor operationaliteit en onregelmatige prestaties en de specialisatietoelage, a rato van 12 uur per dag buitenlandse operationele opdracht.

BOEK 3. - BEPALINGEN VOOR HET VRIJWILLIG PERSONEELSLID TITEL 1. - Prestatievergoeding

Art. 35.Het bedrag per uur van de prestatievergoeding van het vrijwillig personeelslid wordt vastgelegd in de prestatievergoedingschaal die overeenstemt met de graad waartoe het vrijwillig personeelslid behoort.

De verschillende prestatievergoedingschalen zijn opgenomen in bijlage 2.

Art. 36.Elke prestatievergoedingschaal kan verschillende trappen bevatten die overeenstemmen met de in de graad verworven geldelijke anciënniteit. De geldelijke anciënniteit van het vrijwillig personeelslid wordt berekend ten belope van één jaar anciënniteit voor honderdtachtig prestatie-uren, met uitzondering van wachtdiensten in de kazerne, met dien verstande dat er niet meer dan één jaar anciënniteit meegerekend kan worden per periode van twaalf opeenvolgende maanden.

De geldelijke anciënniteit in de graad van korporaal bevat eveneens de geldelijke anciënniteit verworven in de graad van sappeur.

De trap "stagiair" van de weddeschalen van sappeur, van sergeant en van kapitein is van toepassing zolang het vrijwillig personeelslid stagiair door aanwerving is. Wanneer de tijdelijke benoeming ingaat op een andere datum dan op de eerste van de maand, is het bedrag van de uurvergoeding voor prestaties van de lopende maand niet onderhevig aan wijzigingen.

Art. 37.De prestatievergoedingen worden maandelijks betaald na vervallen termijn.

Art. 38.Het bedrag van de prestatievergoeding wordt berekend per prestatie. Elke prestatie geeft aanleiding tot de betaling van een vergoeding, die berekend wordt naar rato van het aantal gepresteerde uren.

Art. 39.De minimale vergoeding voor een prestatie stemt overeen met die welke verschuldigd is voor één prestatie-uur. Ieder begonnen uur wordt volledig vergoed.

Art. 40.Voor de berekening van de prestatievergoedingen van het vrijwillig personeelslid wordt rekening gehouden met de wachtdiensten in de kazerne, de interventies, de administratieve of logistieke taken, de oefeningen en behoorlijk toegelaten opleidingen; er wordt geen rekening gehouden met de beschikbaarheidsperiodes, noch met de tijd die nodig is om zich te verplaatsen tussen de woonplaats en de plaats waar de prestaties uitgevoerd worden.

TITEL 2. - Specialisatietoelage

Art. 41.§ 1. Het vrijwillig personeelslidbekleed met een operationele graad ontvangt een specialisatietoelage onder de voorwaarden bepaald in paragraaf 2 tot 4. § 2. De toelage wordt toegekend voor de door de minister, na een risicoanalyse, erkende getuigschriften, bedoeld in artikel 10, § 1, 2° van het koninklijk besluit van 18 november 2015 betreffende de opleiding van de leden van de openbare hulpdiensten en tot wijziging van diverse koninklijk besluiten. § 3. Het getuigschrift dat aanleiding geeft tot de toekenning van een toelage, moet onmiddellijk nuttig zijn voor de uitoefening van de functie.

De toelage wordt maandelijks betaald na vervallen termijn. § 4. De minister bepaalt een lijst waarin per graad de erkende getuigschriften opgenomen worden.

Het bedrag van de toelage stemt overeen met een percentage van drie procent van de prestatievergoedingen die betaald werden tijdens de voorbije maand, met uitzondering van elke andere toelage of vergoeding.

Het totaal bedrag dat toegekend wordt, mag niet meer dan tien procent van de prestatievergoedingen van de voorbije maand bedragen, ongeacht het aantal toegekende toelages.

TITEL 3. - Toelage voor onregelmatige prestaties

Art. 42.Het vrijwillig personeelslid geniet een toelage voor onregelmatige prestaties.

Art. 43.§ 1. De interventies uitgevoerd tussen 22 uur en 6 uur, worden beschouwd als onregelmatige nachtprestaties.

De interventies uitgevoerd op zondag of op een feestdag tussen 0 uur en 24 uur, worden beschouwd als onregelmatige zondagprestaties. § 2. Het bedrag per uur van de toelage voor de onregelmatige nachtprestaties, is gelijk aan 25 % van het bedrag per uur van de prestatievergoeding.

Het bedrag per uur van de toelage voor de onregelmatige zondagprestaties is gelijk aan 25% van het bedrag per uur van de prestatievergoeding. § 3. Voor eenzelfde prestatie-uur is de toelage voor onregelmatige nachtprestaties niet cumuleerbaar met de toelage voor onregelmatige zondagprestaties.

Art. 44.De toelage voor onregelmatige prestaties wordt maandelijks betaald na vervallen termijn.

TITEL 4. - Toelage voor de uitoefening van een hogere functie

Art. 45.Een toelage wordt toegekend aan het vrijwillig personeelslid dat een hogere functie uitoefent, ongeacht of de betrekking die met dat ambt overeenstemt tijdelijk niet waargenomen wordt of vacant is.

De toelage wordt aan het vrijwillig personeelslid verleend voor zover hij het hoger ambt ononderbroken heeft uitgeoefend gedurende ten minste dertig dagen.

Wanneer voldaan wordt aan de in het tweede lid vermelde voorwaarde, is de toelage verschuldigd vanaf de datum waarop de aanwijzing voor de uitoefening van een hogere functie daadwerkelijk uitwerking heeft.

Indien het vrijwillig personeelslid wordt bevorderd tot de graad die overeenstemt met de betrekking welke hij zonder onderbreking heeft waargenomen en indien hij voor deze betrekking wordt aangewezen, begint zijn geldelijke anciënniteit in deze nieuwe graad op de datum vanaf welke hij die betrekking ononderbroken waarneemt. Deze datum mag niet teruggaan tot voor de datum waarop het personeelslid alle vereisten heeft vervuld welke het administratief statuut stelt om bevorderd te worden, noch tot voor de datum waarop die betrekking vacant is geworden.

Art. 46.Het bedrag van de toelage voor de uitoefening van een hogere functie is gelijk aan het verschil tussen de prestatievergoeding die de betrokkene zou krijgen in de graad van de voorlopig waargenomen functie en de prestatievergoeding die hij in zijn effectieve graad krijgt.

Art. 47.De toelage voor de uitoefening van een hogere functie wordt betaald volgens de modaliteiten van toepassing voor de prestatievergoeding.

TITEL 5. - Toelage voor buitenlandse operationele opdracht

Art. 48.De werkelijk opgelopen kosten waarvan de terugbetaling gevraagd wordt op voorlegging van een bewijsstaat, overeenkomstig de bepalingen van artikel 3, § 1, worden niet bedoeld in deze titel.

Art. 49.Elk vrijwillig personeelslid dat deelneemt aan een buitenlandse operationele opdracht heeft recht op een dagtoelage van 44,82 euro.

Art. 50.Deze toelage wordt toegekend : 1° ter compensatie van de nadelen verbonden aan het feit dat het personeelslid zich in het buitenland bevindt;2° om de bijkomende prestaties te dekken, geleverd door het personeelslid tijdens een buitenlandse operationele opdracht.

Art. 51.De toekenning van de in deze titel bedoelde toelage doet geen afbreuk aan de toekenning van de prestatievergoeding en de toelage voor operationaliteit en onregelmatige prestaties, a rato van 12 uur per dag buitenlandse operationele opdracht.

BOEK 4. - OPHEFFINGS-, OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN

Art. 52.Worden opgeheven: 1° het ministerieel besluit van 15 februari 1961 betreffende de prestaties uitgevoerd door de niet-voltijds tewerkgestelde agenten die als vrijwillige bijkomende prestaties beschouwd worden;2° het koninklijk besluit van 25 mei 1966 houdende bijzondere regelen inzake reiskosten voor de instructeurs van de civiele bescherming;3° het ministerieel besluit van 31 juli 1969 houdende toekenning van een toelage voor onregelmatige prestaties aan het personeel van de permanente eenheden van de Civiele Bescherming die tot vierentwintig-urendienst gehouden zijn;4° het koninklijk besluit van 22 maart 1999 tot regeling van de toekenning van een toelage voor bijkomende prestaties aan het personeel van de Civiele Bescherming dat tewerkgesteld is in continudienst;5° het ministerieel besluit van 4 mei 1999 tot toekenning van bepaalde toelagen aan het personeel dat titularis is van operationele graden bij de Civiele Bescherming;6° het koninklijk besluit van 28 september 2008 tot regeling van de toekenning van een forfaitaire toelage aan de personeelsleden van de Algemene Directie van de Civiele Veiligheid tijdens operationele opdrachten in het buitenland.

Art. 53.Voor de toepassing van het artikel 36, wordt in de berekening van de geldelijke anciënniteit van het vrijwillig personeelslid rekening gehouden met de diensten die gepresteerd werden vóór de inwerkingtreding van dit statuut als vrijwillig personeelslid van een operationele eenheid.

Art. 54.Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2019.

Art. 55.De minister bevoegd voor Binnenlandse Zaken is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 29 juni 2018.

FILIP Van Koningswege : De Minister van Binnenlandse Zaken, J. JAMBON

BIJLAGE 1 Weddeschalen

Sappeur

B0-0 stagiair

B0-1

B0-2

B0-3

B0-4

0

15173

15173

15173

15173

15173

1

15435

16135

16135

16135

16135

2

15698

16355

16355

16355

16355

3

15961

16575

16575

16575

16575

4

16387

17005

17005

17005

17005

5

16813

17435

17435

17435

17435

6

17238

17865

18115

18115

18115

7

17664

18295

18545

18545

18545

8

18089

18725

18975

18975

18975

9

18515

19155

19405

19405

19405

10

18991

19585

19835

19835

19835

11

19466

19945

20295

20445

20445

12

19942

20745

21095

21245

21245

13

20188

21245

21495

22245

22245

14

20433

21575

21825

22675

22675

15

20678

21795

22045

22895

22895

16

20924

22015

22265

23115

23265

17

21169

22235

22485

23335

23465

18

21414

22455

22705

23555

23665

19

21660

22675

22925

23775

23885

20

21905

22895

23145

23995

24105

21

22150

23115

23365

24215

24325

22

22396

23345

23595

24445

24555

23

22641

23565

23865

24665

24775

24

22887

23785

24085

24885

24995

25

23132

24011

24411

25111

25221


Korporaal

B1-1

B1-2

B1-3

B1-4

0

17165

17165

17165

17165

1

17165

17165

17165

17165

2

17165

17165

17165

17165

3

17165

17165

17165

17165

4

17165

18194

18194

18194

5

17595

18194

18194

18194

6

18025

18275

18275

18275

7

18455

18705

18705

18705

8

18885

19135

20251

20251

9

19315

19565

20607

20607

10

19745

19995

20963

20963

11

20105

20455

20963

21301

12

20905

21255

21755

22131

13

21288

21655

22405

22405

14

21597

21985

22835

22835

15

21806

22205

23055

23055

16

22065

22425

23275

23425

17

22324

22645

23495

23625

18

22584

22865

23715

23825

19

22835

23085

23935

24045

20

23055

23305

24155

24265

21

23275

23525

24375

24485

22

23505

23755

24605

24715

23

23725

24025

24825

24935

24

23945

24245

25045

25155

25

24171

24800

25271

25381


Sergeant

M0-0 Stagiair

M0-1

M0-2

M0-3

M0-4

0

16135

17165

17165

17165

17165

1

16355

17165

17165

17165

17165

2

16575

17165

17165

17165

17165

3

17005

17165

17165

17165

17165

4

17165

17165

17165

17165

17165

5

18194

18194

18194

18194

18194

6

18275

18275

18275

18275

18275

7

18705

20750

20750

20750

20750

8

19135

21000

21000

21000

21000

9

19565

21350

21350

21350

21350

10

19995

21700

21700

21700

21700

11

20455

22050

22413

22413

22413

12

21255

22400

22775

22775

22775

13

21655

22650

23150

23150

23150

14

21985

22900

23400

23400

23400

15

22205

23150

23650

23988

23988

16

22425

23500

23900

24325

24325

17

22645

23750

24250

24750

24750

18

22865

24100

24600

25100

25100

19

23085

24450

24950

25450

25784

20

23305

24800

25300

25800

26118

21

23525

25035

25535

26035

26435

22

23755

25270

25770

26270

26670

23

24025

25505

26005

26505

26905

24

24245

25740

26240

26740

27140

25

24800

25975

26675

27275

27575


Adjudant

M1-1

M1-2

M1-3

M1-4

0

22940

22940

22940

22940

1

22940

22940

22940

22940

2

22940

22940

22940

22940

3

22940

22940

22940

22940

4

22940

22940

22940

22940

5

22940

22940

22940

22940

6

22940

22940

22940

22940

7

22940

22940

22940

22940

8

22940

22940

22940

22940

9

22940

22940

22940

22940

10

22940

22940

22940

22940

11

23824

23824

23824

23824

12

25236

25236

25236

25236

13

25508

25508

25508

25508

14

25781

25986

25986

25986

15

26054

26191

26191

26191

16

26157

26327

26327

26327

17

26260

26600

26600

26600

18

26363

26873

27077

27077

19

26465

27145

27281

27281

20

26567

27297

27417

27417

21

26670

27450

27690

27690

22

26772

27602

27962

28167

23

26875

27755

28235

28372

24

27070

28000

28400

28508

25

27780

28900

29120

29600


Luitenant (uitdovend)

OE1-1

OE1-2

OE1-3

OE1-4

0

25081

25081

25081

25081

1

25081

25081

25081

25081

2

25081

25081

25081

25081

3

25081

25081

25081

25081

4

25081

25081

25081

25081

5

25081

25081

25081

25081

6

25081

25081

25081

25081

7

25081

25081

25081

25081

8

25081

25081

25081

25081

9

25081

25081

25081

25081

10

25081

25081

25081

25081

11

26027

26027

26027

26027

12

27538

27538

27538

27538

13

27829

27829

27829

27829

14

28121

28340

28340

28340

15

28413

28559

28559

28559

16

28523

28705

28705

28705

17

28633

28997

28997

28997

18

28743

29289

29507

29507

19

28853

29580

29726

29726

20

28962

29743

29871

29871

21

29072

29907

30163

30163

22

29181

30069

30454

30674

23

29291

30233

30746

30893

24

29500

30495

30923

31039

25

30260

31458

31693

32207


Luitenant

O1-1

O1-2

O1-3

0

30120

30120

30120

1

30120

30120

30120

2

30120

30120

30120

3

30120

30120

30120

4

30120

30120

30120

5

30120

30120

30120

6

30120

30120

30120

7

30120

30120

30120

8

30120

30120

30120

9

30120

30120

30120

10

30120

30120

30120

11

30120

30120

30120

12

30120

30120

30120

13

30680

30680

30680

14

31050

31050

31050

15

32500

32500

32500

16

32500

33000

33000

17

33950

33950

33950

18

33950

33950

33950

19

35050

35400

35400

20

35200

35400

36020

21

36700

36900

36900

22

36700

36900

36900

23

38200

38350

38550

24

38250

38350

38550

25

38350

38450

38550


Commandant (uitdovend)

OE2-1

OE2-2

OE2-3

0

31120

31120

31120

1

31120

31120

31120

2

31120

31120

31120

3

31120

31120

31120

4

31120

31120

31120

5

31120

31120

31120

6

31120

31120

31120

7

31120

31120

31120

8

31120

31120

31120

9

31120

31120

31120

10

31120

31120

31120

11

31120

31120

31120

12

31120

31120

31120

13

31680

31680

31680

14

32050

32050

32050

15

33500

33500

33500

16

33500

34000

34000

17

34950

34950

34950

18

34950

34950

34950

19

36050

36400

36400

20

36200

36400

37020

21

37700

37900

37900

22

37700

37900

37900

23

39200

39350

39550

24

39250

39350

39550

25

39350

39450

39550


Kapitein

O2-0stagiair

O2-1

O2-2

O2-3

O2-4

0

25800

25800

25800

25800

25800

1

26850

26850

26850

26850

26850

2

26850

30200

30200

30200

30200

3

27900

30900

30900

30900

30900

4

27900

31300

31300

31300

31300

5

29000

31900

31900

31900

31900

6

29000

32500

32500

32500

32500

7

30050

33100

33228

33228

33228

8

30050

33700

33932

33932

33932

9

31100

34300

34636

34636

34636

10

31100

34900

35340

35340

35340

11

32200

35500

36044

36044

36044

12

32200

36100

36648

37344

37344

13

33250

36700

37252

37956

37956

14

33250

37300

37856

38568

38568

15

34300

37900

38460

39180

39180

16

34300

38500

39064

39792

39792

17

35350

39100

39668

40404

43090

18

35350

39700

40272

41016

43680

19

36450

40300

40876

41628

44280

20

36450

40900

41480

42240

44400

21

37500

41500

42084

42852

44480

22

37500

42100

42688

43464

44575

23

38550

42700

43292

44076

44675

24

39050

43300

43896

44488

44785

25

39550

43900

44200

44700

44955


Majoor

O3-1

O3-2

O3-3

O3-4

0

36788

36788

36788

36788

1

36788

36788

36788

36788

2

36788

36788

36788

36788

3

36788

36788

36788

36788

4

36788

36788

36788

36788

5

36788

36788

36788

36788

6

36788

36788

36788

36788

7

36788

36788

36788

36788

8

37432

37432

37432

37432

9

38077

38077

38077

38077

10

38721

38721

38721

38721

11

39366

39366

39366

39366

12

40010

40610

40610

40610

13

40705

41305

41305

41305

14

41399

41999

41999

41999

15

42094

42694

42694

42694

16

42739

43339

43339

43339

17

44084

44684

45885

45885

18

44679

45279

46555

46555

19

44929

45529

47224

47224

20

45179

45779

47410

47410

21

45429

46029

47596

47596

22

45679

46279

47696

47782

23

45929

46529

47886

48350

24

46179

46779

48076

48600

25

46429

47029

48266

48750


Kolonel

O4-1

O4-2

O4-3

O4-4

0

43542

43542

43542

43542

1

43542

43542

43542

43542

2

43542

43542

43542

43542

3

43542

43542

43542

43542

4

43542

43542

43542

43542

5

43542

43542

43542

43542

6

43542

43542

43542

43542

7

43542

43542

43542

43542

8

43542

43542

43542

43542

9

43542

43542

43542

43542

10

43542

43542

43542

43542

11

44742

44742

44742

44742

12

45942

45942

45942

45942

13

46665

46665

46665

46665

14

47387

47387

47387

47387

15

48111

48111

48111

48111

16

48833

50033

50033

50033

17

49556

50756

50756

50756

18

50279

51479

51479

51479

19

51002

52202

52202

52202

20

51203

52403

53903

53903

21

51404

52604

54104

54104

22

51605

52805

54305

54305

23

52218

53418

54918

54918

24

52542

53742

55242

57207

25

52758

53958

55458

59495


Gezien om gevoegd te worden bij Ons besluit van 29 juni 2018 houdende bezoldigingsregeling van het operationeel personeel van de Civiele Bescherming.

FILIP Van Koningswege : De Minister van Binnenlandse Zaken, J. JAMBON

BIJLAGE 2 Prestatievergoedingsschalen

Geldelijke- anciënniteit

Sappeur/ Specialist S1

Korporaal

Sergeant/ Specialist S2

Adjudant

Luitenant/ Specialist S3

Kapitein/ Specialist S4

Majoor

Kolonel

Stagiair

7,69

10,00

15,00


0

8,86

9,38

10,36

11,51

17,78

19,33

24

26

1

9,38

9,56

10,37

11,54

18,55

19,83


2

9,56

9,82

10,48

11,56

18,98

21,02


3

9,82

10,05

10,58

11,59


4

10,05

10,12

10,68

11,61


5

10,12

10,25

10,88

11,64


6

10,25

10,30

11,13

11,66


7

10,30

10,35

11,39

11,69


8

10,35

11,49

11,72


Gezien om gevoegd te worden bij Ons besluit van 29 juni 2018 houdende bezoldigingsregeling van het operationeel personeel van de Civiele Bescherming.

FILIP Van Koningswege : De Minister van Binnenlandse Zaken, J. JAMBON

^